| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
dr. Albert Benschop
| Aan gene zijde van het navigatieprobleem |
|---|
Navigatie is in principe een eenvoudig probleem: hoe vind je je doel bereiken in een omgeving die je nog niet kent? Navigatie is het totale bewegingsproces door een lokale of virtuele omgeving. Dit proces bestaat uit twee delen: het reizen (ook wel locomotie genoemd, refereert aan de feitelijke beweging van de huidige locatie naar een nieuwe locatie) en het vinden van de weg (het cognitieve besluitvormingsproces waardoor de beweging wordt gepland).
Navigatie is een van de meest cruciale aspecten van het ontwerpen van websites. In een educatieve website moet men gemakkelijk z'n weg kunnen vinden. De kunst is om sites zo te bouwen dat mensen zich daarin snel thuis voelen. Maar men moet het niet eenvoudiger proberen te maken dan het is. Er zijn diverse hulpmiddelen voor navigatie die studenten helpen te vinden waarnaar zij zoeken. Laat zien hoe het leermateriaal is gestructureerd. Geef daarom een duidelijke algemeen beeld van de website als geheel, en van de plaats waar men op dat moment is. Laat studenten niet stranden in doodlopende wegen en circulaire richtingen. Maak een navigatiestructuur waarmee men gemakkelijk kan navigeren tussen de verschillende niveaus van een website. Het is de taak van een ontwerper om de leerervaring te structureren.
Door zijn aard nodigt het World Wide Web uit om van de ene site, pagina of gedachte naar een andere te springen. Het lezen van een boek is in essentie een lineair proces. Je begint aan het begin en leest tot het einde. Sommige boeken zijn zo ontworpen dat je er in willekeurige volgorde stukjes uit kunt lezen. Je hoeft het hele boek niet te lezen, maar de stukken die je leest, worden op lineaire wijze gelezen.
|
We betreden nu het tijdperk van het furieuze messenslijpen. Gebruikers willen hun informatie nu, en verschrikte webmasters en -mistresses trekken alles uit de kast om tegemoet te komen aan de navigationele behoeften van deze angstige consumenten" [Peter Morville, Mapping Your Site, 27.9.98]. |
In de vroege dagen van het internet waren veel sites onoverzichtelijk en frusterend om te gebruiken. Daarom adopteerden webontwerpers een paar rigide instrumenten en regels. Zij vertelden dat we onze sites hiërarchisch moesten organiseren, overal navigatiebalken en menu's plaatsen, op elke pagina identieke keuzes moesten aanbieden, en complexe linkpatronen moesten vermijden (zoals combinaties van hiërchische, lineaire - of laterale - en transversale links).
De hoogste deugd van het webontwerp van een 'consistente navigatiestructuur'. Elke pagina zou een top-banner en een menubalk aan zijkant en onderkant moeten hebben. En elk deel van de subsite zou identieke navigatiekeuzes moeten bieden.
Een rigide webontwerp lijkt erg efficiënt en kostenbesparend, vooral wanneer het om grote websites gaat. Maar een te grote starheid kan erg duur zijn. De belangrijkste kostenpost is dat je de aandacht van de gebruikers kunt verliezen. De eindeloze herhaling van navigatie-centra (zoals de home page en andere navigationele bakens) kan het verkeerde signaal uitzenden.
De ontwikkeling en het het gebruik van het WWW zijn echter het laatste decennium enorm toegenomen. De lezers van vandaag hebben veel meer ervaring in het lezen van hyperteksten. Het NavigatieProbleem zou wel eens minder grimmig kunnen zijn dan het op het eerste gezicht leek te zijn. Lezers en leerlingen raakte niet verdwaald in cyberspace. Tijdelijke desoriëntatie is gebruikelijk bij elk soort serieus schrijven, lezen en leren. Desoriëntatie heeft niet alleen negatieve effecten op leren.
Rigide ontwerpers beschouwen onregelmatigheden als een fout die gecorrigeerd moet worden. Elke plek moet zich precies zo gedragen als verwacht wordt en elk pad moet duidelijk worden gedemarkeerd. Bovendien wordt iedereen geacht dezelfde bekende paden te betreden. Daartegenvoer benadrukt Bernstein juist de deugd van de onregelmatigheid.
In 'Seven Lessons from Gardening' verklaart hij hoe de belofte van het onverwachte waar kunnen maken zonder de dreiging van het oerwoud. Goede navigatie is voornamelijk een kwestie van gezond verstand. Verschillende typen sites vereisen telkens andere navigatiestructuren. Maar er is minstens een basisprincipe dat voor alle sites lijkt te gelden, in ieder geval voor bijna alle educatieve sites: goed ontworpen websites zijn geneigd om gelijksoortige navigatiestructuren te gebruiken. Een goede navigatie begint met de allereerste pagina die studenten zien.
Navigatie Mechanismen
|
|---|
Hoe zouden hypermediale documenten moeten worden gestructureerd en welke navigatiemechanismen zouden moeten worde ingebouwd zodat studenten zichzelf kunnen oriënteren in grote informatieruimtes?
Om richting te geven aan de bezoekers van een site kan gebruik gemaakt worden van tekstuele of grafische menu's, sitekaarten, pijlen en knoppen. Deze componenten van een website bieden een rijke combinatie van gestructureerde inhoud en navigatiemechanismen. Welke typen navigatiemechanismen zijn er? We zoeken dus naar een bruikbare classificatie van navigatie-instrumenten voor hypertekstuele documenten. De meeste classificaties zijn te grof. Veel auteurs opereren met deze drieledige taxonomie: (a) grafische mechanismen, (b) ruimtelijke mechanismen, (c) tekstuele mechanismen [zie bijvoorbeeld: Memex and Beyond].
De bestaande taxonomieën moeten verder worden verfijnd. Ik stel een meer uitgewerkte classificatie van nagivatie-instrumenten voor die is verdeeld in zeven categorieën voor. Deze zeven categorieën kunnen dienen als ontwerpprincipes voor het hypermediale documenten.
| Beschrijving | Voorbeeld | ||
|
Linken | Globale linkstructuur van document | Hyperlink |
| Zoeken |
Mechanisme voor 'full-text' zoeken |
Zoeken in teksten |
|
| Sequentie |
Mechanisme voor sequentieel bezoek van geselecteerde lokaties |
Pad / Traject | |
| Hiërarchie | Hiërarchische inhoudsopgave | Inhoudsopgave | |
| Verwantschap |
Verbindingen tussen nog niet verbonden, maar semantisch verwante knooppunten |
Index | |
| Verbeelding |
Grafische visualisatie van hyperdocumenten |
Overzichtskaart | |
| Agents |
Mechanisme om complexe opdrachten uit te voeren namens de gebruiker |
Shopping agent |
De linkstructuur is de meest kenmerkende eigenschap van hypertekstuele documenten. Via links krijgt men direct toegang tot een beoogde locatie in de informatieruimte via de markeringspunten die in het document zijn ingebed. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen rechtlijnige 'statische' links en contekst-specifieke, automatisch gegenereerde 'dynamische' links. Er zijn diverse typen links en pogingen om deze te classificeren.
Zoekvoorzieningen zijn een voor de hand liggend middel om informatie te lokaliseren. In hypertekstuele documenten gebeurt dit meestal door full-text zoeken. Daarnaast zijn er ook systemen die databanken aanbieden waarin gezocht kan worden.
De complexiteit van een n-dimensionaal hypertekstueel document kan gereduceerd worden tot een dimensie door nieuwe gebruikers een sequentieel pad of begeleide tour door het hyperdocument aan te bieden. Uitstapjes onder begeleiding of paden zijn een eenvoudig mechanisme om snel een overzicht van een hypermediaal document te geven. De complexiteit van hypertekst wordt verborgen door gebruikers te beperken tot een sequentieel pad.
Een hiërarchische structurering van hypermediale documenten wordt door mensen makkelijk begrepen. Er zijn speciale instrumenten waarmee een hiërarchische kaart gemaakt kan worden van bestaande documenten. De hiërarchische informatiestructuur wordt op die manier voor de gebruikers doorzichtig gemaakt. Zo'n grafische kaart is een cruciale hulp bij navigatie. Bezoekers van een site gebruiken de ruimtelijke metafoor van de hiërchische structurering van de informatie om zich tijdens hun speurtochten te oriënteren. Er zijn minstens vijf manieren om een hiërarchische structurering van informatie te verbeelden: "graph tree", "indentation", "nested set notation", "tree-map" en "multitrees" [Knuth 1973, Gloor 1997]. Deze visualiseringen van boomstructuren worden hieronder in detail besproken.
Gelijksoortige links verbinden knooppunten die een vergelijkbare inhoud hebben, maar nog niet met elkaar verbonden zijn. Een eenvoudig middel om overeenkomsten tussen verschillen knooppunten te ontdekken is een index. Pagina's die een gemeenschapppelijke ingang op de index hebben kunnen een zekere mate van overeenkomst. Een van de grote problemen van deze benadering is dat de mate van overeenkomst (of nabijheid, affinitiet, associatie) gedefinieerd moet worden.
|
Geografische kaarten zijn een bekend oriëntatiemiddel in de lokale of fysieke wereld. Hun doel is minstens drieledig: (1) zij laten zien waar lezers zijn waar ze zijn, (2) zij laten lezers zien waar zij vanaf dit punt naartoe kunnen gaan, en (3) zij geven lezers een overizcht van hun omgeving.
Overzichtskaarten van hyperdocumenten vervullen precies hetzelfde doel. Zij brengen de structuur van het document op een grafische wijze over op de gebruiker. Een directe toepassing van dit idee is te zien op de klikbare kaart van de sociaal-wetenschappelijke databanken in Europa van het CESSDA. Voor algemeen dus voor niet-geografische toepassingen gebruik is het veel moeilijker om een geschikte grafische representatie te vinden voor de overzichtskaart. Meestal wordne concepten, thema's of onderwerpen grafische met elkaar verbonden om de lezers een idee te geven van de inhoud van het document. |
Verbeelding is een technologie om de informatie op het internet te structureren, visualiseren en te beheren. Net als bij echte kaarten laten grafische kaarten lezers zien waar zij zijn, waar zij vanaf dit punt naartoe kunnen gaan, en zij geven hen een overzicht van hun lokale en globale contekst. Zij zijn dus een van de meest flexibele, veelzijdige en gebruiksvriendelijke middelen voor navigatie in cyberspace. Het in kaart brengen van informatiestructuren staat haaks op de vorige concepten. 'Kaarten' worden gebruikt om links, zoekresultaten, opeenvolgende paden, hiërarchieën en overeenkomsten te visualiseren,
Intelligente sloofjes zijn erg populair, en niet alleen voor navigatiedoeleinden. De metafoor van de digitale dienaar ('intelligent agent') is voor de meeste mensen erg begrijpelijk. Digitale dienaars simuleren menselijke ondersteuning. Met technologieën voor kunstmatige intelligentie worden hulpsystemen ontwikkeld die mensen ondersteunen bij de uitvoering van ingewikkelde oriëntatietaken. De digitale sloofjes lopen nogal uiteen. Er zijn eenvoudige 'hardwired' gidsen, maar er zijn ook meer intelligente dienaren die in staat zijn om meer flexibel te reageren op de specifieke behoeften van de gebruikers. Digitale sloofjes of butlers kunnen gebruik maken van elk van de hiervoor geoemde concepten om hun navigerende taak te vervullen. Zij kunnen studenten helpen om links te volgen, om zoekopdrachten uit te voeren, om sequentiëntele paden te bewandelen, om in hiërarchieën te navigeren en overeenkomsten te herkennen.
Linken: Typen Links
Er zijn verschillende pogingen gedaan om links te classficeren. Ontwerpers van hypermediale documenten moeten beslissen over de belangrijkste linkstructuur van hun documenten en welke aanvullende linkfaciliteiten zij hun gebruikers bieden. Om de cognitieve overlading te beperken, kan het nuttig zijn om slechts gebruik te maken van een aantal linktypes. De volgende classificatie van links sluit nauw aan bij de eerste vier concepten voor navigatie in cyberspace.
en opvolger
en schept dus een lokaal opeenvolgende contekst voor die pagina.
NavigatieStructuren
Goed gebouwde educatieve sites hebben meestal een complexe navigatiestructuur. Dat heeft niet alleen te maken met de complexiteit van het onderwerp van de cursus zelf, maar ook met de multi-functionaliteit van de communicatieve en samenwerkingsvoorzieningen die in elektronische leeromgevingen zijn ingebouwd (zie de implementatie van deze functionaliteiten in BlackBoard). In het algemeen kan de navigatie van educatieve sites op de volgende manier worden gestructureerd:
|
|
Het grote voordeel van multi-lineaire structurering van de leerinhoud is dat hiermee tegemoet gekomen kan worden aan de diversiteit van belangstellingen en voorkeuren van studenten. Binnen de grenzen van het globale leertraject kunnen zij zelf leerpaden kiezen die voor hen het meest interessant zijn. Van docenten vereist dit een grote inzet bij de inrichting van hun elektronische leeromgeving.
Visualisatie van hyperstructuren
Grafische overzichten zijn zowel een hulpmiddel voor oriëntatie als voor navigatie. De belangrijkste functie van een grafisch overzicht is dat het de gebruiker duidelijk wordt wat de structuur van de hypertekst is en het opbouwen van een mentaal model mogelijk te maken. Gebruikers die een duidelijke voorstelling hebben van de structuur van een hypertekst verliezen zelden de oriëntatie, omdat zij in staat zijn om hun actuele positie in het hypertekstuele netwerk te bepalen. Omdat er ondanks dat toch oriëntatieproblemen kunnen optreden moet het grafische overzicht op elk moment vanuit elk knooppunt snel bereikbaar zijn.
Figure 2: Grafische boom
![]() Figuur 3: Inspringing |

Figuur 4: Geneste serie
Om de representatie van informatie te verbeteren door het verbergen van informatie, kunnen drie technieken worden gehanteerd:

Figuur 5: Boomkaarten
Boomkaarten zijn met name nuttig voor het geven van een snel overzicht wanneer de hiërarchie erg groot is en duizenden knooppunten bevat. Door de omvang van de knooppunten te variëren naar hun gewicht krijgen gebruikers extra informatie over de structurering van het materiaal. Hetzelfde geldt voor het gebruik van een betekenisvolle kleurcode.
|
|
![]() Figuur 6: Multitree |
SiteKaarten
Een van de nagivatie-instrumenten is de sitekaart. Een sitekaart is een grafische representatie van de architectuur van de website. Een sitekaart wordt gebruikt om het bestaande navigatiesysteem te complementeren. Kaarten werden gebruikt om een weg te vinden over de oceanen, door steden en in supermarkten. Het ligt daarom voor de hand om kaarten te gebruiken om onze weg te vinden in websites.
Kaarten van de fysieke wereld geven niet de exacte geografie van een gebied weer. Nauwkeurigheid en schaal worden opgeopfferd representatieve contekstuele indicaties die ons helpen door een doolhog van snelwegen en bijwegen de weg te vinden naar onze bestemming. Hoe hoger het niveau van abstractie, des te intuïtiever de kaart vaak is. Maps of the physical world do not present the exact geography of an area. Accuracy and scale are sacrificed for representive contextual clues that help us find our way through the maze of highways and biways to our destination.
Tekstuele inhoudsopgaves zijn goede instrumenten om de actuele geografie van een website te tonen. Grafische sitekaarten kunnen het beste worden gebruikt om inzicht te geven in het hogere niveau van conceptuele organisatie van informatie. Zij kunnen nuttig zijn voor energieke home metaforen en gebruikers uitnodigen om de informatie vanuit een ander perspectief te bekijken. Veel universiteiten gebruiken de organiserende metafoor van een virtuele campus.
Intuïtieve Navigatie
|
|---|
De meest ideale methode om een website te verkennen is intuïtieve nagivatie. Websites die die nuttig, snel en gebruiksvriendelijk zijn, worden gekenmerkt door (i) een logische structurering van de aangeboden informatie, (ii) constentie indicatie van de 'plaats' waar men zich bevind, en (iii) referenties naar bronnen die voor het betreffende onderwerp relevant zijn.
Intuïtieve navigatie wordt gestimuleerd door diversiteit en onregelmatigheid van de metodiek van navigatie. De verbindingen moeten op een goed gedefinieerde en duidelijk afgebakende manier worden gecodeerd. Met sub-menu's. zoekfuncties en site-kaarten krijgen bezoekers van een site de middelen in handen om te vinden waarnaar zij op zoek zijn.
De kleur van tekst en achtergrond is een effectief middel om een visueel onderscheid te maken tussen de onderdelen van een website.
De opbouw van een online cursus kan in een beslissend opzicht anders zijn dan vroeger. De interactieve aard van het internet maakt het mogelijk om de opbouw en uitbouw van cursussen tot een interactief proces te maken, waarin optimaal gebruik gemaakt wordt van collegiale deskundigheden en inbreng van studenten.
Het ontwerp van digitale leeromgevingen moet zo worden ingericht dat het studenten motiveert om hun verkenning van een kennisdomein te continueren.
Referenties
|
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |