| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
Albert Benschop
|
|
| Digitaal wonen? |
|---|
Terwijl we over de elektronische snelweg suizen laten we onze lichamen thuis. De bewoners van de virtuele werelden, de
netburgers, wonen samen met eventuele partners en kinderen in een huis, bewonen samen met hun buren een straat en leven
met vele anderen in een stad. In steden die samen met onze taal tot de "grootste kunstwerken" van de mensheid
behoren [Mumford 1938]. Het waren bijna letterlijk kunstwerken, de grote culturele centra die gelden als hoofdsteden van
de eeuw: Londen in de 18e eeuw, Parijs in de 19e eeuw en New York in de 20e eew. De cosmopolitische aard van de steden
genereerde een hoge graad van individualiteit (een grote variatie van leefsstijlen) en innovatie (een sterke impuls voor
historische verandering). De stad was altijd al een collectiviteit gebaseerd op verschillen, eerder dan op overeenkomsten.
En de stad was ook altijd een centrum van cultuur. Tegenwoordig is cultuur zelfs de belangrijkste bedrijfstak geworden in
veel oude steden. Het zijn belangrijke toeristenbestemmingen geworden juist vanwege de aantrekkelijkheid van de culturele
instellingen.
Steden zijn fysieke containers die de emotionele en sociale ervaringen van hun bewoners structureren. Onder invloed van de moderne telecommunicatie technologie worden deze steden ook virtuele conglomeraten. Wat gebeurt er met onze steden? Kunnen we steden nog net zoals vroeger primair denken in termen van hun geografie? Hoe zal de opkomst van telewerk thuis, in telewerkcentra of teledorpen de relatie tussen stand en platteland veranderen? In welke richting verandert de ervaring en de betekenis van de stad voor haar bewoners? Hoe kunnen we deze ontwikkelingen analyseren? En tenslotte: virtuele steden, kun je daarin wonen? zijn ze leefbaar?
Vragen over de virtuele stad
|
|---|
Nieuwe communicatie- en informatietechnologieën hebben ertoe geleid dat we een stad niet meer primair kunnen definiëren in termen van zijn geografie. De moderne steden zijn ruimtelijk gefragmenteerd en discontinu. De onderdelen van de stad zijn echter met elkaar verbonden in enorme netwerken waar informatie, beelden en geld vrijelijk van lokatie naar lokatie stromen.
De gevolgen van deze nieuwe technologieën voor onze steden zijn enorm. Zij grijpen in op de vestigings- en verplaatsingspatronen van bedrijven en huishoudens. Er wordt gespeculeerd over een ontmanteling van de historische stad en over een reconstructie van het landelijke leven in volledig nieuwe, geflexibiliseerde vormen. In de steden van de toekomst zou de traditionele verbinding tussen verwantschap en gemeenschap volledig worden ontkoppeld. Studies over de ruimtelijke effecten van ict laten echter zien dat dat de gevolgen van telewerken en internet-shoppen tot op heden nogal beperkt zijn [Van Oort e.a. 2003]. Het lijkt er veeleer op dat ict de bestaande patronen van ruimtelijke ordening versterkt.
In stadssociologische analyses wordt er steeds meer rekening mee gehouden dat we niet eenvoudig in plaatsen wonen, maar in steden die geconstrueerd zijn als simultane en complexe netwerken. Het publieke leven is verplaatst van de Hoofdstraat en de supermarkt naar de hyperomgeving van de telemarkt en de oppervlakte van het beeldscherm.
Marshall McLuhan was er in de jaren zestig nog van overtuigd dat de uitbreiding van computergemedieerde communicatie zou leiden tot een verdwijning van de steden en een terugkeer naar het plattelandsleven: "Binnen 10 jaar zal men New York afbreken". Hij heeft niet gelijk gekregen. Integendeel, de nieuwe vormen van tele-existentie oriënteren zich niet meer op het oude beeld van een dorp, maar constitueert nu zelf een nieuw type stad: de digitale stad de virtuele stad die zichzelf via internet en mobiele telecommunicatiesystemen organiseert.
Digitale steden kunnen zich niet volledig van de fysieke ruimte en gebouwde omgevingen losmaken, maar blijven daarin verankerd en werken daarop terug. De cybercafés zijn hiervan een voorbeeld. Zij vormen een tussenzone waarin een brug wordt geslagen tussen de virtuele en de lokale wereld. De communicatieve mogelijkheden van de stad worden hierdoor uitgebreid. Er ontstaan meer gelegenheden voor ongedwongen contacten, nieuwe interactieve vormen van lokale openbaarheid ('third places'), meer decentrale en laterale typen van communicatie tussen stadsbewoners.
De belangrijkste vragen die zich daarbij opdringen zijn:
Rechten op de stad
|
|---|
Grote steden in hoogontwikkelde kapitalistische landen worden toenemende mate ingebed in wereldomvattende processen van produktie, consumptie en ruil. Hierdoor veranderen hun relaties ten opzichte van provinciale en nationale overheden. Steden zijn plaatsen geworden waarop wereldwijde stromen van kapitaal en arbeidskrachten bijeen komen. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft de nieuwe golf van immigratie ertoe geleid dat de eens zo duidelijke grenzen tussen steden uit de eerste en derde wereld zijn vervaagd. De interne differentiatie van de steden is sterker geworden en zij vertonen nieuwe patronen van segregatie naar sociale klasse, etniciteit, leeftijd en geslacht.
Deze ontwikkelingen roepen voor stadsociologen een aantal pertinente vragen op:
Er zijn goede redenen om dergelijke bijeenkomsten te organiseren. Sinds het in 1950 door de Engelse socioloog T.H. Marshall gepubliceerde en inmiddels klassiek geworden Citizenship and Social Class werd burgerschap in de sociale wetenschappen nogal stiefmoederlijk behandeld. De laatste jaren is dit echter snel veranderd. De 'burger' staat als zodanig weer in vele sociaal-wetenschappelijke onderzoeksagenda's. Kymlicka en Wayne [1994] noemen het de 'return of the citizen'.
Bekende vreemden en sociale cohesie
|
|---|
Onze waarneming van de stad wordt gedomineerd door de mensen waarmee we de openbare ruimtes van de stad delen. In een stad leven we niet alleen samen met onze vrienden, buren en kennissen, maar ook met volledig vreemde stadgenoten. Tussen deze bekende en onbekende stadgenoten staan de 'bekende vreemden': individuen die we regelmatig tegenkomen maar waarmee we niet direct interacteren. In 1972 heeft de Amerikaanse psycholoog Stanley Milgram onderzoek gedaan naar de betekenis van deze 'familiar strangers'. Milgram liet daarin zien dat de relatie die we met deze bekende vreemden hebben een werkelijke sociale relatie is waarin beide partijen overeenkomen elkaar te negeren, zonder dat dit tot vijandigheid leidt. Bekende vreemden vormen een overganszone tussen mensen die we kennen en de volledig onbekende vreemden die we in de stad nooit tegenkomen of slechts een keer zien en dan nooit meer.
Omdat we bekende vreemden regelmatig in bekende situaties tegenkomen bij de supermarkt of in het café, op het plein, in je buurt of op straat, in de trein, metro of bus vormen zij een bevestiging van onze binding van speciale plaatsen of openbare ruimtes. Het zijn vreemden die ons vertrouwd zijn en deze vertrouwheid beïnvloedt onze perceptie van plaats en dus ook van de participatie in een typische stedelijke openbare ruimte.
Door de opkomst van draadloze, persoonlijke digitale technologieën zoals laptops, PDA's en mobiele telefoons verandert onze relatie met mensen en openbare ruimtes in de stad. Mobiele communicatieappatuur wordt ingebed in de dagelijkse routines van stadsbewoners. Het mobieltje is hét medium om in een grote stad contact met elkaar te onderhouden en elkaar te ontmoeten. Maar er zijn nog maar weinig mobiele apparaten waarmee we onze contacten met vreemden en bekende vreemden kunnen onderhouden. De opkomst van de flitsmeutes heeft laten zien dat mensen die elkaar online ontmoeten gezamenlijke acties kunnen ondernemen die stadsgenoten soms versteld doet staan. Bij het experimenteren met de bluetooth-technologie onstond een nieuwe rage die 'toothing' wordt genoemd: flitsseks met onbekende mensen in de directe omgeving. Het zijn slechts eerste tekenen dat digitale stadsburgers wel degelijk geïnteresseerd zijn in hun (bekende) vreemde stadsgenoten.
Eric Paulos en Elizabeth Goodman onderzoeken in hun Familiar Stranger Project welke mobiele apparaten we nodig hebben om onze contacten met stad- buurt en straatgenoten die we niet of nauwelijks kennen te cultiveren. Dergelijke apparaten kunnen gemeenschapszin en sociale cohesie bewerkstellingen op plaatsen waar dit tegenwoordig erg moeilijk is.
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |