Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

De mobiele samenleving

—Interactieve, organisationele & maatschappelijke eigenaardigheden van mobiele communicatie—
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Mobiele communicatie
    Emancipatie van plaats en tijd
    Verlengstuk van het leven
    Van Volta via Bell en Krolopp naar Jobs
    Omvang & aard van mobiel verkeer
    Mobiel dataverkeer
    Gebruik van smartphones
Ik en mijn mobieltje
    Functionele expansie
    Privé in de publieke ruimte
    Grensconflicten tussen privé en publiek
    Mobiele communicatie als schild
    Rolintegratie
    Controle over bereikbaarheid
    Nomofobie
Interpersoonlijke interactie
    Uitbreiding van perifere relaties
    Bestendiging van primaire interacties
    Aandacht gevraagd
    Dynamische planning: flexibilisering
    Mobiele intimiteit: ambulante privacy
    Lokale en virtuele interactierituelen
Conflict tussen lokale en virtuele interacties
    Ontregelende en irriterende werking
    Gelijktijdig optreden in twee ruimtes
    Verbale en gebarentaal
Groepen, organisaties en markten
    Decentrering van communicatie
    Virtualisering van arbeidsorganisatie
    Precies-op-tijd communicatie
    Revolutionering van commerciële markten
    Transformatie van omgevings- en stadservaring
    Organisatie van collectief handelen
Maatschappelijke gevolgen
    Deregulering van grenscontrole
    Kolonisering van publieke ruimte
    Onveiligheid van mobiel verkeer
    Eigenaardigheden van mobiele telefoon
Nomadische gedachten
    Geglobaliseerde stadsnomaden
    Kinderen aan de mobiele leiband
    The Dark Side: Criminaliteit
    Keuze van communicatievorm
    Transformatie van ervaring

Informatiebronnen
Index Communicatie en Organisatie
Index Communicatie via e-mail
Index Chatten als synchrone communicatie
Index Instant Messaging: de toekomst van synchrone communicatie
Index Vrienden van vrienden

De mobiele telefoon is in steeds sterkere mate een altijd en overal aanwezig onderdeel van ons dagelijks leven. We staan er mee op en gaan er mee naar bed. We gebruiken hem op ons werk en voor onze studie. We gebruiken hem op straat en in de trein. Je kunt beter vragen waar en wanneer we ons mobieltje níet gebruiken. Strikt genomen is het antwoord: we gebruiken ons mobieltje al het even kan overal en als we niet slapen bijna altijd.

Mobiele communicatie heeft een toenemende invloed op het leven van mensen, groepen, netwerken, organisaties en de samenleving als geheel. Mobiele telefonie is een van de meest explosieve ontwikkelingen die ooit in de communicatietechnologie heeft plaatsgevonden. De vaste telefoon was een uitvinding die een direct interpersoonlijke communicatie en interactie mogelijk maakte, onafhankelijk van de fysieke afstand tussen de gesprekspartners. Deze verandering in het karakter van persoonlijke interactie was de meest belangrijke innovatie sinds de introductie van de schriftelijke communicatie (het schrijven van brieven). Telefoneren is een vorm van directe communicatie ondanks afstand. Sinds de introductie van mobiele telefoons (vanaf de jaren ’80) kan daaraan worden toegevoegd: en ondanks locatie. Een telefoongesprek nu kan praktisch overal (op elke locatie: in de auto, op straat, in de natuur) worden begonnen en geaccepteerd. Zowel de mond als het oor zijn volledig mobiel geworden. Deze nieuwe vorm van vrijheid van beweging maakt een mobiele of zo men wil nomadische leefwijze mogelijk. Mobiele communicatie heeft diepingrijpende gevolgen voor bijna alle aspecten van ons dagelijk bestaan.

Hieronder wordt geanalyseerd welke gevolgen het gebruik van mobiele communicatietechnologie heeft voor individuen, voor sociale relaties, voor groepen en netwerken, voor organisaties en instituties, en voor de samenleving als geheel. De centrale vraag daarbij is: op welke wijze worden in het informationele stadium van het kapitalisme onze leefwijze en leefstijl beïnvloed door het gebruik van de mobiele telefoon en andere apparaten voor mobiele communicatie?

Index Mobiele communicatie

Emancipatie van plaats en tijd
Fysieke nabijheid was altijd een voorwaarde voor mensen om duurzame interactieve relaties te initiëren en te handhaven. Voor de ontwikkeling van meer complexe vormen van communicatie en coöperatie waren stabiele verblijfplaatsen noodzakelijk. Onderweg —tijdens ruimtelijke verplaatsing— waren de communicatieve mogelijkheden beperkt of volledig afwezig. Ruimtelijke verplaatsingen waren onverenigbaar met de handhaving van communicatieve relaties.

In moderne samenlevingen is de ruimtelijke mobiliteit sterk toegenomen. Daardoor verscherpte zich de pijnlijke tegenstelling tussen ruimtelijke en sociale afstand: in hun stedelijke publieke domeinen leven individuen enerzijds in extreme ruimtelijke nabijheid met grote aantallen mensen die vreemd voor hen zijn, anderzijds moeten zij grote ruimtelijke afstand accepteren ten opzicht van hun meest significante partners: hun geliefden thuis en hun vrienden [Geser 2004].

Daar tegenover staat dat ook de communicatieve technologieën sterk in kracht en reikwijdte zijn toegenomen. De introductie van de vaste telefoon elimineerde weliswaar de vereiste van fysieke nabijheid, maar zeker niet de noodzaak om op specifieke plaatsen aanwezig te zijn. Wie wilde telefoneren moest op een bepaalde locatie aanwezig zijn met een vaste of landlijnverbinding. Je moest thuis blijven of op kantoor om bereikbaar te zijn voor bellers. “Ik wacht op een telefoontje….”

De mobiele telefoon bevrijdt ons zowel van de beperkingen van fysieke nabijheid als van ruimtelijke immobiliteit. Mobiele communicatie is verenigbaar met ruimtelijke mobiliteit. De eigenaardigheid van mobiele telefonie is dat we met anderen in contact kunnen blijven als we ons fysiek verplaatsen van de ene naar de andere locatie. Met de vaste telefoon bellen we naar een plaats, met mobiele telefonie bellen we een persoon.

Vóór de introductie van mobiele communicatie waren onze wacht- en reistijden vooral lege uren, uren van verveling. Je kon hoogstens proberen om die vervelende en nutteloze tijd te doden met het lezen van een krant, tijdschrift of boek. De mobiele telefonie biedt nieuwe mogelijkheden om die vervelende lege tijden te vullen met persoonlijke, sociale of zakelijke communicaties. Juist daarom wordt in transitionele ruimtes —overgangsruimtes zoals treincoupés, terminals van luchthavens, wachtkamers in ziekenhuizen of ambtelijke instellingen— zeer intensief mobiel gecommuniceerd [Lasen 2002b: 27/30]. De mobiele telefoon, de tablet en laptop stellen ons in staat om te ontsnappen aan de verveling van het loutere wachten en aan de frustratie dat je juist in die situaties niet even met een geliefde, vriend, familielid, collega of zakelijke relatie kunt praten.

De mobiele telefonie heeft zich razendsnel over de hele aardbol verspreid, ook in relatief arme regio’s. De mobiele telefoontechnologie is beter dan de computer in staat om minder geprivilegieerde populaties te verbinden aan het domein van gedigitaliseerde informatie.

Bovendien zijn de huidige mobieltjes inmiddels zo ‘slim’ dat zij PC’s en ook laptops kunnen vervangen. Met onze mobieltjes bellen we niet alleen: we surfen ermee over het internet, we e-mailen, sms-en en twitteren ermee en we onderhouden onze virtuele sociale netwerken; we zetten onze afspraken in elektronische agenda’s en vinden onze weg via gps; we raadplegen (on)weersvoorspellingen en beursberichten, sport- en totouitslagen; we betalen ermee en we spelen ermee, we luisteren naar muziek en leggen gebeurtenissen vast op foto en video. De mobiele communicatie omvat in toenemende mate bijna alle aspecten van ons dagelijks leven. De lijst van nuttig-praktische, informatieve, educatieve, speelse, erotische, gezellige, sociale, culturele en politieke functies wordt jaarlijks langer. Het eind daarvan is nog niet in zicht: ‘you ain’t seen nothing yet!’

Index


Verlengstuk van het leven: koosnaampjes
Mensen zijn sterk met hun mobiele communicatietechnologie verbonden. Dit komt ook tot uiting in de namen die we voor dit apparaat gebruiken. In Duitsland noemt men de mobiele telefoon de handy: eenvoudig, nuttig, beheersbaar en vriendelijk. In Finland wordt het mobieltje aangeduid als kännykkä: een extensie van de hand. In Italië wordt het lieflijk aangeduid als telefonino, de kleine telefoon. En wij noemen het gewoon onze mobiel, mobieltje of gewoon telefoon.

Levenslijn
Een poëtische vriend zei onlangs: “Waar is nu toch mijn levenslijn?” Zijn mobiele telefoon was even buiten bereik, en hij miste direct zijn verbindingen met mensen die hij kent en met de wereld waarin hij leeft.
De gemeenschappelijke code van dergelijke benamingen is dat de mobiele telefoon een vitaal onderdeel is van mijn bestaan en dat ik het daarom als onderdeel van mijzelf beschouw. Het is een hoogst persoonlijk of verpersoonlijkt apparaat dat evenzeer onderdeel is van mijn bestaan als de bril of contactlenzen die ik draag om beter te zien of het gehoorapparaat om beter te horen.

De mobiele telefoon is een verlengstuk van de zintuigen waarmee we in het leven staan. Zij overbrugt de afstand tussen mij en degenen waarmee ik wil communiceren, zij maakt direct iets zichtbaar dat zich ver buiten mijn gezichtsveld afspeelt, zij laat mij dingen horen, lezen en zien die ik op afroep wil ervaren, en zij biedt oneindig veel ondersteuning bij dingen waarmee ik dagelijks of in bepaalde situaties word geconfronteerd.

Index


Van Volta via Krolopp naar Jobs

Rudi Krolopp met zijn eerste mobieltje — Niet voor je broekzak
Het eerste mobiele telefoongesprek werd op 13 oktober 1983 gevoerd door de directeur van Ameritech Mobile Communications, Rudi Krolopp. Hij belde naar de kleinzoon van Alexander Graham Bell —de uitvinder van de telefoon— die op dat moment in Duitsland woonde. Met een gewicht van bijna 800 gram en een lengte van bijna 40 centimeter (inclusief antenne) was de voor dit gesprek gebruikte Motorola DynaTAC 8000X het high-tech toestel van die tijd. Je kon het toestel niet zo in je broekzak stoppen. Rudy Krolopp had het eerste prototype van een mobiele telefoon al in 1973 ontworpen.

De ontwikkelingskosten van de eerste mobiele telefoon bedroegen meer dan $100 miljoen. In 1984 werdt zijn toestel op de markt gebracht voor een prijs van $3.996. Zijn uitvinding veranderde de wereld.

Dit nogal onhandige mobieltje kon gebruikt worden om een half uur te bellen en 30 telefoonnummers op te slaan. Krolopp noemde zijn uitvinding liefdevol ‘de schoen’ of ‘the brick’. Het eerste echte telefoontje pleegde hij in een Amerikaans hotelrestaurant. Hij belde naar de manager van het hotel en vroeg om een fles water. De manager was diep onder de indruk dat een gast hem vanaf het terras van zijn restaurant kon bellen. Krolopp toonde daarmee aan hoe profaan de toepassingen van werkelijk innovatieve uitvindingen konden zijn.

Krolopp heeft illustere voorgangers die voor het begrip van ontstaan en ontwikkeling van de mobiele communicatie niet mogen ontbreken. In het begin van de 18e eeuw ontdekte Alessandro Volta het verschijnsel elektriciteit. In de ‘zuil van Volta’ werden koper- en zinkplaatjes op elkaar gestapeld die van elkaar gescheiden waren door een in zoutwater gedrenkt stukje karton. Zo toonde hij aan dat elektriciteit geproduceerd kon worden door een combinatie van verschillende metalen. Zijn ontdekking had vergaande gevolgen.

In 1834 slaagde Samuel Morse erin om informatie te versturen in een code voor communicatie. Hij ontwikkelde een elektrisch instrument dat in staat was om gecodeerde informatie te versturen en te ontvangen. Morse is een communicatiecode die bestaat uit met tussenpozen uitgezonden signalen, die letters, leestekens en cijfers representeren. Telegrafie was het begin van de communicatie op bijna oneindig grote afstanden. Het technische principe van de telegraaf was eenvoudig. Je kon alleen maar kiezen uit twee toestanden: de sleutel naar beneden (= stroom) of de sleutel niet bediend (= geen stroom) en de tijdsduur (kort of lang). Telegrafie is de voorloper van de latere digitale communicatie.

Natuurlijk, er waren daarvoor al tal van technieken in gebruik die het mogelijk maakten om op grotere afstand dan de menselijke stem kon overbruggen signalen te teleporteren: rooksignalen, tam-tam, vuren, toortsen, duiven, tekst op stenen, papyrus, papier en in gedrukte boeken, tijdschriften en kranten. Al deze technieken werden uitgevonden om informatie te delen en met elkaar te communiceren.

In 1876 patenteerde Graham Bell zijn uitvinding van de telefoon. Hij ontdekte dat het mogelijk was om golvende elektrische stromen te genereren die correspondeerde met geluidsgolven. Samen met zijn assistent Thomas Watson ontwikkelde hij een accoustische telegraaf. We konden op afstand met elkaar praten. Niet lang daarna ontdekte Marconi een oplossing voor het probleem dat eenrichtingsverkeer alleen maar via kabels verstuurd kon worden. Daaruit kwamen de radio en televisie voort. Het waren massamedia die alleen maar konden uitzenden (broadcasting). Decennia later werd de werkelijk interactieve en laterale vorm van communicatie ontdekt.

De opkomst van het internet en de uitvinding van de mobiele communicatie is een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de menselijke communicatie en interactie. Mobiele communicatie biedt de meest gevarieerde en gebruiksvriendelijke manier om ervaringen, informatie en kennis met elkaar uit te wisselen en om met elkaar te communiceren over alledaagse en buitengewone kwesties.

Index


Omvang en aard van mobiele communicatie: intensiteit, breedte en variatie
De omvang en aard van de mobiele communicatie moet in drie opzichten worden gepreciseerd.
  1. Intensiteit van gebruik
    Hoe vaak worden welke producten —smartphone, tablet, laptop— door wie —leeftijdsgroepen, educatieve niveaus, mannen/vrouwen, beroepsgroepen— gebruikt ?
  2. Spreiding van gebruik
    Met hoeveel partners of bekenden wordt er gecommuniceerd? Concentreert het gebruik van mobiele communicatie zich op primaire sociale relaties: partner, boezemvriend, hartsvriendin, familielid? Of juist op perifere relaties met bekenden en vrienden van vrienden?
  3. Variatie van gebruik
    Voor welke functies worden de mobiele producten gebruikt en met welke applicaties? Welke functies hebben mobiele applicaties voor de individuele gebruiker, voor de sociale interactie met anderen, voor de vorming van groepen en netwerken, en voor de werking van organisaties en maatschappelijke instituties?

Laten we om te beginnen een paar feiten op een rij zetten die een indicatie geven van de omvang en aard van mobiele communicatie.

Index


Mobiel dataverkeer
Als gevolg van een snelle toename van het aantal smartphones en tablets met een internetverbinding is het mobiele dataverkeer de afgelopen jaren explosief gegroeid. Om dit mogelijk te maken wordt er door mobiele operators op grote schaal geïnvesteerd in de uitbreiding van het UMTS/HSPA netwerk, en in de opvolger daarvan: LTE.

Steeds meer gebruikers hebben behoefte aan snelle en betrouwbare draadloze communicatie. Smartphone gebruikers genereren 35 keer zoveel verkeer als niet-smartphone gebruikers. Door de opkomst van mobiel internet op smartphones, tablets en laptops is het wereldwijde mobiele dataverkeer in 2015 naar verwachting 26 keer zo groot als in 2010 [Cisco].

De verwachting is dat het mobiele data verkeer tussen 2010 en 2016 zal toenemen van 0,2 exabytes naar 10,8 exabytes.

Index


Gebruik van smartphones: snelheid, functionaliteit en connectiviteit
GSM
GSM is een publieke, cellulaire digitale landmobiele technologie voor spraak- en datadiensten. In 1994 werd GSM commercieel in Nederland geïntroduceerd. De afkorting staat voor ‘Global System for Mobile communication’. Door de invoering van de SIM-kaart zijn houders in staat om gebruik te maken van iedere mobiele telefoon.
Het gebruik van smartphones (mobiele telefoons met internetverbinding) is de laatste jaren sterk toegenomen. Begin 2011 was 34 procent van de gebruikte mobiele telefoons in Nederland een smartphone en naar verwachting zal dit begin 2012 al ongeveer 50% zijn. Het aantal mobiele aansluitingen is in Nederland groter dan de bevolkingsomvang. Per persoon zijn er in Nederland ongeveer 1,2 mobiele aansluitingen [TNO 2011]. In Europa hebben bijna alle huishoudens (98%) toegang tot een telefoon [European Commission 2010]. Wereldwijd zijn er 3,5 miljard GSM gebruikers in 219 landen. Daarbij gaat het om zo’n 1000 netwerken. 90% van de wereldbevolking leeft in gebieden waar GSM wordt aangeboden [GSMA 2012].

Niet alleen het gebruik, maar ook de kracht van smartphones neemt sterk toe. Veel moderne smartphones werken al met dual-core processoren die op meer dan 1 GHz draaien — dat is ongeveer de rekenkracht van een PC van 5 jaar oud. De ontwikkelingen op het gebied van de smartphones gaan zo snel dat zij binnen afzienbare tijd daadwerkelijk als de nieuwe persoonlijke computer kunnen fungeren.

Deze trend wordt nog eens versterkt door de opkomst van de tablet PC. Afgezien van de omvang van het beeldscherm wordt het steeds moeilijker om het verschil te bepalen tussen een smartphone, een tablet en een laptop. De functionaliteiten van deze mobiele apparaten zijn nagenoeg gelijk en zullen in de toekomst alleen maar verder convergeren.

In vergelijking met de traditionele PC beschikken smartphones over nieuwe mogelijkheden omdat zij over sensoren beschikken die erg handig zijn in een draagbaar apparaat: GPS, camera, kompas, accelerometer, gyroscoop, lichtsensor en afstandssensor. Mede hierdoor is het aantal applicaties voor smartphones en tablets sterk gestegen. In mei 2011 waren er ongeveer 200.000 apps beschikbaar voor Android smartphones en al meer dan 350.000 voor de iPhone. Het aantal apps voor Android smartphones neemt met ongeveer 30.000 apps per maand toe [TNO 2011].

Naast het steeds omvangrijke gebruik, de toenemende rekenkracht en uitgebreide functionaliteiten van de smartphones hebben zij ook een bredere connectiviteit. De meeste smartphones maken gebruik van verschillende radio interfaces: GSM, 3G, WiFi, Bluetooth en NFC. Hierdoor is bijna overal een netwerkverbinding te leggen en kunnen de smartphones zowel met elkaar als met andere apparaten worden verbonden.

Index Ik en mijn mobieltje

Functionele expansie van telefoongebruik
Mobiele communicatietechnologie biedt talloze nieuwe mogelijkheden om contact te maken met mensen, om informatie op te vragen die je nodig hebt, om op de hoogte te blijven van actuele ontwikkelingen (nieuws), om een reis te plannen naar een zonnig vakantieoord, om je te oriënteren in een onbekende omgeving, om je vrienden en vrienden-van-vrienden aan te zetten om een gezamenlijke actie te ondernemen.

Aanvankelijk hadden mensen een tamelijk beperkt beeld van het nut van een mobieltje. Na enige tijd leren zij dat zo’n apparaat voor de meest uiteenlopende zaken gebruikt kan worden [Palen/Salzman/Young 2001]. Dat snelle proces van adoptie verloopt niet gladjes, maar met horten en stoten. Het gaat gepaard met groeipijnen. Door het gebruik van mobiele telefoons veranderen op den duur onze gewoontes en leren we om deze nieuwe technologie te gebruiken voor een toenemend aantal doeleinden en in een steeds bredere reeks situaties.

Het gebruik van mobieltjes verbreedt zich enerzijds van loutere uitzonderings- of noodgevallen naar alledaagse, routinegevallen en anderzijds van specifiek instrumentele naar meer diffuse expressieve communicaties [Ling/Yttri 1999; Geser 2004]. Mobiele communicatie krijgt meer en meer een niet-instrumentele, sociaal-emotionele functie, zoals het tonen van bezorgdheid, solidariteit en betrokkenheid, het articuleren van nabijheid, compassie, sympathie en liefde [Palen/Salzman/Youngs 2001; Licoppe/Heurtin 2002:106]. Veel telefoontje zijn alleen maar gericht op contact, zij fungeren als herinnering aan verbondenheid [Haddon 2000].

In eerste instantie schaffen mensen een mobieltje aan voor instrumentele doeleinden. Maar in het algemeen zijn gebruikers niet in staat om te anticiperen hoe zij in de toekomst een nieuwe technologie gaan gebruiken. Bij de introductie van de vaste telefoon gebeurde hetzelfde [Fischer 1992]. Juist omdat we het mobieltje dag en nacht bij ons dragen worden er telkens nieuwe innovatieve en creatieve toepassingen gevonden.

Op weg naar het ideale mobieltje: zelfprogrammeerbare mobieltjes
Een ideaal apparaat voor interactie moet flexibel zijn om zich te kunnen aanpassen aan de voorkeuren, wensen en gewoontes van haar gebruikers. Mobieltjes zouden zich kunnen evalueren tot zelfprogrammeerbare apparaten die op eenvoudige wijze voor elke gewenste vorm van afstandsbediening kunnen worden gebruikt. Van het openen van de voordeur, het regelen van de thermostaat tot het bedienen van radio, tv en DVD-speler. Het mobieltje verstuurd via haar draadloze communicatie modules (Bleutooth, WIFI, G3) de gebruikerscommando’s naar de toepassing. Op dit manier kan het mobieltje zich ontwikkelen tot een persoonlijk controleapparaat dat universeel bruikbaar is.

Deze gedachte is geen verre toekomstmuziek. Het International Committee for Information Technology Standards [INCITS] heeft een voorstel ontwikkeld voor de standaardisatie van een universele afstandsbediening. Deze standaard richt zich op het tot stand brengen van onderlinge uitwisselbaarheid tussen apparaten van verschillende fabrikanten.

Het ideale mobieltje moet dus gebruikt kunnen worden om informatie te krijgen over en instructies te versturen naar de meest uiteenlopende slimme apparaten: radio’s en televisies, dvd’s en geluidsapparatuur, ijskasten en magnetrons, scooters en auto’s. En uiteraard moet het mobieltje via natuurlijke taal bediend kunnen worden.

Index


Privé in de publieke ruimte
Mobiele communicatie wordt vooral gebruikt in periodes waarin men reist of op fysieke afstand is van familie en vrienden. Dat verklaart ook waarom er zoveel mobiele communicatie plaats vindt in publieke ruimtes. Dat kan plaats vinden in wachtruimtes, horecageledenheden of in treinen, maar ook tijdens particulier vervoer in auto’s of op fietsen.
Bellende automobilisten
Epidemiologische studies hebben laten zien dat mobiel bellen tijdens het autorijden resulteert in een vier maal hogere kans om bij een ongeval betrokken te raken. Het rijgedrag wordt op verschillende manieren negatief beïnvloed door mobiel bellen. (i) Er wordt meer informatie gemist en later gereageerd als de informatie wordt opgemerkt. (ii) Er wordt later en krachtiger geremd voor een voorligger en een kortere stopafstand. (iii) Het stuurgedrag in stedelijke gebieden vertoont een hogere standaarddeviatie.
In veel landen is het inmiddels verboden om met een mobieltje aan het oor te bellen; handheld bellen in de auto is in Nederland sinds 2002 verboden. Maar op de fiets en scooter is dat nog niet het geval. Bellende fietsers zijn met hun gedachten niet helemaal bij het verkeer en dat brengt extra risico’s met zich mee. Landelijk verkeersofficier Koos Spee vindt het gebruik van het mobieltje op de fiets levensgevaarlijk en pleit voor een verbod op mobiel telefoneren op de fiets [AD - 8.8.08].

Mobiel bellen op de fiets heeft het grootste effect op de cognitieve processen. De bellende fietser richt zijn aandacht minder op het omringende verkeer. Veilige deelname aan het verkeer vereist aandacht. Die aandacht is nodig om de informatie te selecteren en te verwerken uit een dynamische en veranderende verkeersomgeving.
Gevaar op de weg?

Alle processen die relevant zijn voor het fietsen worden negatief beïnvloed door het bellen en muziek luisteren. Dit geldt vooral voor de cognitieve verwerking (beslissingen verkeerstaak; aandacht wordt afgeleid), de auditieve verwerking (gehoor), de kinesthetische verwerking (evenwicht en motoriek) en in iets mindere mate voor de visuele verwerking (waarneming; verkleining van perifere gezichtsveld). Door hun lage snelheid hebben fietser meer tijd om de omgeving in zich op te nemen dan bellende automobilisten. Maar toch missen fietsers meer objecten op het fietspad wanneer zij hun mobieltje of geluidsapparatuur gebruiken.
Terwijl de aandacht naar de rijtaak en het deelnemen aan het verkeer moet uitgaan, verschuift deze aandacht naar de gesprekspartner of naar de beluisterde muziek Redelmeier/ Tibshirani 1997; Schneider/Kiesler 2005]. Daarnaast worden de auditieve processen verstoord doordat de fietser het omgevingsgeluid moet wegfilteren om het gesprek te kunnen volgen. Tenslotte interfereert een handheld telefoon ook met de motorische of kinestetische processen: de bellende fietser moet met een hand sturen en in balans blijven. Al deze factoren samen zorgen ervoor dat de mobiel bellende (en muziekluisterende) fietser eenderde meer kans heeft op een ongeval dan de fietser die nooit apparatuur —draagbare mediaspeler en mobiele telefoon— gebruikt. “Het gebruik van apparatuur op de fiets blijkt een van de significante voorspellers te zijn van de kans op een zelfgerapporteerd fietsongeval, naast andere voorspellers zoals leeftijd, tijd besteed aan fietsen, en fietsen in riskante situaties” [SWOV: 2010].

Toch is het aantal verkeersdoden als gevolg van mobiel bellen tijdens het fietsen veel kleiner in vergelijking tot autorijden. Dat is vooral het gevolg van het feit (i) dat fietsers makkelijker even kunnen afstappen om de telefoon op te nemen; (ii) dat bellende fietsers hun verminderde taakbekwaamheid beter kunnen compenseren door snelheid te minderen; (iii) dat mobiel bellen op de fiets niet comfortabel is, zeker niet bij koud of nat weer; (iv) dat de wind voor gesuis zorgt waardoor de gesprekspartner moeilijk te verstaan is, en (v) dat de gemiddelde fietsrit kort duurt en de fietser makkelijker besluit om bij aankomst terug te bellen [Ministerie van Verkeer en Waterstaat 2008].

Het probleem van de bellende fietser moet overigens niet worden overdreven. Muziek luisteren is het meest voorkomende doel voor apparatuurgebruik tijdens het fietsen. Zo’s 15% van de fietsers luister altijd of bijna elke rit naar muziek. Het gebruik van apparatuur tijdens het fietsen is sterk leeftijdsgebonden. Van de 12 tot en met 17-jarigen gebruikt driekwart wel eens apparatuur om muziek te luisteren, bij 50 plussers is dit een achtste. Volgens het onderzoek van het SWOV maakt slechts 3% van de fietsers gebruik van de mobiele telefoon. Maar van de 12-17 jarigen gebruikten driekwart wel eens de telefoon tijdens het fietsen. Ouderen bellen vrijwel veel minder mobiel tijdens het fietsen: van de 50-plussers belt slechts een derde.

Daarom kwam ook de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) in haar onderzoek tot de conclusie dat het niet verstandig is om het mobiel bellen tijdens het fietsen wettelijk te verbieden. Zo’n verbod is niet noodzakelijk, weinig effectief en zou zeer moeilijk of slechts tegen hoge kosten handhaafbaar zijn. In plaats daarvan zou meer aandacht besteed moeten worden aan de risico’s van mobiel bellen tijdens het fietsen in de verkeerseducatie voor scholieren.

Meer dan zes op de tien fietsers die apparatuur gebruiken tijdens het fietsen past naar eigen zeggen het gedrag ook enigszins aan. Bovendien raken steeds meer mensen gewend om mobiel bellen te combineren met andere activiteiten. Juist dit leereffect kan ertoe leiden “dat mensen er beter in slagen om hun veiligheid te borgen terwijl zij fietsend of autorijdend deelnemen aan het verkeer” [Ministerie van Verkeer en Waterstaat 2008:7].

Index


Grensconflicten tussen privé en publiek: versterking van privécocon in publieke ruimte
In het publieke stadsleven kunnen mensen zich op diverse manieren onttrekken aan interactie met omringende vreemden. Zij lezen de krant, luisteren met een koptelefoon naar muziek, of telefoneren, e-mailen, of surfen over het web met hun mobieltje. Het zijn een soort symbolische lijfwachten [Lasen 2002b:27] die duidelijk maken: “Laat mij met rust, ik ben met iets anders bezig.”

Mobiele telefoons zijn onderdeel geworden van een strategie die individuen hanteren om in publieke ruimtes een minimale privésfeer af te bakenen en te verdedigen. Mobiele telefoons stellen mensen in staat om een symbolisch schild van privacy in het publieke domein met zich mee te nemen. Dit privatiserend gedrag creëert een typische onverschilligheid die voorwaarde is voor beschaafde stedelijke interactie. Mensen die in dichtbevolkte publieke ruimtes verkeren claimen tegenover onbekende vreemden het recht op beleefde onverschilligheid [Goffman 1963:83 noemt dit ‘civil inattention’; Lofland 1973:155 noemt het ‘disattention’; vgl. Haddon 2000].

Mobieltje als bescherming tegen ongewenste socialiteiten
Voor vrouwen is het nog steeds vaak lastig om zich alleen in publieke ruimtes te vertonen omdat zij daardoor het risico lopen door vreemde mannen te worden lastig gevallen. De mobiele telefoon biedt hiervoor een uitkomst: het is een remedie tegen ongewenste socialiteiten. Het zichtbare mobieltje lijkt naar omstanders het bericht te sturen: ‘Ik ben weliswaar fysiek alleen, maar ik ben niet geïsoleerd, ik ben nog steeds ingebed in mijn sociale verbindingen.’ Vrouwen die alleen in publieke domeinen verkeren voelen zich door hun mobieltje beschermd [Plant 2000; Fox 2001]. Vrouwen gebruiken hun mobiele telefoontjes als symbolische lijfwachten wanneer zij zich in publieke domeinen kwetsbaar voelen — net zoals zij vroeger een krant of tijdschrift als een symbolische grens gebruikten.

Inmiddels zijn er diverse mobiele telefoons op de markt gebracht met speciale functies voor vrouwen. De meest gebruikelijke functies zijn de fake call (net doen alsof je gebeld wordt om een gesprek met een vervelende man netjes af te wimpelen) en de SOS-message (waarmee met een druk op de knop een SOS-bericht verstuurd kan worden aan vrienden, bekenden of ouders).

Mobieltjes worden dus gebruikt om een grens te trekken tussen de publieke ruimte waarin men verkeert en de cocon van privacy die mensen ook daar met zich mee willen dragen. Het is een krachtig signaal dat men géén interactie wil met andere aanwezigen in dat publieke domein.

Mobieltjes kunnen echter ook —anders dan kranten lezen of naar muziek luisteren met oordopjes— fungeren als een irritante manier om zich af te schermen van interactie. De conversaties die men via het mobieltje voert kunnen immers de privacy van anderen in die ruimte verstoren. Dat gebeurt vooral in situaties waarin deze anderen zich niet zomaar kunnen terugtrekken, zoals in stiltecoupés in treinen, in restaurants. In dergelijke situaties wordt de mobiele beller zelf een stoorfactor die irritatie in de hand werkt. Het is een vorm van onbeleefde onverschilligheid.

Dit effect is nog sterker wanneer men tijdens een lokale interactie het gesprek onderbreekt om een telefoontje te beantwoorden. Dat is een teken dat de gesprekspartner niet belangrijk genoeg is om volledige en exclusieve aandacht te geven, dat een vergadering niet belangrijk genoeg is om inkomende gesprekken te blokkeren, en dat de beller voorrang geeft aan communicatie met andere —belangrijkere— mensen of aan andere verplichtingen.

Het uitzetten van het mobieltje is daarentegen een manier om aan te geven dat men de actuele partners respecteert of dat men de bijeenkomst belangrijk vindt. De meeste mensen vinden het ongepast om tijdens begrafenissen, theatervoorstellingen, colleges of in restaurants het mobieltje niet uit te schakelen.

Bellen in de trein

We leven niet meer met media, maar in media [Deuze 2010:2]. De logica van de mobiele communicatie is niet alleen het permanente en allesomvattende karakter (altijd en overal) en de daaraan gekoppelde verwachting dat we altijd en overal bereikbaar en beschikbaar zijn, maar ook de erosie van de scheiding tussen het publieke en het persoonlijke of privédomein.

In treincoupés wordt veel gebeld. Sommigen doen dit zo kort mogelijk, anderen bellen alsof ze alleen thuis zijn. Veel medetreinreizigers hebben hier klachten over, vooral als mensen hard praten tijdens het bellen of persoonlijke zaken bespreken. De regels van het mobiele bellen in de trein worden beschreven door Brown/Green/Harper [2001].

In Japan geldt het als ongepast om in de trein te bellen. In de intercitytreinen mag het wel, maar dan alleen in de ruimtes tussen de treinstellen. Wie gebeld wordt verlaat direct zijn zitplaats om in zo’n tussenruimte het gesprek te voeren. In de trein werken mensen op hun Ipad, ze versturen sms’en of spelen spelletjes op hun mobieltje. Maar bellen doen ze niet. Bellen in bepaalde publieke ruimtes (zoals treinen en bussen) wordt in Japan als schending van de publieke etiquette beschouwd. Trein- en busreizigers worden opgeroepen om hun mobieltjes in de silent mode te zetten — - in de ‘goede manieren modus’ [Okabe/Ito 2005].

In België worden bellers op vermanende wijze toegesproken door bordjes in de coupés en stations met de tekst: “Niet iedereen hoeft te weten dat u uw lief ‘mijn konijntje’ noemt. Bel discreet” [plakkaat]. Op luchtige wijze wordt geprobeerd om sociaal gedrag (hoffelijkheid) in de trein te stimuleren. In de huisregels van de Nederlandse Spoorwegen wordt van passagiers gevraagd of ze in de trein rustig willen bellen. Nadat in 2008 werd aangekondigd dat conducteurs meer zouden optreden tegen luidruchtige bellers, is hier weinig meer van vernomen. De passagiers moeten het onderling maar regelen, wat vooral in de ‘Stilte Coupé’ een lastige opgave is [Tooren 2011].

Op 15 mei 2011 zat de 39-jarige Lakeysha Beard in de trein van Oakland naar Salem in de staat Oregon. Tijdens de zestien uur durende treinreis kreeg het treinpersoneel verschillende klachten over de luidruchtig bellende Beard. Ook nadat de conducteur haar had verzocht met bellen te stoppen, bleef zij doorpraten en haar medepassagiers irriteren. Daarop zette de machinist de trein stil en liet Beard verwijderen [Huffinton Post, 17.05.2011].

Bellen in het theater
Theatervoorstellingen worden regelmatig verstoord door het gerinkel van een mobieltje dat een bezoeker niet heeft uitgeschakeld. Zo’n inbreuk op de voorstelling is niet alleen een ergernis voor andere bezoekers, maar ook en vooral voor de uitvoerende kunstenaars.

Tijdens een voorstelling Hedwig and the Angy Inch werd de Amerikaanse acteur-zanger Kevin Cahoon zodanig uit zijn concentratie gehaald door een rinkelende telefoon, dat hij het toneel afstapte, de telefoon uit handen van een bezoeker trok en hem zelf beantwoordde [Louie 1999].


Francisco Térrega
Toen het concert van de Slowaakse violist Lukas Kmit verstoord werd door het rinkelen van een Nokia, reageerde hij hierop door de melodie van de ringtone op zijn viool mee te spelen. Ondanks zijn overduidelijke irritatie loste hij het vervelende probleem professioneel op door zijn versie van de Nokia-tune te spelen [Cell Phone Interrupts This Violinist].

De Nokia-tune is overigens een klassieke melodie die gekopieerd is van Gran Vals [let op: 3:10] van de Spaanse klassieke gitarist en componist Francisco Térraga. Toch claimt Nokia deze standaard ringtone als een klankmerk. Wie kapitaalkrachtig genoeg is kan zich de vruchten van de arbeid van anderen toe-eigenen, zolang de geëxploiteerden zich daartegen niet effectief kunnen verzetten. Om zichzelf op termijn in stand te houden en te reproduceren moeten actoren van extractieve macht zich altijd ook legitimeren. Daarom hebben heersende elites altijd belang bij intellectuelen die de diefstal en commerciële uitbating van andermans werk als moreel verantwoord willen goedpraten.

Index


Mobiele communicatie als schild: tele-cocooning
Slimme mobiele telefoons, tablets, laptops en andere draagbare multimediale apparaten worden gebruikt om te allen tijde met bijna iedereen in contact te komen. Zij kunnen echter ook worden gebruikt om zichzelf af te schermen van onverwachte ontmoetingen. Mensen met een mobieltje kunnen bescherming zoeken in de warme kring van familiaire, voorspelbare sociale relaties met naaste verwanten en vrienden [Fortunati 2000].

Het mobieltje wordt vooral gebruikt om contact te onderhouden met mensen die het dichtst bij ons staan. Buiten deze kring van intimi wordt de telefoon steeds minder gebruikt.

Veel mobiele telefoongebruikers lijken zich in hun eigen communicatiecocon te hebben opgesloten. Tele-cocooning wordt dat genoemd: relaties tussen intimi worden steeds sterker onderhouden met behulp van mobiele telefoon, e-mail en internet en in het bijzonder via sociale netwerken. Leopoldina Fortunati formuleerde dit op een dialectische wijze:

Deze scherpe formulering moet echter niet het zicht onttrekken aan de positieve zijde van deze medaille. De toegenomen sociale, beroepsmatige en geografische mobiliteit, de steeds verdergaande verstedelijking, de depersonalisering van het moderne stedelijke leven en het overwegend top-down karakter van de traditionele media hebben geleid tot een —door velen nostalgisch betreurd— verlies van communale sociale integratie en solidair gemeenschapsgevoel (‘ons gezellige dorp’). De mobiele communicatie biedt het technische vermogen om informele, solidaire gemeenschapsvormen nieuw leven in te blazen. Mobiele communicatie is bijvoorbeeld een uitstekend middel om roddels, grappen, bijzondere lokale gebeurtenissen en verhalen daarover te verspreiden. De opkomst van Facebook-gemeenschappen en van twitter-cultuur zijn daarvan de meest sprekende voorbeelden.

Roos [2001] heeft deze essentie van mobiele telefoons goed samengevat:

De mobiele telefoon stelt ons dus in staat om permanent contact te onderhouden met een zelfgekozen sociale kring van intimi — geliefden, familieleden, vrienden, collega’s etc. De communicatietijd kan sterker worden geconcentreerd op virtuele communicatie met ‘mensen waar ik om geef’.

Sommige wetenschappers —zoals Gergen [2002:38 e.v.]— beschouwen dit als een gevaar van parochialisme, als een barrière tegen een toenemende mate multiculturele wereld. De argumentatie is nog niet overtuigend: als iemand op straat staat te praten met een willekeurig persoon, dan wordt deze conversatie direct onderbroken als er een familielid, vriend of geliefde belt.

Maar wat is er mis met deze virtuele exit optie? Het is toch niet moreel verwerpelijk als men communicatie met ‘mensen die er voor jou toe doen’ privilegieert en dus voorrang geeft?

Voor individuen lijkt het grootste probleem dat zij meestal keuzes moeten maken tussen conflicterende cirkels van mensen die ertoe doen. Het is moeilijk om lid te zijn van meerdere gemeenschappen die tegelijkertijd een hoge mate van participatie vereisen of minstens verwachten.

Index


Rolintegratie
In moderne samenlevingen moeten individuen een veelvoud van verschillende rollen met elkaar combineren. Mensen individualiseren naarmate zij hun eigen idiosyncratische rolpatronen realiseren. De meeste van die rollen vereisen de fysieke aanwezigheid op een specifieke plaats (een werkplaats, studeerplaats, woonplaats, kerk enz.). Het verzoenen van verschillende rollen brengt meestal met zich mee dat men rollen diachronisch speelt en zich telkens moet verplaatsen.

Mobiele telefoons faciliteren de harmonisering van verschillende rolverplichtingen omdat diachronische rolverandering vervangen kan worden door (bijna) synchrone rollen te vervullen. Op die manier kan men zich de moeite van de regelmatige verplaatsing besparen. Bijv. vrouwen kunnen tijdens hun werk op afstand moederen, en zij kunnen thuis op afstand werken [Rakow/Navarro 1993:153]. Door mobiele technologieën kan de grens tussen werk en persoonlijk leven worden overwonnen [Grant/Kiesler 2001:121; Benschop 1997/2014].

Index


Controle over en beperking van bereikbaarheid
Tegenover de vrijheid die gewonnen wordt doordat we in staat zijn om van elke plaats op elk tijdstip met iedereen in contact te komen, staan de toenemende verplichtingen om inkomende telefoontjes te beantwoorden. De schaduwzijde van de alzijdige bereikbaarheid is de toegenomen druk om ook altijd beschikbaar te zijn. Wanneer het altijd mogelijk is om in contact te zijn, wanneer heeft men dan het recht om alleen te zijn?

Vanuit het standpunt van de ontvangers is het ondoenlijk om zichzelf altijd open te stellen voor alle telefoontjes. Voor hen is het van cruciaal belang dat zij een zekere controle over hun toegankelijkheid handhaven:

  1. je beslist zelf wanneer je je mobieltje uit en aan zet;
  2. je stelt zelf het geluidsvolume in;
  3. je beslist zelf wie je wel en niet opneemt;
  4. je beslist zelf wie je terug wilt bellen.

Rinkelen als alarmsignaal
Het rinkelen van een mobieltje heeft dezelfde werking als een alarmsignaal: doe iets, neem me aan! Voor de meeste mensten is dit een onweerstaanbare oproep. Marshall McLuhan zei al dat sommige mensen zelfs seks zouden onderbreken om de telefoon te beantwoorden. Deze telephone obedience [Grant Noble] leidt ertoe dat mensen zich vaak schuldig voelen als zij de telefoon niet beantwoorden. Ze zijn vooral ook bang iets belangrijks te missen.

Index


Nomofobie: angst om zonder mobieltje te leven

“Er is geen leven mogelijk zonder m’n mobieltje” [Mick3]. “Ik laat ’m vaak expres thuis liggen, even los van alles” [MevrKaks]. “Ik heb mijn mobiel ook bijna nooit bij me, het is af en toe zelfs fijn om even onbereikbaar te zijn” [DaSilva].

Veel mensen met mobiele telefoons kennen het verschijnsel: het vervelende gevoel in de maag wanneer je beseft dat je je telefoon hebt verloren. Voor de meesten is het relatief eenvoudig om een ander mobieltje aan te schaffen en verder te gaan met het leven. Maar voor sommigen is het verlies van hun mobieltje een reden om in paniek te raken. Nomofobie is een overweldigende angst om zonder contact te zijn via de mobiele telefoon, hetgeen fysieke neveneffecten veroorzaakt zoals een paniekaanval, kortademigheid, duizeligheid, trillen, zweten, verhoogde hartslag, borstpijn en misselijkheid.

In 2008 werd deze nieuwe aandoening ontdekt. De term voor deze ziekte is afgeleid van ‘no-mobile-phone phobia’. Nomofobie is de angst om zonder telefoon te moeten leven. Het is de angst om je mobieltje kwijt te raken of ergens te zijn waar je niet in de buurt van een gsm-mast bent en dus geen bereik hebt. Volgens een onderzoek van SecurEnvoy, een Britse provider die beveiliging van mobieltjes levert, leidt tweederde van de mensen aan nomofobie.

Gemiddeld controleren mensen 34 keer per dag iets op hun mobiele telefoon. Daarom merk je snel wanneer je mobieltje niet bij de hand is of je geen bereik hebt. Als mensen hun mobieltje niet kunnen vinden of geen bereik hebben veroorzaakt dit bij veel mensen een lichte paniek of soms zelfs hartkloppingen. Je bent bang om zonder telefoon te zitten. Dan ben je nomofoob.

Vier jaar eerder werd een vergelijkbaar onderzoek gedaan. Daaruit bleek dat 53% van de mensen leed aan nomofobie. Nomofobie lijkt dus snel toe te nemen. Opvallend was dat in 2008 meer mannen zeiden last te hebben van nomofobie dan vrouwen. De onderzoekers vermoeden dat dit is veranderd omdat sindsdien meer mannen een tweede of derde mobieltje hebben aangeschaft.

Geen zelfbescherming
Uit het onderzoek van SecurEnvoy bleek ook dat 49% van de mensen zich ergeren als hun berichten en teksten door hun partner worden gelezen. Maar toch nemen zij geen maatregelen om hun mobieltje te beschermen door gebruik te maken van een password. Slechts 10% beschermt hun mobieltje.
Dergelijke studies maken in ieder geval duidelijk hoezeer mensen tegenwoordig vertrouwen op hun mobiele telefoons. We kunnen er niet meer buiten. We zijn zo afhankelijk geworden van onze mobiele communicatietechnologie dat we angstig worden als we het zonder moeten stellen.

Obsessief mobielgebruik onder jongeren
In Nederland zegt driekwart van de kinderen tussen 8 en 18 jaar dat hun generatie verslaafd is aan hun mobiele telefoon. Dit percentage is iets lager wanneer het over henzelf gaat: ruim de helft (53%) van de jongeren zegt niet zonder zijn of haar mobiel te kunnen Dat bleek medio 2012 uit het onderzoek Hey, what’ app? van Mijn Kind Online en Digivaardig & Digiveilig onder ruim 2600 jongeren.

Voor het overgrote deel zien deze jongeren weinig kwaad in hun mobielverslaving. “Verslaafd zijn betekent in dit geval niet dat er lichamelijke ontwenningsverschijnselen optreden als ze even niet bij hun telefoon in de buurt zijn” [Remco Pijpers, Directeur van Mijn Kind Online]. Maar dit betekent niet dat er geen problemen zijn met deze verslaving, die ik liever obsessief mobielgebruik zou willen noemen. Onoplettend gedrag in het verkeer, slaapgebrek en hoge schulden zijn de meest genoemde problemen.

Van de 8-jarigen heeft 25 procent al een mobiele telefoon, terwijl kinderen vanaf hun 12 jaar vrijwel allemaal een eigen mobieltje hebben. 63% van de jongeren kan met de mobiele telefoon internetten, en 54% heeft een smartphone.

In het volgende schema zijn de effecten in beeld gebracht die de mobiele telefoon heeft voor het individu en voor zijn relaties met primaire en perifere anderen.

Ik en mijn mobieltje

Index Interpersoonlijke interactie

Uitbreiding van perifere relaties en zwakke sociale verbindingen
Het gebruik van mobiele communicatiemedia heeft niet alleen nieuwe voorwaarden en vormen van interactie geschapen, maar heeft tevens de tijdruimtelijke organisatie van het sociale leven getransformeerd. Daaruit vloeien nieuwe soorten sociale relaties voort en nieuw manieren om macht uit te oefenen.

Deze sociale transformatie heeft onze leefwereld en vooral de manier waarop we contact met elkaar onderhouden veranderd. Face-to-face interactie is slechts een van de vele opties die individuen kunnen kiezen voor de sociale omgang. Vroeger waren face-to-face relaties de enige contekst waarin alle andere contactvormen waren ingebed. Mensen leerdern elkaar eerst kennen in face-to-face situaties en gebruikten vervolgens brieven en telefoon om de relatie te continueren. Tegenwoordig kan dit traject van kennismaking volledig worden omgekeerd. Mensen kunnen elkaar eerst leren lennen in een virtuele omgeving, vervolgens overgaan op e-mail en telefoneren, om elkaar tenslotte in de lokale wereld en ‘in levende lijve’ te ontmoeten. In dit geval is face-to-face interactie de uitkomst in plaats van de grondslag van gemedieerde communicatie.

Het dogma van de predigitale sociologie
Internet heeft de voorwaarden van onze interactie met anderen veranderd en dit heeft geleid tot de opkomst van nieuwe manieren van sociaal contact, en dus nieuwe manieren om onze leefwereld te construeren. De basisvooronderstelling van de predigitale sociologie is dat betekenisvolle sociale relaties alleen maar kunnen ontstaan en zich reproduceren in situaties van face-to-face interactie. Gelijktijdige lichamelijke aanwezigheid (copresensce wordt als standaard opgevat voor het beoordelingen van alle andere vormen van interactie en communicatie. Het dogma van de predigitale sociologie is dat face-to-face interactie het prototypisch model van sociale interactie is en dat alle andere interacties daarvan slechts afgeleiden zijn [Berger/Luckman 1966:43]. In Netwerken van de toekomst is deze kritiek op de predigitale sociologie uitgewerkt.

De mobiele telefoon fungeert niet alleen als een —tamelijk imperfecte— vervanging voor face-to-face relaties maar vergroot ook het sociale netwerk van individuen door aanvullende communicatie die anders niet zou optreden: met verre verwanten en met secundaire bekenden die men nooit bezoekt of uitnodigt. Mobiele telefonie leidt dus tot een verbreding van de meest perifere lagen van sociale relaties: de sfeer van zwakke verbindingen (weak ties) die alleen onder zeer specifieke omstandigheden worden gemobiliseerd.

Index


Bestendiging van primaire interacties
Nog een paradox
“Het feit dat de telefoon is ontworpen om de tirannie van afstand te overwinnen primair wordt gebruikt binnen tamelijk kleine geografische gebieden is weer een andere van de vele paradoxen die met de telefoon verbonden is” [Grant Noble, geciteerd in Schauble 1987].
De meeste telefoongesprekken vinden plaats in aansluiting op voorafgaande (en meestal ook volgende) face-to-face interacties [Ling 2008:155]. De mobiele telefoon is een technologie die microsociale systemen versterkt omdat zij het mogelijk maakt om primaire bindingen te continueren gedurende perioden van ruimtelijke scheiding. Het gebruik van mobiele communicatietechnologie leidt niet automatisch tot een grotere openheid naar nieuwe bekenden, maar kan ook leiden tot sterkere sociale sluiting. Al het empirisch onderzoek wijst erop dat mobiele telefoons zeer vaak gebruikt worden voor de bestendiging van bestaande intieme relaties, en niet om de sociale interactie te verbreden tot grotere cirkels [Puro 2002:20; Fortunati 2002:56; Broadbent 2010]. De overgrote meerderheid van mobiele contacten worden onderhouden tussen individuen die lokaal dicht bij elkaar zijn en die veelal gericht zijn op de coördinatie van alledaagse activiteiten [Campbell/Kwak 2007; Ling/Ytti 2002; Ling 2004].

Index


Aandacht gevraagd
Een telefoongesprek vereist en demonstreert volledige aandacht. Telefoneren schept een gevoel van sociale aanwezigheid en van nabijheid. Maar daaraan zijn ook een aantal bekende nadelen verbonden: Het versturen van een tekstbericht is minder problematisch, en in ieder geval minder opdringerig. Via een sms-bericht verschijnt de ander slechts in een van de vele vensters. Het vereist geen realtime betrokkenheid en aandacht: je kunt een tekstbericht lezen en beantwoorden wanneer het jou uitkomt. Deze asynchrone vorm van communicatie wordt hoog gewaardeerd omdat het de kans biedt om het lezen en reageren uit te stellen tot een meer gepast tijdstip [Hammann 2001; Ling/Yttri 2002:165; Turkle 2011:15].

In tekstberichten voelen mensen zich bovendien vrijer om zich kort en informeel uit te drukken. Een groot deel van de geritualiseerde conventies tijdens telefoongesprekken: ‘Hallo, je spreekt met xxx, hoe gaat het met je, tot ziens/hoors, ik spreek of zie je later nog wel. En doe vooral de groeten aan yyy. Dag!’

Sms-en wordt niet alleen gebruikt voor de cultivering van primaire relaties, maar is ook een voorkeursinstrument bij communicaties met perifere of zwakke relaties.

Voordelen van SMS
  1. Snelheid: Het is vaak veel sneller om een sms te versturen dan een vaak lang, soms moeizaam telefoongesprek te voeren.

  2. Goedkoop: De kosten van een sms-bericht zijn lager dan die van een telefoongesprek. Er zijn applicaties waarmee men gratis sms-berichten kan versturen (WhatsApp).

  3. Gemak: Tekstberichten kunnen stil worden verzonden en ontvangen. Voor omstanders is dit meer discreet en je vermijdt lange, ongewenste en dwalende conversaties.

  4. Minder direct: In vergelijking met een face to face conversatie heeft een telefoongesprek het voordeel dat er geen oogcontact is waardoor sommige gesprekken eenvoudiger worden. Dit effect is bij sms nog veel groter: er is meer tijd om na te denken over de betekenis van het bericht en de ontvanger bepaalt zelf of en wanneer het bericht wordt beantwoord.

De afkortende sms-taal die vooral door jongeren wordt gebruikt, fungeert als nieuwe hiërogliefen die alleen door ingewijden ontcijferd kan worden [Thurlow 2003]. Een populair vooroordeel is dat internet slecht is voor onze taalcultuur: technospraak zal overheersen, standaarden gaan verloren, en creativiteit neemt af omdat globalisering leidt tot gelijkvormigheid. In werkelijkheid heeft internet een enorme expansie van de reikwijdte en diversiteit van taal mogelijk gemaakt [Crystal 2001].

Index


Dynamische planning: flexibilisering van het tijdsregime
Iedereen houdt —in z’n hoofd of op papier— een agenda bij met data, tijdstippen en plaatsen waar men in de toekomst moet zijn of iets moet doen. In het beroepsleven is dat minstens even belangrijk als voor het plannen van afspraken met vrienden of geliefden.

Tijdsmanagement
Smartphones hebben geïntegreerde kalenders en tijdsmanagers die efficiënte tijdsorganisatie en het delen van agenda’s mogelijk maakt.
Maar we weten ook dat sommige afspraken opeens niet kunnen worden nagekomen door tussenkomst van een onvoorziene stoorfactor: je zit plotseling vast in een file waardoor je te laat op je afspraak komt, je hebt onvoorzien opeens een nieuwe deadline gekregen voor een bepaalde opdracht, je wordt door een of ander virus zelf geveld en bent niet in staat om je afspraak na te komen, of er is onverwacht iemand in je omgeving overleden. Het zijn allemaal onvoorziene en moeilijk voorspelbare gebeurtenissen waardoor iemand zijn afspraken niet kan of om bijzondere redenen niet wil nakomen.

Vroeger was het moeilijk om de betrokkenen daarvan op de hoogte te stellen — vooral als de andere betrokken al onderweg waren. Door de opkomst van de mobiele communicatie zijn er nu diverse mogelijkheden om afspraken op korte termijn te wijzigen. Middels de gsm kunnen op elk moment —ook kort voor de afspraak— wijzigingen worden aangebracht in de planning.

Mobiele communicatie stelt mensen in staat om actueel en ad-hoc afspraken af te zeggen, naar een later tijdstip op te schuiven, of te verplaatsen. Door deze flexibilisering van de coördinatie zijn mensen beter in staat om zich aan te passen aan onvoorspelbare veranderingen die plotseling optreden.

Onze planning, de ordening van onze tijdsindeling, is hierdoor minder star en dus flexibeler geworden. Ik kan nu met iemand een afspraak maken om elkaar zaterdagavond te treffen in een café in de binnenstad van Amsterdam. Op die bewuste avond communiceren we mobiel over het precieze tijdstip waarop we elkaar kunnen ontmoeten en over het specifieke café waar dat zal gebeuren. We kunnen op het laatste moment ook nog besluiten om bij mij thuis met wat andere vrienden een gezellige avond door te brengen.

Mobiele communicatie maakt dus een meer vloeiende en spontane leefstijl mogelijk. De traditionele, lang van te voren geplande en aangekondigde feesten maken plaats voor after-work parties die op de dag zelf of een uur van te voren via tekstberichten (sms, twitter, e-mail, Yammer of Facebook) worden aangekondigd.

Index


Mobiele intimiteit: ambulante privacy
Mensen die beschikken over mobiele communicatietechnologie kunnen genieten van een bijzondere vorm van privacy: ambulante privacy. We dragen een klein apparaatje waarmee we luisteren naar de muziek die we graag horen, gesprekken voeren met vrienden, geliefden, familieleden, collega’s, gelijkgestemden of met mensen die er dezelfde hobby of politieke overtuiging op nahouden. Mobiele individuen kunnen overal en op elk tijdstip contact opnemen met wie zij willen of informatie opvragen waaraan zij op dat moment behoefte hebben.

In het tijdperk van de vaste telefoon konden reiziger via publieke telefoons wel contact onderhouden met het thuisfront, maar niet omgekeerd. Reizigers waren altijd verstoken van nieuwe informatie en waren niet in staat om deel te nemen aan collectieve, georganiseerde activiteiten die snelle communicatie vereisen.

In het mobiele tijdperk zijn er vele mogelijkheden om stationaire en mobiele individuen van een samenwerkingsverbond met elkaar te combineren, zonder dat dit ten koste gaat van overdrachtssnelheid en reactietijd. En ook de communicatieve verbindingen tussen bewegende actoren zijn inmiddels sterk uitgebreid. Wie vroeger op reis was, was grotendeels onbereikbaar (incommunicado). De mobiele communicatietechnologie heeft deze grens doorbroken: mensen die onderweg zijn kunnen overal en op elk tijdstip interacteren met wie zij maar willen. Dat zijn de digitale nomaden, de digitale shopping-bag-ladies & gents.

Index


Lokale en virtuele interactierituelen: copresentie
Mobiele telefoon wordt gebruikt om interactie te coördineren (micro-coördinatie). Via mobiel verkeer worden sociale rituelen uitgevoerd [Ling 2008]. Een ritueel is een interactie tussen mensen waarbij individuen een gedeelde stemming hebben. De Franse socioloog Émile Durkheim [1858-1917] formuleerde dit als volgt: Durkheim opereerde in een wereld die bijna uitsluitend face-to-face was. De groepen die hij bestudeerde waren zich niet erg bewust van telegrafische of telefonische interactie.

Veel sociologen namen de media van het alledaagse leven voor lief en kenden weinig betekenis toe aan de technologie in het communicatieproces. Zelfs Erving Goffman, de meest scherpzinnige waarnemer van alledaagse routines schrijft zelden over de telefonische communicatie [Katz/Aakhus 2002:10].

Goffman werkte in een tijdperk waar telefonie al gevestigd was, maar dit speelde geen rol voor de algemene focus van zijn werk. Hij nodigt zijn lezers telkens uit om hun aandacht te richten op sociale situaties waarbij hij in het algemeen interactie in fysieke copresentie bedoelde [Goffman 1959:238].

Sociale aanwezigheid
“Een sociale situatie kan ... worden gedefinieerd als elke omgeving waarin wederzijdse waarneming mogelijk is die duurt zolang twee of meer individuen in elkaars directe fysieke aanwezigheid verkeren en die zich uitstrekt over het hele gebied waarbinnen deze wederzijdse waarneming mogelijk is” [Goffman 1967:167 - Ritual Interaction]. De conditie van copresentie is dat individuen zo dicht bij elkaar zijn dat zij van elkaar kunnen waarnemen wat zij doen [Goffman 1963:17 -Behavior in Public Places]. Goffman benadrukt echter dat het meest wat hij schrijft over interactierituelen zowel geldt voor directe als indirecte ontmoetingen [Goffman 1967:5,33]. Het bijzondere van directe persoonlijke contacten is volgens hem dat dit “unieke informationele voorwaarden” biedt: gelijktijdige aanwezigheid in een ruimtelijk verband biedt “de fysieke mogelijkheid van gesproken interactie”, inclusief lichaamstaal [idem:33].

Goffman beweert niet dat fysieke nabijheid de enige noodzakelijke voorwaarde is voor het ontstaan van betekenisvolle sociale interactie. “Personen moeten het gevoel hebben dat zij dicht genoeg bij elkaar zijn om van elkaar te kunnen waarnemen wat zij doen” [Goffman 1963:17]. Daaruit zou men kunnen concluderen dat het bij Goffman strikt genomen niet gaat om de fysieke aanwezigheid, maar vooral om het gevoel van nabijheid, d.w.z. om de ervaring dat men elkaars gedrag wederzijds kan observeren. Dit gevoel van nabijheid komt gemakkelijk tot stand in situaties van fysieke nabijheid, maar het kan evenzeer optreden bij gemedieerde interacties.

Toch zijn er diverse passages waarin Goffman begint met het onderzoeken van de mogelijkheden om sociale interactie te ensceneren via —of ondanks— de telefoon. Hij suggereert dat telefonie een activiteit is die achter de coulissen (backstage) wordt uitgevoerd. Hij schrijft:

Er zijn ook hedendaagse sociologen die nog denken dat betekenisvolle sociale relaties en sociale cohesie de fysieke nabijheid van anderen vereist. Randell Collins is heel consistent met zijn bewering dat rituele interactie per definitie een activiteit is die zich alleen maar kan voltrekken wanneer personen gelijktijdig in elkaars fysieke nabijheid zijn — copresent [Collins 2004;78]. Zie uitvoeriger: Manmoedige poging tot een lof op het lokale.

Het concept van interactieritueel is ontwikkeld met de gedachte dat het een copresent verschijnsel is. Maar gemedieerde actie (en in het bijzonder via de mobiele telefoon gemedieerde interactie) ondersteunt de manier waarop we rituele interactie ervaren en breidt deze uit. Natuurlijk zal gemedieerde interactie nooit de primaire weg overnemen via welke we onze sociale relaties ontwikkelen en cultiveren. In de meeste gevallen ontstaan en cultiveren wij onze sociale contacten in face-to-face interactie. Maar de vorm van interactie wordt uitgebreid via het gebruik van mobiele communicatie. De gemedieerde interactievormen bieden individuen een forum waarin zij hun rituele interacties vorm geven. Er is een gevoel van wederzijds engagement en er ontwikkelt zich een gemeenschappelijke stemming. Kortom: mobiele communicatie is een technologie die ons helpt om sociale cohesie te ontwikkelen.

De betekenis van gemedieerde sociale interactie zien we o.a. op het gebied van romantische relaties. Daarbij is er een sterke wisselwerking tussen copresent/lokale en gemedieerde interactie.

Kleine primaire groepen worden meestal geboren in lokale interactie, maar zij worden versterkt via draadloze communicatie [Smoreda/Thomas 2001; de Gournay/Smoreda 2003; Harper 2003; Castells et al. 2004:249]. De primaire groep smeedt hun jargon en interactie terwijl zij bijeen zijn, maar zij werken deze ook uit in gemedieerde interactie [Campbell/Russo 2003:329]. Wie het alledaags gebruik van mobiele telefoon observeert, merkt al snel dat mensen op bepaalde repetitieve manieren sociale verbindingen tussen zichzelf en anderen handhaven en versterken.

Ook in de virtuele wereld van de mobiele communicatie ontstaan dus specifieke interactierituelen die niet per se verankerd zijn in of ontstaan uit lokale situaties of ontmoetingen. In zijn analyse van mobiele communicatiepraktijken heeft Ling [2008] in detail laten zien hoe begroetingen, jargon, humor, gevatheid, en roddelen fungeren als rituele manieren van groepsformatie.

Steunpunt voor verworpenen der aarde
Mobiele communicatie kan de marginaliteit van onderdrukte en verachte minderheden reduceren. Er zijn geen filters bij het articuleren van de eigen opinie. Onvrede en klachten, rationele kritiek en emotionele rancune worden direct en ongezouten opgediend. Dit vergemakkelijkt massaparticipatie (het levenselixer van elke democratie) en draagt bij aan de publieke articulatie van de diversiteit van meningen.
    “...only through diversity of opinion is there, in the existing state of human intellect, a chance of fair play to all sides of the truth” [John Stuart Mill, On Liberty, Oxford, 1975, p. 60].
Om alle kanten van de waarheid te ontdekken, moet men in ieder geval kennis nemen van de diversiteit van meningen. Alleen dan is men in staat om de argumenten van andersdenkenden af te wegen.

Een van de meest fundamentele eigenaardigheden van cyberspace is dat het enerzijds de meest vergaande deconcentratie en decentralisatie mogelijk maakt (internet is een gedistribueerd informatie- en communicatiesysteem), terwijl het als publiek medium tegelijkertijd het meest krachtige instrument is van aggregatie, van samenbundeling van verspreide energieën. Misschien kunnen we zeggen: de kracht van het internet is gelegen in haar combinatie van gedistribueerde en aggregerende potentie. Alleen op het eerste gezicht lijkt dit een paradox. Maar in werkelijkheid is het een tegenstrijdige eenheid: hoe gespreider de articulatie van opinies, des te sterker clusteren zich de opiniegemeenschappen (ook als zij tot kleine, dwarsliggende oppositionele minderheden behoren).

Internet is een medium dat uitgebuite, onderdrukte en uitgesloten bevolkingsgroepen in staat stelt om hun klachten en onvrede, verlangens en eisen direct (niet geselecteerd of gemodereerd) naar voren te brengen in een zeer omvangrijke publieke ruimte. Zij kunnen op brede schaal ervaringen met elkaar uitwisselen en bespreken hoe zij hun subalterne levenspositie kunnen verbeteren. Internet is een domein van vrije communicatie waardoor interacties tot stand komen die door lokale elites niet —of in ieder geval niet volledig— beheerst of onderdrukt kunnen worden. Sociologen krijgen via internet toegang tot de onderbuik van de samenleving. Dat is het onzichtbare deel van de samenleving dat via de dominante media niet in de openbaarheid verschijnt.

De basisstelling van de politieke sociologie van het internet zou kunnen zijn: de penetratie van de onderbuik van de samenleving in de virtuele openbaarheid is een verrijking van de diversiteit van meningen en kan daarom bijdragen aan de verrijking van democratische processen en structuren. Het is eigenlijk niet meer dan een nogal complexe hypothese waarvoor nog geen uitvoerbare onderzoeksmethoden beschikbaar zijn. Het is waarschijnlijk nog te vroeg om dergelijke effecten op lange termijn te kunnen meten. Inmiddels is er genoeg anekdotisch materiaal dat de hier geformuleerde stelling lijkt te bevestigen.

Misbruik van mobiele telefoon
Stalkers gebruiken zeer vaak de telefoon om hun (voormalige of gewenste) intieme partners te belagen [Brewster 2003]. Naarmate de mobiele telefoons geavanceerder worden, vinden stalkers telkens weer nieuwe wegen om deze nieuwe functies te gebruiken om hun slachtoffers lastig te vallen. Stalkers maken gebruik van locatiediensten die tegen geringe vergoeding bereid zijn om de locatie van dragers van mobiele telefoons op te sporen, waardoor zij precies weten waar hun slachtoffer zich bevindt.

Het GPS-systeem biedt mogelijkheden om de locatie waar iemand zich op een bepaald tijdstip bevindt precies vast te stellen. Stalkers maken gebruik van deze techniek om hun slachtoffers te lokaliseren en te volgen. Deze technieken worden steeds goedkoper en steeds verfijnder, en worden via internet grootschalig aan de man gebracht.

Hetzelfde geldt voor verborgen camera’s. Stalkers gebruiken kleine verborgen camera’s om hun slachtoffers te observeren en zij gebruiken deze informatie om hun slachtoffers te domineren en te chanteren. De mobiele cameras zijn zo klein dat zij gemakkelijk in huiskamers verborgen kunnen worden.

Index Conflict tussen lokale en virtuele interacties

Ontregelende en irriterende werking: inbreuk op concentratie van gebelde
Het gebruik van de telefoon wordt maar door een ding beperkt: een telefoontje bereikt de ontvangers vaak op onverwachte momenten, waardoor zij gedwongen worden om hun aandacht te richten op de beller, ook al komt dat niet goed uit. Een telefonische communicatie dwingt de gebelde meestal om van rol te veranderen en de aandacht snel op iets anders te richten.

Mobiele telefoons versterken dit probleem omdat je in een veel bredere reeks van verschillende mentale toestanden, sociale omstandigheden en omgevingscondities gebeld kunt worden.

Mobiele telefoontjes kunnen een destabiliserende invloed hebben op lopende face-to-face interacties. Dit heeft meerdere redenen.

  1. We worden meestal op onverwachte tijden gebeld. Omdat we een telefoontje in de regel niet kunnen anticiperen kunnen we het ook niet makkelijk integreren in onze actuele lokale conversatie.

  2. Mensen zijn geneigd om telefoontjes te beantwoorden op het moment dat zij binnen komen. Zelfs op kritieke momenten worden hierdoor lokale interacties onderbroken. Inkomende telefoontjes maken een gevoel van verwachting en zelfs van urgentie los. Daarom voelen mensen zich vaak gedwongen om een rinkelende telefoon te beantwoorden [zie eerder over het rinkelen als alarm].

  3. Als iemand een telefoontje beantwoordt raakt hij of zij betrokken in een bilateraal communicatieproces dat volledig is gescheiden van het lokale interactieveld. De andere bijstaanders kunnen niet zien wie er belt en horen de beller niet spreken. Tenzij men op het mobieltje op geluid aanzet.

  4. De gebelde richt in de regel zijn aandacht volledig op de communicatie met de beller. Wie een telefoontje aanneemt, maakt zichzelf psychologisch los van de lokale interactie en conversatie. Als we in ons mobieltje praten hechten we aan de persoon aan de andere kant meer belang dan de persoon die voor ons staat [Fortunati 2000; Plant 2000:30].

Index


Gelijktijdig optreden in twee ruimtes
Wanneer we mobiel bellen verkeren we tegelijkertijd in twee ruimtes: de ruimte die we fysiek bezetten en de virtuele ruimte van de conversatie [Palen/Salzman/Youngs 2001]. Als we thuis in een ontspannen backstage verkeren, kunnen we volledige prioriteit geven aan een inkomend gesprek. Maar vaak wordt er gebeld als je bezig bent met een frontstage voorstelling. Als men simultaan en zichtbaar verschillende rollen moet spelen, wordt snel duidelijk dat individuen daadwerkelijk rollen spelen en niet hun hele unieke en authentieke persoonlijkheid tonen. Het is lastig om op hetzelfde moment twee verschillende en vaak conflicterende strategieën van zelfpresentatie te volgen. Er zijn geen goede regels die men kan volgen om met dergelijke tegenstellingen om te gaan. Hoe intiem en gedetailleerd kun je je uitdrukken tegenover je geliefde aan de telefoon als andere aanwezigen dit kunnen horen? Welke onderwerpen kun je op dat moment beter vermijden?

Mensen maken soms handig gebruik van de tweeledige ruimte waarin zij telefoneren. Het bekendste voorbeeld daarvan is het blufbellen: bellen voor de bühne of ‘stage phoning’. Blufbellers gebruiken de telefoon om een specifieke indruk te maken op omstanders — de indruk dat zij belangrijke personen kennen, dat zij dringend nodig zijn voor hulp of advies, of dat zij in een positie zijn om grote zakelijke contracten te sluiten. Het is een manier om indruk te maken (impression management). De meest extreme vorm daarvan is als de blufbeller neptelefoontjes simuleert.

Mobieltje als statussymbool
Tijdens de eerste fase van de introductie van de mobiele telefoon werd het als een duur speeltje beschouwd dat alleen bedoeld was voor the happy few. Het bezit van een mobiele telefoon werd een cruciale indicatie van sociale status. D early adopters van de mobiele technologie waren meestal relatief welgestelde mensen. Later richtte de markt zich eerst op de middenklassen en daarna op de relatief arme delen van de bevolking. Hierdoor verloor de mobiele telefoon gedeeltelijk haar karakter als statusindicator. Ontwerpers van mobiele telefoons proberen door de fabricage van luxemodellen (zoals My Dior) tegemoet te komen aan klanten die zich toch ook met hun mobieltje willen onderscheiden van de ’gewone’ gebruikers.


Index


Verbale en gebarentaal
Het mobieltje is machtig. Bij lokale (ongemedieerde) interacties worden niet alleen verbale uitingen gecommuniceerd, maar ook lichaams- en gebarentaal. Omdat telefonisch contact de visuele communicatie ontbreekt, proberen mensen via dit medium luid en duidelijk te articuleren. Wanneer er geen visuele signalen worden overgedragen is alle communicatie afhankelijk van het vermogen om je verbaal duidelijk uit te drukken.

De beeldtelefoon heeft deze grenzen doorbroken. Zij maakt een veel rijkere schakering van signalen mogelijk, zowel auditief als visueel. Het gevoel van sociale nabijheid kan hierdoor nog veel gemakkelijker en indringender tot stand komen. Je ziet hoe iemand iets zegt, je hoort wat iemand zegt, en je ziet de gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal van je gesprekspartner. Via beeldtelefoon worden virtuele interacties nog levendiger, indringender en betekenisvoller omdat daarbij een relatief groot spectrum aan signalen wordt uitgewisseld.

Mobiele media zijn van belang omdat hieree op elk gewenst moment en op elke willekeurige plaats contact kan worden onderhouden met willekeurige andere mensen met een mobiel communicatieapparaat. Deze vrijheid van communicatie wordt in eerste instantie gebruikt om primaire gevoelsbindingen (met geliefden, familieleden of beste vrienden) te reproduceren en te cultiveren. Hoe rijker het gebruikte mobiele medium is, des te sterker is het gevoel van sociale nabijheid.

Zwakkere of perifere sociale relaties worden meestal met eenvoudiger signalen onderhouden: met e-mails, forum- of twitterberichten, of het verspreiden van de meest uiteenlopende digitale informatie via virtuele sociale netwerken zoals Facebook.

Index Groepen, organisaties en markten

Decentrering en bilaterisering van communicatie
Vaste telefoons horen meer bij specifieke locaties dan bij specifieke individuen. Daarom ondersteunen zij tamelijk gedepersonaliseerde en gecollectiveerde communicatiestructuren. Dit geldt niet alleen voor bureaucratische organisaties, maar ook voor studentenhuizen en traditionele huishoudens. Bij hulpverleningsorganisaties zoals politie en brandweer was het gebruikelijk dat de individuele hulpverlener contact onderhield via een centrale die hierdoor automatisch een overzicht kreeg van wat er aan de hand was. Tegenwoordig kunnen zij elkaar via de mobiele telefoon direct bereiken. De gecentraliseerde communicatiestructuur wordt vervangen door directe horizontale communicatie en coördinatie. Hierdoor kan er weliswaar sneller worden gecommuniceerd, maar dit brengt ook risico’s met zich mee voor structuren en processen van formele organisaties.

Kenmerkend voor mobiele communicatie is dat zij gesegregeerde bilaterale relaties ondersteunt. Meestal heeft dit een democratiserend effect op lokale sociale systemen: ook ondergeschikten en jongeren hebben hun eigen persoonlijke telefoonverbinding.

Kruisende kringen
In de woorden van Georg Simmel: het gezin wordt in toe- nemende mate onder druk gezet van de overlapping van sociale kringen (“Kreuzung sozialer Kreise”). Het gezin moet haar interne cohesie in stand houden tegenover sterke krachten van centrifugale fragmentatie die voortkomen uit de sterk divergente communicatiesferen van haar verschillende leden [Simmel 1908:305 e.v.].
Hierdoor verzwakt de normerende invloed van het gezin respectievelijk de ouders op persoonlijke communicaties van hun leden. En hierdoor neemt ook de wederzijdse transparantie af omdat elk gezinslid zijn of haar eigen interactiepatronen cultiveert die onzichtbaar zijn voor de anderen. Het leven van schoolkinderen blijft voor hun ouders vaak volledig ondoorzichtig. Kortom: het gebruik van mobiele telefonie, tekstberichten en particuliere e-mail leidt ertoe dat de wederzijdse kennis over elkaars communicatienetwerken afneemt.

Index


Virtualisering van arbeidsorganisatie: telewerk
Mobiele communicatie speelt een cruciale rol in de virtualisering van arbeidsorganisaties en zij faciliteert de ontwikkeling van telewerk. De voor het industriële tijdperk kenmerkende tijdruimtelijke concentratie van de arbeid in fabriek of kantoor werd bepaald door de beschikbare productie- en communicatietechnologieën. Om de industriële machinerie te bedienen moesten de arbeidskrachten gelijktijdig samenwerken op één locatie. Zo moest ook het administratief werk op een kantoor worden verricht door een lokaal samenwerkend collectief van kantoorarbeiders.

De opkomst van digitale productie- en communicatietechnologieën heeft de tijdruimtelijke restricties van het industriële tijdperk fundamenteel doorbroken. Een steeds groter deel van onze productiebedrijven wordt op afstand gemonitord en aangestuurd. Alle niet direct aan fysieke apparaten en lokale omstandigheden gebonden werkzaamheden worden in toenemende mate op virtuele wijze gecoördineerd. Alle werkactiviteiten die digitaliseerbaar zijn of waarvan de middelen of producten bestaan uit digitale eenheden, kunnen in principe worden gevirtualiseerd (ze zijn telewerkbaar). Dat wil zeggen dat de deeltaken door individuen op een plaats van eigen keuze kunnen worden verricht, en dat binnen de grenzen van een bepaalde deadline uitvoerenden zelf de tijdstippen kunnen bepalen wanneer zij hun taken uitvoeren [Telewerk — Omwenteling van tijdruimtelijke arbeidsstructuren].

Geen virtuele fysiotherapie
Elke activiteit die te maken heeft met het verwerven, verwerken, bewerken of verspreiden van informatie kan worden gevirtualiseerd en is dus geschikt om in de vorm van telearbeid te worden uitgeoefend. Beroepen die de specifieke verwerking van materiaal of van direct fysiek contact met personen vereisen, kunnen niet worden gevirtualiseerd.

Sommige activiteiten zijn zo nauw met elkaar verbonden dat permanente bereikbaarheid is vereist om de meest directe, rijke en levendige communicatie mogelijk te maken. De op dit punt nog niet goed geordende ervaring leert dat dit vooral geboden is wanneer mensen een zeer complex en nog ongestructureerd probleem moeten oplossen. De eerste stap is het bijeen komen om tot een probleemstructurering te komen (als voorwaarde voor een oplossingsstrategie met expliciete doelstellingen, uitgangspunten van beleid en geoperationaliseerde tactieken en maatregelen).

In dergelijke gevallen biedt de fysieke nabijheid (samen in een ruimte werken) een groot voordeel. Al is het alleen maar voor het inspirerende synergetische gevoel wanneer je samen met anderen een lastige klus moet doen. Ondanks alle mogelijkheden van afstandscontact blijft de sociale omgang en de conversatie in een gedeelde fysieke ruimte belangrijk.

Arbeidslocaties worden gedecentreerd: men kan overal werken als men maar beschikt over een mobiele communicatietechnologie dat toegang biedt tot alle vormen van virtuele communicatie:

Coöperatieve arbeidsprocessen zijn nu mogelijk zonder dat de samenwerkende directe producenten of dienstverleners zich tegelijkertijd in een gebouw bevinden. Niet alleen werken op afstand, maar ook en juist samenwerken op afstand is dankzij internet en alle daaraan verbonden mobiele communicatie mogelijk geworden.

Telewerkers maken het meest intensief gebruik van hun mobiele communicatiemogelijkheden. Om hun werkzaamheden uit te voeren en af te stemmen op dat van anderen, moeten zij zelf bereikbaar zijn en tijdig teamgenoten of leidinggevenden kunnen bereiken. De virtuele micro-coördinatie van de afzonderlijke werkzaamheden verloopt sneller en efficiënter omdat (i) er geen tijd verloren gaat aan het reizen naar een centrale vergaderplaats, en omdat (ii) alle producenten of dienstverleners virtueel (online én mobiel) over alle relevante informatie kunnen beschikken.

De mobiele telefoon is een van de belangrijkste factoren die de aard van het werk en van de arbeidsorganisatie heeft veranderd. Het merendeel van de informatiewerkers laat de telefoon aan staan ook als zij niet werken.

Index


Precies-op-tijd communicatie
De internorganisatorische delegatie van verantwoordelijkheden en de individuele beslissingen van organisatieleden worden vaak beperkt door een gebrek aan communicatie. Wanneer een technische of sociale dienstverlener een klant of cliënt bezoekt stuit deze vaak op onverwachte problemen die niet kunnen worden opgelost als men de formele regels en procedures volgt. Ter plekke moet dan beslist worden hoe verder te gaan.

De mobiele telefoon kan dergelijke discrepanties tussen lage formele en hoge feitelijke discretie verminderen wanneer het uitvoerend personeel in staat is om contact op te nemen met collega’s, leidinggevenden of experts. Zij kunnen de uitvoerenden van de benodigde informatie en advies voorzien en hun beslissingen legitimeren. Uitvoerend personeel is dus in staat om precies-op-tijd en precies-op-maat anderen te raadplegen.

Mobiele Samaritanen
Mobiele samaritanen zijn burgers die bij radiostations melding maken van verkeersongelukken, opstoppingen, opkomende stormen, lange wachtrijen en dergelijke. Door de mobiele telefoon zijn burgers in staat om actief verantwoordelijkheid te nemen wanneer zij iets waarnemen wat niet deugt of waarin noodhulp vereist is [Chapman/Schofield 1998].
Instellingen die functioneel gespecialiseerd zijn op ongevallen, noodsituaties, rampen etc. (politie, brandweer, ambulancedienst, hulpverlening) moeten van buitenaf worden gewaarschuwd bij noodgevallen die zich op elk tijdstip en overal kunnen voordoen. Zij zijn afhankelijk van externe informanten die de dienst onmiddellijk bellen en zo nauwkeurig mogelijke informatie geven voor het inzetten van de juiste bronnen. De mobiele telefoon is zeer nuttig voor de verbinding van nooddiensten met hun omgeving. De kans is groot dat wanneer iemand een noodgeval ziet deze een mobieltje heeft en daarom snel een hulpdienst belt.

Index


Revolutionering van commerciële markten
Welke rol zal de mobiele telefoon in de toekomst voor het bedrijfsleven kunnen vervullen? Deze vraag staat sinds enige jaren op de agenda’s van ondernemers. Hoe veranderen de mobiele telefoons het gedrag van mijn klanten? En welke diensten zou ik op een mobiel platform kunnen aanbieden?

Voor zakelijk gebruik zijn in ieder geval de volgende functies beschikbaar:

Revolutionering van het bedrijfsleven
“In het begin werden mobiele telefoons louter gebruikt om te praten. Vandaag hebben mobiele telefoons een zeer groot aantal andere toepassingen. Voor veel mensen is hun mobiele telefoon hun dagelijkse organisator, muziekspeler, camera, GPS-systeem, nieuwsvoorziening en informatiedrager over het weer. Maar dat is slechts het topje van de ijsberg. In de nabije toekomst zullen mobiele telefoons ook worden gebruikt voor bankieren, als credit card, als sleutel, als afstandsbediening en als platform voor videoconferentie, om er maar een paar te noemen. De mobiele telefoons van vandaag zijn veel meer dan telefoons, en die van morgen zullen de zakelijke wereld revolutioneren” [Burrus 2009].

Index


Transformatie van omgevings- en stadservaring
Het mobieltje wordt gebruikt voor stedelijk navigatie. Je hebt geen stadskaart of stadsgids meer nodig en ook geen informatiebureaus. Je mobiele navigatiesysteem begeleidt je naar de plek waar je wilt wezen. Applicaties zoals Around Me brengen je naar de dichtstbijzijnde pizzeria, politiestation, tandarts of bloemenwinkel. Door mobiele media wordt de ervaring van de stad uitgebreid: afwezige anderen of in tijd of ruimte verwijderde contexten worden door het mobieltje in het hier-en-nu gebracht. De ervaring van de stad wordt niet meer alleen gestructureerd door de ruimtelijke patronen van de gebouwde omgeving, maar ook door de virtuele ervaringen die we telkens plaatsgebonden via mobiele apparatuur kunnen opdoen.

De slimme telefoon heeft een sensor voor het bepalen van de locatie en is daardoor in staat om de drager actuele informatie te geven over de omgeving. Hierdoor zijn gebruikers in staat om direct in hier-en-nu gebeurtenissen te interveniëren.

Stadsbewoners en -bezoekers gebruiken mobiele media als sociale kaarten waarmee zij op specifieke plaatsen of speciale gelegenheden sneller mensen ontmoeten die zij willen ontmoeten, en als filters waarmee zij sneller plaatsen ontdekken waar zij iets bijzonders kunnen leren of van bijzondere voorzieningen of eenmalige gebeurtenissen (zoals muziekvoorstellingen) kunnen genieten.

Kortom: intelligente mobiele applicaties stellen ons in staat om meer te weten te komen over wat zich rondom ons afspeelt en om daarop directer te reageren. Mobiele communicatie biedt ons toegang tot de real-time city, tot de stad zoals die zich op dat moment manifesteert.

Met scherpte ogen en grote oren door stad en land
De sensoren die in onze mobiele communicatieapparatuur zijn ingebouwd stellen mij in staat om precies te bepalen waar ik mij op dat moment bevind en wat de route is die ik moet volgen om vanuit dat vertrekpunt bij een willekeurig andere bestemming te komen. Op elk moment en op elke plaats kan ik via mijn mobieltje de omgeving verkennen. Wat is de geschiedenis van de gebouwen in mijn omgeving? Waar is de dichtsbijzijnde bakker of het dichtstbijzijnde metrostation? Is er een museum voor digitale kunst in de buurt? En waar is er in de buurt een dansgelegenheid of een Chinees restaurant? Via mijn mobieltje kan ik direct over al deze informatie beschikken. Ik kan ook zien of er virtuele bekenden in de buurt zijn waar ik ben en ik kan ze direct uitnodigen om elkaar te ontmoeten.

Locatieve media worden gebruikt voor de coördinatie van kleine groepen — zij faciliteren sociaal-culturele netwerken in realtime en realspace [Beter goede online buren dan verre vrienden].

Index


Organisatie van collectief handelen
De mobiele telefoon versterkt sociale netwerken, gedecentraliseerde sociale velden die door elk individu worden geconstrueerd overeenkomstig zijn of haar persoonlijke capaciteiten en behoeften, en die constant worden hervormd door interindividuele interacties en onderhandelingen.

Het communicatiekanaal van het mobieltje is in principe bilateraal. Maar de mobiele telefoon kan ook gebruikt worden als een medium voor collectief handelen. Zoals gebeurde tijdens de protesten tegen president Estrada in de Filippijnen waar het mobiele telefoonnet werd gebruikt om slogans en grappen te verspreiden [Rheingold 2002: 157].

Al is de leugen nog zo snel, een sms-je achterhaalt dat wel
Het mobiele communicatieplatform is een eigenstandig medium geworden dat in staat is om andere media zoals radio en televisie te passeren. Een voorbeeld daarvan gebeurde in Spanje in 2004, toen Al Qaida aanslagen pleegde op de metrolijnen van Madrid. Daarbij werden 199 mensen gedood en meer dan 1.000 gewond. De regering van de Partido Popular dwong de media om de ETA hiervoor verantwoordelijk te stellen.

Ondanks deze politieke strategie van disinformatie, gingen veel mensen het internet op om zich zelfstandig te informeren over wat er gebeurd was en wie voor deze terroristische actie verantwoordelijk waren. Zij begonnen een sms-campagne om de bevolking op de hoogte te stellen van de werkelijke gang van zaken. Dit stimuleerde mensen om de straat op te gaan. Dit ondanks het feit dat het een dag voor de parlementsverkiezingen was, waarbij in Spanje demonstraties verboden zijn. Het protest richtte zich tegen de disinformatie van de overheid. De Partido Popular probeerde nog om een eigen draadloos tegeninitiatief te nemen, maar op dat moment had Al Qaida al bekend gemaakt dat zij voor de aanslag verantwoordelijk was. De tegencampagne mislukte volledig hoewel de Partido Popular voor de aanslag voorop liep in de peilingen, verloor zij de verkiezing.

Dit voorbeeld laat zien wat het potentieel is van mobiele communicatie: het is een machtig medium dat soms grote politieke invloed kan uitoefenen. Andere voorbeelden hiervan zijn de twitterende rebellie in Iran [2009] en de Facbookrevolutie in Egypte [2011].

Daar staat tegenover dat draadloze technologie ook ingezet kan worden als repressiemiddel door autoritaire of totalitaire regimes. Zij proberen op alle mogelijke manieren om de uitwisselingen tussen mobiel communicerende burgers te monitoren, te controleren en waar nodig met harde hand te verbieden. Deze regimes maken op systematische wijze gebruik van de nieuwe mobiele media voor propagandistische doeleinden en om alle informatie naar eigen hand te zetten. Het Chinese regime is daarin waarschijnlijk het meest geavanceerd, behendig en effectief [Gevechten om de digitale Chinese muur].

De mobiele telefoon faciliteert gedecentraliseerde interacties tussen een groot aantal verschillende actoren. Hierdoor is het voor gecentraliseerde instellingen steeds moeilijker om collectieve acties te sturen of te controleren (ondanks het feit dat het vermogen van gecentraliseerde dataverzameling ook is toegenomen).

De locatie van elke gebruiker van de mobiele telefoon kan tamelijk nauwkeurig worden bepaald (dankzij de fijnmazige verdeling van lokale antennes). Daarom is het voor lokale uitzendorganisaties ook makkelijk om alle gebruikers binnen een gespecificeerd gebied te bereiken en kunnen gebruikers in een specifiek gebied alle relevante lokale informatie opvragen.

Vooral sms-berichten worden vaak gebruikt om lokale activiteiten aan te kondigen omdat hetzelfde bericht simultaan naar een zeer groot aantal ontvangers verstuurd kan worden.

Index Maatschappelijke gevolgen

Mobiele communicatie heeft een aantal algemene maatschappelijke effecten. Zij grijpt diep in op organisationele en institutionele processen en structuren en hun onderlinge relaties. En zij heeft mede geleid tot een nieuwe interrealiteit waarin lokale en virtuele processen en structuren steeds nauwer met elkaar verweven raken.

Index


Deregulering van grenscontrole
Veel maatschappelijke instellingen, zoals bedrijven, scholen, kerken, ziekenhuizen of theaters, hebben tamelijk stabiele en duidelijk gedefinieerde grenzen die verankerd zijn in de fysieke ruimte. Hierdoor wordt enerzijds de toegankelijkheid van de deelnemers gecontroleerd; anderzijds worden er duidelijk gemarkeerde grenzen getrokken tussen het systeem en zijn omgeving. Deze grenzen worden bewaakt zodat alleen leden toegang hebben tot de gebouwen of bijeenkomsten, of om te voorkomen dat werknemers hun werkplaats zomaar verlaten.

Mobiele telefoons en ander mobiele communicatieapparatuur hebben een fundamentele bevrijding van plaats met zich meegebracht. De traditionele gemeenschappen verbonden mensen op bepaalde plaatsen. In de virtuele gemeenschappen die via mobiele communicatie tot stand komt worden mensen met elkaar verbonden waar zij zich ook bevinden. De verbindende schakel is de persoon en niet de plaats [Wellman 2001].

De digitale communicatietechnologie heeft het vermogen om de traditionele lokale scheiding van instellingen te doorbreken. Op hun kantoren kunnen werknemers tussendoor met hun computer privéactiviteiten regelen, zoals zij in hun vrije tijd toch nog zakelijke telefoontjes plegen en hun e-mail in de gaten houden. De eens zo duidelijke scheidslijn tussen werk en vrije tijd is dunner geworden en geflexibiliseerd.

Hierdoor is de gecentraliseerde institutionele controle van systeemgrenzen moeilijker geworden. Er is immers geen duidelijke, door fysieke muren afgebakende ruimte waarvan de toegang volledig gecontroleerd kan worden.

Zoals we eerder gezien hebben geldt dit niet alleen voor maatschappelijke instituties, maar ook voor informele privé bijeenkomsten. Of er verstoringen van buitenaf optreden is afhankelijk van de vraag of iemand een inkomend telefoontje opneemt.

De mobiele telefonie heeft een element van wanorde binnen alle groepen en instellingen die op plaats of territorium gebaseerd zijn. De virtuele communicatieve relaties doorbreken de systeemgrenzen. De conventionele eenheid van gelokaliseerde systemen erodeert onder de invloed van gedistribueerde en gevirtualiseerde interactiepatronen. Deze produceren vooral chaos (instabiliteit).

Index


Kolonisering van de publieke ruimte
De deregulatie van systeemgrenzen manifesteert zich het meest duidelijk in de nieuwe, ongemakkelijke relatie tussen private, semiprivate en publieke ruimtes. Dit wordt in sterke mate veroorzaakt door de mobiele telefoon.

De oude, conventionele communicatiemedia stelden primair publieke instellingen in staat om in de privésfeer door te dringen. Thuis was niet meer een volledig tegen de buitenwereld beschermde omgeving, maar een communicatiepunt (of -anker) dat geïnjecteerd wordt met diverse commerciële en particuliere berichten. De mobiele communicatie lijkt het omgekeerde te doen: individuen plaatsen hun particuliere berichten in publieke ruimtes. Publieke ruimtes worden op die manier een gemeenschappelijke leefkamer [Kopomaa 2000; zie Openbare Bibliotheek Amsterdam, waarin dit leefkameridee is gematerialiseerd]. Het probleem is nu hoe het publiek beschermd kan worden tegen de ongecontroleerde penetratie van privaatheden.

Dank zij de mobiele telefoon wordt de publieke ruimte steeds meer gebruikt voor informele sociale interactie. De straten, pleinen, stations en supermarkten zijn polivalente plaatsen geworden waarin permanent gecommuniceerd wordt met mensen die niet op deze locaties aanwezig zijn.

Mensen ergeren zich eraan als zij in de publieke ruimte geconfronteerd worden met een persoonlijk telefoongesprek van anderen. Zij willen wel beschaafd onverschillig zijn, maar worden door de luidruchtige beller toch verstoord. Het is nu eenmaal moeilijk om geluidsimpulsen te negeren: men kan niet doen alsof men niets hoort. Men kan hoogstens de afstand vergroten ten opzichte van de beller.

Het loopje van de mobiele beller
De beller in de publieke ruimte kan een aantal dingen doen om niet de aandacht op zijn gesprek te vestigen. Het vermijden van oogcontact met andere straatgebruikers is primair. Een andere vorm van lichaamstaal is het speciale loopje van mobiele bellers: zij staan en lopen dan langzaam rondjes, of zij lopen over korte afstanden heen en weer. De omstanders kijken op hun beurt weg, vermijden oogcontact met de beller en doen alsof zij niet luisteren [Lasen 2002b:22].

In de steden zie je overal tijdelijke telefoonzones ontstaan waar mensen even stoppen om te bellen en daarna weer verder lopen. De ingangen van trein- en metrostations zijn hiervan een voorbeeld.

Het is moeilijk om algemene regels te formuleren voor de invasie van publieke ruimtes door privécommunicatie. In sommige landen wordt het gebruik van mobiele telefoons in publieke ruimtes aan tamelijk rigide beperkingen onderworpen. In het dichtbevolkte Japan vereist de norm van wederzijds respect voor privacy (non-intrusion) dat het geluidsniveau erg laag moet zijn [Struck 2000]. Daar staat tegenover dat de mobiele telefoon veel beter past in zuidelijke landen waar veel van het dagelijks leven in de open lucht plaats vind. Daar zijn lange telefoongesprekken in publieke ruimtes veel frequenter en meer geaccepteerd.

Het versturen van sms-berichten is wat dit betreft veel minder problematisch omdat zij op een onopvallende manier verstuurd en ontvangen kunnen worden. Sms-communicatie is daarom ook heel goed mogelijk in omgevingen met veel lawaai of in omgevingen waar stilte vereist wordt, zoals tijdens een toneelvoorstelling.

Op scholen kan telefoneren tijdens de les gemakkelijk worden verboden omdat dit eenvoudig is te controleren. Maar dat geldt niet voor het sms-verkeer. Het voltrekt zich stil, onopgemerkt en is niet opdringerig of ontregelend.

Index


Onveiligheid van mobiel verkeer
Mobiele apparaten (zoals smartphones en tablets) zijn notoir onveilig. Slechts 4% van die apparaten is voorzien van beveiligingssoftware. Alle mobiele telefoons kunnen worden geïnfecteerd met schadelijke software [Wired, 25.10.2012].

In 2010 werden al 2.500 verschillende soorten mobiele malware geïdentificeerd en dat aantal is sindsdien zeer sterk toegenomen [mobiThinking, 2.11.2011; Symantec, jun 2011]. Trojaanse paarden zijn erg populair voor Android apparaten omdat iedereen een app kan plaatsen op de Android markt. Zij zijn erg effectief omdat zij geen technische kwetsbaarheden nodig hebben om zichzelf te installeren. Trojaanse paarden zitten verpakt in spelletjes en andere applicaties die we zelf op onze mobieltjes en tablets plaatsen. Mobiele malware verspreid zich veel sneller dan traditionele malware omdat de doelwitten altijd aan een netwerk zijn verbonden.

FinFisher is een spionage wapen dat door overheden wordt gebruikt. Het programma bevat een pakket aan offensieve technieken voor informatievergaring. Met de mobiele versie van FinSpy kunnen alle typen smartphones en tablets (iPhone, BlackBerry, Android en Windows) worden afgeluisterd, zelfs als de communicatie is geëncrypteerd. Alle gegevens die op een mobiel apparaat van het doelwit staan (contacten, kalenders, foto’s, bestanden) zijn toegankelijk. Uiteraard is de geografische locatie van het apparaat in real time bekend. Na installatie kan de smartphone op afstand worden bestuurd en gevolgd, waar de gebruiker zich ook bevindt.

Index


Eigenaardigheden van mobiele communicatie
We hebben gezien dat mobiele communicatie niet alleen tegemoet komt aan veel behoeften, maar dat zij ook zeer uiteenlopende functies kan vervullen. De opkomst van de mobiele telefonie heeft onze individuele manier van communiceren gewijzigd, onze manier van interacteren in groepen, netwerken en organisaties, en het heeft de samenleving als geheel veranderd.

In het volgende schema zijn de belangrijkste eigenaardigheden van mobiele communicatie in kaart gebracht.

Eigenaardigheden Gevolg
Lage toegangskosten Mobiele telefoons zijn voor bijna iedereen te betalen.
Multifunctioneel Je kunt met mobiele telefoons bellen, e-mailen, sms-en, surfen op het web, informatie ophalen, spelletjes spelen, navigeren enz. De hoeveelheid programma’s die op smartphones, tablets en laptops gebruikt kan worden is oneindig.
Bereik Mobiele communicatie vergroot het aantal potentiëe communicatiepartners die op elke plaats en op elk tijdstip te bereiken zijn. Dit geldt niet alleen voor alle primaire sociale relaties, maar ook voor perifere of zwakke verbindingen. Mobiele telefonie stelt ons in staat uiteenlopende rollen te vervullen die anders onze gelijktijdige aanwezigheid op verschillende plaatsen zou vereisen.
Gedistribueerde communicatie en decentralisatie De communicatie via mobiel internet brengt alle bestaande communicatie vormen op een hoger plan, maar biedt tegelijkertijd een aantal geheel nieuwe communicatievormen. Via internet zijn alle communicatieve variaties en combinaties denkbaar: (a) schriftelijke, auditieve en visuele communicatie; (b) communicatie van een-op-een, een-op-velen, velen-op-een, en velen-op-velen; (c) synchrone en asynchrone communicatie.
Flexibilisering van tijdsregime De mobiele telefoon stelt ons in staat om flexibeler en spontaner te leven, zonder strikt geplande agenda’s, omdat plaats en tijd van ontmoetingen gemakkelijk veranderd kan worden.
Fluïdisering van grenzen tussen instituties Mobiele communicatie ondermijnt het traditionele mechanisme dat scheidslijnen tussen instituties en van de individuele levensritmes tot stand bracht (het onderscheid tussen werken en leven, en tussen de verschillende ritmes van sociale levenssferen).
Ouderlijke controle Mobiele telefoons zijn niet zozeer een instrument voor ouders om hun kinderen te controleren. Het zijn vooral middelen die kinderen helpen om ouderlijk toezicht en controle te ontwijken. Het mobieltje stelt kinderen eerder in staat om zich tot relatief zelfstandige jongere te emanciperen en zich met leeftijdgenoten te associëren.
Medium van virtuele nabijheid Mobiele communicatie is een medium waarmee we gevoelsmatig dichter bij mensen kunnen komen waarmee wij regelmatig of onregelmatig contact willen onderhouden. Ons mobieltje brengt ons op een klikafstand van onze geliefden, vrienden, collega’s, buurt- of stadsgenoten, toneel- of muziekliefhebbers, sport- of hobbygenoten, of met mensen met een gelijksoortige seksuele voorkeur, technische interesse of nieuwsgierigheid naar bepaalde historische gebeurtenissen.
Schild De mobiele telefoon wordt gebruikt als schild tegen nieuwe en onverwachte contacten door aan te geven dat men onbereikbaar is. Zo realiseren we ons recht om alleen te zijn.
Wacht- en reistijden Mobiele telefoon stelt ons in staat om lege wacht- of transitie periodes te doden met plaatsvervangende virtuele interacties.
Subversief vermogen Mobiele telefoons hebben een subversief vermogen om het zwaartepunt te verschuiven van dominante naar minder machtige individuen en van formele instituties naar informele sociale netwerken. Mobiele technologie geeft individuen meer macht, meer controle over hun eigen leven.

Index Nomadische gedachten

“Electronic man is no less a nomad than his paleolithic ancestors” [McLuhan 1994: 283] “As we are moving swiftly into a new era of globalization and wireless communication, we are also spiraling backward, in some key ways, to the earliest form of human association: nomadic hunting and gathering. We are, in short, becoming global nomads” [Meyrowitz 2003:91].

Geglobaliseerde, virtuele stadsnomaden
Afstand en Communicatie
In het pre-internet tijdperk bestond er een onvermijdelijke negatieve relatie tussen afstand en communicatie: hoe groter de afstand, hoe minder en moeizamer de communicatie. Van een afstand van 25 meter moet men al heel hard roepen om door de ander verstaan te worden. Op grotere afstanden moeten werktuigelijke of technologische apparaten worden gebruikt om een verbinding te leggen tussen zenders en beoogde ontvangers (trommel, waldhoorn, rooksignalen; en in later stadium brieven).

Ons mobieltje is een trommel, een waldhoorn en een brief, en het zend ook rooksignalen uit. Het gebruik van het mobieltje heeft de negatieve relatie tussen afstand en communicatie verbroken. Via internet is directe synchrone communicatie (real time communication) mogelijk door middel van tekst, geluid of bewegend beeld.

Internet heeft bovendien de relatie tussen de tijdstippen van communicatie geflexibiliseerd. Internet fungeert als een derde plaats waarop iedereen bestanden kan plaatsen die door alle of specifieke anderen kunnen worden bekeken, verwerkt of opgeslagen. Je verstuurt geen informatie naar anderen, maar stelt hen op de hoogte van de plaats waar die informatie te vinden is. Websites en blogs zijn hiervan de meest bekende voorbeelden, maar asynchrone communicatie vind ook en vooral plaats in webfora, sociale netwerken en via e-mail.

De landlijntelefonie bevrijdde ons van afstand, en de mobiele telefonie van locatie. Mobiele telefonie bracht ons een nieuwe bewegingsvrijheid: we kunnen ons van a naar b verplaatsen en op elk moment telefonisch communiceren, ook onderweg. Er zijn diverse redenen waarom wij steeds mobieler zijn geworden, zowel in sociaal en geografisch opzicht. Tegenwoordig hebben we ook de middelen in handen die ons in staat stellen om te blijven communiceren, ook als we in beweging zijn, dat wil zeggen op reis, niet thuis of op kantoor, niet op een vaste bereikbare fysieke plaats. We kunnen nu over de hele aardbol of stad zwerven en toch tijdens onze omzwervingen contact onderhouden met wie we maar willen. Mobiele telefonie is hét middel waarmee we een beweeglijk, mobiel en vloeiend bestaan kunnen leiden.

Er zijn verschillende metaforen in omloop om onze gemedialiseerde en gemobiliseerde leefstijlen en identiteiten te duiden. Een daarvan is de digitale nomade. Het lijkt een krachtige metafoor: we zijn de jagers-verzamelaars van het informatietijdperk [Makimoto/Manners 1997; Meyrowitz 1985:316; Meyrowitz 2003; D’Andrea 2006]. Wij zijn geglobaliseerde stadsnomaden geworden.

Voor de virtuele nomaden is ‘thuis’ altijd mobiel: thuis is waar mijn mobieltje is. Digitale nomaden zijn overal thuis, maar zij hebben geen vaste verblijfplaats. Sinds de romantiek zijn we gewend aan de dualiteit van afstand versus nabijheid. Het romantisch onbehagen bestond enerzijds uit de permanente heimwee en anderzijds uit het verlangen om overal thuis te zijn. De digitale nomade droomt niet van een thuisland: het sociaal-communicatieve huis is draagbaar en overal beschikbaar.

Zygmunt Bauman denkt dat we getuige zijn van “de wraak van het nomadisme op het principe van territorialiteit en vestiging”. In het huidige ‘vloeibare stadium van moderniteit’ wordt “de gevestigde meerderheid geregeerd door de nomadische en extraterritoriale elite” [Bauman 2000:13]. Dergelijke gespierde metaforen zouden moeten manen tot nuchterheid. Natuurlijk: naarmate de wereld meer mobiel is geworden wordt het denken over deze wereld meer nomadisch [Cresswell 2006:43]. Maar we moeten gepaste afstand houden van het geromantiseerde beeld van moderne nomaden. In de nomadologie wordt de nomade tot held verheven van het postmoderne denken. Deleuze en Guattari [1987] zijn de vaders van de nomadologie [Morley 2000:230 en kritisch: Michiel de Lange 2009 - Digital nomadism: a critique].

Mensen gebruiken hun mobiele telefoons vooral om te interacteren met mensen die zij al kennen (de gekozen en gewenste socialiteit) en zij doen dat eerder dan te interacteren met vreemden die fysiek aanwezig zijn. Leopoldina Fortunati [2002:515-6] noemt dat nomadische intimiteit. Wanneer gemedieerde interactie de voorkeur krijgt boven lokale interacties, dan prevaleren sterke connecties boven zwakke connecties. Nomadisme lijkt de verbindingen met mensen die we al goed kennen (vrienden en familieleden) te versterken ten koste van de aandacht voor vreemden die we lokaal tegenkomen. Ons gevoel van het onderdeel zijn van sociale groepen is niet meer (alleen) gebaseerd op het behoren bij vaste locaties, maar steeds meer op het behoren bij communicatieve netwerken. De digitale nomaden leiden hierdoor minder aan heimwee: het gevoel van verlies van je relatie met ‘heilige’ plekken zoals thuis en bekend territorium. Deze tijdruimtelijke en sociale veranderingen vormen subjectiviteit en identiteit. Reizen en mobiliteit leidde vroeger tot tijdelijk verlies van autonomie en angst. De fatische functie van de mobiele telefoon stelt ons in staat snel weer stabiel te worden.

Fatische communicatie: gezellig kletsen
Fatische communicatie is communicatie omwille van de gevoelens en gezelligheid. Het doel van deze communicatie is niet om informatie, ideeën of een mening uit te wisselen. Het doel van fatische communicatie is het opbouwen of onderhouden van een contact, zonder dat er sprake is van werkelijke communicatie in de zin van informatie-uitwisseling [Schneider 1988]. De meest bekende voorbeelden hiervan zijn verbale groeten (“hoe gaat het met je?”) en gesprekken over alledaagse zaken zoals het weer (“Lekker weertje vandaag...”). Fatische conversaties dienen geen ander doel dan dat de deelnemers elkaars aanwezigheid bevestigen en wederzijds vertrouwen opbouwen [Dunbar 1996]. In Nederland noemen we dat gezellig kletsen of praten over koetjes en kalfjes. De Engelsen noemen deze vorm van sociale communicatie small talk. De term fatische communicatie werd in 1923 geïntroduceerd door de antropoloog Bronislaw Malinowski.

Mobiele telefoons worden gebruikt als hulp bij informele en ad-hoc bijeenkomsten buiten de deur. De digitale nomade gaat ’s avonds uit en verandert van richting al naar gelang waar ‘the fun’ is. De jeugd gaat nomadisch op zoek naar feestjes en gebeurtenissen [Ling/Yttri 2002:155]. De digitale nomade is ruimtelijk mobiel, sociaal verbonden en laat zich niet binden aan welke specifieke plaats of omstandigheid dan ook. Maar het moderne digitale nomadisme moet niet worden verward met migratie of reizen. De sleutel van hun leefstijl is niet zozeer beweging, maar permanente verbinding met het internet (Manuel Castells).

Recent onderzoek naar de patronen van menselijke beweging laat zien dat de trajecten die mensen volgen een hoge mate aan temporele en ruimtelijke regelmatigheid vertonen. De meeste mensen zijn gewoontedieren die regelmatig dezelfde plaatsen bezoeken en die hun dag volgens vaste tijdschema’s structureren. De meeste mensen brengen het grootste deel van hun tijd in slechts een paar locaties door die zij regelmatig bezoeken [González/Hidalgo/Barabási 2008; Fildes 2008].

Techno-bedoeïnen
The Economist, Nomads at last beschrijft jongeren die coffeeshops en bibliotheken bezoeken met Wi-Fi. Zij zijn permanent online, communiceren met tekst, foto, video of stem de hele dag met hun vrienden en familie, en doen tegelijkertijd hun werk. De techno-bedoeïenen ontmoeten elkaar op speciale plaatsen, zoals het Nomad Café in Oakland, Californië.

Index


Kinderen aan de mobiele leiband
Wanneer ouders hun kinderen een mobieltje geven, dan gaat deze gift meestal gepaard met een contract: van kinderen wordt verwacht dat zij de oproep van hun ouders beantwoorden. Ouders willen dat hun kinderen hun telefoontjes beantwoorden, terwijl pubers zich juist los van hen willen maken.

Mobiel ouderschap
De mobiele telefoon wordt door ouders gebruikt om werk en gezin in balans te brengen. De verbinding met het kind blijft intact, ook al zijn de ouders niet thuis. De mobiele telefoon wordt het meest intensief gebruikt als het kind na school alleen thuis is.

Kinderen met mobiele telefoons kunnen in contact blijven met hun ouders en omgekeerd. Ouders hoeven zich minder zorgen te maken over hun kinderen en hen minder beperkingen op te leggen omdat zij weten waar zij zijn en dat zij ze altijd mobiel kunnen bereiken.

Ouders ontdekten snel dat het mobieltje een uitstekend instrument is om hun kinderen te controleren. En de kinderen ontdekten al snel dat de mobiele telefoon een prachtig middel is om aan die ouderlijke controle te ontsnappen. Zij gebruiken het om vrijheid te verwerven: met het mobieltje schuilen zij meer in de eigen vriendengroep dan in het gezin. Het mobieltje functioneert dus tegelijkertijd als bewaker en als verbreker van de gezinsbanden.

Jongeren gebruiken het mobieltje vooral voor het opbouwen, in stand houden en cultiveren van connecties met leeftijdgenoten. Het is een medium voor virtuele broederschap of zusterschap. En in het tijdperk van het 1,2 kindgemiddelde: het is een medium voor het bestrijden van huiselijke eenzaamheid van kinderen.

Voor jongeren is de mobiele telefoon een persoonlijk, individueel draagbaar apparaat dat onlosmakelijk verbonden is met hun alledaagse leven. Vanuit hun eigen slaapkamer gebruiken zij hun mobieltje om de band met hun leeftijdgenoten te versterken. Het is een medium geworden waarmee het kind zijn navelstreng doorbreekt om een jongere te worden — net als het oude polshorloge in eerdere generaties.

Toon me je mobieltje en ik weet wie je ben

Bij Kees kun je naar eigen ontwerp een hoesje bestellen voor de iPhone. Zij worden gemaakt met 3D-printtechnologie.
Hoezeer het mobieltje voor teenagers een zeer persoonlijk medium is, blijkt ook uit de personalisering van de mobiele telefoon door de keuze van ringtones en het modificeren van het uiterlijk van het mobieltje. Het mobieltje is weliswaar een alledaags gebruiksmiddel geworden, maar daarom is het ook bij uitstek een middel om zich van anderen te onderscheiden.

Het mobieltje is een persoonlijk apparaat waarmee wij ons zelf symbolisch representeren. Door middels van merk, type, kleur, vorm, beltonen, ornamenten en versieringen. Je hoeft niet eens zo rijk te zijn dat je een Dior-mobieltje te kunt aanschaffen. Je kunt je eigen mobieltje ook zelf beschilderen of op eigenzinnige manier behoezen.

Voor jongeren is het mobieltje niet alleen een communicatiemiddel, maar ook en vooral een cruciale accessoire in hun dagelijkse strijd om hun eigen identiteit te creëren en geaccepteerd te worden door hun referentiegroep [Taylor/Harper 2001; Hammann 2001; Skog 2002]. Het fysieke uiterlijk van een mobiele telefoon representeert sociale status en groepsbinding.

Jongeren omarmen hun mobieltje als een vorm van symbolische expressie [Green 2003; Lobet-Maris 2003; Skog 2002; Campbell/Park 2008].

Het mobieltje is een vanzelfsprekend onderdeel van ons alledaagse leven geworden. Het is een middel om ons dagelijkse leven te organiseren met een communicatiestijl die bij ons past. Het is een medium om met intimi in contact te blijven en om sociale netwerken op te bouwen en te cultiveren. Het stelt ons in staat om permanent online aanwezig te zijn in hun sociale netwerken.

Index


Keuze van communicatievorm
Het mobieltje maakt het mogelijk om voor elk type communicatie de juiste vorm te kiezen: bel ik iemand op, stuur ik een sms-bericht of een e-mail, plaats ik een mededeling op een sociaal netwerk, of twitter ik een bericht. Deze mediamix wordt gebruikt om met specifieke individuen te interacteren in de context van bijzondere relaties en omstandigheden.

Convergentie van mobiele en online platforms
Mobiele en online platforms zullen steeds meer naar elkaar toegroeien en intensiever met elkaar communiceren. Er ontstaan persoonlijke platforms die in de cloud worden verenigd en die toegankelijk zijn vanaf elk apparaat.
De keuze van het medium is afhankelijk van een aantal factoren: copresentie, zichtbaarheid, hoorbaarheid, gelijktijdigheid, simultaniteit, sequentialiteit en reviseerbaarheid. Lokale face-to-face bijeenkomsten hebben de hoogste graad van sociale aanwezigheid met de zichtbaarheid en hoorbaarheid almede het hoogste niveau van simultaniteit. Intensieve feedback is mogelijk zonder vertraging, kosten of inspanningen. Het gevoel van sociale nabijheid is nergens zo sterk als in lokale bijeenkomsten. Maar zelfs dit is lang niet altijd en overal het geval. Misschien is het inmiddels slechts traditionele nostalgie die ons in een zich virtualiserende wereld doet verlangen naar de eenvoud van de zo vertrouwde lokale interacties.

We worden steeds vaardiger om al naar gelang tijd en plaats het geschikte medium te kiezen. We baseren die keuze op de lengte, de betekenis en het niveau van privacy, de persoonlijke aard van het bericht.

Index


The Dark Side: Criminaliteit
De technologiën die nu worden ontwikkeld om de uitwisseling van onze informatie en onderlinge communicatie te vergemakkelijken zitten steeds dichter op het lichaam, en zelfs in ons lichaam. Het mobieltje in de broek, jas of tas, de tablet onder de arm, de laptop in de schoudertas. De bril als ict-systeem waarmee je alle mogelijke informatie die je wilt weten met een oogwenk kan oproepen, direct audiosivueel kunt communiceren met anderen, en al je andere internetactiviteiten kunt verrichten. Er zit een chip in je lichaam dat bloedwaarden dorgeeft aan een online gezondheidsmonitor. De temperatuur van de ruimte waarin je je bevindt wordt automatisch aangepast aan de lichaamstemperatuur. Vanaf afstand kun je controleren waar je kinderen zich bevinden.

Wat kan er dan gebeuren als criminelen of terroristen zouden inbreken op deze apparaten waarvan we steeds afhankelijker zijn geworden? Wat zouden boosaardige mensen kunnen doen met de toegangscodes van al die apparaten die je dagelijks gebruikt en waarvan soms zelfs letterlijk je leven afhankelijk is.

Kwaadaardigen kunnen toegang krijgen tot je financiële operatie, je contacten en al je privé-communicaties, en informatie over alle virtuele én lokale plaatsen die je bezocht hebt.

Index


Potentiëring van zintuigen en uitbreiding van ervaringshorizon

“All new media are extensions of some human faculty” [Fiore/Mcluhan 1967:26].


Onze fysiek-lokale en digitaal-virtuele leefwereld zijn al in sterke mate geconvergeerd. Zij zijn samengesmolten in een hybride interrealiteit waarin wij enerzijds met beide benen stevig en eenduidig in de lokale omgeving zijn geworteld, en anderzijds via slimme mobieltjes, tablets, laptops, computers en schermen intrinsiek zijn ingebed in de meest uiteenlopende virtuele domeinen. De virtuele werkelijkheid wordt steeds meer een standaardmethode voor zoeken, ontdekken, gamen, gezichtsveld, gezondheidszorg, detailhandel, vermaak en de meeste andere levenservaringen. De locatieve en contextuele functies van onze mobiele apparaten nemen toe.

Communicatietechnologiën structureren onze waarneming en daarmee onze ervaringen met onze natuurlijke en sociale omgeving.

De mobiele telefoon kan bijna overal voor worden gebruikt: internettoegang, GPS navigatie, het afspelen van muziek, het spelen van spelletjes, het luisteren naar de radio, het verzenden van sms-jes of e-mails. De slimme telefoon maakt veel andere media overbodig, zoals draagbare radio’s en MP3 spelers. Ook andere fysieke objecten die we vroeger met ons meenamen worden in de smartphone of de tablet geïncorporeerd: de agenda, het adressenboekje, stadskaarten, plattegronden, horloge, wekker, boeken, kranten enz. Het mobieltje is een multifunctioneel apparaat dat door elke gebruiker op de persoonlijke behoeften wordt afgestemd of ingericht.

Extern geheugen
Het mobieltje fungeert in toenemende mate als een extern geheugen Het mobieltje is een uitbreiding van ons geheugen. We zetten er allerlei informatie in waarmee we het interne geheugen niet willen belasten, of waar dit tekort schiet: contacten, telefoonnummers, adressen, verjaardagen, afspraken, taken, notities, tags, foto’s, video’s. Het externe geheugen kan op elk moment worden geraadpleegd.
Het mobieltje is dus in meerdere opzichten een uitbreiding van onze zintuigen: een uitbreiding van de hand, een uitbreiding van het oog, een uitbreiding van het oor (reuk en smaak vallen hier vooralsnog buiten). Het biedt toegang tot een virtuele wereld waarin we met mensen kunnen praten die ver van ons verwijderd zijn, waarin we zowel synchroon als asynchroon ervaringen kunnen uitwisselen met zeer grote groepen, waarin we informatie kunnen opzoeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, waarin we gemeenschappelijke onderzoeksprojecten uitvoeren, waarin we van cultuur genieten, en waarin we politiek kunnen bedrijven. Het is een nieuwe ervarings- en belevingswereld die we overal met ons mee kunnen dragen. Op welke fysieke plek wij ons ook bevinden, we leven tegelijkertijd in een virtuele wereld met bijna ongelimiteerde communicatie- en interactiemogelijkheden.

In dit virtuele hiernaastmaals zijn onze ogen, oren en vingers digitaal verlengd. We horen, spreken en zien via de mobiele telefoon om contact met onze omgeving te onderhouden. Hierdoor verandert de manier waarop we de wereld om ons heen waarnemen en beleven. We kunnen meer horen en zien, en we kunnen direct beschikken over de meest uiteenlopende intellectuele, culturele of nieuwsbronnen. Maar de mobiele telefoon of de tablet is niet de boodschap zelf. De boodschap is wat de individuele gebruiker met zijn mobieltje doet.

Verlengstuk van jezelf
De technologie van de mobiele telefoon heeft een sterk persoonlijk karakter [Fortunati 2005]. In tegenstelling tot de in huishoudens gedeelde vaste telefoon is het mobieltje een persoonlijk en personaliseerbaar artefact. Daarom beschouwen zoveel mobiele telefoongebruikers hun apparaat als een verlengstuk van zichzelf [Gant and Kiesler 2001; Hulme and Peters 2002; Campbell/Park 2008].
We dragen het mobieltje meestal direct op ons lichaam en het is zelden buiten handbereik. Het is voor de meeste mensen het primaire en meest gebruikte medium om direct te interacteren met de lokale en virtuele omgeving. Omdat het op het lichaam gedragen wordt is het gebruik niet gebonden aan fysieke locatie [Ling 1997] en is het ook beschikbaar als we in beweging zijn. Het mobieltje is niet alleen verplaatsbaar (zoals een laptop), maar het is ook draagbaar. Deze eigenschappen hebben in sterke mate bijgedragen aan de personalisering van de mobiele communicatie. De eigenaardigheid van het mobieltje is dat het onze zintuigen potentieert en daarmee onze ervaringshorizon verbreedt.

Index Bronnen over Mobiele Communicatie
 

  1. Agar, Jon [2003]
    Constant Touch: A Global History of the Mobile Phone.
    UK: Icon Books.

  2. Baron, N.S. [2008]
    Always On: Language in an Online and Mobile World.
    New York: Oxford University Press.

  3. Bauman, Zygmunt [2000]
    Liquid Modernity.
    Cambridge, UK, Malden, MA: Polity Press; Blackwell.

  4. Bautsch, Holly et. al. [2001]
    An Investigation of Mobile Phone Use: a socio-technical approach
    Department of Industrial Engineering, University of Wisconsin - Madison.

  5. BBC News

  6. Bellis, Mary [2002]
    Selling the cell phone
    In: About.com.

  7. Benson, Peter [2011]
    Marshall McLuhan on the Mobile Phone
    In: Philosophy Now.

  8. Berardi, Franco [2009]
    The Soul at Work. From Alienation to Autonomy.
    Los Angeles, CA: Semiotexte.

  9. Berg, A.T. [2009]
    Just the same old story? The linguistics of text messaging and its cultural repercussions.
    In: Rowe/Wyss 2009: 55-73.

  10. Berger, Peter / Luckmann, Thomas [1966]
    The Social Construction of Reality: A Treatise in the Sociology of Knowlwdge.
    Garden City, NY: Doubleday.

  11. Brewster, Mary P. [2003]
    Power and control dynamics in prestalking and stalking situations
    In: Journal of Family Violence, 18(4): 207-217.

  12. Broadbent, Stefana [2010]
    How the Internet Enables Intimacy

  13. Brown, Alexandra [2002]
    The Language and communication of SMS: An exploratory study of young adults’ text-messaging.
    Cardiff University.

  14. Brown, Barry / Green, Nicola / Harper, Richard (eds.) [2001]
    Wireless World: Social and Interactional Aspects of the Mobile Age.
    Godalming and Hiedleburg: Springer Verlag.

  15. Burgess, A. [2004]
    Cellular Phones, Public Fears, and a Culture of Precaution.
    Cambridge, UK: Cambridge University Press.

  16. Burrus, Dan [2009]
    Beyond Voice: How Your Cell Phone is Evolving into a Business Productivity Tool
    In: Business phone Systems.

  17. Campbell, Scott W. [2007]
    Perceptions of Mibile Phone Use in Public Settings: A Cross-Cultural Comparison
    In: International Journal of Communication, 1: 738-757.

  18. Campbell, Scott W. / Kwak, Nojin
    • [2007] Mobile Communication and Social Capital in Localized, Glocalized, and Scattered Networks.
      Paper presented at the International Communication Association preconference, Mobile Communication: Bringing us Together or Tearing us Apart?, San Francisco, 22-23 May.
    • [2011] Mobile communication and civil society: Linking patterns and places of use to engagement with others in public.
      In: Human Communication Research, 37(2): 207-222.
    • [2012] Mobile communication and strong network ties: Shrinking or expanding spheres of political dialogue?
      In: New Media and Society, 14(2): 262-280.  

  19. Campbell, Scott W. /Park, Yong Jin [2008]
    Social Implications of Mobile Telephony: The Rise of Personal Communication Society
    In: Sociology Compass, 2(2): 371-397.

  20. Campbell, Scott W. / Russo, Tracy C. [2003]
    The social construction of mobile telephony: An Application of the Social Influence Model to Perceptions and Uses of Mobile Phones within Personal Communication Networks
    In: Communication monographs 40:317-334.

  21. Castells, Manuel [1996]
    The rise of the network society.
    Malden, Mass.: Blackwell Publishers.

  22. Castells, M. et al. [2004]
    The mobile communication society: A cross-cultural analysis of available evidence on the social uses of wireless communication technology
    Annenberg research network on international communication, Los Angeles.

  23. Castells, Manuel / Fernandez-Ardevol, Mireia / Linchuan Qui, Jack / Say, Araba [2005]
    Mobile Communication and Society. MIT-Press.

  24. Chapman, Simon / Schofield, W. N. [1998]
    Lifesavers and cellular Samaritans: emergency use of cellular (mobile) phones in Australia
    Department of Public Health and Community Medicine University of Sydney.

  25. Cisco
    Cisco Visual Networking Index

  26. Cooper, G. [2001]
    The Mutable Mobile: Social Theory in the Wireless World.
    Springer Computer Supported Cooperated Work Series, 2:19-31.
    Paper presented at the “Wireless World” Workshop. University of Surrey, April 7.

  27. Coupland, Justine / Coupland, Nikolas / Robinson, Jeffrey D. [1992]
    “How are you?” : Negotiating phatic communion
    In: Language in Society, 21: 207-230.

  28. Crabtree, J. / Nathan, M. / Roberts, S. [2003]
    Mobile UK: Mobile Phones and Everyday Life.
    London: Work Foundation/iSociety.

  29. Crystal, David
    • [2001] Language and the Internet. Cambridge: Cambridge University Press.
    • [2008] Txting: The Gr8 Db8. Oxford: Oxford University Press.

  30. Cresswell, Tim [2006]
    On the move: mobility in the modern Western world.
    New York: Routledge.

  31. D’Andrea, A. [2006]
    Neo-Nomadism: A Theory of Post-Identitarian Mobility in the Global Age
    In: Mobilities, 1(1): 95-119.

  32. Deuze, Mark

  33. Dragutinovic, N. / Twisk, D. [2005]
    Use of mobile phones while driving – effects on road safety.
    Leidschendam: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.

  34. Dunbar, Robin [1996]
    Grooming, Gossip, and the Evolution of Language.
    Harvard University Press.

  35. Durkheim Emile [1912/1995]
    The elementary forms of religious life.
    Glencou, IL: The Free Press.

  36. Economist, The - Special Report Mobility [2008]

  37. Editie NL [2012]
    U bent ook Nomofoob - Sjoukje Budde

  38. European Commission

  39. ]Fietsersbond

  40. Fildes, Jonathan [2008]
    Mobile phones expose human habits
    In: BBC News, 4 June 2008.

  41. Fischer, C. [1992]
    America Calling: A Social History of the Telephone to 1940.
    University of CA Press.

  42. Fortunati, Leopoldina
    • [2000] The Mobile Phone: New Social Categories and Relations.
      University of Trieste.
    • [2002] Italy: stereotypes, true and false.
      In: Katz/Aakhus 2002: 42-62.

  43. Fortunati, Leopoldina / Manganelli, Anna Maria [2002]
    Young People and the Mobile Telephone
    In: Revista de estidios de juvendad, 57:59-78.

  44. Fortunati, Leopoldina / Katz, James E. / Riccini, Raimonda (eds.) [2003]
    Mediating the Human Body: Technology, Communications and Fashion.
    Mahwah, NJ: Lawrence Earlbaum Associates.

  45. Fox, Kate [2001]
    Evolution, Alienation and Gossip. The role of mobile telecommunications in the 21st century
    Social Issues Research Centre, Oxford.

  46. Galloway, Anne [2008]
    A Brief History of the Future of Urban Computing and Locative Media
    PhD Dissertation, Dept. of Sociology & Anthropology, Carleton University, USA.

  47. Garreau, Joel [2000]
    Home Is Where the Phone Is. Roaming Legion of High-Tech Nomads Takes Happily to Ancient Path
    In: Washington Post, Tuesday 17.

  48. Geisler, Cheryl e.a. [2001]
    The Social Transformation of the Boundary between Work and Life, by It Gone Mobile.
    Rensselaer Polytechnic Institute, New York.

  49. Gergen, Kenneth J. [2002]
    The challenge of absent presence.
    In: Katz/Aakhus 2002:227-241.

  50. Geser, Hans

  51. Glotz, Peter / Bertschi, Stefan / Locke, Chris (eds.) [2005]
    Thumb Culture: The Meaning of Mobile Phones for Society
    Bielefeld: Transcript Verlag.

  52. GMSA [GSM Association]

  53. Goffman, Erving
    • [1959] The Presentation of self in everyday life.
      New York: Doubleday Anchor Books.
    • [1963] Behavior in Public Places: Note on the Social Organization of Gatherings.
      New York, Free Press.
    • [1967] Interaction Ritual: Essays on face-to-face behavior.
      New York: Pantheon.
    • [1971] Relations in Public: Micro Studies of the Public Order.
      New York: Basic Books.

  54. Goggin, G. / Hjorth, L. (eds.) [2009]
    Mobile Technologies: From Telecommunications to Media.
    New York: Routledge.

  55. Goldenbeld, Ch. / Houtenbos, M. / Ehlers, E. [2010]
    Gebruik van draagbare media-apparatuur en mobiele telefoons tijdens het fietsen
    Leidschendam: Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV)

  56. González, Marta C. / Hidalgo, César A. / Barabási, Albert-Lázló [2008]
    Understanding individual human mobility patterns
    In: Nature, 453 (5 June 2008): 779-782.

  57. Gournay, Chantal de / Smoreda, Zbigniew [2003]
    Communication technology and sociability: Between local ties and “global ghetto”?
    In: Katz 2005: 57-70.

  58. Grant, D. / Kiesler, S. [2001]
    Blurring the boundaries: cell phones, mobility and the line between work and personal life.
    In: Brown,/ Green/ Harper 2001: 121-132.

  59. Green, Nicola
    • [2001] Who’s Watching Who: Monitoring and Accountability in Mobile Relations.
      In: Brown/Green/Harper 2001: 36-49.
    • [2003] Outwardly Mobile: Young People and Mobile Technologies.
      In: Katz 2003: 201-18.

  60. Haddon, Leslie
    • [2000] The Social Consequences of Mobile Telephony: Framing. Oslo.
    • [2002] Youth and Mobiles: The British Case and Further Questions
      In: Revista de estidios de juvendad, 57:115-124.
    • [2003] Domestication and mobile telephony.
      In: Katz 2003:43-56.

  61. Haigney, D. / Westerman, S.J. [2001]
    Mobile (cellular) phone use and driving: a critical review of research methodology.
    In: Ergonomics, 44:132-143.

  62. Hammann, Eva [2001]
    New mobile services for 12-15 year olds.
    Leidschendam.

  63. Harper, R.
    • [2001] The Mobile Interface: Old Technologies and New Arguments.
      In: Brown/Green/Harper 2001: 36-49.
    • [2003] Are mobiles good or bad for society?
      In: Nyiri 2003:71-94.

  64. Harper, R. / Taylor, A. / Palen, L. (eds.) [2005]
    The Inside Text: Social Perspectives on SMS in the Mobile Age.
    London: Kluwer.

  65. Humphreys, Lee [2005]
    Cellphones in Public: Social Interactions in a Wireless Era.
    In: New Media and Society, 7(6): 810-833.

  66. International Telecommunication Union [2002]
    World Telecommunication Development Report - Reinventing Telecoms & Trends in Telecommunication Reform - Effective Regulation
    In: ITU 15(3).

  67. Ito, Mizuko / Okabe, Daisuke / Matsuda, Misa (eds) [2005]
    Personal, Portable, Pedestrian: Mobile Phones in Japanese Life.
    Cambridge, Mass.: MIT Press.

  68. Jeffries, Stuart [2010]
    The rise of the camera-phone
    In: The Guardian, 08.01.2012

  69. Kasesniemi, Eija-Liisa / Rautiainen, Pirjo [2002]
    Mobile culture of children and teenagers in Finland.
    In: Katz/Aakhus 2002:170-192.

  70. Katz, James E. [1999]
    Connections, Social and Cultural Studies of the Telephone in American Life.
    London: Transaction.

  71. Katz, James E. (ed.) [2003]
    Machines that become us: The social context of personal communication technology.
    New Brunswik: Transaction.

  72. Katz, James E. (ed.) [2008]
    Handbook of Mobile Communication Studies.
    Cambridge, Mass.: MIT.

  73. Katz, James E. / Aakhus, Mark A. [2002] (eds.)
    Perpetual Contact: Mobile Communication, Private Talk, Public Performance
    Cambridge: Cambridge University Press.

  74. Katz, James E. / Aakhus, Mark A. [2002]
    Introduction: Framing the issues.
    In: Katz/Aakhus 2002:1-14.

  75. Kim, Shin Dong [2002] Korea: personal meanings.
    In: Katz/Aakhus 2002:42-62.

  76. Kopomaa, Timo

  77. Lamble, D. / Rajalin, S. / Summala, H. [2002]
    Mobile phone use while driving: public opinions on restrictions.
    In: Transportation, 29:223-236.

  78. Lange, Michiel de [2009]
    Digital nomadism: a critique

  79. LaPlant, B. / Trewin, S. / Zimmermann, G. / Vanderheiden, G. [2004]
    The Universal Remote Console: A Universal Access Bus for Pervasive Computing. In: IEEE Pervasive Computing, 3(1):76–80.

  80. Lasen, Amparo
    • [2002a] The Social Shaping of Fixed and Mobile Networks: A Historical Comparison
      DWRC, University of Surrey.
    • [2002b] A comparative Study of Mobile Phone Use in London, Madrid and Paris.

  81. Laurier, Eric [2000]
    Why People Say Where They Are During Mobile Phone Calls.
    In: Society and Space, 19:485-504. Een kortere en gereviseerde versie verscheen in receiver.

  82. Licklider, J.C.R. / Taylor, Robert W. [1968]
    The Computer as a Communication Device
    In: Science and Technology (April 1968).

  83. Licoppe, Christian / Heurtin, Jean-Philippe [2002]
    France: preserving the image.
    In: Katz/Aakhus 2002:94-109.

  84. Ling, Richard

  85. Ling, Rich / Baron, N. [2007]
    The mechaniscs of text messaging and instant messaging among America college students.
    In: Journal of Sociolinguistics, 26(3): 291-8.

  86. Ling, Rich / Donner, Jonathan [2009]
    Mobile Phones and Mobile Communication
    Cambridge: Polity Press

  87. Ling, Rich / Helmersen, Per [2000]
    “It Must Be Necessary, It Has to Cover a Need”: The Adoption of Mobile Telephony Among Pre-Adolescents and Adolescents.
    Telenor Forskning og Utvikling, FoU Rapport, 9.

  88. Ling, Rich / Pedersen, Per (eds.) [2005]
    Mobile Communications: Re-negotiation of the Social Sphere. London: Springer.

  89. Ling, Rich / Yttri, Brigitte [1999]
    “Nobody Sits at Home and Waits for the Telephone to Ring”: Micro and Hyper-Coordination through the Use of the Mobile Telephone.
    Telenor Forskning og Utvikling, FoU Rapport, 30/99.

  90. Ling, Richard / Yttri, Brigitte [2002]
    Hyper-coordination via mobile phones in Norway.
    In: Katz/Aakhus 2002:139-169.

  91. Lobet-Maris, Claire [ 2003]
    Mobile Phone Tribes: Youth and Social Identity.
    In: Fortunati/Katz/Riccini 2003:87-92.

  92. Lofland, Lyn H.
    • [1973] A World of Strangers: Order and Action in Urban Public Space.
      New York: Basic Books.
    • [1998] The Public Realm: Exploring the City’s Quintessential Social Theory.
      New York: Aldine de Gruyter.

  93. Louie, Elaine [1999]
    If the Phone Had a Cord, You Could Strangle the User.
    In: New York Times, Sept. 30.

  94. Love, S. / Kewley, J. [2005]
    Does Personality Affect Peoples’ Attitude towards Mobile Phone Use inPublic Places?
    In: Ling/Pedersen 2005: 273-284.

  95. Lugano, Guiseppe [2008]
    Towards a sociology of the mobile phone
    In: Human Technology, 1

  96. McLuhan, Marshall
    • [1951] The Mechanical Bride: Folklore of Industrial Man.
      New York: Vanguard Press.
    • [1962] The Gutenberg Galaxy: The Making of Typographic Man.
      Toronto, ON: University of Toronto Press.
    • [1964] Understanding Media: The Extensions of Man.
      Cambridge, Mass.: MIT Press.

  97. McLuhan, Marshall / Fiore, Quentin [1967]
    The Medium is the Message.
    Bantam Books.

  98. Meyrowitz, Joshua
    • [1985] No sense of place: the impact of electronic media on social behavior.
      New York/Oxford: Oxford University Press.
    • [2003] Global Nomads in the Digital Veldt.
      In: Nyíri 2003: 91-102.

  99. Mijn Kind Online [2012]
    Hey, what’s app? — 8-18-jarigen en mobiele telefoon.

  100. Ministerie van Verkeer en Waterstaat [2006]
    Wat zijn de risico’s van mobiel bellen op de fiets?

  101. Mitrea, Oana Stefana [2006]
    Understanding the Mobile Telephony usage Patterns. The Rise of the Mobile Communication ‘Dispositif’.
    Darmstadt.

  102. Mobile City, The
    Een onderzoeksgroep die zich richt op de vraag hoe ons dagelijks leven in de steden in toenemende mate gevormd wordt door digitale mediatechnologieën, en wat hier van de implicaties zijn voor stedelijke ontwerpers.

  103. Mobile Europe

  104. Mobile Society
    Een academische onderzoekssite die zich richt op sociale aspecten van de mobiele telefoon.

  105. Morley, D. [2000]
    Home territories: media, mobility and identity.
    London/New York: Routledge.

  106. Murtagh G.M. [2001]
    Seeing the ‘rules’: preliminary observations of action, interaction and mobile phone use.
    In: Brown/Green/Harper 2001: 81-91.

  107. Nilsson, Andreas / Nuldén, Urban / Olsson, Daniel [2001]
    Mobile Media.
    Viktoria Institute, Göteborg, Sweden.

  108. Nyíri, J. Kristóf. (ed.) [2003]
    Mobile Communication: Essays on Society, Self and Politics.
    Vienna: Passagen Verlag.

  109. Nyíri, J. Kristóf (ed.) [2005]
    A Sense of Place: The Global and the Local in Mobile Communication.
    Vienna: Passagen Verlag.

  110. Okabe, Daisuke / Ito, Mizuko [2005]
    Keitai in Public Transportation
    In: Ito/Okabe/Matsuda 2005:205-17.

  111. Palen, Leysia / Salzman, Marilyn / Youngs, Ed [2001]
    Going Wireless: Behavior & Practice of New Mobile Phone Users
    Boulder CO.

  112. Peters, John Durham [1999]
    Exile, Nomadism, and Diaspora: the stakes of mobility in the western canon.
    In: Hamid Naficy (ed.), Home, exile, homeland: film, media, and the politics of place (pp. 17-41). New York: Routledge.

  113. Pew [2010]
    Internet, broadband, and cell phone statistics

  114. Plant, Sadie [2000]
    On the Mobile. The Effects of Mobile Telephones on Social and Individual Life

  115. Potts, Geoff [2004]
    College students and cell phone use: Gender Variation. HC Rhetoric 160.

  116. Puro, Jukka-Pekka [2002]
    Finland: a mobile culture.
    In: Katz/Aakhus 2002:19-29.

  117. Rakow, L. F. / Navarro, V. [1993]
    Remote Mothering and the Parallel Shift: Women Meet the Cellular Phone.
    In: Critical Studies in Mass Communication, 10(2): 144-154.

  118. Rautiainen, Pirjo [2000]
    Mobile Communication of Children and Teenagers: Case Finland 1997-2000. Tampere.

  119. Realtime Waag

  120. Redelmeier, D.A., / Tibshirani, R. J. [1997]
    Association between cellular telephone calls and motor vehicle collisions.
    In: New England Journal of Medicine, 336: 453-458.

  121. Reseaux [1998]
    Quelques aperçus sur le teléphone mobile

  122. Rheingold, Howard [2002]
    Smart Mobs: The Next Social Revolution. Cambridge, MA: Perseus Books/Basic Books

  123. Ronell, Avital [1989]
    The Telephone Book. Technology, Schizophrenia, Electric Speech.
    University of Nebraska Press, Omaha.

  124. Roos, J. P.

  125. Rowe, C. / Wyss, E.L. [2009]
    Language and New Media: Linguistic, Cultural, and Technological Evolutions.
    Cresskill, NJ: Hampton Press.

  126. Rudener, Christof [2006]
    The Mobile Phone as a Universal Interaction Device - Are There Limits?
    In: Mobilie Interaction with the Real World.

  127. Schandorf, Michael [2011]
    Mediated Gesture: Paralinguistic Communication & Pathic Text
    In: Convergence, Dec. 2011.

  128. Schauble, John [1987]
    We’re hooked on phone is professor’s message
    In: The Age, 13 July 1987.

  129. Schegloff, Emanuel A. [2002]
    Beginnings in the telephone.
    In: Katz/Akkhus 2002:284-300.

  130. Schneider, Klaus P. [1988]
    Small Talk: Analyzing Phatic Discourse.
    Phillips-Universität Marburg.

  131. Schneider, Mike / Kiesler, Sara [2005]
    Calling When Driving: Effects of Providing Remote Traffic Context.
    Human Computer Interaction Institute.

  132. SecurEnvoy [2012]
    66% of the population suffer from nomophobia: the fear of being without their phone

  133. Serendipity: mobileBib

  134. Sheller, Mimi / Urry, John [2006]
    The new mobilities paradigm
    In: Environment and Planning, 38:207-226.

  135. Silberman, Steve [1999]
    Just Say Nokia
    In: Wired, 07.07.1999.

  136. Simmel, Georg [1908] Die Kreuzung sozialer Kreise.
    In: Georg Simmel: Soziologie. Untersuchungen über die Formen der Vergesellschaftung.
    Duncker & Humblot Verlag, Berlin, (1. Auflage), Kapitel II, pp. 305-344.

  137. Skog, Berit [2002]
    Mobiles and the Norwegian Teen: Identity, gender and class.
    In: Katz/Aakhus 2002: 255-273.

  138. Smith, Brad [2000]
    Welcome to the Wireless Internet.
    In: Wireless Week, January 31.

  139. Snowden, Collette [2000] - Adelaide, Australia
    Blinded by Text: Revaluing the Oral Imperative in Communication.
    In: Communications Research Forum

  140. Stanley, Morgan [2009]
    The Mobile Internet Report

  141. Struck, Doug. [2000]
    The Ringing in Their Ears Causes a Japanese Revolt Annoyance With Cell Phone Users Ignites National Backlash.
    In: Washington Post, Oct. 20.

  142. Stuedahl, D. [1999]
    Virklige Fantasier: Kibermedia og Goa Kyberia.
    In: Netts@mfunn Braa, K / Hetland, P. / Leistøl, G. (eds.), Oslo, Tano Aschehoug, pp. 219-232.

  143. Taylor, Alexander S. / Harper, Richard [2001]
    The gift of the gab? - A design oriented sociology of young people’s use of ‘mobilZe!’M Guilford, England

  144. Terrell, K. / Hammel, S. [1999]
    Call of the riled
    In: News & World Report, 126(23):62-64.

  145. Thompson, Bill [2007]
    In search of the neo-nomad
    In: BBC News, 19.3.2007

  146. Thurlow, Chrispin [2003]
    Generation txt? Exposing the sociolinguistics of young people’s text messaging
    In: Discourse Analysis Online.

  147. TNO [2011]
    Monitor draadloze technologieën

  148. Tooren, Wouter [2011]
    Het ontbreken van stilte in de stiltecoupé
    In: Geluidnieuws.nl.

  149. Townsend, A M. [2000]:
    Life in the Real-Time City: Mobile Telephones and Urban Metabolism
    In: Journal of Urban Technology, (7)2: 85-104.

  150. Trouw

  151. Turkle, Sherry
    • [1995] Live on the Screen: Identity in the Age of the Internet.
      Touchstone, New York.
    • [2011] Alone Together. Why we expect more from technology and less from each other.
      New York: Basic Books.

  152. Urry, John [2000]
    Mobile Sociology
    In: British Journal of Sociology, 52(1): 185-203.

  153. Volkskrant, De

  154. Waard Dick de / Schepers, Paul / Brookhuis, Karel [2010]
    Mobile phone use while cycling: incidence and effects on behaviour and safety.
    In: Ergonomics 53(1): 30-42.

  155. Waele, Rudy de
    Mobile Trends 2020

  156. Wai-chi, Rodney / Fortunati, Leopoldina / Law, Pui-lam / Yang, Sahnhua [2012]
    Mobile Communication and Greater China
    Routledge

  157. Wale, Karen / Gillard, Patricia [1994]
    Adventures in Cyber sound. The Impact of New Telecommunications Services on Family and Social Relations. Melbourne.

  158. Wei, Ran / Leung, Louis W. [1999]
    Blurring Public and Private Behaviors in Public Space: Policy Challenges in the Use and Improper Use of the Cell Phone.
    In: Telematics and Informatics, 16: 11-26.

  159. Wellman, Barry

  160. White, Peter B. / White, Naomi R. [2008]
    Maintaining Co-presence: Tourists and Mobile Communication in New Zealand.
    In: Katz 2008:195-207.

  161. Wikipedia: Nomophobia

  162. You Tube

Index


Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

dr. Albert Benschop
Sociale en Gedragswetenschappen
Sociologie & Antropologie
Universiteit van Amsterdam
Gepubliceerd: April, 2012
Laatst gewijzigd: 26 September, 2013