| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
Albert Benschop
| Web van vermaak |
|---|
Emancipatie van materiële dragers
Het internet is steeds sterker in ons dagelijkse leven geïntegreerd. Hoewel het gebruik van internet zeker niet universeel is, is het voor velen inmiddels een alledaagse routine geworden.
Vooral voor jongeren is het internet een normaal en gewoon medium geworden waarmee zij betekenisvolle relaties met hun omgeving onderhouden. Zij gebruiken het internet op school om hun lessen te leren en werkstukken te maken. Zij gebruiken het thuis om contacten te onderhouden met hun vrienden en om zich te vermaken. Het internet is een elastisch medium dat zowel gebruikt kan worden voor het verkrijgen van nuttige informatie, voor persoonlijke communicatie, voor het onderhouden van groepsverbanden als voor dynamische ontspanning. Het internet heeft een nieuwe openbare ruimte geschapen waarin mensen winkelen en met elkaar spelen, zichzelf presenteren en gezellig met elkaar praten, nieuws uitwisselen en politiek bedrijven.
Het eigenaardige van moderne informatie- en communicatietechnologieën is dat zij enerzijds hebben geleid tot grotere diversificatie van media, anderzijds tot een sterkere convergentie van media. Internet is daarvan het meest uitgesproken voorbeeld. Internet is een medium dat nieuwe vormen van informatie en communicatie mogelijk maakt die een verrijking vormen op de bestaande media. Maar internet is ook een medium dat als katalysator werkt voor de convergentie van media. Voorheen discrete media worden via één pad met elkaar geïntegreerd. Dit werd mogelijk doordat alle informatie die in media wordt overgedragen in een digitale vorm werd getransformeerd. Hierdoor kunnen steeds gemakkelijker multimediale presentaties worden gemaakt en gemanipuleerd. Dit gaat gepaard met een conglomeratie van technologische en economische mediabelangen.
Informatie- en communicatietechnologieën hebben de wereld van het vermaak op zijn kop gezet. De amusementsindustrie heeft ervaren dat het gedecentreerde karakter van het internet het zeer moeilijk is om de gecentraliseerde controle over haar commerciële producten te handhaven. Het delen van muziek en films is bij internetgebruikers eerder norm dan uitzondering. Er is een cultuur van gratis ruilen van bestanden ontstaan ('dare to share') die niet zo makkelijk meer zal verdwijnen. Vooral niet om dat deze cultuur is ingebed in een economie van de gift die zich onttrekt aan de logica van de kapitalistische markt.
Amusementsproducten werden voorheen altijd op fysieke media beschikbaar gesteld, zoals boeken, tijdschriften, platen, films, video cassettes, cd's, diskettes of cd-roms. Zij werden als fysieke goederen gedistribueerd, van prijs voorzien en verkocht. De informatie op het internet is niet gefixeerd op een fysiek medium. Door haar digitale vorm kan de informatie op het internet gemakkelijk en goedkoop worden gereproduceerd. Er kunnen oneindig veel perfecte kopieën van het origineel worden gemaakt, zonder verlies van kwaliteit. Omdat de kopie perfect is, kan hij op zijn beurt ook weer perfect worden gekopieerd. Informatie heeft zich geëmancipeerd van haar fysieke dragers en verspreidt zich moeiteloos via nieuwe digitale technologieën en netwerken.
De eigenaardigheid van digitale muziek is dat de kosten om de muziek voor de eerste maal vast te leggen relatief hoog zijn, terwijl de kosten om een kopie van dat muziekbestand met precies dezelfde geluidskwaliteit te maken vrijwel nihil zijn. Deze kostenstructuur is kenmerkend voor alle informatiegoederen: hoge vaste kosten en lage marginale kosten. Digitale informatie kan via internet tegen lage kosten worden gereproduceerd en gedistribueerd. Niet voor niets wordt het internet wel gezien als één grote kopieermachine [Shapiro/Varian 1999:4].
Digitale kopieën zijn niet alleen perfect en zeer goedkoop, zij zijn ook vloeibaar. Zodra muziek gedigitaliseerd is wordt het een vloeistof die van vorm en plaats kan veranderen en die met andere muziek gelinkt kan worden. Digitale muziek kan gefilterd, vervormd, gearchiveerd, gemodificeerd, gemengd en vermengd worden [Kelly 2002].
Juist die vloeiende karakter van de digitale muziek heeft grote aantrekkingskracht uitgeoefend op internetters om online muziek uit te wisselen. Het gaat er niet alleen om dat de muziek gratis is, maar wat zij er allemaal mee konden doen. Zodra muziek is gedigitaliseerd gaan gebruikers daarvan een ander gedrag vertonen. Bij vloeibare muziek kun je de volgorde van liedjes op een album of tussen albums veranderen. Je kunt het geluid vervormen, verknippen en reaggregeren. Je kunt de zang laten verdwijnen of vervangen door een andere tekst. Je kunt een lied korter maken of juist uitrekken. Je kunt er mee doen wat je maar wilt. Digitale muziek is extreem manipuleerbaar.
Muziekliefhebbers zijn steeds meer bezig met het uitkienen van volgorders waarin nummers worden afgespeeld, het door elkaar haspelen van nummers, het verzamelen en samplen van geluiden en met het modificeren van nummers. Het wordt steeds makkelijker om je eigen muziek samen te stellen, te (re)arrangeren en ook zelf te maken.
De internettechnologie heeft een verandering teweeggebracht in de relaties tussen artiest, producent, distributeur, verkoper en consument. Zij grijpt in op alle schakels van de waardeketen in de muziekindustrie.
Productie
|
|---|
Opname van muziek
De digitalisering van de muziek heeft vergaande gevolgen voor het proces van studio-opname. Digitaal geluid kan gemakkelijk worden gemanipuleerd, bewerkt en opgeslagen. Muziek die in studio's wordt opgenomen vereist zelfs niet meer dat muzikanten elkaar ontmoeten. Studiomuzikanten worden meestal op contractbasis ingehuurd en leveren hun bijdragen in de vorm van een digitaal MIDI bestand dat zij in hun thuisstudio vervaardigen. Deze bestanden worden via internet naar de producent verstuurd die ze vervolgens mengt met andere bestanden en er een uiteindelijk product van maakt.
Er zijn vijf grote muziekproducenten die zo'n 80% van de markt controleren: Sony (Japan), Time Warner (USA), BMG (Duitsland), Universal Vivendi (Frankrijk) en EMI (Engeland). Daarnaast zijn er duizenden kleine onafhankelijke bedrijven die vaak het voortouw nemen bij technologische innovaties. Veel kleinschalige muziekbedrijven zijn op het internet begonnen.
Componeren in cyberspace
Het maken van muziek is hard werken. En dat geldt zeker voor muziek die op brede schaal op prijs wordt gesteld. Het zijn nog steeds die zeldzame talenten die in staat zijn om muziek te schrijven die velen mooi vinden.
Met de beschikbaarheid van nieuwe technologieën en informatiestructuren is ook het creatieve veld van de componist veranderd. De muzikanten die componeren in cyberspace proberen te breken met het model van de ivoren toren waarin zij in schitterende isolatie componeren. Componeren wordt veranderd in een transparant proces dat voor iedereen zichtbaar is. Composities komen in toenemende mate door samenwerking tot stand. Er worden geen afgeronde werken gepresenteerd. Er wordt toegang geboden tot een creatief proces waarbij andere musici en componisten op interactieve wijze betrokken zijn. De basistechnologieën waarvan gebruik gemaakt wordt zijn de webstandaarden voor muzieknotatie en de real-time gegenereerde muziek op het web.
Hierdoor is het mogelijk geworden om te 'componeren in cyberspace'. Dat is wat musici als Karlheinz Essl (Oostenrijk), Steve Gibson (Canada) en Todd Machover (USA) al jaren doen. Zij gebruiken het internet voor een nieuwe vorm van interactieve real-time compositie.
| "Misschien is cybermuziek wel iets dat nog moet worden uitgevonden. Het huwelijk tussen technologie en muziek zou nu wel eens even onvoorspelbaar kunnen zijn als de rock-and-roll in het midden van de vorige eeuw" [H.P. Newquist]. |
Dat het internet een voedingsbodem en katalysator kan zijn van een nieuwe muziekvorm is een verleidelijke gedachte. De elektrificering van de gitaar heeft alleen al de voorwaarden geschapen voor een omwenteling in de muziekgeschiedenis ('rock-and-roll'). Door een slim gebruik van de mogelijkheden van het internet kan in ieder geval wel worden gestimuleerd dat diverse verborgen, marginale of in ieder geval relatief 'onbekende' muziekgenres een zeer goedkoop en wereldwijd podium krijgen om hun kwaliteiten te tonen. Het internet is een uiterst efficiënt aggregatie- en coördinatiemechanisme. Het geeft niet alleen meer kans aan revolutionaire muziekvernieuwers of getalenteerde muzikanten en componisten, maar ook aan muzikanten die problemen hebben om 'hun publiek' te bereiken omdat zij bijvoorbeeld geen populaire muziek maken of muziek die geografisch of cultureel als 'marginaal' werd aangeduid of als 'verouderd'.
|
|
De technologische eigenaardigheden van cybermuziek zijn veel duidelijker afgebakend dan de typische stijleigenschappen. Cybermuziek werkt met de meest uiteenlopende technologieën voor de compositie van muziekstukken, de computergestuurde geluiden, de uitvoering van concerten, de registratie van een optreden, de opname van een album of single, tot en met de wijze van verspreiding van de muziek.
Er zijn diverse websites waarop muzikanten in de gelegenheid worden gesteld om interactieve muziek te maken. Deze zichzelf organiserende netwerken zijn georganiseerd naar nationaliteit, taalgebied, cultuur, genre en uitvoerend muzikant. Met behulp van een gratis plug-in voor de browser is het mogelijk te luisteren naar een compositie terwijl we kijken naar de bladmuziek (zoals Sibelius Scorch).
Distributie
|
|---|
Verspreiding door muziekindustrie
De muziekindustrie is volgens alle waarnemers zeer traag en te terughoudend geweest om zelf muziek via internet te verspreiden. Het belangrijkste medium waarop digitale muziek werd gedistribueerd was de compact disc. Muziek op een cd kan door gebruikers gemakkelijk worden omgezet in bestandsformaten waardoor deze via netwerken verder verspreid kunnen worden. Ook auteursrechtelijk beschermde muziek kan via systemen van bestandsdeling op grote schaal worden verspreid onder deelnemers van wereldwijde netwerken van onbekende vrienden.
In peer-to-peer netwerken wordt muziek uitgewisseld in MP3-bestanden. MPEG layer 3 is het meest gebruikte bestandsformaat op het internet. Hiermee kunnen pc-gebruikers een gewone muziek-cd comprimeren tot eentiende van hun originele omvang. Door deze compressie kon de distributiesnelheid van muziekbestanden aanzienlijk worden verhoogd. Voor de geluidskwaliteit heeft de compressie in MP3-formaat geen hoorbare negatieve gevolgen. MP3 dankt haar populariteit enerzijds aan het feit dat zij platform onafhankelijk is en dat er geen kopieerbeveiliging is ingebouwd. De nieuwste versie, MP3Pro, dat muziekbestanden kan comprimeren tot eentwintigste van de originele bestandsgrootte, biedt overigens wel voorzieningen voor het beheren van digitale rechten ('digital rights management').
|
|
Beveiligde muziekbestanden zijn bestanden die door de gebruiker niet kunnen worden gekopieerd, niet kunnen worden omgezet in een onbeveiligd bestandsformaat, en niet verzonden kunnen worden aan andere computergebruikers. De nieuwe standaard moet een differentiatie mogelijk maken in het gebruik van muziekbestanden: van bestanden die één keer kunnen worden afgespeeld tot bestanden die oneindig vaak kunnen worden afgespeeld op diverse apparaten.
Inmiddels is duidelijk geworden dat de verschillende leden van het SDMI-initiatief het niet eens konden worden over de standaard. Na twee jaar ontwikkeling van de standaard kwam SDMI in mei 2001 met een officiële verklaring dat er geen enkele consensus is bereikt voor welke techniek of combinatie van technieken dan ook.
Het bekendste formaat voor streaming op het web is Real Audio. Wie wil luisteren naar een radiozender via internet moet eerst de gratis software van Real Audio installeren. Met de codeertool kan audio worden gecodeerd voor verschillende snelheden. Met Realsystem Producer Basic kan ook streaming video worden aangemaakt. De grote concurrent is Microsoft's WMA-formaat (Windows Media Player). De Media Player maakt zowel streaming mogelijk van WMA als van WMV (Window Media Video).
|
In internetradio worden MP3-bestanden gestreamd waardoor muzikanten hun werk kunnen laten horen buiten de traditionele radiostations om. PeerCast en Streamer zijn ontstaan uit experimenten om de p2p-technologie te gebruiken voor andere doeleinden dan bestandsdeling. In p2p-netwerken wordt informatie over zoek- en download opdrachten gebruikt om een top 1000 lijst te maken van de muzikale bestanden die het meest gedeeld worden. Zo krijgen muzikanten en de muziekindustrie een idee van wat hun luisteraars willen horen. Via een fooienpot kunnen luisteraars geld geven aan muzikanten. Het pad naar een nieuw type internet-radio is geplaveid met voetangels en klemmen. De financiële middelen voor internet-radio oude stijl (gebruik van internet om radiouitzendingen te maken of te ondersteunen) zijn beperkt. De aandacht lijkt te verschuiven naar p2p-streaming van audio en video. Men hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat we in de komende decennia te maken krijgen met piratenradio en tv-stations op p2p-netwerken. |
De verwachting is dat de muziekindustrie zich meer en meer ontwikkelt in de richting van het kabeltelevisie-model: consumenten betalen iedere maand een vast bedrag voor een standaardpakket dat toegang biedt tot een algemene muziekbank, waarbij voor exclusieve of nieuwe stukken moet worden bijbetaald. Zo'n model werkt echter alleen als het kopiëren en uitwisselen van bestanden zoveel mogelijk wordt uitgebannen. De grote uitdaging is een systeem te ontwikkelen waarin het voor mensen lonend is het product te kopen in plaats van het te stelen.
Op dit moment zou een gebruiker van iTunes voor $10 per maand 10 songs krijgen, terwijl een gebruiker van Rhapsody naar honderden songs zou kunnen luisteren. Het voordeel van vaste maandbedragen is dat dit mensen in staat stelt om naar onbekende muziek te luisteren zonder dat zij zich zorgen hoeven te maken over de kosten. Rhapsodie biedt reclame-vrij een brede selectie audiokanalen aan die zich specialiseren in diverse genres. Bovendien brengt het streaming-model aanzienlijk meer interactie te weeg tussen de gebruiker en de muziekdienst dan het downloading-model. Hierdoor kunnen ook extra functies worden aangeboden. Door het bestuderen van de keuzes die iemand maakt en die van anderen met gelijksoortige smaak, kan de dienst alternatieve muziekselecties aan de gebruiker aanbevelen, op dezelfde manier als Amazon boeken aanbeveelt: 'als u dat mooi vindt, moet u hier ook eens naar luisteren'.
Zoals gezegd kleven er echter ook nadelen aan de cyberjukebox.
| Liefde voor muziek |
|---|
| Echte muziekliefhebbers consumeren niet eenvoudig muziek maar ontwikkelen een speciale relatie met de werken van de artiesten die zij goed vinden. Als er na de verkenning van de muziek van een nieuwe artiest iets klikt dan begint een heel ontdekkingsproces waarin men meer wil horen en weten over de betreffende muzikant. Men deelt de nieuwe ontdekking met vrienden en gaat naar live uitvoeringen van de muziek. Zelfs de verpakking van het album is een integraal deel van de muzikale ervaring. Daarom willen veel muziekliefhebbers een originele uitgave bezitten. |
Een ding lijkt zeker: de cd zal terrein blijven verliezen aan online muziek systemen. Dat komt niet alleen doordat het online aanbod van de legale muziekhandel steeds omvangrijker en gevarieerder wordt of dat de betaling gedifferentieerd is naar het recht op luisteren, downloaden, branden en overdracht. Het komt ook omdat steeds meer muzikanten hun muziek rechtstreeks via het internet verspreiden en beschikbaar stellen.
|
|
Een van de pioniers van de online muziekbusiness is het Internet Underground Music Archive (IUMA). IUMA helpt artiesten en labels bij de promotie. Het werd in 1993 opgezet door twee studenten van de Universiteit van Californië (Santa Cruz), Jeff Patterson en Robert Lord, die hun eigen band wilden promoten. In 1998 stonden er al meer dan duizend bands op de site die per dag een half miljoen hits scoorde. Per jaar werd er 1 miljoen dollar verdiend. In 1999 werd het archief opgekocht door Emusic, in de verwachting dat het kon worden omgevormd tot een commerciële site voor underground muziek. Dat mislukte en IUMA was niet meer in staat aanvullende financieringsbronnen aan te trekken en staakte in februari 2001 alle nieuwe operaties. Een triest einde voor een site die werd beschouwd als het startpunt van de digitale muzikale revolutie [King 2001]. Maar in maart 2001 werd de overname aangekondigd door Vitaminic, een Europees platform voor de promotie en distributie van muziek via internet. De oprichter van IUMA Jeff Patterson verklaarde:
IUMA biedt ruimte om eigen muziek te plaatsen. Bands krijgen een eigen url en een standaard webpagina waar zij informatie en MP3's kunnen plaatsen, cd's kunnen verkopen, discussiefora en fanlijsten kunnen aanmaken.
Naast IUMA zijn er diverse andere sites waar aankomende artiesten hun producten gratis kunnen distribueren. Voorbeelden van dergelijke promotiesites zijn MP3 (gesloten op 2 december 2003, overgenomen door CNET), BeSonic, SoundClick en ElectronicScene.
Inmiddels zijn er ook bekende en gevestigde artiesten die zelf dankbaar gebruik maken van de mogelijkheden die door internet zijn ontstaan. Een voorbeeld hiervan is popster Prince. Zijn contract met de platenmaatschappij Warner leverde telkens ruzie op over de uit te brengen albums. Terwijl Prince zoveel mogelijk nieuwe albums wilde uitbrengen, vreesde Warner verzadiging van de markt en bracht slechts een album per jaar uit. Sinds 2000 runt Prince zijn eigen platenlabel via het internet (NpgMusic Club). Prince aarzelt niet om de hypocrisie van de muziekmaatschappijen aan de kaak te stellen. "Jonge mensen ... zouden voorgelicht moeten worden over de manier waarop de muziekindustrie al zolang artiesten heeft uitgebuit en hun rechten heeft misbruikt. Online distributie is een nieuw medium geworden dat artiesten in staat kan stellen om een einde te maken aan de uitbuiting". In tegenstelling tot Metallica en Bon Jovi verdedigde Prince het voortbestaan van Napster omdat hij denkt dat hierdoor een einde gemaakt kan worden aan de uitbuiting van muzikanten door de platenmaatschappijen. Hij ziet de opkomst van Napster als een illustratie van de toenemende frustratie over de controle die de platenmaatschappijen hebben over welke muziek mensen krijgen te horen.
Verkoop
|
|---|
Teruglopende omzet door piraterij?
De platenmaatschappijen klagen dat er te weinig cd's worden verkocht vanwege de illegale verspreiding via internet. Maar er zijn andere redenen:
Vertegenwoordigers van de muziekindustrie (zoals Buma/Stemra en RIAA) willen ons doen geloven dat er een eenvoudige vaste vraag is die vervolgens kleiner wordt door elke kopie die mensen aan anderen geven. Dat is een veel te simplistisch model van koopgedrag dat met emoties geladen is. Een effectieve vraag kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer je in contact komt met een muzikant waar je nog nooit van had gehoord voordat je een of meer liedjes gratis hoorde. Misschien was dát wel de echte reden voor een deel van de daling van de verkoop na het sluiten van Napster (Dan Bricklin).
|
|
Dat is precies wat bijna alle deskundigen al jaren riepen. De muziekindustrie moest zelf betaalde download-sites opzetten of bestaande, zoals Emusic, MusicNet en Pressplay, verbeteren. Daarbij zou aan drie voorwaarden voldaan moeten worden: de muziek van álle labels moet beschikbaar zijn, de klant moet met de gedownloade muziek kunnen doen wat deze wil (zoals kopiëren naar cd's of afdraaien op MP3-spelers) en tenslotte moet de betaalvorm zo flexibel mogelijk zijn, van abonnement tot pay-per-use. De platenlabels zouden standaardcontracten voor het downloaden moeten invoeren waardoor klanten na betaling met hun muziekbestanden kunnen doen wat ze willen. Op deze manier zou het vinden van liedjes worden vergemakkelijkt en zouden consumenten verleid kunnen worden om online impulsaankopen te doen.
Er zijn meerdere redenen voor deze relatief lage omzetcijfers.
Inmiddels zijn er een aantal online muziekwinkels met instemming of steun van de grote platenlabels die hun liedjes aan de digitale consument brengen. De belangrijkste daarvan zijn in de volgende tabel opgenomen.
|
|
Het verkeer naar de online muziekwinkels neemt toe en de verwachting is dat deze groei nog groter zal worden nu er pophits gedownload kunnen worden naar verschillende dragers (van pc tot mobieltjes). De onderzoekers van Forrester verwachten dat de single een come-back zal maken en in 2007 goed zal zijn voor 39 procent van alle download-omzetten. De verwachting is ook grote portalen en retailers als CDNOW en Amazon reusachtige download-hubs worden.
Door de toenemende verkoop van muziek op internet worden de platenwinkels gedupeerd. De verwachting is dat in 2005 zo'n 10 tot 15 procent van de handel binnen via internet zal verlopen [directeur Theo van Sloten van de branchevereniging NVGD - Nederlandse Vereniging van Grammofoon Detailhandelaren].
Men kan lang twisten over dergelijke voorspellingen. Feit blijft dat de legale verkoop van muziek een hoge vlucht genomen heeft. Vooral sinds Apple haar iTunes Music Store opende, Microsoft een gelijksoortige service begon in Engeland en Yearonimo zich op de Nederlandse markt heeft gestort. In ieder geval is de internetverkoop een van de oorzaken voor de verschraling van het winkelaanbod in Nederland. Tussen 2000 en 2003 sloten 250 van de veertienhonderd platenzaken hun deuren. Dat is niet alleen te wijten aan de legale en illegale handel op internet, maar ook aan de verslechterde economische toestand.
Toch blijft de omzet van de achterblijvers stijgen. De totale omzet van de bij de branchevereniging aangesloten winkels steeg in 2003 met 1,3 procent ten opzicht van het jaar daarvoor. Aan muziek-cd's (albums en singels) werd 8,8 procent minder omgezet. Die daling wordt goedgemaakt door de stijgende afzet van dvd-muziek (een toename van 80 procent) en dvd-films (toename van 50 procent).
De meeste muzikanten zijn niet van hun muziek afhankelijk om in hun levensonderhoud te voorzien. Het zijn amateurs die het louter voor hun plezier doen. Sommige muzikanten verdienen hun brood met hun muziek. Er zijn diverse manieren waarop muzikanten betaald krijgen voor hun werk. In het traditionele systeem van patronage levert een welgesteld iemand geld waarvan de muzikant kan bestaan, zonder beperking van de inhoud van het werk dat hij maakt. Deze betalingsvorm is veel sterker op zijn retour dan het systeem van commissie, waarbij de muzikant op verzoek van iemand anders een specifiek werk componeert of uitvoert in ruil voor betaling. De meest gebruikelijke inkomensvorm is het systeem van optreden. Muzikanten wordt betaald door de mensen die een kaartje kopen om toegang te krijgen tot hun optreden. De fysieke aard van zo'n optreden biedt exclusiviteit. Alleen degenen die in de beperkte ruimte van de concertzaal of voetbalstadion vertoeven kunnen de muzikant horen en zien. Een compositie van een songwriter is immaterieel van aard en kan derhalve niet met fysieke barrières worden beschermd tegen ongewenste exploitatie. Non-fysieke exclusiviteit wordt geregeld door auteurswetten. Zo hebben songwriters recht op betaling wanneer hun song wordt opgevoerd door een muzikant. Songwriters en uitvoerende musici hebben recht op een betaling voor de auteursrechten die zij aan muziekondernemingen hebben overgedragen. En zij hebben recht op royalty's wanneer hun muziek wordt uitgevoerd of uitgezonden en wanneer hun cd's worden verkocht.
|
|
In Nederland heeft de band VanKatoen het internet aangegrepen om alles zelf te gaan doen en te breken met haar platenmaatschappij. De metal-achtige punky hardpop-band geeft in eigen beheer singles en albums uit die op de eigen website te koop worden aangeboden. Maar een deel van hun songs en albums worden aangeboden voor gratis downloaden. "Muziek moet gratis worden, is het eigenlijk al. Geld moet je verdienen met werken, zwetend, op de bühne" [Bas Barnasconi, zanger Van Katoen].
Lessen van Napster
|
|---|
Peer-to-peer netwerken
Wie Napster zegt, denkt onmiddellijk aan het ruilen van muziekbestanden via peer-to-peer netwerken. Dat zijn netwerken waarin op een nieuwe manier digitale informatie wordt uitgewisseld op het internet. Internetgebruikers kunnen op verschillende manieren informatie vinden en met elkaar uitwisselen. In het traditionele model wordt toegang tot informatie en diensten gerealiseerd door interactie tussen cliënten die om informatie vragen en servers die informatie en diensten aanbieden. In het peer-to-peer model worden gebruikers in staat gesteld om direct met elkaar te interacteren en informatie te delen, zonder tussenkomst van een server. Kenmerkend voor alle peer-to-peer programma's is dat er virtuele netwerken ontstaan met eigen mechanismen voor de adressering en uitwisseling van digitale bestanden. In p2p-netwerken zijn de gebruikers direct met elkaar verbonden.
Om te begrijpen waarom Napster uiteindelijk het loodje zou leggen, moeten we het verschil tussen twee typen p2p-netwerken in het oog houden. In het gecentraliseerde model wordt het verkeer tussen individueel geregistreerde gebruikers geregeld via een centrale server die als makelaar ('broker') optreedt. Napster was hiervan het bekendste voorbeeld. In het gedecentraliseerde model kunnen individuele gebruikers elkaar direct vinden en met elkaar interacteren. Het Gnutella netwerk is hiervan een voorbeeld. In Peer-to-peer: netwerken van onbekende vrienden wordt hierop uitvoerig ingegaan.
Kwetsbaarheden en risico's
Het verschil tussen beide typen p2p-netwerken ligt in de kwetsbaarheid van de architectuur voor interne belansverstoringen of voor aanvallen van buitenaf. Een gecentraliseerde architectuur maakt weliswaar efficiënt en omvattend zoeken mogelijk, maar het systeem heeft slechts één ingangspunt, namelijk een centrale server waarin de adressen zijn opgenomen van de bestanden die geregistreerde deelnemers aan het netwerk aanbieden. Het gevolg is dat het netwerk volledig kan instorten wanneer een of meerdere servers buiten werking worden gesteld. Het centrale ingangspunt is dus tevens een potentieel faalpunt.
In gedecentraliseerde p2p-netwerken worden de berichten naar 'vrienden' verstuurd. De ene gebruiker verstuurt zijn zoekopdracht naar zijn 'vrienden', die op hun beurt dat verzoek onder hun 'vrienden' verspreiden. Wanneer een of meer gebruikers in het netwerk de verbinding verbreken, worden zoekopdrachten nog steeds doorgegeven. De zoektochten naar bestanden worden nergens vastgelegd, maar verspreiden zich van deelnemer naar deelnemer ('from peer to peer'). Daardoor zijn ze heel lastig tot de bron te herleiden. De anonimiteit van de surfer is dus veel groter dan bij gecentraliseerde p2p-netwerken.
Een gedecentraliseerd p2p-netwerk is ook robuuster omdat het functioneren ervan niet afhankelijk is van een paar centrale servers, die overbelast kunnen raken, dus potentiële kritieke faalpunten zijn. De nieuwe generatie p2p-netwerken maakt geen gebruik van een centrale databank met de namen van beschikbare bestanden, maar is volledig gedecentraliseerd. Daardoor is er geen spin in het web die kan worden uitgeschakeld, zoals het geval was met de 140 servers van Napster. De enige manier om deze netwerken uit de lucht te krijgen, is de miljoenen individuele gebruikers ervan voor de rechter te dagen. De nieuwe generatie p2p-programma's is dus niet alleen vanuit technisch oogpunt robuuster, maar ook vanuit juridisch oogpunt veel moeilijker te bestrijden.
In de gedecentraliseerde p2p-netwerken kan naar elk type digitaal bestand worden gezocht: van recepten, plaatjes, java scripts, programma's en spelletjes tot muziek, video's en films. De omvang en diversiteit van het aanbod zijn uiteraard afhankelijk van het aantal actieve deelnemers aan het netwerk. In principe kan een gedecentraliseerd netwerk elke computer op het internet bereiken, terwijl zelfs de meest omvangrijke zoekmachines slechts 20% van de beschikbare websites bereiken.
P2p-netwerken kunnen zich zeer snel over de cyberbol verspreiden. De uitwisseling van digitale bestanden neemt exponentieel toe door een combinatie van groot gebruiksgemak, omvangrijk en divers aanbod, snelheid en anonimiteit. Dat opende de deuren voor een nieuw type van piraterij in de vorm van miljoenen mensen die auteursrechtelijk beschermde bestanden met elkaar uitwisselen. Er is alleen geen kapitein Cook die leiding geeft aan deze revolte. Er is überhaupt geen sprake van georganiseerde piraterij. Er is slechts een virtueel netwerk dat bestaat omdat miljoenen individuen onafhankelijk van elkaar besloten hebben om hun bestanden onderling uit te wisselen. Zij kennen elkaar meestal niet persoonlijk, maar vormen toch een levendig uitwisselingsnetwerk. Als dat al piraterij is, dan is het een moleculaire variant: het is kleinschalige 'thuispiraterij' in plaats van grootschalige 'marktpiraterij' (beroeps- of bedrijfsmatige piraterij).
We zullen zien hoe deze 'rebellen' de gevestigde orde van de amusementsindustrie heeft getart door op een revolutionaire wijze gebruik te maken van geavanceerde technologieën voor communicatie en informatie-uitwisseling. We zullen ook zien hoe zij door kapitaalkrachtige mediagiganten tot de orde worden geroepen door hen voor het gerecht te slepen en te bedreigen. De confrontatie over de rechten en plichten van netizens wordt met technologische, politiek-juridische en ideologische wapens uitgevochten. De strijd is nog lang niet beëindigd. Het gevecht om Napster was slechts de eerste episode.
| Courtney Love |
|---|
| "What is piracy? Piracy is the act of stealing an artist's work without any intention of paying for it. I'm not talking about Napster-type software. I'm talking about major label recording contracts. (...) Since I've basically been giving my music away for free under the old system, I'm not afraid of wireless, MP3 files or any of the other threats to my copyrights. Anything that makes my music more available to more people is great." |
De muziekindustrie had hierop drie reacties. Ten eerste probeerde zij technologische barrières op te werpen tegen illegaal downloaden, met name door het inbouwen van kopieerbeveiliging op cd's. Ten tweede spande zij juridische processen aan tegen de makers en gebruikers van p2p-programma's om hen te bestraffen voor (het faciliteren van) het illegaal uitwisselen van muziekbestanden waarop auteursrechten berusten. Ten derde probeerde zij uiteindelijk ook om legale muzieksites op te bouwen of te stimuleren die voor het downloaden van tracks of albums geld vragen dat toekomt aan platenmaatschappijen en artiesten.
|
|
Napster kan daarom niet verantwoordelijk of aansprakelijk worden gesteld door de acties van gebruikers die auteursrechtelijk beschermde muziek verspreiden of downloaden zonder hiervoor te betalen. Als er al een wet is die wordt overtreden, dan is dat het verbod op het illegaal kopiëren van muziek. De strijd gaat niet om het kopiëren of downloaden van muziek als zodanig, maar om de verspreiding van auteursrechtelijk beschermd materiaal.
De tegenstanders van Napster stelden daar tegenover dat de gebruikers van Napster de muziek ook openbaar maken en verspreiden. Deze handeling is voorbehouden aan de auteursrechthouder. In dat geval is er geen sprake meer van privé-gebruik. Dat is ook de strekking van de Auteursrecht-richtlijn die het Europese Parlement in Februari 2001 publiceerde. Het downloaden voor eigen gebruik wordt daarin onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Zodra gekopieerde muziek echter wordt verspreid, bijvoorbeeld via internet, kan de rechthebbende zich daartegen verzetten.
Napster probeerde zich te beschermen tegen juridische aanklachten door middel van haar 'Terms of service' (TOS). Daarin werd vastgelegd: "Users are responsible for complying with all applicable federal and state laws applicable to such content, including copyright laws. As a condition to your use of the Napster service and browser you agree that you will not use the Napster service to infringe the intellectual property rights of others in any way."
Ter onderbouwing van dit argument werd verwezen naar het beroemde Betamax arrest uit 1984. Betamax was een van de eerste technologieën waarmee men thuis opnames kon maken van televisiebeelden. De Motion Picture Association of America spande een proces aan tegen Betamax om deze technologie te verbieden. Het Amerikaanse Supreme Court verwierp echter de poging van de amusementsindustrie om de videorecorder van de markt te houden. Zij bepaalde dat het kopiëren van films en televisie voor privé-gebruik is toegestaan. Videorecorders zijn dus apparaten die geschikt zijn voor substantieel niet-illegale zaken ('substantial noninfringing uses'). Dit 'non-infringement' argument is de leuze waarmee het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1984 het groene licht gaf aan de videorecorders. Videorecorders zijn niet hoofdzakelijk bedoeld om inbreuk op de auteursrechten van anderen te maken. Consumenten die een videorecorder bezitten, plegen dus niet per definitie inbreuk op de rechten van anderen. Daarom is de fabrikant van videorecorders niet op voorhand aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk. Hetzelfde geldt voor de makers van p2p-programma's. Het zijn computerprogramma's waarmee bestanden kunnen worden uitgewisseld, net zoals dat via ftp of e-mail kan.
|
|
In juli 2000 werd in San Francisco het juridisch oordeel geveld over Napster. De hele online muziekwereld keek ernaar. Het was in feite een proefproces waarin werd vastgesteld hoever de nieuwe muzikale initiatieven op internet de wet op de auteursrechten konden oprekken en een bres konden slaan in het gevestigde systeem van muziekdistributie. De federale rechter, Marilyn Hall Patel, had maar een paar minuten nodig om te verklaren dat Napster "een monster" had gecreëerd en besliste dat het bedrijf zijn online ruildienst van muziekbestanden moest sluiten. Haar woorden vormde een keerpunt in de geschiedenis van de online muziek:
De veroordeling van Napster betekende niet het einde van peer-to-peer netwerken. De Napster-zaak heeft echter wel serieuze gevolgen voor het bepalen van wie zal profiteren -en wie niet- van de beste vooruitgang in technologie.
In de week dat Napster veroordeeld dreigde te worden nam het gebruikersverkeer toe met 92 procent. Napster heeft duidelijk gemaakt dat mensen toegang willen tot digitale muziek online. Het heeft ook duidelijk gemaakt dat mensen het legitiem vinden om muziek met elkaar te delen én dat zij de prijzen die de muziekindustrie voor haar cd's vraagt veel te hoog vinden.
Het vonnis tegen Napster werd overigens in september 2000 in hoger beroep door het Hof vernietigd.
Gedecentraliseerde p2p-netwerken zoals KaZaA en BitTorrent hebben niet dit probleem omdat er alleen maar software wordt geleverd die mensen in staat stelt om onderling te ruilen. De lijsten van deelbare muziek staan op de harde schijven van de gebruikers, niet op die van de dienstverlener. In processen tegen Morpheus (van StreamCast Networks, Inc.) en Grokster werd dan ook vastgesteld dat zij geen inbreuk maakten op auteursrechten. Mensen die dergelijke software maken kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud die daarmee wordt verspreid. De vertegenwoordigers van de muziekindustrie blijven uiteraard volhouden dat degenen die piraterij aanmoedigen, faciliteren en daarvan profiteren daarvoor aansprakelijk gesteld zouden moeten worden. Hilary Rosen, vertegenwoordiger van de RIAA, zei het als volgt: "Bedrijven die bewust piraterij op grote schaal faciliteren, zouden niet in staat moeten zijn om de verantwoordelijkheid voor hun eigen handelen te ontwijken" [John Borland: Judge: File-swapping tools are legal, in News.Com, 25 April 2003]. De muziekindustrie moest echter genoegen nemen met de bevestiging van het Hof dat individuele gebruikers aansprakelijk zijn voor het illegaal up- of downloaden van auteursrechtelijk beschermde werken van publiek toegankelijke peer-to-peer netwerken.
|
|
De verdreven piraat die de online muziekrevolutie begon, keert eind 2003 in legale en betaalde vorm op internet terug. Het bedrijfsmodel dat Bertelsmann/Napster voor de muziekdienst hebben ontwikkeld is simpel. Middels een maandelijks lidmaatschap worden artiesten, platenmaatschappijen en uitgevers gecompenseerd, elke keer dat een song wordt gedeeld. Hierdoor wordt tevens een significante nieuwe inkomensstroom gegenereerd. De muziekindustrie wordt uitgenodigd om hieraan mee te werken.
Om haar fitheid voor de grote markt te bewijzen wapent Napster zich met recente studies waarin wordt aangetoond dat het gebruik van de ruildienst feitelijk leidt tot hogere muziekverkopen onder haar vele fans. Napster hoopt dus nog met een legale versie van haar p2p-programma te komen. Het is echter onwaarschijnlijk dat de 70 miljoen gebruikers van weleer nog kunnen worden teruggewonnen. Er is inmiddels een hele nieuwe generatie p2p-programma's ontstaan die beter en gebruiksvriendelijker zijn dan de oude piraat. Bovendien bieden die programma's de mogelijkheid om uiteenlopende bestanden uit te wisselen. Dus niet alleen MP3 muziekbestanden, maar ook tekst, foto's, video's en software. En last but not least: inmiddels bestaan er al een aantal legale online muziekwinkels en virtuele jukeboxen
Bertelsmann was aanvankelijk overeengekomen om Napster te kopen voor $9 miljoen. De overeenkomst viel echter in duigen nadat in september 2002 een bankruptcy court de aankoop had geblokkeerd.
|
|
Het eigenaardige van de oorspronkelijke Napster-ervaring is dat gebruikers muziek laten circuleren als gift in plaats van deze te ruilen op de muziekmarkt [Giesler/Pholmann 2002]. De Napster-ervaring voltrekt zich buiten de marktlogica. In het Napster-netwerk werden giften anoniem geruild, maar de ruil is niet volledig symmetrisch. De donor van de gift is weliswaar tegelijkertijd ontvanger (en omgekeerd), maar niet direct ten opzichte van elkaar. De transactie van muziekbestanden bestaat uit giften binnen de ruilgemeenschap en niet tussen een gever en een ontvanger. De Napster-gemeenschap was een bijzondere consumptieve subcultuur van mensen die zichzelf uitselecteren op basis van een gedeelde belangstelling voor een speciaal product, muziek. De Napster-cultuur kan misschien nog het beste worden omschreven als een cultuur van deeldwang: 'zorg altijd dat je een paar mp3-bestanden op je eigen harde schijf hebt staan als je downloadt van iemand anders'. Daarmee wordt een grens getrokken ten opzichte van zwartrijders of parasieten die wel waarde aan de gemeenschap onttrekken, maar daaraan zelf niet bijdragen.
Nieuwe ronde, nieuwe en vernieuwde spelers
|
|---|
De strijd om de rechten en plichten bij de ruil van digitale bestanden is nog niet beslecht. Er lijkt slechts een nieuwe ronde te zijn aangebroken met nieuwe of vernieuwde spelers. Zij maken gebruik van nieuwe technologieën, strategieën en programma's en hanteren andere juridische tactieken. Het karakter van het strijdveld is met name veranderd door (a) de inzet van meer geavanceerde programma's voor gedistribueerde en anonieme p2p-netwerken waarin elk type digitaal bestand (van tekst tot film) kan worden uitgewisseld; (b) de inzet van meer geavanceerde kopieerbeveiligingen en flexibele licenties voor auteursrechtelijk beschermd materiaal; (c) de opkomst van legale online muziekwinkels en virtuele jukeboxen, en (d) de toenemende klachten over de prijspolitiek van de grote platenlabels.
Nieuwe generatie p2p-software: volledig gedistribueerde informatiedeling
Napster was slechts de frontlijn van het digitale download leger. Zodra de stekkers uit de centrale servers van Napster werden getrokken, trokken haar gebruikers zich terug in de jungle en deelden muziek met behulp van peer-to-peer ruilbeurzen zoals KaZaA, Grokster en Gnutella. Inmiddels verslaan nieuwere p2p-programma's zoals eDonkey en BitTorrent hun oudere concurrenten in de wedstrijd om snellere downloads en zoekacties.
Het is onmogelijk vast te stellen hoeveel 'guerrilla downloaders' er inmiddels al zijn. We weten wel dat p2p-programma's honderden miljoenen keren zijn gedownload: medio 2003 was eDonkey al 229 miljoen keer gedownload en KaZaA meer dan 230 miljoen. Maar het is moeilijk en soms onmogelijk hen op te sporen, en het is onmogelijk om hen allemaal te stoppen.
Het belangrijkste kenmerk van de nieuwe generatie p2p-programma's zoals Gnutella, Freenet, Kazaa, eDonkey en BitTorrent is dat zij volledig gedecentraliseerd zijn opgebouwd. Wanneer voldoende internetters gebruik maken van de uitwisselingssoftware, vormen zij automatisch een zichzelf organiserend virtueel netwerk dat zonder centrale besturings- of aansturingsservers functioneert. Bij de volledig gedistribueerde technologie voor informatiedeling maken de gebruikers direct contact met elkaar middels een stukje client software. De structuur van het netwerk is zo opgebouwd dat er een voortdurende ketting van alle gebruikers wordt gevormd. Elke gebruiker is quasi client en server tegelijk. Deze netwerken zijn zowel robuust (onkwetsbaar voor interne balansverstoringen) als weerbaar (moeilijk te vernietigen door kwaadwillende aanvallen van buitenaf). Zij hebben geen centraal faalpunt of achilleshiel zoals Napster en vergelijkbare gecentraliseerde systemen.
De uitwisseling van bestanden moet efficiënt, betrouwbaar, veilig en snel zijn. Om dit mogelijk te maken moet er enerzijds een mechanisme zijn voor het lokaliseren van andere gebruikers en het zoeken naar bestanden die zij in de aanbieding hebben (zoekmachine). Anderzijds moet er een mechanisme zijn voor het beschikbaar stellen van je eigen bestanden aan de p2p-gemeenschap (bestandsserver).
In gecentraliseerde systemen is het zoeken naar beschikbare bestanden relatief eenvoudig. Er is immers een centrale catalogus waarin de naam en het adres van de beschikbare bestanden wordt bijgehouden. In gedecentraliseerde p2p-netwerken wordt op een andere manier gezocht naar bestanden. De zoektochten door gedistribueerde netwerken worden nergens vastgelegd maar verspreiden zich volgens een bepaald patroon door het hele systeem. De sporen van deze zoektochten zijn moeilijk te achterhalen en zijn niet of nauwelijks tot de bron te herleiden. Daardoor wordt de anonimiteit van de deelnemers gewaarborgd. De zoekopdrachten worden sneller uitgevoerd dan bij Napster en ook de snelheid van de downloads ligt stukken hoger.
Ook in gedecentraliseerde p2p-netwerken geldt dat de snelheid van het netwerk bepaald wordt door het tempo van de zwakste schakel. Zoekopdrachten worden volgens een bepaald patroon doorgegeven naar andere op het netwerk aangesloten computers. In dit zoektraject komen meestal ook nog langzame 24k-telefoonmodems voor die het proces sterk kunnen vertragen. Alle knooppunten zijn in principe gelijk, maar sommigen hebben nu eenmaal veel snellere computers en/of snellere internetverbindingen dan anderen. In slim georganiseerde p2p-netwerken worden de meer krachtige computers automatisch tot 'super nodes' verheven die servertaken overnemen. Bij de selectie wordt rekening gehouden met de prestatie van de processor, de bandbreedte van de verbinding en de beschikbare tijd van de computer in het netwerk. De schaalbaarheid (het vermogen tot uitbreiding met nieuwe gebruikers) van dergelijke netwerken is zeer hoog. De zoektijden liggen in de buurt van de 2-3 seconden.
|
Webwijzersites als Donkax.com, Torrentse.cx en Bytemonsoon.com moesten hun virtuele deuren sluiten nadat zij bedreigd werden door gerichte ddos-aanvallen en door dreigbrieven van de Amerikaanse muziekrechtenorganisatie RIAA (een zgn. 'cease-and-desist'-brief). De sites die off line zijn gegaan, waren voornamelijk bronsites voor de illegale uitwisseling van muziek- en filmbestanden. |
Een van de voordelen van gedistribueerde p2p-netwerken is de efficiëntie en kostenbesparing van de opslag van digitale bestanden. Uitgangspunt daarbij is dat elke gebruiker van het netwerk zelf een stukje van hun eigen harde schijf open stelt waarin een of meerdere bestanden beschikbaar worden gesteld. Dit betekent echter niet noodzakelijk dat de bestanden die iemand op het netwerk plaatst ook bij de maker worden opgeslagen. Deze bestanden kunnen ook in een willekeurig ander knooppunt van het netwerk worden opgeslagen. Naarmate de vraag naar zo'n bestand vanuit een bepaalde plek van het netwerk groter wordt, kan zo'n bestand automatisch naar knooppunten in de buurt daarvan worden gekopieerd. Wanneer bestanden die door gebruikers worden aangeboden op meer plekken in het netwerk worden opgeslagen, dichter in de buurt van de vragende partijen, dan hoeft de maker van de informatie minder uit te geven aan serverruimte en bandbreedte. Voor dit soort op- en overslagdiensten zou men in commerciële settings zelfs een premie kunnen vragen.
In sommige programma's, zoals Freenet, worden de bestanden tegelijkertijd versleuteld met een digitale handtekening, zodat niemand met de inhoud kan knoeien. Daarom weet zelfs de beheerder van een knooppunt niet welke informatie in zijn machine ligt opgeslagen.
De distributie van digitale bestanden kan aanzienlijk worden versneld wanneer die bestanden niet als een geheel worden getransporteerd. Daarom wordt elk bestand door het systeem opgesplitst in kleine stukjes die onafhankelijk van elkaar gedistribueerd kunnen worden. Zodra iemand deze stukjes begint te downloaden, begint hij ze aan het hele netwerk aan te bieden. Dit betekent dat een film niet in zijn geheel gedownload hoeft te worden voordat deze aan andere mensen kan worden aangeboden. De distributie van dergelijke grotere bestanden verloopt hierdoor veel efficiënter. Van dit opsplitsingsmechanisme wordt vooral gebruik gemaakt in ruilprogramma's zoals eDonkey en BitTorrent die specifiek gericht zijn op het verspreiden van grote bestanden. Niet voor MP3tjes van een paar mb, maar voor speelfilms, grote programma's (zoals Red Hat Linux) en hele cs's. Het zijn grote bestandenslurpers.
Het downloaden wordt niet alleen efficiënter gemaakt door het opsplitsen van de bestanden, maar vooral ook door een revolutionaire up- en downloadtechnologie die door BitTorrent werd geïntroduceerd. Wanneer iemand een bestand begint te downloaden fungeert zijn computer onmiddellijk als een upload-server voor alle anderen die naar het bestand zoeken. Het p2p-programma brengt automatisch up- en downloadsnelheden met elkaar in balans. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat mensen die downloaden ook iets teruggeven aan het netwerk. Anders dan bij andere netwerken voor bestandsruil geldt: wanneer het aantal mensen dat naar een bepaald bestand zoekt toeneemt, neemt ook de snelheid van het downloaden toe omdat de afzonderlijke bestandsstukjes snel via de gemeenschap worden verspreid. In vergelijking met normale netwerken zoals het autoverkeersnet is het een technologisch wonder: hoe meer mensen netwerk gebruiken, des te sneller het hele systeem is.
In het traditionele server-client model worden sites gestraft voor hun populariteit. Omdat de bestanden vanuit één plaats worden geupload, moet een populaire site over krachtige computers en grote bandbreedte beschikken. In p2p-programma's als BitTorrent maken cliënten automatisch een mirror van de bestanden die zij downloaden, waardoor de belasting van de uitgever zeer klein wordt. De sleutel voor goedkope bestandsverspreiding is het aftappen van de ongebruikte upload-capaciteit van de cliënten. Hun aanbod groeit in hetzelfde tempo als hun vraag. Hierdoor wordt een ongelimiteerde schaalbaarheid gecreëerd tegen vaste kosten.
In gedistribueerde p2p-netwerken zijn er in principe geen mogelijkheden om te achterhalen waar een bestand vandaan komt, wie het downloadt of op zijn harde schijf opslaat. Een belangrijk doel van gedecentraliseerde ruilbeurzen is absolute anonimiteit. Het belooft een gegarandeerd anoniem en ongecensureerd stukje internet binnen het grote world wide web. Dit geldt overigens lang niet voor alle gedistribueerde p2p-systemen. Zo leent BitTorrent zich slecht voor illegaal down- en uploaden. Via een simpel commando krijgt men in dit netwerk te zien welke IP-adressen (adressen van online computergebruikers) betrokken zijn bij de illegale uitwisseling van een bestand.
De nieuwe generatie p2p-software stelt gebruikers niet alleen in staat om digitale muziekbestanden in mp3-formaat te ruilen. De meest uiteenlopende formaten van multimediale bestanden kunnen in de gedistribueerde netwerken worden geruild, zoals MP3's, plaatjes, audio, video en film.
Net als bij andere p2p-systemen blijft ook de veiligheid een belangrijk probleem. Gebruikers weten niet of de bestanden die uit een anonieme privé-computer worden opgehaald geen virussen, wormen of trojaanse paarden bevatten. In de betere p2p-systemen zijn inmiddels zeer effectieve filters ingebouwd voor het weren van ongewenste digitale gasten en watermerken die de authenticiteit van documenten kunnen garanderen.
De makers en gebruikers van gedistribueerde p2p-systemen laten zich inspireren door de combinatie van het principe van 'recht op vrije informatie' en 'mens durf te delen'. De makers van de p2p-technologie plaatsen hun software in de regel onder het principe van open source op de markt, waardoor talloze vrijwilligers in staat worden gesteld om bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van het programma.
De meest geniale talenten in de p2p-wereld zijn vaak jonge rebellen die de politieke ambitie hebben om bijvoorbeeld 'de hegemonie van de muziekdistributeurs' genadeloos aan de kaak te stellen, of om dissidenten in landen als China in staat te stellen om ongecensureerde informatie te verspreiden. Zij nemen het idee 'informatie wil vrij zijn' tot hun lijfspreuk. En zij proberen om alle barrières zoals monopolievorming, misbruik van machtsposities, uitbuiting van mensen, commercialisering van intermenselijke verhoudingen te slechten om meer gelijke voorwaarden te scheppen voor de vrije ontplooiing van individuele talenten en voor een meer sociale en solidaire samenleving. Daarmee staan zij per definitie op voet van gespannenheid met de standaardideologie van het moderne informationele kapitalisme waarin 'de markt' tot hoogste vorm van menselijke rationaliteit wordt verheven. De rebellen van de p2p-generatie geloven meer in een gifteconomie, waarin mensen bereid zijn om hun talenten, ideeën, producten en diensten te delen met andere leden van hun samenleving. Dat is niet 'marktconform' en tart elke kapitalistische logica.
Dat is precies wat Napster in de harten van haar deelnemers heeft gemaakt tot wat het was: een technologisch hulpmiddel waarmee muzikale bronnen op een efficiënte en sociaal verantwoorde wijze gedeeld kunnen worden. Het is de ideologie van het 'concurreren en exploiteren' tegen de utopie van het 'samenwerken en delen'. Het overgrote deel van de bestandsdelers zijn brave jonge burgers die van muziek houden en daarom van de gelegenheid gebruik maken om via internet kennis te nemen van nieuwe songs of oude deuntjes. Muziek blijft een van de belangrijkste vormen van massacommunicatie. Andere communicatievormen zijn veel meer afhankelijk van het begrijpen door middel van tekst, kennis, abstractie en opleiding. Het is niet te veel overdreven om te zeggen dat populaire muziek de enige echte vorm van massacommunicatie is. De Napster-revolutie heeft er in ieder geval toe bijgedragen dat miljoenen mensen in aanraking zijn gekomen met enorme diversiteit aan muzikale genres en artiesten. Zo'n culturele verrijking kan men ook oppervlakkig afdoen als 'piraterij' omdat dit ten koste zou gaan van de winsten van de platenmaatschappijen. Maar dat is een miskenning van zowel de motieven, praktijken als consequenties van het online delen van muziekbestanden.
Het van oorsprong Nederlandse KaZaA gebruikt peer-to-peer technologie van Fast Track. Individuele gebruikers worden direct met elkaar verbonden, zonder een centraal beheerspunt. Het enige dat de gebruiker moet doen, is het installeren van de KaZaA Media Desktop (KMD). Hierdoor wordt de gebruiker verbonden met andere KMD gebruikers. KaZaA wordt overwegend gebruikt voor het uitwisselen van media-data zoals MP3, plaatjes, audio, of video.
KaZaA is een zichzelf organiserend netwerk. Krachtige computers worden automatisch verheven tot 'super nodes' die servertaken overnemen. Bij de selectie van deze superknooppunten wordt rekening gehouden met de prestatie van de processor, de bandbreedte van de verbinding en de beschikbare tijd van de computer in het netwerk. Een superknooppunt bevat een lijst met een aantal bestanden die door andere KaZaA gebruikers beschikbaar worden gesteld, en waar zij zijn gelokaliseerd. Bij een zoekopdracht wordt eerst het dichtstbijzijnde superknooppunt geraadpleegd. Wanneer het gezochte bestand niet via dit superknooppunt beschikbaar is, wordt de zoekopdracht doorgestuurd naar andere superknooppunten. Gebruikers kunnen zelf aangeven of zij hun computer als superknooppunt willen laten fungeren.
|
|
KaZaA volgt een tweesporen-beleid: de gratis dienst voor bestandsdeling is gecombineerd met een betaalde dienst. Voor de betaalde dienst zijn afspraken gemaakt met Buma/Stemra over de afdracht van auteursrechten en is er een akkoord gesloten met platenmaatschappijen. De platenmaatschappijen hebben inmiddels door dat zij bestandsdeling niet kunnen verbieden en dat zij daar zelf gebruik van zouden moeten maken. Volgens Niklas Zennström van KaZaA zijn p2p-programma's zelfs "het beste dat platenmaatschappijen is overkomen". Via KaZaA worden gebruikers via 'collaborative filtering' ook suggesties gedaan over andere muziek. Een gemeenschap waar mensen bestanden uitwisselen kan voor platenmaatschappijen een potent promotiemiddel zijn. De doelgroep wordt immers geattendeerd op hun producten zonder dat zij er zelf moeite voor hoeven doen.
In de betaaldienst van KaZaA komen de inkomsten primair uit abonnementen. Gebruikers betalen vooraf een bepaald bedrag en gebruiken dat op tijdens het downloaden net als bij pre-paid telefoneren.
KaZaA heeft haar positie moeten bevechten. Zij werd door Buma/Stemra aangeklaagd wegens het inbreuk maken op auteursrechten. In november 2001 werd KaZaA door de rechtbank in het ongelijk gesteld in de zaak die Buma/Stemra tegen de site had aangespannen. KaZaA diende ervoor te zorgen dat mensen geen inbreuk maken op het auteursrecht en kreeg daarvoor een dwangsom opgelegd. Dit vonnis van de rechtbank werd in maart 2003 vernietigd door het Gerechtshof in Amsterdam.
|
Een van de programma's die met KaZaA wordt meegeleverd is Cydoor. Dit programma gebruikt de internetverbinding van de gebruiker om advertenties te downloaden en te tonen in de software die van het programma gebruikmaken. Zonder dat men het weet krijgt iedere gebruiker een Global Unique Identifier (GUID). Aan de hand van dit nummer registreert Cydoor hoe vaak de advertenties aan een bepaalde gebruiker zijn getoond en hoe vaak hij heeft doorgeklikt naar de site van de adverteerder [bron]. Steeds meer bestandruilsoftware wordt tegenwoordig standaard gebundeld met zogenaamde adware of spyware-programma's. Hierdoor verschijnen er automatische pop-up advertenties terwijl mensen over het net surfen of wordt er bijgehouden waarheen iemand surft. Deze informatie wordt vervolgens verkocht aan marketingbedrijven. |
In het heetst van de strijd werd KazaA.com in januari 2002 plotseling overgenomen door Sharman Networks Limited, een Australische onderneming. Zij neemt zowel de website, de handelsnaam als de logo's over van de huidige eigenaren. Daarbij horen ook de KaZaA Media Desktop en de Fast Track P2P Stack.
In september 2002 gaat KaZaA een samenwerking aan met Tiscali. De internetprovider gebruikt KaZaA voor het werven van nieuwe abonnees. De provider betaalt voor iedere nieuwe abonnee die zich aanmeldt via KaZaA een vergoeding aan de eigenaar van KaZaA.
In maart 2003 wint KaZaA echter in hoger beroep van Buma/Stemra. Volgens de rechter is een bedrijf dat software verspreidt via internet niet verantwoordelijk voor datgene wat de gebruikers er vervolgens mee doen. Het Gerechtshof van Amsterdam bepaalde dat "voor zover er sprake is van auteursrechtelijk relevant handelen die handelingen verricht worden door gebruikers van het computerprogramma en niet door KaZaA". Bovendien stelde het Hof vast dat het programma "niet uitsluitend wordt gebruikt voor het downloaden van auteursrechtelijk beschermd werk". KaZaA beschouwde de uitspraak als "een overwinning voor het gehele internet".
Twee fronten: beperkingen en repressies
|
|---|
Beheer van digitale rechten: DRM
Microsoft steekt de platenmaatschappijen een helpende hand toe met de introductie van software voor het tegengaan van piraterij. Dat is de DRM, of voluit: 'Digital Rights Management'. Microsoft investeerde ongeveer 500 miljoen dollar in de ontwikkeling van DRM-technologie. In januari 2003 presenteert zij haar softwarepakket Windows Media Data Session Toolkit. Deze technologie moet twee dingen realiseren.
Dit laatste richt zich tegen beveiligingsmethoden waarbij cd's niet meer op een pc afgespeeld kunnen worden, en als gevolg van deze bescherming ook niet op draagbare afspeelapparaten.
Microsoft beweert een oplossing te hebben voor beide problemen. Een cd kan hierbij wel op diverse audio-apparatuur en de pc worden afgespeeld, maar naar wens kan de fabrikant besluiten om het maken van een kopie onmogelijk te maken. DRM geeft verkopers van cd's en films de controle over het gebruik. Platenmaatschappijen als Universal en EMI reageerden enthousiast op de software.
|
|
DRM is een flexibele manier om digitale muziek te beschermen. Na het downloaden van een met DRM beschermd bestand probeert Media Player de vereiste licentie op te halen zodra het bestand wordt afgespeeld. Voor de meeste licenties moet worden betaald. DRM maakt het echter ook mogelijk het aantal keren dat een bestand kan worden afgespeeld te beperken. Een platenmaatschappij kan dus een eenmalige gratis licentie weggeven, en pas bij herhaaldelijk afspelen laten betalen.
|
Met de software van Trymedia kunnen na betaling ontsloten versies ook in het p2p-circuit worden aangeboden. De software keert dan automatisch terug in de beperkte modus, zodat ook de nieuwe eigenaar van de software zal moeten betalen voor volledige toegang. Dit gebeurt ook wanneer de software op cd of dvd wordt gezet of als het als attachment per e-mail wordt verstuurd. Deze extra beveiliging is van belang voor het try-before-you-buy systeem. |
De rechten op het te downloaden bestand worden geflexibiliseerd. Er worden gebruiksrechten afgegeven voor een x aantal dagen of keren afspelen. Die informatie wordt op een sleutel gezet. De gebruiker kan dan een of meerdere songs beluisteren, een keer, drie keer, of een dag lang. Door de sleutels kan worden gecontroleerd wie, op welk moment, bij welke platenmaatschappij, naar welke muziek heeft geluisterd.
Downloads worden vaak ingezet als promotiemateriaal. Je krijgt bijvoorbeeld een bestand eerst een week lang gratis en als je het langer wilt gebruiken, moet je ervoor betalen. De inkomsten komen uit een combinatie van een abonnementenmodel en een transactiemodel. Een klant kan een abonnement nemen op de dienst voor x euro per maand. Zo'n abonnement is maatwerk: er zit een bepaald aantal sleutels in en de firma krijgt een bepaald bedrag per sleutel.
Het verleidingsmodel is eenvoudig. Een single wordt gratis online aangeboden volgens het principe van 'try before you buy'. Wie een single online beluistert wordt direct verwezen naar de site waarop het hele album besteld kan worden. Soms wordt zo'n gratis single gedeactiveerd zodra het album wordt uitgebracht, zoals bij de door J. Records uitgebrachte single van Alicia Keys.
De muziekindustrie heeft een vastberaden klopjacht ingezet op individuele gebruikers van ruilbeurzen op internet. Medio 2003 waren er al bijna duizend dagvaardingen uitgereikt aan mensen die illegale deuntjes hadden ingeslagen. Dit straffe optreden zal bij sommigen piraterij ontmoedigen. Maar om succes te hebben moeten mensen het gevoel hebben dat er een serieus risico is dat zij gepakt worden. Met naar schatting 80 miljoen mensen die gebruik maken van ruildiensten in de wereld, is de kans dat men gepakt wordt zeer klein. Bovendien zou zo'n juridische aanval wel eens het effect kunnen hebben dat zij klanten, die toch al het gevoel hadden dat de platenmaatschappijen veel te hoge prijzen rekende voor cd's, nog verder van zich vervreemden. Veel consumenten zeiden: "Als cd's niet zo duur zouden zijn, zouden we het niet zo snel muziek van internet plukken." In september 2003 gingen de platenmaatschappijen er eindelijk toe over hun prijzen substantieel te verlagen. Volgens David Bowie beweegt de muziekindustrie zich daarmee op een hellend vlak: nu ze de prijzen verlagen geve