| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
| Wolkbeweging |
|---|
Wolkbewegingen zijn sociaalpolitieke bewegingen die primair via internet geassocieerd zijn en die plotseling ergens op straat of in gebouwen kunnen opduiken om hun protest te laten horen en die weer even snel verdwijnen in de omringende massa. Wolkbewegingen zijn een bijzondere vorm van flitsmeutes. We hebben er flarden van gezien bij omwentelingen tijdens de Arabische lente, maar ook bij de Occupybeweging die zich over de hele wereld heeft verspreid. Hier wordt een poging gedaan om deze nieuwe organisatie- en actievormen te analyseren die ontstaan op het snijvlak van virtuele en lokale domeinen.
Machtsvorming vindt plaats in het publieke domein. Het publieke domein omvat als vanouds de lokale sfeer van de straten en pleinen, fabrieken en kantoren (straatdemonstratie, pleinmanifestaties, bedrijfsbezettingen, sit-ins en affiches plakken). Maar het omvatte ook en vooral het domein van de openbaarheid. Dat domein werd tot voor een paar decennia nog beheerst door een relatief beperkt aantal oude media: krant, televisie, tijdschriften, en inkt op dode bomen boeken.
Sinds het midden de jaren negentig van de vorige eeuw is daar een nieuw en zeer potent nieuw medium bij gekomen: internet. Het is een medium met democratische potentie omdat het burgers in staat stelt om plaats- en tijdonafhankelijk met elkaar in contact te komen; om virtuele netwerken, associaties en netwerken op te bouwen; en om zich gezamenlijk in te zetten voor sociaal-politieke doeleinden. Internet is een medium van nabijheid. Het is een middel waarmee gelijkgestemde burgers elkaar vrijelijk kunnen ontmoeten, waarmee zij losse of meer hechte netwerken kunnen opbouwen, waarmee zij gezamenlijke doelstellingen en programmas kunnen opstellen, en waarmee zij medestanders kunnen mobiliseren voor gezamenlijke acties en waarmee zij deze acties kunnen coördineren.
Tegenwoordige onstaan nieuwe sociaal-politieke bewegingen steeds meer in de virtuele ruimtes van het internet. Het zijn bewegingen die zich formeren in de digitale wolk die via onze computers, laptops, mobieltjes en tablets altijd en overal bij ons is.
Wat zijn wolkbewegingen? Hoe komen zij tot stand? Hoe sterk zijn virtuele netwerken en organisaties? Hoe opereren wolkbewegingen in het publieke domein? Zijn wolkbewegingen werkelijk in staat om grotere massas te mobiliseren? Het is een onderzoek naar nieuwe vormen van sociaal-politiek activisme, naar nieuwe organisatie- en actievormen.
NetActivisme |
|---|
| Our sense is that if we do not act boldly and if we do not act together, the economy around the world runs the risk of downward spiral of uncertainty, financial instability and potential collapse of global demand [Christine Lagarde, hoofd van het IMF]. |
Het virtuele domein is echter ook een plaats geworden waarop gelijkgezinden met elkaar communiceren om voor bepaalde maatschappelijke of politieke doeleinden op te treden. Internet is een nieuw publiek domein waarop sociaal en politieke activiteiten botsen en coöpereren. Het is een virtuele arena voor emancipatie-, democratiserings- en bevrijdingsbewegingen. Maar het is tegelijkertijd een strijdperk voor de meest regressieve, aggressieve en repressieve bewegingen.
In deze analyse concentreren we ons op het emanciperend en/of democratisch potentieel van het internet. Op welke manier kunnen negatief geprivilegieerde burgers gebruik maken van het internet om hun belangen en verlangens in de publieke ruimte te articuleren, en in de politieke ruimte effectief door te zetten?
Internet stelt mensen in staat om bijeen te komen en informatie te delen. Het faciliteert de vormen van een geaggregeerde kracht die gevestigde opinies en machten uitdaagt.
Voor negatief geprivilegieerde groepen in nationale en internationale samenlevingsverbanden biedt internet tal van mogelijkheden om hun belangen te behartigen, hun verlangens te articuleren, hun doelstellingen te communiceren en hun activiteiten te coördineren. Netactivisten van diverse pluimage hebben in de loop der tijd geleerd hoe zij internet kunnen gebruiken om hun onvrede over de exploitatie en ongelijkheid, onderdrukking en discriminatie te articuleren.
Politieke activisme op het internet netactivisme vertaalt zich tegenwoordig vooral in het opbouwen van informatieve en interactieve online netwerken over de speciale thematiek van de betreffende sociaal-politieke beweging. Maar het manifesteert zich ook in het kraken of vernietigen van virtuele locaties, kanalen, databanken of applicaties die als vijandig worden gedefinieerd.
De sociale netwerksites van het internet, en vooral Facebook (800 miljoen gebruikers) en Twitter (200 miljoen gebruikers), zijn de grootste gecentraliseerde globale fora op het internet. Het gebruik van die netwerken heeft niet alleen onze mechanismen van sociale interactie veranderd, maar ook onze mogelijkheden om krachten te bundelen voor maatschappelijke en politieke doeleinden.
|
|
Internet is een relatief goedkoop en uiterst doelmatige medium waar bronarme maatschappelijke groeperingen relatief gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Actiegroepen die zich inzetten voor de bescherming van persoonsgegevens en privacy tonen met grote regelmaat en volhardend aan dat het zeer veel gevallen slecht gesteld is met internetbeveiliging. Het was niet erg ingewikkeld om in te breken op de computers van de Nederlandse politie, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfond (ABP) en de KPMG.
Hactivisten van diverse pluimage slagen er telkens weer in om prominente websites van hun opponenten te kraken. De digitale Chinese muur die het zwaar gecensureerde net van de rest van het internet scheidt wordt schijnbaar even gemakkelijk doorbroken als de vermoedelijk strengst beveiligde computers van het Amerikaanse Pentagon.
Hackers en hactivisten
Door de toegenomen rol van het internet is niet alleen de wijze van actievoeren veranderd. Ook het hacken is veranderd sinds het internet een grotere rol is gaan spelen in het maatschappelijke en politieke leven.
De traditionele hackers concentreerden hun inbraakpogingen op computersystemen waar modale gebruikers geen toegang toe hadden. Hackers vervulden meestal een constructieve rol door iedereen erop te attenderen dat het slecht gesteld is met de informatiebeveiliging en privacybescherming op het internet. Zij toonden keer op keer aan wat de kwetsbaarheden zijn van de informatie-uitwisseling via het internet.
Hacktivisten zijn politieke activisten die het internet gebruiken om sites van tegenstanders tijdelijk uit te schakelen of monddood te maken.
Zwermende protestbewegingen |
|---|
Internet is als meest omvangrijke vorm van politieke openbaarheid bij uitstek een domein waarop zeer grote aantallen mensen kunnen zwermen. Het zwermen van flitsmeutes demonstreert hoe voorheen geïsoleerde individuen zelf een nieuwe manier ontdekken om orde uit chaos te scheppen. Het is een omkering van de gedachte dat geografie in het internettijdperk irrelevant is.
Internet fungeert vooral als medium van nabijheid. Het wordt gebruikt als medium om contact te onderhouden met een beperkt aantal intieme vrienden, familieleden en collegas. Maar steeds meer mensen ontdekken dat internet zich ook goed leent als medium van collectieve actie, dat wil zeggen als medium van oproep, mobilisatie, organisatie en actiecoördinatie.
Wolkbewegingen organiseren zich in eerste instantie in het virtuele domein. Daar articuleren zij hun onvrede, formuleren zij hun eisen, programmas en actiepunten, en daar proberen zij grote aantallen mensen voor hun zaak te winnen. Wanneer zij tot virtuele of lokale acties overgaan, maken zij gebruik van de zwermmethode. Zwermen is een methode waardoor zeer snel een groot aantal mensen vanuit alle richtingen naar een enkele plaats kunnen worden gemobiliseerd, om op die wijze een bepaald doel te bereiken.
Zwermen is eigenlijk een oude militaire tactiek.
Zwermen is de tactische (en soms ook operationele) manoeuvre van het samenbundelen van sterk verspreide krachten op een enkel punt vanuit verschillende assen. Je hebt geen overwicht aan strijdkrachten nodig dan je opponent, je hebt alleen grotere kracht nodig dan zij op het specifieke conflictpunt [Edwards 2005; Vail 2005a]. Tegenover goed geregiseerde zwermaanvallen is het moeilijk verdedigen. Meer dan twee eeuwen geleden experimenteerde Alexander de Grote met een effectieve contra-zwerm manoeuvre.
Toen Alexander de Grote rond 330 v. Chr. strijd voerde om controle te krijgen over de provincie Bactrië, werd hij geconfronteerd met de zwermtactieken van de Scythiaanse boogschutters te paard. Zijn primaire eenheid de Macedonische Phalanx kon niet op tegen de mobiele, pulserende, aftandsaanvallen van deze ruiters, die als wespen rond zijn gefixeerde formaties zwermden. Zij vielen de strijdkrachten van Alexander plotseling aan, schoten van afstand hun pijlen af met composietbogen en trokken zich daarna snel weer terug.
Alexander pionierde met een contra-zwermtactiek: Vind, Fixeer en Versla. Eerst gebruikte Alexander vaste geografische obstakels (zoals een rivier of fort) om de Scythische cavalerie in het nauw te drijven. Maar tijdens de strijd van Eschate paste Alexander zijn tactiek aan omdat er geen obstakel voorhanden was. Hij besloot om zelf een obstakel te creëren door zijn eigen mannen als aas te gebruiken. Hij zond een cavalerie eenheid naar voren voor zijn hoofdleger om de vijandige boogschutters te paard te provoceren tot de aanval. Toen de Scythen rond het cavalerie-aas van Alexander begonnen te zwermen, bracht hij zijn lichte infanterie naar voren om de voortgang van zijn companie-cavalerie te verhullen. De daarop volgende aanval van de cavalerie zette de Scythen klem tussen de Macedonische lichte infanterie en de aas-krachten. Dit maakte een effectief einde aan de zwermbewegingen van de vijand. Alexander had een kunstmatig terrein geschapen waarop de Scythische zwerm gefixeerd en verslagen kon worden [Arrian 1971:205; Fuller 1960/1989:219-263; Edwards 2005:181 e.v.].
Binnen de militaire geschiedenis worden zwermtactieken als uiterst effectief gezien. Maar zoals we hebben gezien zijn er ook tamelijk effectieve tegentactieken. Zwermtactieken zijn in de regel superieur aan conventionele tactieken, maar dit is niet altijd het geval.
|
|
![]() Overpeinzing van een occupist |
|---|
Om deze fasen op de juiste manier te laten verlopen moeten zij worden gesynchroniseerd tussen een diversiteit van schijnbaar onverbonden individuen. Daarom moet er tussen deze individuen een direct communicatiekanaal bestaan. Virtuele sociale netwerken kunnen zwermtactieken gebruiken om zich tegenover opponenten te verenigen en te expanderen. Dit gebeurt door het coördineren van de convergentie van talloze kleine knooppunten die meestal gescheiden opereren op een bepaald doel dat van diverse richtingen tegelijk wordt aangevallen, om dan in het niets te verdwijnen ter voorbereiding van de volgende actie.
|
In de militaire theorie is het idee van de rizoom al veel langer toegepast. Maar haar gebruik als een niet-gewelddadige politiek instrument ontwikkeld zich in rap tempo. Rizome tactieken zoals zwermen zijn met succes toegepast bij de WTO protesten in Seattle in 1999, en met iets minder succes door de demonstratie bij de Republikeinse Nationale Conventie in 2004. Slimme meutes zijn groepen individuen die door mobiele telefoons, tablets en laptops aan elkaar verbonden zijn en die plotseling op een bepaalde locatie bijeenkomen (convergeren) om daar een protest te laten horen of een bepaald doel aan te vallen om vervolgens weer te verdwijnen in de massa. |
Hoe kan een informatiedelend netwerk zo effectief en krachtig mogelijk worden georganiseerd? Hoe kunnen omvangrijke virtuele of lokale acties zo snel mogelijk op een bepaald punt worden geconcentreerd? En hoe wolkbewegingen om met de spanningsverhouding tussen (i) de diversiteit van meningen en (ii) de noodzaak van eenheid van actie? Dat zijn vragen die veel netactivisten zich stellen.
Er zijn gelukkig ook mensen die met praktische oplossingen komen. Een goed voorbeeld daarvan is MoveOn (Democracy in action). Deze online organisatie verspreid speciale scripts waarmee tienduizenden mensen hun acties vanuit diverse lovaties kunnen synchroniseren. Move.on begon als een eenvoudige mailing lijst, maar spant zich tegenwoordig in om online gemeenschappen op te bouwen voor specifieke doelen.
Of je nu een buurtactie wilt voeren of een grote maatschappelijke verandering wilt bewerkstelligen, er zijn inmiddels zeer geavanceerde voorzieningen beschikbaar (en meestal gratis) die activisten kunnen gebruiken om collectief handelen te faciliteren.
Nieuwe Stijl van Activisme |
|---|
Kenmerken van NetActivisme
De digitale revolutie heeft het sociaal-politieke activisme grondig veranderd. De manier waarop maatschappelijke conflicten worden uitgevochten wordt altijd al mede bepaald door de ambachtelijke, technische of technologische eigenaardigheden van de middelen waarmee deze strijd uitgevochten. Het pamflet reikt verder dan de mond-op-mond methode, maar minder ver dan de telex, de radio of de televisie. Conventionele petities werken heel anders dan digitale bombardementen van commerciële of overheidssites.
De nieuwe informatie- en communicatietechnologieën vormen een vitale infrastructuur van het informationele kapitalisme. Deze technologieën dringen door in alle publieke en persoonlijke levensterreinen. Het voortbestaan van de kerninstituties van de samenleving wordt hierdoor in toenemende mate afhankelijk van informationele en communicatieve infrastructuren. Dit heeft vergaande gevolgen voor de manier waarop sociaal-economische en politiek-culturele conflicten worden uitgevochten.
Wij zijn getuige van een hele nieuwe fase van activisme die zich in meerdere opzichten onderscheidt van het traditionele activisme van sociale bewegingen.
Om deze symbolische macht te behouden en innovatief en expansief te gebruiken moet een online beweging minimaal in staat zijn om twee dingen te realiseren:
Online activisme is succesvol wanneer het erin slaagt om in het virtuele publieke domein zoveel macht op te bouwen, dat het van daaruit in staat is om haar program ook op andere politieke domeinen te realiseren. Dan slaat netactivisme om in offline activisme of straatactivisme.
Voor netactivisten is het niet per se noodzakelijk om fysiek bijeen te komen teneinde collectief te kunnen handelen. Internet biedt de mogelijkheid om de individuele acties van mensen te bundelen in bredere collectieve acties, zonder dat het nodig is dat de deelnemers op hetzelfde tijdstip bijeen komen in eenzelfde ruimte.
De informatieoorlog heeft dus ook nieuwe acteurs: individuele hackers, niet-gouvernementele organisaties, terroristische organisaties, en andere niet-statelijke actoren.
Online confrontaties kunnen dus gemakkelijk escaleren. De logica van escalatie, maar ook haar risicos zijn bekend: het aantal direct betrokkenen groeit, er worden meerdere en moeilijker oplosbare themas bijgehaald, de conflictpartijen polariseren verder, communicatie wordt in toenemende mate gereduceerd tot dreigingen en wederzijdse vijandbeelden verharden zich, er worden vaker radicale en gewelddadiger strategieën en middelen gekozen die onomkeerbare gevolgen hebben [Bader 1991:339].
Organisatoren en leiders van virtuele sociale bewegingen moeten vertrouwd zijn met de verschillende vormen van synchrone en asynchrone communicatiem en met de verschillende typen van online communicatie: een-op-een, een-op-velen, velen-op-een, en velen-op-velen. Initiators en organisatoren van online protest- of verzetsbewegingen zijn in de regel zeer gekwalificeerd of deze verschillende vormen en typen van online communicatie op een intelligibele manier met elkaar te combineren.
De meest doorslaggevende strategische factor in de maatschappelijke strijd op het virtuele domein is toegang tot de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een confrontatie met succes te kunnen afronden. Het is een strijd om het intellect dat vereist is om niet achter te lopen in de wapenrace van een maatschappelijke strijd die op het virtuele publieke domein wordt uitgevochten. Daarbij schuilt het gevaar niet zelden in de eigen organisatie: het zijn vaak ontevreden voormalige medewerkers die zich laten rekruteren door conflicttegenstander of vijandige mogendheid.
Zeer veel mensen hebben daarom inmiddels min of meer specialistische kennis van en ervaring met middelen waarmee computers of netwerken kunnen worden gepenetreerd om informatie te bekijken, te wijzigen of ontoegankelijk te maken, en om communicaties af te tappen, te manipuleren of te blokkeren. Zowel particulieren, conflictorganisaties, oppositionele verzetsbewegingen als legers kunnen hun uitrusting op de vrije internetmarkt verkrijgen. In dat opzicht lijkt in het virtuele tijdperk het geweldmonopolie van nationale staten af te brokkelen.
| Definiërende kenmerken | Gevolgen |
|---|---|
| Lage toegangskosten | Op het virtuele strijdveld opereren veel offensieve actoren die bereid en in staat zijn om zeer uiteenlopende en omvangrijke acties te ondernemen. |
| Strategische informatie over dreiging niet beschikbaar | Identiteit en kracht van potentiële conflicttegenstanders is veelal onduidelijk. |
| Tactische waarschuwing is moeilijk. | Niet weten of er een actie, campagne of aanval op komst is, en wanneer deze zal worden uitgevoerd. |
| Beoordeling van acties van conflicttegenstander is moeilijk | Vaak is niet bekend wie precies verantwoordelijk is voor een bepaalde actie, en ook niet wat de doelen van deze netactivisten zijn. |
| Beoordeling van schade is moeilijk | Geen volledige informatie over implicaties van offensieve acties of campagnes. |
| Traditionele grenzen vervagen | Niet weten wie voor welke online actie verantwoordelijk is en vanaf welke lokaliteit de acties worden gecoördineerd. Sterke verwerving tussen lokale en globale actie, alsmede tussen militaire, politieke en economische acties. |
| Snelheid van conflictverplaatsing | Kleinschalige en lokale conflicten escaleren snel tot nationale of internationale cyberconfrontaties. |
| Effecten van strijdmiddelen onzeker | Conflicttegenstanders zijn zowel aanvallend als verdedigend onzeker over de effecten van de strijdmiddelen die worden ingezet. |
| Kwetsbaarheid van infrastructuur is onzeker, maar verdacht | Thuisland is geen veilige haven. Cyberspace heeft geen verdedigbare grenzen. Kwetsbare partners kunnen duurzame coalities bemoeilijken |
Nomadische gedachten |
|---|
| Men kan zich verzetten tegen invasielegers, maar niet tegen een idee waarvoor de tijd gekomen is [Victor Hugo]. |
De platforms van sociale media zijn opgebouwd uit zwakke verbindingen (weak ties). Twitter is een manier van mensen volgen (of gevolgd worden) die je waarschijnlijk nooit ontmoet hebt. Facebook is een efficiënt instrument om je netwerk van kennissen te beheren, om in contact te blijven met mensen die je anders uit het oog zou verliezen. Maar juist die vele zwakke verbindingen kunnen een enorme kracht ontwikkelen. Onze kring van bekenden, en onze netwerken van vrienden-van-vrienden zijn een vruchtbare bron voor nieuwe informatie en van nieuwe ideeën. De kracht van deze virtuele connecties kan met behulp van het internet efficiënt worden geëxploiteerd.
De vraag is of online netwerken in staat zijn om voldoende centraal gezag en effectieve macht op te bouwen. Anders dan organisatorische hiërarchieën, met hun geformaliseerde regels en procedures, worden online netwerken vaak niet gecontroleerd door een centraal gezag. Beslissingen worden veelal consensueel genomen en de verbindingen tussen de leden van de netwerken zijn tamelijk los. Zonder gecentraliseerde leidinggevende structuur en zonder duidelijke gezagslijnen zijn virtuele netwerken slecht in staat om consensus te bereiken en gemeenschappelijke doelen te formuleren. In hoeverre zijn online netwerken überhaupt in staat om strategieën uit te stippelen en tactieken te bepalen? Ook in wolkbewegingen moeten meningsverschillen uiteindelijk door formele mechanismen worden beslecht: regels voor vrije meningsvorming en voor democratische besluitvorming.
Voor protestgroepen, sociale bewegingen en collectieve conflicten heeft dit een aantal vergaande consequenties.
| De reguliere media kunnen alleen gemakkelijke voorstellen doorgeven. Zij hebben er geen idee van hoe ze een verhaal moeten rapporteren dat niet gaat over gemakkelijke kwesties, maar over gekwelde mensenlijke frustratie en angst [Lithwick 2011]. |
| Vrijheid wordt nooit vrijwillig gegeven door de onderdrukker; zij moet worden geëist door de onderdrukten [Martin Luther King Jr.]. |
De revolutie in Egypte lijkt de cyberoptimisten in het gelijk te stellen. Met name door het intensieve gebruik van internet kon een verzetsbeweging worden georganiseerd die de overgang naar democratie aanzienlijk heeft versneld. Bovendien was deze Facebookgeneratie in staat om op vreedzame wijze een ongemene volkskracht te mobiliseren die voor alle onderdrukten in de wereld een bron van inspiratie werd.
De geschiedenis van deze revolutie illustreert tegelijkertijd dat deze positieve uitkomsten op geen enkele manier vanzelfsprekend, laat staan onvermijdelijk zijn. Zij heeft ook laten zien hoe autoritaire machthebbers hun onderdanen in bedwang proberen te houden door verscherpt toezicht op alle digitale communicaties, door het gericht uitschakelen van internetdiensten die hen niet bevallen, en door hun eigen aanhang aan te sporen om eigen virtuele netwerken op te bouwen en te penetreren in de netwerken van hun politieke tegenstanders.
Autocratische regimes zoals die in Syrië en China maken niet alleen repressief gebruik van internet om tegenstanders op te sporen; zij gebruiken het ook als alternatief om de eigen achterban te mobiliseren en de voedingsbodem van het regime te versterken. De Egyptische revolutie heeft bovendien laten zien dat autocratische regimes er niet voor terugdeinzen om zelfs het nationale internet en het mobiele telefoonverkeer volledig uit te schakelen zodra zij denken dat de virtuele strijd op internet verloren wordt.
Internet is zelf een steeds omvangrijker en alleen al daarom belangrijker publiek domein geworden waarop maatschappelijke strijd wordt uitgevochten. In deze netoorlog staan per definitie tegengestelde maatschappelijke krachten tegenover elkaar die elkaar met alle mogelijke virtuele middelen, methodieken en strategieën bestrijden. Cybersociologische realisten proberen deze virtuele strijd zo nauwkeurig en nuchter mogelijk te analyseren en te theoretiseren. Zij laten zich daarbij zo min mogelijk inspireren door (heerlijk) techno-optimisme of (treurig) techno-pessimisme.
Het digitale tijdperk heeft een groot potentieel om mensenrechten en democratie te bevorderen. Maar dit is geen automatisme. Net zo min als het een automatisme is dat autocratische leiders het internet gebruiken om hun dictatuur digitaal te versterken. Ook cybersociologen weten dat technologieën niets doen en geen enkel effect sorteren, behalve door dat wat handelingsbekwame individuen ermee doen. Hét internet of de digitale informatie- en communicatietechnologieën doen helemaal niets het zijn geen handelings- laat staan wilsbekwame actoren.
Niemand gelooft dat de sociale media er op een of andere manier de oorzaak van zijn dat brave burgers plotseling zo boos worden dat ze op straat gaan demonstreren. Sociale media zijn slechts een instrument dat mensen gebruiken om elkaar te informeren, met elkaar te discussiëren en om gezamenlijke lokale en/of virtuele activiteiten te coördineren. Mensen willen geen revolutie vanwege de sociale media, maar gebruiken die nieuwe media om hun revolutie te inspireren en te organiseren. De Egyptische revolutie van februari 2011 was geen Facebookrevolutie, maar wel een revolutie die op gang is gebracht door de Facebookgeneratie.
Internet is een supermedium dat alle vormen en typen van communicatie en interactie ondersteunt.
Elke zichzelf respecterende belangengroep, politieke partij of sociale beweging manifesteert zich tegenwoordig op internet. Zij proberen daar hun doelstellingen uit te dragen, zij articuleren hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, zij agiteren tegen andere maatschappelijke of politieke groeperingen die hun opties in de weg staan. En zij gebruiken het internet om hun eigen achterban te informeren, te verbreden en te mobiliseren.
Voor deelnemers aan sociale emancipatiebewegingen of politieke mobilisatiebewegingen is internet een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen kunnen bespreken, hun ervaringen kunnen uitwisselen en informatie aan elkaar kunnen doorspelen. Door globaal te communiceren en lokaal te handelen kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de virtuele openbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.
Het internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zon samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen inherent democratisch medium waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is internet zelf ook een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren. De controle van communicatie en de manipulatie van informatie waren altijd al de eerste verdedigingslinie van machthebbers om voor hun misdaden weg te lopen [Castells 2011:347].
In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie) zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet. En daarin op dit punt zijn zij daarom ook tegelijkertijd kwetsbaar.
Achter deze nogal naïeve verwachtingen gaat een denkwijze schuil die in de technieksociologie als technologisch determinisme bekend staat. Deze denkwijze kan in twee (vooronder)stellingen worden samengevat. Ten eerste wordt de technologische ontwikkeling opgevat als een gegeven dat zichzelf voortbrengt en slechts één traject volgt. Technologische innovaties zouden zich volgens een eigen logica voltrekken en volgens ontwikkelingswetten die louter technisch en niet sociaal bepaald zijn. Ten tweede wordt verondersteld dat het technologisch proces eenduidige externe of maatschappelijke effecten heeft. Internettechnologie zou per definitie en min of meer automatisch emanciperende en democratiserende effecten met zich meebrengen.
Technologie maakt menselijke interacties mogelijk en begrenst deze tegelijkertijd. Mensen maken gebruik van de technologie die hen ter beschikking staat, en proberen daarmee de wereld te maken waarin zij willen leven. Elke technologie ontstaat binnen de context van een bestaande culturele configuratie, en deze culturele context wordt tegelijkertijd beïnvloed door de technologische ontwikkeling. De internettechnologie groeit, wordt volwassen en infiltreert in de cultuur die haar voortbracht. Met zon benadering houden we voldoende afstand van het technologisch determinisme (waarin culturele verschijnselen worden teruggebracht tot technologische innovatie) én het cultureel relativisme (waarin het culturele klimaat bepalend is voor culturele ontwikkelingen) [Winner 1977; MacKenzie/Wajcman 1985].
Internet is geen ding waarvan men kan verwachten dat het als zodanig de oorzaak is van positieve of negatieve veranderingen in onze samenleving en cultuur. Het is een informatie- en communicatiemedium dat invloed heeft op bepaalde sociale handelingspatronen wanneer zij op grote schaal wordt gebruikt. Het biedt voorheen ongekende mogelijkheden voor zelforganisatie van grote aantallen over de hele wereld verspreide individuen, en zij biedt nieuwe mogelijkheden voor culturele expressie en ideële articulatie.
|
Digital literacies can leverage the Webs architecture of participation, just as the spread of reading skills amplified collective intelligence five centuries ago. Todays digital literacies can make the difference between being empowered or manipulated, serene or frenetic. Most important, as people who are trying to get along day to day in a hyperscale, warp-speed civilization that seems so often to be beyond anyones control, digital literacy is something powerful we can learn as well as exercise for ourselves and each other [Rheingold 2012:3 - Snetsmart]. |
|
Een tweede tendens is de actualisering van het internet. Interacties via internet vinden steeds meer plaats in real time. Het massieve gebruik van Twitter is daarvan het meest sprekende voorbeeld. |
De sprong van virtuele discussie naar lokale participatie is niet zo simpel als het lijkt. Door eindeloze interne discussies in het virtuele publieke domein kunnen lokale collectieve acties worden geblokkeerd. Door de sterke mate van decentralisatie en zware druk van de heersende macht wordt de oppositie die zich via internet probeert te organiseren vaak opgesplitst in facties die elkaar onderling bestrijden. Bovendien kunnen die facties tegen elkaar worden opgezet door infiltratie van inlichtingendiensten en geheime politie. In louter virtuele verbindingen tussen opposanten is het vaak nog lastiger om te achterhalen of je communiceert met echte opposanten of met infiltranten die proberen om de beweging te provoceren en te versplinteren.
Maar toch werd in Egypte en in andere Arabische regimes de sprong van virtuele discussie naar lokale participatie gemaakt. Voordat de tegenstanders van een dictatuur de straat opgaan, willen ze weten in welke mate hun mening wordt gedeeld en hoeveel medebetogers er zullen zijn.
Via het internet werd in Egypte informatie verspreid over de acties die er in het land plaatsvonden en werd opgeroepen om aan die betogingen mee te doen. Op deze manier kregen ook de twijfelaars langzamerhand het vertrouwen dat hun mening breed werd gedeeld. Juist door deze virtuele organisatie kon het dilemma van collectieve actie worden overwonnen. Virtuele sociale netwerken vergemakkelijken het proces van vereniging in de strijd tegen maatschappelijk onrecht en tegen politieke dictaturen. Zolang het internet niet volledig door een dictatoriaal regime kan worden gecontroleerd, kunnen individuele burgers elkaar in relatieve vrijheid ontmoeten in virtuele sociale netwerken. Daarin kunnen zij ontdekken of er voldoende gelijkgezinden zijn om het risico te nemen daadwerkelijk naar buiten te treden om en masse het eigen gezicht te laten zien.
De sit-in beweging begon in de Verenigde Staten toen vier zwarte studenten van het North Carolina A & T College plaats namen in een sectie van een lunchroom van Woolworth in Greensboro die voor blanken was gereserveerd. De beweging verspreidde zich snel naar andere delen van het zuiden. Op de foto protesteren jonge mensen tegen het discriminerende beleid van Grants. |
Hetzelfde lot is de digitale activisten beschoren die proberen om met de hun ter beschikking staande middelen een vergaande verandering van hun levensomstandigheden te bewerkstelligen. Vanuit intellectuele salon wordt digitaal activisme afgedaan als een luie, individuele, volledig vrijblijvende en ineffectief vorm activisme. Digitaal activisme wordt zelf niet als vorm van collectief handelen beschouwd, maar veeleer als een louter individueel klikgedrag.
Een nogal extreem, maar toch ook exemplarisch voorbeeld van zon redenatie werd verwoord door de in Barcelona werkende Belgische filosoof Hans Schnitzler. De titel van zijn verhandeling vat zijn standpunt kernachtig samen: Revoluties maak je op straat, niet op internet [Volkskrant 9.2.11].
Hij definieert macht als een effect van het georganiseerde optreden van grote groepen mensen in de publieke arena. Macht bestaat bij de gratie van de meute die al dan niet met geweld, het publieke domein voor zich opeist. Macht is een effect van collectief handelen: macht ontstaat wanneer mensen samenkomen en eensgezind handelen..
Zijn dogmatische vooronderstelling is echter dat de virtuele verbindingen die in de digitale wereld van het internet zijn onstaan geen onderdeel van het publieke domein zijn. En daarom kan via internet en sociale media geen macht worden gevormd: het zijn uiteindelijk de massas op straat die de regimes aan het wankelen brengen, en niet het twitterende individu. Het contrast is duidelijk: enerzijds de massa die op straat demonstreert, anderzijds een paar loslopende individuen in in hun eentje van achter hun computer of met hun mobieltje een twitterbericht versturen.
Het virtuele domein is voor de filosoof een domein van los van elkaar staande, niet-geassocieerde individuen. De virtuele ruimte is slechts een uitlaatklep die het zonder samenscholing kan stellen. Bovendien is alles wat daar gebeurt volledig vrijblijvend.
Een gespierde conclusie ligt voor de hand: Uiteindelijk draait het om de toeëigening van de straat en niet om het bezit van de digitale snelweg. Maar het kan nog sterker: Niet dankzij, maar ondanks Twitter & Facebook gaan mensen de straat op.
Het zijn ex-cathedra uitgesproken dogmas die niet echt helpen om te begrijpen wat er niet alleen tijdens de zogenaamde Arabische of Noordafrikaanse lente gebeurt is (en gebeurt), maar ook om enige vat te krijgen op de nieuwe vormen van activisme die zich manifesteren in de wolkbewegingen in Europa, de Verenigde Staten, Azië, Rusland, Latijns-Amerika en Australië.
Bijna iedereen weet tegenwoordig dat het internet een nieuw publiek domein is, waarop politieke machtsvorming plaats vind en politieke controverses worden uitgevochten. Juist, ook, of zelfs filosofen die de krant lezen of wel eens ronddolen op het internet zouden moeten beseffen dat het internet naast alle andere dingen die het faciliteert, ook een nieuw publiek domein is.
De virtuele wereld die met behulp van de informatie- en communicatietechnologie van het internet is ontstaan, is een publieke en daarmee ook politieke arene. Het is een politieke arena waarin:
Een salonrevolutionair heeft altijd gelijk. Een activist in het digitale tijdperk kan zich dergelijke blunders niet permitteren. Zij smeden virtuele associaties via internet, en zetten deze virtuele organisatie om in lokale acties en programmas. Internet is weliswaar een globaal medium, maar het leent zich ook uitstekend voor de initiatie en organisatie van lokale gebeurtenissen.
Internet is daarom ook bij uitstek een medium van solidariteit. Tijdens de Egyptische revolutie ontstond een Facebookgroep waarin zon half miljoen mensen het plan lanceerden om een virtuele solidariteitsmars te organiseren met de demonstranten in Egypte. De centrale leuze van deze Virtual March of Millions in Solidarity with the Egyptian Protestors was even duidelijk als geniaal: Ik ben aanwezig.
Virtueel demonstreren voor een gerechtvaardigde zaak terwijl je zelf op een stoel blijft zitten met je pc, laptop, tablet of slimme telefoon. Je gebruik een apparaat om je mening naar voren te brengen. Dat is (per definitie) een louter individuele symbolische actie. Maar deze kunnen gemakkelijk samenvloeien in virtuele of lokale vormen van collectieve actie. En bedenkt daarbij altijd dit: demonstraties waren vanaf het begin van hun ontstaan gebundelde symbolische articulaties van onvrede met de bestaande toestand.
De organisatoren slaagden erin om een virale online beweging te creëren waaraan misschien wel miljoenen (vooral jongere) burgers in de hele wereld konden deelnemen.
Een jonge Egyptenaar, Samantha Haikal, schreef:
Door creatief gebruik te maken van nieuwe media hebben de opposanten in Egypte en andere Noord-Afrikaanse staten virtuele macht kunnen opbouwen in het publieke domein van het internet. Zo werd het overheidsmonopolie op traditionele media gepasseerd.
Deze symbolische macht van de oppositie werd nog eens versterkt door internationale solidariteitsacties. In de strategische interacties met conflicttegenstanders speelt deze solidariteit een belangrijke rol. De conflictpartij die de meest omvattende internationale solidariteit ontvangt voelt zich hierdoor moreel gesterkt en kan in de regel ook rekenen op monetaire, medische, logistieke en andere steun.
Solidariteit met activisten die hun leven op het spel zetten in de strijd tegen genadeloze en roofzuchtige heersers is van eminent belang. We kunnen daarbij niet lijfelijk aanwezig zijn om hen te ondersteunen, maar we kunnen ons er via internet wel virtueel mee bemoeien. En we kunnen er zelfs, ook al is het maar symbolisch, wel virtueel aanwezig zijn.
Alleen cynici die steevast geloven in de impotentie van elke vorm van activisme kunnen dit digitaal activisme hooghartig afdoen als kliktivisme (clicktivism), lui activisme (slaptivisme. slaktivisme, zwaktivisme), retweet babbelaars of als Facebook Revolutionairen Zonder Ballen (FRZB). Macht komt tegenwoordig niet meer alleen uit de loop van een geweer, maar ook uit de beweging van je vingertoppen.
|
Bronnen over Netactivisme |
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |