Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Regulatie van CyberPorno English Version

— Morele en technologische filters, sociale controle en strafrechtelijke vervolging —

dr. Albert Benschop
University of Amsterdam

Besturing zonder overheid
Zelfregulatie
   Gebruikers, Ouders & Organisaties
   Internet Providers
   Pornobusiness
   Internationale Organisaties
Externe Regulatie
   Misdaden bestrijden
   Internationale verdragen
   Europese aanbevelingen
   Nederlanse wetgeving
   Surveilleren op internet
Informatiebronnen
Gerelateerde teksten
red_button Pornografie in Cyberspace
red_button Kinderpornografie in Cyberspace
red_button NetLiefde en CyberSex

Besturing zonder overheid

Stop Pedofielen Over de hele wereld maken mensen zich zorgen om het internet. Vooral wanneer het om cyberpornografie gaat wordt links en rechts geroepen om maatregelen die onze kinderen zouden moeten beschermen tegen de virtuele obsceniteiten die slechts met een klik ontsloten kunnen worden. Wanneer illegale en potentieel schadelijke inhoud op het internet gereguleerd moet worden is de vraag: hoe kan dit worden bereikt?

Het internet is weliswaar geen 'wetteloze ruimte' [Reidenberg 1996], maar het vormt wel een nieuwe uitdaging voor effectief politiek leiderschap en bestuur. Er bestaan rechts- en regelgevingen, maar de identiteiten van de regelmakers en de instrumenten die gebruikt worden om de regels te handhaven passen niet in de klassieke regulatiepatronen. In moderne maatschappijen heeft sociale regulatie zich ontwikkeld binnnen de fysieke grenzen van tijd en ruimte. De ontwikkeling van cyberspace heeft haar bewoners ontkoppeld van lokale controles en van de fysieke grenzen van nationaliteit, soevereiniteit en overheid. Het idee van besturing zonder overheid ('governance without government') lijkt de beste benadering voor het internet. Maar als er nieuwe mechanismen van internationale besturing en regulatie in werking gesteld moeten worden, dan is de rol van de natie-staten daarin cruciaal.

Voor de regulatie van illegaal en schadelijk materiaal op het internet bestaan geen eenduidige of enkelvoudige oplossingen. Niet alleen omdat de exacte definitie van de overtredingen (zoals kinderporno) van land tot land verschilt, maar ook omdat datgene wat als schadelijk wordt beschouwd in hoge mate afhankelijk is van culturele verschillen. In elk land bestaan andere (meerderheids)opvattingen over de grens tussen wat toelaatbaar en ontoelaatbaar is. Wie op dit gebied oplossingen wil bieden moet dus op zoek gaan naar een meervoudige oplossing. Zo'n meervoudige regulatie is een mengsel van nationale/internationale wetgeving, en zelf opgelegde regulatie door gebruikers en Internet Service Providers (ISP's).

We kunnen twee vormen van regulatie onderscheiden: (1) de regulatie van potentieel schadelijke inhoud zoals pornografie op het internet, en (2) de regulatie van de in alle gevallen illegale inhoud zoals kinderpornografie. Dit zijn uit de aard der zaak verschillende thema's en moeten niet worden verward. Een regulerende actie die bedoeld is om een bepaalde groep mensen, zoals kinderen, te beschermen, zou niet moeten ontaarden in een ongeconditioneerd verbod om via internet pornografisch materiaal te verspreiden, terwijl dat materiaal voor volwassenen vrij beschikbaar is in andere media.

De uitdaging bestaat erin een regulatiewijze te ontwikkelen waarin een goede balans gevonden wordt tussen het recht op vrijheid van informatie en de morele plicht om kinderen te vrijwaren van materiaal dat schadelijk voor hen kan zijn en om hen (en hun ouders) te beschermen tegen discriminerende en haatdragende propaganda. Is het gezien het grensoverschrijdende karakter van het internet überhaupt mogelijk om hiervoor een interculturele oplossing te vinden?

Index Zelfregulatie

Internet wordt extern gereguleerd door rechtsregels die door overheden worden opgelegd, maar kent ook diverse vormen van interne regulatie. Van interne regulatie of zelfregulatie is sprake wanneer de personen, groepen, netwerken en organisaties die op internet opereren zichzelf gedragsnormen en -regels opleggen. Deze normering van internetgedrag kan op verschillende niveaus worden gerealiseerd: (1) door de gebruikers zelf, (2) door groepen of organisaties die informatie- of communicatiediensten onderhouden —zoals eigenaren/beheerders van websites, chatrooms, discussiefora, of ruilbeurzen voor multimediale bestanden, (3) door providers die mensen toegang bieden tot het internet, en (4) door nationale en internationale organisaties en netwerken die internetstandaarden vaststellen. Bij zelfregulatie heeft het ‘zelf’ dus telkens betrekking op andere typen actoren.

Zelfregulatie komt tot stand door meerdere actoren. De normering van internetgedrag neemt bovendien diverse vormen aan: van het opstellen van ethische gedragscodes (netiquette), het vastleggen van expliciete gedragsregels, het gebruik van filter-software om ongewenste of criminele websites te weren, tot het verwijderen van ongewenst materiaal van servers.

Index


Zelfregulatie door gebruikers: zelfcensuur
Het eerste niveau van zelfregulatie wordt gevormd door de individuele internetgebruikers. Individuele gebruikers kunnen zichzelf beschermen tegen ongewenst pornografisch of illegaal kinderpornografisch materiaal door de sites waarop dit materiaal voorkomt te vermijden of uit te sluiten door het gebruik van filtersoftware. Individuele internetgebruikers opereren in eerste instantie volgens gedragsregels (‘netiquette’) die zij zichzelf opleggen. Netburgers kunnen op eigen initiatief de toegang tot online pornodomeinen afsluiten met behulp van pornofilters. Internetters die verslaafd zijn geraakt aan het brede aanbod van cyberporno moeten omzien naar speciale hulp en gerichte therapie.

Ouders Eerst
"Cyberporno zou primair gecontroleerd moeten worden door het stimuleren van de ontwikkeling van technologie waarmee ouders in staat zijn de toegang van kinderen tot aanstootgevend materiaal te controleren en beperken. De interactieve aard van de communicatie via de computer maken deze benadering mogelijk"
[Mashima/Hirose 1996: From Dial-a-Porn to Cyberporn]
De primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming van kinderen ligt bij de ouders. Veel ouders nemen deze verantwoordelijkheid door huisregels voor internetgebruik op te stellen of zelf aanwezig te zijn wanneer hun kinderen online gaan. Uit onderzoek blijkt echter dat ouders meestal geen toezicht houden wanneer hun kinderen online zijn en dat kinderen de huisregels gemakkelijk weten te omzeilen. Slechts een klein percentage gebruikt filtersoftware, producten die beloven dat kinderen geen ongewenst materiaal krijgen te zien.

Zelfregulatie van particulieren kan dus door zelfcensuur via filters worden gerealiseerd. Er zijn diverse digitale chaperones voor kinderen: Cybersitter, NetNanny, NetWatch, SafeSurf, Solcon SurfControl, RSAC. Deze filters plaatsen zichzelf tussen de webbrowser van de computer en de internetverbinding. Zij voorkomen dat ongewenste inhoud wordt doorgegeven. Er zijn drie manieren om te bepalen of een site moet worden geblokkeerd.

  1. Software analyse
    De inhoud van een website wordt snel geanalyseerd door software, waarbij de aanwezigheid van bepaalde frases of beelden ertoe kan leiden dat de site als ongewenst wordt gezien. Probleem: meloenen worden abusievelijk als (siliconen)borsten opgevat of bepaalde woorden (zoals "adult.html") worden ten onrechte als pornografisch geïdentificeerd. Ook informatie en discussies over borstkanker en voorbehoedsmiddelen worden door de onnauwkeurigheid van dergelijke filterprogramma's geblokkeerd.
  2. Menselijke analyse
    De sites worden individueel door stafleden geïnspecteerd en vervolgens op een lijst met geblokkeerde sites gezet. De zwakte van deze methodiek is niet alleen dat het zeer tijdrovend is, maar vooral dat niet alle sites kunnen worden gecontroleerd. Bovendien blijft het uitermate moeilijk om een cultureel pluriforme selectiecriteria op te stellen die internationaal geaccepteerd kunnen worden.
  3. Site labeling
    Hierbij wordt gebruik gemaakt van een waarderingssysteem van derden, zoals van de Internet Content Rating Association (ICRA). De zwakte van deze methodiek is dat site labeling afhankelijk is van de eerlijkheid waarmee sites zichzelf waarderen.

Is er een pornofilter op straat?
Waarom zouden ouders een pornofilter op internet zetten als hun kinderen op straat, op televisie en in de bioscoop ook belaagd worden met pornografisch materiaal? Bovendien worden ouders en verzorgers door een pornofilter niet ontslagen van hun verantwoording om erotiek en porno in een juist kader te plaatsen, dat wil zeggen in een kader met eigen culturele en morele waarden. Ouders voeden hun kinderen op zeer uiteenlopende wijze op. Maar zij zouden allemaal moeten beseffen dat als kinderen per se ‘blote meiden’ of ‘seks’ willen zien zij met list en vriendjeshulp de beoogde sites echt wel weten te vinden.
    Veel jongeren hebben met elkaar een levendige ruilhandel met plaatjes, animaties en filmpjes, zonder dat hun ouders hier weet van hebben. Jongeren hebben zeer snel in de gaten dat er al vele programma's en methoden beschikbaar zijn die alle bekende blokkeringssoftware onklaar maakt. Een inmiddels bekend voorbeeld hiervan is Peacefire, die opereert onder de uitdagende leuze: “It’s not a crime to be smarter than your parents.”

Kan een technologisch middel een vervanging zijn voor het oplettende oog van de ouders? Is de huidige generatie filter-software beter dan haar voorgangers? Sommige filters zijn veel te simplistisch en sommige zijn veel te complex om effectief te kunnen hanteren. Volgens het consumentenrapport van Netsmart is filtersoftware geen vervanging voor ouderlijk toezicht omdat de meeste filters er niet in slagen om meer dan een deel van de ongewenste sites te blokkeren. In een recenter onderzoek van de Consumentenbond kwam Solcon het beste uit de bus met een score van bijna 90 procent.

Wat kunnen ouders dan nog meer doen om hun kinderen te beschermen tegen ongewenste internet-documenten en te helpen zich veilig over het internet te bewegen? Ouders die sites bezoeken waarvan zij niet willen dat deze hun kinderen onder ogen komen, kunnen de bestanden van de browser op de PC vernietigen. Zij kunnen de meest recente online activiteiten van hun kinderen controleren door de 'history' lijst en de bookmarks te inspecteren. Ouders kunnen de computer in de huiskamer zetten of in een ander open gebied van het huis ('high-traffic places'), zodat zij kunnen zien wat hun kind op het internet doet. Zij kunnen kind-vriendelijke zoekmachines gebruiken (Yahooligans of AskJeeves for Kids). En tenslotte kunnen zij hun kinderen zelf een aantal spelregels bijbrengen, zoals:

    Mijn InternetRegels
  1. Zonder toestemming van mijn ouders geef ik geen persoonlijke informatie zoals mijn adres, telefoonnummer, werkadres of zakelijk telefoonnummer van mijn ouders, of de naam en plaats van mijn school.
  2. Ik zal mijn ouders onmiddellijk waarschuwen als ik informatie tegen kom waar ik me ongemakkelijk bij voel.
  3. Ik zal nooit een afspraak maken met iemand die ik op het internet ontmoet heb zonder eerst toestemming aan mijn ouders te vragen. Als mijn ouders hierin toestemmen zorg ik ervoor dat dit in een openbare ruimte gebeurt en dat mijn vader of moeder meegaat.
  4. Ik zal nooit iemand een foto van mijzelf sturen of iets anders zonder dat ik dit eerst aan mijn ouders vraag.
  5. Ik zal niet reageren op berichten die gemeen zijn of waardoor ik me op een of andere manier ongemakkelijk voel. Als dat toch gebeurt zal ik dat onmiddellijk aan mijn ouders vertellen zodat zij contact kunnen opnemen met de online dienst.
  6. Ik zal met mijn ouders praten om regels op te stellen voor het internetten. We beslissen dan over het tijdstip van de dag dat ik kan internetten, hoe lang ik kan internetten, en wat voor mij goede gebieden zijn om te bezoeken.
  7. Ik zal niets downloaden van iemand die ik niet ken.

Het chatten van kinderen vereist speciale aandacht. Voor veel teenagers is chat de belangrijkste reden om online te gaan. Kinderen houden ervan om een valse identiteit aan te nemen: zij genieten ervan als zij een prachtige 'persona' kunnen aannemen in een rollenspel. Chat is het deel van cyberspace waar kinderen eerder het risico lopen om in moeilijkheden te komen als zij hiervoor niet een paar eenvoudige richtlijnen hebben. Chat is een soort elektronisch speelveld waarop iedereen iedereen kan zijn, of het nu kinderen zijn of volwassenen. In de speelterreinen van de lokale wereld is er vaak nog sprake van enig toezicht en worden zij meestal niet bezocht door vreemden. In elektronische speelvelden zijn geen plaatsen waar kinderen of ouders gebruik kunnen maken van alle sensorische indrukken over mensen en situaties zoals zij dat zouden doen in een lokaal speelveld. Dat vereist enige basiswijsheid van de kant van de chatters van alle leeftijden, en - waar het om kinderen gaat - oplettendheid van de kant van de ouders. Het helpt wanneer de chatroom wordt gemonitored door verantwoordelijke volwassenen, maar er is geen vervanging voor ouderlijke oplettendheid.

Leer de roofdieren kennen
Clicky activiteiten worden gepresenteerd middels interactieve, 3-D geanimeerde software die leuk én leerzaam is. Clicky is een vriendelijke en behulpzame gids, leert kinderen over de gevaren op het internet, hoe je ze kunt vermijden, en hoe je een goede 'netiquette' in praktijk kan brengen. Clicky introduceert kinderen in het begrip van verbinding ('connecting') op het internet. Clicky praat eerst over alle vrolijke en nuttige dingen die je op het internet kunt doen, zoals leren, iets kopen, spelletjes spelen, en met andere mensen praten. Vervolgens worden de kinderen voorgesteld aan een paar "Webstad Roofdieren". Deze roofdieren staan voor verschillende internetgevaren. Zo probeert Wim-Wil-Alles-Weten altijd aan persoonlijke informatie te komen. Peter-Vuile-Mond gebruikt op het internet alleen maar smerige taal, met vloeken, razen en tieren. Rene-Kijk-Naar-Dit probeert kinderen ervan te overtuigen dat zij naar ongeschikte sites gaan. Teun-Kom-Naar-Me-Toe wil kinderen persoonlijk ontmoeten. Clicky zegt tegen de kinderen dat wanneer zij iets zien dat zij gek vinden, waarvan zij treurig of bang worden, of waarbij zij zich ongemakkelijk voelen, dat zij dit dan moeten vertellen aan een volwassene die zij vertrouwen.

Het komt regelmatig voor dat kinderen seksueel misbruikt worden door een pedofiel die zij in een babbelbox hebben ontmoet. Wie dergelijke excessen en andere dubieuze contacten wil voorkomen, doet er goed aan te letten op de indicaties voor 'ongewenst contact'.

Wanneer kinderen erg geheimzinnig doen over de online activiteit of telkens het venster sluiten wanneer ouders de kamer binnenkomen, is dat een teken dat er problemen kunnen zijn.

Wat ouders kunnen doen om hun kinderen te helpen veilig te zijn op het internet?

    Is het een schande als je slimmer bent dan je ouders?
  1. Zij plaatsen de computer in een openbaar gebied van het huis, waar zij kunnen zien wat hun kind op het internet doet.
  2. Zij installeren software waarmee het type informatie dat hun kind via het internet kan krijgen wordt gefilterd of beperkt. Omdat filters niet alles kunnen tegenhouden wat schadelijk is, controleren ouders zelf de informatie die hun kind ontvangt.
  3. Zij praten met hun kinderen over hun gebruik van het internet. Hoe gebruik je het? Zorg dat je hun online vrienden net zo goed leert kennen als hun lokale vriendjes en vriendinnetjes. Wat zijn je favoriete internet sites?

Pornofilters kunnen ook worden misbruikt. In een irritante campagne van CompuServe worden vrouwen gestimuleerd om het surfgedrag van hun mannen aan ‘fatsoenlijke’ banden te leggen. Men gaat daarbij zelfs zover dat men het filter aanprijst omdat het sites met ‘seks’ en ‘bloot’ blokkeert. Op die manier worden ook websites met goede, educatieve, voorlichtende informatie over seksualiteit en seksueel overdraagbare ziektes in het verdomhoekje gezet. Zo verstoppen conservatieve ‘moraalridders van de informatiemaatschappij’ hun verborgen politieke agenda's in filterprogramma’s.

Nuttige Websites
  • Besafeonline
    Biedt advies en informatie voor ouders over (on)veiligheid van internet.
  • Cybercoaching
    Een cursus veilig internetten voor professionele opvoeders van kinderen en jongeren. De cursus wordt aangeboden door De Kinderconsument.
  • Kinderconsument
    Naast nuttig informatie en zelftests voor kinderen en jongeren organiseert de Kinderconsument o.a. de computerfiltertest voor en dus door jongeren.
  • Surf op Safe
    Informatie voor consumenten en kleinzakelijke gebruikers over veilig gebruik van internet. Met handige tips voor kinderen, ouders en docenten, achtergronden en links naar andere sites.
  • Stichting Veilig Online
    Biedt tips over veilig surfen voor leraren, ouders en kinderen.
  • Veiligophetweb
    Informatie over filtering, virussen, privacy, hackers en betalingen. Een initiatief van de Safe Internet Fountadion (SIF) welke in 1999 door de Internet Society Nederland is opgericht.
Naast zelfregulatie van individuele gebruikers en door ouders is er nog een ander niveau van zelfregulatie door gebruikers: de zelfregulatie door organisaties. Bedrijven en instellingen die hun personeel toegang bieden tot het internet kunnen een serie zelfregulerende maatregelen nemen. Binnen het bedrijf of instelling kunnen er ethische gedragscodes worden opgesteld en vastgelegd, er kunnen klachtencommissies worden opgericht die als meld- en regelkamer dienen voor ongewenste online intimiteiten, en er kunnen algemene of specifieke filters worden geplaatst die ervoor moeten zorgen dat personeelsleden geen toegang krijgen tot ongewenst of illegaal materiaal. Op veel scholen en bibliotheken zijn inmiddels filterprogramma's geïnstalleerd om de toegang tot ongewenste websites te blokkeren. Ook de Evangelisch Omroep, die het web wil zuiveren van porno, geweld en racisme, biedt een 'schone toegang' tot internet middels het FilterNet.

Bij de zelfregulatie van online groepen, netwerken, organisaties of gemeenschappen ligt de nadruk op sociale controle door middel van ethische gedragcodes (netiquette) en meer of minder sterk geformaliseerde gedragsregels. Het institutionaliseren van filters door organisaties stuit op dezelfde problemen die hiervoor besproken zijn.

Index


Zelfregulatie door internetproviders
Het vierde niveau van zelfregulatie is de regelgeving van de internet service providers (ISP's). Providers kunnen bijvoorbeeld besluiten dat pornografisch materiaal op hun servers per definitie achter een 'adult check' (leeftijdscontrole) gezet moet worden, zodat dit voor kinderen onder de 16 jaar niet of aanzienlijk moeilijker toegankelijk is. Providers kunnen ook zelf maatregelen nemen tegen kinderpornografisch materiaal.

In mei 1997 heeft de Nederlandse Vereniging van Internet Providers (NLIP) hiervoor — samen met internet gebruikers, de Centrale Inlichtingen en Recherchedienst (CRI) en het ECPAT — het Meldpunt Kinderporno opgericht, dat in de toekomst wordt uitgebreid tot andere uitingsdelicten, zoals het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). De Nederlandse internetproviders spannen zich - samen met politie/justitie en Europese en internationale instanties - in om illegale, volgens de vigerende Nederlandse wet- en regelgeving verboden, informatie zo snel mogelijk van het internet te verwijderen. Maar de providers maken ook duidelijk dat zij niet kunnen voorkomen dat er ergens op het internet illegale informatie staat die ook in Nederland bekeken kan worden. Gezien het internationale karakter van het internet en het grondwettelijk verbod op censuur ('vrijheid van meningsuiting') is deze import van illegaal materiaal zeer moeilijk te bestrijden.

In september 1996 werd in Engeland de Internet Watch Foundation (IWF) opgericht. De IWF heeft een e-mail, telefoon en fax hot-line waar gebruikers materiaal gerelateerd met kinderporno en ander illegaal of obsceen materiaal kunnen aanmelden. De IWF informeert alle providers wanneer zij ongewenste inhoud heeft gelokaliseerd.

Meldpunten Kinderporno
Europa
België
Duitsland
Engeland
Finland
Frankrijk
Ierland
Nederland
Noorwegen
Oostenrijk
Australië
USA

Voor een effectief optreden tegen kinderporno moeten de diverse meldpunten nauwer met elkaar samenwerken. Op Europees niveau is dit al moeilijk door de grote verschillen in de wetgeving van de lidstaten en door de verschillende achtergrond van de meldpunten. Om de samenwerking tussen de meldpunten te bevorderen heeft de Europese Commissie een speciaal programma opgezet, Internet Hotline Providers in Europe (INHOPE). Inhope streeft naar een veilige omgeving voor internetgebruikers waarin kinderen worden beschermd en de privacy en waardigheid van Europese burgers wordt gerespecteerd. Het programma staat onder toezicht van Childnet International, een non-gouvernementele organisatie die opkomt voor de belangen van kinderen. In het kader van het 'Actieplan voor een veilig Internet' heeft de Europese Commissie geld beschikbaar gesteld voor Inhope.

Het is onjuist te veronderstellen dat providers alleen verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor inhoud die door derde partijen op het internet wordt gezet. Het werkelijke probleem ligt elders: in de lokale en niet in de virtuele wereld, waar kinderpornografisch materiaal wordt gemaakt. Zolang dergelijk materiaal geproduceerd wordt, kan er nooit een totale oplossing komen voor haar beschikbaarheid via het internet. Het internet is gewoon weer een nieuw en handig medium voor pedofielen die dergelijk materiaal willen verspreiden.

Wie strafrechtelijk materiaal via het internet aanbiedt begaat een strafbaar feit. Maar ook tussenpersonen of intermediairen kunnen aansprakelijk worden gesteld voor uitingsdelicten (zoals racisme, kinderpornografie) die op het internet worden gedaan. Internet providers zijn tussenpersonen, die net als alle andere burgers een eigen "verantwoordelijkheid volgens de wet" hebben [art. 7 lid 1 Grondwet]. Wanneer providers bij de openbaarmaking of verspreiding van bepaald informatie onvoldoende zorg betrachten en weten of redelijkerwijs kunnen weten dat het om strafbaar materiaal gaat, maken zij zich mogelijk schuldig aan een verspreidingsdelict of medeplichtigheid daaraan.

Index


Zelfregulatie van pornobusiness
Veel webpagina’s met seksueel expliciet materiaal beschermen zichzelf met passwords die een credit card nummer vereisen. Bijvoorbeeld Adultcheck is een van de belangrijke Amerikaanse ondernemingen die webpagina's reguleren met seksueel expliciete (lees: erotische of pornografische) inhoud. Het systeem vereist dat zowel de instemmende volwassenen als de providers geregistreerd worden door betalende abonnees om username en passwords te krijgen. Hierdoor probeert de pornoindustrie zichzelf te reguleren. Dat is eigen belang, omdat zij de substantiële winst die elk jaar in de pornoindustrie gemaakt wordt wil veiligstellen. Volgens schattingen is de pornografie (inclusief kinderpornografie) een business van 8 tot 10 miljard dollar per jaar. Er wordt ook gezegd dat het op drugs en gokken na het beste melkkoetje is van de georganiseerde misdaad.

Index


Zelfregulatie van internationale organisaties en netwerken
Er zijn diverse internationale organisaties en netwerken die zich inspannen om seksueel misbruik van kinderen (en daarvan afgeleide kinderpornografie) te bestrijden en kinderen te beschermen tegen schadelijk materiaal. Zij geven voorlichting en doen onderzoek, zij initiëren acties en spelen waakhond. Zij vormen een internationaal netwerk van uitkijkposten om het internet effectief te reguleren.

Pedofiel Sekstoerisme
In sommige delen van de toerisme-industrie (reisorganisaties, tour operators, gidsen) wordt een 'Code of Conduct' ontwikkeld die pedofiel sekstoerisme moet tegengaan. In de Zweede toerisme-industrie zijn voorstellen gedaan om ethische regels met betrekking tot pedofiel sekstoerisme op te stellen, de eigen staf (in binnen- en buitenland) te trainen over het thema pedofiel sekstoerisme, speciale clausules in contracten met hotels en andere partners in te bouwen, en voorlichting te geven aan reizigers.
Een van die internationale organisaties is ECPAT [End Child Prostitution, Pornography and Trafficking]. Deze non-gouvernementele instelling organiseert diverse acties en campagnes tegen seksuele exploitatie van kinderen en tegen kinderpornografie. Het ECPAT concentreert haar acties op bestrijding van kinderpornografie op het internet en op de bescherming van kinderen online. Daarnaast voert zij campagne tegen kinderprostitutie in het Aziatisch toerisme. Ook een aantal toeristische en reisorganisaties hebben laten zien dat zij bereid zijn om zich te keren tegen kinderseks-toerisme.

Ook vanuit de Unesco zijn acties tegen kinderpornografie ondernomen. In januari 1999 werd onder auspiciën van de Unesco een wereldwijde actiegroep opgericht die veilig navigeren op het internet door kinderen en jongeren wil bevorderen en ze tegelijkertijd wil beschermen tegen pedofilie-gerelateerde misdaden op het internet. Zij wil het internet veilig maken voor kinderen zonder de vrijheid van meningsuiting in gevaar te brengen. In het Declaration and Action Plan wordt benadrukt dat het beschermen van kinderen op het internet geen kwestie van censuur is.

Dat bescherming van kinderen op het internet noodzakelijk is blijkt uit een onderzoek van het National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC). Daaruit bleek dat een op de vijf kinderen die het internet gebruiken seksueel werd benaderd (in veel gevallen door andere adolescenten en teenagers), en dat een op de vier kinderen ongevraagd werd blootgesteld aan pornografie.

Het World Wide Web Consortium (W3C) ontwikkelt technologiën (specificaties, richtlijnen, software en instrumenten) die ervoor moeten zorgen dat het Web zijn volledige potentie kan ontwikkelen als forum voor informatie, commercie, communicatie en wederzijds begrip. Voor regulatie van (kinder)pornografie is deze organisatie niet erg interessant. Dat neemt niet weg dat het Web Accessibility Initiative (WAI) een belangrijke bijdrage levert aan het slechten van barrières die de toegang van gehandicapten (blinden en slechtzienden, doven en slechthorenden) tot het internet versperren. "The power of the Web is in its universality. Access by everyone regeardless of disability is an essential aspect" [Tim Berner-Lee, W3C directeur en uitvinder van het WWW].

Index Externe regulatie: wetten en dwang

Misdaden bestrijden en misdadigers aanpakken
De beschikbaarheid en verspreiding van kinderporno moet worden bestreden, op het internet en daarbuiten. Politie en justitie maken geen onderscheid of de overtreding wordt begaan op de Amsterdamse wallen of het internationale internet. De belangrijkste zorg van justitiële en politionele gezagsdragers is echter de preventie van kindermisbruik - dat wil zeggen het betrekken van kinderen in de productie van pornografie - en niet de slachtofferloze discussies en fantasieën van volwassenen.

Kinderporno bestaat niet alleen uit beeldmateriaal van de ‘crime scene’ van seksueel misbruik en exploitatie van kinderen, maar is ook een mogelijk instrument voor toekomstig crimineel misbruik en exploitatie van andere kinderen. In veel landen wordt kinderporno als ‘immoreel’ en ‘illegaal’ beschouwd. De Nederlandse wetgeving is gericht op het bestrijden van kinderporno op het internet en daarbuiten. Maar veel pedofielen opereren in indernationaal verband. De centrale doelgroep zouden de producenten en distibuteurs van kinderporno moeten zijn, en niet zozeer de bezitters.

Het overheidsoptreden richt zich zowel op de productie en verspreiding van kinderpornografie op het internet (en elders) als op de verspreiding van seksueel expliciet materiaal dat voor kinderen ongeschikt is. Zo'n regulerende actie moet echter niet de vorm aannemen van een onvoorwaardelijk verbod op het gebruik van het internet om erotisch of pornografisch materiaal te verspreiden, terwijl dit vrij beschikbaar is voor volwassenen in andere media.

Index


Internationale Verdragen
Internationaal gezien is er een grote concensus over het feit dat kinderporno bestreden moet worden. Maar er heerst verdeeldheid over de manier waarop dit moet gebeuren. In sommige landen bestaan nauwelijks wetgeving tegen misbruik van kinderen. Dit belemmert internationale samenwerking bij zowel het onderzoek naar kinderpornografie als het verzamelen van het bewijs tegen en uitlevering van kinderpornografen. Deskundige politici zijn het erover eens dat het vervaardigen van effectieve wetten en mogelijkheden voor wetshandhaving internationaal aangepakt moeten worden.

In het Verdrag van de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties dat in september 1990 in werking trad, verbinden de staten zich ertoe "het kind te beschermen tegen alle vormen van seksuele exploitatie en seksueel misbruik" [art. 34]. De staten verplichten zich maateregelen te nemen om te voorkomen dat een kind wordt aangespoord of gedwongen deel te nemen aan onwettige seksuele activiteiten, dat kinderen worden geëxploiteerd in de prostitutie of andere onwettige seksuele praktijken, of dat kinderen worden geëxploiteerd in pornografische voorstellingen en pornografisch materiaal. Het verdrag is door bijna alle landen geratificeerd, behalve de VS en Somalië.

Index


Europese Aanbevelingen
In 1998 stelde de Raad van Ministers van de EU een aanbeveling op over de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke media-inhoud. De EU treedt op voor de bescherming van minderjaren en van de menselijke waardigheid. De bescherming van deze ‘Europese waarden’ moet gebaseerd zijn op de fundamentele beginselen van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en van de vrijheid van meningsuiting [art. 8 en 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; art. F.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie].

In de Aanbeveling wordt een onderscheid gemaakt tussen illegale inhoud die de menselijke waardigheid aantast en inhoud die legaal is maar minderjarigen in hun lichamelijke, geestelijk of morele ontwikkeling kan schaden. Beide problemen vereisen een verschillende benadering.

De Raad bepleit een versterking van nationale maatregelen door communautaire coördinatie en uitwisseling van goede praktijken. Daarbij moet rekening worden gehouden met "de verscheidenheid van de culturen" en "nationale en plaatselijke gevoeligheden". Zij roept het bedrijfsleven op om een nationaal en communautair reguleringskader tot stand te brengen door samenwerking tussen het bedrijfsleven en andere betrokken partijen. De verwachting is dat hierdoor niet alleen sneller praktische oplossingen gevonden kunnen worden voor illegale en schadelijke inhoud op het internet, maar dat ook de flexibiliteit behouden blijft welke nodig is om de snelle ontwikkeling van audiovisuele en informatiediensten bij te houden. De Raad roept tenslotte op tot het oprichten van meldpunten voor klachten en voor transnationale samenwerking tussen de instanties die klachten behandelen.

Twee jaar later evalueerde de Europese Commissie de implementatie van de aanbevelingen in de lidstaten. Hoewel er bemoedigende resultaten werden behaald concluderen de ministers ook dat de gebruikers onvoldoende bij betrokken werden bij het bepalen, uitvoeren en evalueren van nationale maatregelen en initiatieven [de relevante teksten over Europese regelgeving op het gebied van de audiovisuele media zijn bijeengebracht].

Index


Nederlandse Wetgeving
Wetsartikel Kinderpornografie
Artikel 240b Wetboek van Strafrecht
  1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die een afbeelding — of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding — van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreidt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of in voorraad heeft.

  2. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die van het plegen van een van de misdrijven, omschreven in het eerste lid, een beroep of een gewoonte maakt.
De productie en verspreiding van kinderporno op commerciële basis wordt beschouwd als een ernstiger en strafwaardiger vorm van kinderporno dat niet-commerciële activiteiten met betrekking tot kinderporno. Daarom hangt voor degenen die van de productie of verspreiding van kinderporno een beroep of gewoonte maken een zwaardere maximumstraf boven het hoofd dan voor de plegers van deze feiten zonder meer.

Uit het eerste lid is de passage vervallen waarin staat dat degene die een dergelijke afbeelding in voorraad heeft niet strafbaar is wanneer vaststaat dat hij deze voor een wetenschappelijk, educatief of therapeutisch doel gebruikt.

Volgens de oude wet bestond strafbare kinderpornografie uit een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij kinderen betrokken zijn tot 16 jaar. Sinds de wetswijziging van 2002 is dit veranderd in 18 jaar.

Sinds november 1997 speurt justitie in Nederland actief naar kinderporno op internet. De ontwikkelingen op het internet worden in de gaten gehouden en met buitenlandse politie-instanties wordt informatie uitgewisseld. Voor de Nederlandse wetgever is het nadrukkelijk "niet de bedoeling derden te behoeden voor kennisneming van seksueel prikkelend beeldmateriaal of om uiting te geven aan bepaalde zedelijke opvattingen" [Aanwijzing Kinderporno]. Op grond van art. 240b Wetboek van Strafrecht kan strafrechtelijk worden opgetreden bij verdenking van kinderporno vanuit de intentie om kinderen te beschermen tegen seksueel misbruik. “Seksueel misbruik van kinderen en het vastleggen van dat misbruik in beelden vormen een ernstige bedreiging voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van kinderen” [Minister W. Sorgdrager, Nota bij art. 240b van 20.2.95].

Kinderporno bestaat uit een reeks met elkaar samenhangende en elkaar begunstigende strafbare feiten: seksueel misbruik van kinderen, de productie van daarop gebaseerde kinderpornografie en de openbaarmaking en verhandeling daarvan. Primair staat de bestrijdging van het 'originaire' zedendelict, het daadwerkelijke seksueel misbruik van kinderen. Optreden tegen de bron van kinderpornografie is echter niet altijd mogelijk, vooral wanneer deze buiten Nederland wordt vervaardigd. Effectieve bestrijding van de vervaardiging van kinderpornografie gaat hand in hand met een effectief strafrechtelijk optreden tegen de verspreiding daarvan. In Nederland is nu ook het in voorraad hebben van kinderpornografie strafbaar — ongeacht of men dit bezit voor privé doeleinden wil gebruiken of voor commerciële uitbating. "Het in voorraad hebben van kinderpornografie bouwt rechtstreeks of door middel van verspreiding voort op en profiteert van ten aanzien van kinderen gepleegde zedendelicten" [Memorie van Toelichting].

Niet strafbaar zijn afbeeldingen van geheel of gedeeltelijk ontblote kinderen. De afbeelding van een jeugdige in geheel of gedeeltelijk naakte staat is meestal een afbeelding van een niet-seksuele gedraging, ook al kan zo'n afbeelding op sommige liefhebbers van dit soort afbeeldingen een seksueel prikkelende uitwerking hebben. Eveneens niet strafbaar was de productie, verspreiding of in bezit hebben van beeldmateriaal bij de vervaardiging waarvan niet een echt kind betrokken is geweest, maar waarin een werkelijke seksuele gedraging wordt nagebootst ('fictieve kinderporno'). Strafrechtelijke vervolging werd hier aanvankelijk niet gewenst geacht omdat daarbij geen reëel persoon betrokken is. Door moderne computertechnieken is het mogelijk afbeeldingen te produceren die gedragingen weergeven die niet of nauwelijks van echt zijn te onderscheiden. Van kinderpornografie was dus alleen sprake wanneer het ging om een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een kind is betrokken. Kinderporno is immers strafbaar om kinderen tegen seksueel misbruik te behoeden, niet om mensen ervan te weerhouden kennis te nemen van seksueel prikkelend beeldmateriaal.

In januari 2001 stelde de minister van justitie Korthals op dit punt een wijziging in het Wetboek van Strafrecht voor waarin kinderporno voortaan ook stafbaar is als het pornografisch karakter van een afbeelding is verkregen door een digitale montage, zonder dat een kind daadwerkelijk fysiek is misbruikt. In de Memorie van Antwoord [17.5.2002] wordt geargumenteerd waarom ook het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van virtuele kinderporno strafbaar moet worden gesteld.

Met het voorstel ook 'virtuele' of 'fictieve' kinderpornografie strafbaar te stellen sluit de minister aan bij de Europese ontwerpconventie tegen cybermisdaad van de Raad van Europa. Die tekst spreekt zich uit tegen morphed (uit afbeeldingen vervaardigde) kinderpornografie. In juli 2002 ging de Eerste Kamer met ruime meerderheid akkoord met deze wijziging, zoals eerder de Tweede Kamer. In april van hetzelfde jaar veegde het Hooggerechtshof van de VS de vloer aan met een vergelijkbare wetsbepaling. Volgens het hof was dit verbod op fictieve kinderporno beneden de maat van de constitutionele bescherming van de vrije meningsuiting. Het hof was niet onder de indruk van het argument dat virtuele kinderporno gebruikt zou kunnen worden voor het verleiden van echte kinderen of pedofielen zou kunnen aanmoedigen kinderen te misbruiken.

Maar in Nederland is sinds 1 oktober 2002 ook het produceren, verspreiden en in bezit hebben van virtuele kinderporno strafbaar. De strafbaarstelling daarvan wordt verdedigd met het argument dat virtuele kinderporno kan aanzetten tot seksueel misbruik van reële kinderen. Kinderen zouden het risico lopen daarvan slachtoffer te worden en daarom zouden personen die zich aan zulke digitaal gemanipuleerde plaatjes en animaties verlustigen moeten worden aangepakt [Memorie van toelichting, 2002]. Daarmee wordt echter gedeeltelijk het uitgangspunt verlaten dat het kinderpornoartikel dient ter bescherming van het kind [Moerings 2003]. Tegelijkertijd werd de minimumleeftijd voor deelname in pornografie verhoogd van zestien naar achttien jaar.

Virtuele kinderporno
Het Hooggerechtshhof in de VS vleegde in april 2001 de vloer aan met het verbod op virtuele kinderporno zoals deze was vastgelegd in de Child Pornography Prevention Act van 1996 (CPPA). Voor de strafbaarstelling van virtuele kinderporno werden vier rechtvaardigingsgronden aangevoerd, die stuk voor stuk door het Hooggerechtshof werden getorpedeerd.
  1. Virtuele pornografie kan gebruikt worden voor het verleiden van echte kinderen. Dit geldt echter ook voor snoepgoed of cartoons. Daarom is dit geen reden ze te verbieden.

  2. Virtuele pornografie stimuleert de appetijt van pedofielen. Maar een overheid kan de wetgeving niet baseren op de wenselijkheid van iemands privé-gedachten te controleren. Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen woord en daad, gedachten en gedrag. Het strafbaarstellen van opwindende gedachten of seksueel geladen emoties zou een grove inbreuk zijn op de persoonlijke levenssfeer [Ybo Buruma 2002].

  3. Virtuele pornografie is moeilijk te onderscheiden van echte en maakt deel uit van dezelfde markt. Als het inderdaad zo moeilijk is om onderscheid te maken tussen echte en virtuele kinderporno dan zouden producenten en gebruikers het risico om voor kindermisbruik te worden opgepakt vermijden en massaal uitwijken naar computer-gemanipuleerd beeldmateriaal.

  4. Omdat het zo moeilijk is aan te tonen dat een beeld echt is en niet virtueel, moeten beide verboden worden. Hiermee wordt de vrijheid van meningsuiting op zijn kop gezet. De geoorloofdheid van een uiting kan niet afhangen van de ongeoorloofdheid van een andere uiting. Een bewijsprobleem is geen goede grond om een constitutiële vrijheid aan te tasten.

Virtuele kinderporno is strafbaar gesteld omdat dit soort materiaal seksueel misbruik van kinderen suggereert. “Ook afbeeldingen die niet evident levensecht zijn, kunnen seksueel misbruik van kinderen suggereren of deel uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert” [Ministerie van Justitie, 4.4.07].

Maar ook afbeeldingen in misdaadserie die niet evident levensecht zijn, kunnen criminele praktijken suggereren die deel uitmaken van een subcultuur die diefstal en moord bevordert.

Index


Surveilleren op internet
Veel mensen wanen zich veilig op het internet en denken dat zij zich volledig anoniem achter hun computer kunnen verstoppen. Zij beseffen zich niet hoeveel digitale sporen zij nalaten en nemen dus niet de moeite om hun surf- en download gedrag te beveiligen. Internetteams van de politie hebben in korte tijd met opvallend succes gespeurd naar kinderporno op het internet. Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) begon in augustus en september 1998 haar virtuele surveillances in honderd geselecteerde nieuwsgroepen op internet, waarover het vermoeden bestond dat er kinderporno werd verspreid. Alle berichten en afbeeldingen die in de nieuwsgroepen circuleerden werden in computers opgeslagen, bekeken en geregistreerd. Daarbij werden 2.556 verschillende afbeeldingen met kinderporno aangetroffen. Vier in Nederland woonachtige verspreiders werden zo in zes weken getraceerd. Verspreiders van kinderporno leken makkelijker op te sporen dan zij zelf denken.

Rechtshandhaving in het WildWestWeb
In juli 1998 werd in Nederland een kinderpornografisch netwerk opgerold dat jonge peuters misbruikte en afbeeldingen hiervan verspreide op internet. Een verdachte uit Zandvoort was de Duitser Gerry Ulrich die in Italië werd vermoord en die in juni 1997 al werd veroordeeld voor het plegen van ontucht met een 14-jarige jongen. Bij hem werden duizenden extreem schokkende afbeeldingen gevonden. Sommige van de mishandelde kinderen waren peuters van twaalf tot vijftien maanden oud. Zelfs ervaren specialisten waren geschokt door de getoonde gruwelpraktijken. De kinder- en jeugdpsycholoog W. Wolters volgt al zo’n vijfentwintig jaar wat er aan kinderporno wordt gemaakt. Dit materiaal was het gruwelijkst dat hij ooit zag.
    “In de kinderporno die ik ken, zit vaak nog iets van spel, iets van verleiding. Iets van tederheid soms. Het is misbruik, maar er wordt ook wel eens in gestreeld, een grapje gemaakt. Het gewelddadige in déze beelden is onvoorstelbaar, de smerigheid zonder enig gevoel, zeer hard” [NRC, 21.7.98]
De vraag is of Nederland door zijn burgerlijk-liberale en —internationaal gezien— zelfs libertaire zedenbeleid een voedingsbodem voor kinderporno heeft gecreëerd. De buitenlandse pers was hierover tamelijk eensgezind: Nederland was en is een belangrijk productie- en distributieland van kinderporno.
De Zandvoortse zaak heeft niet alleen aan het licht gebracht dat het mogelijk is om jarenlang straffeloos via internet kinderpornografische beelden te verzamelen en door te verkopen.
    “De Zandvoortste kinderpornozaak heeft voor velen de eigenschappen van het wereldwijde computernetwerk Internet eerst goed duidelijk gemaakt. Ook na inbeslagneming van de computers en diskettes door de politie bleef (en blijft) het pornografische materiaal via Internet beschikbaar. Internet is het medium met letterlijk onbegrensde mogelijkheden — alles wat er aan teksten, afbeeldingen of geluid in de wereld verkrijgbaar is, kan eindeloos worden gereproduceerd en verzonden. Pogingen van wetgevers, rechters of gebruikers om regels te stellen raken snel achterhaald in de digitale praktijk” [NRC, 1.8.98]
Pas achteraf werd duidelijk dat het Zandvoortse kinderpornonetwerk het werk van één gevaarlijke hobbyist was. Er bleek geen enkel bewijs te zijn dat hier ging om een internationale organisatie van producenten van kinderpornografie [verklaring van Haarlemse hoofdofficier van justitie H. van Brummen, op 26.4.99]. Zijn netwerk van pedofielen was een simpele ruilbeurs. Ulrich kopieerde zijn afbeeldingen van internet, verkocht ze buiten het internet om via zijn bulletin-board Apollo, en zijn afnemers zetten de afbeeldingen weer op het internet.

Voor politie en justitie is en blijft de verspreiding van kinderporno via internet een hardnekkig en lastig te bestrijden fenomeen. De Nederlandse politie heeft de laatste jaren de bestrijding van kinderpornografie hoger op de prioriteitenlijst gezet. Elk korps heeft minstens een expert Jeugd- en Zedenzaken die zich hiermee bezighoudt. De samenwerkingsverbanden met externe partijen zoals het Openbaar Ministerie en de hulpverlening is uitgebreid. De informatieuitwisseling is verbeterd door de opbouw van drie databanken. De landelijke databank van het KLPD vervult een bibliotheekfunctie en bevat tienduizenden afbeeldingen. Het KIDS-systeem dat ontwikkeld is door de politie Amsterdam-Amstelland vervult een recherchefunctie. Het VICLAS-systeem van de Centrale Recherche van het KLPD vervult een registratiefunctie en bevat informatie over moord- en zedenzaken (verkrachtingen, aanrandingen en schennis van de eerbaarheid). Naast de standaardgegevens van een zaak worden daarin met name gegevens vastgelegd over gedrag en modus operandi. Hoewel de koppeling tussen deze databanken nog niet gerealiseerd is, wordt op diverse manieren relevante informatie uitgewisseld.

De surveillance op het internet reageert op signalen van kinderpornografie. Met behulp van informatie van de Meldpunten worden verspreiders en makers van kinderporno geïdentificeerd en virtuele kinderpornonetwerken in kaart gebracht. Ook het tappen van en infiltreren in deze netwerken behoort tot het actierepertoire.

Inmiddels zit het Meldpunt Kinderporno met de handen in het haar. Enerzijds neemt het aantal meldingen hand over hand toe en wordt ook de aard van de meldingen steeds complexer. Anderzijds draaien de Nederlandse en Europese overheid de geldkraan steeds verder dicht. Om het steeds maar toenemende aantal meldingen te kunnen behandelen, is uitbreiding van het budget nodig. Omdat de ministeries en Europese Commissie bezuinigingen doorvoeren is het Meldpunt op zoek naar sponsors voor financiële ondersteuning [Meldpunt Kinderporno, 28.3.14].

De verwerking van meldingen wordt steeds complexer. In het begin draaide het meestal om kinderpornografische websites die makkelijk te traceren zijn. “Nu zijn er echter ook chatboxen en p2p-netwerken als KaZaA. Dat is een stuk lastiger te controleren. We komen niet meer aan alle meldingen toe” [Christine Karman, voorzitter van de Stichting Meldpunt Kinderporno, in: Webwereld, 23.5.2003]. De verspreiding van kinderporno via e-mail, chatboxen, p2p-netwerken, instant messaging en MSN-groepen is moeilijk te traceren en te documenteren voor aangifte bij de politie. Daarom kan de organisatie betrekkelijk weinig doen met dit soort meldingen. Des te opmerkelijker was het dat de overheid haar subsidie aan de Stichting Meldpunt Kinderporno verlaagde. In 2003 kreeg de stichting een subsidie van 56.000 euro. Slechts de helft daarvan werd daadwerkelijk ontvangen. Ook de Europese Unie geeft subsidie, maar die wordt ook steeds kleiner (zij heeft 9 maanden nodig om een declaratie daadwerkelijk uit te betalen).


Personage in typische mangastijl.
In de Nederlandse wetgeving is het produceren, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno verboden. In een aantal landen is ontstond discussie over de vraag of ook het surfen naar kinderpornografisch materiaal verboden moet worden. Canada was het eerste land ter wereld waarin zo’n verbod wordt doorgevoerd. De federale regering van Ottawa stelde in 2002 het surfen naar kinderporno op het internet strafbaar. De wet strekt zich ook uit over artistieke representaties: stripverhalen (Manga, Manhwa, Manhua) en animatiefilms (Anime) en andere vormen van ‘kinderporno’ waarvoor geen enkel kind misbruikt wordt. Onder deze wetgeving zou een van de hoogtepunten uit de literatuur van de twintigste eeuw, Nabokov’s Lolita, nooit gepubliceerd of verfilmd zijn geworden. Het zou opnieuw worden afgedaan als ietsdat in strijd is met ‘alle goede zeden’.

Burgerrechten organisaties — zoals de Canadian Civil Liberties Association (CCLA)— vrezen dat dergelijke wetten leiden tot een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Het valt niet te ontkennen dat de vrijheid van het individu door zo’n nieuwe wet wordt ingeperkt. Zoals altijd stelt de vrijheid van de een bijna per definitie grenzen aan de vrijheid van een ander. De vraag blijft hoe men de rechten van burgers afweegt ten opzichte van de rechten van kinderen. Er zijn goede conventionele en morele argumenten om in dit geval de rechten van de kinderen te laten prevaleren. Maar er zijn even goede argumenten om geen grenzen te stellen aan de uitingen van artistieke of literaire fantasiën van burgers. In een democratische rechtsstaat past geen verbod op uiting van fantasieën (ook al zijn deze nog zo ‘pervers’) zolang deze de gelijke vrijheid van anderen niet bruskeert.

Index Informatiebronnen

  1. CyberSex & CyberPorn - SocioSite
    Online bronnen over cyberseks en cyberpornografie.

  2. Sociaal-psychologische bronnen op Internet -SocioSite

  3. Akdeniz, Yaman

  4. Benschop, Albert

  5. Bertelsmann
    Selbstregulierung von Internet-Inhalten
    De Bertellsman Stichting ontwikkelde een eigen systeem voor zelfregulatie met gedragscodes voor de internet-industrie, met een systeem van waardering en filtering, met internet meldpunten en met voorstellen voor strafvervolging van illegale inhoud. De centrale boodschap is dat een filtersysteem voor 'problematische inhoud' ontwikkeld moet worden dat zowel recht doet aan het recht op informatievrijheid als tegemoet komt aan de gerechtvaardigde zorgen van ouders en leraren dat de kinderen niet aan elke inhoud bloot gesteld mogen worden.

  6. Bilstand, Blake T.

  7. Carlsson, Ulla [1999]
    Child Pornography on the Internet - Research and Information
    In: New from ICCVOS, 3(1), 1999, pp. 4-5.

  8. Childnet International
    Een internationale organisatie die zich inzet om van het internet een veilige plaats voor kinderen te maken.

  9. Fournier de Saint Mauer, Agnès [1999]
    Sexual Abuse of Children on the Internet: A New Challenge for INTERPOL.
    Paper voor de Expert Meeting bij UNESCO op 18-19 januari 1999. Specialized Crime Unit, Interpol General Secretariat.

  10. Hunt, A, / Wickham, G. [1994]
    Foucault and Law: Towards a Sociology of Law as Governance.
    Pluto Press.

  11. Hunt, Lynn [1996]
    The Invention of Pornography. Obscenity and the Origins of Modernity 1500-1800.
    Zone Books.

  12. Landis, David [1994]
    Sex, Laws & Cyberspace; Regulating Porn: Does it Compute?
    USA TODAY, Aug. 9, 1994.

  13. Meldpunt Kinderporno
    Jaarverslagen: 2002 | 2003 | 2004 | 2005 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013

  14. Minister van Justitie - A.H. Korthals [2002]
    Memorie van Antwoord - 17 juni 2002

  15. Moerings, Martin [1999]
    De verbeten strijd tegen pedosex en kinderporno.
    In: M. Moerings, C. M. Pelser en C.H. Brants (red.), Morele kwesties in het strafrecht, Gouda Quint, Deventer, 1999, pp 171-194.

  16. Moerings, Martin [2003]
    Virtuele kinderporno.
    In: Ars Aequi, jan. 2003, 52: 26-30.

  17. NRC
    Dossier Kinderporno

  18. NRC
    Dossier Filteren

  19. O'Connell, Rachel [1999] (University College, Cork, Ierland)
    Paedophile Networking and the Internet Newsgroups
    In: New from ICCVOS, 3(1), 1999, pp. 6-7.

  20. Peacefire
    Een anti-filtering jongerenorganisatie die uitgebreide informatie biedt over blokkeermethoden van diverse programma's en methodes om filtersoftware te omzeilen.

  21. PICS™
    Het World Wide Web Consortium (W3C) laat zien welke middelen men kan gebruiken om materiaal op internet te selecteren en te blokkeren.

  22. Reidenberg, Joel R. [1996]
    Governing Networks and Cyberspace Rule-Making.
    Emory Law Journal 45.

  23. Surf Save
    In december 2001 werd de werkgroep "Veilig Internet voor kinderen" opgericht op initiatief van Profit for the World's Children in samenwerking met het Meldpunt Kinderporno op Internet en de kinderrechtenorganisaties ECPAT en Save the Children. Om een veiliger internet voor kinderen te realiseren wil de werkgroep een nationale 'Surf Safe'-week en een 'Surf Safe'-campagne organiseren. Het Meldpunt onderzoekt de mogelijkheden van een breed gedragen 'Surf Safe'-campagne in samenwerking met NLIP, ISP's, portals en chatroom-exploitanten. Daarbij worden ook de overheid en onderwijsinstellingen betrokken.

  24. UNESCO [1999]
    Children and Violence on the Screen
    Report from the Expert Meeting at UNESCO on Sexual Abuse of Children, Child Pornography and Paedophilia on the Internet. 18-19 januari, 1999.

  25. Wallace, J. / Mangan, M. [1996]
    Sex, Laws, and Cyberspace.
    New York: Henry, Holt, and Company.

  26. Williams, NigelM [1998]
    Content Rating and Blocking - Protecting Children and Maintaining Cultural Districtiveness
    In: New from ICCVOS, 2/1998, pp. 6-7.
Index
Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

09 October, 2014
Eerst gepubliceerd: September, 2000