| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
| Een rituele slachting |
|---|
Een daad met gevolgen
|
![]() |
Allochtone medelanders vreesden juist daarom het ergste: als er in naam van de ook door hen aanbeden Allah een politieke moord wordt begaan, dan zouden zij allemaal wel eens nog harder in het verdomhoekje gedrukt kunnen worden, waarin zij zich toch al niet op hun gemak voelden. En zoals we nog zullen zien, gebeurde dat ook. De eens zo tolerante Hollandse natie was geschokt, raakte oververhit en dreigde af te stevenen op een nationale ramp. Over en weer gingen de hakken diep in het zand.
De moord op Theo van Gogh riep sterk geëmotioneerde en tegenstrijdige reacties op. De dominante toon was die van de emotionele walging en gespierde veroordeling. Die emoties werden onderbouwd met principiële democratische overwegingen: politieke en/of religieuze meningsverschillen dienen in een democratische rechtsstaat met niet-gewelddadige middelen te worden opgelost. Tegelijkertijd ontstond er een verscherpt besef dat democratische normen en instellingen verdedigd dienen te worden: de vrijheid moet zichzelf beschermen.
Politici van gevestigde partijen buitelden over elkaar in hun veroordelingen van deze religieus geïnspireerde politieke moord. Het kabinet kondigde direct aan dat zij de strijd tegen moslimextremisme hard en met gebruik van noodwetgeving zou voeren. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zouden op korte termijn moeten worden uitgebreid, waarbij geld ’geen enkele rol speelt’. Burgers die wegens hun opvattingen ernstig worden bedreigd, zouden voortaan aanspraak kunnen maken op persoonsbeveiliging. Door aanpassing van de wetgeving moest het mogelijk worden gemaakt om terroristen na het uitzitten van hun straf in Nederland uit ons land te verwijderen. Gespierde taal die burgers ervan moesten overtuigen dat de overheid nog steeds een betrouwbare waarborg is voor de veiligheid van al haar onderdanen.
|
De dramatiek van deze situatie werd nog vergroot door opiniepeilingen. In die peilingen steeg Wilders naar 20 en zelfs bijna 30 zetels. Die winst kwam volgens het onderzoek van Maurice de Hond vooral van de LPF (die van 8 naar 0 zetels kelderde). Liefst 70 procent van de LPF-kiezers verklaarde nu op de Groep Wilders te gaan stemmen. Van de zetels die naar de Groep Wilders gaan komen er 7 van de VVD, 5 van de LPF, 5 van het CDA en 3 van de linkse partijen. De VVD kelderde in de peiling van 27 naar 16 zetels. Meer dan de helft van de kiezers wilde dat er nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden worden. Dat is niet verwonderlijk. De PvdA steeg van 42 naar 56 zetels en de SP van 8 naar 13 zetels (en de ChristenUnie van 3 naar 5). De helft van de kiezers kiest voor Wouter Bos als premier, en slechts 39 procent voor Balkenende. |
De metafoor van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ was regelrecht overgenomen van de Amerikaanse president Bush. Die Bushiaanse mannentaal is in het gunstigste geval een slechte metafoor voor een heftig en moeilijk oplosbaar politiek en maatschappelijk conflict. Dergelijk taalgebruik vergroot slechts de kloof tussen moslims en niet-moslims en het suggereert dat in dit conflict alles geoorloofd is. Het speelt islamitische extremisten precies in de kaart door ze te geven wat ze willen: een heilige oorlog. In tijden van nood heeft een natie behoefte aan bruggenbouwers, geen afbrekers. Minister-president Balkenende begreep dit beter en nuanceerde de oorlogsverklaring van zijn vice-premier. “Het gaat om strijd tegen het terrorisme”, aldus Balkenende, en voor ’oorlog’ moet dus ‘strijd’ worden gelezen. De premier benadrukte dat “we de dialoog moeten blijven aangaan” en “we elkaar moeten blijven vasthouden”.
Er brak een heftige discussie los waarbij uiteraard heftige emoties en ook vele ’niet-correcte’ opvattingen door de media gingen. Vooral via internet werden extremistische opvattingen verspreid over de islam, de allochtonen en asielzoekers. Daarbij staan aan de ene kant de populistische, neo-nationalistische en neo-fascistische politieke stromingen en organisaties. Het verweesde fortunisme probeert regie te verwerven over de onderbuikgevoelens.
Aan de andere kant staan meer of minder diep gelovige aanhangers van de islam en van traditionele Arabische culturen en gebruiken die voor veel Nederlanders nogal ‘vreemd’ zijn, en vaak ook ‘niet van deze tijd’. Aanhangers van de Islam sluiten zich op in hun geloofsbeleving als laatste bron van eigen identiteit. Zij zijn in stukken gescheurd tussen tegenstrijdige culturen en proberen angstvallig hun hoofd boven water te houden. Door intensieve verinnerlijking van de islamitische moraal is er geen ruimte meer voor oecumenische dialoog. Laat staan voor discussie met ongelovigen, of met democraten die staat en kerk strikt gescheiden wensen te houden. Radicale islamieten beschouwen anders- en ongelovigen als objecten die desnoods met harde hand tot de orde van Allah geroepen moeten worden.
Dat was het idee dat Mohammed B. ertoe bracht om Theo van Gogh te liquideren. Zijn geloof in Allah was tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt door de in zijn ogen godslasterlijke uitlatingen van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh. Zij noemden zijn Allah een wrede god, zijn profeten werden als pooiers, perversen en huichelaars afgeschilderd, en gelovigen werden als ‘geitenneukers’ afgeserveerd. Voor Mohammed B. was dat een onverdraaglijke gedachte, een gevoel waarmee niet verder te leven viel. Hij besloot een daad te stellen. Een daad waarvoor hij bereid was zijn eigen leven op te offeren. Hij verlangde naar de martelaarsdood. Zijn vrienden en geloofsgenoten hebben hem in zijn sneuvelbereidheid gesterkt. Hij was bereid om het hoogste offer te brengen. Maar dan wel in ruil voor de hiernamaalse zegeningen die elke islamitische fanaat van zijn martelaarschap verwacht. Het zou voor hem toch iets anders verlopen dan gepland.
De dader overleefde zijn aangekondigde moord op de bekende cineast en criticaster. Ondanks zijn heftige salvo’s in de richting van de politieagenten, werd hij op professionele wijze uitgeschakeld door een schot in zijn been. Mohammed B. slaagde erin om Theo van Gogh te vermoorden, maar hij zou falen als martelaar. En hij bewees de aanhangers van de islam in Nederland geen dienst. Hij bracht bijna al zijn geloofsgenoten in staat van grote ontreddering en angst.
Aan de moord van Mohammed B. ging een proces van radicalisering vooraf dat hij samen met zijn vrienden van de zogenaamde Hofstadgroep op internet documenteerde. Aan de hand van deze documenten kunnen we met redelijke precisie reconstrueren waardoor Mohammed B. in de vaderlandse geschiedenis herinnerd zal worden als een politieke moordenaar (naast Balthasar G. en Volkert van der G.).
Internet is bij uitstek een plaats waar mensen ongezouten hun mening naar voren brengen en anoniem met elkaar in discussie gaan.
De opkomst van het populistisch fortunisme in Nederland ging gepaard met een sterke verharding van het politieke debat en met een verruwing van de discussiestijl. Men kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat veel mensen die van internet gebruik maken een extra bijdrage leveren aan die polariserende verharding. Veel discussiefora zijn ontaard in vrijplaatsen voor mensen die elkaar diep beledigen, belasteren en met de dood bedreigen. Democraten maken zich zorgen over radicalistische elementen die ‘netwerken van haat’ vlechten. In deze netwerken wordt gebruik gemaakt van versleutelde berichten waarvan de inhoud voor politionele en justitiële overheden verborgen blijft.
|
|
Het internet is een vrijplaats en schuilplaats voor ongemakkelijke meningen. Theo van Gogh had net als zijn moordenaar geleerd hoe hij daarvan gebruik kon maken. Als columnist was hij om zijn massief beledigende teksten bij vele kranten en tijdschriften aan de dijk gezet. “Als stukjesschrijver ben ik overal weggestuurd, ontslagen of zó gecensureerd dat het maar beter was de eer aan mezelf te houden” [Van Gogh]. In reactie daarop opende hij zijn eigen site De Gezonde Roker, waarin hij alle vrijheid nam om zijn gal over gebeurtenissen en personen te spuien. Hij deed dat echter niet anoniem, maar met naam en toenaam. Hij schreef op persoonlijke titel, toonde zijn gezicht en had een duidelijke identiteit. Theo van Gogh begreep heel goed dat hij niet voor een lokaal beperkt of klein publiek schreef, maar een tamelijk groot bereik had. Hij uitte geen persoonlijke opinies die wegstierven in de lucht die zij in beweging brachten. Zijn opinies staan na zijn dood nog steeds op het internet en kunnen daar worden nagelezen.
Het internet verschilt in drie opzichten van alledaagse gesprekssituaties. De identiteit van de auteurs is meestal onbekend, er wordt potentieel een wereldwijd publiek bereikt en geuite opinies blijven bewaard en kunnen ook later nog worden nagelezen.
Computergemedieerde interacties hebben een ontremmend effect. Mensen die via het internet met elkaar communiceren voelen zich minder geremd [Reid 1994; Benschop 1998]. Zij voelen zich vrijer om te zeggen of te vragen wat zij altijd al hadden willen zeggen of vragen. Op internet hebben we de kans om tot op grote hoogte anoniem met elkaar te communiceren. We kunnen tot op grote hoogte zelf bepalen hoe we ons zelf presenteren. Op internet zijn we wie we voorgeven te zijn.
|
|
Op internet worden mensen gemakkelijk verliefd op het partiële en vaak vertekende zelfbeeld dat anderen van zichzelf presenteren en men kan dit zelfbeeld naar believen verder romantiseren. We zien echter tegelijkertijd dat discussianten sneller geneigd zijn om op bijdragen die ze niet bevallen te reageren met persoonlijke beledigingen en bedreigingen. Het is ook een vorm van belaging van vrouwen. Zij worden online belaagd met ongewenste intimiteiten en perversiteiten, met vaak drastische lokale repercussies. Het gaat hier niet om ‘liefde’ (een al dan niet misplaatst gevoel van affectie of verlangen) maar om ‘haat’ (een al dan niet gegeneraliseerd gevoel van afkeuring of walging).
Anonieme internetcommunicatie verlaagt de drempel om andersdenkenden openhartig en emotioneel geladen te kritiseren. Bovendien heeft internet als globaal en laagdrempelig medium een groot vermogen om verspreide onvrede te aggregeren tot een politieke opinie of zelfs georganiseerde stroming. In de meer onschuldige beginfase van het internet werd veel gediscussieerd over het ‘flamen’ in discussiefora van Usenet. Dit moleculaire nethufteren gaat vaak gepaard met haatdragende generalisaties over mensen met bepaalde nationaliteiten, etniciteiten, huidskleuren, religieuze of seksuele voorkeuren. In discussiefora liep dit alledaagse nethufteren regelmatig uit op complete virtuele oorlogen: ‘flame wars’.
In veel discussiefora zijn daarom vanaf het begin normen opgesteld om dergelijke uitwassen te voorkomen. Deze netiquette richt zich met name tegen het lastig vallen van vrouwen met ongewenste seksuele avances, tegen het beledigen of bedreigen van personen en tegen discriminerende uitlatingen. Met een beroep op deze netiquette werden uit de hand gelopen beledigingen en bedreigingen meestal door de forabezoekers onder elkaar gesust. De dreiging van een asocialisering van online interacties is in de meeste discussiefora bezworen door een virtuele vorm van socialisatie. Toch is deze zelfregulering van discussiefora geen gemeengoed geworden.
|
|
Net als in elke andere gemeenschap of netwerk moeten er normen en beschermingsmechanismen worden ontwikkeld die voorkomen dat die gemeenschap of netwerk ten onder gaat aan onbeheersbare destructieve krachten. Daarbij gaat het niet alleen om de bescherming tegen mensen die er behagen in scheppen om een samenhang van mensen te ontregelen en bewust te frustreren. Het gaat ook om de som van nethufterende en vandaliserende elementen die met elkaar niet alleen de sfeer, maar ook de gemeenschap of het netwerk zelf kunnen vernietigen. In de beschrijving van de netwerktheorie wordt dit uitvoerig geanalyseerd.
Hoe kan voorkomen worden dat discussiefora vertroebeld worden door anoniem vuil van haatvandalen? Het is geprobeerd met invoering van een registratie- en identificatieplicht. Op internet kunnen mensen echter relatief gemakkelijk een andere identiteit aannemen. Een schuilnaam en een niet traceerbaar e-mailadres zijn snel gevonden. Daarom zag de hoofdredactie van het Algemeen Dagblad zich uiteindelijk toch genoodzaakt het discussieforum helemaal te sluiten. Wat overbleef was de povere mededeling: “AD.nl/Mening is wegens voortdurend misbruik gesloten.” Het gastenboek van het NRC Handelsblad werd om vergelijkbare redenen al eerder opgedoekt. Forumbeheerders zouden zelf de grenzen van het toelaatbare moeten bewaken en interveniëren wanneer die grenzen door grove persoonlijke beledigingen of bedreigingen worden overschreden. Wie forumvandalisme wil indammen zal duidelijke fatsoensregels moeten stellen en bijdragen die daarbuiten vallen consequent moeten verwijderen.
Er is een Amsterdammer afgeslacht |
|---|
| ‘Doe het niet, doe het niet’, riep hij nog |
Profiel van een politieke moordenaar
Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door een radicale blanke milieu-activist. Op 2 november 2004 werd cineast-criticaster Theo van Gogh in Amsterdam op lugubere wijze afgeslacht door een jonge man van Marokkaanse afkomst. Mohammed B. is een 26 jarige in Nederland geboren en opgegroeide man. Hij werd op 8 maart 1978 geboren de Domselaerstaat in Amsterdam-Oost. Als Mohammed zeven jaar oud is, verhuist het gezin naar een grotere flat in Overtoomse Veld in Amsterdam-West. Mohammed groeide op in de Hart Nibbrigstraat, waar zijn vader nu nog woont. Hij ging naar de basisschool op het August Allebéplein. Hij voetbalde op het plein en volgde met tegenzin de koranlessen in de moskee in de Jan Voermanstraat. Veel contacten had hij niet en was verlegen met meisjes.
|
In 1967 keert Hamid terug naar het Rifgebergte om te trouwen met Habiba Amyay, een vrouw die zijn moeder voor hem had uitgezocht. Toen hij Habiba voor het eerst zag, vond hij haar meteen aantrekkelijk. Jarenlang gaat Hamid ’s zomers naar Marokko om zijn vrouw te bezoeken. Hun oudste dochter Saïda wordt daar in 1977 geboren. Kort daarna vestigt het gezin zich in Amsterdam-Oost. Daar wordt op 8 maart 1978 de oudste zoon Mohammed geboren. Daarna volgen nog vijf dochters en een zoon. De jongste dochter Samira wordt in 1987 geboren. De vader van Mohammed werkt erg hard, maakt lange dagen, doet in het weekend de boodschappen voor de hele week. Voor zijn kinderen bleef weinig tijd over. Zij werden opgevoed door Habiba [NRC 9.7.05]. |
Mohammed B. groeide op in een troosteloze, getto-achtige wijk ‘aan de verkeerde kant van de snelweg ’. Door de hoge concentratie allochtonen wordt de Overtoomse Veld, in de volksmond ook wel schotelcity genoemd. Mohammed presteert zo goed dat hij anders dan de meeste van zijn leeftijdgenoten in 1990 naar de havo-brugklas kan. Naar het Mondriaancollege, een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis verwijderd. Hij onderscheidde zich niet van andere leerlingen, deed weinig mee aan sociale dingen en was nogal teruggetrokken. Zijn leraren hebben een vrij positief beeld van Mohammed. Hij was timide, oplettend en wilde carrière maken.
In 1995 krijgt hij zijn havo-diploma uitgereikt. Zijn leraren en medeleerlingen beschouwen Mohammed als een prettige, rondborstige leerling. Zijn leraar geschiedenis, die hem het diploma uitreikt, rekent hem tot de ‘slimme jongens’ die er ‘wel zullen komen’.
De frustratie kwam pas later. In zijn wijk speelt het leven van veel allochtone jongeren zich vooral op straat af. Ten opzichte van de overlast veroorzakende hangjongeren uit zijn buurt gedroeg Mohammed zich “zeer braaf, als een voorbeeld naar zijn leeftijdgenoten toe” [jongerenwerker R. Heines]. Hij probeerde die jongeren te laten zien dat er ook op een andere manier geleefd kan worden. Je leeft nu eenmaal in de Nederlandse samenleving en dan moet je ook in die maatschappij presteren.
|
|
Er broeide iets onder de allochtonen in zijn wijk. In april 1998 sloeg de vlam in de pan. Rond de hangplek op het August Allebéplein ontstonden relletjes. Honderden vooral Marokkaanse jongeren keerden zich tegen de politie [Fogteloo/ Pellekaan 2003]. Volgens Mohammed had de lokale politiek de jeugd in de kou laten staan en waren de rellen hiervan een direct gevolg.
Mohammed was in die tijd geen praktiserende moslim. Tijdens de ramadan doet hij wel mee aan het vasten, maar hij gaat niet elke vrijdagmiddag naar de moskee. Mohammed is gek op bier en gebruikt softdrugs. Als hij stoned was vertelde hij zijn vrienden fantastische verhalen. Hij krijgt een korte relatie met een modern Tunesich-Nederlands meisje. Mohammed wil op zichzelf gaan wonen en huurt in 1999 een huis in de Marianne Philipsstraat.
Mohammed wilde accountant worden. Samen met zijn vriend en buurjongen Mohammed Bouker besluit hij om boekhoudkunde te gaan studeren op de Hogeschool InHolland te Diemen. Maar in tegenstelling tot zijn vriend gaat het studeren hem niet gemakkelijk af. Hij breekt zijn boekhoudkundige studie af en stapt over op bedrijfsinformatica. Hij krijgt studiefinanciering en verdient wat bij door administratief werk te doen. In 2002 wisselt hij nog een keer van studierichting. Maar na drie maanden Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam heeft hij ook hier genoeg van. Hij verlaat de school na vijf jaar zonder één studie te hebben afgerond. Mohammed heeft andere dingen aan zijn hoofd.
Langzamerhand begint Mohammed fanatieke en agressieve trekjes te ontwikkelen. Aan zijn medeleerlingen gaat dit niet onopgemerkt voorbij. Mohamed Taimounti, CDA-deelraadslid in het stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld, zat een tijdlang met Mohammed op dezelfde hogeschool.
Ondertussen blijft Mohammed zich bezig houden met de problemen in zijn eigen buurt. Hij blijft pleiten voor een eigen jongerencentrum en voert daarover gesprekken met het bestuur van de deelraad. Hij praat en probeert te overtuigen, maar loopt vast op onwijkende bewegingen van een trage bureaucratie. Mohammed’s ambities worden geblokkeerd, hij raakt gefrustreerd en wordt kwaad. De ‘witte wereld’ neemt hem niet serieus, hij voelt zich verraden en in de steek gelaten. Zijn opgekropte woede begon zich om te zetten in agressie, waardoor hij regelmatig met de politie in aanraking zou komen.
In het voorjaar van 2000 ontdekt Mohammed dat zijn jongste zusje stiekem een verhouding heeft met Abdu A., een Marokkaanse jongen, die deel uit maakt van ‘de Daltons‘, een bende van zeven Marokkaanse broers die regelmatig met de politie in aanraking komt. Mohammed vindt dat zijn zus zich als een hoer gedraagt en de eer van familie heeft geschonden. Zijn vader is naar zijn mening veel te laks. Hij had met haar gesproken, “maar zij luistert niet naar mij. Wat kan ik nog meer doen?”. Als oudste zoon voelt hij zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het gezin. En hij neemt deze taak zeer serieus. Hij gijzelt zijn zusje: hij sluit haar op en verhindert haar het ouderlijk huis te verlaten. In een onbewaakt ogenblik slaagt zijn zusje er echter in de politie te bellen. Twee wijkagenten bezoeken het gezin en proberen te bemiddelen. Mohammed vindt dat de politie niets in hun huis te zoeken heeft. Hij wordt zeer emotioneel. De zaak loop met een sisser af, nadat op initiatief van de politie het betreffende vriendje zich officieel bij de familie B. komt voorstellen [KRO-reporter]. De familie-eer is gered.
In de zomer van 2000 komt Mohammed weer in aanraking met de politie. Net 22 jaar oud, raakt hij betrokken bij een caféruzie in Diemen op de dag dat het Nederlandse elftal tijdens het EK-voeltbal van Frankrijk wint. Op 21 juni bestormt hij samen met zijn vrienden het studentencafé De Kooi van de Hogeschool. Mohammed stompt een andere bezoeker hard in het gezicht en houdt er zelf een gebroken enkel aan over. In het voorjaar van 2001 doet zich een nieuw incident voor. Op het Leidseplein in Amsterdam gaat hij op de vuist met Abdu A., de Marokkaanse jongen waarmee zijn zusje een verhouding had. Als hij deze jongen drie maanden later in het Vondelpark weer tegen komt, loopt het uit de hand. Ziedend van woede trekt hij een mes (zijn vrienden beweren dat hij het van Abdu A. had afgepakt). Als agenten hem willen aanhouden, begint hij hen ook met zijn mes te bedreigen. Mohammed wordt door de agenten overmeesterd en afgevoerd naar het huis van bewaring. In oktober wordt Mohammed veroordeeld voor mishandeling en bedreiging en belandt voor 12 weken in de cel. In de gevangenis begint het geloof belangrijk voor hem te worden en begint hij met zijn studie van de koran.
Als Mohammed in september 2001 vrijkomt, wordt hij op het thuisfront met nog meer problemen geconfronteerd. Zijn vader belandt met ernstige rugklachten in de WAO en eind 2001 overlijdt zijn moeder, Habiba Amyay, aan borstkanker. Zij wordt begraven in Oujda, een Marokkaanse stad aan de Algerijnse grens, waar zijn vader in het midden van de jaren tachtig een tweede huis had gekocht. Zijn vader keert een jaar later terug naar Marokko om met Fatima, de jongere zus van Habiba te trouwen.
Op 11 september 2001 worden in Amerika Twin Towers en het Pentagon aangevallen door een terreurcel van Al Qa’ida. Zijn eerste reactie is dat je met geweld niets oplost. Hij is het niet eens met het Amerikaanse beleid, maar zo’n gewelddadige actie is volgens hem ook niet goed. Maar een paar dagen later vertelt hij zijn vriend dat volgens hem de joden achter de aanslag zitten.
Toch gaat Mohammed zich begin 2002 weer inzetten voor de jongeren in de buurt. Hij geeft leiding aan de zelforganisatie van Marokkaanse jongeren, verwoordt hun gevoelens en verlangens, schrijft columns in het buurtkrantje en richt een computerclub voor jongeren op. In februari 2002 organiseert hij een politiek café in het buurtcentrum Eigenwijks. Hij kreeg daarmee aanzien binnen de groep. Telkens wijst er op dat er niet genoeg voorzieningen zijn voor de jongeren in de buurt, dat ze daarom maar wat rondhangen, en dat zij een eigen jongerencentrum moeten krijgen.
Het lukt hem echter niet om een nieuw jongerencentrum van de grond te tillen. Het bestuur van het stadsdeel wil wel met hem praten, maar hij krijgt slechts vage toezeggingen. Met hulp van de buurtvereniging Eigenwijks maakt hij samen twee vrienden in een aantal maanden een degelijk plan voor nieuw jongerencentrum in Overtoomse Veld-Noord. Mondriaans Doenia noemt hij het plan, Mondriaans Wereld. Als zij hun plan op 2 mei 2002 voorleggen aan een wethouder van de deelraad, krijgen zij de kous op de kop. “Ik ondersteun het niet, ook al zou ik het geld ervoor hebben”, zegt wethouder Harro Hoogerwerf. Het subsidieverzoek wordt daarna in Den Haag ingediend, maar op het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verdwijnt dit in de prullenbak. Voor Mohammed is dit de druppel die de emmer doet overlopen. Eerst wordt hem een jongerencentrum ontnomen, dan worden er beloftes gedaan die niet worden nagekomen, en vervolgens wordt een met veel zorg en energie opgestelde subsidieaanvraag voor een echt jongerencentrum met één ambtelijke pennenstreek afgewezen. In december 2002 voert Mohammed samen met de coördinator van Eigenwijks, Dirk Glastra van Loon, nog een gesprek op het ministerie. Mohammed licht zijn plan toe. Maar hij ontploft als daarna een vrouwelijke beleidsambtenaar vraagt hoe hij weet dat zijn plan werkt. Hij gooit zijn armen in de lucht en schreeuwt: “Zijn wij nou zo slim of jullie zo dom?“
![]() Mohammed B. in 2003 | |
Ondanks zijn steeds radicaler wordende islamitische opvattingen en gedragingen wordt Mohammed begin 2003 door de buurtvereniging Eigenwijks aangenomen als beheerder van een zaaltje. Hij leek daarvoor een goede instelling te hebben. Hij was dienstbaar, altijd inzetbaar en dag en nacht bereikbaar. Maar er ontstaan direct al problemen. Mohammed maakt op religieuze gronden bezwaar tegen het schenken van alcohol in het zaaltje. Bovendien maakte hij bezwaar tegen het gemengd gebruik van het zaaltje: mannen en vrouwen moesten volgens hem van elkaar worden gescheiden. Ondanks alle pogingen om hierover een compromis te bereiken, houdt hij halsstarrig vast aan zijn uitgangspunt. Met hem viel niets meer te regelen. Voor de leiding waren Mohammed’s eisen onverteerbaar. Het contract met Mohammed wordt beëindigd.
Hij heeft nu alle tijd om zich verder in de islam te verdiepen. Hij sluit zich op in zijn huis en zit urenlang achter de computer om radicaal islamitische teksten te lezen, te vertalen, zelf stukken te schrijven en onder een schuilnaam via internet te verspreiden. Mohammed ontpopt zich als een moderne telewerkende terrorist, een teleterrorist.
In het stadsdeelbestuur begon men zich ernstig zorgen te maken over de radicalisering van Mohammed B. De politie werd geïnformeerd, en deze stelde op haar beurt de AIVD op de hoogte. Mohammed B. was echter al eerder bij de AIVD in beeld gekomen door de stukjes die hij schreef in de buurtkrant Over ’t Veld. Mohammed begon daarin zijn nieuw verworven islamitische inzichten uit te dragen.
|
In Mijn maatschappelijke invulling legt hij uit hoe hij dit in praktijk wil brengen. De Werkgroep Jongeren waarin hij participeert krijgt “het eeuwige verwijt” dat zij geen allochtone vrouwen bij haar activiteiten betrekt. Hij noemt het verwijt arrogant en wijst erop dat de werkgroep geen professionele maatschappelijke instantie is. Vrouwen worden volgens hem niet uitgesloten, maar ‘op gepaste wijze’ aangesproken vanuit zijn eigen islamitische overtuiging. Vrouwen een hand geven doet hij dan al niet meer. In Jihad in Amsterdam West [28.11.02] laat hij zien hoe sterk zijn buurtactiviteiten door de islam geïnspireerd zijn. Zijn rapport over de activiteiten van de Werkgroep Jongeren wordt ingeleid en is doorspekt met citaten uit de koran en religieuze vroomheden. Hij houdt een pleidooi voor een vreedzame jihad tegen het negatieve imago van de buurt. In Islam en integratie [13.2.03] geeft Mohammed B. een heel eigen interpretatie aan het begrip integreren. Hij zocht in het Prisma-woordenboek op wat het betekende: in een groter geheel opgenomen worden. Dat verklaart volgens hem “het hele islamitische concept van onderwerping (lichaam en geest) aan die Ene Macht die dé schepper is van het grotere geheel dat we het universum noemen en waar de mens deel van uit maakt”. Met een vrouwelijk redactielid van het wijkorgaan Over ’t Veld maakt Mohammed ruzie over haar interpretatie van een aantal koranverzen. Hij keurt haar interpretatie af. “Ik heb gelijk en jij niet, want ik ben een man en jij bent een vrouw.” De vrouw treedt daarna onmiddellijk uit de redactie. Mohammed heeft zijn roeping gevonden en laat iedereen weten: “Ik ga de profeet volgen.” Hij raakt vervreemd van zijn familie en veel van zijn oude vrienden, maar krijgt veel nieuwe radicale ‘broeders’ en ‘zusters’ voor in de plaats. |
De AIVD weet inmiddels ook dat er in zijn woning in de Marianne Philipsstraat huiskamerbijeenkomsten plaats vinden van radicale gere-islamiseerde jongeren en dat hij onderdak verleende aan een van de leiders van deze ‘Hofstadgroep’: Nouriddin El-F. Mohammed verdwijnt steeds meer uit het zicht. Zijn spijkerbroek is vervangen door een djellaba, hij gaat vijf keer per dag bidden en bezoekt de omstreden El Tawheed moskee. Daar ontmoet hij geestverwanten en komt hij in contact komt met mannen uit Egypte, Algerije en Syrië die speciale cursussen en lezingen geven. Samen met Nouriddin El F. gaat hij naar een lezing van de Syrische geestelijke Radwan al Issa —alias Abu Khaled— in een belwinkel in Schiedam. Zij nodigen de charismatische Syriër uit om in de Amsterdamse woning van Mohammed ook lezingen te geven. Daar komen de ‘aspirant leden’ van de Hofstadgroep bijeen om zich door Radwan al Issa te laten voorbereiden op de jihad.
Mohammed vervreemde niet alleen van zijn eigen familie en vrienden, maar ook van de leiders van zijn lokale geloofgemeenschap. Als kleine jongen kreeg hij in zijn buurtmoskee Al-Oumma aan de Postjesweg koranlessen van imam Ahmed. In de zomer van 2003 is hij al zover doorradicaliseerd dat hij zelfs de prototypisch orthodoxe Al Tawheed moskee te liberaal vindt. Tegen imam Ahmed zegt hij: “Ik kom u vertellen wat de islam is.” [NRC 12.11.04].
Mohammed is er inmiddels vast van overtuigd dat hij de waarheid in pacht heeft. Hij denkt dat hij plotseling het licht en de waarheid heeft gezien. “U vertelt de waarheid niet”, zegt hij tegen de imam. Mohammed probeert de imam uit te leggen dat de manier waarop Allah zijn wetten heeft geformuleerd niet veranderd kan worden en dat men geen echte moslim kan zijn zonder deze goddelijke wetten volledig te gehoorzamen. De imam is verbijsterd over de hooghartigheid van ‘deze kleine jongen‘. In zijn wekelijkse vrijdaggebed refereert de imam naar zijn absurde confrontatie met een kleine jongen die hem de les kwam lezen.
|
|
Ook bij de AIVD was hij bekend. Maar hij stond niet op lijst van 150 personen die door de dienst nauwlettend in de gaten worden gehouden. De AIVD had geen indicaties dat Mohammed B. voorbereidingen trof voor gewelddadige acties. “Aanwijzingen dat hij risicovol was, waren er niet“, zei minister Remkes tijdens het Kamerdebat over de moord. Mohammed B. verkeerde in de omgeving van de groep extremistische moslims voor wie de AIVD aandacht had, maar zou niet tot de kerngroep behoren. Voor de AIVD speelde hij een bijrol in het onderzoek naar andere personen, zoals Samir A., die in de zomer van 2004 voor de tweede maal werd opgepakt op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag.
Al in december 2002 was Mohammed zo ver doorgeradicaliseerd dat hij opperde “dat er een bomaanslag gepleegd zou moeten worden, waarbij veel doden zouden vallen” [Nouriddin el F. in ambtsbericht AIVD]. Hij omarmde de oproep tot een heilige oorlog, de islamitische jihad. En hij begon die boodschap op grote schaal via internet en e-mail te verspreiden. Politie, justitie en inlichtingendiensten onderschatten het terroristisch potentieel van Mohammed B. volledig. Dit bleek een fatale vergissing te zijn.
|
Na middernacht maakt Mohammed samen met Rachid Bo. en huisgenoot Ahmed H. nog een wandelingetje rond de Sloterplas. Zij luisteren via een mp3-speler naar koranteksten en Mohammed wijst bewonderend naar de mooie, rustige lucht. Zijn vrienden kijken ook naar boven, maar zeggen niets terug. Als ze tegen tweeën thuiskomen gaan Mohammed en Ahmed direct naar bed. Ze staan om half zes op om te eten en het ochtendgebed te doen. Daarna gaat Ahmed weer naar bed. Mohammed verlaat het huis. Hij heeft een afspraak met de dood [NRC 9.7.05]. |
De zelfbenoemde martelaar neemt zijn opdracht serieus. Theo van Gogh wordt op klaarlichte dag op beestachtige wijze afgeslacht. Eerst wordt hij beschoten (‘wel twintig schoten, heel gericht’), het pistool wordt rustig herladen met een nieuw magazijn, daarna wordt met een mes heftig ingestoken op het slachtoffer: ‘tenminste 10 keer’, ‘in volle haat’, ‘alsof hij een autoband stuk probeerde te steken’. Hij snijdt de keel van Theo door. Pakt uit rugzak een tweede mes en een stukje papier. Schrijft een korte tekst en steekt de dichtgevouwen boodschap met een eenvoudig keukenmes in de borst van het slachtoffer.
In de tekst wordt opgeroepen tot de islamitische heilige oorlog. Zelf droeg hij een afscheidsbrief bij zich: In bloed gedoopt. Wat velen vreesden bleek waar: de moordenaar handelde vanuit een radicaal-islamitische achtergrond. Theo van Gogh werd het eerste slachtoffer van de islamitische jihad in Nederland.
De moordenaar beriep zich tijdens zijn verhoren door de politie en zijn proces voor de rechter op zijn zwijgrecht. Dat is zijn goed recht. Maar hier proberen we Mohammed B. toch tot spreken te brengen, en naar hem te luisteren.
Waar ging het mis met die zachtmoedige, intelligente en dienstbare Mohammed B.? Wat waren de sleutelervaringen die hem deden ontsporen? Tegen welke muren liep hij op? Hoe kan iemand die zo probeerde aan te passen aan de Nederlandse cultuur toch uiteindelijk een moord met terroristisch oogmerk begaan? Wat bezielde hem om niet alleen het leven van Theo van Gogh, maar ook dat van zichzelf te willen vernietigen? Wie waren er nog meer op de hoogte van zijn moordplannen?
Herdenkingsbloemen voor Theo van Gogh, op de plaats van de moord.
|
Er werden historische parallellen getrokken. “Eerst Pim, nu Theo, wie is de volgende?” [Michael], terwijl anderen juist de unieke eigenschappen situatie benadrukten. Het was de eerste keer dat Nederland praktisch werd geconfronteerd met internationaal georganiseerd islamistisch terrorisme. Waaraan hadden we dat te danken?
Moest Van Gogh dood omdat hij de Islam zag als een achterlijke cultuur, omdat hij moslims voor “geitenneukers” uitmaakte en Abou Jahjah “de Belgische pleitbezorger van het ware geloof” een “pooier van de Profeet” noemde? Net als Ayaan Hirsi Ali zag hij de profeet Mohammed als een “perverse tiran”. Natuurlijk ging Theo te ver toen hij alle moslims als “de religieuze fascisten van de Islam” [21.12.03] in de verkeerde hoek plaatste. Het getuigt niet alleen van banaliteit, maar ook van slechte smaak. Daar staat tegenover dat Theo hartstochtelijk wilde zeggen wat hij vond. “Geweld moet je niet uitlokken door angstig te doen”, zei hij. Theo wilde zeggen wat hij vond. Zijne ‘kale heiligheid’ (=Pim Fortuyn) werd zijn idool. Dat vrijheid van meningsuiting altijd beperkt wordt door regels van fatsoen en redelijkheid, beschouwde Theo van Gogh als ergernis. Hij wilde gewoon altijd zeggen wat hij vond. Zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de consequenties van zijn eigen optreden.
Hij leerde de macht van het gepubliceerde woord. ‘Kutmarokkaantjes‘ was het woord dat kleefde aan de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk. Zoals geitenneukers onverbrekelijk verbonden zal blijven aan het testament van Theo van Gogh. Er zijn betere kwalificaties te bedenken om als mens herinnerd te worden. Bij Van Gogh was het vaak alleen maar een vorm van idiote stoerdoenerij. “Een enkele keer kan het passend zijn, maar bij veelvuldig gebruik verliest het ook elke provocatieve betekenis” [Karin Spaink].
Theo van Gogh nam over bijna alles controversiële standpunten in: over de multiculturele maatschappij en de positie van de vrouw in de islam, en uiteraard over de moslims, en de islamieten. Maar hij had ook zo zijn eigen diskwalificaties voor magistraten, hoofddoekdragers, homo’s en Nederland.
De film Submission die Hirsi Ali samen met Theo van Gogh maakte was voor veel moslims een steen des aanstoots. Zij stonden en staan daarin overigens niet alleen. In Trouw [30.8.04] schreef Ton Crijnen dat Hirsi Ali weer op oorlogspad was en dat haar ‘schokkende provocatie’ nergens toe zou leiden.
Maar toch vreest Ton Crijnen dat de wijze waarop dit in Submission is gebeurd er alleen maar toe leidt “dat moslims de wagens in een kring zet, men de oren dichtstopt en zelfkritiek weinig kans meer krijgt. Te meer daar de kastijding komt van twee personen (van wie de ene een ‘afvallige’) die door hun ongeremde uitspraken uit het recente verleden Hirsi Ali: ‘Mohammed is pervers’; Van Gogh: ‘moslims zijn geitenneukers’ toch al weinig krediet meer hadden. Natuurlijk, kunst is autonoom, hoort te provoceren en grenzen te verkennen, maar als men een boodschap wil overbrengen dient men toch ook de spankracht van de doelgroep in het oog te houden. De meeste moslims zien heiligschennis-in-de-naam-van-vrijheid-van-meningsuiting, zoals nu door het duo Hirsi Ali-Van Gogh bedreven, als het zoveelste bewijs van westerse minachting jegens de islam. Ze heeft haar wortels in de tijd van de Kruistochten en kent sindsdien een lange en hardnekkige geschiedenis. In moslim-ogen geeft onze tijd een nieuwe opleving van anti-islamisme te zien.”
Middels Submission probeerde Hirsi Ali moslims en vooral moslimvrouwen los te maken van hun onderdrukkende geloof. Zij is daarin niet erg succesvol geweest. Zelfs bij moslimvrouwen in Blijf van mijn Lijfhuizen riep de film alleen maar afschuw op. Als getuigenis-politica pendelt Hirsi Ali heen en weer tussen twee tegenstrijdige doelstellingen. Enerzijds probeert zij als atheïste de moslims van hun geloof af te brengen. Anderzijds wil zij moslims bekeren tot een liberale versie van hun geloof. Ronald Plasterk heeft er terecht op gewezen dat het effect van haar politieke optreden gering zo niet contraproductief is, juist omdat haar verhaal niet consistent is [Volkskrant 3.12.04]. Ondanks haar strijdbaar atheïsme zegt ze niet tegen de islam als zodanig te zijn. En ondanks haar poging om moslims tot een meer tolerante versie van hun geloof te brengen stelt zij nadrukkelijk dat een liberale Europese islam niet mogelijk is. “Er is maar een islam”. En dat is precies wat fundamentalistische en orthodoxe islamisten beweren. Haar samenwerking met Theo van Gogh, die alle moslims doelbewust en grof beledigde, heeft wel een provocatieve en spraakmakende film opgeleverd. Maar het heeft haar kansen om moslim(vrouwen) te overtuigen zeker niet groter gemaakt. Als het doel van Hirsi Ali is om de positie van moslimvrouwen te verbeteren dan is zij daar met Submission volledig aan voorbijgeschoten. |
De condoleanceregisters op internet werden direct na de moord op Van Gogh overspoeld met racistische reacties. Van “Pim had gelijk, de islam is een verrotte cultuur!!” via “Flikker die stinkmoslims het land eens uit” tot aan “Moslims zijn kut, muslims zijn klote. Moslims moeten dood”. Van Condoleance.nl werden ruim 3500 berichten verwijderd, en nog stond de site bol van racistische taal.
Ook op condoleanceregister.com waren de extremistische reacties niet van de lucht. De stemming wordt soms nog relatief gematigd ingezet.
Het was geen toeval dat er zoveel rechts-extremistische uitlatingen op de condoleance registers te lezen waren. De moord werd gepleegd door een Marokkaan die zijn daad legitimeerde met islamitisch-fundamentalistische teksten. Dit veroorzaakte bij veel autochtone Nederlanders een heropleving van een exclusief nationaal sentiment tegenover vreemdelingen met vreemde gewoontes en geloven. Deze spontane emotionele reacties op de moord op Van Gogh werden echter doelbewust gestimuleerd en geradicaliseerd door racistische, etnocentrische, nationalistische en fortunistische politieke krachten. Op extreem nationalistische en racistische sites werd opgeroepen om de condoleanceregisters te tekenen. De moord op Van Gogh werd aangegrepen om de verontruste burgers duidelijk te maken dat er nu onmiddellijk draconische maatregelen genomen moesten worden.
|
Gedenk
Het is weer een MAROKAAN Natuurlijk zonder BAAN Die niet INTEGREERT Maar wel INTIMIDEERT Hij wil de taal niet LEREN Maar wel blijven PROFITEREN Ons kabinet zegt ga je GANG En een eerlijk iemand leeft niet LANG En de moslims gaan maar door met MOORDEN En de politiek heeft weer geen WOORDEN Doe de grenzen nu maar weer TOE Want we zijn die moslims moorden MOE [Anonieme inzender in onafhankelijk.nl] |
Ook op Volkomenkut bepalen de grote bekken de toon. “Islam verboden geloof en alle moskeen sluiten” [peut] is nog gematigd. “Kankerislam, allemaal naar hun eigen land terug en een atoompje erover” [cnn]. Het kan nog wreder. “Tijd voor een tweede Hitler en dit keer de moslims aan het gas en meer dan 6 miljoen! Heropen Auschwitz, nu!” [Joop]. Uiteraard heeft ‘links’ het weer gedaan. “Eerst Pim, nu Theo! Het bloed van de linksen zal door de straten vloeien” [perenprak]. De moord op Van Gogh wordt zelfs als een goed voorbeeld neergezet: “Neem een voorbeeld aan de moslims, snij de linksen hun kop af” [dehavenkroe]. Tussen al dit verbaal geweld valt nauwelijks op dat er soms ook tegendraadse bijdragen worden geplaatst. Zoals deze: “Christen, Jood of Islamiet. Mensen doden doe je niet” [w].
Van cyberjihad tot politieke moord |
|---|
Internet als platform voor gewelddadige jihad
|
357hosting is een eenmansbedrijfje dat zich specialiseert in het anoniem hosten van extremistische moslimsites. Omdat het flinke kortingen geeft aan islamitische sites, wordt vermoed dat het bedrijf door kapitaalkrachtige fundamentalisten wordt gefinancierd. Het in Nieuwegein gevestigde bedrijf kwam eerder in opspraak, omdat het Amerikaanse Simon Wiesenthal Instituut van de Nederlandse overheid eiste dat de sites onmiddellijk werden gesloten. Daarbij ging het vooral om de site Hamasonline.com, de site van de Palestijnse bevrijdings- c.q. terreurorganisatie, die op 12 september 2003 voorkomt op de lijst van terroristische organisaties die door de Europese Unie is opgesteld [EU groups and people, non-EU groups and people]. Het Openbaar Ministerie verklaarde pas in actie te komen als er aangifte werd gedaan, zodat de zaak via het strafrecht geregeld zou kunnen worden. Zij zag geen andere procedure om de websites van 357hosting te sluiten. In mei 2005 startte het Openbaar Ministerie op verzoek van de Zwitserse autoriteiten een onderzoek naar 357hosting. Naar aanleiding van de commotie die om 357hosting ontstond ging het bedrijf in 2005 in andere handen over. De ex-directeur droeg zijn zaken over aan iemand in Jordanië. |
Dit is hun visie op de toekomst van de wereldvrede:
Bilal L.: islamitische terreur via internet |
|---|
Aboe Qataadah die later bekend werd onder zijn arrestantennaam Bilal L. maakte deel uit van de vriendenkring van Mohammed B. Hij was al eerder actief in MSN-groepen met de namen: Al-Ansar, Shareeah, A Salafoe Saali7 en 9113. Hij vertoonde zich regelmatig op sites als Marokko.nl en Maroc.nl (voorbeeld over verschil tussen een Kaafir en een Moslim), en werd daar regelmatig uitgesloten (geband). Hij plaatste een lijst met adressen van vliegscholen en schietverenigingen en gaf advies over boeken die bij de El Tawheed-moskee besteld kunnen worden.
Het viel ook op bij anderen. Op 10 maart 2004 maakt bijvoorbeeld Chin_Tok melding van de Nederlandse jihad-sites op het VPRO-forum Tegenlicht. Hij vraagt zich af: “Ik ben benieuwd wanneer de AIVD eens actie gaat ondernemen.” Op 19 februari 2004 had Chin_Tok ook al gewezen op de Nederlandse jihad-site groups.msn.com/shareeah. “Ik denk dat jullie nog slapen.” En refererend aan groups.msn.com/5434 merkt hij in het forum van Twee-Vandaag [31.3.04] op: “Kijk eens wat ik gevonden heb. Ben benieuwd waar de AIVD blijft. Ik denk dat het alleen een kwestie van tijd is dat er hier in NL een aanslag komt.”
|
Vanaf het begin bevat de site een pagina met praktische instructies voor aankomende jihadisten: Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de Jihad. Daarin wordt niet alleen duidelijk gemaakt dat militaire training een islamitische plicht is, maar worden tevens zeer praktische aanbevelingen gedaan voor fysieke training, gevechts- en overlevingstactieken, het gebruik van vuurwapens en de militaire training binnen en buiten ‘uw land van vestiging’. Abu Qataadah kopieerde zijn aanbevelingen voor schietlessen letterlijk uit deze pagina (die overigens uit het Engels werd vertaald). De tekst werd in 2001 aangetroffen in de puinhopen van een terroristisch trainingskamp ten zuiden van Kabul, Afghanistan. Het document werd voor het eerst gepubliceerd op Azzam.com, een nu gesloten site die zich toelegde op de propaganda voor de wereldwijde jihad. In 9 april 2001 werd de site www.qoqaz.nl uit de lucht gehaald vanwege de oproepen tot deelname aan de ‘heilige oorlog’. “Wegens verkeerde interpretatie door de verschillende media de afgelopen dagen is het ons verstandig gebleken deze site te sluiten,” werd er op de openingspagina gezet. Vanaf 24 februari 2004 dook de pagina Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de jihad echter weer op in de MSN-groep ‘5434’. De eigenaar van een van de 10 schietverenigingen die daarin worden genoemd, schakelde de politie in. “Wij willen op geen enkele manier met de jihad worden geassocieerd. Nu moeten we iedere moslim die lid wil worden, op een goudschaaltje leggen”, zei Erik Jonker, voorzitter van Shogun tegen Het Parool [15.3.05]. Op 14 maart werd de site door MSN van de server verwijderd [Webwereld]. |
Bij bepaalde Nederlandse schietverenigingen kan men na een jaar het vuurwapen meenemen naar huis. “Doe dat niet als u uw agressie niet kunt beheersen of als u in uw privé-leven problemen heeft. Respecteer de Nederlandse wetgeving en vermijd het kopen van illegale vuurwapens. Er zijn genoeg mogelijkheden om legaal te trainen, dus verpest niet uw reputatie door de illegale kant op te gaan. Leer het meeste wat u in uw maatschappij kunt leren en leer de rest wanneer u daadwerkelijk in een land van de Jihad aankomt.”
Aboe Qataadah (19) is een ideoloog die zijn radicaal-religieuze boodschap ook op andere fora propageerde. Hij was ook actief op islaam.nl [zie overzicht] en op marrokko.nl [overzichten: (1), (2), (3)]. Zijn boodschap is duidelijk: “Het is wel goed om de jongeren aan te moedigen voor Jihaad. Want alleen Jihaad kan deze Oemmah redden en niks anders. Maar we moeten hen eerst uitnodigen naar TAWHEED. En dit geldt voor ons allen” [2.5.04].
Aboe Qataadah is geen religieus doetje, maar weet goed van zich af te schelden: “En jij bent een stuk van die ellende. Je best doen om je broeders en zusters aan te geven bij de AIVD en info geven aan bijv jongrechts.nl die kleinkinderen van apen en zwijnen.” Daarbij suggereert hij kennis van uitgelekte AIVD-rapporten.
In dezelfde gespierde taal reageert hij op iemand die de moorden van de Mujahideen afkeurt: “Wie ben jij om vanuit je luie stoel Mujahideen te bekritiseren? Jij bent maar een kakkerlak die alleen viezigheid uitbrengt.”
“Ik vraag Allaah de Verhevene om af te rekenen met de vijanden van de Mujahideen.”
Met het doden van onschuldige vrouwen en kinderen lijkt Aboe Qataadah het nog heel even moreel moeilijk te hebben. “En ik kom later hierop terug over de gijzeling wat de Shariah zegt over het doden van vrouwen en kinderen als zij onze vrouwen en kinderen doden.” Maar hij is wonderbaarlijk snel genezen van dergelijke morele bedenkingen: het doden van vrouwen en kinderen is moreel verantwoord, omdat de ‘westerlingen’ ook vrouwen en kinderen vermoorden.
In de MSN-groep tawheedwljihad geeft Aboe Qataadah antwoord op de vraag of degene die de profeet uitscheldt gedood moet worden. Zijn antwoord is helder: “Het is verplicht om degene die de Profeet uitscheldt te doden of hij nou Moslim of een Kaafir is. En Hirsi Ali en Theo van Gogh, deze zwijnen die de profeet hebben uitgescholden hun straf is de dood en hun dag komt nog met de wil van Allah..!” Ook de geleerden zijn het hier volgens Aboe Qataadah over eens. Na een kleine parade van al deze ‘geleerdheid’ besluit hij met: “Moge Allah afrekenen met de vijanden van de Islaam ...Ameen.” De tekst die hij citeert, Verplichting van het doden van degene die de profeet uitscheld, is een op 2 juli 2004 door Mohammed Bouyeri vertaalde collage van passages uit een in de 14e eeuw geschreven document.
Op de MSN-website Jama’at Al-Tawheed Wal Jihaad (inmiddels opgeheven) maakt Aboe Qataadah zijn dreigementen specifieker: “Diegenen die Moslims bestrijden of het bestrijden van Moslims op welke manier dan ook ondersteunen worden collectief als één vijand beschouwt. En Nederland heeft jammer genoeg niks geleerd van de gezegende aanvallen in Madrid... Wij Moslims accepteren geen vernedering!!...En geert wilders en hirsi ali en de NL-regering, de Mujahideen komen eraan. O, Allaah laat onze dood de Ummah weer tot leven wekken...Ameen.”
Bilal L. leende zijn nom de guerre van de islamitische geestelijke Abu Qatada, de ambassadeur van Al Qa’ida in Europa. Hoewel hij ontkent iets met Bin Laden te maken heeft [CNN], wordt hij beschouwd als een van de meest gevaarlijke islamitische terroristen. Qatada ook bekend onder de naam Sheikh Abu Omar en Omar Mohammed Othman is een in Jordanië geboren Palestijn die in 1994 in Engeland asiel werd verleend. Volgens de Spaanse rechter Baltasar Garzónis is hij “de geestelijk leider van de mujahideen in Engeland”. Qatada onderhoudt nauwe contacten met terreurverdachten in Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Spanje. Bij veel terroristen worden zijn geschriften aangetroffen.
In 1999 bood hij openlijk zijn diensten aan Bin Laden aan. Abu Qatada is een van de 12 van terrorisme verdachte buitenlanders die sinds 2002 zonder proces worden vastgehouden in de Belmarsh-gevangenis in Londen, bijgenaamd Guantánamo-aan-de-Theems. In mei 2005 werd hij vrijgelaten en hij woont nog steeds in Engeland. Hij wordt nog steeds beschouwd als de ideologische leider van Al Qa’ida in Europa. Zijn lezingen staan niet alleen op zijn eigen website, maar worden verspreid over een breedvertakt netwerk van Engelstalige en Arabische internetfora. |
De martelaar in spe die nog mocht twijfelen of zijn zelfopoffering wel de moeite waard is, wordt niet alleen verleid met de 11 imaginaire zegeningen van de martelaar. Zijn lot wordt ook verzacht met een duidelijk materieel voordeel. De Mujahideen Commandantenraad maakt een belangrijk besluit bekend:
De identiteit van Aboe Qataadah kwam aan het licht door drie anonieme e-mails die de eerder genoemde Chin_Tok (of ChinTok3) stuurde aan de Nationale Recherche. De tipgever is “een bezorgde moslim”. In zijn eerste e-mail van 14 september 2004 waarschuwt hij voor een groep terroristen in Amsterdam-Oost die het gemunt had op de Wallen.
Bilal was ‘vergeten’ dat hij onder de schuilnaam Aboe Qataadah al maanden systematisch de gewelddadige jihad had gepredikt, dat hij instructies had geschreven voor het volgen van schietcursussen, en dat hij op elke site waar hij maar toegang toe kon krijgen uitvoerig uitlegde waarom iedereen die de profeet beledigde moest worden gedood. De advocaat van Bilal L. vergeleek het optreden van zijn cliënt met de engelse Prins Harry die voor de grap een nazi-uniform aantrok. Bilal L. zou een beetje naïef zijn geweest en kon de strekking van zijn doodsdreiging niet goed overzien. De officier van justitie meende zelf dat van de van Bilal L. geëiste straf een preventieve werking zou uitgaan. Men zou willen hopen dat hij daarin gelijk krijgt, maar erg waarschijnlijk is dat niet.
De advocaat van Bilal reduceerde de systematische propaganda voor de terroristische jihaad van zijn cliënt tot kroegpraat: “Dreigen op internet is als dreigen met geweld in een kroeg.” Maar de rechter wees erop dat de MSN-groep voor iedereen toegankelijk is en dat bedreigingen gericht tegen politici veel media-aandacht trekken. Bilal had dus kunnen weten dat zijn woorden een groot effect zouden hebben. Het dreigen met het onthoofden van een lid van de volksvertegenwoordiging (als straf voor het spotten met de islam) werd volgens de rechter begaan “met een terroristisch oogmerk”. Op 25 februari werd Bilal veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Op 5 maart 2005 kwam Bilal weer op vrije voeten. Men zou wensen dat Bilal L. zijn lesje heeft geleerd en dat zijn opmerkelijke terroristische carrière als Aboe Qataadah wordt beëindigd, maar erg waarschijnlijk is dat niet.
|
Een medegevangene Jamal B. verklaarde Bilal tegen hem gezegd zou hebben dat de leden van de Hofstadgroep wisten van de plannen die Mohammed B. had om Theo van Gogh te vermoorden. Bovendien zou Bilal hem het pistool hebben geleverd waarmee hij op Van Gogh schoot en de fiets waarop hij reed. Maar in het proces tegen de Hofstadgroep weigerde Bilal ook maar iets te verklaren over de (leden van de) Hofstadgroep. Bovendien trok Jamal B. zijn eerdere verklaringen in. Op 31 januari 2005 hoorde Bilal voor de rechtbank in Rotterdam drie jaar cel tegen zich eisen. Op 13 februari werd hem daadwerkelijk drie jaar celstraf opgelegd. De rechtbank achtte bewezen dat Bilal in de gevangenis mensen heeft benaderd voor het leveren van wapens en explosieven en dat hij heeft geprobeerd medegevangenen te ronselen om aanslagen te plegen tegen de vijanden van de islam. De strijdbare geloofsgenoten van Bilal zijn hem niet vergeten. Bijna een jaar later plaatst ‘íbn firnas 23’ in het Islam & Ik forum van marokko.nl nog een gedicht “Van Aboe mihdjan voor zijn broeder Aboe Qatada”. Daarin wordt zijn heldenmoed geprezen en poëtisch gezinspeeld op de dag des oordeels waarop jihadistische krijgers de anders- en ongelovigen zullen amputeren. “Het gebrul van de leeuwen van tawheed zal nimmer vergaan...” [bron]. |
Omar A. alias Abu Nawwaar el Hossaymi wijst het doelwit aan |
|---|
|
|
Er kwamen steeds meer signalen die deze diagnose van de AIVD bevestigden. Die signalen werden alarmerend toen de Hofstadgroep vastere vormen begon aan te nemen, en zich openlijk op internet begon te manifesteren.
Na de tv-uitzending van de film Submission werden Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh in de openbaarheid van internet bedreigd. Dat gebeurde op meerdere plekken, maar de MSN-groep Muwahhidin/Dewaremoslims trok om goede reden de aandacht van de inlichtingendienst. Op 30 augustus plaatste ‘Abu Nawwaar el Hossaymi’ een bericht waarin stond dat de ‘El Muwahhidin-brigade’ er na ‘een lange zoektocht’ in geslaagd was om het geheime adres te achterhalen van de ‘ongelovige duivelse’ afvallige Hirsi Ali (met foto). Dat trok verontrustende aandacht: het adres bleek te kloppen. De Nationale Recherche van het KLPD sloeg alarm [bron]. Het vermoeden rees dat jihad-militanten de bewegingen van Hirsi Ali nauwkeurig hadden geobserveerd. Dit was geen dreigement van een toetsenbordterrorist; er was iemand die over de motivatie en de informatie beschikte om het leven van Ayaan Hirsi Ali daadwerkelijk te bedreigen. In een tweede bericht schreef Abu Nawwaar: “De dood zal haar achterhalen.”
|
|
Toch vormden deze gebeurtenissen op internet voor de Nederlandse justitie voldoende aanleiding om in te grijpen. Eerst werden bij Microsoft in de VS de IP-adressen van ‘Abu Nawwaar’ opgevraagd. Met behulp van deze informatie werden daarna in Den Haag op drie verschillende adressen invallen gedaan. Pas bij de derde inval had men succes, ook al werd de verdachte daarbij niet aangetroffen. Toen de 22-jarige Marokkaan Omar A. van zijn ouders hoorde dat rechercheurs tijdens een huiszoeking zijn computer in beslag hadden genomen, meldde hij zich op 15 september vrijwillig bij de politie [NRC - 17.11.04]. ‘Abu Nawwaar’ werd ontmaskerd, opgespoord, gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld. En het bleek geen kleine vis te zijn.
|
|