Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

Kroniek van een Aangekondigde Politieke Moord   Switch to English Version

—Jihad in Nederland—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Een rituele slachting
Een daad met gevolgen
Vrijplaats internet
Ontremde sentimenten
Forumvandalisme
Er is een Amsterdammer afgeslacht
Profiel van een politieke moordenaar
Rust zacht
Treitersites
Van cyberjihad tot politieke moord
Internet als platform voor gewelddadige jihad
Bilal L.: islamitische terreur via internet
Omar A. wijst doelwit aan
Rifo79 op oorlogspad
Mohammed B. alias Abu Zubair
De fatwa: zij moeten dood
Islamitische Tawhid Brigades
De basis
Een terroristisch netwerk
De Hofstadgroep: een netwerk van haat
Ahmed H. — computerbrein en bankier
Rachid Bo. | Mohammed el B. | Zine Labidine A. | Mohammed el M.
Belegering in het Laakkwartier
    Ismail A. — tot mijn laatste adem blijf ik hier
    Jason W. — allemaal afslachten
Samir A. — dichtende deurwaarder van Allah
Mohammed Fahmi B. — nooit moeilijkheden gehad
Nouriddin El-F. — trouwlustige leermeester
Soumaya S. en de mannen van de grot
Nadir A. — die gek ruïneerde mijn leven
Rachid Be. — de Zierikzee connectie
Internationale connecties
    Mohammed Achraf | Abdeladim Akoudad | Radwan al Issa
Marokkanen in de knel
Maroc.nl | Maghreb.nl | Elqalem.nl | Mocros.nl | Imaan.nl | Marokko.nl | MaghrebOnline.nl | Cyberdjihad.blogspot | Abdul Jabbar van de Ven
Contra-terreur
Nationalistische en racistische reacties
Fortunisten ruiken winst
Virtueel geweld: blokkades en onthoofdingen
Geweldsspiraal
Gij zult niet doden
Regulering van internet
Zelf- en overheidsregulering
Zelfregulering van webfora
Burgerinitiatieven: cirkel van haat doorbreken
Organisaties
Providers
Waakhonden: meldpunten
Overheidsregulatie
Wat te doen?
Wetgeving: verandering van rechtsregels
    Godslastering: misdaad zonder slachtoffer?
    Wet terroristische misdrijven
    Apologie van terreur
Opsporing: digitaal rechercheren
    BVD/AIVD in beweging
    AIVD jaagt op Hofstadgroep
    Verklaringen van een taxatiefout
    Infiltratie, mollen en steganografie
    Schieten op bewegende doelen
    Nationaal Meldpunt Cybercriminaliteit
Vervolging van bedreigers en haatsites
    Moeilijk te veroordelen
    Levenslang voor Mohammed B.
    Vervolging van Hofstadgroep
    Vonnis over Hofstadgroep
Nomadische gedachten
De macht van internet
Democratisch debat op internet
Vertroebelde zelfdenkers
Toekomst van cyberterrorisme

Informatiebronnen
Verwante teksten
rode_knop CyberJihad Internationaal: Waarom terroristen van internet houden
rode_knop Jihadistische verwildering: Ik heb die film allang gezien
rode_knop Cyberterrorisme: Dodelijk geweld van het toetsenbord
rode_knop Oorlog in Cyberspace: Zwaarden van Zwakkeren
rode_knop Politiek op het internet
rode_knop Regulering en zelfregulering van internet
rode_knop Toezicht op internet: Van Echelon tot Prism
rode_knop Encryptie: privacy beschermen

Een rituele slachting

Een daad met gevolgen
Onverbeterlijke provocateur
Theo van Gogh was geen eenduidige man. Geen lieverdje of duivel, maar beide tegelijk. Een man met veel vrienden, maar nog veel meer vijanden. Zijn furore als enfant terrible, als provocateur en etterbak was groter dan zijn reputatie als talentvolle filmmaker. Zijn creatieve filmische oog wordt voor velen nog steeds overschaduwd door zijn monomaan vuilspuitende mond. Zijn onbehouwen omgang met vriend én vijand leverde hem hoon, waardering, en de ongewenste dood op. “Ik zal mijn uiterste best doen om flink wat mensen stevig te beledigen. Je kunt het Dr. Jekyl & Mr. Hyde-verhaal helemaal van me krijgen” [Theo van Gogh, Volkskrant 3.11.2004].

Op 2 november 2004 werd cineast en criticaster Theo van Gogh in Amsterdam op beestachtige wijze afgeslacht door een in Nederland geboren jonge man van Marokkaanse oorsprong. Hij pleegde zijn misdaad uit naam van een radicaal islamitisch ideaal van een theocratische, door Allah bestuurde staat. Het was in meerdere opzichten een ingrijpende gebeurtenis. Veel Nederlanders bekroop het angstige gevoel dat er een soort vijfde colonne opereerde die onwelgevallige personen met geweld hun achterlijke radicaal-islamitische dogma’s wilde opleggen. In de onderbuik van de Nederlandse samenleving lijken subversieve krachten te bestaan die zich niets gelegen laten liggen aan de basisprincipes van een democratische rechtsstaat, omdat voor hen het woord van Allah als hoogste gebod geldt.

Allochtone medelanders vreesden juist daarom het ergste: als er in naam van de ook door hen aanbeden Allah een politieke moord wordt begaan, dan zouden zij allemaal wel eens nog harder in het verdomhoekje gedrukt kunnen worden, waarin zij zich toch al niet op hun gemak voelden. En zoals we nog zullen zien, gebeurde dat ook. De eens zo tolerante Hollandse natie was geschokt, raakte oververhit en dreigde af te stevenen op een nationale ramp. Over en weer gingen de hakken diep in het zand.

De moord op Theo van Gogh riep sterk geëmotioneerde en tegenstrijdige reacties op. De dominante toon was die van de emotionele walging en gespierde veroordeling. Die emoties werden onderbouwd met principiële democratische overwegingen: politieke en/of religieuze meningsverschillen dienen in een democratische rechtsstaat met niet-gewelddadige middelen te worden opgelost. Tegelijkertijd ontstond er een verscherpt besef dat democratische normen en instellingen verdedigd dienen te worden: de vrijheid moet zichzelf beschermen.

Politici van gevestigde partijen buitelden over elkaar in hun veroordelingen van deze religieus geïnspireerde politieke moord. Het kabinet kondigde direct aan dat zij de strijd tegen moslimextremisme hard en met gebruik van noodwetgeving zou voeren. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zouden op korte termijn moeten worden uitgebreid, waarbij geld ’geen enkele rol speelt’. Burgers die wegens hun opvattingen ernstig worden bedreigd, zouden voortaan aanspraak kunnen maken op persoonsbeveiliging. Door aanpassing van de wetgeving moest het mogelijk worden gemaakt om terroristen na het uitzitten van hun straf in Nederland uit ons land te verwijderen. Gespierde taal die burgers ervan moesten overtuigen dat de overheid nog steeds een betrouwbare waarborg is voor de veiligheid van al haar onderdanen.

VVD in spagaat
Bij de partijpolitieke schermutselingen die zich in Den Haag afspeelden stond de VVD voor drie zeer lastige problemen. Ten eerste moest VVD zichzelf en haar leden (Hirsi Ali voorop) beschermen tegen terroristische geweldsdreigingen. Ten tweede moest zij alles in het werk stellen om de afvallige Geert Wilders de politieke wind uit de zeilen te houden. En ten derde lag haar eigen zwakke Minister van Binnenlandse Zaken, Remkes, onder zwaar vuur als hoofdverantwoordelijke voor het optreden van de AIVD.

De dramatiek van deze situatie werd nog vergroot door opiniepeilingen. In die peilingen steeg Wilders naar 20 en zelfs bijna 30 zetels. Die winst kwam volgens het onderzoek van Maurice de Hond vooral van de LPF (die van 8 naar 0 zetels kelderde). Liefst 70 procent van de LPF-kiezers verklaarde nu op de Groep Wilders te gaan stemmen. Van de zetels die naar de Groep Wilders gaan komen er 7 van de VVD, 5 van de LPF, 5 van het CDA en 3 van de linkse partijen. De VVD kelderde in de peiling van 27 naar 16 zetels.

Meer dan de helft van de kiezers wilde dat er nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden worden. Dat is niet verwonderlijk. De PvdA steeg van 42 naar 56 zetels en de SP van 8 naar 13 zetels (en de ChristenUnie van 3 naar 5). De helft van de kiezers kiest voor Wouter Bos als premier, en slechts 39 procent voor Balkenende.

Namens het kabinet gaf vice-premier Gerrit Zalm (VVD) een officiële oorlogsverklaring uit.

Met deze manmoedige en geharnaste taal probeerde de regering haar burgers ervan te overtuigen dat zij pal stond om de democratische rechtstaat te verdedigen tegenover terroristische aanvallen. Tegelijkertijd probeerde de regering om gematigde moslimorganisaties aan zich te binden door hen te dwingen krachtig afstand te nemen van radicale gewelddadige stromingen.

De metafoor van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ was regelrecht overgenomen van de Amerikaanse president Bush. Die Bushiaanse mannentaal is in het gunstigste geval een slechte metafoor voor een heftig en moeilijk oplosbaar politiek en maatschappelijk conflict. Dergelijk taalgebruik vergroot slechts de kloof tussen moslims en niet-moslims en het suggereert dat in dit conflict alles geoorloofd is. Het speelt islamitische extremisten precies in de kaart door ze te geven wat ze willen: een heilige oorlog. In tijden van nood heeft een natie behoefte aan bruggenbouwers, geen afbrekers. Minister-president Balkenende begreep dit beter en nuanceerde de oorlogsverklaring van zijn vice-premier. “Het gaat om strijd tegen het terrorisme”, aldus Balkenende, en voor ’oorlog’ moet dus ‘strijd’ worden gelezen. De premier benadrukte dat “we de dialoog moeten blijven aangaan” en “we elkaar moeten blijven vasthouden”.

Maar met terroristen, oorlogshitsers en fanatici valt niet te praten.

Er brak een heftige discussie los waarbij uiteraard heftige emoties en ook vele ’niet-correcte’ opvattingen door de media gingen. Vooral via internet werden extremistische opvattingen verspreid over de islam, de allochtonen en asielzoekers. Daarbij staan aan de ene kant de populistische, neo-nationalistische en neo-fascistische politieke stromingen en organisaties. Het verweesde fortunisme probeert regie te verwerven over de onderbuikgevoelens.

Aan de andere kant staan meer of minder diep gelovige aanhangers van de islam en van traditionele Arabische culturen en gebruiken die voor veel Nederlanders nogal ‘vreemd’ zijn, en vaak ook ‘niet van deze tijd’. Aanhangers van de Islam sluiten zich op in hun geloofsbeleving als laatste bron van eigen identiteit. Zij zijn in stukken gescheurd tussen tegenstrijdige culturen en proberen angstvallig hun hoofd boven water te houden. Door intensieve verinnerlijking van de islamitische moraal is er geen ruimte meer voor oecumenische dialoog. Laat staan voor discussie met ongelovigen, of met democraten die staat en kerk strikt gescheiden wensen te houden. Radicale islamieten beschouwen anders- en ongelovigen als objecten die desnoods met harde hand tot de orde van Allah geroepen moeten worden.

Dat was het idee dat Mohammed B. ertoe bracht om Theo van Gogh te liquideren. Zijn geloof in Allah was tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt door de in zijn ogen godslasterlijke uitlatingen van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh. Zij noemden zijn Allah een wrede god, zijn profeten werden als pooiers, perversen en huichelaars afgeschilderd, en gelovigen werden als ‘geitenneukers’ afgeserveerd. Voor Mohammed B. was dat een onverdraaglijke gedachte, een gevoel waarmee niet verder te leven viel. Hij besloot een daad te stellen. Een daad waarvoor hij bereid was zijn eigen leven op te offeren. Hij verlangde naar de martelaarsdood. Zijn vrienden en geloofsgenoten hebben hem in zijn sneuvelbereidheid gesterkt. Hij was bereid om het hoogste offer te brengen. Maar dan wel in ruil voor de hiernamaalse zegeningen die elke islamitische fanaat van zijn martelaarschap verwacht. Het zou voor hem toch iets anders verlopen dan gepland.

De dader overleefde zijn aangekondigde moord op de bekende cineast en criticaster. Ondanks zijn heftige salvo’s in de richting van de politieagenten, werd hij op professionele wijze uitgeschakeld door een schot in zijn been. Mohammed B. slaagde erin om Theo van Gogh te vermoorden, maar hij zou falen als martelaar. En hij bewees de aanhangers van de islam in Nederland geen dienst. Hij bracht bijna al zijn geloofsgenoten in staat van grote ontreddering en angst.

Aan de moord van Mohammed B. ging een proces van radicalisering vooraf dat hij samen met zijn vrienden van de zogenaamde Hofstadgroep op internet documenteerde. Aan de hand van deze documenten kunnen we met redelijke precisie reconstrueren waardoor Mohammed B. in de vaderlandse geschiedenis herinnerd zal worden als een politieke moordenaar (naast Balthasar G. en Volkert van der G.).

Index


Vrijplaats internet: verruwing van de politieke cultuur
De moord op Van Gogh ging als een schokgolf door Nederland. Niemand kon zich eraan onttrekken, en iedereen had er een meer of minder gespierde mening over. We brengen hier in kaart hoe deze reacties op internet naar voren kwamen en welke rol dit in de verdere gebeurtenissen speelde.

Internet is bij uitstek een plaats waar mensen ongezouten hun mening naar voren brengen en anoniem met elkaar in discussie gaan.

De opkomst van het populistisch fortunisme in Nederland ging gepaard met een sterke verharding van het politieke debat en met een verruwing van de discussiestijl. Men kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat veel mensen die van internet gebruik maken een extra bijdrage leveren aan die polariserende verharding. Veel discussiefora zijn ontaard in vrijplaatsen voor mensen die elkaar diep beledigen, belasteren en met de dood bedreigen. Democraten maken zich zorgen over radicalistische elementen die ‘netwerken van haat’ vlechten. In deze netwerken wordt gebruik gemaakt van versleutelde berichten waarvan de inhoud voor politionele en justitiële overheden verborgen blijft.

Islamisme
In discussies over terrorisme is het belangrijk een onderscheid te maken tussen ‘islamitische’ en ‘islamistische’ bewegingen. Islamitische bewegingen gebruiken vreedzame middelen om het verleden te herstellen. Zij willen een verenigde islamitische staat (kalifaat) oprichten waarvan de enige constitutie de islamitische wet (sharia) is. Omdat er in de islam geen onderscheid wordt gemaakt tussen religie en politiek, proberen deze groepen naast hun sociale en culturele activiteiten ook politieke steun te verwerven. Islamisten daarentegen richten al hun inspanningen op het met geweld en terreur vervullen van de plicht tot jihad.
Het benutten van moderne communicatiemedia is een essentieel onderdeel van extreem nationalistische en islamistische strategieën. Zowel het (‘autochtone’) rechtsextremistische als het (‘allochtone’) militant islamitische aanbod is de laatste jaren op het internet sterk toegenomen. Door het internet beschikken ook tamelijk kleine en relatief arme extremistische politieke stromingen over zeer krachtige propaganda- en rekruteringsinstrumenten. In vergelijking met andere propagandamiddelen (zoals pamfletten, brochures, kranten, tijdschriften, radio, televisie) is internet zeer goedkoop en het biedt tevens de mogelijkheid om een zeer groot aantal mensen te bereiken. Dat geldt vooral voor jongeren die via de traditionele media moeilijk te bereiken zijn. Alle onderdelen van het internet worden door nationalistische en religieuze extremisten gebruikt: zij publiceren websites, transporteren bestanden, wisselen berichten uit via e-mail, discussiëren in webfora en nieuwsgroepen, en praten met elkaar via chat, instant messaging of videoconferentie. De websites die materiaal bevatten dat strafrechtelijk verboden is worden vaak naar het buitenland verplaatst. In de Verenigde Staten vallen racisme, anti-semitisme en andere discriminerende uitlatingen binnen het grondwettelijk verankerde recht op vrijheid van meningsuiting. Maar veel van die websites draaien op servers die gewoon op Nederlands grondgebied zijn gelokaliseerd en door Nederlanders worden onderhouden.

Het internet is een vrijplaats en schuilplaats voor ongemakkelijke meningen. Theo van Gogh had —net als zijn moordenaar— geleerd hoe hij daarvan gebruik kon maken. Als columnist was hij om zijn massief beledigende teksten bij vele kranten en tijdschriften aan de dijk gezet. “Als stukjesschrijver ben ik overal weggestuurd, ontslagen of zó gecensureerd dat het maar beter was de eer aan mezelf te houden” [Van Gogh]. In reactie daarop opende hij zijn eigen site De Gezonde Roker, waarin hij alle vrijheid nam om zijn gal over gebeurtenissen en personen te spuien. Hij deed dat echter niet anoniem, maar met naam en toenaam. Hij schreef op persoonlijke titel, toonde zijn gezicht en had een duidelijke identiteit. Theo van Gogh begreep heel goed dat hij niet voor een lokaal beperkt of klein publiek schreef, maar een tamelijk groot bereik had. Hij uitte geen persoonlijke opinies die wegstierven in de lucht die zij in beweging brachten. Zijn opinies staan na zijn dood nog steeds op het internet en kunnen daar worden nagelezen.

Het internet verschilt in drie opzichten van alledaagse gesprekssituaties. De identiteit van de auteurs is meestal onbekend, er wordt potentieel een wereldwijd publiek bereikt en geuite opinies blijven bewaard en kunnen ook later nog worden nagelezen.

Index


Ontremde sentimenten
De terroristische aanslag op de WTC-torens en de opkomst van en moord op Pim Fortuyn hebben het politieke landschap in Nederland grondig omgewoeld. Daarbij is inmiddels zoveel modder naar boven gekomen dat redacties van sommige kranten besloten hebben om hun voor iedereen toegankelijk discussieforum te sluiten of voorwaarden te verbinden aan deelname. De internetfora waren altijd al een plaats waar relatief extreme vormen van sociaal gedrag een belangrijke rol speelden.

Computergemedieerde interacties hebben een ontremmend effect. Mensen die via het internet met elkaar communiceren voelen zich minder geremd [Reid 1994; Benschop 1998]. Zij voelen zich vrijer om te zeggen of te vragen wat zij altijd al hadden willen zeggen of vragen. Op internet hebben we de kans om tot op grote hoogte anoniem met elkaar te communiceren. We kunnen tot op grote hoogte zelf bepalen hoe we ons zelf presenteren. Op internet zijn we wie we voorgeven te zijn.

Schreeuwen om aandacht
In het lokale leven worden mensen gedwongen om rekening te houden met anderen en om aan een ‘normaal’ verwachtingspatroon te voldoen. Internetfora zijn vrijplaatsen met weinig sociale controle. Deelnemers die extreme opvattingen verkondigen vragen om aandacht. Krijgen zij die niet dan komen zij in de verleiding om zich nog extremer uit te drukken. Fora die niet in staat zijn om zichzelf te reguleren dreigen hierdoor te worden ondergraven. Zij gaan tenonder in een onbeheersbare kluwen van opgeblazen, haatdragende spierballentaal. De risico’s worden nog groter wanneer de grens tussen virtuele en lokale uitingen vervaagt.
Hierdoor worden de traditionele lokale mechanismen van sociale controle buiten werking gesteld: op internet weten we vaak niet zeker met wie we op een bepaald moment communiceren. Naast veel nadelen heeft dit het grote voordeel dat men zich vrijer voelt om zich ongeremd te uiten. De meest intieme en ultieme ontboezemingen zijn op internet schering en inslag. Communicaties via internet hebben geen directe repercussies op het lokale sociale leven van de afzonderlijke deelnemers. Zij voelen zich hierdoor vrij(er) om zich op een ongeremde manier te uiten. Dat is precies de reden waarom internetcommunicaties gekenmerkt worden door twee extreme uitingen van sociaal gedrag: het overdreven en ongewenst lief doen tegen andere mensen (‘netsletten’) en het overdreven beledigen of zelfs bedreigen van mensen (‘nethufteren’ of ‘flamen’).

Op internet worden mensen gemakkelijk verliefd op het —partiële en vaak vertekende— zelfbeeld dat anderen van zichzelf presenteren en men kan dit zelfbeeld naar believen verder romantiseren. We zien echter tegelijkertijd dat discussianten sneller geneigd zijn om op bijdragen die ze niet bevallen te reageren met persoonlijke beledigingen en bedreigingen. Het is ook een vorm van belaging van vrouwen. Zij worden online belaagd met ongewenste intimiteiten en perversiteiten, met vaak drastische lokale repercussies. Het gaat hier niet om ‘liefde’ (een al dan niet misplaatst gevoel van affectie of verlangen) maar om ‘haat’ (een al dan niet gegeneraliseerd gevoel van afkeuring of walging).

Anonieme internetcommunicatie verlaagt de drempel om andersdenkenden openhartig en emotioneel geladen te kritiseren. Bovendien heeft internet als globaal en laagdrempelig medium een groot vermogen om verspreide onvrede te aggregeren tot een politieke opinie of zelfs georganiseerde stroming. In de meer onschuldige beginfase van het internet werd veel gediscussieerd over het ‘flamen’ in discussiefora van Usenet. Dit moleculaire nethufteren gaat vaak gepaard met haatdragende generalisaties over mensen met bepaalde nationaliteiten, etniciteiten, huidskleuren, religieuze of seksuele voorkeuren. In discussiefora liep dit alledaagse nethufteren regelmatig uit op complete virtuele oorlogen: ‘flame wars’.

In veel discussiefora zijn daarom vanaf het begin normen opgesteld om dergelijke uitwassen te voorkomen. Deze netiquette richt zich met name tegen het lastig vallen van vrouwen met ongewenste seksuele avances, tegen het beledigen of bedreigen van personen en tegen discriminerende uitlatingen. Met een beroep op deze netiquette werden uit de hand gelopen beledigingen en bedreigingen meestal door de forabezoekers onder elkaar gesust. De dreiging van een asocialisering van online interacties is in de meeste discussiefora bezworen door een virtuele vorm van socialisatie. Toch is deze zelfregulering van discussiefora geen gemeengoed geworden.

Index


Forumvandalisme
Bedroevend
“We wilden graag een discussiemogelijkheid op onze site, hiermee kregen we een indruk hoe lezers dachten over bepaalde onderwerpen en hoe hun houding hier tegenover was. Al met al is het platform maar een jaar online geweest. Het niveau van de reacties was bedroevend. Op professionele sites over specifieke onderwerpen is het niveau gewoon veel hoger. De reacties die wij ontvingen gingen negen van de tien keer nergens over. Het forum zullen we ook niet gaan missen en er komt ook niks voor in de plaats. In het begin dachten we dat internet ‘interactiviteit’ zou brengen, maar nu zijn we erachter dat lezers internet precies hetzelfde gebruiken als de gewone, gedrukte media. Ze gebruiken het alleen om geïnformeerd te worden” [Alex Beishuizen, chef internetredactie van het Algemeen Dagblad].
In september 2001 besloot Leefbaar Nederland haar discussieforum te sluiten vanwege de vele discriminerende bijdragen. Leefbaar Nederland had onvoldoende vrijwilligers om de deraillerende discussie in goede banen te leiden. Na de moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 werd in veel openbare discussiefora de stemming nog veel heftiger en grimmiger. Zij werden overspoeld door venijnige scheldpartijen, racistische uitlatingen en tergende doodsbedreigingen. Het Algemeen Dagblad was niet opgewassen tegen zo’n massale vorm van forumvandalisme en sloot haar open forum, om daarna weer open te gaan met verplichte registratie van bezoekers die aan de discussie willen deelnemen.

Net als in elke andere gemeenschap of netwerk moeten er normen en beschermingsmechanismen worden ontwikkeld die voorkomen dat die gemeenschap of netwerk ten onder gaat aan onbeheersbare destructieve krachten. Daarbij gaat het niet alleen om de bescherming tegen mensen die er behagen in scheppen om een samenhang van mensen te ontregelen en bewust te frustreren. Het gaat ook om de som van nethufterende en vandaliserende elementen die met elkaar niet alleen de sfeer, maar ook de gemeenschap of het netwerk zelf kunnen vernietigen. In de beschrijving van de netwerktheorie wordt dit uitvoerig geanalyseerd.

Hoe kan voorkomen worden dat discussiefora vertroebeld worden door anoniem vuil van haatvandalen? Het is geprobeerd met invoering van een registratie- en identificatieplicht. Op internet kunnen mensen echter relatief gemakkelijk een andere identiteit aannemen. Een schuilnaam en een niet traceerbaar e-mailadres zijn snel gevonden. Daarom zag de hoofdredactie van het Algemeen Dagblad zich uiteindelijk toch genoodzaakt het discussieforum helemaal te sluiten. Wat overbleef was de povere mededeling: “AD.nl/Mening is wegens voortdurend misbruik gesloten.” Het gastenboek van het NRC Handelsblad werd om vergelijkbare redenen al eerder opgedoekt. Forumbeheerders zouden zelf de grenzen van het toelaatbare moeten bewaken en interveniëren wanneer die grenzen door grove persoonlijke beledigingen of bedreigingen worden overschreden. Wie forumvandalisme wil indammen zal duidelijke fatsoensregels moeten stellen en bijdragen die daarbuiten vallen consequent moeten verwijderen.

Index Er is een Amsterdammer afgeslacht

‘Doe het niet, doe het niet’, riep hij nog

Profiel van een politieke moordenaar
Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door een radicale blanke milieu-activist. Op 2 november 2004 werd cineast-criticaster Theo van Gogh in Amsterdam op lugubere wijze afgeslacht door een jonge man van Marokkaanse afkomst. Mohammed B. is een 26 jarige in Nederland geboren en opgegroeide man. Hij werd op 8 maart 1978 geboren de Domselaerstaat in Amsterdam-Oost. Als Mohammed zeven jaar oud is, verhuist het gezin naar een grotere flat in Overtoomse Veld in Amsterdam-West. Mohammed groeide op in de Hart Nibbrigstraat, waar zijn vader nu nog woont. Hij ging naar de basisschool op het August Allebéplein. Hij voetbalde op het plein en volgde met tegenzin de koranlessen in de moskee in de Jan Voermanstraat. Veel contacten had hij niet en was verlegen met meisjes.

Familie B.
De vader van Mohammed werd in 1942 geboren in Douar Ikhammalen, een arm Berberdorp in het Rifgebergte. Hij was de jongste van zeven broers. Als jongen hoedt hij schapen en werkt hij op het land. Begin jaren zestig vertrekt hij met twee andere broers naar Parijs om daar aan de bouw van de uitbreiding van de metro te werken. In 1965 komt hij naar Nederland een gaat als bordenwasser op Schiphol werken.
    In 1967 keert Hamid terug naar het Rifgebergte om te trouwen met Habiba Amyay, een vrouw die zijn moeder voor hem had uitgezocht. Toen hij Habiba voor het eerst zag, vond hij haar meteen aantrekkelijk. Jarenlang gaat Hamid ’s zomers naar Marokko om zijn vrouw te bezoeken. Hun oudste dochter Saïda wordt daar in 1977 geboren. Kort daarna vestigt het gezin zich in Amsterdam-Oost. Daar wordt op 8 maart 1978 de oudste zoon Mohammed geboren. Daarna volgen nog vijf dochters en een zoon. De jongste dochter Samira wordt in 1987 geboren.
    De vader van Mohammed werkt erg hard, maakt lange dagen, doet in het weekend de boodschappen voor de hele week. Voor zijn kinderen bleef weinig tijd over. Zij werden opgevoed door Habiba [NRC 9.7.05].

Mohammed B. groeide op in een troosteloze, getto-achtige wijk ‘aan de verkeerde kant van de snelweg ’. Door de hoge concentratie allochtonen wordt de Overtoomse Veld, in de volksmond ook wel schotelcity genoemd. Mohammed presteert zo goed dat hij —anders dan de meeste van zijn leeftijdgenoten— in 1990 naar de havo-brugklas kan. Naar het Mondriaancollege, een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis verwijderd. Hij onderscheidde zich niet van andere leerlingen, deed weinig mee aan sociale dingen en was nogal teruggetrokken. Zijn leraren hebben een vrij positief beeld van Mohammed. Hij was timide, oplettend en wilde carrière maken.

In 1995 krijgt hij zijn havo-diploma uitgereikt. Zijn leraren en medeleerlingen beschouwen Mohammed als een prettige, rondborstige leerling. Zijn leraar geschiedenis, die hem het diploma uitreikt, rekent hem tot de ‘slimme jongens’ die er ‘wel zullen komen’.

De frustratie kwam pas later. In zijn wijk speelt het leven van veel allochtone jongeren zich vooral op straat af. Ten opzichte van de overlast veroorzakende hangjongeren uit zijn buurt gedroeg Mohammed zich “zeer braaf, als een voorbeeld naar zijn leeftijdgenoten toe” [jongerenwerker R. Heines]. Hij probeerde die jongeren te laten zien dat er ook op een andere manier geleefd kan worden. Je leeft nu eenmaal in de Nederlandse samenleving en dan moet je ook in die maatschappij presteren.

Bijna bewaker op Schiphol
In november 1997 komt Mohammed voor het eerst in aanraking met de politie. In een Amsterdamse coffeeshop gaat hij met politieagenten op de vuist. Hij scheldt de agenten uit en bedreigt ze. Mohammed wordt hiervoor veroordeeld tot een boete van vijfhonderd gulden. Als hij in 1998 solliciteert naar de functie van bewaker op Schiphol, denkt hij dat hij geen strafblad heeft. Hij denkt dat hij al is aangenomen bij het beveiligingsbedrijf Group 4 Securitas uit Rijswijk. Hij had al een uniform gekregen, zijn toegangspas voor de luchthaven lag klaar, en hij was begonnen met een interne opleiding. Toen gaf de politie Haaglanden alsnog een negatief advies over zijn aanstelling. Mohammed nam een advocaat in de arm om hiertegen te protesteren. Hij meende dat zijn strafblad een vergissing was. De politie liet daarop weten dat ook ‘andere bekende en relevante feiten’ aanleiding waren voor hun advies.
In het jongerencentrum De Oostoever onderscheidt hij zich op positieve wijze. Hij liep voorop, was intelligent en werd door Wim Knol (oud-voorzitter van Eigenwijks) als “een geboren leider” gekwalificeerd. Hij wist Marokkaanse jongeren aan zich te binden en van de straat te halen. In 1994 kreeg hij zijn eerste grote tegenslag. Het jongerencentrum werd gesloopt. Daarvoor in de plaats liet het Stadsdeel geen nieuw jongerencentrum bouwen, maar een migrantencentrum waar ook hun ouders terecht konden. Dat was tegen het zere been van de Marokkaanse jongeren. Zij probeerden zich juist aan de rigide ouderlijke controle te onttrekken. Bovendien was het centrum veel te netjes met veel te veel beperkende regeltjes. Mohammed kwam met zijn jongeren weer op straat te staan. Hij voelde zich belazerd, niet serieus genomen.

Er broeide iets onder de allochtonen in zijn wijk. In april 1998 sloeg de vlam in de pan. Rond de hangplek op het August Allebéplein ontstonden relletjes. Honderden —vooral Marokkaanse— jongeren keerden zich tegen de politie [Fogteloo/ Pellekaan 2003]. Volgens Mohammed had de lokale politiek de jeugd in de kou laten staan en waren de rellen hiervan een direct gevolg.

Mohammed was in die tijd geen praktiserende moslim. Tijdens de ramadan doet hij wel mee aan het vasten, maar hij gaat niet elke vrijdagmiddag naar de moskee. Mohammed is gek op bier en gebruikt softdrugs. Als hij stoned was vertelde hij zijn vrienden fantastische verhalen. Hij krijgt een korte relatie met een modern Tunesich-Nederlands meisje. Mohammed wil op zichzelf gaan wonen en huurt in 1999 een huis in de Marianne Philipsstraat.

Mohammed wilde accountant worden. Samen met zijn vriend en buurjongen Mohammed Bouker besluit hij om boekhoudkunde te gaan studeren op de Hogeschool InHolland te Diemen. Maar in tegenstelling tot zijn vriend gaat het studeren hem niet gemakkelijk af. Hij breekt zijn boekhoudkundige studie af en stapt over op bedrijfsinformatica. Hij krijgt studiefinanciering en verdient wat bij door administratief werk te doen. In 2002 wisselt hij nog een keer van studierichting. Maar na drie maanden Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam heeft hij ook hier genoeg van. Hij verlaat de school na vijf jaar zonder één studie te hebben afgerond. Mohammed heeft andere dingen aan zijn hoofd.

Mohammed B.: RTL Nieuws publiceerde als eerste foto uit paspoort. Langzamerhand begint Mohammed fanatieke en agressieve trekjes te ontwikkelen. Aan zijn medeleerlingen gaat dit niet onopgemerkt voorbij. Mohamed Taimounti, CDA-deelraadslid in het stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld, zat een tijdlang met Mohammed op dezelfde hogeschool.

Ondertussen blijft Mohammed zich bezig houden met de problemen in zijn eigen buurt. Hij blijft pleiten voor een eigen jongerencentrum en voert daarover gesprekken met het bestuur van de deelraad. Hij praat en probeert te overtuigen, maar loopt vast op onwijkende bewegingen van een trage bureaucratie. Mohammed’s ambities worden geblokkeerd, hij raakt gefrustreerd en wordt kwaad. De ‘witte wereld’ neemt hem niet serieus, hij voelt zich verraden en in de steek gelaten. Zijn opgekropte woede begon zich om te zetten in agressie, waardoor hij regelmatig met de politie in aanraking zou komen.

In het voorjaar van 2000 ontdekt Mohammed dat zijn jongste zusje stiekem een verhouding heeft met Abdu A., een Marokkaanse jongen, die deel uit maakt van ‘de Daltons‘, een bende van zeven Marokkaanse broers die regelmatig met de politie in aanraking komt. Mohammed vindt dat zijn zus zich als een hoer gedraagt en de eer van familie heeft geschonden. Zijn vader is naar zijn mening veel te laks. Hij had met haar gesproken, “maar zij luistert niet naar mij. Wat kan ik nog meer doen?”. Als oudste zoon voelt hij zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het gezin. En hij neemt deze taak zeer serieus. Hij gijzelt zijn zusje: hij sluit haar op en verhindert haar het ouderlijk huis te verlaten. In een onbewaakt ogenblik slaagt zijn zusje er echter in de politie te bellen. Twee wijkagenten bezoeken het gezin en proberen te bemiddelen. Mohammed vindt dat de politie niets in hun huis te zoeken heeft. Hij wordt zeer emotioneel. De zaak loop met een sisser af, nadat op initiatief van de politie het betreffende vriendje zich officieel bij de familie B. komt voorstellen [KRO-reporter]. De familie-eer is gered.

In de zomer van 2000 komt Mohammed weer in aanraking met de politie. Net 22 jaar oud, raakt hij betrokken bij een caféruzie in Diemen op de dag dat het Nederlandse elftal tijdens het EK-voeltbal van Frankrijk wint. Op 21 juni bestormt hij samen met zijn vrienden het studentencafé De Kooi van de Hogeschool. Mohammed stompt een andere bezoeker hard in het gezicht en houdt er zelf een gebroken enkel aan over. In het voorjaar van 2001 doet zich een nieuw incident voor. Op het Leidseplein in Amsterdam gaat hij op de vuist met Abdu A., de Marokkaanse jongen waarmee zijn zusje een verhouding had. Als hij deze jongen drie maanden later in het Vondelpark weer tegen komt, loopt het uit de hand. Ziedend van woede trekt hij een mes (zijn vrienden beweren dat hij het van Abdu A. had afgepakt). Als agenten hem willen aanhouden, begint hij hen ook met zijn mes te bedreigen. Mohammed wordt door de agenten overmeesterd en afgevoerd naar het huis van bewaring. In oktober wordt Mohammed veroordeeld voor mishandeling en bedreiging en belandt voor 12 weken in de cel. In de gevangenis begint het geloof belangrijk voor hem te worden en begint hij met zijn studie van de koran.

Als Mohammed in september 2001 vrijkomt, wordt hij op het thuisfront met nog meer problemen geconfronteerd. Zijn vader belandt met ernstige rugklachten in de WAO en eind 2001 overlijdt zijn moeder, Habiba Amyay, aan borstkanker. Zij wordt begraven in Oujda, een Marokkaanse stad aan de Algerijnse grens, waar zijn vader in het midden van de jaren tachtig een tweede huis had gekocht. Zijn vader keert een jaar later terug naar Marokko om met Fatima, de jongere zus van Habiba te trouwen.

Vernietiging van Twin Towers Op 11 september 2001 worden in Amerika Twin Towers en het Pentagon aangevallen door een terreurcel van Al Qa’ida. Zijn eerste reactie is dat je met geweld niets oplost. Hij is het niet eens met het Amerikaanse beleid, maar zo’n gewelddadige actie is volgens hem ook niet goed. Maar een paar dagen later vertelt hij zijn vriend dat volgens hem de joden achter de aanslag zitten.

Toch gaat Mohammed zich begin 2002 weer inzetten voor de jongeren in de buurt. Hij geeft leiding aan de zelforganisatie van Marokkaanse jongeren, verwoordt hun gevoelens en verlangens, schrijft columns in het buurtkrantje en richt een computerclub voor jongeren op. In februari 2002 organiseert hij een politiek café in het buurtcentrum Eigenwijks. Hij kreeg daarmee aanzien binnen de groep. Telkens wijst er op dat er niet genoeg voorzieningen zijn voor de jongeren in de buurt, dat ze daarom maar wat rondhangen, en dat zij een eigen jongerencentrum moeten krijgen.

Het lukt hem echter niet om een nieuw jongerencentrum van de grond te tillen. Het bestuur van het stadsdeel wil wel met hem praten, maar hij krijgt slechts vage toezeggingen. Met hulp van de buurtvereniging Eigenwijks maakt hij samen twee vrienden in een aantal maanden een degelijk plan voor nieuw jongerencentrum in Overtoomse Veld-Noord. Mondriaans Doenia noemt hij het plan, Mondriaans Wereld. Als zij hun plan op 2 mei 2002 voorleggen aan een wethouder van de deelraad, krijgen zij de kous op de kop. “Ik ondersteun het niet, ook al zou ik het geld ervoor hebben”, zegt wethouder Harro Hoogerwerf. Het subsidieverzoek wordt daarna in Den Haag ingediend, maar op het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verdwijnt dit in de prullenbak. Voor Mohammed is dit de druppel die de emmer doet overlopen. Eerst wordt hem een jongerencentrum ontnomen, dan worden er beloftes gedaan die niet worden nagekomen, en vervolgens wordt een met veel zorg en energie opgestelde subsidieaanvraag voor een echt jongerencentrum met één ambtelijke pennenstreek afgewezen. In december 2002 voert Mohammed samen met de coördinator van Eigenwijks, Dirk Glastra van Loon, nog een gesprek op het ministerie. Mohammed licht zijn plan toe. Maar hij ontploft als daarna een vrouwelijke beleidsambtenaar vraagt hoe hij weet dat zijn plan werkt. Hij gooit zijn armen in de lucht en schreeuwt: “Zijn wij nou zo slim of jullie zo dom?“

Mohammed B. in 2003. Zonder balkje, maar met bril en muts.
Mohammed B. in 2003
Mohammed is diep teleurgesteld: jaren hard gewerkt, maar geen enkel resultaat geboekt. Hij breekt na vijf jaar zijn HBO-opleiding af, heeft geen diploma en beland in de bijstand. Zijn strafblad wegens geweldsmisdrijven is geen aanbeveling voor een goede baan. Mohammed begint zijn toevlucht te zoeken bij de islam. In een ruimte van de buurtvereniging Eigenwijks gaat hij via internet op zoek naar islamitische teksten die hem wel aanspreken. Hij gaat volledig op in zijn speurtocht naar islamitische zingeving en wil een eigen website opzetten. Mohammed wordt steeds ‘fundamenteler’. Dat wordt ook uiterlijk zichtbaar. Hij laat zijn baard staan en loopt rond in islamitische kledij (djebella en gebedsmutsje). Zijn jovialiteit en toegankelijkheid verliest hij. Mohammed wordt koel.

Ondanks zijn steeds radicaler wordende islamitische opvattingen en gedragingen wordt Mohammed begin 2003 door de buurtvereniging Eigenwijks aangenomen als beheerder van een zaaltje. Hij leek daarvoor een goede instelling te hebben. Hij was dienstbaar, altijd inzetbaar en dag en nacht bereikbaar. Maar er ontstaan direct al problemen. Mohammed maakt op religieuze gronden bezwaar tegen het schenken van alcohol in het zaaltje. Bovendien maakte hij bezwaar tegen het gemengd gebruik van het zaaltje: mannen en vrouwen moesten volgens hem van elkaar worden gescheiden. Ondanks alle pogingen om hierover een compromis te bereiken, houdt hij halsstarrig vast aan zijn uitgangspunt. Met hem viel niets meer te regelen. Voor de leiding waren Mohammed’s eisen onverteerbaar. Het contract met Mohammed wordt beëindigd.

Hij heeft nu alle tijd om zich verder in de islam te verdiepen. Hij sluit zich op in zijn huis en zit urenlang achter de computer om radicaal islamitische teksten te lezen, te vertalen, zelf stukken te schrijven en onder een schuilnaam via internet te verspreiden. Mohammed ontpopt zich als een moderne telewerkende terrorist, een teleterrorist.

In het stadsdeelbestuur begon men zich ernstig zorgen te maken over de radicalisering van Mohammed B. De politie werd geïnformeerd, en deze stelde op haar beurt de AIVD op de hoogte. Mohammed B. was echter al eerder bij de AIVD in beeld gekomen door de stukjes die hij schreef in de buurtkrant Over ’t Veld. Mohammed begon daarin zijn nieuw verworven islamitische inzichten uit te dragen.

Normen en waarden, islam en integratie volgens Mohammed B.
Voor de AIVD komt Mohammed B. op 1 augustus 2002 in beeld met zijn stuk over Normen en waarden. Daarin probeert hij met korancitaten aan te tonen dat het niet goed is om op straat rond te hangen en dat men zich de klachten van degenen die last van hangjongeren hebben zou moeten aantrekken. “Maar helaas heeft niet iedereen dit verantwoordelijkheidsbesef en dat zijn nou net degenen die voor excessen zorgen.”

In Mijn maatschappelijke invulling legt hij uit hoe hij dit in praktijk wil brengen. De Werkgroep Jongeren waarin hij participeert krijgt “het eeuwige verwijt” dat zij geen allochtone vrouwen bij haar activiteiten betrekt. Hij noemt het verwijt arrogant en wijst erop dat de werkgroep geen professionele maatschappelijke instantie is. Vrouwen worden volgens hem niet uitgesloten, maar ‘op gepaste wijze’ aangesproken vanuit zijn eigen islamitische overtuiging. Vrouwen een hand geven doet hij dan al niet meer.

In Jihad in Amsterdam West [28.11.02] laat hij zien hoe sterk zijn buurtactiviteiten door de islam geïnspireerd zijn. Zijn rapport over de activiteiten van de Werkgroep Jongeren wordt ingeleid en is doorspekt met citaten uit de koran en religieuze vroomheden. Hij houdt een pleidooi voor een vreedzame jihad tegen het negatieve imago van de buurt.

In Islam en integratie [13.2.03] geeft Mohammed B. een heel eigen interpretatie aan het begrip integreren. Hij zocht in het Prisma-woordenboek op wat het betekende: in een groter geheel opgenomen worden. Dat verklaart volgens hem “het hele islamitische concept van onderwerping (lichaam en geest) aan die Ene Macht die dé schepper is van het grotere geheel dat we het universum noemen en waar de mens deel van uit maakt”.

Met een vrouwelijk redactielid van het wijkorgaan Over ’t Veld maakt Mohammed ruzie over haar interpretatie van een aantal koranverzen. Hij keurt haar interpretatie af. “Ik heb gelijk en jij niet, want ik ben een man en jij bent een vrouw.” De vrouw treedt daarna onmiddellijk uit de redactie.

Mohammed heeft zijn roeping gevonden en laat iedereen weten: “Ik ga de profeet volgen.” Hij raakt vervreemd van zijn familie en veel van zijn oude vrienden, maar krijgt veel nieuwe radicale ‘broeders’ en ‘zusters’ voor in de plaats.

De AIVD weet inmiddels ook dat er in zijn woning in de Marianne Philipsstraat huiskamerbijeenkomsten plaats vinden van radicale gere-islamiseerde jongeren en dat hij onderdak verleende aan een van de leiders van deze ‘Hofstadgroep’: Nouriddin El-F. Mohammed verdwijnt steeds meer uit het zicht. Zijn spijkerbroek is vervangen door een djellaba, hij gaat vijf keer per dag bidden en bezoekt de omstreden El Tawheed moskee. Daar ontmoet hij geestverwanten en komt hij in contact komt met mannen uit Egypte, Algerije en Syrië die speciale cursussen en lezingen geven. Samen met Nouriddin El F. gaat hij naar een lezing van de Syrische geestelijke Radwan al Issa —alias Abu Khaled— in een belwinkel in Schiedam. Zij nodigen de charismatische Syriër uit om in de Amsterdamse woning van Mohammed ook lezingen te geven. Daar komen de ‘aspirant leden’ van de Hofstadgroep bijeen om zich door Radwan al Issa te laten voorbereiden op de jihad.

Mohammed vervreemde niet alleen van zijn eigen familie en vrienden, maar ook van de leiders van zijn lokale geloofgemeenschap. Als kleine jongen kreeg hij in zijn buurtmoskee Al-Oumma aan de Postjesweg koranlessen van imam Ahmed. In de zomer van 2003 is hij al zover doorradicaliseerd dat hij zelfs de prototypisch orthodoxe Al Tawheed moskee te liberaal vindt. Tegen imam Ahmed zegt hij: “Ik kom u vertellen wat de islam is” [NRC 12.11.04].

Mohammed is er inmiddels vast van overtuigd dat hij de waarheid in pacht heeft. Hij denkt dat hij plotseling het licht en de waarheid heeft gezien. “U vertelt de waarheid niet”, zegt hij tegen de imam. Mohammed probeert de imam uit te leggen dat de manier waarop Allah zijn wetten heeft geformuleerd niet veranderd kan worden en dat men geen echte moslim kan zijn zonder deze goddelijke wetten volledig te gehoorzamen. De imam is verbijsterd over de hooghartigheid van ‘deze kleine jongen‘. In zijn wekelijkse vrijdaggebed refereert de imam naar zijn absurde confrontatie met een kleine jongen die hem de les kwam lezen.

“Ik maak jullie dood”
In mei 2004 maakt Mohammed B. ruzie met een beveiligingsmedewerker van de Sociale Dienst en bijt hem toe ‘ik maak je dood’ en ‘ik ruk je hart eruit’. Op 29 september 2004 belandt hij weer in de politiecel nadat hij bij een bekeuring wegens zwartrijden amok maakt. Bij zijn verhoor weigert hij de agent een hand te geven. De politieagent vraagt hem naar een verklaring voor zijn slecht gedrag. Hij spuugt op de grond en roept: ‘Ik haat jullie’. Bij zijn arrestatie droeg Mohammed een tas vol papieren. De politie maakt daar kopieën van en stuurt deze door naar de AIVD. Het zijn handgeschreven teksten over de islam, lijsten met telefoonnummers en twee inventarissen: een lijst van spullen in zijn huis en een boekenlijst met werken over de islam. Onderaan is geschreven: “Overige boeken, zie maar wat mee te doen.“ Beide documenten zouden later worden teruggevonden als bijlagen bij zijn testament [NRC 9.7.05].
Ondanks al deze alarmerende signalen wordt het gevaar van Mohammed B. door politie en inlichtingendiensten verkeerd ingeschat. Bij de politie stond Mohammed B. bekend vanwege geweldsdelicten. Tussen 1997 en september 2004 komt hij vijf maal in aanraking met de politie. Hij verzet zich vooral tegen politieagenten; hij beledigt, schopt en slaat hen.

Ook bij de AIVD was hij bekend. Maar hij stond niet op lijst van 150 personen die door de dienst nauwlettend in de gaten worden gehouden. De AIVD had geen indicaties dat Mohammed B. voorbereidingen trof voor gewelddadige acties. “Aanwijzingen dat hij risicovol was, waren er niet“, zei minister Remkes tijdens het Kamerdebat over de moord. Mohammed B. verkeerde in de omgeving van de groep extremistische moslims voor wie de AIVD aandacht had, maar zou niet tot de kerngroep behoren. Voor de AIVD speelde hij een bijrol in het onderzoek naar andere personen, zoals Samir A., die in de zomer van 2004 voor de tweede maal werd opgepakt op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag.

Al in december 2002 was Mohammed zo ver doorgeradicaliseerd dat hij opperde “dat er een bomaanslag gepleegd zou moeten worden, waarbij veel doden zouden vallen” [Nouriddin el F. in ambtsbericht AIVD]. Hij omarmde de oproep tot een heilige oorlog, de islamitische jihad. En hij begon die boodschap op grote schaal via internet en e-mail te verspreiden. Politie, justitie en inlichtingendiensten onderschatten het terroristisch potentieel van Mohammed B. volledig. Dit bleek een fatale vergissing te zijn.

Het laatste avondmaal
De (zelf)moordenaar in spé ontvangt op maandagavond 1 november 2004 een aantal vrienden bij hem thuis. Het is ramadan en Mohammed wist zeker dat dit de laatste avond van zijn leven zou zijn. Hij krijgt bezoek van Jason W. en Ismail A., die op 10 november na een belegering van de Antheunisstraat in Den Haag werden gearresteerd. Zij nemen soep voor hem mee (aldus de verklaring van Fahmi B.). Ze eten laat en er worden herinneringen opgehaald over vroeger. Er wordt gelachen tijdens het laatste avondmaal.

Na middernacht maakt Mohammed samen met Rachid Bo. en huisgenoot Ahmed H. nog een wandelingetje rond de Sloterplas. Zij luisteren via een mp3-speler naar koranteksten en Mohammed wijst bewonderend naar de mooie, rustige lucht. Zijn vrienden kijken ook naar boven, maar zeggen niets terug.

Als ze tegen tweeën thuiskomen gaan Mohammed en Ahmed direct naar bed. Ze staan om half zes op om te eten en het ochtendgebed te doen. Daarna gaat Ahmed weer naar bed. Mohammed verlaat het huis. Hij heeft een afspraak met de dood [NRC 9.7.05].

De zelfbenoemde martelaar neemt zijn opdracht serieus. Theo van Gogh wordt op klaarlichte dag op beestachtige wijze afgeslacht. Eerst wordt hij beschoten (‘wel twintig schoten, heel gericht’), het pistool wordt rustig herladen met een nieuw magazijn, daarna wordt met een mes heftig ingestoken op het slachtoffer: ‘tenminste 10 keer’, ‘in volle haat’, ‘alsof hij een autoband stuk probeerde te steken’. Hij snijdt de keel van Theo door. Pakt uit rugzak een tweede mes en een stukje papier. Schrijft een korte tekst en steekt de dichtgevouwen boodschap met een eenvoudig keukenmes in de borst van het slachtoffer.

In de tekst wordt opgeroepen tot de islamitische heilige oorlog. Zelf droeg hij een afscheidsbrief bij zich: In bloed gedoopt. Wat velen vreesden bleek waar: de moordenaar handelde vanuit een radicaal-islamitische achtergrond. Theo van Gogh werd het eerste slachtoffer van de islamitische jihad in Nederland.

De moordenaar beriep zich tijdens zijn verhoren door de politie en zijn proces voor de rechter op zijn zwijgrecht. Dat is zijn goed recht. Maar hier proberen we Mohammed B. toch tot spreken te brengen, en naar hem te luisteren.

Waar ging het mis met die zachtmoedige, intelligente en dienstbare Mohammed B.? Wat waren de sleutelervaringen die hem deden ontsporen? Tegen welke muren liep hij op? Hoe kan iemand die zo probeerde aan te passen aan de Nederlandse cultuur toch uiteindelijk een moord met terroristisch oogmerk begaan? Wat bezielde hem om niet alleen het leven van Theo van Gogh, maar ook dat van zichzelf te willen vernietigen? Wie waren er nog meer op de hoogte van zijn moordplannen?

Index


Rust zacht — met ketelmuziek
De dood van Van Gogh riep heftige reacties op in de Nederlandse bevolking. Men is geschokt door de gruwelijkheid van de moord en ontdaan over de brutaliteit waarmee de basisprincipes van de democratische rechtsstaat werden uitgedaagd. Zelfs de meest ‘rustige’ staatsburgers geven uiting aan hun diepe verontwaardiging over zo’n meedogenloze daad. Zij voelen zich bedreigd én uitgedaagd.

Herdenkingsbloemen voor Theo van Gogh, op de plaats van de moord. Herdenkingsbloemen voor Theo van Gogh, op de plaats van de moord.
Er was een Amsterdammer dood gemaakt. De eerste reacties op het internet concentreerden zich op de condoleance registers. Daarin werd uiting gegeven aan woedende emoties van medeleven. Velen grepen de gelegenheid aan om hun eigen radicale oplossingen te presenteren. Op Condoleance.nl wenst Danier de familie en vrienden van Van Gogh veel sterkte toe. Maar daaraan wordt direct toegevoegd:

De treurnis over de dood van Van Gogh werd bij velen omgezet in een ongemene agressie tegenover alles wat ‘cultuurvreemd’ wordt ervaren. We zijn te slap en moeten maar eens van ons afslaan. “We kunnen niet eens meer onze mening uiten in ons eigen land” [Angelica]. Naast grote verontwaardiging over aantasting van de vrijheid van meningsuiting en zinloos geweld, staan oproepen tot nog meer geweld: wraak. “Misschien moeten we de volgende keer maar een imam afmaken als hij z’n bek over de Nederlandse samenleving opentrekt” [anoniem]. “Wie steekt de eerste moskee in brand! ik hoop dat er velen in vlammen zullen opgaan” [Nederlander]. “Hollanders wordt wakker !!! Het wordt tijd dat we het recht in eigen hand gaan nemen! Om te beginnen in de achterstandswijken” [Henk]. “Gooi dat bagger het land uit en sluit de deuren!” [Leo].

Er werden historische parallellen getrokken. “Eerst Pim, nu Theo, wie is de volgende?” [Michael], terwijl anderen juist de unieke eigenschappen situatie benadrukten. Het was de eerste keer dat Nederland praktisch werd geconfronteerd met internationaal georganiseerd islamistisch terrorisme. Waaraan hadden we dat te danken?

Moest Van Gogh dood omdat hij de Islam zag als een achterlijke cultuur, omdat hij moslims voor “geitenneukers” uitmaakte en Abou Jahjah —“de Belgische pleitbezorger van het ware geloof”— een “pooier van de Profeet” noemde? Net als Ayaan Hirsi Ali zag hij de profeet Mohammed als een “perverse tiran”. Natuurlijk ging Theo te ver toen hij alle moslims als “de religieuze fascisten van de Islam” [21.12.03] in de verkeerde hoek plaatste. Het getuigt niet alleen van banaliteit, maar ook van slechte smaak. Daar staat tegenover dat Theo hartstochtelijk wilde zeggen wat hij vond. “Geweld moet je niet uitlokken door angstig te doen”, zei hij. Theo wilde zeggen wat hij vond. Zijne ‘kale heiligheid’ (=Pim Fortuyn) werd zijn idool. Dat vrijheid van meningsuiting altijd beperkt wordt door regels van fatsoen en redelijkheid, beschouwde Theo van Gogh als ergernis. Hij wilde gewoon altijd zeggen wat hij vond. Zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de consequenties van zijn eigen optreden.

Hij leerde de macht van het gepubliceerde woord. ‘Kutmarokkaantjes‘ was het woord dat kleefde aan de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk. Zoals geitenneukers onverbrekelijk verbonden zal blijven aan het testament van Theo van Gogh. Er zijn betere kwalificaties te bedenken om als mens herinnerd te worden. Bij Van Gogh was het vaak alleen maar een vorm van idiote stoerdoenerij. “Een enkele keer kan het passend zijn, maar bij veelvuldig gebruik verliest het ook elke provocatieve betekenis” [Karin Spaink].

Theo van Gogh nam over bijna alles controversiële standpunten in: over de multiculturele maatschappij en de positie van de vrouw in de islam, en uiteraard over de moslims, en de islamieten. Maar hij had ook zo zijn eigen diskwalificaties voor magistraten, hoofddoekdragers, homo’s en Nederland.

Theo van Gogh werd steeds meer omarmd door rechtsextremisten en gehaat door gelovige moslims. En Theo was een ‘soft target’ die zonder enige bescherming rustig op zijn fiets door Amsterdam tufte. Voor veel moslims was Hirsi Ali als afvallige de grootste steen des aanstoots. Maar zelfs voor islamitische terroristen was dit primaire doelwit te goed beschermd. Het kostte haar een waarschijnlijk duurzame ontwrichting van haar persoonlijke, sociale en politieke leven. Het kostte Theo van Gogh zijn leven.

Submission als steen des aanstoots
Beeld uit Submission De film Submission die Hirsi Ali samen met Theo van Gogh maakte was voor veel moslims een steen des aanstoots. Zij stonden en staan daarin overigens niet alleen. In Trouw [30.8.04] schreef Ton Crijnen dat Hirsi Ali weer op oorlogspad was en dat haar ‘schokkende provocatie’ nergens toe zou leiden.
    “In de twaalf minuten durende film wordt op een voor gelovige moslims ongekend provocerende en blasfemische wijze met het meest heilige van hun religie omgesprongen: teksten uit de koran. Die worden op de rug van een half ontkleed meisje getoond. En een in doorzichtige, niets verhullende nkaab ‘geklede’ vrouw stelt de vrouwonvriendelijkheid van het Heilige Boek aan de kaak.” Hirsi Ali probeerde op die manier “de wreedheid van de islam jegens vrouwen bloot te leggen”. Maar de vraag was voor wie zij dat eigenlijk deed. Betsy Udink (schrijfster en Trouw-columniste) waarschuwde Hirsi Ali: “Daar krijg je wel troubles mee”. Hirsi Ali vermoedde dat “de hele moslimwereld over me heen zal vallen”.
Moslims hechten sterk aan de heilige traditie van de Koran. Zij identificeren de Koran met alles wat religieus kostbaar en emotioneel rijk is. Daarin is geen plaats voor relativering, spot of obsceen taalgebruik. Moslims verdedigen de heiligheid van Gods woord zoals neergelegd in de Koran op zeer felle wijze. Pogingen om de heiligheid van de koranverzen in diskrediet te brengen worden beschouwd als aanslagen op de islam. Hoewel veel moslims in Nederland geleerd hebben veel dingen te relativeren, geldt dit zeker niet voor kwesties die de eigen religie betreffen.
    “Er is alle reden om geweld tegen vrouwen in islamitische kring, zowel in Nederland als daarbuiten, aan de kaak te stellen en hierover een kritische dialoog met moslims aan te gaan.”
Beeld uit Submission Maar toch vreest Ton Crijnen dat de wijze waarop dit in Submission is gebeurd er alleen maar toe leidt “dat moslims de wagens in een kring zet, men de oren dichtstopt en zelfkritiek weinig kans meer krijgt. Te meer daar de kastijding komt van twee personen (van wie de ene een ‘afvallige’) die door hun ongeremde uitspraken uit het recente verleden —Hirsi Ali: ‘Mohammed is pervers’; Van Gogh: ‘moslims zijn geitenneukers’— toch al weinig krediet meer hadden. Natuurlijk, kunst is autonoom, hoort te provoceren en grenzen te verkennen, maar als men een boodschap wil overbrengen dient men toch ook de spankracht van de doelgroep in het oog te houden. De meeste moslims zien heiligschennis-in-de-naam-van-vrijheid-van-meningsuiting, zoals nu door het duo Hirsi Ali-Van Gogh bedreven, als het zoveelste bewijs van westerse minachting jegens de islam. Ze heeft haar wortels in de tijd van de Kruistochten en kent sindsdien een lange en hardnekkige geschiedenis. In moslim-ogen geeft onze tijd een nieuwe opleving van anti-islamisme te zien.”

Middels Submission probeerde Hirsi Ali moslims en vooral moslimvrouwen los te maken van hun onderdrukkende geloof. Zij is daarin niet erg succesvol geweest. Zelfs bij moslimvrouwen in Blijf van mijn Lijfhuizen riep de film alleen maar afschuw op. Als getuigenis-politica pendelt Hirsi Ali heen en weer tussen twee tegenstrijdige doelstellingen. Enerzijds probeert zij als atheïste de moslims van hun geloof af te brengen. Anderzijds wil zij moslims bekeren tot een liberale versie van hun geloof. Ronald Plasterk heeft er terecht op gewezen dat het effect van haar politieke optreden gering —zo niet contraproductief— is, juist omdat haar verhaal niet consistent is [Volkskrant 3.12.04]. Ondanks haar strijdbaar atheïsme zegt ze niet tegen de islam als zodanig te zijn. En ondanks haar poging om moslims tot een meer tolerante versie van hun geloof te brengen stelt zij nadrukkelijk dat een liberale Europese islam niet mogelijk is. “Er is maar een islam”. En dat is precies wat fundamentalistische en orthodoxe islamisten beweren. Haar samenwerking met Theo van Gogh, die alle moslims doelbewust en grof beledigde, heeft wel een provocatieve en spraakmakende film opgeleverd. Maar het heeft haar kansen om moslim(vrouwen) te overtuigen zeker niet groter gemaakt. Als het doel van Hirsi Ali is om de positie van moslimvrouwen te verbeteren dan is zij daar met Submission volledig aan voorbijgeschoten.

De condoleanceregisters op internet werden direct na de moord op Van Gogh overspoeld met racistische reacties. Van “Pim had gelijk, de islam is een verrotte cultuur!!” via “Flikker die stinkmoslims het land eens uit” tot aan “Moslims zijn kut, muslims zijn klote. Moslims moeten dood”. Van Condoleance.nl werden ruim 3500 berichten verwijderd, en nog stond de site bol van racistische taal.

Ook op condoleanceregister.com waren de extremistische reacties niet van de lucht. De stemming wordt soms nog relatief gematigd ingezet.

Maar zeer vaak wordt geput uit de meest duistere hoeken van het rechts-extremistische repertoire: Of uit de meest fanatieke hoeken van het islam-fundamentalisme: Het regende ook klachten bij het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). Daarbij ging het onder andere om teksten zoals: Maar er zijn ook radicaal-islamistische geluiden te horen:

Het was geen toeval dat er zoveel rechts-extremistische uitlatingen op de condoleance registers te lezen waren. De moord werd gepleegd door een Marokkaan die zijn daad legitimeerde met islamitisch-fundamentalistische teksten. Dit veroorzaakte bij veel autochtone Nederlanders een heropleving van een exclusief nationaal sentiment tegenover vreemdelingen met vreemde gewoontes en geloven. Deze spontane emotionele reacties op de moord op Van Gogh werden echter doelbewust gestimuleerd en geradicaliseerd door racistische, etnocentrische, nationalistische en fortunistische politieke krachten. Op extreem nationalistische en racistische sites werd opgeroepen om de condoleanceregisters te tekenen. De moord op Van Gogh werd aangegrepen om de verontruste burgers duidelijk te maken dat er nu onmiddellijk draconische maatregelen genomen moesten worden.

Index


Treitersites
Gedenk
Het is weer een MAROKAAN
Natuurlijk zonder BAAN
Die niet INTEGREERT
Maar wel INTIMIDEERT
Hij wil de taal niet LEREN
Maar wel blijven PROFITEREN
Ons kabinet zegt ga je GANG
En een eerlijk iemand leeft niet LANG
En de moslims gaan maar door met MOORDEN
En de politiek heeft weer geen WOORDEN
Doe de grenzen nu maar weer TOE
Want we zijn die moslims moorden MOE
[Anonieme inzender in onafhankelijk.nl]
De treitersite GeenStijl wist ook van wanten. In de waan van Pim Fortuyn wist zij al langer dat de multiculturele samenleving een onding was. Het was een illusie die alleen maar door de linkse kerk in stand gehouden werd. Nu moest daaraan definitief een einde komen: weg met dat pappen en nathouden - pak het probleem bij de kern aan. De meest doordachte en beschaafde oplossing die Geenstijl kan bedenken is: “Niks de dialoog aangaan, het wordt tijd geweld met geweld te vergelden. Oog om oog, tand om tand!” [Fleischbaum, 08.11.04]. Gespierde retoriek, dreigende metaforen. Treurige illustraties van de cultuur van de grote bekken.

Ook op Volkomenkut bepalen de grote bekken de toon. “Islam verboden geloof en alle moskeen sluiten” [peut] is nog gematigd. “Kankerislam, allemaal naar hun eigen land terug en een atoompje erover” [cnn]. Het kan nog wreder. “Tijd voor een tweede Hitler en dit keer de moslims aan het gas en meer dan 6 miljoen! Heropen Auschwitz, nu!” [Joop]. Uiteraard heeft ‘links’ het weer gedaan. “Eerst Pim, nu Theo! Het bloed van de linksen zal door de straten vloeien” [perenprak]. De moord op Van Gogh wordt zelfs als een goed voorbeeld neergezet: “Neem een voorbeeld aan de moslims, snij de linksen hun kop af” [dehavenkroe]. Tussen al dit verbaal geweld valt nauwelijks op dat er soms ook tegendraadse bijdragen worden geplaatst. Zoals deze: “Christen, Jood of Islamiet. Mensen doden doe je niet” [w].

Index Van cyberjihad tot politieke moord

Internet als platform voor gewelddadige jihad
357hosting.com
In de radio 1 uitzending van 1opdemiddag op maandag 2 uur (8 november 2004) werd 357hosting.com afgeschilderd als de grootste terroristen-host ter wereld die aan duizenden extremistische en fundamentalistische sites onderdak zou bieden. “Nederland is één van de grootste thuisbases van extreme Islamitische websites ter wereld.” Ghaazi van 357hosting is boos op VolkomenKut, Netwerk en 1opdemiddag. Het zijn leugenaars, zegt hij [zie radio-online.nl]. Planet Multimedia en Netkwesties hadden overigens al eerder de aandacht gevestigd op 357hosting.
    357hosting is een eenmansbedrijfje dat zich specialiseert in het anoniem hosten van extremistische moslimsites. Omdat het flinke kortingen geeft aan islamitische sites, wordt vermoed dat het bedrijf door kapitaalkrachtige fundamentalisten wordt gefinancierd. Het in Nieuwegein gevestigde bedrijf kwam eerder in opspraak, omdat het Amerikaanse Simon Wiesenthal Instituut van de Nederlandse overheid eiste dat de sites onmiddellijk werden gesloten. Daarbij ging het vooral om de site Hamasonline.com, de site van de Palestijnse bevrijdings- c.q. terreurorganisatie, die op 12 september 2003 voorkomt op de lijst van terroristische organisaties die door de Europese Unie is opgesteld [EU groups and people, non-EU groups and people]. Het Openbaar Ministerie verklaarde pas in actie te komen als er aangifte werd gedaan, zodat de zaak via het strafrecht geregeld zou kunnen worden. Zij zag geen andere procedure om de websites van 357hosting te sluiten. In mei 2005 startte het Openbaar Ministerie op verzoek van de Zwitserse autoriteiten een onderzoek naar 357hosting.
    Naar aanleiding van de commotie die om 357hosting ontstond ging het bedrijf in 2005 in andere handen over. De ex-directeur droeg zijn zaken over aan iemand in Jordanië.
Mohammed B. en zijn vrienden maakten intensief gebruik van internet om hun denkbeelden te vormen en uit te dragen. Zij opereerden in diverse discussiefora en maakten hun eigen webpagina’s. Zij beschikten over eigen webpagina’s voor jihadstrijders — vaak bij MSN groups, bijvoorbeeld onder de naam ‘5434’ en ‘twaheedwljihad’. Al deze websites zijn inmiddels van internet verwijderd. Via deze sites en hun satellieten krijgen we zicht op hun visie op de cyberjihad in de wereld en in Nederland.

Dit is hun visie op de toekomst van de wereldvrede:

Deze boodschap wordt op speciale wijze aan de islamitische man gebracht: er worden jihadlessen gegeven in de Moskee Abie Bakr Essadieq in Almere, en er worden religieuze boeken vertaald en van inleidingen voorzien. We krijgen ook zicht op de planmatige opbouw van een klimaat waarin de moordenaar van Theo van Gogh werd gerekruteerd en afgericht. Het is een kroniek van een aangekondigde politieke moord.

Index Bilal L.: islamitische terreur via internet

Aboe Qataadah —die later bekend werd onder zijn arrestantennaam Bilal L.— maakte deel uit van de vriendenkring van Mohammed B. Hij was al eerder actief in MSN-groepen met de namen: Al-Ansar, Shareeah, A Salafoe Saali7 en 9113. Hij vertoonde zich regelmatig op sites als Marokko.nl en Maroc.nl (voorbeeld over verschil tussen een Kaafir en een Moslim), en werd daar regelmatig uitgesloten (geband). Hij plaatste een lijst met adressen van vliegscholen en schietverenigingen en gaf advies over boeken die bij de El Tawheed-moskee besteld kunnen worden.

Het viel ook op bij anderen. Op 10 maart 2004 maakt Chin_Tok melding van de Nederlandse jihad-sites op het VPRO-forum Tegenlicht. Hij vraagt zich af: “Ik ben benieuwd wanneer de AIVD eens actie gaat ondernemen.” Op 19 februari 2004 had Chin_Tok ook al gewezen op de Nederlandse jihad-site groups.msn.com/shareeah. “Ik denk dat jullie nog slapen.” En refererend aan groups.msn.com/5434 merkt hij in het forum van Twee-Vandaag [31.3.04] op: “Kijk eens wat ik gevonden heb. Ben benieuwd waar de AIVD blijft. Ik denk dat het alleen een kwestie van tijd is dat er hier in NL een aanslag komt.”

Index


Schieten met zuivere intentie
Aboe Qataadah is een man van de praktijk. In zijn op de MSN-groep ‘5434’ in april 2004 geplaatste oproep legt hij zijn moslimbroeders uit hoe zij te werk moeten gaan bij het nemen van schietlessen. Hij legt uit dat het ook in Nederland mogelijk is om legale schietcursussen te volgen en geeft adressen en telefoonnummers van de schietbanen. Om niet al te veel op te vallen raadt hij aan om de cursussen met een partner te volgen. “Probeer dit soort activiteiten geheim te houden zodat u van een zuivere niyya (intentie) mag uitgaan. Wanneer u op de schietbaan bent laat uw meningen en overtuigingen voor uzelf en ga niet in conclave met de andere aanwezigen. Praat daar niet over de Islam en verricht uw salaat in het geheim. U gaat naar de schietbaan voor voorbereiding op de Jihad en niet om mensen tot de Islam uit te nodigen.”

Bij bepaalde Nederlandse schietverenigingen kan men na een jaar het vuurwapen meenemen naar huis. “Doe dat niet als u uw agressie niet kunt beheersen of als u in uw privé-leven problemen heeft. Respecteer de Nederlandse wetgeving en vermijd het kopen van illegale vuurwapens. Er zijn genoeg mogelijkheden om legaal te trainen, dus verpest niet uw reputatie door de illegale kant op te gaan. Leer het meeste wat u in uw maatschappij kunt leren en leer de rest wanneer u daadwerkelijk in een land van de Jihad aankomt.”

www.qoqaz.nl
Aboe Qataadah had zijn schietlessen overgenomen van de site Jihad in Tsjetsjenië (www.qoqaz.nl) die vanaf november 2000 op het internet verscheen. Deze site werd opgezet door de Haagse stichting Funds Beyond Frontiers (FBF). Het doel van de stichting is “het hulp bieden aan moslimse oorlogsslachtoffers”. In werkelijkheid gaat de site aanzienlijk veel verder. De gewelddadige strijd wordt verheerlijkt en openlijk aangemoedigd. De makers van de site verheerlijken de ‘Martelaar Sheikh Abdullah Azzam’, wiens gevleugelde woorden: “Jihad en het geweer alléén. GEEN onderhandelingen, GEEN conferenties, GEEN dialogen”, eindeloos worden herhaald. Nederlandse moslims worden opgeroepen zich voor de heilige oorlog te wapenen en te trainen.

Vanaf het begin bevat de site een pagina met praktische instructies voor aankomende jihadisten: Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de Jihad. Daarin wordt niet alleen duidelijk gemaakt dat militaire training een islamitische plicht is, maar worden tevens zeer praktische aanbevelingen gedaan voor fysieke training, gevechts- en overlevingstactieken, het gebruik van vuurwapens en de militaire training binnen en buiten ‘uw land van vestiging’. Abu Qataadah kopieerde zijn aanbevelingen voor schietlessen letterlijk uit deze pagina (die overigens uit het Engels werd vertaald). De tekst werd in 2001 aangetroffen in de puinhopen van een terroristisch trainingskamp ten zuiden van Kabul, Afghanistan. Het document werd voor het eerst gepubliceerd op Azzam.com, een nu gesloten site die zich toelegde op de propaganda voor de wereldwijde jihad.

In 9 april 2001 werd de site www.qoqaz.nl uit de lucht gehaald vanwege de oproepen tot deelname aan de ‘heilige oorlog’. “Wegens verkeerde interpretatie door de verschillende media de afgelopen dagen is het ons verstandig gebleken deze site te sluiten,” werd er op de openingspagina gezet. Vanaf 24 februari 2004 dook de pagina Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de jihad echter weer op in de MSN-groep ‘5434’.

De eigenaar van een van de 10 schietverenigingen die daarin worden genoemd, schakelde de politie in. “Wij willen op geen enkele manier met de jihad worden geassocieerd. Nu moeten we iedere moslim die lid wil worden, op een goudschaaltje leggen”, zei Erik Jonker, voorzitter van Shogun tegen Het Parool [15.3.05]. Op 14 maart werd de site door MSN van de server verwijderd [Webwereld].

Aboe Qataadah (19) is een ideoloog die zijn radicaal-religieuze boodschap ook op andere fora propageerde. Hij was ook actief op islaam.nl [zie overzicht] en op marrokko.nl [overzichten: (1), (2), (3)]. Zijn boodschap is duidelijk: “Het is wel goed om de jongeren aan te moedigen voor Jihaad. Want alleen Jihaad kan deze Oemmah redden en niks anders. Maar we moeten hen eerst uitnodigen naar TAWHEED. En dit geldt voor ons allen” [2.5.04].

Aboe Qataadah is geen religieus doetje, maar weet goed van zich af te schelden: “En jij bent een stuk van die ellende. Je best doen om je broeders en zusters aan te geven bij de AIVD en info geven aan bijv jongrechts.nl die kleinkinderen van apen en zwijnen.” Daarbij suggereert hij kennis van uitgelekte AIVD-rapporten.

In dezelfde gespierde taal reageert hij op iemand die de moorden van de Mujahideen afkeurt: “Wie ben jij om vanuit je luie stoel Mujahideen te bekritiseren? Jij bent maar een kakkerlak die alleen viezigheid uitbrengt.”

“Ik vraag Allaah de Verhevene om af te rekenen met de vijanden van de Mujahideen.”

Met het doden van onschuldige vrouwen en kinderen lijkt Aboe Qataadah het nog heel even moreel moeilijk te hebben. “En ik kom later hierop terug over de gijzeling wat de Shariah zegt over het doden van vrouwen en kinderen als zij onze vrouwen en kinderen doden.” Maar hij is wonderbaarlijk snel genezen van dergelijke morele bedenkingen: het doden van vrouwen en kinderen is moreel verantwoord, omdat de ‘westerlingen’ ook vrouwen en kinderen vermoorden.

Index


Dood de zwijnen die de profeet uitschelden
“Wat ik eigenlijk probeer duidelijk te maken is dat je niet naar Afghanistan of Irak hoeft te gaan om jihaad te voeren, je kunt op iedere plaats of tijdstip jihaad voeren. Jihaad nafs” [30.4.04].

In de MSN-groep tawheedwljihad geeft Aboe Qataadah antwoord op de vraag of degene die de profeet uitscheldt gedood moet worden. Zijn antwoord is helder: “Het is verplicht om degene die de Profeet uitscheldt te doden of hij nou Moslim of een Kaafir is. En Hirsi Ali en Theo van Gogh, deze zwijnen die de profeet hebben uitgescholden hun straf is de dood en hun dag komt nog met de wil van Allah..!” Ook de geleerden zijn het hier volgens Aboe Qataadah over eens. Na een kleine parade van al deze ‘geleerdheid’ besluit hij met: “Moge Allah afrekenen met de vijanden van de Islaam ...Ameen.” De tekst die hij citeert, Verplichting van het doden van degene die de profeet uitscheld, is een op 2 juli 2004 door Mohammed Bouyeri vertaalde collage van passages uit een in de 14e eeuw geschreven document.

Op de MSN-website Jama’at Al-Tawheed Wal Jihaad (inmiddels opgeheven) maakt Aboe Qataadah zijn dreigementen specifieker: “Diegenen die Moslims bestrijden of het bestrijden van Moslims op welke manier dan ook ondersteunen worden collectief als één vijand beschouwt. En Nederland heeft jammer genoeg niks geleerd van de gezegende aanvallen in Madrid... Wij Moslims accepteren geen vernedering!!...En geert wilders en hirsi ali en de NL-regering, de Mujahideen komen eraan. O, Allaah laat onze dood de Ummah weer tot leven wekken...Ameen.”

Ambassadeur van Al Qa’ida in Europa
>Abu Qatada Bilal L. leende zijn nom de guerre van de islamitische geestelijke Abu Qatada, de ambassadeur van Al Qa’ida in Europa. Hoewel hij ontkent iets met Bin Laden te maken heeft [CNN], wordt hij beschouwd als een van de meest gevaarlijke islamitische terroristen. Qatada —ook bekend onder de naam Sheikh Abu Omar en Omar Mohammed Othman— is een in Jordanië geboren Palestijn die in 1994 in Engeland asiel werd verleend. Volgens de Spaanse rechter Baltasar Garzónis is hij “de geestelijk leider van de mujahideen in Engeland”. Qatada onderhoudt nauwe contacten met terreurverdachten in Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Spanje. Bij veel terroristen worden zijn geschriften aangetroffen.

In 1999 bood hij openlijk zijn diensten aan Bin Laden aan. Abu Qatada is een van de 12 van terrorisme verdachte buitenlanders die sinds 2002 zonder proces worden vastgehouden in de Belmarsh-gevangenis in Londen, bijgenaamd Guantánamo-aan-de-Theems. In mei 2005 werd hij vrijgelaten en hij woont nog steeds in Engeland. Hij wordt nog steeds beschouwd als de ideologische leider van Al Qa’ida in Europa. Zijn lezingen staan niet alleen op zijn eigen website, maar worden verspreid over een breedvertakt netwerk van Engelstalige en Arabische internetfora.

Het enige dat nog praktisch geregeld moet worden is het vinden van een dader, van een radicaal-islamitisch gelovige die bereid is om deze door Allah gewenste en gezegende daad kan voltrekken. Er wordt gesuggereerd dat er diverse mensen zijn die voor deze eervolle taak graag bereid zijn om hun leven te geven. Wie uitverkozen wordt om met deze eer te sterven kan echter niet de openbaarheid van internet worden besproken. Het is niet verstandig om operationele informatie openlijk via internet te verspreiden.

De boodschap is duidelijk: als je praktisch de gewelddadige islamitische jihaad wilt bedrijven, doe dat dan met mensen die je kunt vertrouwen en oriënteer je daarbij op het gezag van hogepriesters van de zuivere leer.

De martelaar in spe die nog mocht twijfelen of zijn zelfopoffering wel de moeite waard is, wordt niet alleen verleid met de 11 imaginaire zegeningen van de martelaar. Zijn lot wordt ook verzacht met een duidelijk materieel voordeel. De Mujahideen Commandantenraad maakt een belangrijk besluit bekend:

Voor een professionele moordenaar is dat niet veel. Maar voor een islamitisch fundamentalist die onthecht is van aardse beslommeringen is het een welkome aanvulling op het heil dat hem in het hiernamaals te wachten staat.

Index


Pizza’s op de Amsterdamse Wallen
Bilal L. alias Aboe Qataadah werd op vrijdagavond 5 november 2004 gearresteerd bij de moskee Nasr in de Celebesstraat in Amsterdam-Oost. Als pizzakoerier dwaalde hij rond op de Amsterdamse wallen. De rosse buurt in Amsterdam werd beschouwd als poel des verderfs — zij vormde het doelwit van een aanslag die hij niet meer kon plegen. De Syriër Radwan al-Issa zou betrokken zijn bij de plannen voor een aanslag op de Wallen.

De identiteit van Aboe Qataadah kwam aan het licht door drie anonieme e-mails die de eerder genoemde Chin_Tok (of ChinTok3) stuurde aan de Nationale Recherche. De tipgever is “een bezorgde moslim”. In zijn eerste e-mail van 14 september 2004 waarschuwt hij voor een groep terroristen in Amsterdam-Oost die het gemunt had op de Wallen.

Hij schrijft dat hij er lang over nagedacht heeft om het te melden. De anonieme tipgever heeft een duidelijk motief. “Ik weet wat de gevolgen zijn als een aanslag hier komt: iedereen gaat moslims haten” [Politiedossier] Na dit eerste bericht vraagt de politie hem per e-mail om meer informatie. In zijn e-mails van 27 september en 11 oktober verstrekt Chin_Tok3 meer gedetailleerde gegevens over de verdachten, waaronder hun adressen in Amsterdam-Oost. Eerst geeft hij het adres van Bilal L. en daarna meer gegevens over andere terroristen.

Index


Proces: foutje, bedankt
Tegen Bilal L. werd op vrijdag 11 februari 2005 een gevangenisstraf van vijftien maanden geëist, waarvan vijf voorwaardelijk. Hij werd aangeklaagd wegens het plaatsen van een video oproep waarin mensen werden aangespoord Wilders te onthoofden. Volgens zijn advocaat had Bilal het kamerlid niet persoonlijk willen bereiken met zijn dreigement en zou hij ook niet de bedoeling hebben gehad anderen tot gewelddadige acties aan te zetten. “Op internet praat iedereen zo. Ik heb me laten meeslepen”, zei Bilal daarover. Tegenover de rechter verklaarde hij dat hij het nooit zo bedoeld heeft en dat hij er spijt van heeft. “Ik wilde weten wat anderen ervan vonden. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat de heer Wilders het zou lezen. Dat vind ik spijtig.”

Bilal was ‘vergeten’ dat hij onder de schuilnaam Aboe Qataadah al maanden systematisch de gewelddadige jihad had gepredikt, dat hij instructies had geschreven voor het volgen van schietcursussen, en dat hij op elke site waar hij maar toegang toe kon krijgen uitvoerig uitlegde waarom iedereen die de profeet beledigde moest worden gedood. De advocaat van Bilal L. vergeleek het optreden van zijn cliënt met de engelse Prins Harry die voor de grap een nazi-uniform aantrok. Bilal L. zou een beetje naïef zijn geweest en kon de strekking van zijn doodsdreiging niet goed overzien. De officier van justitie meende zelf dat van de van Bilal L. geëiste straf een preventieve werking zou uitgaan.

De advocaat van Bilal reduceerde de systematische propaganda voor de terroristische jihaad van zijn cliënt tot kroegpraat: “Dreigen op internet is als dreigen met geweld in een kroeg.” Maar de rechter wees erop dat de MSN-groep voor iedereen toegankelijk is en dat bedreigingen gericht tegen politici veel media-aandacht trekken. Bilal had dus kunnen weten dat zijn woorden een groot effect zouden hebben. Het dreigen met het onthoofden van een lid van de volksvertegenwoordiging (als straf voor het spotten met de islam) werd volgens de rechter begaan “met een terroristisch oogmerk”. Op 25 februari werd Bilal veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Op 5 maart 2005 kwam Bilal weer op vrije voeten.

Index


Alleen op internet kreeg ik antwoorden
Voor de rechter verklaarde Bilal L. waarom hij op internet een oproep plaatste om het kamerlid Wilders te onthoofden. Bilal L. dacht dat Wilders “het geloof wilde verbieden en de moslims weg wilde hebben uit Nederland.” Hij was daarover kwaad geworden. Hij wilde alleen maar provoceren en liet zich meeslepen door de discussiestijl op internetfora. Op die manier verklaarde hij dat zijn computer vol stond met teksten over de heilige oorlog, handleidingen voor het maken en gebruiken van wapens, en met 140 foto’s van Bin Laden. Geïnspireerd door de terroristische groepering die in Irak westerlingen onthoofdt noemde hij zijn internetsite ‘tawheed wal jihad’. Aboe Qataadah ontleende zijn reputatie aan een massieve verspreiding van terroristisch gedachtegoed en aansporingen tot aanslagen via internet. Bilal L. probeert nu alle schuld op dat internet af te schuiven, en lijkt te vergeten dat hij zelf Aboe Qataadah was.

Wij zullen doorgaan....
Erg lang zou Bilal niet van zijn vrijheid kunnen genieten. Op donderdag 24 maart werd hij in zijn woning in Amsterdam opnieuw aangehouden op verdenking van samenspanning tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Zelfs vanuit zijn cel zou hij voor de gewapende jihad hebben geronseld en op verschillende plaatsen hebben geïnformeerd naar springstoffen waarmee hij zichzelf zou kunnen opblazen. Aboe Qataadah heeft Bilal L. nooit verlaten. Samen hebben zij het Nederlandse rechtssysteem om de tuin geleid en samen proberen zij hun heilige strijd voort te zetten.

Een medegevangene —Jamal B.— verklaarde Bilal tegen hem gezegd zou hebben dat de leden van de Hofstadgroep wisten van de plannen die Mohammed B. had om Theo van Gogh te vermoorden. Bovendien zou Bilal hem het pistool hebben geleverd waarmee hij op Van Gogh schoot en de fiets waarop hij reed. Maar in het proces tegen de Hofstadgroep weigerde Bilal ook maar iets te verklaren over de (leden van de) Hofstadgroep. Bovendien trok Jamal B. zijn eerdere verklaringen in.

Op 31 januari 2005 hoorde Bilal voor de rechtbank in Rotterdam drie jaar cel tegen zich eisen. Op 13 februari werd hem daadwerkelijk drie jaar celstraf opgelegd. De rechtbank achtte bewezen dat Bilal in de gevangenis mensen heeft benaderd voor het leveren van wapens en explosieven en dat hij heeft geprobeerd medegevangenen te ronselen om aanslagen te plegen tegen de vijanden van de islam.

De strijdbare geloofsgenoten van Bilal zijn hem niet vergeten. Bijna een jaar later plaatst ‘íbn firnas 23’ in het Islam & Ik forum van marokko.nl nog een gedicht “Van Aboe mihdjan voor zijn broeder Aboe Qatada”. Daarin wordt zijn heldenmoed geprezen en poëtisch gezinspeeld op de dag des oordeels waarop jihadistische krijgers de anders- en ongelovigen zullen amputeren. “Het gebrul van de leeuwen van tawheed zal nimmer vergaan...” [Marokko.nl].

...tot de dood erop volgt
Op zondag 14 oktober 2007 lag er een levenloos lichaam in het politiebureeau in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Niemand wist wie hij was. De jonge man was enige tijd daarvoor ernstig verward het politiebureau binnen gestormd en had twee agenten neergestoken.

Het bleek Bilal L. te zijn. In de Marokkaanse gemeenschap waren sommigen al een tijdje bezorgd over Bilals geestestoestand. Zijn familie dacht dat hij aan schizofrenie leed en last had van waanbeelden. In april 2007 werd hij via een rechterlijke machtiging gedwonen opgenomen in een psychiatrische instelling. Hij werd in een gesloten afdeling geplaatst, maar slaagde erin enkele keren weg te lopen. In augustus 2007 werd hij uit de kliniek onslagen. Op donderdag 11 oktober werd Bilal op eigen verzoek weer opgenomen in de kliniek, omdat hij niet meer voor zichzelf kon instaan. Zondag ging hij onder begeleiding opnieuw naar buiten, maar al snel ontrok zich aan die begeleiding. Een half uur later stormde hij het politiebureau binnen. Hij sprong over de balie en stak een vrouwelijke brigadier in de borst en twee keer in de rug; een mannelijk agent werd in een slagader en zijn luchtpijp geraakt. De vrouwelijke agent schoot Bilal neer en kort daarop overleed hij [Volkskrant, 16.10.07].

Index Omar A. alias Abu Nawwaar el Hossaymi wijst het doelwit aan

Yehya K.
Samir A. en Mohammed B. hebben Nederland op z’n kop gezet. Veel minder aandacht is er voor Yehya K. (17). Op 27 september 2004 wordt deze scholier uit Sas van Gent opgepakt, omdat hij Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders op internet met de dood had bedreigd. In zijn woning trof de politie grondstoffen aan voor een bom. Net als de andere van terrorisme verdachte personen voldoet hij aan het door de AIVD geschetste profiel van mensen die gevoelig zijn voor rekrutering voor de jihad: jong, van Marokkaanse afkomst en goed opgeleid. Volgens zijn school was Yehya een prima leerling en een aardige jongen. Toch was hij gevoelig voor de argumenten van moslimextremisten die —mede of primair— via internet met hem in contact kwamen.
De AIVD constateerde dat er steeds meer moslimjongeren zich onheus bejegend voelen in de Nederlandse maatschappij en te weinig perspectief zien. Jongeren van Marokkaanse afkomst hebben daar meer last van dan anderen. Zij zitten klem tussen het traditionele thuisfront en de moderne, seculiere en geïndividualiseerde samenleving. Voor Marokkaanse jongens geldt vaak niet zo’n strenge sociale controle als voor jongens uit andere etnische groepen. Dat maakt deze relatief goed opgeleide maar zwaar gefrustreerde jonge mannen vatbaar voor de verleidingen en beloftes van fundamentalistische predikers en terroristische rekruteerders (die geweld aanprijzen als een middel om zich te wreken op de vele vernederingen die moslims eeuwenlang hebben moeten ondergaan door toedoen van het Westen). Omdat zij zo weinig rooskleurig toekomstperspectief hebben lijkt een devote en strijdbare levensovertuiging een lokkend alternatief. Zo worden zij rijp voor rekrutering voor de jihad. “Een netwerk van moslimextremisten werft in Nederland islamitische jongeren en bereidt een kleine groep geestelijk voor op gewelddadige strijd” [AIVD 2002]. Zij zijn in staat om zoveel druk uit te oefenen, dat de jongeren die uiteindelijk niet kunnen weerstaan.

Er kwamen steeds meer signalen die deze diagnose van de AIVD bevestigden. Die signalen werden alarmerend toen de Hofstadgroep vastere vormen begon aan te nemen, en zich openlijk op internet begon te manifesteren.

Na de tv-uitzending van de film Submission werden Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh in de openbaarheid van internet bedreigd. Dat gebeurde op meerdere plekken, maar de MSN-groep Muwahhidin/Dewaremoslims trok om goede reden de aandacht van de inlichtingendienst. Op 30 augustus plaatste ‘Abu Nawwaar el Hossaymi’ een bericht waarin stond dat de ‘El Muwahhidin-brigade’ er na ‘een lange zoektocht’ in geslaagd was om het geheime adres te achterhalen van de ‘ongelovige duivelse’ afvallige Hirsi Ali (met foto). Dat trok verontrustende aandacht: het adres bleek te kloppen. De Nationale Recherche van het KLPD sloeg alarm [bron]. Het vermoeden rees dat jihad-militanten de bewegingen van Hirsi Ali nauwkeurig hadden geobserveerd. Dit was geen dreigement van een toetsenbordterrorist; er was iemand die over de motivatie en de informatie beschikte om het leven van Ayaan Hirsi Ali daadwerkelijk te bedreigen. In een tweede bericht schreef Abu Nawwaar: “De dood zal haar achterhalen.”

Abu Nawwaar op ErTaN
Op 3 september 2003 verschijnt de naam Abu Nawwaar ook op de weblog ErTaN. Op deze site van Ertan Kiliç belooft Abu Nawwaar dat de ‘Afvallige Ayaan’ hoe dan ook ter dood gebracht zal worden en dat zij nooit kan ontkomen aan de wraak van de Muwahhidien Brigade.
Het eerste bericht van ‘Abu Nawwaar’ bevatte echter nog een ander doelwit: “de ongelovige duivelse spotter Theo van Gogh”. Ook zijn foto werd bijgevoegd, met de nuchtere mededeling: “Adres onbekend”. Het KLPD meldt dit wel bij de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, maar zag daarin geen aanleiding om Theo van Gogh te beschermen. Op 13 september 2004 actualiseerde de AIVD —naar aanleiding van een telefonisch verzoek van de Eenheid Bewaking en Beveiliging van 3 september 2004— wel haar dreigingsinschatting van Hirsi Ali. Slechts in de marge wordt melding gemaakt van de bedreiging van Van Gogh.

De AIVD denkt op dat moment nog dat er geen terroristische daden op fundamentalistische woorden zullen volgen. De vooronderstelling van deze inschatting is dat mensen die louter door ‘emoties’ gedreven worden niet in staat zijn om hun handelingen rationeel te plannen en met de moed der fanatieke gelovigen ten uitvoer te brengen. De AIVD denkt nog te maken te hebben met relatief onschuldige spontane verbale agressie. Dit op zeer labiele vooronderstellingen berustende optimisme werd binnen zes weken op ruwe wijze verbrijzeld.

Toch vormden deze gebeurtenissen op internet voor de Nederlandse justitie voldoende aanleiding om in te grijpen. Eerst werden bij Microsoft in de VS de IP-adressen van ‘Abu Nawwaar’ opgevraagd. Met behulp van deze informatie werden daarna in Den Haag op drie verschillende adressen invallen gedaan. Pas bij de derde inval had men succes, ook al werd de verdachte daarbij niet aangetroffen. Toen de 22-jarige Marokkaan Omar A. van zijn ouders hoorde dat rechercheurs tijdens een huiszoeking zijn computer in beslag hadden genomen, meldde hij zich op 15 september vrijwillig bij de politie [NRC - 17.11.04]. ‘Abu Nawwaar’ werd ontmaskerd, opgespoord, gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld. En het bleek geen kleine vis te zijn.

Abu Nawwaar in NRC
Jutta Chorus en Steven Derix publiceerden al op 4 september 2004 een uitvoerige beschrijving van de MSN-site MuwahhidinDeWareMoslims. Zij vragen zich af hoe serieus dergelijke Al-Qa’ida propaganda-sites genomen moeten worden. “Abu Nawwaar en zijn vrienden schrijven niet veel zelf, maar plukken veel materiaal van verschillende radicale islamitische sites. Hun plechtstatige `islamitische’ taalgebruik doet onhandig aan. Opvallend is daarbij dat ze veel gebruik maken van Engels materiaal — vooral afkomstig van Abu Hamza al Misri, de eenhandige radicale imam die vast zit in een Britse cel, in afwachting van zijn uitlevering aan de VS” [NRC, 4.9.04]. De site is echter niet alleen een ontmoetingsplaats voor fans van Osama bin Laden en het is ook meer dan opdringerig geflirt met de politieke, gewelddadige islam. De MSN-site(s) worden met name gebruikt om de actualiteit van de gewelddadige jihad in Nederland te bepleiten en om doelwitten aan te wijzen.
Vanaf 1 juli 2004 had Omar A. berichten geplaatst op de MSN-groep Muwahhidin/dewaremoslims. Als ‘assistent-beheerder’ van de groep vertaalde hij jihad-teksten —waaronder een communiqué van Al-Qa’ida— uit het Arabisch in het Nederlands en plaatste ze op het forum. Na de vertoning van de film Submission op 29 augustus kon Omar A. zijn woede niet langer bedwingen. Hirsi Ali had hem vooral “pijn gedaan” met de koranteksten die op het halfnaakte lichaam van een gesluierde figurante was gekalligrafeerd. “Dat kan niet. Dat zijn de woorden van de schepper.” Om daaraan uiting de geven schreef hij niet alleen dat de ‘Muwahhidin-brigade’ klaar stond om Hirsi Ali te vermoorden, maar onthulde hij ook nog haar schuiladres naast de Israëlische ambassade in Den Haag. Motief en middel waren aanwezig; de gelegenheid moest worden voorkomen. Daarom werd deze bedreiging door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) als zeer ernstig ingeschat. Hirsi Ali wordt met spoed overgebracht naar een pand van de DKDB dat onder permanente bewaking staat (‘safe house’).

Het openbaar ministerie neemt de zaak zwaar op en zet 22 rechercheurs van de Unit Terrorismebestrijding en Bijzondere Taken (UTBT) in om de identiteit van Abu Nawwaar te achterhalen. Zij is daarin succesvol. Omar A. wordt gearresteerd, aangeklaagd en berecht. De officier van justitie zei in zijn requisitoir dat het opsporen van Omar een zaak van ‘nationaal belang’ was. Het openbaar ministerie wilde een halt toeroepen aan het groeiende aantal bedreigingen en aanslagen op politici. De combinatie van de dreiging en de publicatie van het schuiladres van Hirsi Ali werden aangemerkt als “een aanmoediging tot een ernstig strafbaar feit”. Op 26 oktober 2004 wordt Omar A. door de rechter veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.

Omar A. verklaart voor de politierechter spijt te hebben van zijn doodsdreigingen, maar dan vooral vanwege de gevolgen voor hemzélf. Hij volgde een gratis opleiding Arabisch in het Midden-Oosten. Hij besefte dat hij nu kon fluiten naar het tweede semester van zijn opleiding in Syrië. “Dan is mijn studie is verknald” [NRC 27 oktober 2004]. Omar A. is teleurgesteld in de Nederlandse samenleving en wil zodra hij vrij komt Nederland zo snel mogelijk verlaten.

Met de opsporing en veroordeling van Omar A. zaten AIVD, politie en justitie op een spoor dat hen pas later duidelijk zou worden. Volgens een woordvoerder van het landelijk parket was uit het onderzoek naar Omar A. niet gebleken dat hij banden onderhield met leden van de Hofstadgroep. Later zou blijken dat Omar A. wel degelijk contacten had met leden van de Hofstadgroep, zoals Ahmed A. (de beheerder van het MSN-forum waarop hij zijn teksten publiceerde) en Youssef E. (in wiens woning een van Omar’s studieboeken werd gevonden).

Index Rifo79 op oorlogspad

Na de moord op Theo van Gogh gingen journalisten en andere geïnteresseerde burgers op zoek naar de identiteit van de dader. De internetfora stonden vol met speculaties. Wie was die Mohammed B. en onder welke schuilnaam of -namen opereerde hij op internet? De doorbraak leek niet vanuit het internet te komen, maar via de conventionele en betrouwbare media.

Twee weken na de moord (16.11.04) maakte het Radio 1 Journaal met grote stelligheid bekend dat Mohammed B. al sinds 27 maart lid was van het forum marokko.nl onder de gebruikersnaam ‘Rifo79’. De redactie baseerde zich bij deze primeur op informatie uit het politiedossier. Ook bij het Openbaar Ministerie bestond het vermoeden dat Mohammed B. deze naam gebruikte. Bovendien bevestigde de sitebeheerder dat alle berichten van Rifo79 op last van de politie waren verwijderd.

Een tot de verbeelding sprekend dramatisch beeld. Mohammed B. zou tot vlak voor zijn daad op internet gediscussieerd hebben over de islam. Op dinsdag 2 november, de dag van de moord, zou hij even voor half een ’s nachts nog een bericht hebben geplaatst in een discussie over joden.

Wie de kans had om mee te lezen welke berichten Rifo79 op het forum van marokko.nl plaatste, kon zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat er minstens een toetsenbordterrorist aan het woord was. In de maanden tot aan de moord plaatste Rifo79 266 bijdragen over diverse onderwerpen. Zijn bijdragen werden steeds feller van toon en inhoud.

Alle 266 reacties van Rifo79 werden onmiddellijk van de site verwijderd. Het profiel van Rifo79 bestond nog wel [screenshot], maar zijn berichten werden op dinsdag 16 november door de beheerders verwijderd en desgevraagd aan de politie overgedragen. Hierdoor leek het vermoeden bevestigd dat Mohammed B. op marokko.nl opereerde onder de naam Rifo79.

Het feit dat Rifo79 ook op vrijdag 12 november nog actief was op Marokko.nl wekte de eerste twijfel aan de scoop van Radio 1 Journaal. Het was niet erg waarschijnlijk dat Mohammed B. na zijn arrestatie nog toegang kreeg tot internet of dat opsporingsdiensten van de naam Rifo79 gebruik hadden gemaakt. Bovendien kwam de in het profiel van Rifo79 opgegeven geboortedatum (6-7-78) niet overeen met de geboortedatum van Mohammed B. (8-3-78). Wie Mohammed B. beter kende zag ook dat de taalbeheersing en schrijfstijl van Rifo79 opvallend beneden zijn niveau lagen.

Het bleek een enorme vergissing: Rifo79 was geen schuilnaam van Mohammed B. Enkele dagen na de moord op Van Gogh werd de computer van de echte Rifo79 door een ‘legermacht’ van politiemensen in beslag genomen [Spits 18.11.04]. En op woensdagavond 16 november trad Rifo79 zelf op marokko.nl naar voren om zich verontwaardigd te beklagen:

Rifo79 eist rectificatie. En even later meldt hij zich in zijn beste Nederlands opnieuw: De volgende dag herhaalt hij —na overleg met zijn advocaat— zijn eis dat de ‘onwetende redatie van radio 1’ haar berichtgeving over hem moet rectificeren: “wordt daar niet aan voldaan dan ben in genoodzakt om rechterlijke stappen te ondernemen” [18:49].

Sommige forumdeelnemers steunen hem in zijn eis; anderen vinden dat hij niet moet zeuren omdat hij slechts een ‘toetsenbordterrorist’ is die zijn haatdragende woorden niet in daden omzet.

Eén nick voor twee personen?
Het is zeker niet uitgesloten dat twee personen gebruik maken van eenzelfde pseudoniem. Ook in het forum van marokko.nl wordt op deze mogelijkheid gewezen: “Als ik een nick aanmaak en het bijbehorende password én het password van het achterliggende e-mail adres aan bijvoorbeeld Knorretje doorgeef kunnen Knorretje en ik samen onder één nick posten en kan niemand zien dat we met z’n tweeen actief zijn” [viergho].
Het Radio 1 Journaal weigerde echter haar berichtgeving te rectificeren. De hoofdredactie hield vol dat Mohammed B. onder de naam Rifo79 berichten achterliet op het forum van marokko.nl. Volgens de politie e-mailde Mohammed B. vanaf hetzelfde ip-nummer. Een woordvoerder van het Openbaar Ministerie in Amsterdam deelde mee dat er toch geen zekerheid bestond dat Mohammed B. achter deze schuilnaam schuil ging. Het vermoeden was er nog wel, maar dat moest nog nader worden onderzocht.

Rifo79 droeg weliswaar dezelfde voornaam als de moordenaar van Van Gogh, maar hij verklaarde dat hij Mohammed B. niet eens kende. De speculaties bleven de ronde doen. Zij zouden beide van het zelfde pseudoniem gebruik kunnen maken, of misschien zou zelfs de AIVD het pseudoniem gebruiken om op een ondoorgrondelijk intelligente wijze boeven te vangen door boevennamen te gebruiken.

Op dinsdagavond 16 november werden de berichten van Rifo79 door de beheerders van Marokko.nl weer toegankelijk gemaakt. Zij concludeerden dat er niets mis was met Rifo’s berichten en verwijderden slechts enkele berichten omdat ze “uit hun context” werden gerukt [bron: ANP].

Alle commotie over de internet-identiteit van Mohammed B. werden in de pers breed uitgemeten. Internet speelde een cruciale rol in de aanleiding tot en gevolgen van deze politieke moord. Controverses in de internetwereld hadden directe repercussies op wat er in de samenleving gebeurde.

Maar als Rifo79 niet schuilnaam was van de daadwerkelijke moordenaar, onder welke gebruikersnamen of pseudoniemen had Mohammed B. dan wel op internet geopereerd? Welke toetsenbordterrorist schuilde dan achter het pseudoniem Rifo79? En hoeveel van deze potentiële terroristen maken het samenleven onveilig door via internet achterlijke, haatdragende en tot geweld aanzettende teksten, beelden en leuzen te verspreiden?

Index Mohammed Bouyeri alias Abu Zubair

De AIVD was de Hofstadgroep op het spoor. Zij wist dat “een aantal leden van de groep actief zijn op het internet”. Toch werd er volgens een uitgelekte voortgangsrapportage in de zomer van 2004 door de inlichtingendienst nog geen ‘systematisch onderzoek’ verricht naar deze cyberterroristische activiteiten. Als dat wel gebeurd was had zij ontdekt dat er internetsites waren die direct of indirect door een van de leden van de Hofstadgroep werden beheerd. Zij zou ook hebben waargenomen dat er in de zomer van 2004 teksten van ‘Abu Zubair’ werden gepubliceerd in de MSN-groep Muwahhidin/dewaremoslims.

Het ontging de AIVD niet dat potentieel radicaal-islamistische terroristen intensief gebruik maakten van internet, maar zij zag niet dat deze en navolgende sites een belangrijk instrument waren in de opbouw van de Hofstadgroep. De leden van dit netwerk gebruikten internet om uiting te geven aan hun proces van radicalisering, om anderen —dwingend belerend— te overtuigen van de zegeningen van de heilige jihad, om het groepsgevoel der uitverkorenen te versterken, en om zichzelf een politieke identiteit te geven. De groep werd gedreven door totalitaire ideeën die zij maar al te graag aan de man wilde brengen. Het was tijd voor jihad, hier en nu en met terroristisch geweld. Voor de verspreiding van deze boodschap maakten zij nuttig gebruik van de mogelijkheden om hun islamitische dogmatiek en radicaliteit via internet te articuleren. Het ontging de AIVD ook niet dat Mohammed B. in de periode tussen 18 en 22 september deelneemt “aan gesprekken op internet die gaan over het gebruik van kunstmest als basis voor explosieven en de manier waarop dergelijke bommen gemaakt kunnen worden” [Feitenreconstructie]. De AIVD was nog niet in staat om de met traditionele middelen verworven informatie uit de lokale wereld op systematische en inventieve wijze te verbinden met informatie die met high-tech middelen uit de virtuele wereld betrokken kan worden.

Dat internet een steeds belangrijker rol is gaan spelen in de verspreiding van radicaal-islamitische gedachten en sentimenten is inmiddels een gemeenplaats geworden. Veel minder duidelijk is hoe zij dat doen. Islamitisch fundamentalisten en terroristen opereren niet in formeel strak georganiseerde groepen, maar gedragen zich veeleer als zwermen bijen die van alle kanten kunnen prikken. Door hun sociale achterstelling en psychologisch ervaren onmacht volgen zij een zwermstrategie waarbij een machtige vijand van alle richtingen tegelijk wordt aangevallen. Zij opereren met ‘zwaarden der zwakkeren’. En internet is door zijn lage toegangskosten, snelheid en wereldwijde strekking de grootste megafoon ter wereld. Bovendien is het een openbare ruimte waar je kunt zeggen wat je wilt, zonder dat iemand direct door heeft wie je in werkelijkheid bent. Tenslotte ontmoet men op internet al snel een aantal gelijkgestemden waardoor men geen idee heeft hoe klein hun wereld eigenlijk is [Pape 2005].

Mohammed B. bedient zich op internet van de schuilnaam Abu Zubair. Onder die nom de guerre plaatst hij diverse extremistische boeken en pamfletten op internet. Delen van die online teksten komen letterlijk overeen met een bijdrage van Mohammed B. aan een buurtkrant in Amsterdam-West, waarvan hij van maart 2002 tot april 2003 redacteur was.

Wie is Abu Zubair?
Dat Mohammed B. zich van de schuilnaam Abu Zubair bediende, werd bevestigd door de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón, hoofd van het onderzoek naar militante islamitische groepen in Spanje [Reuters]. Voordat Garzón deze informatie verstrekte was het Openbaar Ministerie in Amsterdam, dat de moord onderzocht, niet op de hoogte van de schuilnaam en de internetteksten. Abu Zubair betekent in het Arabisch ‘de krachtige’.

De echte Abu Zubair is een Irakese inlichtingenofficier. Hij kwam 2002 in het nieuws toen de Britse krant The Telegraph [15.9.02] met bewijzen kwam voor een connectie tussen Osama bin Laden en de Irakese dictator Saddam Hoessein. Tony Blair onthulde dat twee kopstukken van Al Qa’ida in Irak getraind waren in terrorisme technieken tegen de Koerden in Noord-Irak: Abu Zubair en zijn rechterhand Rafid Fatah. Abu Zubair is ook bekend onder de naam Fowzi Saad al-Obeidi en zijn bijnaam “de beer” — hij weegt meer dan 130 kilo. Voor 11 september 2001 gaf hij voor Bin Laden leiding aan trainingskampen in Afghanistan. Hij wordt ervan verdacht plannen te beramen om Nato-schepen in de middellandse zee op te blazen vanuit een basis in Marokko (in mei 2002). Amerikaanse functionarissen bevestigden in juli 2002 dat Zubair in Marokko gearresteerd werd [BBC, 19.6.02; SMH, 20.6.02]. Hij zit nog steeds gevangen, vermoedelijk in de VS.

Abu Zubair maakt zich eind juli als terrorist bekend op het internet. In het artikel van 28 juli op rifgate.nl bedreigt Abu Zubair de koning van Marokko, die hij een hoer van de Amerikaanse president Bush noemt. Naast Donner richt hij zich ook op de ministers Remkes en Verdonk en Kamerlid Wilders. “En bij deze doe ik inderdaad nog een oproep om de jeugd voor de jihad te recruteren.”

Onder de naam Abu Zubair verspreidde Mohammed B. in het voorjaar van 2004 ook e-mails waarin wordt opgeroepen tot de jihad. Wereldleiders, waaronder ook premier Balkenende, wordt in de mail aangeraden zich te onderwerpen aan de islam of anders af te treden. De islam is de waarheid en zal de westerse samenleving overwinnen.

De media worden beschouwd als de satan die het gedrag van mensen manipuleert. Integratie in de zin van islamitische onderwerping wordt als oplossing voorgesteld. Bush, Blair, Chirac, Balkenende kunnen met hun integratie-concept niet tippen aan dat van de islam, dus moeten ze plaatsmaken. Zij zullen in het hiernamaals de geest van de vernedering proeven. “De geest van Jihaad waart over de aarde rond.”

Als bijlage voegde Abu Zubair een exemplaar toe van het door hem zelf vertaalde en ingeleide boek De ware moslim (de inleiding zelf werd onder de titel Vrijheid in de Islam al op 13 maart 2004 in de MSN-groep De Oase gepubliceerd).

Bedreiging van afvallige
Dat Hamdy Abdel Gawad bij de politie aangifte had gedaan van de oproep tot jihad van ‘Abu Zubair’ is Mohammed B. niet ontgaan. Na zijn arrestatie stelt Mohammed B. nog een e-mail samen die door een van zijn sympathisanten wordt verstuurd. Eind november 2004 ontvangt Gawad de e-mail waarin hij direct werd bedreigd. “Hij wordt uitgescholden voor huichelachtige hond, afvallige en mushrik, iemand die meerdere goden aanbidt. Een doodzonde in de radicale islam” [Volkskrant 14.5.05].
Van deze jihad-mail werd op Koninginnedag aangifte gedaan bij de politie Haaglanden, door de gerechtstolk en beëdigd Arabisch vertaler, Hamdy Abdel Gawad. “Ik wil dat dit wordt uitgezocht”, verklaarde hij tegenover de Volkskrant [VK 1.5.04]. Ruim twee weken na de moord op Van Gogh had Gawad nog niets van de politie vernomen [Volkskrant 17.11.04], en dat zou zo blijven. De inlichtingendienst AIVD was destijds ook op de hoogte van de e-mail van Abu Zubair. In de feitenreconstructie van de regering werd hiervan geen melding gemaakt. En ook daarna wilde de AIVD echter niet zeggen of hiernaar daadwerkelijk onderzoek is verricht.

In april 2003 schreef Mohammed B. een artikel in de buurtkrant ‘Over ’t Veld’ over Islam en integratie waarin hij betoogt dat de mens de wetten van Allah niet kan veranderen. “Fysiek is elk levend wezen op aarde moslim (hij die zich heeft overgegeven).” Het is nagenoeg dezelfde tekst als De weg naar waardigheid die later opnieuw in DeBasis werd gepubliceerd [zie mirror].

Mohammed B. liet onder de naam Abu Zubair een hele serie artikelen en door hem vertaalde werken over de radicale islam na op het internet. In deze ‘kleine bibliotheek’ (NRC) treft men titels aan zoals:

Daaraan worden in DeBasis nog andere teksten toegevoegd: gedichten door Samir A., een afscheidsbrief en gedichten van Jason W.

In zijn eigen buurt in Amsterdam-West deelde Mohammed B. op straat zo’n 150 exemplaren van To Catch a Wolf uit. In de rechtszaal verklaarde hij: “Ik heb het gekopieerd, ik ben de straat opgegaan, heb het uitgedeeld en gezegd: jongens, lees dit alsjeblieft.” Hij beschouwde dit als een ‘signaal naar de politie’ [VK, 11.5.07; VK, 12.5.07]
In To catch a wolf [kopie 1 | 2], dat op 16 maart 2004 werd geschreven en in de zomer van 2004 op internet verscheen, wordt verteld hoe een eskimo op wolvenjacht gaat. Hij smeert zijn mes eerst in met dierenbloed en laat het wapen vervolgens bevriezen. “Dan smeert hij er weer een laag bloed overheen, en weer een, totdat het mes helemaal bedekt is met bevroren bloed. Het is net een aardbijen-ijsje.” Het mes wordt rechtop in de sneeuw gezet. De wolf ruikt het bloed, komt op het mes af en begint eraan te likken. Zijn verlangen naar bloed is zo groot dat hij het mes in zijn eigen tong niet voelt. De wolf heeft niet in de gaten dat “zijn onverzadigbare dorst naar bloed gelest wordt door zijn eigen warme bloed”. De wolf bloedt langzaam dood.

In dit politieke manifest staat de wolf voor de islamitische landen waar ‘satanische krachten’ hun ‘zaad van het kwaad’ hebben gezaaid. “Sinds de val van het Ottomaanse rijk en daarmee de val van de Islamitische Khalifaat, zijn de vijanden van de Islam bezig geweest om stapsgewijs hun plannen van de totale destructie van de Islam te bewerkstelligen.” De eens zo machtige en trotse Moslim gemeenschap is nu niets meer dan “een stomdronken gefrustreerde natie geworden die aan de stoep van het Westen staat om te bedelen voor een stukje brood”.

Mohammed B. houdt een lange tirade tegen de vele ‘ziektes’ in de islamitische wereld. Zo komt hij bij de in zijn ogen perfide Marokkaanse koning Mohammed VI. Zijn betoogtrant is dwingend, zijn Nederlandse taalgebruik is redelijk, zijn denkhouding is dogmatisch en eendimensionaal, en zijn visioenen en oplossingen zijn uiterst gewelddadig en wreed.

Terrorist op vrijerspad
Bij zijn vrienden en vriendinnen stond Mohammed B. bekend als erg studieus. Hij zat altijd te leren, op internet te lezen en hij vertaalde boeken over de islam. Toch nam hij ook tijd voor amoureuze affaires. Hij liet zijn oog vallen op ‘Fatima’, de dochter van Marokkaanse ouders, die alleen de culturele islam kennen. Zij durfde thuis niet te vertellen dat ze het liefst een niqaab droeg. Mohammed had haar niet op de hoogte gesteld van zijn moorddadige plan. “Ik schrok dat het Mohammed B. was die voor de moord was opgepakt. Hij heeft me in augustus ten huwelijk gevraagd, maar ik wilde niet. Ik kan niet opschieten met een jongen die zó rustig is” [Trouw 27.12.04].
    Mohammed B. werd door ‘Fatima’ afgewezen, zij was toen al verliefd op een andere Mohammed, die nu ook als vermeend lid van de Hofstadgroep in de cel zit. Hoewel deze Mohammed el Morabit voor de islamitische wet al met ‘Naïma’ was getrouwd, was hij van plan om ‘Fatima’ als tweede vrouw te trouwen. Veelwijverij is volgens moslimpuriteinen goed voor de oemma: als een man bij meerdere vrouwen kinderen verwekt, groeit de moslimgemeenschap sneller.
    In het voorjaar van 2004 trouwde ‘Naïma’ met Mohammed el Morabit, zonder dat haar ouders het wisten. Net als bij het islamitische huwelijk van Jason Warner trad daarbij de Syriër Abu Khaled op als wali (een soort voogd) van de bruid. Ook de vrouwen van de Hofstadgroep konden bij Abu Khaled terecht met allerlei vragen. Zo twijfelde ‘Naïma’ over een korantekst waarin staat dat ‘de vrouw en de man zijn als een akker voor elkaar’. ‘Naïma’: “Hij legde uit dat het betekent dat je het met elkaar mag doen.” [bron : Volkskrant 5.2.05]
    De vrouwen van de Hofstadgroep moesten van achter een gordijn luisteren naar de gesprekken die de mannen voerden met de rondreizende jihadprediker Abu Khaled, alias Radwan Al Issa, maar zij zijn niet minder strijdlustig. Ook voor hen is terrorisme verplicht. Zij waren teleurgesteld dat Hirsi Ali niet vermoord was. Die moest dan maar door de zusters worden vermoord. “Om te laten zien: zij komt niet voor ons vrouwen op”.
    “Vrouw zal Hirsi Ali vermoorden”, kopten de kranten. Dat dit niet geheel denkbeeldig is, bleek toen zich kort na de moord op Van Gogh een jonge moslima meldde bij de Tweede Kamer met het boek De ware moslim — zij wilde daarover met Hirsi Ali praten.
Zijn vertalingen van radicale islamitische teksten laat hij telkens vooraf gaan door een voorwoord waarin bijna uitsluitend werken van radicale islamitische geleerden worden geciteerd. Ook en met name uit Al Qa’ida kringen.

Mohammed B. verwijst niet alleen naar oudere geleerden, maar ook naar hedendaagse ideologen, zoals de blinde sjeik Umar Addur-Rahman die vastzit wegens betrokkenheid bij de eerste bomaanslag op het World Trade Center in New York in 1993. Hij verwijst ook naar Abu Hamza al-Masri, een radicale Egyptische imam in Londen. In Allah’s governance on earth stelt hij dat democratie gelijk staat aan ongeloof en dat moslims die in vertegenwoordigende organen zitten of aan verkiezingen deelnemen ongelovigen zijn. [Op 10.2.06 werd al-Masri door een Britse rechtbank veroordeeld tot zeven jaar celstraf wegens het aanzetten tot rassenhaat en moord - bron].

In zijn analyse van de Nederlandse situatie legt Mohammed B. een overweldigend accent op de actualiteit van de gewelddadige jihad. Hij vindt dat alle oprechte moslims de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen om nu daden te stellen. “Mr. Remkes, we zijn inderdaad opgestaan de mensen aan te sporen en uit te nodigen voor de Jihaad. Waarom? Omdat we het onrecht niet langer kunnen verdragen.” Al die normen en waarden van de rechtsstaat zijn slechts begrippen “om jullie eigen leugens mee af te schermen”. De oproep is duidelijk:

Uiteraard is de overwinning zeker. Uit het torentje van Kok zal de islamitische oproep tot gebed klinken. Na een gebed wordt het pamflet afgesloten met een direct uitdaging: De AIVD neemt deze uitdaging niet serieus.

Vanaf augustus 2004 begint Mohammed B. een aantal dreigbrieven te schrijven die hij ondertekent met zijn nieuwe strijdnaam Saifu Deen alMuwahhied. In zijn dreigbrieven aan Hirsi Ali (17 augustus), Aboutaleb (idem) en Wilders (13 oktober) nagelt hij zijn potentiële slachtoffers verbaal aan de islamitische executiepaal. De keuze is kennelijk nog niet gemaakt. Omdat de primaire doelwitten worden beschermd, moest hij op zoek naar een substituut doelwit. Op 23 september schrijft hij zijn testament.

Slachtofferkeuze
In tegenstelling tot een gewone politieke moord zijn bij terroristische aanslagen de rechtstreekse doelwitten van het geweld niet de belangrijkste doelwitten. “De directe menselijke slachtoffers van geweld worden meestal willekeurig gekozen (gelegenheidsslachtoffers), of ze worden selectief gekozen (vertegenwoordigers van symbolische doelwitten uit een doelpopulatie die kan dienen om een boodschap door te geven)” [Napoleoni 2004:338].

Aan redacteuren van de NRC gaf Fahmi B. in november 2004 een toelichting op de gemoedstoestand van zijn goede vriend Mohammed B. “Als iemand tegen de koran en de profeet vloekt, worden wij kwaad. Mohammed was echt kwaad op Hirsi Ali. Als moslim mag je niet vloeken, maar hij was zo kwaad dat hij op haar vloekte. Dat zegt wel iets.” Die boosheid richtte zich primair op Hirsi Ali, die als afvallige werd beschouwd. “Wie Hirsi Ali doodt, verkrijgt daarmee de martelaarstatus. Zoals de negen mannen die de aanslag op de Twin Towers pleegden” [NRC 9.7.05]. Maar Hirsi Ali werd te goed beschermd. Theo van Gogh moet door Mohammed B. als goede tweede keuze zijn beschouwd.

Index De fatwa: zij moeten dood

Mohammed B. direct na zijn arrestatie.
Mohammed B. direct na zijn arrestatie.
In dit proces van radicalisering en fanatisering kwam Mohammed B. op een punt waarop hij zichzelf moet hebben afgevraagd: waarom zou ík niet de verantwoordelijkheid nemen voor deze gezegende taak? Een ereplaats in het hiernamaals, privileges die hij op deze aarde nooit dacht te bereiken, bereidwillige maagden bij de vleet en eeuwig geëerd om zo’n macho-moedige daad. En dat alles in één stoutmoedige klap. Alleen met dat godslasterlijke varken moest nog praktische worden afgerekend. Zijn moord moest en zou op rituele wijze en dus met dramatische symboliek worden uitgevoerd.

Mohammed B. had de details van zijn moordaanslag nauwkeurig uitgewerkt. Het was een weloverwogen en nauwkeurig geplande daad die volgens een strak scenario zou worden uitgevoerd. Wekenlang observeerde hij het huis van Van Gogh en de fietsroute die deze dagelijks aflegde. Hij verkende ook de plek waarop hij van plan was om Van Gogh van zijn fiets te schieten. Hij schreef een politiek-religieus manifest om zijn moord te rechtvaardigen, en een meer persoonlijke boodschap aan zijn familieleden en vrienden. Daarna verzamelde hij alle waanzinnige moed om zijn rituele handeling daadwerkelijk te voltrekken. We weten niet precies wat er in Mohammed B. omging. We weten wel dat hij zijn object van zelfbevrijding doelgericht benaderde. Zijn slachting werd volgens plan uitgevoerd.

Zoals bijna elke ochtend ging Theo van Gogh op de laatste dag van zijn leven op weg van zijn huis naar zijn kantoor bij de productiemaatschappij Column in Amsterdam-Zuid. Het is 8.30 uur als Van Gogh op 2 november 2004 de Middenweg opdraait. Bij de tabakswinkel Primera zet hij zijn fiets tegen de muur en loopt nog even binnen. Druk pratend legt hij zijn sigaretten en krantje op de toonbank. “Hij had grote verhalen over een nieuw nicotinemiddel om van het roken af te komen”, herinnert de eigenaar van de zaak zich.

Van Gogh blijft nog een minuut of tien kletsen en pakt om 8.40 uur weer zijn fiets. Als hij enkele honderden meters verder gereden is, komt Mohammed B. op de Linnaeusstraat plotseling langszij fietsen. Vrijwel direct, ter hoogte van het stadsdeelkantoor, begint hij op Van Gogh te schieten. Hij valt half van zijn fiets en roept nog naar zijn moordenaar om het niet te doen. Mohammed vuurt nog vier keer op zijn slachtoffer, dat rechtop op het fietspad staat. Theo vlucht naar de overkant van de weg. Zijn moordenaar achtervolgt hem met het pistool in zijn hand. Theo rent twee keer om een auto heen en zakt op het fietspad in elkaar. Zijn moordenaar staat nu vlak bij hem. Theo roept nog om genade, om het niet te doen. Zijn afwerende bewegingen kunnen hem niet beschermen. Mohammed vuurt van zeer korte afstand (een halve tot een hele meter) zijn laatste kogels in zijn slachtoffer. Vervolgens schopt hij twee keer tegen het lichaam van zijn slachtoffer aan.

Twee messen die Mohammed B. gebruikte bij zijn moord op Theo van Gogh. Nadat hij zijn doelwit met in totaal acht kogels heeft geveld, haalt hij een groot kapmes uit zijn schoudertas, een Kukri-machete met een lemmet van 33 cm. Met vier zagende bewegingen snijdt hij Van Goghs keel door (of probeerde hem te onthoofden zoals hij eerder op diverse gruwelvideo’s gezien had). Daarna steekt hij het kapmes zo diep in het lichaam dat de wond reikt tot aan de wervelkolom. En als finale steekt hij zijn aan een dun fileermes bevestigde ‘Brief aan Hirshi Ali’ in de buik van Theo (Mohammed spelt de naam van Ayaan Hirsi Ali consequent verkeerd).

Toen Mohammed B. op zijn slachtoffer begon te schieten had Van Gogh hem nog toegeroepen: “Doe het niet, doe het niet”. Maar Mohammed B. had zichzelf geprogrammeerd om zijn slachting te voltooien. Mohammed B. blijft bij het ontzielde lichaam van Theo van Gogh staan. Hij keek of hij zijn werk goed gedaan had. Hij haalt de houder uit het vuurwapen en vult de houder met 15 nieuwe patronen. Hij had ervoor geoefend en laat geen patroon vallen. Nadat hij zijn wapen heeft herladen loopt hij nog steeds rustig in de richting van het Oosterpark. In alle verklaringen van omstanders wordt de opvallende rust en kalmte van Mohammed B. benadrukt. Een van die omstanders durft tegen de moordenaar te zeggen “dat kun je toch niet maken”. Maar Mohammed is niet te vermurwen: “Dat kan ik wel, hij heeft het ernaar gemaakt, dan weten jullie ook wat je te wachten staat.” Zijn moord was een openbare terechtstelling. Het was druk op de Linnaeusstraat op 2 november 2004. Van de moord op Van Gogh zijn 53 ooggetuigen.

Doorgeschoten
Mohammed B. pleegde zijn moord met een semi-automatisch pistool van Kroatische makelij —een HS (9 mm) uit het jaar 2000. Het is nog niet duidelijk hoe Mohammed B. aan dit wapen gekomen is. Op internet is het wapen echter gemakkelijk te vinden en op de zwarte markt kost het tussen de 1000 en 1500 euro. Vanuit de Balkan worden sinds de jaren negentig veel —meestal tweedehands— wapens naar Nederland gesmokkeld.
    In totaal lost Mohammed B. 20 schoten. Acht daarvan in het lichaam van Theo van Gogh, de rest in het vuurgevecht dat hij daarna met de politie aanging in de hoop daarbij het leven te laten. Door het salvo dat Mohammed B. in het Oosterpark afvuurde raakte een motoragent gewond en werden gaten in meerdere politieauto’s geschoten. Tot Mohammed B. in zijn been geraakt werd en gearresteerd kon worden.
    Wekenlang had Mohammed B. zich voorbereid op zijn martelaarsdood. Leden van het arrestatieteam die Mohammed na de moord naar het ziekenhuis begeleidden, vertelden hem dat hij geluk had gehad dat hij niet was doodgeschoten. “Dat was juist de bedoeling”, was de repliek van Mohammed. Hij wist precies waaraan hij mee bezig was: met een rituele slachting van een varken dat Allah en zijn profeet had beledigd, en met zijn eigen martelaarsdood. Tijdens de rechtszitting op 12 juli 2005 suggereerde de officier van justitie dat Mohammed B. in zijn vuurgevecht met de politie “bewust laag heeft geschoten om niemand dodelijk te raken”. Dat bleek een misvatting. Mohammed B. verklaarde aan het slot van zijn proces dat hij deze politieagenten nooit heeft willen ontzien. “Ik schoot om jullie te doden en om gedood te worden”.

Misverstand uitgesloten. Dit was geen gewone moord maar een rituele slachting. Een moord met een boodschap, of misschien moeten we zeggen: een boodschap door middel van moord. De boodschap was gericht aan “een ongelovig fundamentalist”, Ayaan Hirsi Ali (consequent verkeerd geschreven als ‘Hirshi’) en haar “Thaghoet partij VVD”. De vijf pagina’s tellende brief heeft de opbouw van een fatwa, een islamitisch decreet. Het begint met een openingsgebed, somt de misdaden op waarvoor Hirsi Ali gestraft moet worden en velt dan het doodvonnis over deze ‘soldaat van het kwaad’.

  1. Openingsgebed
    Klik voor fotokopie van ‘Open Brief aan Hirshi Ali’ De fatwa begint met een gebruikelijke lofzegging op de profeet Mohammed. In naam van Allah wordt gezegd dat er geen agressie is behalve tegen de agressors. Daarmee wordt bedoeld dat gewapende strijd (jihad) gerechtvaardigd is wanneer de moslimgemeenschap (Ummah) wordt bedreigd of aangevallen. Volgens fanatieke moslims is er een wereldwijde oorlog tegen de islam aan de gang. In dit wereldbeeld wordt ook in Nederland de islam aangevallen. Daarom is ook in Nederland gewapend optreden legitiem en zelfs verplicht. De ‘kruistocht tegen de islam’ dient met geweld te worden gekeerd. Jihad is de cruciale plicht van elke moslim. In de zuivere leer betekent Jihad dat het geloof verdedigd moet worden tegen critici, dat haar uitbreiding en verdediging financieel moet worden gesteund, en dat men migreert naar niet-moslim landen om de islam te verspreiden. In de islamitische geschiedenis is de gewelddadige jihad een moreel imperatief en een empirische constante. Radicale moslims gebruikten veel passages uit de Koran en de spreuken van de profeet Mohammed om hun acties te rechtvaardigen en nieuwe rekruten te werven. Binnen de theologie van de gewapende jihad hebben ongelovigen geen mensenrechten of menselijke waardigheid.

  2. Misdaden
    Hirsi Ali wordt verweten dat zij de islam de rug heeft toegekeerd. Als ‘afvallige’ trekt zij ook nog eens op met “de soldaten van het kwaad”. In de “kruistocht tegen de Islam en de Moslims” reikt zij hen alle kruit aan. Door haar ‘brandende ongelovigheid’ heeft Hirsi Ali zelfs niet in de gaten dat zij slechts een instrument is in handen van ‘de ware vijanden van de Islam’. “U wordt gebruikt om allerlei vijandigheden over de islam en de meest edele mens Mohammed [...] te spuien.”

    Allah duldt geen tegenspraak
    De VVD wordt in de brief een thaghoet-partij genoemd. Volgens de Koran betekent thaghoet ‘alles wat afleidt van de aanbidding van Allah’. Thaghoet is de bron van alle kwaad. In het door ‘Dr. Diyaaud-deen Al-Qudsee’ geschreven en door ‘Abu Zubair’ (een pseudoniem van Mohammed B.) vertaalde boek De ware moslim (engels) wordt een extremistische uitleg gegeven van een aantal koranverzen. “Thaghoet kan een ideologie zijn, niet afkomstig uit het boek van Allah. Het kan ook iemand zijn die zichzelf het recht heeft gegeven om wetten en grenzen te stellen.” Dat mag niet worden geaccepteerd. “Allah vertelt ons dat wetgeving, regeren en oordelen alléén aan hem zijn voorbehouden en dat hij daarin geen deelgenoot accepteert.” In deze visie duldt Allah geen enkele concurrentie, en zeker geen tegenspraak. Democratische rechtstaten of mensenrechten zullen altijd moeten buigen voor de wil van Allah (en zijn profeten).
    Naar westerse maatstaven had Hirsi Ali de profeet Mohammed een ‘tiran’ en een ‘perverse man’ genoemd. Moslimmannen van vandaag beroepen zich op Mohammeds voorbeeld om geweld tegen hun vrouwen te legitimeren. Bovendien stelde zij voor om moslims bij sollicitaties ‘ideologisch te screenen’. Eind 2003 bezocht Hirsi Ali met een cameraploeg van Nova een islamitische school. Daar vroeg zij kinderen wat ze belangrijker vonden: de gelijkheid van iedereen voor de Grondwet of de leer van Allah. De kinderen kozen Allah. In de brief wordt hieraan herinnerd. “U heeft de laffe moed gehad om islamitische kinderen op school te vragen om een keuze te maken tussen hun Schepper en de Grondwet. Het antwoord van deze jonge reine zielen heeft u meteen gebruikt om argumenten te bedenken om uw kruistocht te rechtvaardigen.”

    De islamitische gemeenschap heeft het laten afweten. “Zij heeft haar taak van verzetten tegen dit onrecht en het kwaad laten liggen en ligt haar roes uit te slapen.” Overal staan de moslims met de rug tegen de muur omdat zij niet het zuivere geloof aanhangen en zich niet gewapend verzetten.

    Zoals in radicaal islamitische kringen gebruikelijk is wordt een beeld geschetst van de Nederlandse politiek waarin ‘de joden’ domineren. Wie jood is wordt ook in dit geval bepaald door de spreker. Zelfs VVD-fractieleider Van Aartsen wordt in de brief als jood beschouwd, ook al is hij dan van protestantse huize. (Ook De Telegraaf en Nova worden door radicale moslimjongeren als joden geïdentificeerd). Met enkele citaten wordt geprobeerd om de slechtheid van de Joden te bewijzen. Slecht is uiteraard ook de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, die wel jood is. Hem wordt verweten een ideologie aan te hangen “waarin Joden tegen niet-Joden mogen liegen” om hen te misleiden. Mohammed B. wil net als alle andere fundamentalistisch-islamitische terroristen de wereld zuiveren van alle onreinheden.

  3. Doodvonnis: discussie gesloten
    Hidjra
    Het tweede deel van de naam van deze extremistische beweging is Hidjra. Het woord verwijst naar het vertrek van de profeet Mohammed uit het heidense Mekka naar de stad Medina. De les die daaruit getrokken wordt is dat moslims beter niet tussen ongelovigen kunnen wonen. Wie dat wel doet moet zich volledig van hen isoleren. Moslims mogen uitsluitend volgens de teksten van de islam leven. Elke interpretatie van die teksten moet als godslastering worden aangemerkt en bestreden.
    De brief aan Hirsi Ali weerspiegelt de extremistische ideologie van de Takfir Wal Hidjra. “Volgens deze extremistische ideologie mogen afvallige moslims, die partij kiezen voor de vijanden van de islam, worden gedood. De brief bevat een duidelijke waarschuwing aan het adres van moslims voor de afschuwelijke gevolgen van het heulen met de vijand” [Minister Remkes van binnenlandse zaken, in brief aan Tweede Kamer]. ‘Takfir’ betekent dat je anderen tot kafir (ongelovige) verklaart. Wanneer een moslim van zijn geloof afvalt of niet zuiver genoeg is in de leer, staat hierop de doodstraf.

    Hirsi Ali is een afvallige, een ongelovige die op de dag des oordeels slechts “verschrikkelijke martelingen en kwellingen” te wachten staat. “U heeft met al deze vijandelijkheden een boemerang losgelaten en u weet dat het slechts een kwestie van tijd is voordat deze boemerang uw lot zal bezegelen.” Mohammed B. wil dit onvermijdelijk lot een handje helpen.

    Aanvallen op de islam zullen ‘het vuur van het geloof’ slechts aanwakkeren. En Hirsi Ali zal zichzelf op de islam stukslaan. De ‘ongelovige fundamentalisten’ zijn zelf met de strijd begonnen. Voor de onrechtplegers zal er geen genade zijn. “Slechts het zwaard wordt tegen hen opgeheven. Geen discussie, geen demonstraties, geen optochten, geen petities: slechts de DOOD zal de Waarheid van de Leugen doen scheiden.”

    En Hirsi Ali zal niet alleen ten onder gaan, alle ongelovigen in Amerika, Europa en Nederland zullen door de islamitische vloedgolf worden weggevaagd. Zij worden vernietigd door ‘het zwaard van het verenigend geloof’ (Saifu Deen alMuwahhied). De islamitische eenheid —in het Arabisch Tawheed genoemd— zal in alle landen zegevieren.

Daarmee was het oordeel geveld. En Mohammed B. zou het stoutmoedig ten uitvoer brengen. Hij nam afscheid van zijn eigen leven. Zijn laatste daad in het hiernumaals zou hem de eeuwige roem van het martelaarschap brengen. Zijn politieke moord verliep echter niet helemaal volgens plan. Van Gogh was dood, maar de martelaar in spe overleefde zijn geënsceneerde zelfmoordactie. De politie schakelde hem uit door een schot in zijn been. Zo ging het beoogde martelaarschap aan Mohammed B. voorbij. In plaats daarvan maakte hij van Van Gogh een martelaar.

Mohammed B. had de geschiedenis in willen gaan als redder en verdediger van de islam. Zijn daad had echter alleen maar tot gevolg dat de toch al grote argwaan tegenover de islam werd aangewakkerd en wraakaanslagen werden gepleegd op moskeeën en islamitische scholen. In zijn open brief aan Hirsi Ali had Mohammed B. gebeden: “schenk ons de dood om ons te verblijden met het martelaarschap”. Maar Allah —in wiens naam hij meende te handelen— was hem niet welgezind. Zijn beoogde enkele reis naar de luxe-afdeling van het islamitische paradijs ging aan zijn neus voorbij.

Saifu Deen alMuwahhied
Al vanaf augustus was Mohammed B. van plan om in actie te komen. Vanaf die maand introduceerde hij een nieuw pseudoniem voor de geschriften die hij op internet publiceert. De open brieven aan Wilders, Aboutaleb, de islamitische jeugd, de imams en het Nederlandse volk die hij vanaf de tweede helft van augustus schreef, ondertekende hij niet meer met ‘Abu Zubair’, maar met ‘Saifu Deen alMuwahhied’. Deze schuilnaam gebruikte hij ook voor de ‘Open brief aan Hirshi Ali’ die hij in het lichaam van Theo van Gogh spietste. Saifu Deen alMuwahhied betekent letterlijk ‘zwaard van het verenigend geloof’. Het is ook de naam van een fundamentalistische groep uit Noord-Afrika die in de Middeleeuwen een deel van Spanje veroverde. Het was een buitengewoon mystieke vorm van de Islam die zich richtte tegen stedelijk verval (zoals slijterijen, dansende meisjes, en andere ‘verleidingen van verval’) met wortels in het Berbers nationalisme.

Gruwelbeelden
Justitie had haar handen vol aan al het extremistisch materiaal dat bij Mohammed B. werd aangetroffen: cd-roms met foto- en filmmateriaal en zijn geschriften. In zijn woning in de Amsterdamse Marianne Philipsstraat werden 150 geschriften gevonden; in het huis van zijn ouders werden dertig diskettes en geschriften van Mohammed B. aangetroffen. Het meest opvallend aan de documenten is volgens officier van justitie Frits van Straelen de ongekende hoeveelheid gruwelijke en soms gedetailleerde beelden van onder meer executies, onthoofdingen, ophangingen, amputatie van ledematen en andere vormen van marteling [Van Straelen, Officier van Justitie, in: Juridisch Dagblad].

Afscheidsbrieven
Mohammed B. schreef meerdere afscheidsbrieven. Naast zijn ‘Open brief aan Hirshi Ali’ schreef hij afscheidsbrieven aan zijn familie en geestverwanten. In de brief aan zijn familie schrijft hij: “Wanneer je deze brief ontvangt, zal ik tegen die tijd als shahied [=martelaar] zijn gevallen. [...] Denk aan jullie eigen dood als jullie mijn lichaam zien. Gebruik jullie tranen dus voor julliezelf.” Hij geeft daarin een schets van zijn eigen ontwikkeling: “Het is jullie niet ontgaan dat ik sinds het overlijden van mijn moeder veranderd ben.” Daarna begon zijn zoektocht naar “de waarheid”. “Ik heb ervoor gekozen om mijn plicht tegenover Allah te vervullen en mijn ziel in te ruilen voor het Paradijs.” Hij betreurt het dat hij de kloof met zijn eigen familie niet kon overbruggen: “Ik heb vaak naar manieren gezocht om jullie op de waarheid te wijzen, maar op de een of andere manier was het steeds alsof er een muur tussen ons stond.” In zijn afscheidsbrief gaat Mohammed B. ook in op praktische zaken. Zo wil hij geen autopsie op zijn lichaam en wil hij ook geen organen beschikbaar stellen. Zijn huisraad (soepkommen, borden en een bezem) laat hij aan zijn familie na.

In zijn afscheidsbrief aan zijn geestverwanten draagt hij hen op om zijn religieus-politieke geschriften te verspreiden. Hij waarschuwt hen daarbij voorzichtig te werk te gaan. Hij vreest dat bij de verspreiding van sommige teksten “alle broeders en zusters (denk ik!) problemen krijgen”. Dit zou met name gelden voor “de brief aan Nederland”. In deze ‘Open brief aan het Nederlandse volk’ van vóór 12 augustus 2004 kondigt Mohammed B. ongerichte terreurdaden in openbare gelegenheden aan:

    “De duistere wolken van de dood pakken zich samen boven uw land. Bereidt u dus voor op datgene waar u nooit op voorbereidt kunt zijn. De dood en martelingen van onze broeders en zusters zult u met uw eigen bloed moeten aflossen. U bent overal een doelwit geworden: in de tram, bus, trein, winkelcentrum enz. Het zal slechts een fractie van een seconde wezen en u zult zich tussen de dood bevinden. De ondraagelijke stank van de dood zal uw maag ondersteboven doen keren. U zult zichzelf onder de ingewanden en stukken vlees vinden. U zult de pijn van verlies en de pijn van verminking proeven. Mocht de dood u respijt geven dan zal de tijd voor u blijven stilstaan en zult u de gebeurtenis steeds opnieuw herleven. Het leven zal voor u in een Hel veranderen en u zult pas rust kennen als onze broeders en zusters dat ook kennen.”
De aangekondigde bloedige terreurdaden tegen de Nederlandse bevolking worden gerechtvaardigd met de overweging dat de Nederlandse regering Amerika steunt in haar strijd tegen de islamitische gemeenschap en hulp geeft aan Israël. Omdat het Nederlandse volk de regering heeft gekozen, is het ook verantwoordelijk voor de daden van de regering (“onder regie van de Zionistische Joden”). Hij plaatst zijn voornemens tegen de achtergrond van “de gezegende elfde september”.

Voorzover bekend is deze afscheidsbrief nooit in het bezit van zijn broeders gekomen [1: Officier van Justitie, 2: NRC 20.4.2005, 3: Peters 2005].

Tsjetsjeense connectie
Op de afscheidsbrief van Mohammed B. werd de vingerafdruk gevonden van de Tsjetsjeen Bislan Achmedovich Ismailov (26), die in 2001 als vluchteling naar Nederland kwam. Op verzoek van de Nederlandse autoriteiten werd hij op 18 mei 2005 op straat aangehouden in de Franse stad Tours. Hoewel justitie geen verklaring kon vinden voor zijn vingerafdruk op de afscheidsbrief die Mohammed aan zijn familie schreef, werd hij op 25 juli weer vrijgelaten. De FBI verdenkt Bislan —en zijn oom Borz Ali I.— van wapenhandel, witwassen en het financieren van Tsjetsjenië-gerelateerde terroristische groeperingen. Momenteel zit Bislan I. vast in Frankrijk.

Van zijn landgenoot Murad J. (33) werden vingerafdrukken gevonden op een hoesje van een cassettebandje uit de woning van Mohammed. Murad was in 1997 als vluchteling naar Nederland gekomen. Hij en Mohammed B. kenden elkaar al langere tijd (zo blijkt uit emailcontacten) en Murad verklaarde dat hij meerdere malen bij Mohammed thuis is geweest en ook contacten had met andere leden van het Hofstadnetwerk. Murad wordt op 19 april 2005 in zijn woning in Schiedam gearresteerd. In zijn woning wordt een grote hoeveelheid jihadistisch materiaal aangetroffen: filmpjes over aanslagen, handboeken voor het maken van explosieven, instructies voor het ondergaan van politieverhoor, en geschriften van ‘Abu Zubair’. Murad wordt begin juli weer vrijgelaten [NRC 27.7.05].

Tijdens het proces tegen Mohammed B. werd duidelijk waarom dit gebeurde. In zijn requisitoir zegt officier van justitie Van Straelen. “In elk geval is geen bewijs gekomen dat Murad of Bislan de moord op Van Gogh zou hebben medegepleegd of dat zij de verdachte hierbij behulpzaam zijn geweest.” Het was bekend dat er operationele verbanden bestaan tussen Tsjetsjeense organisaties en Al Qa’ida. Maar van een connectie tussen de Hofstadgroep en Tsjetsjeense terreurorganisaties was niets bekend.

Index Islamitische Tawhid Brigades

Jihaddreiging van Islamic Tawhid Brigades Internet wordt gebruikt om terroristische aanslagen op te eisen. Het lijkt een mode te worden die zich over de hele wereld verspreidt. De achterliggende strategische logica is op het eerste gezicht simpel: verdeel je vijand en put haar uit door het vormen van kleine beweeglijke organisaties en netwerken die onder verschillende namen opereren. Hierdoor wordt het voor tegenstanders moeilijker om terroristische cellen op te sporen en te achtervolgen. Hierdoor wordt de effectiviteit van de inspanningen van de veiligheidsdiensten ondergraven [bron].

Een week na de moord op Van Gogh dreigt een tot dan toe onbekende pro-Al Qa’ida groep een reeks aanslagen in Nederland te plegen, als reactie op de bomaanslag op een islamitische school in Eindhoven en de brandstichtingen bij moskeeën in Groningen, Rotterdam en Utrecht. In een op internet gepubliceerde verklaring lanceren de Islamitische Tawhid Brigades [‘Islamic Tawhid Brigades’ of ‘Islamic Tawheed Brigades’] hun dreigementen.

Tawhied: geen andere god dan ...
Het woord Tawhied verwijst naar het eenheidsbeginsel in de islam. Moslims geloven dat er één God is en dat Mohammed zijn profeet is. Voor Moslims is er geen god dan Allah. Het geloof in de Ene en Enige God is het eerste geloofsartikel van de islam. In de koran wordt deze tawhied zeer krachtig uitgedrukt in de soera ‘Al Ichlaas’ (de toewijding). Net als in andere monotheïstische geloofssystemen zoals het judaïsme en het christendom is het grondbeginsel van de islam het geloof in een god als het oppermachtige wezen, als schepper en verzorger van het universum.
De groep eiste in oktober 2004 een aanslag op in Egypte. De bomaanslag in het Hilton hotel in Taba aan de Egyptische Rode Zeekust, vlak over de grens bij het Israëlische Eilat, eiste 34 doden en 200 gewonden. Een van de organisaties die de verantwoordelijkheid voor deze terreurdaad opeiste noemt zich de Tawhid Brigades (ook wel Islamitische Eenheids Brigades).

Al eerder dreigde deze groep om Italië en Nederland aan te vallen als beide landen hun troepen niet uit Irak zouden terugtrekken. “We zijn er klaar voor en we wachten op de juiste tijd om alle Europese staten die troepen naar Irak hebben gezonden te laten sidderen en we adviseren de Nederlanders hun troepen uit Irak terug te trekken, anders dragen we geen verantwoordelijkheid voor wat er gaat gebeuren” [medio aug, 2004]. De groep waarschuwt ook de Italiaanse premier Berlusconi: “u heeft de soldaten van de islam getart, dus kunt u een islamitische aardbeving verwachten.”

De islamitische terreurgroep al-Tawhid wa al-Jihad staat onder leiding van Abu Musab al-Zarqawi, hoofd van ‘Al Qa’ida in Tweestromenland’. Al-Zarqawi regisseert zijn aanslagen in Irak in nauwe samenwerking met Osama bin Laden.

Index DeBasis

Op 9 november wordt een nieuwe jihad-site in de digitale lucht gebracht. Als redactie van de MSN-site DeBasis —Nederlands voor Al Qa’ida— wordt een illuster gezelschap opgevoerd: Mohammed B., Samir A. en Jason W. Achter de site gaat -volgens GeenStijl- Abdullah Bergkamp schuil, een jihadstrijder met een zwak voor voetbal. De site bevat documenten, video’s, foto’s, brieven en verhalen waarin de gewelddadige jihad onomwonden wordt gepropageerd. De maker van de site is bekend met de leden van de Hofstadgroep en weet dat Abu Zubair een schuilnaam is van Mohammed B. en dat hij de vertaler is van het boek De ware moslim. In de door Mohammed B. geschreven inleiding van dit boek wordt Balkenende opgeroepen om zelf maar te integreren, in de islam, of anders af te treden. “De geest van Jihaad waart over de aarde.” De moslimorganisaties die zich in Nederland opwerpen als de belangenbehartigers van de islam worden als “het grootste kankergezwel” gediagnosticeerd. Op DeBasis staan tien teksten van de hand van Mohammed B. Naast zijn op het lichaam van Van Gogh gestoken openbare brief aan Hirsi Ali en zijn in sinterklaasrijm geschreven ‘testament’ staat er onder andere de eveneens gedeeltelijk in dichtvorm geschreven tekst Millat Ibrahim.

In Excuses en nog meer excuses wordt de vraag opgeworpen “Hebben wij voor jihaad een leider nodig?”

Voor het antwoord op de vraag wordt verwezen naar Ibn Qudamaah: “De afwezigheid van een moslimleider mag niet als excuus gebruikt worden om afstand te nemen van jihaad.” Er worden historische voorbeelden aangehaald waaruit blijkt dat men ook zonder moslimleider jihad kan voeren. “Vandaag de dag is het zelfs zo dat er al een groep uit de oemma de wapens heeft opgepakt.” De moehahidien in Tsjetsjenië, Afghanistan, Kasjmir, Irak, Palestina enz. hebben belangrijke leiderscapaciteiten herkend in onze sheikh Osama bin Laden, en amir Mullah Omar. Er wordt zelfs nog enig begrip opgebracht voor mensen die ‘excuses en smoesjes’ verzinnen om niet aan de gewapende jihad mee te doen. Het is immers ‘een hele serieuze zaak’. Maar voor wie “inzicht en wijsheid van Allah hebben gekregen is het belang van jihaad duidelijk, en zij doen hun best om het woord van Allah te verheffen, en zij zijn zowel tevreden met het martelaarschap als de overwinning.”

In het artikel De weg naar waardigheid wordt ingegaan op het negatieve beeld van de islam. “Sommigen doen nog een wanhopige poging om dit te veranderen, en beginnen weliswaar met een goede intentie, maar een verslagen geest een beeld van de Islam te vormen wat toch enigszins acceptabel overkomt voor de westerlingen.” Maar dit is niet de goede oplossing. “De Islam ... kan zich niet aan de ideeën van de mensen aanpassen, maar de mensen moeten zich aanpassen aan de manier van leven die door Allah is geopenbaard.” De oorzaak van het negatieve beeld van de Islam “ligt in het feit dat de vijanden van de Islam het voor het zeggen hebben in de wereld” en die zeggenschap “hebben zij door middel van oorlog verkregen”.

De oplossing is nu duidelijk: “Het zwaard, en het zwaard alleen! We hebben de keuze om te leven met waardigheid of in vernedering. Als wij in waardigheid willen leven dan moeten wij ons wijden aan de strijd op de weg van Allah.” Er moet gestreden worden tot er geen ongelovige meer is en de godsdienst aan Allah behoort [zie hfst. 2 vers 193].

groups.msn.com/Nlmaroc
Men zou denken dat de websites die aan het Hofstadnetwerk zijn gerelateerd en die de gewelddadige jihad in Nederland propageren inmiddels uit de lucht zijn gehaald. Toch is het tegendeel het geval. Er zijn nog diverse sites waarin uitvoerige legitimaties worden gegeven voor de gewelddadige jihad in Nederland en waarin regelrecht en met grote overtuiging wordt opgeroepen om de ‘vijanden van de islam’ te vermoorden.

Een duidelijk voorbeeld daarvan is de —inmiddels opgeheven— site groups.msn.com/Nlmaroc. Het is naast andere een van die sites waarin ‘Abu-Qubaydah’ omstandig uitlegt dat elke moslim verplicht is “om degene die de profeet uitscheld, Moslim of kafir, te doden”. Wie dit nog niet begrijpt krijgt een simpele vertaling: “Wij zijn terroristen en het terrorisme is verplicht. Zodat het Westen en het Oosten weet dat we terroristen zijn, en dat we angstaanjagend zijn.” Of als men het nog korter wil: “Dus terrorisme is verplicht in het geloof van Allah.”

Zuiverder en gewelddadiger kan geloof in de superioriteit van het eigen geloof nauwelijks worden verwoord. Levensbedreigende godsdienstwaan. Regressie tot voor-middeleeuwse gebruiken en vooroordelen. Een ideologie waarin de ‘menselijke wetten’ ondergeschikt worden gemaakt aan de uit de Koran afgeleide basisprincipes van een islamitische rechtsstaat waarin de Sharia heerst. Dat is een ‘rechtsstaat’ waarin geen plaats is voor anders- of niet-gelovigen, en zeker niet voor afvalligen van het ware geloof. Zo’n staat wordt geschraagd door mensen die “er alles aan moeten doen om het goddelijk gezag op aarde te vestigen”. Een beroep op ‘hun’ democratische of rechtssysteem is volledig uit den boze; hiermee “zouden wij hun gezag accepteren”. Wie het gezag van democratische overheden of burgerlijke rechtssystemen accepteert is geen moslim meer. Allah weet het uiteraard ook op dit punt altijd beter. “Dit is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen beseffen het niet” [Joessoef 12:40].

Om hen dit besef in de hoofden te prenten zijn gewelddadige aanslagen op ongelovigen en afvalligen gerechtvaardigd, en zelfs verplicht. Wie daar niet met gespierde teksten van overtuigd is, moet maar eens kijken naar het foto- en videomateriaal dat op deze en vergelijkbare sites wordt gepresenteerd. Het zijn verontrustende, bloedige en afschuwelijke beelden waarin het lijden van de internationale moslimgemeenschap op indringende wijze aan de orde worden gesteld.

Er waren diverse Nederlandse jihad-sites te vinden bij de MSN-groepen. Zij komen en gaan en waren soms maar enkele dagen in de lucht.
  • DeMohammedB-groep †
  • nlboeken †
  • Al-jihad4ever †
  • Fisabilillah †
  • al-fadjr †
  • Moslims in Limburg †
  • ZustersfieDienLimburg †
  • SiratElMustakiem †
  • NederlandseMoslims †
  • Tetouan †
  • Alforqaan †
  • deoase">De Oase †
  • Op Allah’s weg

Jama'at Al-Tawheed Wal Jihaad
Logo van Jama'at Al-Tawheed Wal Jihaad

Index Een terroristisch netwerk

Op 3 en 4 november 2004 maakt Hendrikus Lodder, inspecteur van politie en teamleider van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid van de Politie Regio Utrecht twee processen verbaal op met een van zijn informanten [verbaal 1, verbaal 2a, verbaal 2b]. Hij kreeg van hem belangrijke informatie over de moordenaar van Van Gogh. Zijn informant vertelt dat er een videoband bestaat van Mohammed B., waarop hij zegt Theo van Gogh te hebben gedood en martelaar te zijn geworden.

De politieman vindt zijn informant betrouwbaar. Het is een belangrijke aanwijzing dat Mohammed B. de moord niet in zijn eentje heeft voorbereid.

Mohammed B. was geen verdwaasd individu die zijn daad zelf uitdacht en uitvoerde. Hij was ook een eenzame wreker, maar tegelijkertijd onderdeel van een radicaal-islamitisch netwerk dat door de AIVD de ‘Hofstadgroep’ werd genoemd. De jonge mannen en vrouwen die vastzitten op verdenking van deelname aan het terreurnetwerk blijven in ieder geval tot eind september 2005 in hechtenis. Zij worden er allen van verdacht deel uit te maken van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. Hun onderlinge contacten en het bijwonen van huiskamerbijeenkomsten bij onder andere Mohammed B. zijn hiervoor belangrijke aanwijzingen. Een deel van de verdachten rechtvaardigt geweld voor het geloof en was betrokken bij het produceren en verspreiden van geschriften en opnames die dat extreme geweld verheerlijken. Een paar verdachten waren betrokken bij het ronselen van mensen voor de jihad. Drie van hen —Ismail A., Jason W. en uiteraard Mohammed B.— hebben zich daadwerkelijk schuldig gemaakt aan extreem geweld.

Op 7 februari 2005 worden vier van de twaalf personen die worden verdacht lid te zijn van de Hofstadgroep aan de rechter voorgeleid (Afbeelding: ANP).

Index Ahmed H. — computerbrein en bankier

Op de avond van de moord op Theo van Gogh werd al een van de centrale figuren van de Hofstadgroep door de politie gearresteerd: Ahmed Hamdi (26), alias Nord Holla. Hij werd gearresteerd bij het woonadres van Mohammed B. in de Amsterdamse Marianne Philipsstraat, waar hij ook verbleef. De veiligheidsdienst beschouwde hem sinds een jaar als centraal figuur binnen het netwerk. Net als Mohammed B. wordt hij verdacht van samenspanning om Van Gogh, Hirsi Ali, Geert Wilders en anderen te vermoorden.

Werken op Schiphol
Schiphol is bij de leden van de Hofstadgroep een populaire plek om te werken. We hebben eerder gezien dat Mohammed B. al in 1998 solliciteerde op een functie als bewaker bij een beveiligingsbedrijf. Door een negatief advies van de politie werd op het laatste moment voorkomen dat hij op Schiphol kon beginnen.

Zakaria Taybi, een vriend van Mohammed B., was al als schoonmaker aangenomen door een bedrijf op Schiphol (ISS Aviation) maar kreeg op 26 augustus 2002 een negatief advies van de AIVD. De dienst voerde een veiligheidsonderzoek uit, omdat hij naar een vertrouwensfunctie solliciteerde. Hij zou toegang krijgen tot extra beveiligde ruimtes van de luchthaven. De AIVD weigerde een ‘verklaring van geen bezwaar’ af te geven. “De verdenking van diefstal onder verzwarende omstandigheden, gepleegd op 4 maart 2001”, was voor de AIVD reden genoeg voor de afwijzing. In 2003 vertrok Zakaria samen met Jason W. naar een terroristisch trainingskamp in Pakistan.

Ook bij Ismail A. werden sollicitatiebrieven gevonden voor een functie op Schiphol [ND, 13,08.13].

Ahmed H. werkte in de taxfreezone van Schiphol Plaza. De huisgenoot van Mohammed B. verzamelde op zijn laptop ook krantenartikelen over het plegen van aanslagen op Schiphol. Volgens de justitie is hij het ‘computerbrein’ van de Hofstadgroep. De beheerder van de MSN-groep Muwahhidin/Dewaremoslims maakte gebruikte van de computer die in het huis van Achmed stond.

Ahmed H. hield zich ook bezig met financiële zaken voor de groep. In de zomer van 2004 probeerde hij geld over te maken naar een lid van de groep dat naar Portugal was afgereisd. Deze transactie werd geblokkeerd door de Verenigde Staten, waar Ahmed H. op een freeze list staat. Internationale veiligheidsdiensten waren bang dat leden van de groep een aanslag wilden plegen rondom het EK voetbal in Portugal.

In oktober 2003 viel justitie binnen in de woning van Ahmed H. in Amsterdam-Noord. Hij woonde daar toen met vrouw en twee kinderen. Hij werd door de politie alleen gehoord als getuige in het kader van het onderzoek naar voorbereidingen voor een terroristische aanslag door Samir A., die gezien werd als prominent figuur binnen de Hofstadgroep. Ahmed H. verklaarde toen dat leden van de groep bij hem thuis gebruik maakten van internet.

Later zou blijken dat Ahmed H. een van mensen was naar wie een mol binnen de AIVD geheime informatie heeft gelekt over het Hofstad-onderzoek van de dienst. Op 1 november maakt Ahmed H. samen met Rachid Bousana en Mohammed B. een wandeling bij de Sloterplas in Amsterdam. Zij voeren lange gesprekken en luisteren via een mp3-speler naar koranteksten. Als zij later bij Mohammed B. thuis komen, voegen zich ook Jason W. en Ismail A. bij het gezelschap.

Ahmed verklaarde tegenover de politie dat hem nooit iets heeft gemerkt van de voorbereidende handelingen van zijn huisgenoot Mohammed B. Hij heeft nooit de messen, patronen of het vuurwapen van Mohammed gezien in de bijzonder kleine woning waar zij samen woonden.

Index Rachid Bo. + Mohammed el B. + Zine Labidine A. + Mohammed el M.

Op 2 november worden rond de Marianne Philipsstraat 27 nog drie andere vrienden van Mohammed B. gearresteerd. Rachid Bousana (26) is een oude jeugdvriend van Mohammed B. Hij raakte onder de indruk van de religieuze kennis die Mohammed B. in anderhalf jaar tijd heeft verworven. Hij bezocht regelmatig de huiskamerbijeenkomsten, “omdat Mohammed veel meer van het geloof weet dan ik.” In het weekeinde voor de moord kreeg hij van Mohammed B. vier enveloppen, die hij moest afgeven “als er iets met hem mocht gebeuren.” Op de avond voor de moord op Van Gogh had hij samen met Ahmed H. een ontmoeting met Mohammed B. Op 22 december 2005 werd zijn hechtenis opgeheven, omdat de straf die hij opgelegd kon krijgen niet langer was dan zijn voorarrest. Met Mohammed el B. had Mohammed B. contact over ‘religieuze zaken’. Hij werd gearresteerd toen hij bij de woning van Mohammed B. aanbelde.

Ook Zine Labidine A. —alias ‘Abu Ismail’, ‘Laarbi’ en ‘Abu Yusuf’— wordt opgepakt omdat hij op de dag van de moord ‘toevallig’ bij Mohammed B. op bezoek kwam. Hij wilde Mohammed B. vragen om imam te zijn bij het ‘nikah’ huwelijk met zijn tweede vrouw, Oum Osama (moeder van Osama). Zij was een leerlinge van Nouriddin el F. en ontpopte zich tot een fanatieke moslima, een ‘droomzuster’ die wijze woorden kon spreken. Zine is een 26-jarige Marokkaan die sinds zes jaar illegaal in Nederland woont. Hij werd door veel zusters een ‘erg mooie jongen’ gevonden, maar de broeders twijfelden aan zijn rechtheid in de leer en vonden hem te macho. Bovendien was hij in 2003 al volgens de islamitische recht getrouwd met Oum Youssef (die in mei 2005 een tweede kind van hem kreeg). De broeders —waaronder Ismail A.— probeerden Oum Osama nog om te praten, maar zij hield voet bij stuk. “Als wij niet voor elkaar bestemd zijn, zal Allah het niet door laten gaan.” Toen zij later hoorde dat Van Gogh die ochtend was doodgeschoten, zei zij: “Het is een mooie dag, Van Gogh vermoord en ik ga trouwen.” Allah had kennelijk toch een andere bestemming voor haar. Samen met een paar andere broeders en zusters zorgde zij ervoor dat het gedachtegoed van Mohammed B. via e-mail en internet wordt verspreid, en dat de koranlessen aan leeftijdgenoten wordt voortgezet [Volkskrant 25.7.05]. Zine werd in oktober 2003 ook al eens gearresteerd, maar moest direct weer worden vrijgelaten.

Een vader met een vraagteken
Zine Labidine is onderdeel van het netwerk van de Hofstadgroep. Als illegaal moet hij leven van leningen van zijn vrienden. Hij is vaste bezoeker van de bijeenkomsten bij Mohammed B., werkte in 2004 in het Schiedamse belhuis waar Abu Khaled zijn eerste cursussen gaf, woonde tijdelijk bij Jason W. in diens huis in het Haagse Laakkwartier, komt geregeld in het internetcafé aan de Amsterdamse Willem Nakkenstraat, en kent vele leden van de Hofstadgroep uit de El Tawheed-moskee. Hij werd op 2 november opgepakt, toen hij de Hijra-moskee verliet.

Toen Oum Youssef in mei 2005 beviel van haar tweede kind, vroeg Zine via zijn advocaat tevergeefs of hij bij de bevalling aanwezig mocht zijn. Bij binnenkomst van de rechters stond Zine onmiddellijk op en beantwoordde netjes hun vragen. Sommige broeders en zusters zagen dit als een bevestiging van hun wantrouwen in de zuiverheid van zijn overtuiging. Hij toonde immers respect voor de wetten van de ongelovigen. Mohammed B. had al eens met zijn vinger een vraagteken in de lucht getekend, vlak voor het gezicht van Zine.

Tijdens de pro-formazitting verklaarde Zine dat hij tegen geweld en terrorisme is en dat hij geen wrok koestert tegen Nederland. “Ik ben niet gediscrimineerd.” Hij ontkende dat er sprake was van een georganiseerde groep. “Ik was bezig met mijn gezin” [Volkskrant 25.6.05]. . In een afgeluisterd telefoongesprek met zijn ouders zei hij: “Ik zat er wel middenin, maar ik heb niks gedaan.”

Na de vierde pro-formazitting [22 september 2005] werd het voorarrest van Zine Labidine door de rechtbank opgeheven. De op te leggen straf dreigde bij hem korter te worden dan de tijd die hij in voorarrest zou verblijven. Omdat hij als illegaal in Nederland verblijft, werd hij na zijn vrijlating overigens onmiddellijk weer vastgezet.

De volgende dag wordt een andere belangrijke figuur binnen het Hofstad-netwerk aangehouden: Mohammed el Morabit (24). Hij reisde eerder samen met Nouriddin El Fahtni naar Portugal. In zijn woning worden verdachte scheikundige formules aangetroffen. Gezien de ‘vreemde stoffen’ houdt justitie rekening met de mogelijkheid dat er kwade opzet in het spel is.

Naar aanleiding van deze arrestatiegolf werd de vraag opgeworpen hoe het mogelijk was dat er plotseling wel extremistische islamieten konden worden opgepakt. De inlichtingendiensten wachten bij niet-urgente situaties meestal met ingrijpen om maar zoveel mogelijk informatie te vergaren. Het dilemma is bekend. Te vroeg ingrijpen betekent veelal dat terroristen worden opgepakt maar wegens gebrek aan bewijs weer snel worden losgelaten. Ingrijpen vlak voor een gepland misdrijf wordt begaan kan betekenen dat men te laat is.

Index Belegering in het Haagse Laakkwartier

Speciale veiligheidseenheden in actie op de daken van het Haagse Laakkwartier in november 2004. Foto ANP. Speciale veiligheidseenheden in actie op de daken van het Haagse Laakkwartier in november 2004. Foto ANP.
Na een urenlange belegering werden op woensdag 10 november Ismail A. en Jason W. in het Laakkwartier in Den Haag gearresteerd. Zij worden verdacht van “samenspanning tot moord met een terroristisch oogmerk” (niet op Van Gogh, maar op de Kamerleden Hirsi Ali en Wilders en op de Amsterdamse burgemeester Cohen en wethouder Aboutaleb). Jason W. en Ismail A. werden al afgeluisterd, hun telefoon werd afgetapt en de Nationale Recherche hield hen met camera’s in de gaten.

Des te opmerkelijker was dat het arrestatieteam van de regiopolitie Haaglanden onvoldoende informatie kreeg. Volgens de korpschef van Haaglanden wist het arrestatieteam alleen dat de mannen “zijdelings met terrorisme te maken hadden”. Burgemeester Deetman hekelde tegenover de Haagse gemeenteraad het gebrek aan ‘optimale informatiedeling’ van de inlichtingendienst. De Nationale Recherche, het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie en de AIVD houden echter vol dat zij hebben laten weten dat Jason W. een “onberekenbare gek” is, dat er wapens in het huis waren en dat beide mannen een jihadtraining in Pakistan hadden gehad.

Index


Ismail A. — Tot mijn laatste adem blijf ik hier
Ahmed Ismail A. (22) —alias Suhaib— heeft net als Jason W. de Nederlandse nationaliteit en was bij de AIVD bekend als kopstuk van de Hofstadgroep. Hij is een Nederlandse Marokkaan die in 1982 in Amsterdam geboren werd in een gezin van elf kinderen. Volgens zijn buren was Ismail al van jongs af een moeilijke jongen. Hoewel hij goed kon leren was hij zo onhandelbaar dat hij van het ROC Amsterdam werd gestuurd. Zijn ouders lieten hem daarna een religieuze studie in Syrië volgen. Later ging hij werken bij het kabelbedrijf UPC en bij O2. Hij begon zich steeds nadrukkelijker te profileren als orthodoxe moslim. Soms stond hij met geestverwanten in het portiek de koran te reciteren [NRC 15.11.04].

In 18 oktober 2003 werd hij samen met zijn vriend Samir A. gearresteerd. Na zijn training in Pakistan vloog hij op 11 september 2003 terug naar Nederland. De AIVD luisterde zijn telefoongesprekken af; zij hoorde dat hij door ‘de emir’ was teruggestuurd “om een wedstrijd te spelen”. Volgens de politie ging het daarbij niet om een taekwandowedstrijd, zoals Ismail kort na zijn arrestatie zei, maar om een aanslag. Kort na zijn terugkeer in Nederland reisde Ismail door naar Barcelona, waar hij contact had met de Marokkaan Abdeladim Akoudad, alias ‘Naoufel’ (die op 14 oktober 2003 werd aangehouden vanwege zijn rol bij de bomaanslagen in Casablanca in mei van dat jaar).

Evenals Jason W., de tweede arrestant in de Antheunisstraat, wordt hij verdacht van lidmaatschap van een terroristische organisatie, het beramen van aanslagen op Hirsi Ali en Wilders en poging tot doodslag op vier agenten.

Net als zijn strijdgenoot Jason W. wilde Ismail tijdens de belegering van geen opgeven weten. “Overgeven? Dat nooit. Tot mijn dood, tot mijn laatste adem blijf ik hier.” In een telefoongesprek met zijn moeder vertelde Ismail: “Wij hebben een van hen gedood. Wij hebben bommen. Wij gaan deze woning, deze wijk laten exploderen.”

Na zijn arrestatie belandde hij in de penitentiaire inrichting De Schie in Rotterdam. Op 13 april 2005 werd hij daar opgezocht door Samir A., die op 6 april was vrijgesproken. In de gevangenis wist Ismail al snel een enthousiaste aanhang te verwerven. Ismail werd door hen tot in het extreme vereerd, zeggen zijn bewakers. “Ze kusten letterlijk zijn voeten.” Omdat hij in de gevangenis medegedetineerden probeerde te werven voor de jihad werd hij overgeplaatst naar een ander huis van bewaring in Nijmegen.

Index


Jason W.: allemaal afslachten en dromen over slavinnetjes
Jason W. is 19 jaar oud en heeft als strijdnaam ‘Abu Mujahied al Amrikie’. Hij heeft zowel de Amerikaanse als de Nederlandse nationaliteit. De ouders van Jason gaan uit elkaar als hij nog klein is. Zijn vader is een Amerikaanse soldaat die gestationeerd was op de vliegbasis Soesterberg. Nadat hij is afgezwaaid, raakt hij aan de drank en wordt hij opgenomen in een ontwenningskliniek. Jason’s moeder is een Nederlandse, die nauwelijks vat heeft op haar kinderen. Op 14-jarige leeftijd bekeert Jason zich tot de islam en wordt al snel fanatiek. Jason voltooit zijn VWO-opleiding en studeert arabistiek en islamologie aan de universiteit van Leiden. Hij laat zich ondermeer inspireren door het gedachtegoed van de ‘jongeren-imam’ Abdul-Jabbar van de Ven. Jason was een regelmatige bezoeker van de —met Saoedisch geld gefinancierde— Al-Fourkaan Moskee in Eindhoven, waar ook Abdul-Jabbar lezingen hield.

“Jason die was altijd alleen, zat alleen maar in boeken te lezen en studeren. Hij had ook niet echt hobbies. Hij ging altijd voetballen. [...] Maar ja, hij kon niet echt voetballen.” Dat zegt Barry Smith, die een goede vriend is van Jason’s broer Jermaine en die beide broertjes van nabij kent. Jermaine woont twee jaar lang bij hem. Jason’s vrienden kennen hem als een slimme, maar zonderlinge jongen. “Hij had niemand om zijn leven mee te delen. [...] Hij had ook niet iemand om goed mee te praten”, zegt Barry Smith. Jason was alleen [Netwerk 17.11.04].

Jason Warner Op de middelbare school manifesteert Jason zich nog als een fervente verdediger van de Verenigde Staten. Hij tolereert geen kritiek op Amerika. Na zijn bekering tot de islam slaat hij volledig door naar het andere extreem. Het vaderland van zijn alcoholische vader beschouwt hij nu “als leger van ongeloof”. Met zijn vader had Jason geen contact meer — hij leefde al drie jaar gescheiden van het gezin en weigerde elk contact met zijn zoons.

Jason’s snelle radicalisering brengt hem in conflict met zijn moeder en zijn twee stiefzusters. Jason vindt dat de meisjes zich ‘te bloot’ kleden. Hij draagt zelf inmiddels een baard en traditioneel islamitische kleding. In juni 2004 komt het tot een breuk. Zijn moeder verlaat samen met haar dochters uit haar huis in Amersfoort en vlucht naar een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Zij vlucht voor haar beide zoons die haar ‘geestelijk mishandelen’.

De terroristische aanslagen van 11 september 2001 brachten Jason nog veel verder in beweging. Via internet informeert hij zich over het islamistische verzet tegen de Amerikaanse invallen in Afghanistan en Irak. Via internet komt hij ook in contact met militanten van de gewapende jihad. Hij voegt de daad bij het woord en reist af naar een trainingskamp in Afghanistan. Aan zijn vrienden vertelt hij trots dat hij ‘dikke kuiten’ had gekregen van het beklimmen van hoge bergen. Omdat hij de bestemmingsplaats niet kan vinden, wordt hij gearresteerd voordat hij heldendaden kan verrichten. Jason wordt hierdoor alleen nog maar extremer.

Voor de Nederlandse politie was Jason geen onbekende. Op 3 september 2003 vliegt Jason vanuit Jalalabad (Afghanistan) naar Nederland. Op 17 oktober 2003 wordt hij in zijn woning op de Graafdreef in Amersfoort gearresteerd op verdenking van het beramen van een aanslag. De politie vindt op zijn computer belastende documenten, waaronder verslagen van zijn opmerkelijke chatsessies op MSN-Messenger. Drie weken na zijn arrestatie laat de rechter hem wegens gebrek aan bewijs weer vrij. Kort na zijn vrijlating reist hij —samen met Zakaria Taybi (21)— rond de jaarwisseling opnieuw af naar een terroristisch trainingskamp in Pakistan. Vanwege een probleem met zijn visum keert hij —zo merkt ook de AIVD op— vervroegd terug naar Nederland.

Jason had contacten met prominente personen van islamistisch-terroristische organisaties, zoals de aan Al Qa’ida gelieerde Iraaks-Koerdische Ansar Al Islam, waarvan Mullah Kreker de vermoedelijke leider is. Hij kijkt vaak naar extreem-religieuze video’s en heeft speciale belangstelling voor de ‘lessen in onthoofding’. Via internet probeert hij mensen te rekruteren voor de jihad. Geronselde jongeren stuurt hij door naar Samir A., maar deze is niet erg te spreken over de kwaliteit van de rekruten. Zij waren volgens hem niet serieus genoeg. Samir verbiedt Jason nog langer mensen naar hem toe te sturen [chatgesprekken op computer van Jason].

License to Kill
Uit de met encryptie versleutelde chatsessies van Jason W. blijkt hoe vastberaden gewelddadig hij geworden was. Op 19 september 2003 voert hij onder de schuilnaam Mujaheed een gesprek met Galas03, een jongen van 16 jaar die zegt afkomstig te zijn uit Egypte. Daarin zegt Jason: “ik kan moeilijk hier zeggen dat ik naar pakistan ben geweest en daar training heb ondergaan, of niet soms?” Jason vertelt dat hij daar een basistraining heeft ondergaan waarin hij leerde met allerlei wapens om te gaan. Hij suggereert dat het trainingskamp waarin hij zat hoorde bij de extremistische beweging van Maulana Masood Azhar, die vanuit Pakistan aanslagen uitvoert in Kasjmir. Omdat hij een probleem had met zijn visum werd hij teruggestuurd, “maar in de tussentijd ga ik zoveel jongens ronselen om daarheen te sturen”. Hij laat er geen gras over groeien en probeert Galas03 ervan te overtuigen dat hij met hem mee moet gaan naar het trainingskamp in Pakistan. “Kom mee naar pakistan daar gaan ze je helemaal trainen leer met wapens om te gaan, bommen te maken gewoon alles.” Jason schept op over zijn vaardigheid met wapens: “ik kan een kalasnikov geblinddoekt in en uit elkaar halen ook een seminov en al die andere pistolen en geweren.” Hij kan zelfs met pistool een koprol maken en daarna schieten.

Uit het politiedossier blijkt nog iets opmerkelijks: Jason W. ziet Abdul-Jabbar van de Ven als inspiratiebron en als iemand die een religieuze rechtvaardiging —een fatwa— voor aanslagen kan geven. Jason vraagt aan Galas03 of hij Van de Ven wil vragen “of het toegestaan is hier de kufaar [de ongelovigen] te slachten en/of hun rijkdom te stelen”. Volgens Galas03 zei Van de Ven daarover: “Kijk de regering, ministeries, politie enz, hun bloed en bezittingen zijn halal omdat ze openbaar de oorlog met de islam verklaren, maar voordat je iets gaat doen moet je dubbel nadenken wat gebeurt er met de ummah [de islamitische gemeenschap].” Jason W. bedankt hem hartelijk: “Dat is de fatwa die ik nodig had. Nu kan ik elke politie, minister, soldaat, officier e.d. slachten. En beroven.”

Jason is in zijn nopjes met de fatwa van de islamprediker. Hij beschouwt zijn fatwa als een vrijbrief om ongelovigen, afvalligen en onzuiveren in de leer te vermoorden. “Ik heb wat mensen op mijn dodenlijstje, zij gaan er zeker aan.” En hij preciseert: “Wat te denken van hirsi ali, jaap de hoop scheffer, matt herben, balkenende, zalm en al die nep moslims in de partijen, de directie van de nmo [nederlandse moslim omroep].” Het is volstrekt duidelijk wat er met hen moet gebeuren: “Allemaal slachten.” Galas03 suggereert dat er video’s gemaakt moeten worden van die slachtingen: “BOEEEE zeggen, iedereen bang.” Dat bevalt Jason wel: “De onthoofding van de MP op video dat is relaxd.”

Later op de avond, als Galas03 terug is van zijn les bij Van der Ven, wordt de conversatie voortgezet. Jason ziet de fatwa van de islamprediker namelijk ook als een vrijbrief om “alle banken” te beroven. Galas03 had de prediker om raad gevraagd: “ik had gevraagt over bank, bank mag niet...want is niet van ministeries.” Het is een tegenvaller voor Jason, maar hij legt zich er bij neer: “dus alleen overheidsinstellingen”. Maar voor de rest mogen alle overheidsinstellingen worden aangevallen: ministeries, politie, regering, leger, brandweer, ME. Alleen over het stadhuis lijkt Galas03 te twijfelen. Maar voor Jason is dat geen probleem want “stadhuis is regering op gemeete schaal op lokale schaal”. Al mogen er dan geen banken beroofd worden, de financiële instellingen van de overheid zijn wel degelijk doelwit: “we gaan het ministerie van fiancien plunderen dus je mag ook fraude en alles plegen met belasting enzo.” In het openbaar vervoer reed Jason al sinds zijn bekering altijd ‘zwart’. Hij meende dat hij gratis gebruik mocht maken van de diensten van niet-gelovigen.

Van der Ven had Galas03 verteld: “11 september is goed sheik bin Laden is goed Taliban goed en hamas masha Allah ze hebben de eer om tegen de zwijnen en de apen te vechten.” Maar hij had ook gezegd “dat als je hier woont je aan de regels moet houden, als het niet tegen de islam ingaat”.

“Nu is mijn opdracht om zoveel mogelijk jongens mee te nemen [...] Daarom ben ik ook op internet in chatrooms naar extremisten aan het zoeken” [Jason W. tegen Galas03 op 19 september 2003].

Jason heeft nu weliswaar de religieuze legitimatie om overheidsfunctionarissen te doden en te beroven, maar wil dit toch persoonlijk bevestigd zien in een gesprek met de islamprediker zelf. Op 21 september 2003 reist hij naar Almere om Abdul-Jabbar van der Ven te ontmoeten. Een dag later doet hij daarvan verslag in een chatsessie met ‘khb’. Het gesprek met Van der Ven was volgens Jason “heel goed” verlopen. “Hij zegt dat het bloed en bezit van deze regering halal is voor ons. Wij mogen dus de overheid, rijk, regering, leger, marechaussee, politie en andere overheidsinstellingen beroven.” Zijn gesprekspartner vraagt of hij dat wel zeker weet. Maar Jason is er 100% van overtuigd. Hij heeft zijn license to kill.

In de avond van 28 september spreekt Jason met een broeder die zich Webamier noemt. Webamier vind het moeilijk “om standvastig op de weg van Allah te sterven”. Hij kan niet zo goed tegen pijn: “als ik een klap krijg denk ik al houd op enzo maar dat is niet vergeleken met jihad.” Jason vindt dat hij niet zo dom moet praten en dat hij nog niet eens 1 dag getraind heeft. “Nu ben je soft als een mandarijn maar straks...So hard wie Kruppstahl.” Mujaheed Jason beaamt dat hij door een maand basistraining hard is geworden. Als bijkomend voordeel noemt hij de reductie van zijn zwaarlijvigheid: “Ik ben wel flink afgevallen of niet? Wel 25 kilo” [Strafdossier Jason W.]. Volgens oud-medeleerlingen van ’t Hooghe Landt in Amersfoort werd Jason W. op school vaak gepest [Telegraaf 17.11.04]. Niet alleen omdat hij een simpele, wat sullige indruk op zijn klasgenoten maakte, maar ook vanwege zijn gezetheid.

Jason. W. was helemaal voorbereid op zijn martelaarsdood. Voor zijn vertrek naar het buitenland in 2003 schreef hij een afscheidsbrief die eigenlijk gericht was aan zijn moeder. Hij laat haar weten dat hij op weg is gegaan naar “het land van de Jihad”.

Hij schetst zijn eendimensionale wereldbeeld. De moslimgemeenschap wordt van alle kanten —fysiek én ideologisch— aangevallen door “het leger van ongeloof en corruptie onder leiding van Amerika en Israel”. Hun doel is “het uitroeien van Islam” en zij doen dit met bezettingen en massamoorden onder moslims in de hele wereld. Uiteraard bedoelt hij niet de ‘yogurt moslims’ die alleen moslim in naam zijn, maar “de echte moslims zoals bijv. de Taliban en andere groepen die ernaar streven om te regeren met de sharia”.

Als echte moslim vindt Jason dat hij niet kan en mag toekijken wat er allemaal met de moslims gebeurt. Want de profeet heeft gezegd: “Elke moslim is een broeder van een andere moslim. Hij helpt hem, en laat hem niet in de steek.” Jason roept zijn moeder op om niet bedroefd te zijn.

De martelaren zijn levend met hun Heer en zij genieten in het hiernamaals van uitstekende voorzieningen. Zij kunnen vrij vliegen door het paradijs, waar zij maar willen. Volgens een vriend fantaseerde Jason vaak over ‘slavinnetjes’ die hij later zou krijgen.

In de site DeBasis, die na de moord op Van Gogh op internet werd gezet, werd een gedicht van Jason W. gepubliceerd:

Zijn verlangen naar de marteldood zou op 10 november 2004 tijdens een langdurige belegering van zijn woning in de Haagse Antheunisstraat op de proef worden gesteld.

Jason W. had kunnen weten dat hij sinds het voorjaar van 2003 permanent in de gaten werd gehouden. Dat gebeurde ook daadwerkelijk door het Centrum Islamistisch Terrorisme (CIT). Wat Jason echter niet kon vermoeden was dat zijn woning in de Antheunisstraat zorgvuldig door de AIVD was geprepareerd. Het pand was in ruime mate voorzien van afluisterapparatuur. In september 2004 krijgt hij via een tussenpersoon ‘Ed’ deze woning aangeboden [Volkskrant 5.2.05]. Jason trapt in de val en gaat als ‘kraakwacht’ wonen in een door de AIVD afgeluisterd pand. Ook zijn mobiele telefoon wordt afgetapt.

In een afgeluisterd gesprek zegt Jason dat hij niet wist van de moord, maar dat hij meteen aan Mohammed B. dacht, toen hij ervan hoorde.

Op 8 november spreken Jason W. en Ismail A. met een tot nu toe onbekende persoon. Dat gesprek wordt opgevangen door de AIVD. Er wordt een verklaring voorgedragen waarin de aanslag op Van Gogh wordt opgeëist. In het ‘communiqué van de Brigade van Islamitische jihad’ wordt gezegd:

De doelwitten worden opgesomd: de Amsterdamse burgemeester Cohen, zijn wethouder Ahmed Aboutaleb, en met name het Tweede Kamerlid Geert Wilders. Voor Wilders hebben zij iets speciaals in petto. In een tweede conversatie zegt een van hen: “Hahaha. Wij, wij, zijn het groepje van Mohammed B. met Theo van Gogh...”

Op 9 november ontvangt de landelijk terreurofficier een ambtsbericht van het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst. Daarin staat dat uit “een zeer betrouwbare bron” informatie is verkregen over de moorddadige plannen van Jason W. en Ismail A. Het is hoog tijd om in te grijpen. Er is voldoende informatie vergaard.

Als het arrestatieteam van de politie op 10 november zijn woning probeert binnen te vallen, slaat Jason deze aanval af door een aanvalsgranaat in het portiek te gooien. De Joegoslavische M91-handgranaat ontploft en tientallen stalen kogels vliegen het portiek rond. Vier agenten raken gewond en het arrestatieteam trekt zich direct terug als hij een tweede handgranaat wil gooien. Jason is verrukt over zijn stoutmoedige daad, begint te juichen en schreeuwt: “Kom maar naar binnen, kankerlijers. Hier heb ik twintig jaar op gewacht.” Hij roept dat hij de woning zal laten exploderen. “Ik hak jullie koppen eraf met een zwaard. En we blazen de hele boel op. We hebben twintig kilo. Kom ons maar halen.” Jason en Ismail hollen driftig heen en weer in het huis. Plotseling verschijnen zij op het balkon. Buurtbewoners horen ze schreeuwen: “Allah Akbar, Allah Akbar.”

Broeders in het geloof
Ook zijn jongere broer Jermaine W. (17), alias Nordin of Nourdin, uit Amersfoort had zich al vroeg tot de islam bekeerd. Hij wordt op 10 november bij een bushalte in Amersfoort gearresteerd. Een speciaal onderzoeksteam speurt in zijn woning in de Sagenlaan in de wijk Schothorst-Noordwerd naar de aanwezigheid van explosief materiaal. Omwonenden worden daarvoor geëvacueerd.
    Op 11 november ontvangt de politie van de adjunct-directeur van de bakkerij Van de Kletersteeg in Leusden waar Jermaine ’s nachts werkte een papiertje met onafgemaakte tekeningen en slecht leesbare krabbels. Het is een nog onuitgewerkt plan om Hirsi Ali als “de hoofdvijand van de islam” tijdens de jaarwisseling te vermoorden. Op 31-12-04 zou zij tijdens het afsteken van het vuurwerk met een religieus mes (zwaard) worden afgeslacht. De trefwoorden ‘Afslachten’ en ‘Pijnlijk’ zijn duidelijk leesbaar. Dat laatste woord is vier keer onderstreept en omkaderd.
    Jermaine W. wordt verdacht van het beramen van een aanslag op Hirsi Ali en van het lidmaatschap van een terroristische organisatie. Maar op 4 mei 2005 wordt hij als eerste van de Hofstad-verdachten vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Van het belastend materiaal dat op zijn computer werd aangetroffen kon niet aannemelijk worden gemaakt dat hij daar zelf verantwoordelijk voor was. Bovendien kwam de polsafdruk die op het briefje uit de bakkerij werd aangetroffen niet overeen met die van Jermaine.

Na zijn vrijlating liet Jermaine via de media weten dat hij van de staat 30.000 euro eist wegens schade die hem zou zijn aangericht. Maar hij zou niet lang van zijn vrijheid genieten. Op 14 oktober 2005 wordt hij opnieuw gearresteerd in verband met een acute dreiging van aanslagen op politici en het gebouw van de AIVD. Jermaine werd aangeklaagd voor het onmogelijk maken van het werk van Hirsi Ali. Uiteindelijk werd Jermaine op 10 maart 2006 door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken. Nadat hij zes maanden gevangen had gezeten als terreurverdachte, zei Jermaine: “De daad van Mohammed is goed geweest. Wie durft nu nog vies over de islam te praten? Niemand! Dat is goed!”

Omdat de AIVD ook zijn mobiele telefoon aftapte is ook de inhoud bekend geworden van het gesprek dat Jason tijdens de belegering voerde met zijn broertje Jermaine. Zij nemen liefdevol afscheid van elkaar. Jason zegt: “Hé, ze zijn er, man (...) zij hebben de deur ingeslagen (...) weet je, wij hebben twee dood gemaakt van hen (...) wij hebben een handgranaat gegooid (...) wij gaan ze doodmaken man (...) Ik ben blij.” Jermaine kan het nauwelijks geloven. Trots vertelt Jason zijn broertje dat hij de agenten echt op de vlucht heeft gejaagd. “Ik zweer het bij Allah, ze zijn hier, de deur is kapotgeslagen, we hebben een handgranaat gegooid en ze zijn weggerend.” Jermaine vraagt hoe het verder moet. En Jason beseft ook dat hij omsingeld is door een overweldigende politiemacht die hem niet met rust zal laten. “Ik weet niet waar ze zijn, ze komen zo meteen, ze bereiden iets voor, weet je, die ongelovigen.”

Het uitgangspunt van het crisisteam is dat de terroristen levend moeten worden aangehouden: “zelfdoding moest worden voorkomen.” Maar Jason lijkt een ander scenario te willen volgen.

Het gesprek tussen de terroristische broertjes moet worden afgebroken omdat het beltegoed van Jason op is. Er is geen weg terug. Het is de Nacht van de Beslissing, Lailat-ul-Qadr. Jason bereidt zich voor op het martelaarschap.

Arrestatie van Jason W. in Antheunisstraat. Arrestatie van Jason W. in Antheunisstraat.
In de nacht van 9 op 10 november worden er nog pogingen in het werk gesteld om de terroristen ervan te overtuigen dat zij zich moesten overgeven. Maar Jason wil van geen wijken weten. Tegen de onderhandelaar van de politie briest hij: “Schiet me maar, schiet me maar. Ik ben de zwarte dood.” Met een samoerai-zwaard maakt hij snijdende bewegingen langs zijn keel. Jason wil oorlog en lijkt bereid te sterven. Rond 6 uur in de morgen worden de onderhandelingen afgebroken. De scherpschutters staan rondom het pand opgesteld en het ambulancepersoneel staat paraat. Om 4 uur in de middag krijgt het beleidsteam van minister Donner de opdracht om de aanval op de twee terroristen te openen. Er wordt traangas in de woning geschoten en Jason en Ismail vluchten naar het balkon aan de achterkant van het huis. Jason vertoont zich met twee handgranaten en een mes in zijn bodywarmer met om zijn hoofd een zwart-wit geblokte sjaal. Ze worden opgewacht door zwaarbewapende leden van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) van het Korps Mariniers.

Een dag later beschrijft Jason zijn versie van de gebeurtenissen. “Op het moment dat ik op het balkon naar buiten kwam werd er door een politieman geschoten. Die agent was opgefokt. Hij was agressief. Hij riep wat naar mij, maar ik hoorde niet wat. Hij stond op een balkon aan de overkant.” Jason wordt getroffen in zijn linkerschouder. Hij loopt via een trapje naar beneden en doet zijn handen op zijn rug. Jason laat het martelaarschap aan zich voorbijgaan en wordt met ontbloot bovenlijf en geblinddoekt afgevoerd. De bekeerling was er niet in geslaagd te sterven voor zijn Goddelijke zaak. Ondanks alle heldhaftige taal en sneuvelbereidheid zou zijn plaats op de eretribune van de islamistische hemel vacant blijven.

De belegering had 14 uur geduurd. “Het is een lange dag geweest”, verklaarde hij die avond. De immense beloningen van het martelaarschap liet hij aan zijn neus voorbijgaan. Zelfs de agenten die hij meende gedood te hebben waren nog in leven. Als Jason ligt bij te komen van de narcose van zijn schouderoperatie vragen de rechercheurs hem of zij nog iets anders voor hem kunnen doen. Jason wil graag een koran hebben om zich aan de ramadan te houden. En of ze zijn broertje even willen opbellen. Hij weet nog niet dat Jermaine die middag zelf ook al is gearresteerd [Volkskrant 5.2.05].

Kerstcadeautje voor Geert Wilders
Het is bijna kerstmis 2004 als er op de servers van Lycos en Yousendit een opmerkelijke video wordt geplaatst. Het is “een cadeautje voor geert wilders”. In het ‘kerstcadeau’ wordt Abu Zubair (Mohammed B.) als martelaar gepresenteerd. Al snel werden er op diverse plaatsen, zoals de MSN-groep ‘Ahloetawheed’, maar ook op Marokko.nl, links naar deze video gelegd. Op 10 februari 2005 wordt in de Zembla documentaire De lokroep van terreur aandacht besteed aan de video.

De Leeuwen van Tawheed (Klik om video te zien)
Logo van de ‘Leeuwen van Tawheed’
(klik om video te zien)
De video wordt ingeleid door een foto van Mohammed B. (zonder balkje). Bij beelden van zijn woning in de Marianne Philipsstraat wordt in het Arabisch een loflied gezongen voor “Abu Zubair en zijn gezelschap”. Daarna komt een dikbuikig slapende Theo van Gogh in beeld met een eveneens in het Arabisch uitgesproken tekst van ‘Sheik Abu Baseer’: geleerden zouden hebben aangetoond “dat je degene die vijandig zijn tegenover het geloof, gedood moeten worden omdat hij een leider van ongeloof is en zich vijandig gedragen tegenover jullie godsdienst. Doodt dan de leider van het ongeloof”. Vervolgens verschijnen ‘de leiders van het ongeloof’ in beeld: ministers Gerrit Zalm en Rita Verdonk, de kamerleden Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders, de Amsterdamse burgemeester Job Cohen en wethouder Ahmed Aboutaleb. Tussendoor wordt het ontzielde lichaam van Van Gogh getoond.

Tenslotte wordt er een speciaal cadeautje aangeboden aan Geert Wilders. “We hebben onze zwaarden al geslepen, hond.” Begeleid door strijdbaar Arabisch gezang en het geluid van zwaarden die geslepen worden. De makers van deze video noemen zichzelf “Leeuwen van Tawhied (de polder mujahideen) (beter bekend als Hofstadnetwerk)”. Het laatste beeld is het logo van de ‘Leeuwen van Tawheed’: een opengeslagen Koran, met twee gekruiste zwaarden waarop twee oranje Nederlandse leeuwen zijn gespietst.

Waarschijnlijk is de naam Leeuwen van Tawhied en het logo door Jason W. bedacht en ontworpen. Op zijn computer stond een ontwerp voor het logo voor een organisatie met die naam.

Dit logo en de kerstcadeau video werden op internet verspreid via ImageShack en YouSendit (in beide gevallen onder de schuilnaam ‘mal3oentheo’). Dit zijn sites waarop men gratis beeldmateriaal, video’s en andere databestanden kan delen met vrienden. Het grote voordeel van deze diensten is dat zij een maximale veiligheid en dus privacy garanderen: de plaatjes en video’s kunnen alleen worden ontsloten door mensen aan wie je het adres hebt toevertrouwd. Dergelijke diensten zijn voor allerlei doeleinden zeer nuttig. Maar zij kunnen uiteraard ook uitstekend worden gebruikt door criminelen en terroristen die onderling informatie willen uitwisselen maar die niet betrapt willen worden.

Albaraa Al-Andalusi: godsdienaar en leverancier van handgranaten
Saleh B. is een 28-jarige Rotterdammer van Marokkaanse afkomst die zich op internet presenteerde onder de schuilnaam Albaraa Al-Andalusi (alias ‘Alandalusi’, ‘Albaraa’ en waarschijnlijk ‘AlBaraa_241’). Als middelbare scholier liet Saleh zich door predikers van de Moslimbroederschap bekeren tot het de radicale islam. Begin 2001 reisde hij af naar Afghanistan, en later bezocht hij het deel van Noord-Pakistan waar zich de trainingskampen van Al-Qa’ida bevinden. Al in 2002 was gebleken dat Saleh B. nauwe contacten had met de twee hoofdverdachten in een onderzoek naar ronselpraktijken door moslimextremisten. Hoewel hij op de avond van hun arrestatie in hun gezelschap verkeerde werd hij niet als verdachte aangemerkt en ook niet als getuige gehoord [NRC 28.10.05].

Tegenover de redactie van KRO-reporter legden Samir A., Jason W. en Ismail A. opmerkelijke verklaringen af over Saleh. Hij zou medeplichtig zijn geweest aan de overval op de Edah-supermarkt in Rotterdam en hij zou in september 2004 handgranaten hebben geleverd aan Jason W. [Netwerk 28.10.05]. Saleh zou als informant of als agent voor de AIVD hebben gewerkt en daardoor telkens de dans hebben kunnen ontspringen. Nadat deze beschuldigingen werden gepubliceerd (door Netwerk en NRC) werd Saleh op 28 oktober 2005 in Rotterdam door de Nationale Recherche alsnog gearresteerd.

Op internet opereerde ‘Andalusi’ niet alleen in jihadistische MSN-sites zoals Muwahhidin/DeWareMoslims en OpAllahsweg [help mee met het verspreiden van deze dawa!], maar ook op discussiefora zoals Marokko.nl en Maghreb.nl. Hij publiceerde een vertaling van Ontkennen dat terrorisme onderdeel van de islaam is, is kufr al akbar [Marokko.nl - 9.7.04]. Het artikel is ontleend aan de site van Al-Huhajiroun, de in Engeland opererende jihadistische organisatie van sjeik Omar Bakri Mohammed. Het is een collage van citaten uit de koran die moeten aantonen dat terrorisme (turhiboen) een cruciaal onderdeel is van de islam. Andalusi vertaalt teksten van politieke verklaringen van fundamentalistische islamitische bewegingen. Een voorbeeld daarvan is de verklaring van het Wereld Islamitische Front: Jihaad tegen joden en kruisvaarders [Lokum.nl - 12.9.04]. Ook na de moord op Van Gogh blijft hij zich keren tegen de vijanden van de islam die zich doelbewust inzetten om “het werkelijke beeld van de jihaad in de geesten van de moslims te verdraaien” [Marokko.nl: Vergiftiging van de Ummah - 11.4.05]. Net als zijn grote voorbeeld Addullah Azzam wil hij ‘de verplichting van jihaad’ weer tot leven wekken: alleen met het zwaard kan het vaandel van de monotheïstische islam weer in alle uithoeken van de wereld hoog in de lucht wapperen en een islamitische staat worden opgebouwd. Kortom: “Terrorisme is een verplichting in de godsdienst van Allah.” Daarnaast spande Andalusi zich in om via e-mails de geschriften van Mohammed B. / Abu Zubair te verspreiden [Volkskrant 31.10.05 / 1.11.05 / 2.6.07].

Index Samir A. — Dichtende deurwaarder van Allah is bereid tot alles


Samir A. als scholierSamir A. (18) is net als Mohammed B. geboren in Amsterdam uit Marokkaanse ouders. Beiden groeiden in dezelfde buurt op. Samir woonde om de hoek bij Mohammed in de Jan Voermanstraat. Volgens zijn vader werd Samir niet extreem islamitisch opgevoed. Op 12-jarige leeftijd begint hij zich af te vragen waarom er op zoveel plekken op de wereld tegen moslims wordt gevochten. “Waarom moeten ze ons altijd hebben?” Samir gaat naar het vwo op het Amsterdamse Cartesius Lyceum. In vier vwo blijft hij zitten en begint hij te spijbelen. Aan het einde van het jaar adviseert de school hem naar vier havo te gaan. Samir maakt echter een andere keuze. In de zomer van 2003 schrijft hij zich in op de islamitische scholengemeenschap Chaldoun in Rotterdam. Zijn klasgenoten noch zijn leraren hadden ooit iets gemerkt van zijn islamistische radicalisering.

Maar Samir is al veel verder. Hij vindt de terreuraanslagen van 11 september 2001 ‘super rechtvaardig’, hoopt vurig op nog meer doden en wil zelf ook sterven voor Allah. Hij meet zich een eigen strijdnaam aan: ‘Yassin’. Op 16-jarige leeftijd voegt hij de daad bij het woord. In januari 2003 reist hij samen met zijn geestverwante klasgenoot Jonathan (18) —die al eerder een militaire training had gevolgd in een Pakistan— per trein naar Tsjetsjenië om daar aan de gewapende jihad deel te nemen. Hij wil aan de zijde van de opstandelingen vechten tegen de Russen. Zij stranden echter aan de grens met Oekraïne waar zij door de douane worden aangehouden. Bij zijn aanhouding in de Oekraïne is hij in gezelschap van Salaheddin Benyaich, wiens broer Abelazziz Benyaich in het Spaanse Algeciras werd gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen in Marokko. In een interview in 2003 zegt Samir dat hij teleurgesteld was dat zijn missie naar Tsjetsjenië niet was geslaagd. Hij vreesde de dood niet. “Ik was bereid tot alles, ook tot vergelding“.

Na zijn mislukte avontuur in Tsjetsjenië wordt Samir permanent door AIVD in de gaten gehouden. Zijn telefoon wordt getapt en hij wordt geobserveerd. Op 17 oktober 2003 wordt Samir door de Nederlandse politie gearresteerd op verdenking van het voorbereiden van terroristische aanslagen. En met hem worden ook Ismail A., Jason W., Mohammed Fahmi B. en hun geestelijk leider Radwan al-Issa opgepakt. Maar net als zijn vier kompanen komt Samir wegens procedurele fouten en gebrek aan bewijs weer snel vrij. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtmatige gronden waren geweest om de vier op te pakken en huiszoekingen te doen in hun woning. Het Openbaar Ministerie was tot de arrestaties overgegaan omdat het alarmerende informatie had gekregen van de inlichtingendienst. Volgens de rechter was dat onrechtmatig, omdat de vier op dat moment in strafrechtelijke zin nog niet als verdachten konden worden beschouwd. Omdat de inlichtingendienst niet wilde laten weten hoe zij haar informatie verkregen had, kon die informatie niet door de rechter worden getoetst. Ook al waren de procedures allemaal wel correct verlopen, dan zouden de vier toch zijn vrijgesproken omdat de rechter van mening was dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had aangedragen.

Zwaard van het geloof
In de woning van Samir A. werd door de politie een handgeschreven testament gevonden. Daarin staat dat Samir wil dat zijn pasgeboren kind moet worden opgevoed in de geest van de jihad. Samir is getrouwd met een tot de islam bekeerde Nederlandse, Abida Kabbaj, een bekeerde moslima en ex-woordvoerster van de omstreden liefdadigheidsinstelling Al-Aqsa. De tegoeden van deze stichting werden bevroren wegens terreurfinanciering. Zij hebben een zoontje dat vlak voor zijn arrestatie geboren werd. Hij heet Sayfuldien, ‘het zwaard van het geloof’. Als Samir voor de tweede keer wordt opgepakt is zijn zoontje een maand oud, en is hijzelf 17 jaar. Abida Kabbaj - Foto: ANP
    Voor ‘zuster Abida’ werd geld ingezameld door zestien leden van de Hofstadgroep. In een onderschept sms-bericht bedanken Samir en Abida hun vriend Jason W. voor het geld. Volgens de advocaat van Mohammed El B. ging het hier slechts om “luttele bedragen voor een arme vrouw”; bovendien is het voor goed gelovige moslims een plicht om behoeftige geloofsgenoten te helpen.
    Het politiedossier van Samir A. bevat foto’s van Abida met een machinegeweer in de aanslag. Op andere foto’s zijn Samir en zijn vrouw te zien met zwaarden in hun handen. Volgens de advocaat van Samir is zijn vrouw het echte brein achter de terroristische activiteiten. Bij huiszoekingen zijn jihadfilmpjes gevonden met haar naam erop. Na haar Havo opleiding op het Johan de Witt college in Den Haag wil ze verder gaan aan de universiteit. Zij wil het Arabisch goed onder de knie krijgen om te gaan tolken.
Op 30 juni 2004 wordt Samir A. voor de tweede keer gearresteerd. De aanleiding hiervoor was een overval op een EDAH-filiaal aan de Mathenesserdijk in Rotterdam op 8 april, waar hij als vakkenvuller werkte. De twee overvallers zetten een doorgeladen uzi-pistoolmitrailleur en een kalashnikov tegen het hoofd van het winkelpersoneel. Samir zou het rolluik hebben geopend, waardoor de overvallers in het magazijn van de supermarkt konden komen. Samir zou ook automatische vuurwapens aan de overvallers hebben geleverd. Bij één van de hoofddaders van de overval —Ibrahim B.— werden spullen van Samir gevonden en er bleek contact te zijn geweest. Bovendien werden in Samir’s huis plattegronden, foto’s en routebeschrijvingen aangetroffen van het gebouw van de Tweede Kamer, de luchthaven Schiphol, de kerncentrale Borssele, het Ministerie van Defensie en het gebouw van de AIVD in Leidschendam. Inclusief persoonlijke aantekeningen en schetsjes van bewaking, lengtes van ladders en dergelijke. Ook was Samir in het bezit van patroonhouders voor automatische vuurwapens, een geluiddemper en een kogelwerend vest. In de plastic zak die Samir ter bewaring aan Fahmi B. had gegeven zaten onderdelen voor de fabricage van een kleine bom: ammoniak, zoutzuur, gootsteenontstopper, een zak kunstmest, plastic handschoenen, veiligheidsbrillen en een leeg flesje citroensap gevuld met stoffen en voorzien van groene bedrading. Hij had zijn kennis opgedaan in een discussiegroep over het maken van explosieven.

De vondst van Samir’s map met potentiële doelen, wapens en andere aanwijzingen uit binnen- en buitenland waren voor de regering aanleiding om op 9 juli een terreuralarm af te kondigen. Samir werd niet alleen verdacht van het meewerken aan of het plegen van een gewapende overval op een supermarkt, maar ook van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Omdat hij door de AIVD gezien werd als een prominent figuur binnen de Hofstadgroep, bleef lange tijd een vervolging voor betrokkenheid bij het terreurnetwerk van de Hofstadgroep boven zijn hoofd hangen. Het onderzoek naar de netwerkstructuur van de Hofstadgroep was nog in volle gang. Op 28 juli 2006 zou Samir te horen krijgen dat hij niet meer vervolgd zal worden voor lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Samir toont geen spijt en blijft vasthouden aan zijn gewelddadige overtuigingen. Vanuit zijn cel stuurt Samir gedichten naar medestanders in de moslimwereld. Daarin maakt hij duidelijk dat zijn strijd voortzet. Hij verlangt nog steeds naar het paradijs — met 72 maagden, dure edelstenen en 80 duizend bedienden. Justitie heeft slechts voor uitstel van zijn plannen gezorgd: “Jullie hebben mij in een wachtruimte gestopt naar het Ware Leven.” Als de rechter hem tijdens zijn proces vraagt of hij nog gelooft in het paradijs dat martelaars wordt voorgespiegeld, zwijgt hij. “Ik beroep me op mijn zwijgrecht.” In zijn van achter de tralies geschreven gedicht is Samir minder zwijgzaam.

Tegen zijn ondervragers en rechters blijft hij zwijgen: “Ieder verhoor houd ik mijn mond, want praten doe ik niet tegen een hond.”

Volgens het psychologisch rapport dat in opdracht van de rechter-commissaris over Samir is opgemaakt vertoont hij geen persoonlijkheidsstoornissen. Samir vertoont volgens psycholoog Blauw wel een “zekere neiging tot egoïsme” en ongevoeligheid. Samir heeft een “sterk opgeblazen gevoel van eigenwaarde en een gebrek aan emphatie”. Nog belangrijker is dat er op basis van zijn houding een “hoge mate van kans” is op toekomstig gewelddadig gedrag. Samir is een ‘overtuigingsdader’ en daarom is de kans groot dat hij na zijn vrijlating zal blijven proberen terreuraanslagen te plegen in Nederland.

Hoe groot die kans op herhaling is, werd (onbedoeld) door Samir zelf bevestigd. Vanuit het huis van bewaring voerde Samir een aantal telefoongesprekken, met onder andere Jason W. en zijn vrouw. In deze afgeluisterde gesprekken geeft Samir zelf aan dat hij in de laatste fase van zijn radicaliseringsproces zat en dat het wachten was op het indrukken van de knop.

Allemaal onzin
De familie van Samir A. was niet alleen geschokt door de beschuldigingen die justitie tegen hem inbracht, maar ook door zijn eigenzinnige optreden. Zijn neef, Mohammed A., verklaarde: “Hij heeft onze hele familie op z’n kop gezet. Van hoog tot laag is op hem ingepraat. Hij was echter niet voor rede vatbaar. Maar iedereen was er toch wel van overtuigd dat hij geen terrorist is.” Dat gold zeker ook voor Samir’s vader, die werkzaam is bij de bloemenveiling van Aalsmeer. Tijdens het proces demonstreerde hij een blind vertrouwen in de onschuld van zijn zoon. “Hoe kan iemand geloven dat een jongen van achttien jaar bezig is met terrorisme? Allemaal onzin, verzonnen door de AIVD.”

Bommenmaker vergist zich
In de plastic zak die Samir ter bewaring aan Fahmi B. had gegeven werden materialen en onderdelen waarmee van een kleine bom gefabriceerd zou kunnen worden. Op minstens één punt had Samir zich bij het inkopen vergist: uit de kunstmest die hij had aangeschaft konden geen grondstoffen voor een explosief worden gewonnen. Dat kan wel uit kunstmest op basis van ammoniumnitraat, maar niet op basis van ammoniumsulfaat. De zak kunstmest die in Samir had gekocht bevatte ammoniumsulfaat. Volgens het Nationaal Forensisch Instituut (NFI) zijn deze spullen niet geschikt voor het maken van een bom. Hij heeft daarmee wel geëxperimenteerd, maar het is niet gelukt. Ammoniumnitraat werd in combinatie met dieselolie onder meer gebruikt bij de bomaanslag in Oklahoma (VS) in 1995, waarbij 168 doden vielen. Samir erkende zijn fout en studeerde sinds 1 september 2005 scheikunde aan de Hogeschool in Leiden. Hij werd een toegewijde leerling, die serieus met zijn studie bezig was en nooit een les miste. In de opleiding chemie werken studenten met explosief chemisch materiaal en met besmettelijke virussen en bacteriën [Nederlands Dagblad - 8.11.05].

Omdat Samir A. al op 30 juni 2004 werd opgepakt, kon hij niet worden veroordeeld volgens de wet op de Terroristische Misdrijven die op 10 augustus 2004 is ingegaan. Volgens deze wet kan een levenslange celstraf worden opgelegd.

Justitie had als hoogste prioriteit om Samir A. achter slot en grendel te houden. Het Openbaar Ministerie beschouwde Samir als een gevaarlijke terrorist en eiste 7 jaar celstraf. Daarnaast eiste zij ook ontzegging van het kiesrecht voor ten minste 5 jaar. Op 6 april 2005 oordeelde de Rotterdamse rechtbank dat Samir weliswaar een “meer dan gemiddelde belangstelling heeft voor religieus-extremistisch geweld”, maar achtte onvoldoende bewezen dat hij actief werkte aan een aanslag. De rechter vond dat Samir bij de eventuele voorbereidingshandelingen wat dichter bij het begin van uitvoering had moeten zitten. Samir werd slechts veroordeeld wegens verboden wapenbezit (3 maanden gevangenisstraf) — hij werd nog op dezelfde dag vrijgelaten [vonnis]. Het Openbaar Ministerie ging hiertegen direct in hoger beroep.

Gehuld in smetteloos wit luisterde Samir naar de uitspraak van de rechter. Met een triomfantelijk lachje op zijn gezicht draaide hij zich nog eens om naar de publieke tribune. Hij wist dat hij weer vrij zou komen. Hij had de AIVD en zijn aanklager getrotseerd.

Vier uur na de uitspraak van de rechtbank komt Samir A. door de ijzeren deuren van de Nieuwegeinse gevangenis naar buiten. Zijn vrienden proberen hem buiten het bereik van fotografen en cameraploegen te houden. Dat lukt niet erg en Samir valt woedend uit naar een fotograaf van de Telegraaf en een cameraman van de NOS. Zijn zwager Omar, die als een van zijn lijfwachten optreedt, schreeuwt dat “iedereen op moet pleuren”.

Toen Ayaan Hirsi Ali het nieuws over de vrijspraak van Samir A. van haar lijfwachten te horen kreeg, sprongen de tranen in haar ogen. “Er loopt nu iemand rond die plannen heeft de Tweede Kamer op te blazen, of Schiphol”, verklaarde Hirsi Ali, die nog steeds hoog genoteerd staat op de dodenlijst van de Nederlands-Marokkaanse jihadstrijders. De vrijspraak van Samir maakt haar doodsbang. Haar enige troost is dat de AIVD Samir gewoon een terrorist blijft noemen. “De uitspraak van de rechter verandert onze zienswijze niet. Wij blijven A. beschouwen als een persoon die zich bezighoudt met het voorbereiden van terroristische activiteiten”, verklaarde een woordvoerder van de AIVD tegenover Trouw. Ook Samir zal dus op zijn tellen moeten passen wil hij zijn onbedwingbare sneuvelbehoefte bevredigen. De weg naar zijn martelaarschap is geplaveid met nederlagen. Samir weet dat hij overal gevolgd wordt door de AIVD en dat zijn gesprekken worden afgeluisterd. “Ik zal gevolgd worden tot ik dood ben. Alleen dan stopt het” [Parool 28.7.05].

Deurwaarders van Allah twijfelen nooit
Tijdens de derde pro-formazitting tegen de leden van de Hofstadgroep op 27 juli 2005 zit Samir A. op de publieke tribune. Niet uit bravoure, maar omdat hij wilde weten of het Openbaar Ministerie hem ook als Hofstadverdachte wil berechten. Dat blijkt niet het geval te zijn. Hij hoort ook dat zijn zojuist tot levenslang veroordeelde vriend Mohammed B. wél in deze zaak wordt vervolgd. Hij is blij dat Mohammed B. is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
    “Mohammed B. wilde zijn hele leven aan Allah opofferen, dat is hem niet gelukt. Ik ben blij voor hem. Hij zal voor elke seconde dat hij zit worden beloond. Natuurlijk had ik liever gehad dat hij bij zijn daad was omgekomen. Dan was hij ook beloond en had hij minder ellende moeten doorstaan. Maar Allah is misschien wat anders met hem van plan” [Trouw 28.7.05].
Samir denkt niet dat de uitzichtloze celstraf voor Mohammed B. zwaar zal worden.
    “Die kan heel goed alleen zijn met Allah. Sommige mensen hebben anderen nodig om tegen te praten. Hij niet. Hij is sterk in zijn geloof” [Trouw 28.7.05].
Zijn bewondering voor Mohammed is er niet minder op geworden.
    “Ik bewonder het dat hij zich opoffert voor Allah. Over de moord laat ik me niet uit. Daar ging het Mohammed niet om. Het gaat om het feit dat hij iets gedaan heeft voor Allah. Dat er iemand vermoord is doet er niet toe. Alleen voor de tegenpartij misschien” [Parool 28.7.05].
De advocaten van de aangeklaagde leden van de Hofstadgroep ontkennen dat er sprake is van een groep of netwerk. Ook voor Samir zijn het gewoon kennissen, vrienden, moslimbroeders. Maar Samir’s bezwaar richt vooral tegen de naamgeving.
    “Ik vind die naam Hofstadnetwerk niet goed. Ze hadden wat anders moeten bedenken. ‘Deurwaarders van Allah’, of zo. Dat was beter” [Parool 28.7.05].
Samir is er net als zijn vriend Mohammed van overtuigd dat hij nooit van opvatting zal veranderen.
    “Ik heb nog nooit getwijfeld. Mijn ideologie blijft altijd hetzelfde” [Parool 28.7.05].
Noem ze Hofstadgroep of -netwerk, doe-het-zelf terroristen, Islamitische Tawhid Brigades of Leeuwen van Tawheed — de Deurwaarders van Allah twijfelen nooit. Zij gaan door op het rechte pad van de jihad. Dat daarbij mensen vermoord worden, doet er voor hen niet toe.

De ijdele deurwaarder van Allah ging onverstoord door op de door hem ingeslagen weg, maar werd daarbij nauwlettend in het oog gehouden [Informatie van AIVD en politie uit strafdossier]. Sinds zijn vrijlating had Samir A. niet stilgezeten. Hij wist dat er een gat geslagen was in het centrum van organisatie van de Hofstadgroep; hij wist ook dat men geen gewapende jihad kan voeren zonder financiële bronnen. Samir besloot beide problemen direct aan te pakken. Al twee dagen na zijn vrijlating constateerde de Crinimele Inlichtingen Eenheid (CIE) dat Samir de taken van de geestelijk leider van de Hofstadnetwerk had overgenomen en dat hij zich in Amsterdam-Oost en Den Haag omringde met Marokkaanse ex-junks en crimineeltjes. Een van zijn kennissen die banden heeft met het drugsmilieu is waarschijnlijk Lahbib uit Den Haag [Volkskrant 7.11.05]. Met geld uit criminele bronnen zou een aanslag op een vliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El-Al worden uitgevoerd. Hiervoor wordt het terrein Oude Meer, achter Fedex verkent op camera's, bewaking en vluchtfrequenties. “Ze willen op Schiphol een vliegtuig van El Al uit de lucht schieten. Dit zal plaatsvinden in augustus”, luidde het bericht aan de Nationale Recherche.

De CIE Utrecht concludeert dat Samir A. graag aandacht wil.

Voor de onderlinge communicatie werd weinig gebruik gemaakt van de makkelijk af te luisteren telefoon, maar vooral van instant messaging. Dit gebeurde onder andere in het internetcafé in de Willem Nakkenstraat in Amsterdam. Wanneer de telefoon toch gebruikt werd om afspraken te maken —zoals in zijn conspiratieve gesprekken met Jermaine W.— werden er verhullende codewoorden gebruikt zonder plaats en tijd te noemen.

De AIVD constateerde dat Samir samen met andere nazaten van het Hofstadnetwerk op zoek was naar tien automatische vuurwapens (kalashnikovs), twee pistolen met dempers en tien gordels met vijf kilo explosieven. Directe aanleiding voor zijn arrestatie was een videoboodschap waarin Samir afscheid neemt van zijn familie en vrienden, en verwijst hij naar een daad die hij zou hebben verricht [videotestament].

    In zijn videotestament zegt Samir tegen zijn familie en ouders:
      “Jullie moeten weten dat dit het juiste pad is. Ik verricht deze daad uit vrees voor de straf van Allah, de Verhevene, omdat Hij zegt: ‘Als jullie niet uitrukken, zal Hij jullie straffen met een pijnlijke bestraffing’.”

    Tot Mohammed B., Jason W. en Ismail A. is zijn boodschap:

      “Ik vertel jullie: Ik houd van jullie omwille van Allah. [...] Waarlijk bidden wij voor jullie tijdens ons gebed en onderdanigheid opdat Allah jullie vrijlating en martelaarschap omwille van hem schenkt.”

    Zijn boodschap aan de regering is dat zij had moeten luisteren naar de waarschuwingen van Osama Bin Laden, Ayman al-Zawahiri en Abou Moesaab Al-Zwarqawi. In plaats daarvan liept de regering achter Bush aan die de kruistochten nieuw leven heeft ingeblazen:

      “Ik zeg jullie dat er tussen ons en jullie alleen de taal van het zwaard zal gelden tot jullie moslims met rust laten en de weg van de vrede kiezen.”

    Tot slot heeft Samir nog een boodschap voor het Nederlandse volk.

      “Wij zullen wraak nemen voor elke moslim die gesneuveld is terwijl hij de eenheid van Allah aan het verdedigen was. Jullie worden als strijders beschouwd omdat jullie deze regering hebben gekozen. Jullie vermogens en jullie bloed zijn voor ons veroorloofd (legitiem).”

De AIVD kreeg een kopie van de 8 minuten durende video in handen en lichtte de Nationale Recherche in. Op 14 oktober 2005 werd Samir in Leiden —waar hij scheikunde!! studeerde op de Hogeschool— gearresteerd in verband met een acute dreiging van aanslagen op politici (Boris Dittrich, Bas van der Vlies, Frans Weisglas, Jan Marijnissen) en het gebouw van de AIVD. De ministers van Justitie en Binnenlandse zaken verklaarden dat er met deze arrestatie een aanslag verijdeld was. Naast Samir werden nog zes andere leden van het Hofstadnetwerk gearresteerd, waaronder Jermaine W. Zijn vrouw Abida werd aangehouden voor verhoor als getuige. Het is aan de rechter om te beoordelen of Samir en zijn vrienden deze keer iets ‘dichter bij het begin van uitvoering' hebben gezeten om hen te veroordelen. De Hogeschool Leiden besloot uit voorzorg om Samir de toegang voor een periode van maximaal één jaar te ontzeggen.

Ramadan 2005 — in de ban van terreur
Bewaking van het Binnenhof in Den Haag door leden van de mobiele eenheid - 14 oktober 2005. Foto: ANP. In totaal werden er op vrijdag 14 oktober 2005 zeven terreurverdachten gearresteerd. Twee in Amsterdam, een in Almere en vier in Den Haag. Het Binnenhof en het gebouw van de Tweede Kamer werden door de politie afgesloten. In de omgeving van het Binnenhof —waar het kabinet op die dag haar wekelijkse vergadering had— werden mensen met rugzakken aangehouden en om legitimatie gevraagd. Ook passerende voertuigen werden aangehouden en gecontroleerd. De ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en het hoofdgebouw van de AIVD in Schiedam werden extra bewaakt en de beveiliging van een aantal personen werd opgevoerd. Alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer werden sinds die dag beveiligd.

In Den Haag werden de Van Mierisstraat en de Moerweg afgesloten door speciale eenheden van de Nationale Recherche, in samenwerking met enkele regiokorpsen. Bij de arrestaties werd een interventie-eenheid van de bijzondere bijstandseenheden ingezet. Gemaskerde mannen met mitrailleurs vielen een flatgebouw op de Moerweg binnen. Bij deze inval van de BBE-SIE werden lichtgranaten afgeschoten. In de Schilderswijk werd de Van Ostadeschool afgesloten, omdat die dicht in de buurt staat van een adres waar een arrestatie werd verricht.

Op 7 november 2005 eiste het Openbaar Ministerie in hoger beroep zes jaar en negen maanden cel tegen Samir. Zijn aanklager houdt hem onder meer verantwoordelijk voor het voorbereiden van aanslagen in Nederland en medeplichtigheid aan de overval op de Edah-supermarkt in 2004.

Autobiografie van een deurwaarder
Bij de doorzoeking van Samir's woning in Den Haag trof de Nationale Recherche op zijn computer een tekst aan met de titel Deurwaarders, waarin hij zijn levens- en strijdervaringen optekende [Nova -24.1.06]. Samir vertelt daarin hoe hij op internet antwoorden zocht op zijn vragen. Waarom zijn het altijd moslims die onrecht wordt aangedaan? Wat kan ik voor ze doen? Op internet —en niet op school— vond hij al zijn antwoorden: “Op alle websites die ik bezocht werden Amerika en het westen vervloekt en opgeroepen om haar te vernietigen. [...] Amerika was dus de grote boosdoener, europa was haar bondgenoot.” Samir ging Amerika steeds meer haten. Zijn haat strekte zich ook uit tot veel moslims, de zogenaamde salafies, die weliswaar van fundamentalisme worden beschuldigd, maar volgens hem helemaal niet zo fundamentalistisch zijn, omdat zij de moejahidien aanvallen en bondgenoten van Amerika (zoals Nederland) verdedigen.

Zijn liefde voor het terrorisme ontdekte hij na de aanslagen op de Twin Towers. Met schrik aanjagen door middel van geweldpleging wat volgens Samir niets mis. Op internet ontdekte hij een filmpje van Addullah Azzam, de mentor van Osoame Bin Laden, waarin deze zegt: “Wij zijn terroristen, en terrorisme is verplicht volgens de Koran en de overleveringen van de profeet. Laat het westen en het oosten maar weten dat wij terroristen zijn en dat we angstaanjagers zijn, Allah zegt: 'En maakt alle mogelijke strijdkrachten en vastgehouden paarden voor hen gereed, waarmee gij de vijand van God en uw vijand en anderen buiten hen, die gij niet kent, doch die God kent, moogt terroriseren' (5:50). Terrorisme is dus verplicht in de godsdienst van Allah.” Samir is hiervan zeer onder de indruk. Eindelijk vond hij “een bewijst uit de koran ... dat er niks mis is met terrorisme”.

Samir had zijn waarheid gevonden, maar merkte dat hij nog niet zoveel wist. Dat veranderde toen hij van zijn ouders thuis internet kreeg. “Een nieuw wereld ging voor mij open, ik kwam sindsdien altijd vroeg thuis en ging meteen achter internet, zoeken, zoeken en zoeken. Zoeken naar wat de islam nou precies zegt over de fundamenten van de islam, wat is de ideologie van de mannen die hun vrouwen en kinderen en bezittingen en carrière achterlaten en met een vliegtuig door een toren heen vlieken. Wat zegt de islam over terrorisme. Uren surfde ik achter het internet, ik bezocht websites van Al-Qaida, Hamas en de Taliban, het vervelende was dat die website ieder week gehackt werden en van adres veranderden, maar ze waren makkelijk terug te vinden. Ik bekeek video's van martelaren en luisterde naar wat ze zeiden, waarom ze het deden.” Op internet vond hij genoeg bewijzen dat men volgens de koran en de overleveringen een ideologie —“niet de democratie, maar de islam”— met het zwaard mag verspreiden. Samir ontdekte dat het erom ging dat het woord van Allah het hoogst werd en dat het verplicht is om te strijden totdat zijn woord overal het hoogst is, de Sharia dus.”

Samir zat zo lang achter het internet dat hij begon af te vallen. Hij bezocht ook discussiefora op het internet, maar ging daarin nooit met iemand in discussie. “Ik zette meestal maar een vers neer en ging weer verder, of ik schold iedereen uit en verdween dan weer.” Samir hoefde niet meer te discussiëren, hij had zijn waarheid al gevonden. En die waarheid werd voor hem bevestigd door de gruwelijke beelden die hij via internet opzocht of die via Al-Jazeera zijn huiskamer binnenkwamen.

Index Mohammed Fahmi B. — nooit moeilijkheden gehad

In Amsterdam wordt op 10 november nog een lid van de Hofstadgroep aangehouden: Mohammed Fahmi Boughabe (23), alias Abu Mussab. Hij wordt verdacht van lidmaatschap van een terroristische organisatie. Ook hij werd al in oktober 2003 gearresteerd. In zijn woning in Amsterdam werden goederen gevonden van Samir A. De tas die Samir A. hem ter bewaring had gegeven bevatte ammoniak, kunstmest, zoutzuur en een beschermende bril. Deze materialen kunnen gebruikt worden om een explosief te vervaardigen.

Fahmi B. is een vriend van Samir A. en van Mohammed B. Hij leerde Mohammed kennen in de Al Tawheed moskee en ging deelnemen aan de huiskamerbijeenkomsten die in zijn woning werden georganiseerd. Daar leerde ook Radwan al Issa kennen. Volgens Fahmi kende hij de koran bijna van buiten en preekte hij. “De sjeik was wijs.” Hoewel Mohammed ook steeds meer kennis over de islam verwierf kon hij zich niet meten met de sjeik. “De sjeik had vijf keer de kennis van Mohammed B.” [NRC 13.11.04]. Bovendien beheerste Mohammed B. het Arabisch niet zo goed.

Fahmi zelf spreekt wel goed Arabisch. Hij leerde dat in Marokko op school. Fahmi kwam in 1999 met zijn moeder uit Al Hoceima naar Amsterdam in het kader van de gezinshereniging (zijn oudere broer Hassan kon niet naar Nederland komen omdat hij toen al ouder dan 18 jaar was). Zijn vader is een Marokkaanse visverkoper die al in de jaren tachtig naar Nederland vertrok [Volkskrant 2.7.05/9.7.05].

Fahmi werkte bij het bouwbedrijf Joorse dat gevestigd is in de Pythagorasstraat, de straat waar Theo Van Gogh woonde. De officier van justitie hecht veel waarde aan het feit dat Fahmi B. geen sluitend alibi heeft voor de drie kwartier exact rond het tijdstip van de moord.

Fahmi B. was een van de vier verdachten in het proces tegen de leden van de Hofstadgroep die hun kans grepen om hun blazoen te zuiveren. Hij was net geslaagd voor de Naturalisatietoets Deel 1. Voor de rechter liet hij via zijn tolk weten: “Ik heb nooit moeilijkheden gehad.” Met samenzwering of voorbereiding van aanslagen heeft hij niets te maken. “Dat is een ver-van-mijn-bed-show. Het is beter om mij te onthoofden dan mij van dit soort zaken te beschuldigen.”

Broers in de zuivere islam
Mohammed Fahmi’s broer Redouan (24) omschrijft de Hofstadgroep als “gewoon vrienden die bij elkaar komen” en die erg ver zijn in hun geloof. “Die volgen niet zomaar een imam, ze baseren zich alleen op de Koran en de Soennah, de levensweg van de profeet.” Hij kenmerkt Mohammed Fahmi als volgt: “Mijn broer was vroeger een typisch Marokkaantje uit Oost. Voetballen, vechten, mensen naroepen in het Berbers, wegrennen zonder betalen. Het was echt een zootje. Maar hij kreeg andere vrienden. De broeders zijn eigenlijk bekeerlingen” [Trouw 3.12.05].

Redouan deelt de opvattingen van zijn fundamentalistische broer en vindt dat het de plicht is van iedere moslim om Ayaan Hirsi Ali te vermoorden omdat zij de profeet heeft beledigd. Een jihadist heeft geen boodschap aan democratie en gebruikt de ruimte die hem gegeven wordt om de democratische rechtsstaat om zeep te helpen. “Nederland is in oorlog met de moslims. Nu het Nederlandse leger in Irak of Afghanistan verblijft, is het logische gevolg: aanslagen in Nederland. Nederlanders zijn zulke naïeve mensen, zo eenvoudig” [NRC 1.11.05].

De ‘ware moslims’ voelen zich ver verheven ten opzichte van anders- of ongelovigen. Vanuit een zelfgeconstrueerde zuivere leer van de (principieel onverbeterlijke) ‘authentieke islam’ wordt een superioriteitsmythe in het leven geroepen die haat en verdoemenis uitstraalt ten opzichte van iedereen die niet past in het (regressieve en repressieve) ideaal van een zuiver islamitische staat.

Index Nouriddin El-F. — een trouwlustige leermeester

In woning van Mohammed B. vond de politie op 17 oktober 2003 een jihad-testament dat was ondertekend door de illegaal in Nederland verblijvende Marokkaan Nouriddin el Fahtni, alias Abu KaKa, alias Abu Qaqua, alias Abu Qa’qa, alias Fuad. Het testament is opgeschreven in een schrift met studie-aantekeningen over de zegeningen van de sharia. “Wees niet bedroefd over mij. Er is maar één dood. Ik wil doodgaan als martelaar omwille van God. En vraag God om mij als martelaar te aanvaarden.”

Volgens Nouriddin is dit testament opgesteld door Mohammed B. Na zijn aanhouding op 11 juni 2004 vertelt Nouriddin “dat hij bij Mohammed B. heeft gewoond en met hem koranlessen heeft gevolgd”. Hij vertelt ook dat hij Mohammed B. “een gevaarlijk persoon” vindt, die gelooft in de ideologie van Takfir. De AIVD gelooft dit niet omdat de verdachte zelf bekend is als zeer radicaal “en redenen heeft om de aandacht van zichzelf weg te leiden en zichzelf vrij te pleiten door anderen te belasten”. Volgens de AIVD geven leden van radicaal-islamitische netwerken “vrijwel altijd ontwijkende en misleidende antwoorden” [Feitenreconstructie].

Belhuis in Schiedam
Het belhuis in Schiedam fungeert als uitvalsbasis voor de terreurcel. In het belhuis lagen chemicaliën waarmee explosieven kunnen worden gemaakt. De Turkse eigenaar van het belhuis, Ibrahim Mohammed B. (22) —‘Abu Ahmed‘— werd tot 3 jaar cel veroordeeld wegen een gewapende overval op een supermarkt in Rotterdam. Zijn in Nederland geboren en getogen echtgenote gaat geheel gesluierd en met handschoenen aan door het leven.
Voor de moord op Van Gogh woonde Nouriddin enige tijd in Den Haag. Maar hij verbleef ook maandenlang in het huis van zijn boezemvriend Mohammed B. aan de Marianne Philipsstraat in Amsterdam. Nouriddin kende ook Samir A. Hij werkte een paar jaar geleden met hem samen in het Schiedamse belhuis Internet Phone Centre gevestigd aan de Broersvest 52/C. Toen Samir A. op 6 april werd vrijgesproken van het voorbereiden van aanslagen, ging hij direct bij Nouriddin op bezoek [Volkskrant 29.4.05].

Op 1 november 2004 —één dag voor de moord op Van Gogh— vlucht Nouriddin El-F. met een vals paspoort via België naar zijn geboorteland Marokko. Van daaruit belt hij regelmatig met broeders en zusters in Nederland (waaronder Abu Abbas, een nomadische drugshandelaar die het Hofstadnetwerk financieel steunde). Sinds 2 november wordt hij door de politie gezocht. Begin 2005 duikt Nouriddin weer op. Op 14 februari voerde hij vanuit Brussel een ‘heimelijk’ telefoongesprek met de Bosnische asielzoeker Refat G. (33), wiens paspoort door de Syriër Radwan al Issa (alias Abu Khaled) werd gebruikt om op de dag van de moord op Van Gogh van Brussel (via Griekenland) naar Turkije te reizen [bron: AIVD]. Nouriddin was brutaal. Hoewel hij wist dat er naar hem gezocht werd, kwam hij regelmatig in Nederland, werkte soms op de zwarte markt in Beverwijk, manifesteerde zich op internet en ging gewoon door met het rekruteren voor de jihad, onder andere bij de moskee As-Soennah in de Haagse Schilderswijk. Daar sprak hij onder andere met Abdelbhakim A., de echtgenoot van Soumaya S. Hij vertrouwde hem toe dat hij Mohammed B. stimuleerde om Theo van Gogh te doden. Nouriddin organiseerde minstens drie huiskamerbijeenkomsten in een woning in de Vermeerstraat in de Haagse Schilderswijk. Hij probeerde een nieuwe groep om zich heen te vormen [NRC 7.8.05].

Uit het strafdossier van Nouriddin blijkt dat hij sinds de moord op Theo van Gogh geen eigen internet- en telefoonaansluiting meer had. Zijn vrienden verbood hij zijn naam te gebruiken. Op die manier wordt het moeilijker om te bewijzen dat hij lid is van een terroristische organisatie. Zijn eerdere arrestatie in 2003 had hem waarschijnlijk veel wijzer gemaakt over de methoden van justitie en politie [Vincent Van Steen, woordvoerder AIVD].

Nouriddin had jarenlang een ondergronds bestaan geleid dat in het teken stond van de radicale islam. Hij slaagde erin om zich maandenlang verborgen te houden voor justitie, die hem hoog op het verlanglijstje had staan. Hij beschikte altijd ruim over geld en ondersteunde vrouwen van het Hofstadnetwerk waarvan de echtgenoten in de gevangenis zaten.

Het machinepistool van Nouriddin El F.
Agram 2000:
800 schoten per minuut.
Op 22 juni 2005 wordt Nouriddin El-F. op het perron van metrostation Lelylaan in Amsterdam gearresteerd door minstens vijf leden van de nieuwe Bijzondere Bijstands Eenheid - Snelle Interventie Eenheid (BBE-SIE, kortweg SIE). Als hij wordt aangehouden springt Nouriddin achteruit en grijpt met zijn rechterhand naar de rugzak die over zijn linkerschouder hangt. Als ze hem proberen te overmeesteren, springt Soumaya voor haar man. Ze wordt direct tegen de grond gewerkt. Daarna trapten de agenten Nouriddin tegen de grond. Met zijn belagers bovenop zich roept ook hij luid “Allah Akbar”. Al snel ligt hij, geboeid en geblinddoekt, weerloos op de grond. Dan ziet een agent de kolf van een vuurwapren uit de geopende rugzak steken. Hij neemt geen enkel risico, snijdt met zijn mes het hengsel van de rugzak door en rukt die van Nouriddin’s schouder.

Nouriddin is in het bezit van een doorgeladen machinepistool (Agram 2000), met een patroonhouder met 222 patronen, twee losse patroonhouders met 31 patronen, een doos met 40 patronen en een geluidsdemper. De jonge gesluierde vrouw, die hem eerder in de auto van Den Haag naar Amsterdam had gereden, werd eveneens aangehouden. Het is de kersverse nieuwe echtgenote van Nouriddin, de 21-jarige Soumaya S. Volgens het achtervolgingsverslag van de recherche begon Soumaya bij haar arrestatie ‘hysterisch’ te gillen: “Allah Akbar...,of woorden van gelijke strekking.” Haar man keek voortdurend naar de rugtas, die door de aanhouding half geopend voor hem op de grond lag en wilde zich in de richting van die rugzak bewegen [zie ook verslag arrestatie; Nederlands Dagblad 19.9.05].

In Rijswijk wordt op dezelfde dag nog een tweede vrouw gearresteerd die onderdak had verleend aan Nouriddin en Soumaya. Het is de Nederlandse bekeerling Martine van den O., een 26-jarige blonde Naaldwijkse, ex-politiebeambte, die eveneens zwaar gesluierd door het leven gaat. Na een verblijf in Syrië begon zij plotseling het radicaal-islamitische gedachtegoed op te zuigen. Martine was in het verleden actief voor de stichting Al-Aqsa, die wegens financiering van de Palestijnse Hamas-beweging op de Amerikaanse en Europese terreurlijst staat. Daar leerde zij ook Abida kennen, de vrouw van Samir A. en de woordvoerster van het Al-Aqsa fonds. Zij is een van de oprichters van de Stichting Jerusalem, een doorstart van Al-Aqsa. In de woning van Martine in Den Haag worden diverse belastende documenten aangetroffen, waaronder vermoedelijk een dodenlijst met de namen van prominente Nederlanders. Soumaya en Martine leerden elkaar kennen via de El Islam Moskee in de Van der Vennestraat in Den Haag.

Index Soumaya S. en de mensen van de grot

Soumaya S. komt uit een traditioneel Marokkaans gezin in Den Haag. Zij radicaliseerde nadat zij samen met haar vader Mekka had bezocht. Dat was ook aan de buitenkant te zien — zij hulde zich in de burqa. Haar vader vond dit verschrikkelijk. Hij verscheurde haar burqa en gooide die in de prullenbak. Tevergeefs: na een paar dagen kreeg zij via de post een nieuwe burqa toegestuurd.

Soumaya’s eerste uitlatingen op internet stammen uit mei 2000. Op de inmiddels opgeheven, maar in het webarchief bewaarde site Jihad in Tsjetsjenië (www.qoqaz.nl) mengt zij zich in de discussie over de gewapende strijd. In het gastenboek van de site plaatst zij op 24 mei een oproep om in Tsjetsjenië te gaan vechten. “oo broeders die met onze broeders en zusters in tjetjenië meeleven aub ga en verricht juhad als je er lichamelijk en geestelijk aan toe bent.” Een week later krijgt zij daarop een reactie van ‘Rashid’ , een in Al Hoceima geboren Marokkaan, met een e-mail adres van de Haagse Hogeschool: 97000757@student.sem.hhs.nl. “Tegen mijn zuster Soumaya zeg ik dat ik en nog een paar broeders er alles voor over hebben om naar Tsjetsjenie te gaan, maar tot op de dag van vandaag hebben we geen manier gevonden om dit te realiseren. Mocht je contacten hebben hou me aub op de hoogte.”

Soumaya S. is een overtuigde extremistische moslima. Op internet bezoekt zij vaak fundamentalistische websites als al-islaam, al-yaqeen en islamway.com. Zij denkt daar alle antwoorden op vragen over het geloof te vinden. Onder eigen naam publiceert zij een artikel over de rechte (duidelijke) weg en de vijf zuilen van de islam. Soumaya draagt haar denkbeelden ook uit in moskeeën, onder meer in de salafistische As-Soennah moskee in Den Haag.

niqaab Begin maart 2005 wordt Soumaya door een onbekende vrouw opgebeld met de mededeling dat er iemand naar haar op zoek is en haar graag wil ontmoeten. Zij reageert daar niet op, maar ontvangt kort daarna een e-mailtje van Nouriddin, die aangeeft dat hij met haar via MSN in contact wil komen om over de islam te discussiëren. Soumaya geeft hem haar 06-nummer. Nouriddin belt haar op en zij spreken met elkaar over de islam. Hij vraagt haar telefonisch ten huwelijk, maar in eerste instantie weigert zij dit. Als zij hem voor het eerst ontmoet, voelt zij zich niet tot hem aangetrokken. Dat komt pas later “toen zij zijn innerlijker belangrijker vond dan zijn uiterlijk”. Zij valt op ‘zijn karakter’, omdat hij overal het geloof bij betrekt. Dat vindt zij ‘super’. Eind april 2005 vraagt Nouriddin of zij naar Amsterdam wil komen om daar met hem te trouwen. Zij loopt weg van huis, gaat op 5 april naar Amsterdam, waar hij haar op het Centraal Station ophaalt. Met de tram gaan zij naar een particuliere woning waar het huwelijk volgens het islamitische recht wordt ingezegend (zijn eerste huwelijk met een 16-jarige meisje werd door Mohammed B. ingezegend).

Malika spreekt en zwijgt
In het najaar van 2004 liet Nouriddin zich volgens islamitisch gebruik door Mohammed B. huwen met Malika (1988). Na de arrestatie van haar ‘echtgenote’ legde zij in de zomer van 2005 bij de politie zwaar belastende verklaringen af. Malika vertelde bijvoorbeeld hoe Nouriddin voordeed hoe je mensen de keel moest doorsnijden. Hij zou haar ook hebben verteld dat ze met een auto vol explosieven een winkelcentrum zou inrijden. Zij zou een martelaarsdood sterven. Tegenover de politie verklaarde Malika: “Toen geloofde ik ook echt dat een aanslag plegen een goede daad zou zijn”. Hoewel er volgens haar binnen de Hofstadgroep nooit over specifieke moordplannen werd gepraat, zou Nouriddin haar wel hebben verteld dat Theo van Gogh en Hirsi Ali dood moesten.

De voor meerdere leden van het Hofstadnetwerk belastende verklaringen van Malika werden uiteraard minder op prijs gesteld door de beklaagden en hun sympathisanten. In oktober 2005 ontving Malika een brief waarin zij werd ‘gewaarschuwd’ als zij haar verklaring niet zou intrekken of wijzigen. De boodschap was ongemeen helder: moslims mogen niet samenwerken met de ongelovigen. “Moge Allah jou leiden en anders jouw rug breken”. Omdat zij daarna weigerde haar verklaring te herhalen bij de onderzoeksrechter werd zij gegijzeld. Zij werd gedwongen om voor de rechtbank te verschijnen maar weigerde ook maar iets te verklaren. Zelfs op vragen over haar personalia weigerde zij te reageren. Volgens de officier van justitie Plooy was haar politieverklaring bruikbaar als bewijsmateriaal omdat haar verhaal werd ondersteund door andere getuigen. Malika kon op 5 december 2005 onder dekking van haar sluier als vrije vrouw het gerechtsgebouw verlaten.

De AIVD ziet dit als een aanwijzing dat de twee als martelaren van de jihad willen sterven (trouwen geldt als laatste aardse verplichting vóór de jihad en het martelaarschap). Na het huwelijk gaat zij alleen met de trein terug naar Zwolle, waar zij vanaf 6 mei bij kennissen logeert. De ouders van Soumaya zijn bang dat hun dochter een aanslag zal plegen en haar moeder geeft haar 6 mei als vermist op bij de politie. Haar vader verklaarde later: “Wij hoorden dat Soumaya aangesloten zou zijn bij de slechte mensen, met name werd genoemd de Hofstadgroep. Wij waren bang dat Soumaya een aanslag zou gaan plegen. Ik noem u bijvoorbeeld minister van Aartsen, Hirsi Ali, Wouter Bos, Deetman en Geert Wilders.”

Op 20 mei vertrekt zij met het vliegtuig naar Marokko om daar de familie van Nouriddin te ontmoeten. Op 25 mei keert zij terug naar Nederland en gaat met Nouriddin bij een broeder in Amsterdam slapen. Samen met haar man logeert zij een weekje bij Martine van der O. in Den Haag. Terug in Amsterdam logeert zij nog twee weken op verschillende adressen, om daarna weer een week naar Martine te gaan, tot zij door de politie worden gearresteerd.

Uit een door de AIVD op 20 juni afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat Soumaya S. probeerde om adressen van Haagse politici te achterhalen via een apotheek in het Haagse Statenkwartier waar haar zus werkte [Ambtsbericht AIVD, 23.6.05]. Bij haar zus informeert zij naar de privé-adressen van politici die “met die zwarte” (Ayaan Hirsi Ali) samenwerken, zoals minister Remkes van Binnenlandse Zaken, VVD-fractievoorzitter Van Aartsen en LPF-Kamerlid Eerdmans (“die jongeman van de LPF met die hazentanden”). Zij is ook “op zoek naar iets [...] dat zij iemand kan geven”. In haar agenda had zij voor 11 september 2003 genoteerd: “herdenkingsdag voor WTC grote feest en smeekbede voor nieuwe aanslagen!!!” [Politie Zwolle: verhoor].

Op 3 augustus 2005 werd de voorlopige hechtenis van Martine door de rechtbank in Rotterdam opgeheven om —niet nader gespecificeerde— “persoonlijke redenen”. Dezelfde dag geeft haar vriendin Soumaya vanuit de gevangenis in Zwolle een telefonisch interview met BNR Nieuwsradio. Soumaya ontkent daarin alle aantijgingen, “ik vind het allemaal onzin”. Haar verklaring is simpel: “Het is gewoon een wanhoopsdaad van de AIVD”. De Hofstadgroep bestaat volgens haar niet, het zijn mensen van de grot. “Ik beschouw hen als mensen van de grot. Mensen die allen God aanbaden en zich hebben afgezonderd van de afgodenaanbidders.” Zij refereert aan het hoofdstuk in de Koran ‘Al-Kahf’ (de grot) [Trouw 4.8.05].

Soumaya wordt vervolgd wegens verboden wapenbezit. Omdat de Officier van Justitie niet kon bewijzen dat zij met terroristisch oogmerk heeft gehandeld, eiste Openbaar Ministerie op 4 oktober 2005 hiervoor een jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Op 18 oktober werd zij door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.

XXX
Op 5 september 2006 werd Soumaya S. opnieuw gearresteerd in verband met een wapenvondst in een gemeenschappelijke ruimte van een aantal portiekwoningen in Den Haag. Justitie vermoedde dat de wapens toebehoorden aan Samir A. [VK 8.9.13].

Zij werd later veroordeeld tot 4 jaar cel. Medio september 2013 vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof in Amsterdam. Tijdens het proces had de verdediging geen inzage gekregen in afgeluisterde telefoongesprekken en mocht een anoniem gebleven contactpersoon van de AIVD niet horen [NRC 15.9.13].

De celstraf van Nouriddin el F. werd door de Hoge Raad verlaagd van acht jaar naar zeven jaar en vier maanden, omdat hij onredelijk lang had moeten wachten op zijn vonnis.

Index Nadir A.: die gek ruïneerde mijn leven

Nadir A. (23) bezocht regelmatig de woning van Mohammed B. en was bevriend met Fahmi B. Hij bezocht de huiskamerbijeenkomsten bij Mohammed B. Daar ging het er volgens hem professioneel aan toe. Bij een van die bijeenkomsten waren drie leden van de Hofstadgroep met een laptop aanwezig. Die laptops werden gebruikt om afspraken te regelen en om dreigende brieven op te stellen en uit te wisselen. Daarbij ging het onder andere om de open brief aan Hirsi Ali, die Mohammed B. in het stervende lichaam van Theo van Gogh stak.

Nadir kreeg van Mohammed B. jihadistisch materiaal: cd-roms met films, foto’s en geluidsfragmenten van aanslagen, onthoofdingen en verminkte slachtoffers, foto’s van Osama bin Laden, en teksten van de gulle gever zelf. Nadir’s telefoonnummer werd gevonden bij een hoofdverdachte van de aanslagen in Madrid en Casablanca.

Voor de rechter verklaarde Nadir dat de moordenaar van Theo van Gogh zijn leven kapot had gemaakt. In gebrekkig Nederlands las hij een handgeschreven verklaring voor. Hij ontkent niet dat hij een aantal van de andere verdachten kent.

Het hielp Nadir niets. Net als de andere verdachten moest hij weer voor drie maanden de cel in. Daarna werd zijn hechtenis nog eens met drie maanden verlengd. Op 22 september 2005 werd hij vrijgelaten omdat zijn voorlopige hechtenis waarschijnlijk langer had geduurd dan de straf die hem eventueel uiteindelijk zou worden opgelegd [bron].

Index Rachid Be. — de Zierikzee connectie

Rachid Be., alias Abu Fadel, is een 32-jarige Nederlandse moslim uit Zierikzee. Hij kon pas in juni 2005 in Londen worden gearresteerd. Zijn woning werd al in maart doordocht. Daarbij werden wapens, munitie, videobanden en radicaal-islamitisch rekruteringsmateriaal aangetroffen. Scotland Yard verdenkt hem van het rekruteren van mensen voor terroristische activiteiten, illegaal wapenbezit en het vervalsen van reisdocumenten. Het landelijk parket in Rotterdam verklaarde dat Rachid wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, de Hofstadgroep.

Rachid was een regelmatige bezoeker van het belhuis in Schiedam waar Radwan Al-Issa zijn eerste lessen gaf aan jonge moslims. Een van hen was Mohammed B., die later zijn Amsterdamse woning openstelde voor de huiskamerbijeenkomsten. Waarschijnlijk werden er voor ‘Rotterdamse broeders’ ook dergelijke bijeenkomsten met Radwan Al-Issa georganiseerd in Rachid’s huis in Zierikzee.

Radwan Al-Issa Nederland werd na zijn arrestatie in Nederland in 2003 wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten en uitgezet naar Duitsland. Toen dat gebeurde reed Rachid samen met de Syriër Achmad Al A. (40), alias ‘Abu Bilal’ en twee andere leden van de Hofstadgroep halsoverkop naar Duitsland: om hun leidsman te begroeten.

In verklaringen die Achmad Al A. bij de politie aflegt komt Rachid naar voren als een radicale en rechtlijnige moslim, die de hele dag achter zijn computer zit en extremistische websites bezoekt die de gewapende strijd promoten. Hij ronselde rekruten voor de jihad en zamelde geld in voor de Stichting Al-Aqsa in Rotterdam wier tegoeden door justitie zijn bevroren vanwege banden met de Palestijnse Hamas-beweging [NRC 23.6.05].

Rachid verleende Radwan Al-Issa voor de moord op Van Gogh onderdak en smokkelde hem daarna het land uit. Vervolgens vertrok hij zelf naar Engeland, waar hij uiteindelijk in juni 2005 werd gearresteerd. Om ‘praktische redenen’ wordt Rachid niet samen met de leden van de Hofstadgroep vervolgd. Eind maart 2006 werd hij uit voorarrest vrijgelaten. In april moest hij opnieuw voor de rechtbank verschijnen wegen verboden wapenbezit, maar werd hiervan vrijgesproken.

In juli werd Rachid B. in zijn woning in Zierikzee dood aangetroffen. Familie en vrienden dachten dat hij was vergiftigd, maar volgens het OM was dit niet het geval [Volkskrant, 31.5.07].

Michael R. verlangt naar rondborstige maagden
Op maandagavond 11 juli 2005 wordt in Amsterdam een 17-jarige jongen gearresteerd waarvan de nationale recherche vermoedde dat hij een rol vervult in het terreurnetwerk van de Hofstadgroep. Zijn ouders zijn van Nederlandse en Britse komaf. In zijn ouderlijk huis werd op zijn kamer een zelfgemaakte bom aangetroffen die door het Openbaar Ministerie als “potentieel gevaarlijk” wordt gekwalificeerd. De bom bestaat uit een omwikkelde kartonnen staaf met kruit, kleine kogeltjes en een ontstekeningsmechanisme.

Michael R. had zich op 14-jarige leeftijd tot de zuivere islam bekeerd en radicaliseerde daarna snel verder. Hij was al geruime tijd op internet actief. Onder diverse schuilnamen —‘polder-moedjahedien’, ‘PolderMujahideen’, ‘Tallib el Ilm’ (student van kennis), ‘Abdrahiem’, ‘Abu Takfir’— verspreide hij het extremistische gedachtegoed via een aantal MSN-groepen [Trouw 14.7.05; Volkskrant 13.4.05]. Als beheerder van die groepen verspreide hij fundamentalistische teksten en bedreigende oproepen, filmpjes en beelden. Hierdoor trok hij echter ook de aandacht van politie en justitie die hem maandenlang in de gaten hield.

Op websites en via e-mails worden politici bedreigd. Hirsi Ali wordt als ‘leidster van het ongeloof’ een snelle en pijnlijke dood toegewenst [Maghreb - 18.3.05].

    “Als Ayaan Hirsi Ali zo nog langer doorgaat zou het niet goed met haar aflopen. De moord op Theo van Gog was namelijk nog maar een begin van een lang hoofdstuk” [Ayaan Hirsi Ali.web-log.nl, 30.1.05].
In een van zijn dreigmails aan Wilders schrijft hij:
    “Jouw vijande groeien sneller dan jouw aanhangers. Zolang de Islam bestaat, zal jij moeten vluchten.”
En op een jongerensite voegt hij daaraan toe:
    “Oh jij Geert Wilders (...) Weet dat de leeuwen jagen naar jou. En we pas zullen rusten wanneer jij uit de weg bent geruimd. Jij die probeert de islam uiteen te drijven. De zwaarden zijn geslepen. De plannen zijn beraamd. Het bloed van ongeloof zal spoedig langs onze zwaarden vloeien. Tot gauw, de Leeuwen van Tawheed” [‘Aan de vossen van de Nederlandse politiek’, van Tallib, vermoedelijke een schuilnaam van Michael R.].
Op zijn websites plaatste Michael R. honderden teksten met toespraken van Osama bin Laden en leden van de Hofstadgroep (Mohammed B. en Jason W.). Hij legde links naar jihadistische foto’s en video’s, zoals het kerstcadeautje voor Geert Wilders. Daarnaast publiceerde hij ook enkele zelfgeschreven stukken waarin uitgebreid wordt geciteerd uit vertaalde teksten van extremistische koranleraren. Zijn speciale aandacht gaat uit naar de beloningen die zelfmoordterroristen te wachten zouden staan [AD - 23.7.05]. In dichtvorm bezingt hij de vele materiële beloningen die martelaren te wachten staan, en de erotische beloningen, de 72 maagden.
    “Nu zit hij aan de feestdis bij de heer.
    Zijn buik volgevreten, hij kan niet meer.
    Dansende maagden om hem heen.
    Engelen zingen sereen.
    Een maagd staat op hem te wachten,
    Om zich laten te verkrachten.
    Maar in de naam van de heer is het nu legaal,
    want god wil het allemaal.”
    [Evelien]
    “De zingende zuivere stemmen komen uit de zo betoverende meisjes, dit zijn Hoorees met ronde en stevige borsten. Zuivere onaangeroerde maagden, zij zijn beter dan het beste. Tweeënzeventig in getalen, met grote ogen van donkere tint. Elke van hen is speciaal voor jouw gecreëerd, zij roepen je naam uit vragend waar je blijft.”
Michael lijkt er zelfs van overtuigd dat de betoverende meisjes ook ‘na gebruik’ weer als maagden beschikbaar zijn. Het is de puberale fantasie van iemand die echt gelooft dat hij zich slechts in de wachtruimte voor het eeuwige leven bevindt. Deze fantasie is allesbehalve onschuldig. Het is juist deze illusie van onsterfelijkheid die ervoor zorgt dat geile adolescenten snel kunnen veranderen in wrede terroristen die bereid en zelfs blij zijn om voor Allah te mogen sterven.

Na de moord op Van Gogh door zijn ‘grote leider en leermeester’ zocht Michael contact met de Hofstadgroep. Hoewel hij contacten had met Nouriddin El F. werd hij door het Openbaar Ministerie niet tot de Hofstadgroep gerekend. De rechtszaak tegen Michael (of Maik) werd achter gesloten deuren behandeld. De officier van justitie eiste vijf maanden gevangenisstraf en jeugd-tbs (PIJ-maatregel). De jeugdpsychiater en -psycholoog verklaarden Michael ontoerekeningsvatbaar vanwege een autistische spectrum stoornis (ASS). Michael werkte mee aan het psychiatrisch onderzoek en betuigde spijt voor het bedreigen van Geert Wilders [Volkskrant 7.11.05]. Op maandag 7 november werd Michael een jeugd-tbs opgelegd voor twee jaar, welke in totaal zes jaar kan duren.

Index Internationale connecties en aansturing

De leden van het Hofstadnetwerk oriënteerden zich niet alleen internationaal op de wereldpolitieke gebeurtenissen in Afghanistan, Irak enz., maar onderhielden ook internationale connecties.

De leden van de Hofstadgroep werden waarschijnlijk aangestuurd door de Algerijn Mohammed Achraf (31) terwijl deze in Zwitserland in de gevangenis zat, verdacht van het beramen van een aanslag op het speciale Spaanse gerechtshof, de Audencia Nacional [Le Temps]. Achraf speelde een centrale rol in een Spaans onderzoek rond een netwerk met de naam ‘Martelaren voor Marokko’, dat aanslagen beraamde op onder meer het hooggerechtshof in Madrid. In september 2004 belde Achraf meerdere malen met Mohammed B. Hij maakte geld over naar Nederland [El Pais]. Ook zijn twee medeverdachten, de Afghaan Mourad Yala (alias Abu Anas) en de Algerijn Ziani Mahdi (alias Abdol Ghaffar Hasemi) verbleven enkele maanden in Nederland waar ze zich bezighielden met het vervalsen van creditcards en identiteitspapieren. Beiden zitten inmiddels vast in Spanje. In april 2003 werd Mourad Yala in Nederland gearresteerd en aan Spanje uitgeleverd. De Afghaan Mahdi droeg bij zijn arrestatie een Nederlands paspoort met een valse naam bij zich. In de tenlastelegging van rechter Garzón wordt Mourad Yala beschuldigd van het voorbereiden van een bomaanslag in Nederland door middel van explosieven in een computer.

De Spaanse Marokkaan Abdeladim Akoudad (36) —alias ‘Naoufel’, ‘Nadufel’— wordt op 14 oktober 2003 door de Spaanse politie gearresteerd. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij aanslagen in Casablanca en zou contact hebben onderhouden met het Nederlandse Hofstadnetwerk. Ook zou hij banden hebben met Ansar al-Islam, een aan Al-Qa’ida gelieerde groepering, die een rol speelt in zelfmoordaanslagen in Irak. Op 15 november 2004 werd hij voorgeleid voor de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón [persbureau Europapress; Estrella Digital].

Akoudad wordt beschouwd als spil van terroristische netwerken in Europa. Garzón vermoedde aanvankelijk dat hij ook leiding had gegeven aan het Hofstadnetwerk in Nederland, maar kwam daar later op terug. Toch ging Ismail Akhnikh naar Spanje om tips te krijgen van Akoudad. En Samir A. (de vriend van Mohammed Bouyeri) had regelmatig telefonisch contact met deze topterrorist [bron: Lukor].

Akoudad ontkende elke betrokkenheid bij een Nederlandse terreurgroep. Maar in zijn dagboek stonden wel de gecodeerde telefoonnummers van leden van de Hofstadgroep.

Radwan Al Issa (Foto GPD) De Syriër Radwan al-Issa (43) is een man van vele namen: ‘Redouan al Issa’, ‘Mohammed al-Issa’, ‘Sjeik Abu Khaled’, ‘Abu Issa’. Niemand lijkt zijn echte naam te weten. In Nederland opereerde hij vooral onder de naam ‘Abu Khaled’, en hij liet zich door zijn volgelingen graag sjeik noemen. Radwan fungeerde als de externe geestelijke leider van het Hofstadnetwerk. Hij rekruteerde volgelingen voor de radicale islam, gaf koranlessen aan leden van de Hofstadgroep en spoorde hen aan tot terroristische daden. Hij deed dat in asielzoekerscentra in Duitsland en Drente, in een belhuis in Schiedam en in de woning van Mohammed B. in Amsterdam.

Eind 1994 vraagt Radwan in Duitsland politiek asiel aan. Hij vertelt dat hij in Syrië wordt vervolgd omdat hij lid was van de fundamentalistische Moslim Broederschap. In de jaren zeventig en tachtig opende deze fundamentalistische beweging een offensief tegen het seculiere Baath-regime van Hafez al-Assad. Zij pleegden veel bloedige aanslagen op regeringsfunctionarissen. In 1982 sloeg regering hard terug. Bij een massale aanval op het centrum van Hama, het bolwerk van de broeders, kwamen naar schatting twintigduizend mensen om het leven. De Moslim Broederschap wordt beschouwd als de stamvader van bijna alle hedendaagse terreurgroepen, zoals Hamas en Al Qa’ida.

Op lidmaatschap van de Broederschap stond de doodstraf. De broer van Radwan, Basel, werd samen met duizenden andere actieve leden van de Broederschap gearresteerd en voor lange tijd in de gevangenis gestopt. Hij zat meer dan tien jaar in de beruchte gevangenis van Palmyra. Volgens hem was Radwan in die tijd geen lid van de Moslim Broederschap. Hij ging uit met meisjes en leidde een actief sociaal leven [Volkskant 20.7.05].

In afwachting van de beslissing over zijn asielaanvraag in Duitsland wordt Radwan in een asielzoekerscentrum geplaatst. Hij woonde jarenlang in het asielzoekerscentrum in Olsberg. Later huurt hij een woning in het centrum van Olsberg. In juni 1996 wordt hij op het station van Aken gearresteerd met heroïne en hasj in zijn bezit. Radwan dealde hard- en softdrug, snoof zelf cocaïne, dronk dure whisky en had veel vrouwen die hij van heroïne voorzag.

Radwan reist regelmatig naar Nederland. Nadat zijn asielaanvraag in Duitsland in 1997 wordt afgewezen, meldt hij zich op 22 juni 1998 bij het Nederlandse aanmeldcentrum in Rijsbergen. Door vingerafdrukken te vergelijken wordt ontdekt dat Al-Issa in Duitsland al asiel had aangevraagd. Hij moet terug naar Duitsland, maar tekent hiertegen beroep aan dat vier jaar zou duren. In deze periode woont hij in asielzoekerscentra in Emmen en Hoogeveen en radicaliseert hij zich in de richting van Takfir wal Hidjra.

Asiel in Nederland
Radwan woont in het opvangcentrum in Borger. Een Irakese medebewoner vertelt dat hij regelmatig ruzie met hem had. “Hij noemde me een kafir, een ongelovige, omdat ik bier dronk en omdat ik niet genoeg bad. Hij zei: «Kijk naar mij, vroeger in Duitsland ging ik naar disco’s en dronk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Nu ben ik een echte moslim»”.

Radwan spreekt al snel vloeiend Nederlands, maar op cruciale momenten weet hij die vaardigheid te verhullen. Zodra hij in aanraking komt met de autoriteiten vraagt hij om een Arabische tolk. Hij regelt voor zichzelf een computer en een fiets, en verzamelt strippenkaarten om op gezette tijden naar de Randstad te reizen. Hij haalt islamitische literatuur in huis en zit dagen achter de computer. Hij reist langs de asielcentra in de regio om zijn extremistische boodschap te verkondigen. Waar hij komt, verandert de sfeer. Mannen weigerden opeens vrouwen een hand te geven, zegt een medewerkster. Radwan is de slimste, hij is de leider in het kleine opvangcentrum.

Radwan hitst de anderen op, maar blijft zelf bijna altijd vriendelijk. Voor kinderen neemt hij altijd snoepjes mee en op bezoek bij kennissen poseert hij lachend op de foto. Maar achter dat masker gaat een onverbiddelijk wereldbeeld schuil, waarin voor andersdenkenden geen plaats is. Sporadisch valt hij uit zijn rol van ‘glimlachende intrigant’ en reageert hij zo opvliegend dat anderen daarvan schrikken.

In de asielzoekerscentra van Noord-Nederland bouwt Radwan een netwerk op van radicale moslims. Daarbij is hij niet kieskeurig. Hij heeft contact met paspoortvervalsers, mensensmokkelaars, duistere handelaren in mobiele telefoons en kennissen van buitenlandse terroristen [Nederlands Dagblad, 30.4.05].

In 2002 leert Radwan ook Mohammed B. en andere jeugdige moslimradicalen kennen. Zij bezoeken gezamenlijk de Tawheed-moskee in Amsterdam en de Soennah-moskee in Den Haag. Wanneer zij ook deze fundamentalistische gebedshuizen te vrijzinnig vinden, organiseren zij uitsluitend nog huiskamerbijeenkomsten. Bij afwezigheid van Radwan nam Mohammed B. de rol van voorganger op zich. Om de voorkomen dat deze bijeenkomsten werden afgeluisterd, werden voor aanvang de sim-kaarten uit de mobiele telefoons gehaald. Radwan had een curieuze methode bedacht om de groepscohesie en zijn eigen gezag te versterken. Hij liet zijn in Den Haag wonende Surinaamse vrouw moedermelk afkolven. Enkele van zijn trouwste volgelingen mochten die melk opdrinken. De leider wilde op die manier bewijzen dat zij ‘zijn zonen’ waren.

In 2003 probeert Radwan met een vals paspoort een vliegtuig te nemen op de luchthaven van Frankfurt. Hij wordt opgepakt en teruggestuurd naar Olsberg. Op 17 oktober 2003 wordt hij in Schiedam wegens illegaliteit gearresteerd. In de gevangenis krijgt Radwan bezoek van zijn leerling Mohammed B. Deze wil hem drie pizza’s brengen. Als dat niet mag gaat Mohammed volledig door het lint. Hij scheldt de bewaarders zo de huid vol, dat de cipiers zich bedreigd voelen. Een vrouwelijke bewaker raakt ernstig overstuur. Radwan werd verdacht van het voorbereiden van een aanslag. Maar wegens procedurele fouten en gebrek aan bewijs wordt hij snel weer vrijgelaten en als ‘ongewenst persoon’ uitgezet naar Duitsland. Daar probeert hij tevergeefs papieren te krijgen om naar Syrië te reizen. De AIVD wist al langer om wie het ging, maar kon hem niet te pakken krijgen. Hij werd gezocht op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Een nacht in Zierikzee
Om half drie in de ochtend van 23 oktober 2004 rijdt een oude Opel Omega door de duisternis van Zierikzee. Er zitten twee mannen in de auto. Achter het stuur zit Achmad al A., een 40-jarige Syriër die in België was veroordeeld voor mensensmokkel. Naast hem zit Radwan al-Issa, die inmiddels al enige tijd door de politie wordt gezocht. De auto wordt aangehouden door de politie omdat zij vermoeden dat er met de kentekenplaat is gerommeld. De politieagenten vind het ook verdacht dat de twee mannen zeggen dat ze aan het verhuizen zijn. Achmad neemt plaats in de politieauto en krijgt een bekeuring voor de nummerplaat. Daarna mogen beide mannen weer vertrekken.

De politie heeft er geen idee van dat de man die in de Opel was blijven zitten de gezochte jihadprediker Radwan is. Hij had een paspoort laten zien dat op naam staat van de Bosnische asielzoeker Refat G. Dat gebeurt negen dagen voor de moord op Van Gogh. Vier dagen later regelt Radwan zijn vluchtroute voor een geanticipeerde ontsnapping. De vertrekdatum is 2 november.

Op de ochtend van de moord op Van Gogh wordt Al-Issa door Rachid Be. (32) per auto het land uitgesmokkeld naar vliegveld Zaventem bij Brussel. Van daaruit vliegt hij met een vals paspoort via Griekenland naar Turkije, waarna hij verder reisde naar zijn geboorteland Syrië. Een paar dagen na de moord informeert Radwan al-Issa telefonisch ‘welke broeders’ er gearresteerd zijn (zijn gesprek met Achmad wordt afgeluisterd). Daarna lijkt niemand te weten waar de haatprediker vertoeft.

Bij zijn ontsnapping werd Radwan geholpen door zijn landgenoot Achmad al A. (alias Abu Bilal). Op 27 oktober boekt hij Samir A., maar ook Nouriddin El-F.

Toen Radwan in november 2004 in Syrië arriveerde vestigde hij zich in Hama, het bolwerk de fundamentalistische Moslim Broederschap. Hij was werkloos en verbleef bij zijn moeder of bij een van zijn vier zussen.

Op 29 april 2005 wordt Radwan in Syrië gearresteerd en opgesloten in de beruchte Fereh Palestine gevangenis in Damascus. De Syrische veiligheidsdienst arresteerde hem toen hij zijn huwelijk wilde regelen met een meisje uit de Syrische plaats Shaam. Volgens zijn zus Iman werd Radwan gearresteerd toen hij het huis van zijn aanstaande bruid wilde binnengaan [Nederlands Dagblad 14.7.05]. In Den Haag heeft hij overigens ook al een vrouw en een kind.

Het is onwaarschijnlijk dat Radwan aan de Nederlandse autoriteiten wordt uitgeleverd. De gevangenis waar Radwan wordt vastgehouden is gespecialiseerd in het ‘op de lokale manier’ (=hardhandig) verhoren van politieke gevangenen: maanden lang en in volledig isolement. Daarna worden ze vrijgelaten of overgebracht naar een meer reguliere gevangenis. Daarbij is het volgens de woordvoerder van de Human Rights Association in Syria, die Radwan’s arrestatie als eerste meldde, gebruikelijk dat de Syrische regering de uit arrestanten geperste informatie doorspeelt aan Westerse veiligheidsdiensten. Radwan’s familie weet alleen dat hij in Fereh Palestine zit. Zij horen niets meer van hem en zij weten niet waar Radwan van beschuldigd wordt. Uit angst voor de autoriteiten durven zij geen advocaat in te schakelen.

Index Marokkaanse sites in de knel

Op Marokkaanse websites en discussiefora kon men —voordat zij zichzelf aan banden legden— veel bijdragen lezen waarin gezegd werd dat het goddeloze varken eindelijk had gekregen wat hem volgens islamieten toekomt, dat Allah’s wil had gezegevierd en dat hij een gepast koekje van eigen deeg had gekregen. “Alle lof voor de martelaar die Theo van Gogh neergeknald heeft!!! Zo komen de zionisten en hun knechten aan hun bloedige eind!” [‘Robrecht’ in maroc.nl].

De site imaan.nl vond al eerder dat Van Gogh de mond gesnoerd moest worden. In maart 2004 tekenden honderden moslims online een petitie tegen Theo van Gogh, onder het motto: ‘Het geduld is op’. Aanleiding daarvoor was zijn column in de Metro [26.3.04] waarin hij profeet Mohammed een ‘verkrachter’ en ‘vieze oom’ noemde. Volgens de petitie zaait Van Gogh haat en discriminatie jegens moslims. “Tevens werkt hij de integratie en samenleving van Nederlandse burgers met een Islamitische achtergrond tegen.” De website riep op tot gedeeltelijk schrijfverbod van Van Gogh. “Zoiets kweekt haat en leidt uiteindelijk tot geweld. Daarom moeten we hier snel een eind aan maken.”

In de Metro reageerde Van Gogh ironisch hard op het schrijfverbod: “Het bewijst alleen maar dat mijn gelijk groter is dan ik ooit geschreven heb. Dit schrijfverbod wat ze willen, is een geschenk van Allah voor mij. Ik heb nog veel ontwikkelingshulp te verrichten.” Of hij nu van plan was om in te binden? “Nee, natuurlijk niet. Dit is een reden om er nog eens hard overheen te gaan.”

Op de Marokkaans-Nederlandse sites wordt voornamelijk gediscussieerd over de gevolgen voor de positie van moslims. De toekomst wordt met angst en beven tegemoet gezien. Temeer daar de platforms waarop zij discussiëren ook ruimte boden aan racistische en extreem nationalistische uitlatingen. Dit gebeurde meestal door bekende, maar zich pseudoniem presenterende figuren uit extreemrechtse, racistische, nationalistische, neonazistische en fortunistische stromingen en stroompjes. De tragikomische teloorgang van het partijpolitieke fortunisme kreeg zijn kans voor reprise in een volkse revolte tegen islamitisch gemotiveerd terrorisme.

En de bom barste — en de scherven schoten naar alle kanten en woelden de grond waarop we in Nederland samenleven drastisch om. Zij zaaide niet alleen dood en verderf voor Theo van Gogh, maar leidde ook tot een klimaat waarin redelijkheid en nuances verloren leken te gaan. Het was genoeg, te veel. Het was tijd voor harde maatregelen. Een bikkelharde confrontatie leek onvermijdelijk. Die confrontatie werd bijna twee weken lang tot een kookpunt opgevoerd door elkaar in fanatisme en gebrek aan reflectie overtreffende extremen. Die confrontatie werd uiteraard ook op internet uitgevochten - en wel in overtreffende trap. Wie in de dagen na de moord op Van Gogh alleen of primair informatie uit internet betrok, kreeg het gevoel in een virtuele burgeroorlog verzeild te zijn. De Marokkaanse sites in Nederland kregen het zwaar te verduren en werden van twee extreme kanten heftig onder vuur genomen.

De beheerders van Marokkaanse islamitische sites werden voor een harde keuze, en sommigen voor een dilemma geplaatst. Zij moesten zich distantiëren van de daad en het gedachtegoed van Mohammed B., maar zij wilden zich ook niet al te zeer vervreemden van een gelovige achterban, die zich nog altijd hartgrondig gekwetst voelde door de godslasterlijke uitlatingen van afvalligen (Hirsi Ali) en niet-gelovigen (Van Gogh). De zelfregulerende kracht van Marokkaanse en islamitische sites werd op hardhandige wijze op de proef gesteld. Het is opvallend hoeveel Marokkaanse sites in staat waren om zichzelf ook in deze moeilijke weken te reguleren. Dat verliep meestal niet vlekkeloos en zeker niet zonder conflicten. Maar het lijkt erop dat het zelfreinigend vermogen van Marokkaans en/of islamitische sites in Nederland groter is dan menigeen verwacht had.

Index


Maroc.nl
Na de moord op Theo van Gogh werden in het gastenboek van Maroc.nl oproepen geplaatst om de taboes binnen het eigen geloof te doorbreken en de ontzuiling als gegeven te accepteren. Rechtsextremisten en verweesde fortunisten gebruikten het forum echter ook om uiting te geven aan hun xenofobie (afkeer van buitenlanders), islamofobie (afkeer van islam), racisme (afkeer van andere huidskleur, ooglid of neusvorm) en etnocentrisme (afkeer van vreemde culturen). In de eerste dagen na de moord op Van Gogh kon men de volgende provocerende (met originele hoofdletters en uitroeptekens versierde) berichten lezen. Bijna al deze provocerend rechtsextremistische uitlatingen werden door de webbeheerders van de site gehaald.

Index


Maghreb.nl
Op het forum van Maghreb geeft niemand een directe legitimatie voor de moord op Van Gogh. Maar zijn beledigende uitlatingen over de islam en moslims worden wel als een soort oorzaak gepresenteerd. Het ‘eigen schuld - dikke bult’ thema komt regelmatig naar voren. Dat bleef niet zonder tegenspraak. Volgens Bigpete moet Riffia_Mina eerst maar eens Nederlands leren, of beter nog: “lekker terug naar waar je vandaan komt, want jij hebt dus kennelijk geen idee wat een rechtsstaat is en je houdt er vreemde ideeën op na.” Het antwoord van Riffia_Mina is grof en dreigend: “jij moet helemaal je bek dicht houden ik kom hier vandaan ik ben in Nederland geboren en trouwens het is niet de schuld van de moslims het is die vieze •••••• Van Gogh hij moest zijn bek maar dicht houden jij ook anders ben jij de tweede die eraan gaat.” Bigpete erkent dat hij geen Marokkaan is, maar een Nederlander en dat hij op dit forum zijn mening wil uiten. “En binnen 1 dag ben ik al met de dood bedreigt... Dus als jouw gedrag kenmerkend is voor de marokkaanse cultuur dan moet de marokkaanse cultuur zich inderdaad er gaan schamen....(gelukkig zijn er ook nog veel marokkanen die wel nadenken).” Riffia_Mina houdt echter hardnekkig vol: je mag zeggen wat je wil, maar je moet wel op je woorden letten. “Voordat je het weet zeg je het tegen een marokkaan die dat niet pikt dan zit heb je een zware probleem dat zeg ik je alvast.”

In dezelfde toonsoort wordt voorgesteld om de vrijheid van meningsuiting maar eens aan banden te leggen.

De moord op Van Gogh wordt niet alleen dubbelzinnig of louter emotioneel afgekeurd, maar ook eenduidig en met goede argumenten.

Op het maghreb-forum worden felle discussies gevoerd over de verschillen en overeenkomsten tussen de Nederlandse en de Marokkaans-islamitische cultuur. Big_pete had zijn woorden nog niet aan het forum toevertrouwd of de eerste moskeeën en islamitische scholen in Nederland werden afgebrand of met bommen bestookt. Veel deelnemers aan het Maghreb-forum beseften al snel wat de implicaties zouden kunnen zijn van de moord op Van Gogh: Index
Elqalem.nl
De burgeroorlog op internet kreeg een vervolg met het ‘op zwart’ gaan van de religieuze moslimsite Elqalem.nl wegens bedreigingen door rechts-extremistische elementen. Redactieleden ontvingen sinds de moord op Theo van Gogh serieuze (doods)bedreigingen. Redacteur Mohammed Maftaoui zegt dat de makers van de site al eerder in discussie gingen met Van Gogh. Hij vindt dat internet als uitlaatklep fysiek geweld eerder voorkomt dan aanwakkert. De site wordt onder andere aangevallen door Landsstorm, maar plaatste zelf ook een foto waarop Theo van Gogh als schietschijf figureert. De redactie is niet treurig nadat er daadwerkelijk gevolg gegeven is aan die oproep. Redactielid ‘S. Abbas’ is niet geschokt maar opgelucht: ”Theo, ha, die zien we niet meer terug. Daar zijn we vanaf. [...] Van Gogh heeft het door zijn nietsontziende aanvallen op en beledigingen van de islam over zich afgeroepen” [Volkskrant 2.11.2005].

Een week na de moord op Van Gogh lanceert de website een ‘Anti-Homo Manifesto’ onder de titel: Geen nicht in het licht. Dit plan zou al eerder zijn gepubliceerd, maar dit werd vanwege het gespannen klimaat na de moord op Van Gogh uitgesteld. Het pamflet pleit voor ‘homoseksualiteit in eigen kring’. De Marokkanen verklaren niet tegen homoseksualiteit zelf te zijn, maar wel tegen “de expressie en invulling die sommigen aan het homozijn willen geven”. Wat hen stoort zijn extravagante homoseksuelen. Zij verzieken het straatbeeld met hun ‘behaarde achterwerk’, ‘paarse strings’, ‘rolschaatsen en zware leren laarzen’. Dat alles doet ‘pijn in de ogen’. In de publieke ruimte moet heteroseksualiteit de norm zijn. Homo’s en lesbiennes die met hun geaardheid te koop lopen zouden zij het liefst juichend van een hoog dak gooien. “Flikkers die er te koop mee lopen en mij met hun gedoe lastigvallen zijn dus dan ook niet veilig bij mij.” Kan het dreigender? Ja, dat kan: deportaties zijn het volgende stadium:

En dan komt de finale:

Een van de redacteuren is de Amsterdamse columnist Mohammed R. Jabri. Op de site eindigt hij zijn betoog openhartig: “Ik lust ze rauw, die faggets” [bron]. Een maand na de moord op Van Gogh kondigt Jabri aan dat hij bezig is een politieke partij voor jonge Marokkaanse moslims op te richten, met financiële steun van enkele islamitische ondernemers. In tegenstelling tot de AEL streeft de nieuwe partij niet naar segregatie, maar naar ‘totale acceptatie’. “Nederlanders moeten accepteren dat sommige gewoonten, zoals onze religie, nu eenmaal nodig zijn om je Marokkaan te voelen” [Parool, 4.12.02].

De eigenaar van de site is Hakim C. Officieel woonachtig in de Marokkaanse plaats Alhoceima, maar inmiddels woont hij in Amsterdam Zuidoost. Technisch wordt de website verzorgd door Flaxe Webhosting vanuit Bochelt in België [Gay Krant].

Index


Mocros.nl
Poster over theo van Gogh Op de Marokkaanse jongerensite mocros.nl werd Theo van Gogh sinds maanden met de dood bedreigd. Al sinds april 2004 stond er een foto van de cineast met de tekst “Wanneer is Theo aan de beurt?” op een forumpagina van mocros.nl. Op de poster is over de keel, borst en het hoofd van Van Gogh een schietschijf met zeven kogelgaten geprojecteerd. “Insha Allah (Als God het wil)” valt verder op de site te lezen, “ruimt Allah deze letterlijke en figuurlijke zwijn snel op”. De foto met oproep werd vlak na het uitbrengen van de film Submission geplaatst.

Woordvoerders van mocros.nl, Brahim en Achmed Ahannay, zeggen de doodsbedreigingen en schokkende afbeeldingen niet te hebben gezien. “We voelen ons echter niet verantwoordelijk voor teksten of foto’s die bezoekers van het forum plaatsen.” Op dinsdagavond 2 november waren de doodsbedreigingen alsnog van de site verdwenen. De redactie van mocros.nl stelde drie nieuwe regels op voor het forum: geen racistische uitingen, geen kwetsende dingen zeggen en niet vloeken.

Wat wel op de site bleef staan was deze wat ongemakkelijk geformuleerde steunbetuiging aan de dader:

De discussiebijdragen in macros.nl werden — ondanks hun geëmotioneerde heftigheid— steeds genuanceerder en in discussies werd meer en meer geprobeerd om al te sterk generaliserende en haatdragende opvattingen te bestrijden.

Voor veel jonge Marokkanen biedt de islam een identiteit. In hun reacties op de moord op Van Gogh wordt de daad als zodanig afgekeurd. Toch wordt daaraan onmiddellijk toegevoegd dat Theo er met zijn scheldkanonnades op hun religie “ook een beetje om gevraagd” heeft. Zij vertrouwen volledig op eigen overtuigingen en opvattingen en hebben weinig ruimte voor respect voor andersdenkenden. Toch kunnen de moskeeën hun leegte en frustratie niet wegnemen. Zij zoeken naar houvast en dwalen rond op het internet en op straat. Daar komen zij in contact met radicale rolmodellen. Daarna trekken zij zich terug in woonkamers, uit het zicht van iedereen.

Politici en voorzitters van zelforganisaties weten vaak niet wat er leeft onder deze jongeren. Met hun ‘emotiereacties’ berokkenen ze volgens Ali Eddaoudi (islamitisch geestelijk verzorger in de gevangenis) juist meer schade. Moslims die er andere visies op nahouden dan men in Nederland wil horen, krijgen meteen het etiket ‘fundamentalist’ en ‘radicaal’. Hierdoor worden ook de jongeren monddood gemaakt. Het gevolg is dat zij zich onbegrepen voelen en zich afzonderen van de samenleving. Zij zijn rijp voor islamitisch-terroristische ronselaars voor de internationale jihad.

Haci Karacaer, directeur van de Turkse moskeeorganisatie Milli Görüs (nationaal gezicht) vindt het noodzakelijk dat conservatieve moslims betrokken worden bij de maatschappelijk discussie. Zij zijn waarschijnlijk beter in staat om radicalen in spe te bereiken. De moslims en hun organisaties moeten hun verantwoordelijkheden nemen. “Roepen dat moslims radicaliseren is voor politici makkelijker en electoraal ook rendabeler dan maatregelen nemen die er werkelijk toe doen.” Die maatregelen vereisen inspanning, geduld en tijd. Er is geen toverformule waarmee men kan voorkomen dat jonge moslims radicaliseren.

Index


Imaan.nl
Ook op de site imaan.nl werden al ruim voor de moord op Theo van Gogh pogingen in het werk gesteld om hem de mond te snoeren. Wie zegt dat moslims geitenneukers zijn moet er rekening mee houden dat er ‘harten’ worden gekwetst. Ook na de moord op Van Gogh zeggen veel discussianten dat als men het extremisme wil bestrijden, bij Hirsi Ali en Wilders begonnen moet worden. Daartegenover staat het nuchtere besef dat de daad van Mohammed B. juist aanzet tot haat tegen moslims. Er is ook grote angst dat de aanslagen op moslimgebouwen tot een ‘burgeroorlog’ zal leiden. Men is angstig en verdrietig. En daar tussendoor roeren zich telkens weer moslims die hopen dat zij de strijd gaan winnen [Seloua]. Maar het is de angst die domineert. “We leven momenteel in een samenleving waar ik als marokkaan sinds vorige week om de minuut achter me kijk..even snel..of er geen onbetrouwe ziel achter me loopt die mij wat zou kunnen aandoen” [Abdulkerim]. De meest optimistische bijdrage kwam van een Nederlandse vrouw. “Ik denk dat het wel gaat meevallen. Nu is de vlam in de pan, maar die wordt weer gedooft hoop ik. Er wordt meer dan ooit gediscussieerd en gepraat met elkaar” [NN].

Index


Marokko.nl
We hebben gezien dat zowel Mohammed B. zelf als zijn meest direct politieke vriendenkring zich regelmatig lieten horen op Marokko.nl. Dit droeg er mede toe bij dat de houding van de regelmatige bezoekers van de site ten opzichte van Hirsi Ali, Van Gogh en anderen uitermate vijandig was.

Op 6 juli 2004 plaatst een jonge man die zich de AIVD-doder noemt, het volgende bericht op het forum van marokko.nl:

Op 28 augustus schrijft hij:

Op 29 augustus voegt hij daaraan toe:

Uit de feitenreconstructie die de regering aan de Tweede Kamer stuurde blijkt dat dit de inlichtingendienst niet is ontgaan. In opdracht van de Landelijk Officier Terrorismebestrijding in Rotterdam wordt door een internetrechercheur een vooronderzoek uitgevoerd. Hij weet de identiteit van de ‘AIVD-doder’ te achterhalen. De KLPD kwalificeert de inhoud van dit door “K. in Zeeland” geplaatste bericht als ernstig. Vooral omdat de schrijver van de berichten ook experimenteerde met explosief materiaal. Volgens de AIVD waren er in dit geval nog geen voldoende aanwijzingen “dat hij daadwerkelijk overgaat tot het plegen van terroristische acties”.

Voor de moord op Van Gogh werd op Marokko.nl de vraag opgeworpen: “Zal Hirshi Ali hetzelfde eindigen als Pim Fortuyn?” Een ruime meerderheid (115 van de 171) van de respondenten koos voor het antwoord: “Ja, zal niet lang meer duren.”

Index


MaghrebOnline.nl
Waarschuwingen & Ban’s
Uit het overzicht van Waarschuwingen & Ban’s blijkt dat Farid al 4 keer eerder werd gewaarschuwd en in totaal 5 keer werd geband. Op 22.10.02 wordt hij officieel gewaarschuwd vanwege zijn antisemitische beledigingen. Op 24.10.02 wordt hij twee weken geband omdat hij doorgaat met het beledigen van andere bezoekers. Op 22.10.02 krijgt hij weer een waarschuwing: iedereen dient zich te onthouden van het uitdagen/uitlokken of ‘terug schelden’. Farid gaat echter door met beledigen en op 29.11.02 volgt een uitsluiting voor een week. Op 18.2.03 krijgt hij zijn volgende waarschuwing, en op 5.3.03 volgt wederom een ban van een week. Op 19.3.03 wordt besloten om Farid voor onbepaalde tijd te bannen. Maar Farid blijft terugkomen. Op 24.6.03 wordt hem te verstaan gegeven dat hij volledig verbannen zal worden als hij zo blijft doorgaan. Hij gaat door en krijgt op 21.9.03 toch slechts een ban voor een week aan zijn broek.
De site MagrebOnline trok al eerder de aandacht toen Farid Achahboun (30) uit Schiedam werd opgepakt, omdat hij in dat forum bedreigingen had geuit aan het adres van kamerlid Geert Wilders. Aanleiding was dat Wilders de toenmalige Palestijnse leider Arafat een ‘terroristenleider’ noemde. Farid schreef: “Wilders moet echt met de dood worden bestraft voor zijn fascistische uitspraken over islam, moslims en de Palestijnse zaak” [30.9.2003]. En hij plaatste een foto van Wilders op de site. Hoewel de redactie van MaghrebOnline hem kort daarvoor (19.9.03) ‘een ban voor een week’ had gegeven, liet zij deze doodsdreiging gewoon passeren.

Begin 2004 kwam Farid A. voor de rechtbank. Hij werd veroordeeld 120 uur dienstverlening en een maand voorwaardelijke celstraf. De aanklager vond die straf onaanvaardbaar. Op 19 november 2004 eiste het Openbaar Ministerie voor het gerechtshof in Den Haag drie maanden celstraf. Advocaat-generaal C. Strack verklaarde: “Hier is een onvoorwaardelijke straf op zijn plaats. In een democratische rechtsstaat moeten politici zich vrij kunnen uitlaten. Het recht op vrije meningsuiting komt de verdachte in dit geval niet toe. (...) De straf moet een signaal zijn voor iedereen die politici de mond wil snoeren. De afgelopen weken hebben we kunnen zien dat de rechtsorde verstoord wordt door mensen die dit soort bedreigingen uiten.”

De verdachte en zijn advocaat waren niet aanwezig tijdens de zitting. Zij beweerden geen oproep te hebben ontvangen. ‘Farid26’ gebruikt daarna weer het MagrebOnline forum om het onrecht dat hem is aangedaan aan de kaak te stellen: “het kan niet zo zijn dat Wilders wel Arafat de dood mag wensen en ik als reaktie daarop deze nazi-figuur niet de dood mag wensen” [19.11.04]. In “de nazistische visie” van “herr nsb-er strack” hebben moslims geen recht op vrije meningsuiting. En provocerend uit hij wederom zijn vurige wens: “Nou hierbij wilders, Val dood opgeblazen nazi-figuur.”

Sommige forumleden vallen hem bij.

Een forumlid maakt het nog bonter:

Andere forumleden wijzen erop dat hij met dit soort commentaren zijn zaak alleen maar moeilijker maakt. “Iets meer zelfbeheersing zou meer in je eigen belang zijn” [Simon]. Men vraagt zich af waarom Farid26 nog niet naar een of andere moslimparadijs geëmigreerd is [Runny]. Men is echter vooral bang dat door zijn optreden het hele forum in een kwaad daglicht komt te staan. “Ons forum wordt met naam en toenaam genoemd, in een onprettige manier” [Kernheimer].

Daarvoor heeft ‘mujahhid’ een slimme oplossing bedacht. Hij geeft Farid een wijs advies:

Die ophef kan vermeden worden wanneer je leert iets anders te zeggen dan je bedoelt. Je zegt niet dat Wilders de dood verdient, maar dat hij beter dood kan zijn. Je moet leren om regelrechte doodsdreigingen te verpakken in termen die vanuit het recht op vrijheid van meningsuiting verdedigbaar zijn.

Farid leert daarvan en past zijn stijl aan: hij wenst de “VVD-randebiel” nu slechts “de cholera of een andere dodelijke ziekte” toe.

Op 3 december 2004 deed het hof uitspraak in de zaak Farid A. Een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. De belangrijkste overwegingen waren dat Wilders zich ernstig bedreigd voelde, dat deze bedreiging een directe reactie was op de politieke standpunten van Wilders. Bovendien stelde het hof dat een bedreiging op internet ernstiger is dan via een minder toegankelijk medium, omdat het derden zou kunnen aansporen de daad bij het woord te voegen.

Farid A. was niet erg onder de indruk van het vonnis. Op 3 december schreef hij in het forum van MaghrebOnline: “Principieel vind ik dat er geen sprake is van doodsdreigement en dat de rechtse populist enkel het gebeuren gebruikt voor eigen politieke doeleinden. Alleen al daarom zal ik niet rusten tot het recht heeft gezegeviert” [bron]. Farid had inmiddels de boodschap van forumdeelnemer ‘mujahhid’ tot zich laten doordringen. Hij had weliswaar gezegd: “Wilders moet echt met de dood worden bestraft”, maar hij had eigenlijk willen schrijven: “Wilders mag doodvallen vanwege zijn uitspraken en daden.” De rechter kan oordelen en veroordelen wat hij wil, maar Farid gaat door met zijn in doodswensingen verpakte doodsdreigingen. De beheerders van het forum MaghrebOnline grijpen daar niet op in. Farid26 is met zijn 17.430 geplaatste berichten (laatste telling 6.12.04) de absolute topper van het Maghrebonline forum.

Index


Cyberdjihad.blogspot: Ertan
De Cyberdjihad.blogspot (per 12.12.04 verhuisd naar Cyberjihad) laat alleen al door haar naam geen misverstand bestaan over de oogmerken van deze weblog. Direct na de moord op Theo van Gogh werd op de site een schokkende foto geplaatst. Het was een foto van het ontzielde lichaam van Theo van Gogh op het fietspad van de Linnaeusstraat met twee messen in zijn lijf. De foto was een dag na de moord op van Gogh al prominent op de voorpagina van de Telegraaf gepubliceerd. Nog schokkender waren het boven- en onderschrift die daaraan waren toegevoegd door ‘Rahmetullah’, een pseudoniem van de sitebeheerder Ertan Kiliç.

Eigen schuld, dikke bult!

Laat dit een wijze les zijn voor de vijanden van de islam.
Alle lof voor de broeder die dit zwijntje eens flink heeft gewassen.

Beestachtige afslachting
De foto is gemaakt door Aron Boskma. De 27 jarige Amsterdammer maakte de foto met zijn mobiele telefoon zonder te weten dat het Theo van Gogh was. Dat las hij pas thuis op teletekst. Boskma nam het plaatje om zijn ooggetuigenverslag tegen zijn vrienden kracht te kunnen bijzetten. “Ik was bang dat ze me anders niet zou geloven.”

“Ik zat in mijn auto in de Linnaeusstraat te wachten voor het stoplicht, toen ik opeens pistoolschoten hoorde. Even later kwam een man over het fietspad aanstrompelen. Hij liep een fietsster omver, ging voor mijn bumper langs en stak de weg over. Aan zijn houding kon je zien dat deze man de dood op zijn hielen had. Ik zag op dat moment nog niet dat het om Theo van Gogh ging en dat hij al een gapende snijwond in zijn hals had.”

“Meteen daarop rende er een man voor mijn auto langs naar de overkant, achter hem aan. Op de stoep had hij hem te pakken. Met twee gestrekte armen probeerde Van Gogh zijn belager af te weren. Op dat moment stak de man hem een Rambo-mes in de hartstreek.”

Volgens Boskma was het een enorm mes, met een lemmet van circa 30 centimeter. “Onmiddellijk daarna plantte hij ook het tweede steekwapen, een gekarteld soort koksmes, in het lichaam. Van Gogh zakte in elkaar. Ik besefte niet goed wat ik zag. Ik vond het merkwaardig dat de dader de messen direct losliet en ze niet uit het lichaam trok. Het was een beestachtige afslachting. Van Gogh is als een stier in de arena afgemaakt.”
[bron].

Volgens Telegraaf redacteur Peter Schoonen zou iedereen die over deze foto kon beschikken hem publiceren. “Deze foto was het verhaal” [C|net].

Ertan Kiliç (33) is een Turkse columnist die wekelijks op zijn eigen website commentaar geeft op integratie en islam. “Elke zondag, wanneer de christenen een rustdag hebben, een satirische kijk op de Nederlandse samenleving door een moslim.” In diverse sites droeg hij onder verschillende schuilnamen zijn verbale steentje bij aan de moord op van Gogh.

Op 3 september 2003 verschijnt in zijn ErTaN.blogspot een bericht met als titel Ongelovige duivelse mortadda. Het bericht begint met een citaat uit het rapnummer Hirsi Ali Diss van de rapgroep DHC (Den Haag Connection). In deze rap wordt Hirsi Ali op niet mis te verstane wijze uitgescholden en dood gewenst. Onder verwijzing naar de MSN-groep Muwahhidin/DeWareMoslims maakt ‘ErTaN’ melding van het feit dat Hirsi Ali sinds 2 september is ondergedoken, nadat op deze site haar geheime privé-adres in Den Haag werd gepubliceerd. In een reactie op het bericht dat Hirsi Ali is ondergedoken schrijft broeder Abu Nawwaar (pseudoniem van Omar A.):

Hoewel de MSN-groep Muwahhidin/DeWareMoslims al sinds 30 augustus 2004 uit de lucht is, kan men deze onverbloemde terroristenretoriek nog steeds vinden op de site van ErTaN.

Ertan schrijft ook zelf een bericht in de MSN-groep van Abu Nawwaar. Hij reageert op het bericht dat Hirsi Ali in een safe house moest onderduiken, omdat haar geheime woonadres op de site bekend gemaakt werd. Ertan schrijft dat het bericht hem deed “dansen van vreugde”. Maar op zijn eigen weblog geeft hij als advies: “Voortaan niet eerst dreigen maar gelijk in actie komen. Bam bam!” Een bezoeker noemt het laten uitlekken van het adres van Hirsi Ali “dom”. “Daar gaat de ‘element of suprise’.”

Blogbaas is verantwoordelijk
Sommige beheerders van weblogs zijn van mening dat zij niet aansprakelijk zijn voor de bijdragen die door anderen worden geplaatst. Een blogbaas is echter wel degelijk aansprakelijk voor auteursrechtschendingen of strafbare uitingen die zich op zijn weblog voordoen, ook wanneer het illegale materiaal niet door die beheerder zelf op zijn blog is geplaatst. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) spande namens een aangesloten fotograaf een proces aan tegen de Stichting Nieuw Rechts. Op een weblog van deze stichting was door een bezoeker een foto geplaatst als onderdeel van een reactie. De rechter was van oordeel dat de sitebeheerder de openbaarmaking van die foto faciliteert en gedoogt, en daarvoor derhalve aansprakelijk is. Naast een financiële compensatie moest de Stichting Nieuw Rechts de foto’s van de site verwijderen, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag [Villamedia.nl; Wieringa Advocaten].
    Wat voor inbreuken op foto-auteursrecht geldt, geldt ook voor de verspreiding van strafbare uitingen [Regulering en zelfregulering van internet].
Op 6.10.04 maakt Ertan trots melding van het feit dat hij het adres en telefoonnummer van Theo van Gogh heeft weten te achterhalen, “maar die zal ik niet publiceren”. Ertan beschouwt zijn buurtgenoten Samir A. en Mohammed B. later als helden. “Het is nu 19 dagen na hét moment en wat is de stand? Theo nog altijd dood en Ayaan nog altijd monddood. Mohammed, je bent een kanjer.” Zelfs op 20.11.04 plaatst hij nog verwijzingen naar de door Mohammed B. ingeleide en vertaalde manifest De Ware moslim. En dat alles onder het motto: “Ook wij zeggen wat wij denken.”

Opvallend is dat ‘Ertan’ zo openlijk opereert en niet erg veel moeite doet om zijn ware identiteit te verhullen. Wie daarin geïnteresseerd was had al in maart 2003 zijn identiteit gemakkelijk kunnen achterhalen. Men hoefde slechts zijn domeinnaam, www.ertan.nl, in te typen bij de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) om zijn volledige naam, adres, woonplaats en telefoonnummer te vinden. Via een simpele whois zoekopdracht kon iedereen die het maar weten wilde lezen dat Ertan Kiliç zijn domein op 18.3.03 officieel had laten registreren.

De ware identiteit van ‘ErTan’ / ‘Rahmetullah’ was al veel langer bekend. Op 7 juni 2004 publiceerde Socrates.weblog.nl (in samenwerking met de redactie van de Telegraaf) zijn persoonsgegevens. En op 8.11.04 werd dit nog eens herhaald door Planet Internet [8.11.04]. Daarom leek het merkwaardig dat de redactie van GeenStijl op 25.11.04 met grote trots meedeelde dat zij erin geslaagd was de identiteit van Ertan te achterhalen. Deze ‘scoop’ werd niet gescoord door het opvragen van de domein-gegevens, maar door een ‘lekker sappig mailtje’ te sturen naar het e-mailadres op de site cyberdjihad.blogspot.com. Het onderwerp van de e-mail was: ‘Meer foto’s van stijlloze redactieleden!’. In de e-mail was een link opgenomen naar een plaatje. Via de realtime statistiek op de dedicated server van GeenStijl kon worden vastgesteld dat hij snel op de url van het plaatje klikte. Daarmee kwam men in het bezit van het ip-nummer van Ertan. Via dit nummer was zijn woonadres in Amsterdam snel achterhaald.

De ‘scoop’ van GeenStijl leek een prototypische ‘canard’. In zijn eigen weblog merkt Ertan op dat deze onthullende exercitie van GeenStijl volledig overbodig was. Men had net als anderen al eerder hadden gedaan de naw-gegevens van het domein kunnen opvragen. “Kortom, niet GeenStijl heeft mijn identiteit achterhaald, maar ikzelf heb mijn identiteit al veel eerder prijsgegeven.” De essentie van de ‘scoop’ van GeenStijl was niet het aantonen van de adresgegevens van Ertan, maar het bewijs dat de persoon achter cyberjihad.blogspot.com dezelfde was als achter Ertan.nl. Ook dit laatste was echter al op 8.11.04 in het artikel van Planet Internet gepubliceerd. De ‘scoop’ had dus weinig nieuwswaarde.

Ertan deed zelf bij de politie aangifte van doodsbedreigingen. Hij werd in een voicemail uitgescholden voor ‘zwarte banaan’ en met de dood bedreigd.

Index


Prediker van de zuivere leer: Abdul-Jabbar van de Ven
Jilles van de Ven (25), alias Abdul-Jabbar, is een autochtone Nederlander zie zich op 14-jarige leeftijd tot de islam bekende. Zijn VWO onderbrak hij om een jaar in Medina (Saudi-Arabië) te studeren. Na zijn verblijf in het ‘Hollywood van de islam’ volgt hij Midden-Oostenstudies aan de Radboud Universiteit van Nijmegen [zijn persoonlijke levensverhaal is na te lezen op maroc.nl].

Jilles is een fundamentalistische islamist van het zuiverste water. “Al voer je 90 procent van sharia uit en 10 procent niet, dan ben je nog een ongelovige.” Je bent pas moslim als je wereldwijd een staatsinrichting volgens islamitische wetten nastreeft. Het enige echte islamitische land ter wereld is voor hem het Afghanistan van de Taliban, een van de meest afschuwelijke episodes uit de wereldgeschiedenis. Hij roept openlijk op tot de jihad en is de drijvende kracht achter het tijdschrift Wij moslims waarin dezelfde boodschap wordt gepropageerd. De prediker van de islamitische heilstaat is verbonden aan de radicale stichting Al Wagf Al Islam (Eindhoven) welke verbonden is aan de Al Fourquaan-moskee die verdacht wordt van het ronselen van jongeren voor de jihad.

Hij waant zich een religieuze koning in het land der blinden. “Ik beheers de basiskennis die elke moslim hoort te kennen, maar omdat bijna niemand die heeft wordt tegen mij opgekeken.” Hij heeft veel aanhang, vooral onder jongere Marokkanen. Hij gaf onder andere jihad-lessen in de Abu Bakr moskee in Almere.

Op al-islaam.com presenteert hij zijn preken die hij in diverse moskeeën uitdraagt. In een delirisch-religieuze stijl preekt en propageert de ‘internet imam’ de vrijwillige jihad. Jilles getuigt “dat er geen enkele godheid bestaat buiten Allah”. Zijn primitieve teksten getuigen van een aanmatigende devotie. Jilles gedraagt zich islamitischer dan de profeet zelf. “Wat deze koeffaar (ongelovige) nog steeds niet schijnen te begrijpen is dat we het niet nodig hebben geronseld te worden. Als we het nieuws aanzetten, zien we al genoeg om vrijwillig iets te doen.”

Bezint eer gij begint
In februari 2003 beklaagt Abdul-Jabbar zich over de kwaliteit van de Nederlandse jihadisten. Aanleiding daarvoor is “het hele gedoe rond de twee broeders uit Amsterdam die in de Ukraïne zijn gestrand”. Jongeren die over de jihad praten doen dat vaak ‘onvolwassen’: “Veel emotioneel gekakel van een stelletje kippen zonder kop.” Op zijn kenmerkende belerende toontje wijst hij de jonge jihadisten erop dat zij zich goed moeten voorbereiden voor zij op jihad gaan. Hou rekening met extreme kou (in Tsjetsjenië, Afghanistan en Kasjmir), of met extreme hitte (zoals in de Filippijnen). Train je lichaam en leer omgaan met wapens. Als oudere man geeft hij hen dit wijze advies:

“Ben je werkelijk van plan om te gaan ? Hou het dan voor je en roep het niet tegen iedereen om je heen. Ben je werkelijk bereid om te gaan ? Praat dan met andere moedjaaheddien en luister naar hun verhalen, of kijk naar de vele videobanden over Bosnie of Tsjetsjenie. Lees zoveel mogelijk over het gebied waar je naartoe gaat, en bereid je hier voor door veel te vasten, zeer simpel te eten, ook eens buiten je donzen dekbed te slapen op de harde koude vloer, buiten te trainen in weer en wind en je boven alles geestelijk voor te bereiden door veel extra te bidden, da’wah te doen, te vasten, Qur’aan te lezen, etc. Het is lachwekkend dat je de mensen met de grootste mond over Jihaad bijna nooit geld ziet inzamelen voor goede doelen, da’wah doen, lezingen organiseren of bekend staan om hun hikma [wijsheid] en taqwa [vroomheid]. Probeer eerst eens te leven voor de Islaam, voordat je praat over sterven voor de Islaam. Ik zeg niet dat je eerst 10 jaar moet studeren voordat je op Jihaad gaat, want dat is een bid’ah die veel afgedwaalden vandaag de dag verkondigen om jongeren weg te houden van de Jihaad. Maar weet in ieder geval waar je mee bezig bent. Bezint eer gij begint.”

Toch beweert Jilles dat hij niet oproept tot een heilige oorlog. “Dat kan ik ook helemaal niet. Ik sta wel achter de jihad die nu woedt in Irak en Palestina. Maar een jihad in Nederland is toch heel iets anders. Afgezien van de vraag of het volgens de islam is gewettigd om hier zo’n strijd te voeren, moet je ook kijken of het verstandig is. Wat bereik je ermee? Kijk naar de moord op Theo van Gogh. Wilders is in de peilingen naar twintig zetels geschoten en de AIVD wordt uitgebreid” [Rotterdams Dagblad: 21.11.04].

Jilles ontkent dat hij leden van de Hofstadgroep heeft geïnspireerd tot terroristische acties. “Er wordt nu gezegd dat Jason W. zich door mij liet inspireren. Ook bij andere verdachten zou dat het geval zijn. Maar ik weet daar oprecht niets van” [Rotterdams Dagblad]. Hij kende alleen Jason W. “Ik herinner me hem omdat hij in totaal driemaal na afloop van de dienst contact met me zocht. Het is al een tijdje geleden, maar iets extreems of gevaarlijks heb ik destijds nooit in hem gezien” [idem].

Voor Jason W. was Jilles een inspirator [NRC 15.11.04]. En omgekeerd heeft Jilles enorme bewondering voor Jason W. “Ik hou van hem. Ik schaam me dat een jongen van twintig al zo ver is dat hij daar kan zijn, terwijl ik als oudere, ouder dan hij in ieder geval, nog niet op dat niveau ben. Je laat je vaderland, familie en geliefden achter. Voor de islam. Misschien ga je dood.” Hij verklaart openlijk dat hij wil toegroeien naar dat niveau. Jilles is bescheiden, hij lijkt zich ervoor te schamen dat hij slechts schrijftafel- of internetterrorist is.

De moord op Van Gogh was voor hem onvermijdelijk. “Je kon erop wachten dat het een keer zou gebeuren. Ik heb geen moment gerouwd om zijn dood. Ergens was ik wel blij, Van Gogh deed niets anders dan moslims tot diep in hun ziel beledigen. Hij had wat mij betreft ook onder een trein mogen komen of aan kanker mogen doodgaan. Hij is dood, dat is wat telt. Dat hij door een moslim is vermoord, betekent wel dat het hele circus weer is losgebarsten” [Rotterdams Dagblad 21.11.04].

Jilles kondigde al eerder aan dat hij zijn land wil verlaten: “Ik heb na 11 september het gevoel: ik hoor hier niet thuis. Ik walg van de schijnheiligheid hier.” Echt islamitische landen bestaan er volgens hem niet, alleen Afghanistan was dat onder de Taliban. “Maar je hebt de keus tussen kanker en griep. Nederland is de kanker” [Trouw, 21.12.01].

Abdul-Jabbar van de Ven Hij baarde opzien toen hij op 23 november 2004 op de televisie verklaarde dat hij niet treurig zou zijn als Geert Wilders binnen niet al te lange tijd zou sterven [Het Elfde Uur; video]. Politici ontstaken in grote toorn. De fractievoorzitters van alle parlementair vertegenwoordigde partijen zonden een openbare brief aan de minister van justitie, waarin niet alleen uiting gaven aan hun bezorgdheid over de uitspraken van Abdul-Jabbar en deze veroordeelden, maar de minister ook verzochten om te onderzoeken of hiertegen kon worden opgetreden.

Niet alleen in radicale moslimkringen werd hierop verontwaardigd gereageerd. Was dit geen voorbeeld van ultieme hypocrisie, van opvallend selectieve verontwaardiging? Was het niet juist Theo van Gogh die nog veel ergere dingen zei over bijvoorbeeld Paul Rosenmöller? De fractievoorzitters van de parlementaire partijen deden alsof dergelijke doodsverlangens nieuw waren in Nederland en vonden nu opeens dat er een grens bereikt was.

In een schriftelijke verklaring liet Jilles weten niemand te willen aanzetten om Geert Wilders te vermoorden. Maar de vijanden van de islam mogen wat hem betreft worden aangepakt. Jilles is er trots op om fundamentalist te worden genoemd. Toch bracht hij met zijn stellingname een dubbelzinnigheid aan het licht: hoeveel autochtone Nederlanders zouden niet verheugd zijn om te horen dat eindelijk Osama bin Laden was geëlimineerd?

De woordvoerder van de Radboud Universiteit, Willem Hooglugt, maakte de dag na zijn tv-optreden bekend dat hij zich met zijn uitspraken buiten de universitaire gemeenschap heeft geplaatst. Er wordt overwogen om stappen tegen Van de Ven te ondernemen. “In ieder geval sturen we hem een brief waarin we vertellen dat zijn uitspraken onacceptabel zijn.” De uitspraken Van de Ven zijn wettelijk gezien niet strafbaar. “Maar er bestaat ook nog een universiteitsreglement. Dit past niet in de normen en waarden van de universiteit.”

In een interview met de BBC World Service verklaarde Van de Ven dat hij bereid is om Nederlandse jongeren steun te verlenen wanneer zij van plan zijn om naar Irak af te reizen om aanslagen op Britse militairen te plegen. “Well if they want to fight abroad, then I will support them. If you ask me is it Jihad to blow up three British soldiers in the south of Iraq, I say yes, this is Jihad” [Dutch fear Muslim radicalism].

Index Contra-terreur

Nationalistische en racistische reacties
De islamitisch geïnspireerde moord op Van Gogh was koren op de politieke molen van extreem nationalistische en racistische groeperingen. Zij grepen de gebeurtenis aan om hun in haat gedoopte en gewelddadige opvattingen te ventileren. Extreemrechts maakt misbruik van de situatie en zet met volle kracht aan tot haat en geweld tegen Marokkanen, moslims, allochtonen in het algemeen en tegen ieder die een voorstander is van vreedzaam samenleven.

In het forum van Polinco — een politiek incorrect forum “voor mensen die denken” — werd de toon gezet door moderator ‘Brama’:

De rechtsextremisten beschouwen de moordaanslag als een dramatisch keerpunt in de Nederlandse geschiedenis. Mohammed B. “beëindigde niet alleen het leven van de vrijspreker Theo van Gogh, maar gooide daarmee ook de lont in het smeulende kruitvat van de ‘multiculturele samenleving’” [Brama]. “Nu is het oorlog” [F101]. Het is een oorlog die men verwelkomt en die men zelf heeft helpen voorbereiden. “Ik hoop van harte dat de bom nu is gebarsten en dat het tij zal keren” [Landgenoot]. Uiteraard is er “voor deze misgeboorte die deze executie uitvoerde geen straf te hoog” [Antifa hater].

Men neemt het op voor Geert Wilders (ex-VVD) maar waarschuwt minister Verdonk van Vreemdelingenzaken dat zij moet uitkijken om de sympathie van de anti-islamisten te verliezen. Zij had gezegd dat de overheid niet alleen hard zou optreden tegen terroristen, maar ook tegen personen die moslims bedreigen of aanslagen plegen op scholen en moskeeën. “We zullen niet toestaan dat de moslimgemeenschap wordt beschuldigd en buitengesloten. Dat er een tweedeling ontstaat. En dat we belanden in een spiraal van angst en haat, van vervreemding, stigmatisering en polarisatie” [Rita Verdonk]. Dat beviel de rechtsextremisten helemaal niet.

Vroege piekers en gematigde moslims
“Moordenaars zoals Mohammed B. zijn jonge honden, overmoedige vroege piekers, die denken dat zij nu al voor de overwinning op het Westen kunnen gaan. De ‘gematigde’ moslims wachten liever af, de politiek volgend van de immer uit Saudi Arabia geïmporteerde imams, totdat de verhoudingen meer in hun voordeel liggen. Je kan hier op willen wachten, maar verwacht geen genade van ze voor al die jaren dat je hun geholpen hebt. In de ogen van Allah blijf je immer een ongelovige hond die de dood verdient” [aspirant Policoon ‘Sammael’ in Polinco].
Moderator ‘Brama’ vindt dat alle Nederlandse burgers en politici beschermd moeten worden, “zo nodig door het nemen van rigoureuze en ongrondwettelijke middelen.” Maar dat geldt niet voor de Nederlandse of in Nederland woonachtige allochtonen. Vertegenwoordigers van de Marokkaanse en moslimgemeenschappen worden afgeschilderd als ‘roverhoofdmannen van gebundelde muzelmannenclubs’ die ons wijs willen maken dat de islam een vreedzaam geloof is en dat de Nederlandse moslimgemeenschap niet aansprakelijk gesteld kan worden voor het gewelddadige optreden van een afgedwaalde gek. Een ‘vredelievende Islam’ is een contradictio in terminus: “de islam is vanuit haar basis een onderdrukkings- en verdringingsgeloof en volledig gestoeld op fundamenten die elke democratische samenlevingsvorm afkeurt en oproept deze te vernietigen, énkel Allah’s (maznavic) wil zal wet zijn!” [Brama].

In opgeblazen metaforen wordt het leefklimaat in Nederland gediagnosticeerd:

Ungesundes Volksempfinden
“Ik ... vindt het in brand steken van eigendommwn van de veroveraars volkomen legitiem en terecht” [Anti-link(s)]. Deze aspirant Polincoon prijst “het dappere verzet van moedige NLers” die ‘de bezetters’ met hun acties duidelijk maken dat zij niet langer gewenst zijn in ‘ons land’. “Langzaam aan kunnen we weer eens met gepaste trots Nederlander zijn.” De nieuwe helden van extreem-rechts zijn lieden die moskeeën in brand steken en bommen leggen in islamitische scholen. Gesundheit.
De daarbij passende therapie ligt voor de hand: “Staat er een moskee in de fik? Blus hem dan met benzine!” [Craig Montgomery, die direct al hoopte dat het om een Marokkaanse dader zou gaan]. Ook al mislukken sommige aanslagen, zij geven een signaal af “dat we de aanwezigheid v.d. islam niet langer waarderen en tolereren” [Anti-link(S)]. De ‘NLse verzetsstrijders’ die hiervoor verantwoordelijk zijn verdienen een medaille en een standbeeld.

De overheersende verwachting is dat radicaal islamieten vooral nog wat meer acties moeten uitvoeren, “dan krijgen we er vanzelf genoeg aan onze zijde!” [Landgenoot]. Om dit proces te bespoedigen roept de ‘Antifa hater’ op om ‘onze jeugd’ te verzoeken “de pogingen tot vernietiging van moskeeën en islamitische instellingen voort te zetten. Het hoeft niet altijd te lukken. Zelfs mislukte pogingen tellen mee. Het is zaak de boel op scherp te zetten en de islamiet te dwingen zijn ware natuur aan de Nederlander te tonen. Bij een voortijdig ontvlammen van het conflict, dat er al jaren zit aan te komen, zijn de kansen nog aanwezig dat de pest gekeerd kan worden.”

Daarom werden alle aanslagen op islamitische instellingen goedgekeurd en voortzetting daarvan aangemoedigd. Het motto: “Wie wind zaait zal storm oogsten.” “Je kunt de Nederlander wel blijven bruskeren, terroriseren, neersteken, bestelen, bedriegen, beliegen, beroven, verkrachten of vermoorden, maar op een gegeven moment komt er een reactie” [Republikein].

Nederland stevent af op een burgeroorlog - “en dan zullen we al die ‘cultuurverrijkers’ en de blablafiguren die met hen heulen met woekerrente terug betalen” [‘volisvol’].

Wraak
De eerste woedende reacties op de moord op Van Gogh konden in één woord worden samengevat: “Wraak” [Kobus58]. “Cohen roept op tot verdraagzaamheid tussen de verschillende nationaliteiten! Dat wil ik helemaak niet. Cohen roept om vooral rustig te blijven. En dat wil ik ook niet! Ik wil dat de regering ons volk eindelijk eens beschermd tegen de gekken die in deze samenleving loslopen” [Luna].
Het forum van de Nationale Alliantie is naar eigen zeggen bedoeld om te discussiëren, “dus niet om te beledigen, roddelen of iemand te bereiken”. Verwijderd worden alle berichten “die de seksuele perversie promoten, homoseksuele, lesbische of pedofiele webstekken, en alle discussies die niets te doen hebben met gezond verstand.” Hoe dit forumbeleid in de praktijk werkt, kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van de reacties op de bomaanslag op een islamitische basisschool in Eindhoven. ‘Ben Militant’ (in Polinco opererend onder de naam ‘Anti-link(s)’) is er weer trots op Nederlander te zijn. “Dat komt vooral door het dappere verzet van moedige NLers die de bezetters met hun acties duidelijk maken dat wij de aanwezigheid van buiten-Europese islamieten niet langer op prijs stellen”.

De dader(s) van de aanslag worden geprezen, omdat er goed over is nagedacht. “Hij heeft het ’s nachts gedaan toen er niemand in de buurt was zodat er geen gewonden zijn gevallen, maar de moslims wel een klap krijgen dat ze moeten oprotten” [‘Ginger’]. ‘Iemand’ is het daarmee niet eens: “Vind het een goede aktie jammer dat die kleine jihad strijdertjes niet binnen de school zaten en de explosie niet groot genoeg was om gelijk die hele moskee mee weg te vagen.” Dat gaat andere forum leden iets te ver. “Onschuldige kinderen vermoorden? Kinderen vermoorden is het toppunt van lafheid” [angel23]. Forum administrator ‘Dura’ grijpt in. “Oproepen tot haat of sympathie voor moord of opblazen van, kunnen wij niet toestaan om een diversiteit aan redenen welke een van de belangrijkste is, de strafbaarheid ervan. Is het niet dat je zelf aangeklaagd kan worden, dan is het wel de partij, de administrators, dan wel de moderators die aangeklaagd worden, dan wel vervolgd.” Natuurlijk is het “in het huidige leefklimaat van onderdrukking en van hogerhand opgelegde ‘medelijden’ met onze gasten” wel begrijpelijk dat men gevoelens van boosheid uit door het oproepen tot of plegen van geweld. “Blinde haat is echter hetgeen een goede activist niet kent.”

De Nationale Alliantie beoogt een paraplu-organisatie te zijn waarin diverse stromingen bijeenkomen: nationalisme, conservatisme, fortuynisme en nationaal socialisme. Hoewel de Nationale Alliantie officieel afstand neemt van racisme, stond het webforum van de Nationale Alliantie voor en na de moord op Van Gogh vol met racistische uitlatingen [Donselaar / Rodrigues 2004: 55 e.v.].

In Holland Hardcore, ‘Eigen Volk Eerst’, winden de nationalistische en nationaal-socialistische forumdeelnemers er geen doekjes om. “Nu actie ondernemen” [Leonno] tegen “die tering moslims” [Hollandsjoggie] is de stemming. En er worden specifieke voorstellen gedaan. “Zullen we nu eens beginnen met de diamantbuurt weer blank te maken” [rick]. “Het is tijd voor een grote etnische schoonmaak in Nederland en [ik] ga vandaag nog beginnen wie doet er mee?” [hardcore-traaie]. “Elke moslim beschouw ik vanaf nu als een vijand, ‘liberale’ moslim of niet!! ...Alle (van buiten-europa afkomstige) moslims en hun nageslacht Europa uit, om te beginnen uit Nederland” [Ben Spandoek]. “Mn haat is alleen maar groter geworden nu en ik heb echt zin om de wapens op te pakken” [Mjollnir]. “We moeten een kruistocht door nederland houden en elke moslim de kop van zijn lijf trappen, en ook al die vuile wannabee-moslims” [bOmberjack]. Om de samenleving weer leefbaar te maken worden suggesties gedaan voor nieuw overheidsbeleid. “De overheid zou al die kkbuitenlanders de kogel moeten geven” [harskamphooligan].

Wie op dit forum probeert te relativeren wordt onmiddelijk aangepakt en met de kogel bedreigd.

Bijna alle forumleden veroordelen de moord op Theo van Gogh met gespierde woorden. Maar sommigen zijn door hun fanatieke anti-semitisme zo verblind dat zij de moord toejuichen. “Alle lof voor de martelaar die Theo van Gogh neergeknald heeft!!! Zo komen de zionisten en hun knechten aan hun bloedige eind! Dus wat dat betreft is het juist BONUSCH dat die ZIONIST vermoord is, maakt niet uit door wie dan ook. Nu nog Hirschi Ali, Paul Cliteur, Job Cohen, Geert Wilders, Leon de Winter, etc.” [Pascalliow].

Illustratief voor het haatdragend extremisme van Holland Hardcore waren de reacties op een incident dat zich een paar uur na de moord op Van Gogh voordeed. Op 2 november werd in Dordrecht een 20-jarige vrouw mishandeld in de bus. Een 31-jarige man uit Dordrecht trok haar zonder aanleiding aan haar hoofddoek en schold haar vervolgens uit. Toen de vrouw hiertegen protesteerde duwde de man haar hoofd weg met zijn voet. Toen de vrouw zei dat zij de politie wilde waarschuwen uitte de man weer een bedreiging. De man werd op het Stationsplein door de politie aangehouden. In Holland Hardcore werd verduidelijkt hoe zo’n incident geïnterpreteerd moest worden. De ‘strijdlustige Dortenaar’ had immers ‘een overschot aan gelijk’. “Hoogstwaarschijnlijk betrof het hier geen gewone islamitische toeriste, maar een vrouwelijk bezetter, en dochter van Allah, dus is elke negatieve benadering volstrekt legitiem. (...) Hoofddoekjes horen niet thuis op ons territorium” [Ben Spandoek]. “Die man is een held” [Separated]. Maar daar zijn niet alle forumleden het mee eens. “Wij als Nederlanders onderscheiden ons juist van die stinkerd door onze hogere mate van beschaving en socialisatie!” [weespterror].

Index


Fortunisten ruiken winst
Ook de fortunisten zagen nieuwe kansen om hun verwarde idealen voor het voetlicht te brengen. Het hoogtepunt van hun politieke beweging werd steeds grijzer. De parlementaire en partijleiders vochten elkaar al sinds het ontstaan van de fortunistische beweging op onthullend amusante wijze de deur uit (‘Ik mis Winnie‘). De nieuwrechtse fortunisten beschouwden de moord op Theo van Gogh als een bewijs dat Pim toch gelijk had. “De islam is een gevaarlijke godsdienst omdat zij mensen inspireert om een achterlijke cultuur met geweld op te leggen aan andere mensen.” De verweesde fortunisten proberen Pim Fortuyn alsnog politiek te reanimeren.

Voor de wegkwijnende fortunistische stroming was de moord op Van Gogh een welkome strohalm. De mede (of juist) door Fortuyn, Hirsi Ali en Van Gogh gestimuleerde islamofobie werd plotsklaps aangewakkerd door een rituele slachting van de Nederlandse ‘dorpsgek’ (zoals hij zichzelf omschreef) door een gek van Marokkaanse afkomst die een moord pleegt vanuit een fanatiek islamitisch geloof.

In de fortunistische fora wordt volop ruimte geboden voor racistische, islamofobe en extreem nationalistische opvattingen. Het Pim Fortuyn Forum is hiervan een duidelijk voorbeeld. De tijd van de dialoog is voorbij. Balkenende probeert nog steeds om de terroristen dood te praten [Eckey76]. “De islam wil de wereld veroveren” [Yvonne] en wil dat met geweld realiseren. “De Islam is nu eenmaal levensgevaarlijk en kan alleen maar bestreden worden met een grote stok, niet met zoete broodjes” [Dewi Sudarsono]. Moskeeën moeten “niet in de fik gestoken worden, maar gesloten worden en die islamieten het land uit” [Truth]. En “dat wij —cultureel gezien veruit superieure— Westerlingen ons zo door achterlijke geiten-neukers in soepjurken laten piepelen is mij nog steeds een raadsel” [Rechtsliberaal]. De ‘moslimtroep’ moet met harde middelen worden opgeruimd: “alle moskeeën en haatzaaiende scholen opblazen!!!!! Dat is de enigste manier om van deze agressieve parasieten af te komen. (...) Ik ben boos, opgesodemietert. Christelijk Nederland schoon” [fran].


Op 5 december 2005 werd de oud-LPF-voorzitter Moleveld door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot een werkstraf van honderd uur, een boete van 1000 euro en twee maanden voorwaardelijke celstraf. In november 2004 verzond hij aan zichzelf een dreigfax en deed vervolgens aangifte van bedreiging.
Op 10 november 2004 werd de voorzitter van de LPF, Sergej Moleveld (33), door de politie aangehouden omdat hij per fax zichzelf en het bestuurs- en Kamerlid Mat Herben bedreigde uit naam van een zelfbedachte islamitische groepering. Op 5 november had hij ook al een valse aangifte van de bedreiging gedaan. Herben zag de bedreiging door zijn eigen partijvoorzitter als een “onaangename verrassing”, maar was blij met het snelle optreden van de politie. Moleveld —in het dagelijks leven psychiatrisch verpleegkundige— was opvolger van voorzitter Belder, die moest aftreden omdat bleek dat hij veroordeeld was wegens fraude. Op 11 november werd Moleveld van zijn functie als voorzitter van de LPF vereniging ontheven. Zijn bestuurstaken werden overgedragen aan een tijdelijk managementteam, onder leiding van prof. dr. Bert Snel. De Lijst Pim Fortuyn vond het niet nodig een reden voor zijn aftreden aan te geven. Fractievoorzitter Van As verklaarde verbijsterd te zijn over de stupide actie van de LPF-partijvoorzitter:

Op het forum van Leefbaar Rotterdam werd heftig gediscussieerd over de moord op Theo van Gogh. Uiteraard ook hier veel emotionele reacties, woede en bezorgdheid. “Diep triest Nederland is ziek. Met dank aan links Nederland” [Wim Dorsman]. “Als je jihaat is het tijd dat je gaat”. En liever nog iets gespierder: “Nederland het word tijd dat je weer baas in eigen land word. Flikker het hele zooitje wat hier niet thuis hoord er uit.” Of —zonder taalfouten— van een ‘honorary member’ van het forum: “Wanneer worden die tering-islamieten eens het land uit gesodemieterd?” [AU tochtoon]. En waarom dan niet tegelijkertijd “ook die multiculti’s uitgezet: De soosjalisten hebben jarenlang deze islamo-fascisten binnen lopen halen” [idem].

Naar aanleiding van het Gij-Zult-Niet-Doden incident in Rotterdam schreef Hemelrijk (Leefbaar Rotterdam) een column onder de titel: Andermans volk eerst waarin de politie wordt afgeschilderd als “de inquisitie van de muzelmannen”. Op last van de burgemeester van Rotterdam zou de rechtsstaat definitief ten grave zijn gedragen. “Onze overheid vreest en wantrouwt haar eigen bevolking het meest. Twintig jaar lang heeft zij het moslimextremisme in dit land gecultiveerd en gesubsidieerd.” En wie daar bezwaar tegen maakte werd verketterd als neonazie of vermoord.

Extreem-rechts in de lift?
Hoe sterk is extreem-rechts? Heeft het zich in de verwarde dagen na de moord op Van Gogh weten te versterken? De Monitor racisme en extreem-rechts van Jaap van Donselaar en Peter R. Rodrigues registreert niet alleen de groeiende betekenis van extreem-rechts in Nederland, maar gaat in een annex ook in op de golf van racistisch en extreem-rechts geweld na de moord op Van Gogh. Het algemene beeld is nogal treurig. Extreem-rechtse jeugdculturen worden een steeds groter probleem, er zijn nieuwe extreem-rechtse partijen ontstaan en het aantal activisten is toegenomen. Internet vormt een podium waar extreem-rechtse uitingen maar weinig belemmering ondervinden. Ook bij uitingen van antisemitisme, bij geweldpleging en bij discriminatiezaken is de betrokkenheid van extreem-rechts groter geworden. De moord op Van Gogh werd door extreem-rechts met beide handen aangegrepen.
    “Zowel de moord als de ervaren terreurdreiging bleken impulsen te zijn voor racistische, anti-moslim uitingen, alsmede voor uitingen die daar weer een reactie op vormden. Dit ging gepaard met een heftige reeks geweldplegingen van uiteenlopende aard die sterk aanzwol in het midden van de maand november om vervolgens tegen het einde van de maand november weer enigszins weg te ebben. Gaandeweg kwamen ook allerlei extreem-rechtse uitingen meer en meer in beeld” [Donselaar/Rodrigues 2004-annex].
In de periode van 2 tot en met 30 november 2004 vonden in totaal 174 gewelddadige voorvallen plaats, waarvan een opvallend groot aantal brandstichtingen. In 106 gevallen (61%) was er sprake van anti-moslim geweld (moskeeën waren 47 keer doelwit) en in 34 gevallen (19%) was sprake van geweld tegen allochtonen of autochtone objecten (kerken waren 13 keer doelwit). Van de gewelddadige incidenten waren er 60 (34%) gericht tegen personen en 114 tegen zaken (66%). In 27 gevallen (15%) kwamen de vermoedelijke daders uit extreem-rechtse hoek, in 27 gevallen (15%) betrof het Lonsdale-jongeren. De meeste gewelddadige incidenten (66%) vonden buiten de tien grote steden plaats, 59 voorvallen (34%) vinden in de tien grote steden plaats.

Alle extreem-rechtse politieke partijen (Nederlandse Volks-Unie, Nieuwe Nationale Partij, Nationale Alliantie, Nieuw Rechts) vertoonden in november 2004 een krachtige intensivering van islamofobie, maar toch slaagden zij er niet in om veel nieuwe leden te werven.

Lonsdale-jongeren koketteren met rechts-extremistische denkbeelden. Met hun vreemdelingenhaat en verlangen naar een blank, islam-vrij Nederland provoceren zij de publieke opinie. Zij zetten zich af tegen de gevestigde orde en proberen aandacht te trekken en respect te verwerven bij andere leden van hun groep. Zij voelen zich in de steek gelaten.

Index


Virtueel geweld: blokkades en onthoofdingen
Internet werd een cruciaal strijdtoneel waarop politieke controverses worden uitgevochten. De scherp tegenover elkaar staande partijen beperken zich daarbij niet tot het uitdragen van hun visies en argumenten op hun eigen sites. Zij bevechten elkaar ook op neutrale sites (zoals de condoleanceregisters) en zij betreden de sites van de tegenstander. Vooral rechtsextremisten penetreerden op grote schaal de webfora van Marokkaanse sites. Er onspon zich een virtuele burgeroorlog.

Internet is een arena waarin politieke conflicten worden uitgevochten, maar wordt ook zelf inzet van strijd. Dat is overigens geen nieuw fenomeen. Bij alle recente oorlogen en grote terreuracties namen patriottisch gezinde digitale wrekers het recht in eigen hand en probeerden om het vijandige informatiesysteem in cyberspace plat te leggen of te ontregelen. De twee meest gebruikte tactieken zijn het onthoofden van website (het stelen of modificeren van de openingspagina) en het blokkeren van de toegang tot sites middels een DDos-aanval (Distributed Denial of service). Het doel van de eerste tactiek is het doelbewust veranderen van de boodschap die de tegenstander op zijn site wil uitdragen. Het doel van de tweede tactiek is het blokkeren van de toegang tot een vijandige site. Goed georganiseerde DDos-aanvallen kunnen computers en netwerken zelfs buiten werking stellen waardoor de virtuele organisatie van de tegenstander effectief ontwricht kan worden.

Het hacken van websites van politieke tegenstanders gebeurde in Nederland ook al voor 2 november 2004. Een recent voorbeeld was de aanval op de internetpagina’s regering.nl en overheid.nl die in oktober 2004 plaats vond. Als gevolg van deze aanval waren de overheidswebsites vier dagen onbereikbaar. De overheidspagina’s waren onbereikbaar door een DDos-aanval. Hierdoor waren ook mailadressen die eindigen op @regering.nl en @kabinet.nl onbereikbaar. Bovendien werden nog tientallen andere internetpagina’s door dezelfde groep aangevallen. Volgens de krakersgroep 0x1fe, die de actie opeiste, was het een protest tegen het kabinetsbeleid. “Mensen zien het allemaal maar aan, wij doen er tenminste wat aan. Zo’n staking boeit het kabinet niets, dit zal hen echter wakker schudden. Het kabinet verneukt het voor ons, dus wij voor hen” [Fok]. Het doel zou niet zijn om schade aan te richten, maar puur om de bewindslieden ‘aan te pakken’. Om de daders van de DDos-aanval te achterhalen schakelde de Nederlandse politie een computerbeveiligingsbedrijf in. Precies een week na de moord op Van Gogh arresteerde de politie Haaglanden in samenwerking met het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) twee mannen die ervan verdacht werden deze aanval te hebben gepleegd. Een van de verdachten is Eric de Vogt (18) uit Breda. Hij verklaarde tegenover verschillende media dat hij voor deze aanvallen verantwoordelijk was [Trouw; RadioOnline; Radio 538].

CyberKrakers en DDos-kiddo’s
De krakers van de overheidssites noemen zichzelf de ‘hacking-crew 0x1fe’. De groep bestaat uit ongeveer 15 man, in leeftijd variërend van 17 tot 30 jaar. Zij opereerden vanuit een chatkanaal van de website 0x1fe.org, die inmiddels uit de lucht is gehaald. Op deze internetsite stonden programma’s om internetverkeer te ontregelen. De beheerders van de site ontkennen elke betrokkenheid bij de DDos-aanval, maar vermoeden wel dat de daders hun kennis van de site hebben gehaald.

De woordvoerder van de groep, Eric de Vogt, verklaarde dat hij 190.000 gekaapte computers tot zijn beschikking had om de DDos-aanval op de overheidssites te lanceren (hoewel er slechts 4.600 gehackte machines werden ingezet). De actie was geprogrammeerd voor 5 dagen. Zelf hadden de krakers niet verwacht dat hun ‘ludieke’ actie zo groot zou worden. De woordvoerder erkende ook dat zijn groep verantwoordelijk was voor het platleggen van GeenStijl.

Hoewel zijn naam en telefoonnummer al enige dagen op het internet circuleerden, werd De Vogt niet onmiddellijk gearresteerd. Hij kreeg wel direct last van andere tegenacties. “We worden dag en nacht via de telefoon bedreigd. We krijgen pizza’s die we niet besteld hebben, ze sturen mensen van uitvaartbedrijven op ons af. Heel vervelend” [Trouw, 14.10.04]. Dit waren met name vergeldingen voor het platleggen van GeenStijl.nl, nadat de Geenstijl-redacteuren hem op 7 oktober hadden ontmaskerd als de overheidshacker. De aanvallen op GeenStijl waren zo hevig —vanaf 89.000 computers werd de site aangevallen— dat zij haar hoster Cysonet kwijtraakte [WebWereld 1; 2]. Sinds de publicatie van de adresgegevens stroomden de telefoontjes en haatmailtjes binnen bij de familie Vogt. “Er stonden koeriers met onbestelde pizza’s voor de deur en ons huis staat opeens op internet te koop aangeboden. En dat terwijl die jongens in feite niets kwaad in de zin hadden met hun actie”, verklaarde zijn moeder. Eric Vogt heeft daarop bij de politie aangifte gedaan van smaad en bedreiging.

Volgens de wet op de computercriminaliteit is hacken strafbaar. Op het opzettelijk vernielen of ontoegankelijk maken van gegevensbestanden staat een maximale celstraf van twee jaar [vergelijk ook het WvS Artikel 161 sexies]. De daders kunnen bovendien civielrechtelijk worden aangepakt. Volgens ICTU, de stichting die voor de overheid het beheer en de webruimte van regering.nl en overheid.nl verzorgt, kan Eric de Vogt een aanzienlijke schadeclaim tegemoet zien. De ICTU zegt “reële schade” te hebben ondervonden. De claim wordt geschat op enkele tienduizenden euro’s.

Op de website van Indymedia stond al op 1 november een oproep om mee te doen aan een actie om sites van extreem-rechtse organisaties uit de lucht te halen. Daar bij werden met name de sites genoemd van Nieuw Rechts, de Nieuwe Nationale Partij, de Nationale Alliantie, StopMartijn.nl en Stormfront. De site van Nieuw Rechts werd door de actie platgelegd. In extreem-rechtse kringen werd gesuggereerd dat Eric De Vogt achter de actie zat. Zijn adres werd verspreid en de bedreigingen waren niet van de lucht. “Jezelf aangeven en toegang eisen tot een politiecel is misschien de beste oplossing tot overleven...Of wordt het toch van de rest van je leven onderduiken” [bron1; bron2].

Vanaf dinsdagavond 23 november was maghrebonline.nl onbereikbaar. Computerkrakers voerden een succesvolle aanval uit op de site. Omdat ook andere internetpagina’s last kregen van de computeraanval werd de site op verzoek van de internetaanbieder gesloten. De beheerder van de site, M. Elmakkaoui, verklaarde geen idee te hebben wie verantwoordelijk was voor deze aanval.

Op donderdag 25 november ontdekte GeenStijl dat er op de Cyberdjihad.blogspot van Ertan Kiliç een foto van Mohammed B. was geplaatst. De redactie van GeenStijl was hierdoor zo geschokt, dat zij besloot om het heft in eigen hand te nemen. De foto van Mohammed B. werd vervangen door een foto van een knielende moslim die door een geit besprongen wordt. De digitale wrekers voegden daaraan toe: “Theo had gelijk.” Er woedde een oorlog in blogland.

Index


Geweldsspiraal: poederbrieven, bedreigingen, brandstichtingen en bommen
Alle remmen los?
Uit een enquête van bureau Motivaction na de moord op Theo van Gogh bleek dat de meerderheid van de Nederlanders vindt dat alle middelen geoorloofd zijn om moslimextremisten aan te pakken. Nederlanders zijn bereid om zonder morren hun privacy op te geven en de overheid mag hierbij eigen wetten overtreden. En VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali hoeft haar toon niet te matigen.
De op internet voortrazende virtuele burgeroorlog leek steeds meer buiten haar eigen grenzen te treden. Moslimsorganisaties vreesden direct al dat islamitische instellingen het doelwit zouden worden van tegenacties. De aanslagen lieten niet lang op zich wachten. In een week tijd stapelden de aanslagen op islamitische instellingen (moskeeën, scholen, verenigingen en ondernemers) zich op. Afgewisseld met aanslagen op christelijke kerken. De dreigende schimmen van een in religieuze vormen uitgevochten burgeroorlog. Het geweldsmonopolie van de overheid werd getart. De overheidsplicht om alle burgers te beschermen tegen fysiek geweld werd verzaakt. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten faalden. De staatsdragende politici waren dagenlang even verward als de Nederlandse bevolking. En de regering gaf in eerste instantie alleen maar verkeerde signalen af: te traag, te verdeeld en op cruciale momenten volledig incompetent. Een vice-premier die niet besefte dat men een gewelddadig escalerend conflict niet moet opstoken met gespierde oorlogstaal, maar deëscalerende maatregelen moet nemen.

Een kleine greep uit de acties en reacties die door de moord op Van Gogh werden losgemaakt.

Een bijzondere school
De aanslag op de basisschool Tarieq Ibnoe Ziyad in Eindhoven is een apart geval in deze reeks [Kafka]. Enerzijds vanwege de heftigheid (er werd een professionele bom gebruikt), anderzijds omdat dit de derde keer in anderhalf jaar was dat de school het doelwit was van een aanslag. Op 15 juni 2003 gingen vijf Eindhovense jongeren met molotovcocktails op pad om een moskee in brand te steken. Omdat er in de bewuste moskee mensen aanwezig waren en men niet het risico wilde lopen dat getuigen uit de moskee hen zouden zien, werd uitgeweken naar de islamitische basisschool. De molotovcocktails werden door een ruit naar binnen gegooid, maar het ontstane vuur doofde vanzelf en de schade bleef beperkt. De actie werd uitgevoerd door vier extreemrechtse Gabbers die o.a. actief waren op het internetplatform Holland Hardcore. Op deze website werd de aanslag toegejuicht en werden de daders helden genoemd. De daders verklaarden dat zij met hun actie een daad wilden stellen tegen buitenlanders. Tijdens hun periode van voorarrest zeiden zij heel anders tegen buitenlanders aan te zijn gaan kijken en veroordeelden ze hun actie achteraf unaniem. Na hun vrijlating lieten zij deze leugens om bestwil snel varen. Minstens twee van hen werden weer actief op het forum van Holland Hardcore. Een van de veroordeelden, Maikel Krueger, bleef actief binnen extreemrechts Gabber-kringen.
   Precies een jaar na deze brandstichting werd op 15 juni 2004 opnieuw geprobeerd de basisschool in brand te steken. Een raam werd vernield en er werden brandende papieren op de vensterbank gelegd. De daders van deze aanslag werden niet gepakt. Strikt genomen was het zelfs de vierde keer: op 20 april 1989 werd ook al een molotovcocktail naar binnen gegooid. De 20e april is de geboortedag van Hitler en een traditionele actie- en feestdag van neo-nazi’s.

Extreemrechte en neo-nazistische organisaties en personen reageerden instemmend op de bomaanslag. Op het officiële forum van de partij Nieuw Rechts kon men lezen: “De jarenlange terreur die de moslims in Nederland plegen, veroorzaakt dit soort acties. De moslims hebben dit zelf over zich afgeroepen.” [...] “Om een probleem op te lossen wil het wel eens helpen het eerst te laten escaleren. Misschien is een beetje olie op het vuur wel een goeie zaak.”
“Ik ken maar twee soorten mensen:
zij die mét ons zijn en zij die tégen ons zijn”
[Hermann Göring]
    Het nazistische Stormfront-forum ademt eenzelfde sfeer uit. “Leuk bommetje, ik vraag me af wat het was en hoe je er een maakt. Want ik weet ook nog wel wat Moskeetjes” [Consul Octavian]. “De multicul heeft lang genoeg geduurd dus laat ons het eigen land weer terug pakken en alle buitenlanders eruit flikkeren” [joelja]. “Oog om oog, tand om tand wat mij betreft. Zetten die kotslims ook zelf in de Koran. Het doel heiligt wat mij betreft de middelen, Nederland Islamrein” [Consul Octavian]. En: “Ik keur ieder aanval op de moslims goed, tijd van praten behoort tot het verleden. Laat de massale aanval maar komen!” [Knokkelman]
    Ook in kringen van Fortuyn-aanhangers kan de bomaanslag op sympathie rekenen. Johan Wiersma, voormalig parlementskandidaat voor de LPF legt uit waarom. “De terroristen-hoeders, zo we Islamieten kunnen noemen, krijgen een koekje van eigen deeg. Wie wind zaait zal storm oogsten, Gij zult niet doden slechts angstaanjagen! Goed zo Volhouden, het Nederlandse volk hoeft niet over zich heen te laten lopen. Deze akties moeten massaal en overal plaatsvinden dat werkt veel beter dan de re-migratie projecten van Min. Verdonk. Alle Islamieten Europa uit te beginnen in Nederland!” Ook op andere populaire internetfora, waar Fortuyn-aanhangers actief zijn, zijn de reacties op de aanslag ook overwegend positief van aard.

Overzicht van aanslagen
De meeste incidenten doen zich voor in de Randstad en Brabant

Hoewel er bij deze contraterroristische acties geen slachtoffers vielen omdat zij vooral ’s nachts plaatsvonden, nam het aantal aanslagen snel toe. Het waren stuk voor stuk acties die bijdragen aan het scheppen van de voorwaarden waaronder nieuwe politieke moorden waarschijnlijker worden. En dat is precies wat het terrorisme beoogt: het aanjagen van een angst die de schok van de gepleegde daden nog te boven gaat [NRC 6 november 2004]. In deze psychologische oorlogsvoering bestaat het grote gevaar dat de overheid en haar angstige burgers zich laten meeslepen in een geweldsspiraal. Om dat gevaar te vermijden is grote vastberadenheid nodig, waarbij men de eigen spelregels overeind houdt.

Moslimorganisaties vroegen om extra politiebescherming. De Unie van Marokkaanse Moskeeën Amsterdam en Omstreken (Ummao) kondigde aan dat in de twintig aangesloten gebedshuizen tijdens de diensten door vrijwilligers zal worden gesurveilleerd. Na de bomaanslag op een islamitische school in Eindhoven werd besloten om alle islamitische gebouwen 24 uur per dag te bewaken. Ook in andere steden werd het toezicht op gebouwen van moslimorganisaties verscherpt door de politie extra te laten surveilleren.

Index


Gij zult niet doden
Klik voor video De Rotterdamse kunstenaar Chris Ripke schilderde een kunstwerk op het raam van zijn atelier om zijn afschuw te laten zien over de moord op Theo van Gogh. Hij schilderde een fraaie (duifachtige) engel die boven de wereld zweeft met daaroverheen de tekst: “Gij zult niet doden!” Aan dat bijbelse gebod voegde hij de datum 02.11.04 toe. Ripke’s atelier staat direct naast de moskee in de Insulindestraat. Het bestuur van de moskee vond de tekst aanstootgevend en nam hierover contact op met Opstelten, de burgemeester van Rotterdam. Die stuurde er meteen de politie op af en een spuitwagen om het kunstwerk te vernietigen.

Op 3 november ging Wim Nottroth, journalist voor het lokale tv stationnetje Cineac Noord naar de Insulindestraat om het kunstwerk te filmen. Hem werd gevraagd om niet te filmen omdat er dan te veel spanning zou loskomen in de buurt. Toen hij zag dat het kunstwerk vernietigd dreigde te worden door een gemeentelijke reinigingsploeg, ging hij daar demonstratief voor staan. “Als dit weggaat levert dat meer ellende op dan wanneer het blijft staan”, was zijn argument. De agenten lieten zich niet overtuigen. Na wat handgemeen met de aanwezige politie werd hij gearresteerd. Zijn collega Mireille werd door de politie gedwongen een deel van haar opnamen te wissen.

De raamschildering werd moedwillig in opdracht van de burgemeester vernietigd. De politie zei dat de tekst “Gij zult niet doden!” opgevat kon worden als “een racistische uiting naar de buren”. Een elementaire bijbeltekst wordt door een liberale burgemeester opgevat als een opruiende racistische kreet. Angsthazerigheid ten top — moslims zouden zich wel eens gekwetst kunnen voelen door zo’n vreemd pacifistisch gebod. Chris Ripke was ontdaan. Een universeler tekst was nauwelijks denkbaar: “Gij staat toch voor iedereen.” Toen hij trillend van woede moest toestaan hoe zijn raamschildering werd vernietigd, werd hem door de politie te verstaan gegeven dat hij het maar moest vergeten.

Wim Nottroth begrijpt er niets meer van.

Het kunstwerk is vernietigd. Maar er zijn nog wel ruwe beelden van Cineac Noord waarop men niet alleen de fraaie raamschildering kan zien, maar ook het weinig verheffende optreden van de politie, de vernietiging van het kunstwerk en het commentaar van Chris Ripke.

Het incident trok veel media-aandacht en veel burgers protesteerden tegen het gemeenteoptreden. Het filmpje over het weghalen van de bijbeltekst werd via diverse weblogs snel verspreid. Via e-mail en websites werden pamfletten met de tekst ‘Gij zult niet doden’ verspreid met het verzoek deze tegen het raam te hangen. Burgers werden opgeroepen om een krijtje te nemen om naast hun huisdeur het zesde bijbelse gebod te schrijven. Onder die druk erkende de daadkrachtige burgemeester van Rotterdam dat hij een foutje had gemaakt. “De tekst had niet verwijderd mogen worden”, schreef hij in een brief aan Wim Nottroth. Aan Chris Ripke bood hij zijn excuses aan voor het drieste optreden tegen ‘opruiende’ bijbelse taal.

Index Vormen van Regulering

Zelf- en overheidsregulering
Internet is geen vrijplaats voor criminaliteit. In het algemeen wordt er van uitgegaan dat wat offline verboden is, ook online van kracht is [Nota Recht op de electronische snelweg, 1998]. Dat is een logisch en consistent uitgangspunt. Maar de logica van de analoge wereld kan niet zonder meer worden toegepast op de digitale wereld. De virtuele wereld vertoont een aantal specifieke eigenaardigheden die we in de analoge wereld niet kennen. De belangrijkste eigenaardigheid is het grensoverschrijdende karakter van het internet (het tweede is de anonimiteit). Veel vraagstukken met betrekking tot de rechtsmacht kunnen niet meer uitsluitend op nationaal niveau worden beantwoord.

Hoe moet een democratische rechtsstaat optreden tegen eigen burgers die strafrechtelijk verboden discriminerende uitlatingen en bedreigingen uiten via websites die geplaatst zijn in staten waar deze uitlatingen binnen het grondwettelijk verankerde recht op vrijheid van meningsuiting vallen?

In december 2000 vaardigde de European Commission against Racism and Intolerance van de Raad van Europa een algemene aanbeveling uit ter bestrijding van racisme, xenofobie en antisemitisme op het internet [ECRI General Policy Recommendation no. 6]. Deze aanbevelingen zijn door de werkgroep Cybercrime uitgewerkt in een concept voor internationale regelgeving. Deze werd op 23 november 2001 ondertekend door 26 lidstaten van de Raad van Europa en vier niet-lidstaten die hielpen bij het ontwerp (Canada, Japan, Zuid-Afrika, U.S.A.). Het doel van het verdrag is de harmonisatie van strafbaarstelling en strafvorderlijke bevoegdheden. Het is gericht op versterking van internationale samenwerking.

Bij internationale rechtshulpverlening geldt de vereiste van dubbele strafbaarheid: het feit waarvoor hulp wordt aangevraagd, moet zowel in de verzoekende als in de aangezochte staat strafbaar zijn gesteld. In een digitale, per definitie globale, omgeving zoals het internet is dit beginsel van dubbele strafbaarheid veel moeilijker te realiseren. In de eerste plaats is in veel landen nog niet duidelijk of datgene wat off-line verboden is, ook on-line geldt. Ten tweede zijn er grote verschillen in rechtscultuur tussen Europa en de Verenigde Staten met betrekking tot discriminerende uitlatingen. De Amerikanen hebben een veel vrijzinniger traditie ten opzichte van dit soort uitlatingen dan Europeanen. Net zoals omgekeerd in Europa een veel grotere tolerantie bestaat ten aanzien van pornografie. Het gevolg hiervan is dat indien racistische uitingen vanuit de VS op het internet geplaatst worden, geen rechtshulp door de Amerikanen verleend zal worden. Daarom zien we dat steeds meer discriminerende bewegingen en personen hun discriminerende sites bij Amerikaanse providers onderbrengen.

In de notitie Internationalisering en Recht in de informatiemaatschappij [mei 2000] bepleitte de Nederlandse regering een internationaal meldingsmechanisme voor providers voor verspreiding van illegaal materiaal op het internet. Wie illegaal materiaal ontdekt meldt dat aan de - binnenlandse of buitenlandse - provider via welke het materiaal wordt verspreid. Die provider zelf wordt dan geacht passende maatregelen te treffen, zoals het verwijderen van het materiaal of het informeren van bevoegde opsporingsinstanties. De providers zijn daarbij aansprakelijk voor de facilitering van een strafbaar feit.

Index


Zelfregulering van webfora
In de dagen van de onthutste verwarring na de moord op Van Gogh kwamen vooral de Marokkaanse webfora onder grote druk te staan. Zij dreigden vermaald te worden tussen verheerlijkingen van ‘de martelaar die Theo van Gogh neergeknald heeft’ en racistische en extreem nationalistische uitingen van islamofobie en etnocentrisme.

Met veel moeite slaagden beheerders van websites zoals maroc.nl erin om de democratische randvoorwaarden van discussies op hun fora overeind te houden. Zij trokken nieuwe moderators aan om toezicht te houden op het verloop van de discussie. Er werden nieuwe spelregels opgesteld, die nog specifieker dan voorheen de humanitaire en democratische grenzen trekken waarbinnen vrije meningsuiting pas mogelijk en zinvol wordt.

Mensen die zich niet aan deze regels hielden, werden tijdelijk of definitief van de discussiefora uitgesloten. Door deze zelfregulering slaagden de Marokkaanse websites erin om zich te weren tegen de zuigkracht van de polarisatie en het extremisme. De meest invloedrijke virtuele Marokkaanse gemeenschappen hebben zich niet laten verscheuren en konden zich (met vallen en opstaan) inzetten voor het doorbreken van de logica van escalatie en het terugdringen van de geweldsspiraal.

In een tijd waar zoveel nadruk wordt gelegd op het ‘verderfelijke misbruik’ van het internet door terroristen, moet dat minstens één keer duidelijk worden gezegd — chapeau.

Islamitische en allochtone websites spelen een steeds belangrijker rol in de meningsvorming van mensen die zich op deze sites oriënteren en regelmatig bezoeken. De levensvatbaarheid van deze sites is afhankelijk van de mate waarin bezoekers ‘alles’ kunnen zeggen wat op hun hart ligt. De duurzaamheid van die sites is echter afhankelijk van de mate waarin de grenzen van het democratisch debat worden bewaakt. Radicale kritiek op de Nederlandse steun aan de volkenrechtelijk illegale Amerikaans-Britse interventie in Irak valt ruim binnen deze grenzen. Bommen gooien op plaatsen waar veel burger verzameld zijn, valt daarbuiten. De militaire operatie in Irak werd met vervalste bewijzen gelegitimeerd. De massavernietigingswapens bleken niet in Irak te liggen. Zij doken op in de harten van Europa — Madrid, Amsterdam, Londen. In Europa geboren en getogen kinderen van ouders die hier kwamen om werk of asiel te zoeken, bleken plotseling bereid om hun eigen leven op te offeren aan een door de meeste Westeuropeanen niet begrepen islamitisch ideaal.

Index


Burgerinitiatieven: de cirkel van haat doorbreken
Naast deze zelfregulering door de beheerders van Marokkaanse webfora werden er diverse nieuwe initiatieven genomen om de dialoog weer op gang te brengen. Door heel Nederland kwamen burgers in actie om te laten zien dat ze tolerantie, dialoog en respect belangrijk vinden en dat zij geweld verafschuwen. Er werden polsbandjes, posters, stickers, buttons en t-shirts gemaakt, er werden stadsdiners, dialoog dagen, buurtontmoetingen en fietstochten georganiseerd en er werden petitities opgesteld.

Index


Providers
Jenny Goeree
In september 2001 opende Jenny Goeree een website waarop antisemitische publicaties stonden die door de rechter al in 1987 als strafwaardig waren beoordeeld. Toen dit bekend werd haalde haar internet provider direct de website van de server.
De meeste Nederlandse internetaanbieders hebben inmiddels in hun algemene voorwaarden bepalingen opgenomen tegen discriminerende of haatdragende uitlatingen of materiaal. Vaak nemen zij zelf maatregelen wanneer zij er lucht van krijgen dat er op hun servers illegaal materiaal geplaatst is. De branchevereniging van de Nederlandse Internet Providers (NLIP) sluit alle informatie uit die volgens de vigerende Nederlandse wet- en regelgeving verboden is. Zij streeft ernaar illegale informatie zoveel en zo snel als mogelijk weer van het internet te laten verwijderen. Om effectief te kunnen optreden zijn er door internetproviders en particulieren diverse Meldpunten in het leven geroepen. Uiteraard kan in Nederland alleen worden opgetreden op grond van Nederlandse wet- en regelgeving. Meldingen die buitenlandse overtreders of informatie-aanbieders betreffen worden zoveel mogelijk doorgegeven aan de meldpunten in dat land.

ISPO
In december 2004 trokken de leden van het NLIP de conclusie dat hun organisatie niet langer als belangenbehartiger van internetaanbieders kon optreden tegenover de overheid en andere partijen [bron]. Nadat XS4all en BIT aankondigden uit de vereniging te stappen, was dit een onvermijdelijke conclusie. In april werd de NLIP officieel opgeheven. Als opvolger werd het platform ISPO (ISP Overleg) opgericht.
In de aanloop naar en reacties op de moord op Van Gogh speelden providers een moeilijke dubbele rol. Enerzijds vervullen zij van nature de rol van neutraal doorgeefluik. Zij maken communicatie via internet mogelijk en zijn als zodanig niet primair verantwoordelijk voor wat hun gebruikers zelf te berde brengen. Anderzijds zijn zij als legale ondernemingen gehouden aan de wet, en dienen derhalve ook medewerking te verlenen aan het voorkomen en bestrijden van strafbare handelingen. De AIVD en justitie hebben op verschillende momenten gebruikt gemaakt van hun bevoegdheid om bij internetproviders informatie in te winnen over de identiteit van mogelijke criminelen of terroristen. De meeste internetaanbieders in Nederland zijn echter zelf ook op hun schaapjes gaan letten en hebben hun eigen spelregels en gedragscodes ontwikkeld. Zij hebben er individueel en gezamenlijk belang om het straatje van hun eigen dienstverlening schoon te houden in termen van de door grond- en strafrechtelijk bepaalde grenzen van sociaal handelen.

Index


Organisaties
Discriminatie op school
In december 2000 stuurde de directie van een MBO-opleiding in Maastricht 4 leerlingen van school en schorste er 2 nadat zij zich discriminerend hadden uitgelaten op internet. Zij plaatsten beledigende teksten over diverse medeleerlingen en leraren op hun site. Zij riepen onder andere op een leraar te slaan omdat hij volgens hen homoseksueel was. Ook lieten zij zich discriminerend uit over buitenlanders. De website werd door de schooldirectie van het internet gehaald.
Niet alleen providers kunnen in actie komen tegen discriminerende en haatzaaiende praktijken, maar ook de beheerders van websites of nieuwsgroepen in organisaties of instellingen. Zo opereren bijna alle onderwijsinstellingen met een disclaimer waarin staat dat het verboden is om illegaal materiaal te plaatsen op de server van de instelling en dat deze per omgaande verwijderd zal worden. Voorbeelden daarvan zijn de sluiting van de discussiefora van de voormalige Minister van Grote Steden- en Integratiebeleid over racisme in 2000, en de eerder genoemde sluitingen van de discussiefora van Leefbaar Nederland (september 2001) en van het Algemeen Dagblad (2002).

Index Waakhonden: meldpunten

Meldpunt Discriminatie Internet
Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) is een organisatie die meldingen van discriminerende uitingen op het internet verzamelt en daartegen zonodig actie onderneemt. Zij werkt daarbij nauw samen met het Meldpunt Discriminatie Amsterdam (MDA) en het Landelijke Expertise Centrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie (LECD). Het LECD is het kenniscentrum bij het OM dat speciaal belast is met het opsporen en vervolgen van discriminatie.

Sinds 21 maart 1997 beoordeelt het MDI meldingen van uitingen op het internet van discriminatie jegens de medemens op basis van geloof, afkomst, seksuele voorkeur, geslacht, huidskleur en/of leeftijd en onderneemt zonodig actie. Tot haar domein rekent zij ook de gedeelten van het internet die zich fysiek in het buitenland bevinden, maar geschreven zijn in de Nederlandse taal of vanuit Nederland worden onderhouden of duidelijk gericht zijn op Nederland. De MDI onderzoekt de aard van de melding, beoordeelt de strafwaardigheid ervan en probeert het internetadres van de afzender te achterhalen. Wanneer het MDI van oordeel is dat de uiting mogelijk strafbaar is, dan wordt een dringend verzoek tot verwijdering aan de verspreider of beheerder gestuurd en de internetprovider op de hoogte gesteld. Indien niet tot verwijdering wordt overgegaan volgt in beginsel aangifte. In de praktijk gebeurt dit laatste zelden. In bijna 90 procent van de gevallen wordt voldaan aan het eerste verzoek tot verwijdering. Het reinigend vermogen van het MDI is dus relatief groot. De MDI verricht ook zelfstandig onderzoek naar het voorkomen van discriminatie in nieuwsgroepen en adviseert rechtshulpverleners en lokale of landelijke organisaties die zich tegen discriminatie inzetten.

Dat de sfeer op internet na 2 november 2004 in snel tempo verslechterde ging niet aan het MDI voorbij. Bij het meldpunt kwamen honderden meldingen binnen over sites waar de moord op Theo van Gogh werd toegejuicht en jihad werd gepredikt. Veel minder meldingen kwamen binnen over oproepen tot geweld tegen moslims en Marokkanen. Dat is opvallend omdat extreem nationalistische en racistische uitingen in een veel hoger volume werden geplaatst. Dat gebeurde niet alleen op websites van extreemrechts, maar ook op ‘normale’ sites waren opruiing en oproepen tot geweld aan de orde van de dag. In een persbericht van het MDI [4.11.04] wordt terecht opgemerkt dat extreemrechts misbruik maakt van de situatie en “met volle kracht aanzetten tot haat en geweld tegen Marokkanen, moslims, allochtonen in het algemeen en tegen ieder die een voorstander is van vreedzaam samenleven”.

Index


Kafka
Kafka is een antifascistische onderzoeksgroep die onderzoek doet naar extreem-rechtse stromingen en ontwikkelingen in Nederland. De resultaten van hun onderzoek worden op de eigen website (en in diverse bladen) gepubliceerd. De site bevat veel informatie over exteem-rechtse organisaties, partijen, personen en gebeurtenissen in Nederland.

Internet is een publiek medium dat zeer toegankelijk is. Ook fascistische en extreem-nationalistische groepen manifesteren en associëren zich via internet. Ook zij krijgen opeens een megafoon in handen waarmee zij over de hele wereld hun boodschap kunnen verspreiden en zich met geestverwanten kunnen associëren. Er wordt vaak gezegd (en gevreesd) dat de rechts-extremistische krachten door deze virtuele samenballing van krachten veel invloedrijker zijn geworden. Internet is een voor iedereen vrij toegankelijk medium en maakt het voor iedereen mogelijk om met elkaar in discussie te gaan. Dat is niet gemakkelijk. Maar met het is wel een cruciaal onderdeel van elke anti-terroritische strategie.

Memri - Middle East Media Research Institute.
Zie voor meer informatie over islam en terrorisme in het Midden-Oosten, Memri en MemriTV. MEMRI brengt het Midden-Oosten in kaart via de regionale media. Het overbrugt te taalkloof tussen het Westen en het Midden-Oosten door vertalingen beschikbaar te stellen van Arabische, Farsisch (Persisch) en Hebreeuwse media, en door analyses te maken van de de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Het hoofdkwartier van MEMRI staat in Washington, DC met bijkantoren in Berlijn, Londen en Jerusalem.

Index Overheidsregulering

Wat te doen?
De moord op Van Gogh was niet het eerste teken dat er in Nederland islamitisch geïnspireerde terroristische cellen bestaan die bereid zijn om met dood en verderf een samenleving op te dringen, die volledig in strijd is met de basisprincipes van een democratische rechtsstaat. De gevaren van islamistisch terrorisme werden al lang voor de aanslagen op 9/11 aan de orde gesteld. Wetenschappers, journalisten en politici probeerden daarop de aandacht te vestigen. Na 2/11 drong deze boodschap in bijna alle lagen van de Nederlandse bevolking door. De moord op Van Gogh werd een historisch keerpunt. Het opende de ogen voor een al veel langer sluimerend conflict over de gemankeerde multiculturele samenleving.

Hoe kon zoiets vreselijks in Amsterdam gebeuren? Wie was of waren daarvoor verantwoordelijk? Welke acties moesten ondernomen worden om het tij te keren? Hoe kon voorkomen worden dat er nog meer politiek-religieuze moorden worden gepleegd? Wat te doen?

Het opsporen, aanklagen, politioneel vervolgen en justitieel veroordelen van terroristisch islamitische individuen, cellen en netwerken moest beter worden gecoördineerd. Tegelijkertijd moesten initiatieven worden ondernomen die voorkomen dat de voedingsbodem van radicalisering wordt uitgebreid. Welke preventieve maatregelen moesten genomen worden om de sociaal-economische en politiek-culturele voedingsbodem van een tomeloos gewelddadige onvrede te voorkomen?

Er waren al eerder maatregelen genomen om de kans op opsporing, arrestatie en strafrechtelijke veroordeling te vergroten. Toch was de moord op Theo van Gogh voor velen de eerste schokkende kennismaking met islamitisch terrorisme van eigen bodem (met internationale implicaties). Er werd geroepen om ‘harde’ maatregelen en de regering sondeerde nu ook dat islamitisch geïntensiveerd terrorisme niet moest worden onderschat.

De twee ministers die voor de repressieve overheid verantwoordelijk zijn —Justitie en Binnenlandse Zaken— probeerden eerst hun eigen straatje schoon te poetsen. Zij stelden dat de AIVD niet geblunderd had bij de observatie van Mohammed B. en ook geen fouten had gemaakt bij de persoonsbeveiliging van Van Gogh.

De regering stelde een pakket van maatregelen voor die elk op hun eigen merites beoordeeld moeten worden. Voor het Kamerdebat over de moord op Van Gogh stuurde het kabinet een lange brief naar de Tweede Kamer. Daarin werden diverse nieuwe maatregelen aangekondigd: sluiting van moskeeën die aanzetten tot haat en geweld, uitzetting van mensen met dubbele nationaliteit die ernstige vergrijpen begaan, vrije toegang van de AIVD tot allerlei gegevensbestanden etc. Het zijn allemaal maatregelen die als ze er eenmaal zijn niet gemakkelijk meer teruggedraaid kunnen worden.

De PvdA stelde met steun van CDA, VVD en GroenLinks voor om vanaf 2008 geen verblijfsvergunning meer te verstrekken aan buitenlandse imams. Zij moeten dan een opleiding (‘inburgeringscursus’) in Nederland hebben gevolgd. Het kabinet presenteerde nieuwe wetten om de civiel- en strafrechtelijke bestrijding van international terrorisme effectiever te maken. Zij pakte internationaal terrorisme krachtiger aan door organisaties die op terrorismelijsten staan van de Europese Unie —zoals PKK, Hamas, Stichting Al-Aqsa Nederland, Al-Takfir en de NPA (New Peoples Army)— niet langer in Nederland te tolereren en deelname aan de activiteiten van die organisaties strafbaar te stellen. Ook andere buitenlandse organisaties kunnen door de rechter in strijd met de openbare orde worden verklaard. Met onmiddellijke ingang werden de bankrekeningen bevroren van organisaties die op EU-terrorismelijsten staan. Terroristische organisaties mogen ook niet meer op andere wijze in Nederland actief zijn. Zij mogen bijvoorbeeld geen nieuwe leden werven of bestuurders benoemen. Tegelijkertijd werden maatregelen genomen tegen instellingen en organisaties die niet op de terrorismelijsten van de EU voorkomen. Alle buitenlandse organisaties die in Nederland onrechtmatige activiteiten verrichten kunnen worden aangepakt, als de civiele rechter beslist dat er in strijd met de openbare orde is gehandeld.

De oude leuze van de bestrijders van de maffia (‘just follow the money’) werd opnieuw toegepast. Van organisaties die voorkomen op de terrorismelijsten en buitenlandse organisaties die de openbare orde bedreigen kunnen de aanwezige goederen via een ‘procedure van vereffening’ worden geconfisqueerd. Door het in beslag nemen van het vermogen, kunnen de activiteiten van buitenlandse rechtspersonen in Nederland effectief worden bestreden.

Cruciaal punt is de oude stammenstrijd over openbare orde en veiligheid tussen de departementen van Justitie en Binnenlandse zaken. Zij hebben tegenstrijdige belangen bij en invalshoeken op het politiebestel. De politie is inmiddels beheersmatig ondergebracht bij Binnenlandse Zaken. Maar als coördinerend bewindspersoon voor terreurbestrijding moet de minister van Justitie (Donner) taken delen met de minister van Binnenlandse Zaken (Remkes). De minister van Justitie heeft te maken met minstens 20 instanties die beleidsmatig of operationeel betrokken zijn bij de bestrijding van terrorisme. Om de samenwerking tussen al deze instanties te verbeteren is sinds 1 januari 2005 een Nationaal Coördinatoor Terrorisme Bestrijding (NCTb) aangesteld. Het is de Nederlandse variant op het Amerikaanse Homeland Security Office. De NCTb is niet alleen de uiteindelijke verantwoordelijke persoon voor de beleidsontwikkeling en de analyse van (inlichtingen-) informatie, maar ook voor de regie over te nemen beveiligingsmaatregelen bij de bestrijding van terrorisme. Hij legt verantwoording af aan de ministers van Justitie én van Binnenlandse Zaken. Door deze bundeling van taken wordt de slagvaardigheid van de overheid vergroot. “Informatie wordt doelmatig verzameld, geanalyseerd en gebruikt, er zijn voldoende instrumenten om tijdig in te grijpen en potentiële doelwitten worden adequaat beveiligd” [bron].

Ook op Europees niveau is een intensieve samenwerking op gang gekomen om het terrorisme te bestrijden. Dat gebeurde vooral na de aanslagen in Madrid van 11 maart 2004. De Europese Unie stelde een veiligheidscoördinator aan, Gijs de Vries, die diverse vormen van terreurbestrijding van de lidstaten op elkaar moet afstemmen en ervoor moet zorgen dat de politie en de inlichtingendiensten goed samenwerken en informatie uitwisselen.

De EU bestaat uit nationale staten met eigen veiligheidsorganisaties. Sind de aanslagen in Madrid van 11 maart 2004 werd echter duidelijk dat het ‘nieuwe terrorisme’ geen binnenlands probleem meer is maar overal kan toeslaan. Daarom moet ook de bestrijding daarvan grensoverschrijdend worden georganiseerd [Volkskrant 6.7.06]. Dat vereist op z’n minst een goede rolverdeling van alle organisaties die actief zijn in de terreurbestrijding.

De analysten van Europol ondersteunen onderzoek naar misdrijven door nationale autoriteiten en leggen verbanden tussen ernstige misdaden in de diverse lidstaten. In reactie op de bomaanslagen in Madrid besloot de Raad om de gesloten contra-terroristische taakgroep binnen Europol weer te activeren. Het doel daarvan is het verbeteren van de informatieuitwisseling tussen nationale vertegenwoordigers. Hierdoor kan een vollediger beeld worden gekregen van de criminele activiteiten van terroristische groepen.

De capaciteit van het in begin 2002 opgerichte Joint Situation Centre (Sitcen) werd uitgebreid. Sitcen maakt risicoanalyses van de dreiging binnen en buiten Europa. Die informatie wordt doorgespeeld naar de geheime diensten van andere EU-lidstaten. Nog onduidelijk is hoe Sitcen past binnen de instellingen van de EU en wat haar vorm en rol zal worden. Kleinere staten die niet over een effectieve inlichtingendienst beschikken, stellen voor om een Europese inlichtingenorganisatie te creëren. Maar staten met effectieve inlichtingendiensten, zoals de zgn. ‘Grote Vijf’ (Italië, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Spanje) die samen met Nederland en Zweden die op dit moment in Sitcen participeren, zijn tegen vergaande veranderingen van de huidige manier van samenwerken van inlichtingendiensten.

Financiering en Grensverkeer
Naast pogingen om de informatieuitwisseling tussen de inlichtingen- en politiediensten van nationale staten te stroomlijnen, werden door de EU ook nog andere maatregelen genomen. Zo werd de wetgeving tegen witwassen aangescherpt om financiering van terrorisme te bemoeilijken. Bovendien werden maatregelen genomen om het grensverkeer beter te controleren. Paspoorten van alle EU-lidstaten moeten van een chip worden voorzien met gelaatskenmerken en een vingerafdruk. In Warschau komt een Europees Grensagentschap.
Europese samenwerking op het gebied van inlichtingen en veiligheid is tot nu toe grotendeels beperkt gebleven tot beeldverzameling en analyses die gebruik maken van het Satelliet Centrum van de EU. Verdergaande uitwisseling van signal intelligence en human intelligence wordt niet alleen geremd door een beroep op nationale soevereiniteit over inlichtingen, maar ook door de vrees van sterke inlichtingendiensten dat zij hun geprivilegieerde informatieposities en -relaties verspelen. Veel NATO-landen hebben individuele overeenkomsten met de VS voor het uitwisselen van inlichtingen. Frankrijk wil echter haar afhankelijkheid van inlichtingen uit de VS verkleinen. Zij heeft daarvoor samen met Spanje en Italië het Hellios systeem ontwikkeld. Het voornaamste wapen van Hellios zijn een serie optische herkenningssatellieten die fotografische beelden kunnen leveren met ongeveer 1 meter resolutie.

Bestrijding van islamitisch en anderszins gemotiveerd politiek terrorisme is uiteraard niet alleen een kwestie van heldhaftige infiltratie en gedurfde vervolging. De kern is dat er een slimme antiterroristische strategie ontwikkeld moet worden. En dit wordt niet automatisch bereikt door uitbreiding van het inlichtingen- en opsporingsapparaat (‘meer van hetzelfde’), maar vooral door verbetering van de kwaliteit van het werk en van de competentie van het personeel [Van Hulst 2005]. De overheid moet ervoor zorgen dat zij kan beschikken over de beste technische specialisten op het hard- en software terrein van het internet. De overheid moet mensen aantrekken die in staat zijn om adequate inschattingen te maken van actuele krachtsverhoudingen, van het potentieel en mobiliseringsvermogen van de tegenstander, en uiteraard over de eigen kracht en de eigen zwaktes.

Het militair-strategisch vernuft van militant islamitische groepen en netwerken wordt nog steeds onderschat, en niet alleen door inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Telkens weer blijken islamitisch geïnspireerde terreurnetwerken in staat om zich in ‘the war on terror’ te handhaven en zij lijken zich in en door deze strijd steeds verder uit te breiden, en effectiever te worden.

Index Wetgeving: verandering van rechtsregels

Godslastering: een misdaad zonder slachtoffer?
Het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie (LECD) functioneert sinds 1998. Het expertisecentrum is ondergebracht bij het parket Amsterdam. Het doel van de LECD is het optimaliseren van de strafrechtelijke handhaving inzake discriminatie. Daarbij gaat het zowel om beleidsvorming, als om opsporing, vervolging en rapportage. Het LECD werkt nauw samen met het Meldpunt Discriminatie.

Het LECD heeft er onder andere toe bijgedragen dat in juni 1999 een Amsterdammer werd aangehouden die enkele honderden artikelen met antisemitische uitlatingen in nieuwsgroepen had geplaatst. In Nederland was dit de eerste keer dat iemand werd aangehouden voor discriminerende uitlatingen op het internet. In mei 1999 werden voor het eerst twee rechts-extremisten opgepakt wegens het aanzetten tot haat en discriminatie op het internet, en conform de eis tot een maand celstraf veroordeeld.

De moord op Van Gogh was voor een aantal politici aanleiding om te pleiten voor het aan banden leggen van het recht op vrijheid van meningsuiting. Tijdens het CDA-congres op 13.11.04 in Utrecht zei premier Balkenende: “De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar laten we ons realiseren dat onze woorden ook wonden kunnen slaan.” De cruciale taak was om de juiste balans te vinden worden tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Op datzelfde congres zei Minister van Jistitie Donner: “Je mag mensen niet tot in het diepst van hun overtuiging en op grove wijze kwetsen. De godslastering en het beledigen van groepen is in Nederland te ver doorgeschoten.” Donner wees er op dat de wetgeving al de mogelijkheid biedt om ‘smalende godslastering’ aan te pakken, ook al gebeurt dit nu niet vaak. Hij wilde kijken of dat kan veranderen. Hij beoogde daarmee islamieten die zich lange tijd beledigd hadden gevoeld gerust te stellen.

Een andere waarheid
“Rede tegenover geloof: dat schift, dat gaat niet samen. De rede gaat uit van de kracht van argumenten, geloof gaat uit van een geopenbaard gelijk. Overtuigen staat tegenover bekeren. Argumenten tegenover een goddelijke blikseminslag. Het principe van gelof wordt door de rede betwijfeld. Er is geen overeenstemming of compromis mogelijk. Het hoogst haalbare is een wapenstilstand. De rede kan zoiets opbrengen. Voor de gelovige is dat veel moeilijker: een wapenstilstand erkent impliciet de mogelijkheid van een ander standpunt, een andere waarheid. Daarom twijfel ik aan het succes van de onderhandelingen met fundamentalisten (van welk geloof ook” [Noordervliet 2005].
Zijn verklaring riep een omgekeerde reactie los. Kunstenaars, mediamakers en andere bekende Nederlanders schreven felle petities, waarin zij opriepen om het artikel over godslastering uit het wetboek van strafrecht te schrappen. In de Tweede Kamer werd Donner van repliek gediend door coalitiegenoten VVD en D’66 en door de progressieve partijen. De wetsartikelen over godslastering dienden geschrapt te worden. Dat kon zonder al te veel risico’s worden doorgevoerd. Er zijn immers voldoende beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting, zoals het verbod op discriminatie en het verbod tot aanzetten van haat of geweld.

Het vrije woord is pas echt vrij wanneer het de grenzen van respect en redelijkheid bewaakt. Die grenzen worden getrokken door het verbod op discriminatie en het aanzetten tot haat of geweld. Dat is ook bij ons het geval:

Het oproepen tot terroristische daden valt derhalve buiten het recht om in alle vrijheid een mening te kunnen uiten. De vraag is echter of de wetsartikelen die haat zaaien en oproepen tot geweld strafbaar stellen voldoende houvast bieden om ook het verdedigen of verheerlijken terroristische daden te bestrijden. Islamitische apologeten zijn zeer bedreven in het verheerlijken en theologisch legitimeren van terroristische daden zonder openlijk tot geweld op te roepen of expliciet tot haat aan te zetten.

Bijzonder is dat het Nederlandse strafrecht een speciale bepaling bevat die het beledigen van goden waarin mensen geloven verbiedt.

Voor democraten, liberalen en ongelovigen zijn dit moeilijk te verteren artikelen. Dan Barker formuleerde zijn bezwaar zeer pregnant: “You keep accusing me of blasphemy all of the time. But I cannot be convicted of a victimless crime.” Blasfemie is een van de meest merkwaardige misdaden: atheïsten worden ervan beschuldigd een god te beledigen waarvan ze het bestaan ontkennen. Met een verbod op godslastering wordt geprobeerd om mythes en dogma’s te verdedigen die zich op eigen kracht niet meer kunnen handhaven. Gelovigen zouden niet moeten vergeten dat ook Jezus Christus wegens godslastering werd vermoord. “Alle grote waarheden beginnen als blasfemieën” [George Bernard Shaw, Annajanska, 1919].

De vrijheid van meningsuiting is een noodzakelijke pijler voor een democratische samenleving. Daarin is plaats voor meningen, denkbeelden en informatie die hinderlijk kunnen zijn voor de overheid of voor bepaalde groepen in de samenleving. En daarin is ook plaats voor kritische, sceptische, grievende en humoristische beschouwingen over collectieve neuroses, vereerde (af)goden, heilige teksten en religieuze tradities.

Submission II
Hirsi Ali, foto van Merlijn Doomernik In de film Submission die Hirsi Ali samen met Theo van Gogh had gemaakt werd “de wreedheid van de islam” letterlijk bloot gelegd [NRC 28.8.04]. In haar eerste interview na de moord op Van Gogh liet Hirsi Ali weten dat zij een vervolg wilde maken op Submission part 1. “Het thema van Submission part II is hoe de islam het individu onderdrukt. Met als uitgangspunt de positie van de vrouw. En daarnaast wil ik nog steeds het islamitisch onderwijs afschaffen” [NRC 29.11.04].

Voor een aantal moslims was dit een vreselijke gedachte. Zij vreesden dat het vervolg van Submission ook godslasterlijke elementen zou bevatten die ‘krenkend’ voor moslims zijn. Dat moest volgens hen voorkomen worden. Twee islamitische families uit Utrecht namen de omstreden advocaat Robert Moszkowicz in de arm en eisten een verbod op het uitbrengen van het door Hirsi Ali aangekondigde vervolg op de film Submission. De vrome moslims eisten bovendien dat de rechter Hirsi Ali zou verbieden om zich voortaan nog kwetsend, grievend of godslasterlijk uit te laten over de islam. De raadsman van de verontruste moslims wees daarbij op uitlatingen van Hirsi Ali “waarin zij andermaal stelt dat het islamitisme levensgevaarlijk is, nog wel zonder onderscheid te maken tussen fundamentalistisch islamitisme en islamitisme in het algemeen”. Met het kort geding hoopt Moszkowicz dat Hirsi Ali “de mond gesnoerd krijgt”.

De verontruste moslims bevestigden daarmee het angstige vermoeden dat er in Nederland moslims wonen die de vrijheid van meningsuiting drastisch willen beperken: geen kwaad woord meer over Allah, Mohammed of over hun gelovige aanhangers. Theo van Gogh zou de islamitische cliënten van Robert Moszkowicz onmiddellijk de ‘Gotspeprijs van De Gezonde Roker’ hebben toegekend. Om de tere moslimziel te ontzien zou bij voorbaat een nog niet bestaande uiting van een vrije gedachte verboden moeten worden. Hirsi Ali heeft het niet gemakkelijk. Zij wordt voortdurend door fanatieke moslims met de dood bedreigd. En zolang zij door effectieve beveiliging niet de dood ingedreven kan worden, dan moet zij toch minstens monddood worden gemaakt. Wat de verontruste moslims van de Nederlandse justitie vragen is niets anders dan een uitingsverbod voor Hirsi Ali. Een religieuze groep die eist dat haar geloof boven elke kritiek verheven wordt, geeft aan niet langer vreedzaam te willen samenleven met andersdenkenden. Hun gebrek aan tolerantie bruuskeert de gelijkwaardigheid van andersdenkenden. Zij laden hiermee minstens de verdenking op zich dat zij de weg voorbereiden van een despotische theocratie in de geest en praktijk van het Taliban-bewind in Afghanistan.

In Nederland heeft iedereen het recht om een kort geding aan te spannen. Dat geldt zelfs voor aanhangers van de Taliban die pleiten voor herinvoering van de middeleeuwse preventieve censuur. In Nederland is echter geen rechter te vinden die zo’n schaamteloze eis niet onmiddelijk naar de prullenbak verwijst. In een democratische rechtsstaat kan een rechter nu eenmaal niet tolereren dat via een kort geding een van de meest essentiële grondrechten buiten werking wordt gesteld.

Het zou uniek zijn wanneer er een verbod werd uitgevaardigd op een film die nog gemaakt moet worden, of wanneer een spreekverbod zou worden opgelegd aan een lid van het Nederlandse parlement. De pijlers van de democratische rechtsstaat Nederland zouden verpulveren. Dat is echter zeer onwaarschijnlijk. De eis werd op 15.3.2005 afgewezen [vonnis], maar de eisers hebben ook bewerkstelligd wat zij niet beoogden: zij hebben op één punt het gelijk van Hirsi Ali bewezen: voor een democratische rechtsstaat is de politieke islam (‘het islamitisme in het algemeen’) een levensgevaarlijke bedreiging. Dat is overigens niet het gelijk van Hirsi Ali, het is het morele gelijk van elke burger die zijn democratische rechtsstaat verdedigt.

De moord op Theo van Gogh was geen tragische incident of anomalie, maar een bijna logische uitkomst van een uit de hand gelopen gevecht tussen autochtone kaaskoppen die zich steeds meer overspoeld voelen door een horde van onaangepaste en asociale, gewelddadige en criminele vreemdelingen en de allochtone vreemdelingen die naar Nederland zijn geëmigreerde of gevluchte of die hier inmiddels zijn geboren en getogen. Dit al jaren sluimerende conflict werd door de moord of van Gogh explosief aan de oppervlakte gebracht. De politieke moord op Van Gogh was niet alleen ingeschreven in de voorgeschiedenis en zelfs aangekondigd, maar vormt tevens een duistere voorbode van de dingen die ons nog te wachten staan.

Index


Wet terroristische misdrijven
Op 10 december 2003 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan dat het mogelijk maakte leiders van terroristische organisaties levenslang op te leggen. Op 10 augustus 2004 trad de ‘Wet terroristische misdrijven in werking. De kern van deze wet ligt besloten in de definitie van terroristisch oogmerk’, dat is vastgelegd in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht: Misdrijven die met een terroristisch oogmerk worden begaan, worden zwaarder bestraft. Een tijdelijke gevangenisstraf wordt met de helft vergroot. Wanneer er op het misdrijf een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste 15 jaar is gesteld, kan een levenslange gevangenisstraf worden opgelegd.

Minister Donner van Justitie wil de door terroristen verstoorde balans tussen grondrechten en veiligheid herstellen. Daarvoor bracht hij een hele serie antiterreurmaatregelen naar voren, die door enkele prominente Nederlandse rechters als een “heel gevaarlijk pakket” [NRC 11.2.05] werd gekwalificeerd. Een van die maatregelen is dat informatie van inlichtingendiensten tijdens processen als bewijs moet kunnen gelden. Op dit moment moet de informatie die door de AIVD is verkregen worden voorgelegd aan de rechter [Wifferen 2004]. Het wetsvoorstel Afgeschermde getuigen maakt deze rechterlijke toetsing overbodig. De betrokken ambtenaar van de AIVD kan voortaan alleen door de rechter-commissaris achter gesloten deuren worden verhoord. Het gevaar is dat niemand zicht heeft op hóe die veelal anonieme informatie in het proces verbaal wordt verwerkt. Bovendien wordt in die nieuwe procedure de inbreng van de verdediging ingeperkt en kunnen achterliggende stukken geheim blijven. Tenslotte is het volgens Ybo Buruma niet denkbeeldig “dat AIVD’ers minder geneigd zullen zijn om ‘zachte informatie’ vast te leggen in ambtsberichten om het risico te voorkomen dat die informatie opduikt in strafdossiers” [NRC 4.3.05].

Een andere maatregel is de verlenging van het voorarrest. Op grond van een verdenking kan iemand op dit moment zes dagen in voorarrest worden vastgezet. Daarna moeten er ‘ernstige bezwaren’ zijn en meer bewijzen worden aangevoerd om een verdachte langer vast te houden. Iedere drie maanden wordt dat getoetst. Eerst door de officier van justitie, dan door de rechter-commissaris en tenslotte door de Raadkamer. In de voorstellen van Donner kan een verdachte langer worden vastgezet (maximaal 16 dagen). Daarna kan het voorarrest maximaal twee jaar duren.

Rechters vrezen dat de kabinetsplannen om terrorisme via het strafrecht aan te pakken leiden tot een aantasting van de strafrechtspleging en van de vrijheden van het individu. G. Corstens, raadsheer bij de Hoge Raad, vindt dat politici te ver doordraven en dat hierdoor de verhouding tussen politiek en rechterlijke macht op scherp komt te staan. Zijn collega van de Amsterdamse rechtbank, J. Peeters, ging nog een stap verder. De terreurplannen van de regering leiden ertoe dat “de verworvenheden van twee eeuwen rechtsontwikkeling op de tocht staan en grondrechten worden aangetast” [NRC 11.2.05].

Index


Apologie van terreur
Minister Donner van Justitie wil dat het mogelijk wordt personen te vervolgen die oorlogsmisdrijven, genocide of terroristische aanslagen verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren of ontkennen. Wie zich daaraan schuldig maakt kan gestraft worden met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar. Mensen die van dit misdrijf een beroep of gewoonte maken, of samen met anderen begaan, riskeren een gevangenisstraf van twee jaar. Als bijkomende straf kan iemand daarvoor —ook als ‘first offender’— uit zijn ambt worden gezet. Het wetsvoorstel werd op 12 juli 2005 voor advies naar verschillende instanties gestuurd.

Deze maatregel is erop gericht de samenleving beter te beschermen tegen uitlatingen die de grenzen van het toelaatbare ver overschrijden. Die grenzen moeten door de overheid beter worden bewaakt om het publieke debat in Nederland op peil te houden. De nieuwe maatregel wordt gepresenteerd als een aanvulling op misdrijven als opruiing, discriminatie en het aanzetten tot haat of geweld. Het zijn “misdrijven die vanwege hun aard, ernst en omvang de samenleving en haar burgers of groepen van burgers in het bijzonder, zeer ernstig schokken. Dat geldt allereerst de overlevende slachtoffers, de nabestaanden en de bevolking van het land waar het misdrijf is begaan” [Memorie van Toelichting]. Door het goedpraten, verheerlijken of ontkennen van terreur worden groepen tegen elkaar opgezet, onlustgevoelens in de samenleving aangewakkerd. Hierdoor kan, zoals we hiervoor gezien hebben, “een gevaarlijke neerwaartse spiraal van vergroving in het publieke debat” [idem] ontstaan.

Minister Donner ziet het strafrecht als “de laatste schakel in de aanpak van mensen die misbruik maken van hun grondwettelijke vrijheden ten koste van anderen” [idem]. De vrijheid van meningsuiting wordt niet aangetast: extreme en radicale opvattingen mogen nog steeds vrijelijk worden geuit. Het nieuwe wetsvoorstel stelt daaraan wel expliciete grenzen. Hierdoor wordt het bijvoorbeeld mogelijk om ‘haatimams’ en ‘haatsites’ beter aan te pakken. Ook het goedpraten, ontkennen of verheerlijken van oorlogsmisdaden en genocide valt onder het wetsvoorstel. Op die manier wordt het ontkennen van de holocaust voor het eerst expliciet strafbaar in Nederland.

Minister Donner maakt zich grote zorgen over “over de manier waarop in Nederland het debat wordt gevoerd.” Zijn voorstel om hierin verbetering aan te brengen met een wetsvoorstel, waarin de apologie van internationale misdrijven en terreur strafbaar worden gesteld, is niet alleen overbodig maar ook gevaarlijk vaag. Er bestaan immers al strafbepalingen tegen opruiing, tegen discriminatie, het aanzetten tot haat en geweld en tegen belediging. Mensen die in Nederland tot terreur oproepen kunnen met deze bestaande artikelen nu al worden aangepakt. Het principiële bezwaar is dat het wetsvoorstel zo ruim is geformuleerd, dat het de discussie over de oorzaken en mechanismen van terreur zou kunnen blokkeren. In die discussie moet het mogelijk blijven om een paar lastige vragen op te werpen. Een van die vragen is: zijn mensen die de ‘vrijheidsstrijd’ van de Afghaanse Taliban tegen de Russische bezetting steunden opeens strafbaar als zij daarna ook hun verzet tegen de Amerikaanse invasie blijven steunen? De ‘terrorist’ van de een is een ‘vrijheidsstrijder’ voor een ander. Het is gevaarlijk om het oordeel over dergelijke vragen over te laten aan de smaak van de justitiële autoriteiten.

Index Opsporing: Digitaal Rechercheren

BVD/AIVD in beweging
AIVD-logo: Levende vissen zwemmen tegen de stroom in, alleen de dooie drijven mee.
AIVD-logo
Levende vissen zwemmen tegen de stroom in, alleen de dooie drijven mee.
Hoe moeilijk is het om op internet haatgroepen en fundamentalistische extremisten op te sporen? En hoe effectief zijn onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten bij het in kaart brengen van terroristische netwerken en het opsporen van islamistisch of nationalistisch geïnspireerde personen die aanzetten tot haat en geweld?

In de beeldvorming over de AIVD zijn de media overwegend kritisch en negatief. Enerzijds heeft de AIVD onverdiend een wat klunzig imago van een lange regenjassen- en gleufhoedendienst. Anderzijds zijn de verwachtingen over de dienst bij politici en in de samenleving hoog gespannen. Maar zelfs de beste veiligheidsdiensten kunnen nooit voor honderd procent veiligheid garanderen. Zo’n absolute veiligheid veronderstelt dat inlichtingendiensten precies weten wie de staatsgevaarlijke actoren zijn, wat hun plannen zijn en waar zij zich bevinden. Dat is echter niet realistisch. Inlichtingen zijn bijna per definitie onvolledig, en juist daardoor blijven er veiligheidsrisico’s bestaan. Die risico’s kunnen weliswaar worden beperkt, maar nooit volledig geëlimineerd.

De AIVD verricht al jaren onderzoeken naar islamitisch-terroristische netwerken en naar de daarmee verbonden processen van radicalisering en rekrutering voor de gewelddadige jihad. Zij deed dit al voor de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten.

In juni 1998 stelde de BVD, de voorloper van AIVD, een rapport op over De politieke Islam in Nederland, dat werd aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin wordt een beeld geschetst van de diverse politieke organisaties die zich op de islam baseren. “De meeste kenmerken zich door een vorm van afkeer van de westerse samenleving en daarmee een zekere weerstand tegen integratie. Slechts kleine aantallen moslims huldigen echter daadwerkelijk radicale opvattingen en zijn bereid hun idealen van een islamitische staat of wereldorde met (steun aan) geweld dichterbij te brengen.” Zij richten hun aandacht echter hoofdzakelijk op de strijd voor een islamitische omwenteling in de landen van herkomst. Voor deze strijd proberen zij ook in Nederland aanhang te verwerven met anti-westerse, anti-integratieve en isolationistische vertogen. Het onderkennen en bestrijden van deze radicale islamisten is lastig, omdat zij meestal heimelijk opereren. Zij organiseren zich niet in als zodanig herkenbare organisaties, maar “nestelen zich in grotere bonafide organisaties of koepels, om van binnenuit aanhang en kracht te winnen”.

Volgens de geheime dienst is het niet waarschijnlijk dat deze radicaal-islamitische groepen in Nederland op korte termijn aan kracht en invloed zullen winnen. Anders dan in Duitsland is er in Nederland op dat moment immers nog geen sprake van een toenemende radicalisering onder moslims. Maar de BVD waarschuwt wel “dat dergelijke stromingen op langere termijn garen zullen spinnen bij sociaal-economische malaise, marginalisering en uitsluiting van groepen moslimimmigranten. In een dergelijke situatie dreigt polarisatie en verstoring van het integratieproces”.

In het BVD-rapport wordt benadrukt dat het emancipatie- en integratieproces van moslims zich niet autonoom voltrekt, maar sterk wordt beïnvloed door politieke krachten in binnen- en buitenland. Moskeeën spelen hierbij een cruciale rol: zij vormen een politieke arena “waarbinnen diverse krachten actief zijn, die elk hun open of verborgen agenda hanteren”. Naast politiek-religieuze organisaties bemoeien ook vreemde mogendheden —zoals Iran, Libië en Saudi-Arabië— zich direct of indirect met de gang van zaken in de Nederlandse moskeeën. Binnen de muren van de gebedshuizen proberen ook de regeringen van de diverse moederlanden hun invloed te doen gelden. “Deze strijd om politieke invloed werkt ook door op terreinen als islamitisch onderwijs, organisatievorming en integratie.”

Cyberterrorisme
De BVD besteedt in haar rapport van 2001 voor het eerst aandacht aan de mogelijkheid van cyberterrorisme. Terroristische aanslagen via de computer zouden tot een grootschalige verstoring van de (inter)nationale infrastructuur kunnen leiden, zoals de ontregeling van gas of elektriciteit. Wanneer zo’n verstoring lang aanhoudt, zou dit “bijzonder disruptief kunnen zijn en potentieel slachtoffers kunnen veroorzaken” [p. 26-6]. De BVD constateert dat er nog geen slachtoffers zijn gevallen als direct gevolg van het gebruik van informatietechnologie. Het risico van effectieve terroristische acties met gebruik van de steeds verder verknoopte informatie-infrastructuur kan volgens de inlichtingendienst niet worden bepaald. “In ieder geval is voor zover bekend ook nog geen terrorist opgestaan die plannen in die richting heeft.” Toch pleit zij voor “een gedegen analyse van de kwetsbaarheden van de in toenemende mate van computersturing afhankelijke infrastructuur.”
In 2001 herijkt de BVD haar activiteiten aan de politieke, maatschappelijke en technische actualiteit en komt zij tot een bijstelling van haar beleid. In maart van dat jaar wordt in het rapport Terrorisme aan het begin van de 21ste eeuw een schets gegeven van het actuele dreigingsbeeld. Voor het eerst worden de risico’s van grootschalige terroristische aanslagen in Nederland in kaart gebracht. Daarbij wordt echter niet in de eerste plaats gedacht aan homegrown terrorisme, maar vooral aan “een terroristische dreiging die van buitenaf op Nederland afkomt”.

Het is voorstelbaar dat er een zeker continuüm bestaat tussen mislukkende integratie, versterkte segregatie, toenemende polarisatie en gewelddadige confrontatie. Maar volgens de BVD zijn er op dat moment “absoluut geen indicaties dat een dergelijke ontwikkeling in Nederland uiteindelijk zou kunnen resulteren in het zwartste scenario, dat van het terrorisme.” Nederland is geen belangrijk terroristisch doelwit, ook al heeft het als logistiek knooppunt aantrekkingskracht als —al dan niet tijdelijke— verblijfplaats van terroristen. Daarom wordt de conclusie getrokken “dat er bij het ingaan van de een-en-twintigste eeuw geen sprake is van een groot risico dat de samenleving binnen afzienbare termijn geconfronteerd zal worden met terroristische aanslagen op Nederlands grondgebied”.

In het Jaarverslag 2001 wordt nog eens herhaald dat er onder leden van de islamitische gemeenschap een kleine groep jongeren bevindt die bereid is tot deelname aan de gewelddadige islamitische strijd, en dat zij zich daarop voorbereiden. De internationale veiligheidssituatie is met de aanslagen van 11 september in de VS ernstig verslechterd. Het transnationale netwerk van moslim-extremisten is in een paar jaar tijd snel uitgebreid en heeft “een onvoorstelbare slagkracht” ontwikkeld.

Kamikaze in Kasjmir
Op de vroege ochtend van 13 januari 2002 kwamen twee in Eindhoven opgegroeide jongeren van Marokkaanse afkomst, Ahmed el Bakiouli en Khalid Hassnoui, in Kasjmir op gewelddadige wijze om het leven. Zij werden tijdens een kamikaze actie doodgeschoten in Srinager, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Kasjmir [Zembla 9.8.2002]. De twee jonge moslims waren van plan om deel te nemen aan de gewapende jihad. Zij hadden een enkele reis geboekt en lieten beide een martelaarstestament achter. De AIVD kon achterhalen “dat beide jongeren in Nederland zijn gerekruteerd voor de gewelddadige jihad en dat hun dood in Pakistan tegen die achtergrond gezien moet worden” [Feitenreconstructie]. De AIVD start een onderzoek naar ronselpraktijken door moslimextremisten.
Ook in Nederland zijn dus netwerken van moslim-extremisten actief, zoals onder andere bleek uit de dood van twee Einhovense jonge Marokkanen die in januari 2002 om het leven kwamen in de Indiase deelstaat Kasjmir. Extreme godsdienstige opvattingen krijgen steeds meer vat op delen van de Nederlandse moslimgemeenschap. Dit levert niet alleen veiligheidsrisico’s op, maar ook het gevaar van polarisatie tussen bevolkingsgroepen en van voortzetting van geïmporteerde conflicten. Het integratieproces wordt hierdoor ernstig verstoord. Deze verscherping van de interetnische verhoudingen bedreigt de cohesie in de samenleving.

De BVD pleit voor een brede en gedifferentieerde benadering van politiek extremisme waarbij het accent ligt op het gericht voorkomen van radicaliseringsprocessen — het afsnijden van de zuurstof voor de ontwikkeling van terrorisme.

Organisaties die de grens tussen radicalisme en terrorisme overschrijden moeten daarentegen resoluut repressief worden aangepakt. Om dat mogelijk te maken moeten de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden versterkt.

Index


AIVD jaagt op de Hofstadgroep
De AIVD verricht een breed onderzoek naar radicale moslims in Nederland. Daaruit blijkt in de loop van 2002 “dat het islamistisch terrorisme en extremisme in toenemende mate een voedingsbodem vindt in eigen land” [Feitenreconstructie; vergelijk Netwerk].

Een van de groepjes waarop de AIVD zich concentreert is “een groep van jonge moslims van Noord-Afrikaanse afkomst, die zich lijkt te verzamelen rond een leidersfiguur en opvallen door hun op het oog steeds orthodoxer wordende geloofsbeleving en geloofsuitingen” [idem]. Vanaf 26 september 2003 werd deze groep aangeduid als het Hofstadnetwerk.

De eerste keer dat de AIVD op de naam van Mohammed B. wordt geattendeerd is op 1 augustus 2002. Zijn met koranteksten onderbouwde uiteenzetting over normen en waarden in het buurkrantje trok de aandacht. Toen de AIVD op zoek ging naar de radicale moslim Nouriddin El-F., kwam zij voor het eerst terecht bij de woning van Mohammed B. in Marianne Philipsstraat 27. Nouriddin verklaarde toen tegenover de AIVD dat Mohammed B. al in december 2002 had geopperd “dat er een bomaanslag gepleegd zou moeten worden, waarbij veel doden zouden vallen” [ambtsbericht AIVD]. Aan deze verklaring werd geen waarde gehecht. In december 2002 werd bekend dat er huiskamerbijeenkomsten werden gehouden in de woning van Mohammed B. (gesignaleerd door de RID Amsterdam-Amstelland).

Digitaal rechercheren In het voorjaar van 2003 krijgt de AIVD sterkere aanwijzingen dat zich binnen het Hofstadnetwerk een radicaliseringsproces voltrekt. De AIVD stelt vast “dat zich binnen dit netwerk een leidersfiguur profileert”. Zij weet ook dat deze persoon, Radwan al Issa alias Abu Kahled, in deze periode geregeld verblijft op het woonadres van Mohammed B. in de Marianne Philipsstraat. In dit pand en op andere locaties binnen en buiten Amsterdam komen regelmatig personen van dit netwerk bijeen

Maar voor de AIVD komt Mohammed B. in deze fase nog steeds niet duidelijk naar voren en zij onderschat zijn rol. “Hij speelt een ondersteunende rol: hij wordt gebruikt door anderen omdat hij de beschikking heeft over een onderkomen en een auto.”

In september-oktober 2003 komen er steeds meer berichten binnen over ‘conspiratief gedrag’. Het onderzoek naar het Hofstadnetwerk komt hierdoor in een stroomversnelling. Omdat de risico’s groter worden, worden nog meer middelen ingezet “op het verkrijgen en behouden van operationeel zicht op met name de kern van dit specifieke netwerk”. Vrijwel alle inlichtingsmiddelen worden ingezet.

Er wordt gesignaleerd “dat Mohammed B. uiterlijke kenmerken van voortgaande radicalisering vertoont”. Op 8 oktober 2003 ontvangt de AIVD via de RID-Amsterdam-Amsterland nadere informatie over geradicaliseerde moslims in Amsterdam. Daarbij wordt ook de naam van Mohammed B. genoemd. Hij was opgevallen door zijn steeds radicaler gedrag, wat zich onder andere uitte in “het schreeuwen van Koranteksten”. Men zag dat Mohammed B. in toenemende mate onder invloed was gekomen van de netwerkomgeving waarin hij vertoefde. Maar hij wordt nog steeds niet gezien als een kernlid van dit netwerk.

Arrestaties van kernleden
De AIVD vermoedt dat er aanslagen worden voorbereid en “dat er op meerdere plaatsen, waaronder Amsterdam, verdachten aangehouden moeten worden en doorzoekingen verricht dienen te worden”. Op 17 oktober 2003 worden op verschillende locaties huiszoekingen verricht, waaronder op het huisadres van Mohammed B. Er worden vijf leden van de Hofstadgroep aangehouden (maar niet op de Marianne Philipsstraat 27). Een van de arrestanten is Samir A., een van de twee vermiste moslimjongeren die in de Oekraïne werden aangehouden aan de grens met Rusland.
De AIVD merkt in september-oktober 2003 dat een aantal leden van de groep in Pakistan verblijft, waarschijnlijk voor trainingen voor de jihad. En zij ontdekt dat Abdelhamid Akoudad — alias No’vel— aan een aantal leden van de groep opdrachten geeft. Op 14 oktober 2003 wordt Akoudad in Spanje gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de zelfmoordaanslagen in Casablanca. Voor de AIVD was dit voldoende aanleiding om “de belangrijkste personen in het netwerk” aan te houden. Mohammed B. hoorde daar echter niet bij. “De informatie waarover op dat moment wordt beschikt, duidt er niet op dat Mohammed B. een belangrijke speler is.” Hij was niet betrokken bij de jihadreizen naar Pakistan, en hij zou geen contacten hebben met Akoudad. Op zijn huisadres wordt echter wel een handgeschreven Arabisch document gevonden. Het blijkt “een zogenaamde martelaarsbrief of jihad-testament te zijn, dat op naam was gesteld van één van de niet aangehouden Hofstadleden, de radicale moslim E.” (Nouriddin El-F.). Nog steeds was de AIVD er niet van overtuigd dat Mohammed B. een belangrijke actor is het terroristennetwerk.

Die mening wordt ook niet gewijzigd als de AIVD op 22 oktober 2003 een telefoongesprek afluistert van Mohammed B., waarin hij aan Nouriddin El-F. vertelt dat de politie zijn huis heeft doorzocht en dat het maar goed is hij ‘die documenten’ op tijd heeft meegenomen.

Op 28 oktober 2003 komen alle gearresteerde sleutelfiguren uit het Hofstadnetwerk bij gebrek aan bewijs weer vrij. De AIVD zet echter haar onderzoek naar de Hofstadgroep voort. Zij brengt de operationele bijzonderheden van de groep in kaart. Op 4 november 2003 kan zij ‘een gedetailleerd beeld’ geven van “de ideologie, de hiërarchische structuren, de verblijfplaatsen van leden van het netwerk, de namen, aliassen en adressen”.

Op 7 april 2004 ontvangt de AIVD een bericht waarin Mohammed B. wordt getypeerd als “een persoon die gevoelig is voor de radicale interpretatie van de islam, ‘fundamentalistische kleding’ draagt en moeilijk afstand kan nemen”. Zij beschikt dan ook over zijn foto. Op 2 mei 2004 wordt besloten om nadere informatie in te winnen over de bewoners van het huis van Mohammed B. Mede daardoor ontdekt de dienst dat de radicale moslims die zij in de gaten houdt “moskeeën steeds meer mijden en hun toevlucht zoeken in huisbijeenkomsten”.

In mei-juni verwerft de AIVD meer informatie over het Hofstadnetwerk. Zij heeft bijzondere aandacht voor de toenemende activiteit van de Syriër Radwan al Issa, die beschouwd wordt als “de geestelijk leider van het Hofstadnetwerk”. Omdat deze regelmatig verbleef in de woning van Mohammed B., kwam hierdoor ook zijn naam weer naar boven.

In juni 2004, kort voor het begin van de Europese voetbalkampioenschappen in Portugal, reist een aantal personen van het Hofstadnetwerk (waaronder Nouriddin El-F.) naar Porto. Daar gaan ze dagelijks naar het vliegveld om bij een postkantoor ‘substantiële’ bedragen op te halen (die onder andere door Ahmed H. vanuit Nederland worden verstuurd). De AIVD vertrouwt het niet en informeert de Portugese autoriteiten. De Portugezen beschouwen de aanwezigheid van extremistische moslims uit Nederland als een mogelijke bedreiging voor het sportevenement en houden het groepje op 11 juni aan. Wegens onvoldoende bewijs worden de drie Hofstadleden uitgezet naar Nederland. “Na aankomst is door de AIVD en UTBT met enkelen van hen gesproken.” Een daarvan is Nouriddin El-F. Hoewel deze zeer belastende verklaringen aflegt over de gevaarlijkheid van Mohammed B. brengt dit de AIVD niet tot andere gedachten — zij legt de verklaringen als ‘ongeloofwaardig’ ter zijde.

Op 30 juni wordt Samir A. na een roofoverval op een supermarkt voor de tweede maal gearresteerd. In zijn huis treft de politie foto’s, plattegronden en routebeschrijvingen aan die erop duiden dat hij bezig was een aanslag voor te bereiden. De AIVD onderzoekt deze zaak maar daaruit wijst niets op een betrokkenheid van Mohammed B., die een persoonlijke vriend is van Samir.

Verdiepingsslag
Op 21 september 2004 wordt de burgemeester van Amsterdam schriftelijk door de AIVD geïnformeerd over de uitkomsten van het deelonderzoek naar de El Tawheed-moskee. Ook in deze rapportage wordt melding gemaakt van “de waargenomen tendens dat radicale moslims wegblijven bij de moskeeën”. De AIVD schrijft “dat er een onderstroom bestaat van enkele extremisten en tientallen (veelal jonge) personen die sympathiek staan tegenover de gewelddadige jihad. Deze onderstroom heeft mede kunnen ontstaan door de aantrekkingskracht van de ultra orthodoxe boodschap die binnen de moskee (El Tawheed) gepredikt wordt.” Omdat de extremisten hun werkterrein deels verleggen naar bijeenkomsten buiten de moskee zien de AIVD en de RID zich genoodzaakt diepgaander onderzoek te verrichten naar hun verrichtingen. “De AIVD onderzoekt, in samenwerking met de RID Amsterdam-Amstelland, de operationele mogelijkheden, waarmee een verdiepingsslag gemaakt kan worden, die het mogelijk maakt door te dringen tot juist die groepen en personen die een directe bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde.”

Dit betekende echter niet dat Mohammed B. niet in de gaten werd gehouden. Op 21 juli 2004 besluit de AIVD om het telefoonnummer van het huisadres van Mohammed B. af te tappen. Directe aanleiding daarvoor was dat uit het onderzoek naar Samir A. was gebleken dat hij opereerde in een netwerk waarin ook Mohammed B. figureerde. Zijn telefoon wordt getapt omdat de AIVD wil achterhalen wie Samir A. aanstuurde. Maar de taps leidden niet tot ‘relevante resultaten’. De leden van de Hofstadgroep waren na de arrestaties in oktober 2003 gewaarschuwd. Zij maakten slechts zeer beperkt gebruik van de telefoon. Omdat Mohammed B. in contact bleek te staan met verschillende leden van de Hofstadgroep werd op 9 augustus besloten om ook zijn mobiele nummer af te tappen. Aangezien Mohammed B. zijn mobiele telefoon niet meer gebruikt, wordt op 21 oktober de tap beëindigd. Hoewel de AIVD wist dat de leden van het terroristennetwerk regelmatig in het huis van Mohammed B. bij elkaar kwamen, wordt hij nog steeds als ‘secundaire persoon’ beschouwd, als iemand die zich “in de periferie van Samir A.” bevindt.

Alle sporen wijzen in één richting
Samen met de RID-Amsterdam-Amstelland probeert de AIVD in oktober-november nog de directe omgeving van de doelgroep in kaart te brengen en zicht te krijgen op leden van de Hofstadgroep. Wederom leiden meerdere sporen telkens naar de woning van Mohammed B. in de Marianne Philipsstraat.
Meer dan een maand voor de moord op Van Gogh krijgt de inlichtingendienst een laatste indicatie. Op 29 september 2004 krijgt Mohammed B. een proces-verbaal wegens zwartrijden in het openbaar vervoer. Omdat hij daarbij amok maakt, wordt hij gearresteerd. Via de politie krijgt de AIVD kopieën van de papieren die Mohammed tijdens zijn arrestatie bij zich droeg. Die papieren bevatten tal van telefoonnummers en e-mailadressen. Daaruit blijkt zonneklaar dat de meeste contacten van Mohammed B. bekenden zijn uit het Hofstadonderzoek. Er worden ook twee lijsten met persoonlijke bezittingen aangetroffen die later worden teruggevonden als bijlagen bij zijn testament. Mohammed was dus al meer dan een maand bezig om zijn laatste aardse verplichtingen te regelen. De signalen zijn er, maar zij lijken niet te worden begrepen.

De AIVD doet niets met de informatie die zij uit Amsterdam gekregen heeft. De documenten van Mohammed B. hadden gebruikt kunnen worden om bij Microsoft informatie op te vragen over zijn e-mail en internetverkeer. Om te voorkomen dat informatie over de e-mails van en naar Mohammed B. verloren zou gaan, had de dienst een bevriezingsverzoek moeten indienen bij de advocaat van Microsoft. Pas zeven weken na de moord op Van Gogh worden de betreffende documenten aan het Openbaar Ministerie overgedragen. Toen het Openbaar Ministerie in Amsterdam en Rotterdam op 22 december 2004 bij Microsoft een verzoek indienden om het bewijstmateriaal te achterhalen, bleken de e-mails al vernietigd te zijn. Wanneer hotmail-accounts dertig dagen niet worden gebruikt, worden de gegevens automatisch weggegooid [Volkskrant 2.11.05]. Een gemiste kans om zicht te krijgen op de contacten tussen Mohammed B. en de andere leden van de Hofstadgroep.

Index


Verklaringen van een taxatiefout
De AIVD had zeer veel moeite om haar fout toe te geven. Het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, gaf weliswaar een heldere visie op het moslimterrorisme in Nederland, maar verklaarde ook dat zijn dienst in de zaak Mohammed B. geen fouten had gemaakt. “Wij voelen ons daar vervelend over zonder dat ons zelf enig verwijt treft” [Netwerk 28.4.05]. Twee dagen daarna gaf het plaatsvervangend hoofd van de AIVD, Theo Bot, echter toe dat de AIVD een volledig verkeerde inschatting had gemaakt van Mohammed B. “Dat je achteraf moet constateren, dat je het in dat opzicht bij het foute eind hebt, is natuurlijk iets waar deze dienst altijd ook weer buikpijn van krijgt. Want je hebt iemand, naar achteraf blijkt, gewoon verkeerd getaxeerd” [KRO-Reporter 30.4.05]. Een woordvoerder van de AIVD probeerde het schijnbare verschil in opvatting tussen Van Hulst en Bot te dichten met de verklaring dat de AIVD met de kennis van nú verkeerd heeft getaxeerd. “Dit laat onverlet dat over de beoordeling die destijds, met de kennis van toen, is gemaakt, de AIVD geen blaam treft.” Het is een nogal defensieve en zuinige omgang met de terechte kritiek dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten cruciale informatie over Mohammed B. negeerden én verkeerd interpreteerden.

Een gedeeltelijke verklaring voor deze taxatiefout is dat het referentiekader van de AIVD in die periode werd gedomineerd door de risico’s van grootschalige aanslagen zoals die in Madrid hadden plaatsgevonden. Aan een politiek-religieuze moord vanuit het Hofstadnetwerk op een individu werd niet gedacht — het was in Europa nog niet eerder voorgekomen. Alle inspanningen van de AIVD waren erop gericht om voorbereidingshandelingen voor een grootschalige aanslag te onderkennen. In dat kader trokken andere leden van het netwerk —Samir A. en Nouriddin el F.— veel meer aandacht. Van buitenaf gezien leek het alsof Mohammed B. in dat netwerk geen centrale rol speelde omdat hij niet als ‘samenspanner’ in het vizier kwam. Daardoor kreeg men geen goed zicht op zijn cruciale —faciliterende, ideologische én leidinggevende— rol in de het Hofstadnetwerk. Bovendien werd vanuit deze optiek ook zijn individuele geweldpotentie onderschat.

Een tweede verklaring is dat de AIVD onvoldoende zicht had op de internetactiviteiten van Mohammed B en zijn comrades in terror. Hoewel zij ook in haar jaarverslag over 2004 nog blijft volhouden dat Mohammed B. zich slechts “in de periferie van de zogenaamde Hofstadgroep” [p. 19] bevond, breekt daarin toch ook dit zelfkritische inzicht door. De AIVD onderkent daarin dat het internet een “zeer belangrijke” rol speelde in de ideologische en religieuze ontwikkeling van de Hofstadgroep.

Als teleterrorist viel Mohammed B. grotendeels buiten het vizier van de AIVD. Mede daarom werd niet gezien dat het hele netwerk van de Hofstadgroep zich rond Mohammed B. had gevormd, en dat hij daarin een inspirerende en leidinggevende rol vervulde.

“Een terrorist heeft geen haast”
In een interview in de NRC [22.12.04] maakt Johan van Kastel, hoofd van de nationale recherche, een vergelijking tussen normale georganiseerde criminaliteit en terrorisme. “Criminele organisaties zijn kleine bedrijfjes, ze zijn uit op winstbejag. We zien reisbewegingen, financiële transacties, we traceren de communicatie tussen de verdachten en weten: ze gaan nu toeslaan. Ze vertonen normaal crimineel gedrag, waar wij houvast aan hebben.” Bij terroristen is het anders. “Voor hen is tijd een belangrijke factor. Ze nemen maanden om een actie voor te bereiden. Ze zijn niet uit op geld, ze hebben een ideologisch doel. Zie als politie al die maanden maar eens zo’n onderzoek goed vol te houden.”
Tenslotte moet ook rekening worden gehouden met het feit dat de AIVD altijd gedwongen is om keuzes te maken op basis van soms tamelijk vage aanwijzingen. Haar voorspellingen en taxaties worden daarom onvermijdelijk gekenmerkt door behoorlijke onzekerheidsmarges. ‘Voorspellen is moeilijk, vooral wanneer het de toekomst betreft.’ Het is vooral moeilijk als men te maken heeft informeel georganiseerde terroristische netwerken en met nomadische jihadpredikers die de wereld als hun strijdtoneel beschouwen. De AIVD opereert in een voortdurende wedloop met tegenstanders die alles in het werk stellen om zo lang mogelijk onopgemerkt te blijven om op onverwachte momenten te kunnen toeslaan. Het zijn bovendien tegenstanders die over een ongemeen lange adem beschikken omdat zij hun daden in het licht van de eeuwigheid bezien. Tenslotte zijn het ook nog eens slimme tegenstanders die hun werkwijze snel aanpassen aan gewijzigde omstandigheden en die leren van hun ervaringen met inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, heeft er in zijn Willem van Oranjelezing op gewezen dat een veiligheidsdienst hier tegenover geduld moet stellen, “en wachten op de zeldzame momenten dat de ander onoplettend is of in zijn kaarten laat kijken”. Het is dus uitermate lastig om betrouwbare informatie te verwerven uit het milieu dat door de AIVD in kaart moet worden gebracht. Het interpreteren van die verworven informatie is nog problematischer. Inlichtingenwerk is vooral ook “de kunst van het combineren van veel kleine puzzelstukjes tot een samenhangende voorspelling van toekomstige dreigingen” [Van Hulst 2005].

Burgers moeten weten dat de voorspellingen van inlichtingen- en veiligheidsdiensten altijd imperfect zijn en dat derhalve niet elke aanslag te voorkomen is. De medewerkers en bestuurders van de AIVD weten dit uiteraard al jarenlang. De AIVD valt in dit opzicht weinig te verwijten: men zat met alle middelen bovenop de Hofstadgroep (zie het Laakkwartier), heeft diverse interventies laten plegen (zie de aanhoudingen), heeft het OM vervolgens zien stranden in de gerechtelijke procedures en werd toch nog verrast door een heel andersoortige aanslag dan verwacht. Juist daarom ligt het voor de hand dat de frustratie bij de dienst erg groot was.

Sollicitaties bij AIVD
Sinds de moord op Van Gogh en de mededeling van vice-premier Zalm (5.11.04) dat de inlichtingendienst zou gaan uitbreiden, ontving de AIVD tientallen open sollicitaties. Dat was opmerkelijk omdat er voorheen slechts sporadisch brieven binnen kwamen van mensen die werk bij de dienst zoeken. Op een vacature voor een operationeel medewerker die op 2 november 2004 nog open stond, kreeg de AIVD 1450 —meestal ongerichte— reacties. Daarvoor ontving de dienst gemiddeld 300 reacties op een advertentie. De aanloop was zo groot dat de AIVD het publiek op de eigen website opriep om geen open sollicitaties meer te sturen en nieuwe vacatures af te wachten. Tevens werd gevraagd niet meer te bellen naar het wervingsbureau van de dienst. De AIVD werd in staat gesteld om zich met enkele honderden plaatsen uit te breiden.
Na de moord op Van Gogh besloot de regering de observatie van personen die aan het terrorisme gerelateerd zijn te verbreden. Er zal dus intensiever gezocht worden naar nog onbekende geradicaliseerde of extremistische personen. De AIVD moet haar inlichtingen intensiever analyseren en indicatoren opstellen waarmee de risico’s beter kunnen worden ingeschat. Op deze basis kunnen andere overheidsorganisaties en het lokaal bestuur hun eigen verantwoordelijkheden nemen in de bestrijding van terrorisme en radicalisering. Hiervoor wordt de nationale recherche uitgebreid met een eenheid terrorisme.

Ook al geeft men de AIVD nog zoveel bevoegdheden, een effectieve aanpak van moslim-terrorisme kan niet zonder gegevens vanuit de islamitische wereld zelf [Balkenende op CDA-congres in Utrecht, 13.11.04]. En vanuit de Europese Unie.

De inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Europa besloten begin december 2004 om meer informatie te verstrekken aan de Europese Unie, waardoor de gezamenlijke strijd tegen het internationale terrorisme effectiever gevoerd kan worden. Dit besluit werd genomen door de Contra Terrorisme Groep (CTG) van de EU, die in 2002 werd opgericht na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten. De samenwerking binnen de inlichtingengemeenschap in Europa werd uitgebreid. Dit gebeurde onder andere door het aggregeren van de informatiestroom van inlichtingen- en veiligheidsdiensten naar een gezamenlijke eenheid binnen de EU: het Joint Situation Centre. Een andere maatregel was het aantrekken van analisten die gespecialiseerd zijn in contra-terrorisme en het realiseren van technische voorzieningen die een snelle en veilige uitwisseling van gegevens met het Joint Situation Centre mogelijk maken.

Index


Infiltratie, mollen en steganografie
Uit het onderzoek naar de moord op Theo van Gogh bleek dat vertrouwelijke AIVD-informatie bij meerdere extremistische moslims terechtgekomen is. Ook bij de van terrorisme verdachte vrienden van Mohammed B.: Samir A. en Nouriddin El-F. Een medewerker van de AIVD had deze geheime informatie gelekt naar verdachten in een terroristenzaak in Utrecht. De AIVD-medewerker werd hiervoor op 30 september 2004 opgepakt. De Rijksrecherche onderzocht hoe het lekken in zijn werk ging.

De man die de AIVD-informatie lekte naar vrienden van Mohammed B. was de 34-jarige Outman Ben Amar. Hij verspreide minstens een jaar lang observaties en verslagen van telefoontaps onder moslimextremisten. Het was dezelfde man die eerder lekte in een Utrechtse terrorismezaak, waar zijn zwager Nadir B. (24) verdacht wordt van heling van AIVD-documenten. De Marokkaan werkte nog maar kort bij de AIVD, maar werd meteen op zware zaken gezet. Outman was er zelf verbaasd over. “Ik werd eigenlijk niet ingewerkt en moest meteen aan de slag,” verklaarde hij tegenover de inspecteurs van de Rijksrecherche. Hij had toegang tot zeer vertrouwelijke informatie en “verrichtte handelingen om informatie te verkrijgen”. Omdat er zo’n grote behoefte was aan Marokkaans/Nederlandse tolken werd hij direct in het diepe gegooid [Reformatorisch Dagblad, 11.11.2004]. Tegen alle regels van de AIVD in, werd Outman niet twee maar slechts één keer gescreend voor hij op 1 oktober 2003 werd aangenomen. Daarvoor had hij als arabist bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) gewerkt.

Centrum Islamistisch Terrorisme
Outman zorgde voor een schandaal dat uniek is in de geschiedenis van de AIVD. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington richtte de AIVD een nieuwe afdeling op die als taak kreeg om te onderzoeken of ook in Nederland een islamitisch terroristische aanslag te verwachten viel, en hoe dit voorkomen kon worden. Het was juist bij deze afdeling, het Centrum Islamistisch Terrorisme (CIT) waar Outman onder de codenaam AB1BE aan de slag ging als audiobewerker. Hij werkte op deze afdeling in een team van operateurs en bewerkers. Outman werd aangetrokken om de dialecten te vertalen waarvan radicale moslims zich bedienen.

In juli van 2004 werd Outman ingezet in het Vuursche-onderzoek, ook wel de Utrechtse terreurzaak genoemd. Het onderzoek draaide om Hassan O. (34). In zijn door de AIVD afgeluisterde gesprekken had Hassan het over explosieven die hij voor de jihad zou inzetten en over een bom die hij in bewaring gegeven zou hebben: “een keer BOEM! en een grote stad is weg” [AIVD-transcriptie, Utrechts Nieuwsblad]. Toen Hassan op 26 september werd gearresteerd was hij in het bezit van geheime documenten van de AIVD. Uit intern onderzoek bleek dat Outman verantwoordelijk was voor het verspreiden van deze staatsgeheimen.

Tijdens het onderzoek naar de Utrechtse terrorismezaak begon Outman zich steeds opvallender te gedragen. Hij deed een binnenkomend telefoontje af als ‘niet relevant’, terwijl het in die zaak juist heel belangrijk was. Ook meldde hij zich onregelmatig ziek. Op 29 september 2003 wordt aangifte tegen hem gedaan door een medewerker van de AIVD die had gezien dat hij een uitgewerkt tapgesprek en een observatieverslag meesmokkelde vanuit het gebouw van de AIVD in Leidschendam.

De AIVD-mol ging schuil achter een website waarop verborgen boodschappen werden geplaatst. Hij onderhield vanuit zijn huisadres aan De Wellenkamp in Nijmegen de site van het in Marokko gevestigde reisbureau Charfarinastours. De site is inmiddels uiteraard van het internet gehaald, maar is hier nog te vinden.

Outman ging na zijn studie Arabische Taal en Cultuur aan de Radboud-Universiteit in Nijmegen werken als reisleider voor verschillende Nederlandse reisorganisaties. “In die hoedanigheid ben ik meermalen in Marokko gereist, maar ook in andere Arabische landen: Tunesië, Egypte, Jordanië en Jemen” [bron]. Hij was één van de oprichters van een media-organisatie voor vooruitstrevende moslims. Iman Abdullah Haselhoef was adviseur van deze groep.

Steganografie
Twee wetenschappers en beveiligingsdeskundigen van de Universiteit van Michigan, Peter Honeyman en Niels Provos hebben onderzocht of er daadwerkelijk plaatjes met verborgen boodschappen op het web te vinden zijn. Zij analyseerden twee miljoen plaatjes op EBay, maar ontdekten geen enkel plaatje met verborgen informatie [Detecting Steganographic Content on the Web]. De verborgen informatie werd opgespoord met het programma ‘Stegdetect’. Het is een geautomatiseerd middel om JPEG beelden te analyseren op steganografische inhoud. Stegdetect spoort beelden op waarin met JSteg, JPHide en OutGuess 0.13b verborgen inhoud is verstopt. Ook volgens de Nederlandse beveiligingsdeskundige Wouter Slegers worden in nieuwsgroepen geen steganografische afbeeldingen gevonden.

Het detectieprogramma van Niels Provos, Outgess werd waarschijnlijk ook door Telegraaf gebruikt. Een eigen test van GeenStijl kwam tot hetzelfde resultaat.

De schijnbare onschuldige website werd gebruikt als doorgeefluik voor staatsgeheimen. Uit onderzoek van de Telegraaf bleek dat sommige foto’s op de website geheime mededelingen bevatten. Het is al langer bekend dat terroristen via websites informatie uitwisselen zonder dat deze voor derden zichtbaar is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de techniek van steganografie. De Telegraaf maakte gebruik van een door de FBI ontwikkeld programma dat alarm sloeg toen het op de website van Outman werd losgelaten. Zeker twee afbeeldingen werden door de detectiesoftware als “zeer verdacht” bestempeld.

De minister van Binnenlandse Zaken Remkes (VVD) kon niet duidelijk aangeven hoeveel schade de uitgelekte AIVD-informatie naar moslimterroristen had aangebracht aan lopende onderzoeken. Maar hij sloot niet uit dat de moordenaar van Theo Van Gogh van die informatie op de hoogte is geweest.

Later bleek dat het lek bij de AIVD groter was dan was aangenomen. Outman heeft geheim materiaal gelekt naar radicale moslims in Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Ook heeft hij observatieverslagen van de AIVD doorgespeeld naar Mohammed B. “Een drama”, zei het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, toen hij ervan hoorde. “Ik dacht: o nee! Een gevoel van schaamte. Heel vervelend voor de dienst, voor het imago.” In zijn Willem van Oranjelezing voegde hij daaraan toe “dat de affaire van de ‘lekkende’ medewerker diepe wonden heeft geslagen binnen mijn organisatie en beschouwd wordt als een pikzwarte bladzijde in onze zestigjarige geschiedenis” [Van Hulst 2005].

Het Openbaar Ministerie eiste acht jaar gevangenisstraf tegen de AIVD-mol. Op 14 december 2005 werd Outman Ben A. veroordeeld tot 4,5 jaar cel voor het schenden van staatsgeheimen. Hierdoor is de werkwijze van de inlichtingendienst verstoord en heeft hij “schade toegebracht aan de veiligheid van de staat”. De rechter achtte het niet bewezen dat Outman onderzoeksinformatie in terreurzaken direct heeft gelekt naar de Hofstadgroep.

Index


Schieten op bewegende doelen
Het onderzoek naar internetpresentaties van Nederlandse jihadgroepen moet aan aantal hindernissen overwinnen. Ten eerste zijn de Nederlandse jihad sites niet alleen op tal van manieren onderling met elkaar verweven, maar ook met internationale jihadsites. De patronen van deze verwevenheid kunnen middels een netwerkanalyse in kaart worden gebracht. Inmiddels zijn er een paar goede programma’s in omloop waarmee men automatisch een beeld krijgt van het totale communicatie netwerk, van de sleutelfiguren (‘hubs’) en van de wijze waarop informatie tussen de websites zich verspreidt. In Zichzelf organiserende netwerken wordt dit verder geanalyseerd.

Ten tweede is het aantal documenten en bijdragen aan discussiefora van jihadsites zo groot dat het bijna onmogelijk is om deze allemaal te lezen. Er is dus behoefte aan instrumenten waarmee zeer grote aantallen documenten en discussiebijdragen automatisch ‘in kaart’ kunnen worden gebracht. Er komen een paar goede technologieën voor automatische tekstanalyse op de markt. Een voorbeeld hiervan is Crawdad Text Analysis System. Het is een programma voor de analyse van grote hoeveelheden ongestructureerde kwalitatieve data dat door Steve Corman werd ontwikkeld aan de Arizona State University (ASU). Het programma kan worden gebruikt voor wetenschappelijke analyse van online netwerken, maar ook voor kennismanagement, nationale veiligheid en inlichtingen en voor competitieve zakelijke inlichtingen. Een ander instrument voor de systematische analyse van ‘very large-scale conversations’ (VLSC’s) is de ‘Conversion Map’ van Warren Sack (UC Berkeley, Social Technologies Group). Het is een middel om de sociale en linguïstische structuur van zeer grootschalige conversaties (zoals Unsenet nieuwsgroepen, webfora, Instant Messaging en Chat groepen) te onderzoeken. Vergelijk in dit verband ook de studies van Judith Donath (MIT MediaLab, Sociable Media Group).

Ten slotte moet een systematische oplossing worden gevonden voor het feit dat veel documenten en bijdragen op sites nogal vluchtig zijn en dat de sites zelf regelmatig spoorloos verdwijnen om op andere plaats of onder een andere naam weer opnieuw te verschijnen. Daarvoor zijn instrumenten nodig waarmee —op zelf te bepalen criteria— relevante documenten of discussiebijdragen automatisch worden opgeslagen, met bronvermelding en datum.

Index


Nationaal Meldpunt Cybercriminaliteit
Aangespoord door de klachten over het toenemende aantal haatzaaiende en terroristische uitlatingen op internet besloot de minister van justitie om per 1 januari 2006 zelf een Nationaal Meldpunt Cybercriminaliteit op te richten. Het is een eerste stap om een meer robuust systeem op te zetten om allerlei strafbare inhoud van berichten op internet snel te kunnen verwijderen. Klachten over strafbare uitlatingen op websites of discussiefora —zoals inbreuken op auteursrechten, kinderporno, discriminatie, aanzetten tot haat, oproepen tot geweld of terrorisme— kunnen bij dit nieuwe meldpunt worden ingediend. Bij onmiskenbaar terechte klachten worden deze doorgegeven aan de internetaanbieder die de inhoud moet verwijderen (‘notice and takedown’). Het meldpunt gaat ook specifieke websites en nieuwsgroepen controleren waarvan bekend is dat er illegaal materiaal voorkomt. De politie wordt gevraagd onderzoek te doen naar de persoon of personen die verantwoordelijk zijn voor het plaatsen van de informatie.

De preciese verdeling van de verantwoordelijkheden tussen justitie, politie, openbaar ministerie en Internet Service Providers moet nog nader worden uitgewerkt. DE KLPD stelt een plan van aanpak op voor de bouw van het meldpunt en voor de inrichting van het notice-and-takedown systeem. In de structuur van het NTD-systeem wordt rekening gehouden met de bestaande meldpunten. De eerste prioriteit wordt gelegd bij de bestrijding van haatzaaiende en terroristische uitingen [justitie.nl].

Minister Donner was echter iets te voorbarig met zijn suggestie dat er overleg is geweest met de internetaanbieders en dat daar een draagvlak zou bestaan voor zijn plannen. De nieuwe branchevereniging ISPO staat zeer kritisch ten opzichte van de voorgestelde inrichting van het meldpunt. Zij pleit voor een onafhankelijke toetsing waarbij zowel de klager als de internetgebruiker die de gewraakte uiting zou hebben gedaan anoniem hun kant van het verhaal kunnen doen en de mogelijkheid hebben om alsnog naar de rechter te stappen wanneer zij het niet eens zijn met de beslissing van het meldpunt. Door deze waarborgen moeten ervoor zorgen dat de vrijheid van meningsuiting en de privacy op internet worden gewaarborgd. Alleen op die manier kan een goede balans worden gevonden tussen vrijheid van meningsuiting en rechten van derden. Daarnaast willen de internetaanbieders dat zij door het meldpunt gevrijwaard worden van aansprakelijkheid wanneer er ten onrechte informatie verwijderd wordt.

Index Vervolging van haatsites, bedreigers en terroristen

Moeilijk te veroordelen
Wanneer de overheid niet effectief optreedt tegen jihad-sites zou Nederland een vrijhaven van websites voor terroristische organisaties kunnen worden. Hoe moeilijk is het om extremisten en haatgroepen die op internet opereren daadwerkelijk te vervolgen? Hoe moeilijk is het om individuen te vervolgen die met evident terroristische bedoelingen voorbereidingen treffen voor gewelddadige operaties?

Justitie heeft inmiddels een aantal ervaringen opgedaan met het vervolgen van mensen die politici of andere burgers met de dood bedreigen. Een bekend voorbeeld daarvan is de strafzaak tegen Farid A., die Geert Wilders in de openbaarheid van het internet met de dood bedreigde. Het Openbaar Ministerie wilde dat zijn straf een signaal zou zijn voor iedereen die politici de mond wil snoeren. Hoewel de dader er nog genadig afkwam (120 uur taakstraf en 2 maanden voorwaardelijk) was de motivering van het hof bijzonder. Niet zozeer omdat zij bewezen achtte dat Farid A. daadwerkelijk de parlementariër had bedreigd om zijn politieke uitingen, maar vooral omdat zij deze openbare bedreiging via internet ernstiger vond dan via een minder toegankelijk medium [Uitspraak].

Een ‘virtuele bedreiging’ via internet is veel effectiever dan een bedreiging in de privé-sfeer of in kleinere openbaarheden, vooral wanneer die dreiging gericht is tegen publieke figuren. Haatdragende uitingen, doodverwensingen en al dan niet verkapte doodsdreigingen zijn op bepaalde websites en discussiefora helaas schering en inslag. Deze kunnen door politie en justitie niet allemaal worden aangepakt. In dat opzicht droeg de veroordeling van Farid A. niet alleen het karakter van een waarschuwingssignaal, maar ook de sporen van willekeur.

Radicaal-islamistische en rechtsextremistische sites die niet direct aanzetten tot haat en fysiek geweld zijn moeilijk te vervolgen. Tot nu toe ontsprong men de dans door zich te beroepen op de vrijheid van meningsuiting. Ook toen het Simon Wiesenthal Center (SWC) in Los Angeles eiste dat de regering de site Hamasonline.com zou sluiten omdat zij een terroristische organisatie ondersteunt, verklaarde het Openbaar Ministerie dat zij pas in actie zou komen wanneer er in Nederland aangifte werd gedaan. Het SWC kondigde aan dat als de regering geen maatregelen zou nemen om de site te sluiten, zij zich tot de Europese Unie zou wenden. Voor terroristische organisaties die op de lijst van de EU voorkomen is het verboden om fondsen te werven of ‘gerelateerde dienstverlening’ aan te bieden.

We hebben hiervoor gezien dat het in Nederland tot nu toe nauwelijks gelukt is om moslimextremisten die van terrorisme worden verdacht ook effectief te vervolgen. Dat was uiteraard niet het geval met Mohammed B. Het bewijs van zijn misdaden was overweldigend hard.

Index


Levenslang voor Mohammed B.
Mohammed B. nam na zijn arrestatie de volledige verantwoordelijkheid voor zijn handelen op 2 november. In een afgeluisterd telefoongesprek met zijn broer Hassan op 19 januari 2005 zegt hij lachend: “Ja, ik wist waar ik mee bezig was. Ik heb hem geslacht.” Mohammed had zich wekenlang voorbereid op zijn een martelaarsdood. En hij verlangde nog steeds naar de dood. “Ik zweer bij God. Als ze de doodstraf hadden, zou ik erom smeken. Sukkels” [uit zelfde gesprek]. Maar Allah had zijn martelaarschap afgewezen en daarom moest Mohammed B. uiteindelijk toch voor minder schimmige aardse rechters verschijnen. Op 11 en 12 juli 2005 werd hij gedwongen om aanwezig te zijn bij zijn eigen proces.

Mohammed Bouyeri tijdens zijn proces. Tekening: ANP - Jan Hensema Mohammed B. betrad op zijn eerste procesdag met een opzichtige Koran in de hand de rechtszaal. Daarmee wil hij laten zien dat hij Allah nog steeds boven de rechter stelt en dat hij het wetboek van strafrecht niet erkent of ondergeschikt stelt aan de Koran. Veel moslims vatten dit demonstratief gebruik van de Koran juist op als een belediging. Mohammed B. suggereerde immers dat de Koran legitimeert wat hij heeft gedaan en leeft in de waan dat Allah het hoogste gezag is dat er bestaat. De officier van justitie mr. Frits van Straelen fileerde in zijn requisitoir de feiten, omstandigheden en gevolgen van de misdaad en de persoon. Hij toont aan dat het gaat om een weloverwogen moord met voorbedachte rade en met terroristisch oogmerk. Mohammed B. wordt geportretteerd als een levensgevaarlijk persoon die volhardt in zijn principiële afwijzing en bestrijding van de democratische rechtsstaat. Daarvoor is volgens de officier van justitie maar één straf passend: levenslang en ontzetting uit het actief en passief kiesrecht.

Mohammed B. grijpt de laatste gelegenheid om nog iets te zeggen aan. Hij lijkt zich te verontschuldigen ten opzichte van de moeder van Theo van Gogh (“Ik heb niet gehandeld uit persoonlijke wrok ten uw zoon, hij was geen hypocriet, ik voelde me niet persoonlijk door hem beledigd als ‘geitenneuker’”), maar poneert ook onomwonden dat als Theo zijn vader of broer geweest zou zijn, hij hetzelfde gedaan zou hebben. Bij herhaling benadrukt hij dat hij heeft gehandeld uit overtuiging. Mohammed B. presenteert zichzelf als overtuigingsdader die zich laat leiden door de “wet die mij opdraagt om iedereen die Allah en de profeet beledigt, zijn kop eraf te hakken.”

Tegenover zijn rechters verklaarde Mohammed B. dat hij zich helemaal kon vinden in de aanklacht en dat hij de volle verantwoordelijkheid op zich nam voor de moord. Hij verklaart uit overtuiging te hebben gehandeld: “Ik ben puur gedreven door mijn geloof.” Om daarover geen enkel misverstand te laten bestaan verzekert hij zijn rechters: “Mocht ik vrijkomen, dan zal ik precies hetzelfde doen. Precies hetzelfde” [Laatste woord van Mohammed B. (tekst); Audio; Nos Journaal; Netwerk.tv; AT5 News Breedband/ Modem].

Levenslang = Levenslang
Een levenslange gevangenisstraf betekent in Nederland ook echt levenslang. Bij tijdelijke vrijheidsstraffen volgt vrijwel automatisch vervroegde invrijheidsstelling nadat 2/3 van de straf is uitgezeten. Voor een levenslange gevangenisstraf geldt dit automatisme niet. Pas nadat 20 jaar van de straf is uitgezeten kan een gratieverzoek worden ingediend, dat slechts bij hoge uitzondering —per Koninklijk Besluit— wordt verleend. Gratie wordt slechts verleend als de veroordeelde zich zo heeft ontwikkeld dat hij in staat wordt geacht zijn leven te beteren. Bovendien moet er bij het gratieverzoek een bijzondere wijziging van de omstandigheden worden aangetoond, zoals een ernstige, ongeneeslijke ziekte van de veroordeelde.

De levenslange celstraf werd in 1879 ingevoerd, nadat in 1870 de doodstraf was afgeschaft. Levenslang werd en wordt gezien als een alternatief voor de doodstraf. Het is een soort ‘levend-doodverklaring’: het leven van de tot levenslang veroordeelde is uitzichtsloos.

Mede door deze laatste woorden veroordeelt de rechter hem op 26 juni tot een levenslange gevangenisstraf. De eis van ontzetting uit het actief en passief kiesrecht wordt door de rechter niet overgenomen (Mohammed zou toch geen belangstelling voor hebben: democratische systemen moeten volgens hem door de Shariah van de aardbodem worden weggevaagd om alle mensen te onderwerpen aan Allah). In het vonnis dat door rechtbankvoorzitter mr. Udo Willem Bentinck werd uitgesproken, worden hem 6 misdrijven ten laste gelegd: de moord op Theo van Gogh met terroristisch oogmerk; het in bezit hebben van een pistool met munitie met het oogmerk om een terroristisch misdrijf te plegen; de poging tot moord op 2 omstanders; de poging tot moord op 8 politieagenten en de bedreiging van 3 politieagenten; het twee maal bedreigen van Hirsi Ali met een terroristisch oogmerk. Door deze daden heeft Mohammed B. geprobeerd om (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jaren en de fundamentele politieke en/of constitutionele structuur van Nederland ernstig te ontwrichten [artikel 83a Wetboek van Strafrecht]. Volgens de rechtbank is er nog geen wettig en overtuigend bewijs geleverd voor samenspanning met anderen. Voor het deelnemen aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk kan Mohammed B. later alsnog voor het gerecht worden gedaagd.

De rechter benadrukt dat Mohammed een gruwelijke moord heeft begaan en dat hij zijn slachtoffer op genadeloze wijze heeft afgeslacht. Zijn terroristische aanslag heeft niet alleen “grote gevoelens van angst en onveiligheid” in de samenleving teweeggebracht, maar ook een “destabiliserende werking” gehad. Zijn religieuze radicalisering — met alle extreem gewelddadige ideeën en de verheerlijking van geweld— is weliswaar zorgwekkend, maar dit betekent niet dat er sprake is van een pathologische afwijking. Er zijn dus geen gronden voor verminderde toerekeningsvatbaarheid. Bovendien is het gevaar groot dat hij opnieuw een feit van vergelijkbare ernst zal begaan. Omdat er geen reëel uitzicht op resocialisatie bestaat is er volgens de rechter maar één passende straf: een levenslange gevangenisstraf.

Schilderij van Lieuwe van Gogh. Schilderij van Lieuwe van Gogh.
Mohammed B. verscheen in de rechtszaal met een Palestijnse sjaal om het hoofd en een grijze djellaba, waaronder gympen uitstaken. Toen de rechters binnenkwamen bleef hij demonstratief zitten. Hij luisterde schijnbaar onverschillig en onaangedaan het vonnis aan. Toen de rechtbank de ultieme straf uitsprak, knikte hij kort, maar onmiskenbaar goedkeurend. Bij het verlaten van de rechtszaal passeerde de beul de zoon van zijn slachtoffer. Lieuwe van Gogh (14) gaf geheel in de stijl van zijn vader als commentaar: “Ik stuur hem wel een kaartje, met ‘Theo forever’.” Hij had daarvoor een speciaal kaartje voor ogen met de afbeelding van een door hem zelf gemaakt schilderij.

De veroordeling van Mohammed B. riep direct de discussie op welke bijzondere condities er aan zijn detentie verbonden moesten worden, om te voorkomen dat hij vanuit de gevangenis door zal gaan met het verspreiden van jihad-teksten, het ‘winnen van zieltjes’ of het voorbereiden van terroristische aanslagen. Justitie kondigde aan dat hij in afzondering zou worden opgesloten. Directeuren van penitentiaire inrichtingen zijn bevoegd om het contact van gedetineerden te beperken in het kader van de handhaving van orde en rust. Bovendien heeft de minister van justitie de bevoegdheid om inrichtingen aan te wijzen voor gedetineerden die bijzondere opvang behoeven vanwege het delict waarvoor zij gevangen zijn gezet. Minister Donner (Justitie) had begin juni 2005 al een onderzoek aangekondigd naar de wettelijke mogelijkheden om rekrutering en voorbereiding van terroristische aanslagen tijdens detentie tegen te gaan.

Levenslang + ??
Een dag na zijn vonnis werd Mohammed B. alsnog aangeklaagd voor zijn (leidinggevende) rol binnen het terreurnetwerk van de Hofstadgroep. Tijdens de pro forma zitting over dit terreurnetwerk zei officier van justitie A. van Dam dat het “onverantwoordelijk” zou zijn om Mohammed niet voor de verdenkingen tegen de leden van de Hofstadgroep te vervolgen. “Dat hij geen extra straf kan krijgen, speelt een ondergeschikte rol.” In het Nederlandse strafrechtsysteem is het uniek dat iemand die tot levenslang is veroordeeld daarna ook nog wordt vervolgd voor een andere strafzaak.

Mohammed B. werd net als de andere twaalf Hofstadverdachten het lidmaatschap van een terroristische organisatie ten laste gelegd. Het parket beschouwt hem als leider en inspirator van het terreurnetwerk die met zijn geschriften richting heeft gegeven aan de ideologische ontwikkeling van de verdachten. Het hele netwerk was rond Mohammed B. gevormd en geconcentreerd.

Mohammed B. werd eerst ondergebracht op een speciale afdeling van de Amsterdamse Bijlmerbajes en in september 2005 overgebracht naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, gescheiden van andere gedetineerden. Er zal periodiek worden beoordeeld of deze isolatie moet worden verlengd. Volgens de woordvoerder Detentiewezen van Justitie is het in theorie mogelijk “dat hij de rest van zijn leven wordt gescheiden van medegedetineerden” [Parool 27.7.05]. Mohammed wordt dus onderworpen aan een individueel regime met speciale regels. Hij is in ieder geval ook uitgesloten van het gebruik van internet. We hebben hiervoor gezien dat er zijn genoeg goede redenen om dat te doen.

Mohammed B. kreeg de zwaarste straf die men in Nederland kan krijgen. En hij wordt voorlopig onderworpen aan het zwaarste gevangenisregime dat we hier kennen. Maar hij heeft recht op enkele basale vrijheden en een humane behandeling. Zijn afscherming zou een statusverhogend effect kunnen hebben, waardoor hij alsnog zijn beoogde martelarenschap verwerft. Het is niet raadzaam om op die manier van de gemankeerde martelaar een ‘held’ te maken, zeker niet bij medegedetineerden die ontvankelijk zijn voor Mohammed’s islamistische ideologie.

From prison with hate: Abu Zubair laat van zich horen
Na zijn arrestatie werd Mohammed B. ondergebracht in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen. Hij werd daar behandeld voor de schotwond die hij tijdens zijn arrestatie had opgelopen. Mohammed probeerde telkens teksten naar buiten te smokkelen. Twee keer slaagde justititie erin om te voorkomen dat zijn teksten naar buiten werden gesmokkeld. Maar ondanks zijn strenge bewaking slaagde Mohammed er toch in om een pamflet per gewone post naar buiten te smokkelen. In Jezus is de geest van God opent Mohammed B. onder zijn pseudoniem Abu Zubair de aanval op de gematigde islam. Sinds de moord op Van Gogh probeert de Nederlandse overheid volgens hem de gematigde islam misbruikt om zijn boodschap van de gewelddadige jihad te frusteren [NRC 3.12.05].

In juli 2005 Mohammed stuurde zijn pamflet naar geestverwanten in Amsterdam die deze vervolgens in kleine kring begonnen te verspreidden in naam van de Leeuwen van Tawheed.

De Evangelische Omroep (EO) plaatste in haar programmablad Visie een oproep om te bidden voor de moordenaar van Theo van Gogh. De door een lezer ingestuurde oproep werd door de redactie ondersteund. Het doel van het gebed is om Mohammed B. van het moslimgeloof te bekeren tot het christendom. “Laten we bidden dat Mohammed B. tot geloof komt in Gods Zoon, Jezus Christus, tot een getuigenis van velen.” De gelovigen die Mohammed B. met een gebed tot het christendom willen bekeren hebben nog veel vroom werk te verzetten.

Sindsdien is er weinig meer vernomen van Mohammed B. Behalve dan dat hij in mei 2011 een medegevangene —de tot levenslang veroordeelde Jesse R.— aanviel op de luchtplaats van de gevangenis in Vught. Justitie besloot geen vervolging in te stellen, maar het slachtoffer stapte naar het hof om het OM alsnog te dringen Mohammed B. te vervolgen. Er werd aangifte gedaan van poiging tot moord. Volgens de advocaat van Jesse R. had Mohammed B. al voor de aanval aangekondigd ‘iemand te gaan vermoorden’ [NRC 1.3.12]. Het OM in Den Bosch besloot om Mohammed B. niet te vervolgen voor de vechtpartij.

Index


Vervolging van leden van de Hofstadgroep
We hebben eerder gezien, bijvoorbeeld in de processen tegen Samir A. en Bilal L., dat het uiterst moeilijk bleek om terrorisme-verdachten, ondanks vaak overtuigende —maar niet rechtmatige bewijzen—, te veroordelen. Veel burgers, journalisten en politici kijken daarom met argusogen naar ‘het grootste terroristenproces ooit’ in een zwaar beveiligd Gerechtsgebouw in Rotterdam en Amsterdam. In het proces tegen de leden van de Hofstadgroep stelt het Openbaar Ministerie alles in het werk om met een stevig onderbouwde aanklacht naar voren te komen. Het onderzoek naar het netwerk nam veel tijd in beslag. Volgens officier van justitie Plooy moet het landelijk parket het in het onderzoek doen met ‘kruimels’: “maar vele kruimels maken een brood”. De organisatorische verbanden tussen de verdachten moesten bewezen worden. Er moest dus bewezen worden “dat de organisatie niet alleen bestaat op de tekentafel van de AIVD, maar dat er daadwerkelijk gesproken kan worden van een groep” [NRC 24.12.04].

Volgens de officier van justitie Koos Plooy zijn met de aanhouding van de verdachten van de Hofstadgroep een of meerdere aanslagen in Nederland verijdeld. De AIVD zat in deze zaak op het goede spoor. Het onderzoeksteam van politie en justitie heeft zelf ook bewijs voor het bestaan van de terroristische organisatie gevonden. Bovendien denkt het OM te kunnen bewijzen dat Mohammed B. een leidinggevende rol binnen het netwerk vervulde. Voor het OM is dit een van de belangrijkste pijlers om aan te tonen dat de Hofstadgroep daadwerkelijk een terroristische organisatie is. De ‘Hofstadgroep’ wordt omschreven als een radicale club moslimjongeren, die meerdere aanslagen voorbereidde. Strikt genomen bestaat de Hofstadgroep niet als zodanig, de naam werd in september 2003 door de AIVD verzonnen om een terroristisch netwerk aan te duiden.

Mohammed B. en zijn vrienden worden verdacht van deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. In het strafdossier zullen de bewijzen voor deze hoofdverdenking moeten worden aangedragen. Tijdens de derde pro forma zitting [29.7.05] werd duidelijk dat het voorlopige strafdossier aanwijzingen bevat dat:

Op basis van deze aanwijzingen concludeert de rechtbank dat er ten aanzien van álle verdachten voldoende ernstige bezwaren zijn dat zij hebben deelgenomen aan een criminele organisatie, eventueel met terroristisch oogmerk [nieuwsbank.nl]. Daarom werden ook alle verzoeken tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis en onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen.

In de reconstructie van de moord op Theo van Gogh is hiervoor uitgebreid gedocumenteerd hoe cruciaal de rol van Mohammed B. is geweest in de opbouw van het terroristisch netwerk. Ook het OM is op grond van haar eigen onderzoek van mening dat Mohammed B. zeker geen marginale rol vervulde in de periferie van de Hofstadgroep. Integendeel. Officier van justitie mr. A. van Dam: “De groep vormde zich rond Mohammed B. en werd geïnspireerd door zijn geschriften.” De verdachten zijn niet alleen vrienden, “maar ook leerlingen en aanhangers van B.” Mohammed B. is daarom “een van de belangrijkste verdachten”. De overige twaalf, “leerlingen, aanhangers en vertrouwelingen” van Mohammed B., hebben zich “rond hem gevormd en geconcentreerd”. Mohammed B. was een dodelijke spin in het centrum van een door hem zelf geweven terreurweb.

De meest opvallende verklaringen kwam van twee getuigen: Samir A. en Mohammed B. De als getuige opgeroepen Samir A. werd door de rechtbank uitgenodigd om de ideologie die hij en zijn broeders aanhangen samen te vatten. Dat kon hij, kort en krachtig: “We verwerpen jullie, we haten jullie.” Toen de oudste rechter hem vroeg of hij dit nog iets kon preciseren, antwoordde Samir lachend: “Nee, dat is het zo’n beetje.”

Mohammed B. probeerde in een warrig betoog van bijna drie uur aan te tonen dat zijn gewelddadigheid uit zijn geloofsovertuiging voortvloeit. In zijn laatste openbare optreden benadrukt hij vooral dat de profeet Mohammed geen pacifist was en dat het volgens hem gerechtvaardigd is om geweld te gebruiken bij het verspreiden van het ware geloof.

Over zijn eigen rol in de Hofstadgroep deed hij geen enkele uitspraak. Officier van justitie Plooy kwalificeerde zijn uiteenzetting als “een in jihad gedrenkte preek” van een zuivere takfiri die vindt dat alle ongelovigen te vuur en te zwaard moeten worden bestreden. Mohammed B. etaleerde zichzelf als “de denker van de groep, als spreker die zijn overtuiging graag zonder tegenspraak, met nadruk, retoriek en handgebaren overbrengt.”

Terwijl volgens het Openbaar Ministerie het radicale islamistische gedachtegoed van de verdachten noodzakelijkerwijs uitmondt in geweld, beschouwden de advocaten van de Hofstad-verdachten dit als een aanval op het recht van vrijheid van meningsuiting, informatievergaring en godsdienst. De aanklacht tegen de leden van de Hofstadgroep zou geïnspireerd zijn door xenofobe angst, waardoor de eerbiediging van de vrijheidsrechten ondergeschikt wordt gemaakt aan de terreurbestrijding. De verdachten zouden slechts ‘in beslotenheid over hun geloof’ hebben gediscussieerd en radicaal-islamitisch materiaal op het internet hebben bekeken [VK 6.2.06].

Op 25 januari 2006 eisten de officieren van justitie Plooy en Van Dam tegen dertien leden van de Hofstadgroep celstraffen tot 20 jaar. De zwaarste straffen werden geëist tegen Jason W. en Ismail A.: twintig jaar cel. Zij worden niet alleen beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk, maar ook van de poging tot moord op politieagenten. Tegen Nouriddin El F. eiste het Openbaar Ministerie tien jaar celstraf. Tegen vier andere leden van de Hofstadgroep eisten de aanklagers vijf jaar celstraf vanwege hun ondersteunende rol in het terreurnetwerk. Tegen twee verdachten werd vier jaar gevangenisstraf geëist. Drie verdachten waren tijdens het proces al vrijgelaten, omdat het OM straffen eiste die gelijk zijn aan de tijd die zij in voorarrrest hadden gezeten (twee keer 21 maanden celstraf, en één keer 15 maanden celstraf). Tegen alle verdachten —met uitzondering van Mohammed B.— werd bovendien geëist dat zij voor vijf jaar uit het actief en passief kiesrecht zouden worden ontzet.

Index


Vonnis over de Hofstadgroep
Op 10 maart 2006 oordeelde de rechter dat Jason W. en Ismail A. zich schuldig hadden gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord. Het gooien van een handgranaat naar de agenten was geen daad vanuit een ‘ogenblikkelijke opwelling’, maar een daad die met opzet en voorbedachte raad is gepleegd. Een terroristisch oogmerk achtte de rechtbank daarbij niet (aantoonbaar) aanwezig. Volgens de rechtbank was niet gebleken dat Jason W. met het gooien van de granaat de Nederlandse bevolking of een deel daarvan angst wilde aanjagen; het was een meervoudige poging tot moord, waarvoor zowel Jason als Ismail verantwoordelijk waren [vonnis].

Uit het feit dat Nouriddin El F. op station Amsterdam-Lelylaan werd gearresteerd met een doorgeladen machinepistool mocht volgens de rechtbank ook niet (direct) worden geconcludeerd, dat hij daarmee een terroristisch oogmerk had (ook al was er een getuige die verklaarde dat hij onderweg was om Hirsi Ali en Geert Wilders te vermoorden). De rechtbank beschouwt het gooien van granaten en het rondlopen met een doorgeladen machinepistool als individuele handelingen en niet als groepsacties.

Het Openbaar Ministerie probeerde aan te tonen dat de Hofstadgroep een terreurnetwerk was met het doel terreurdaden te plegen. Maar volgens de rechtbank had de Hofstadgroep als zodanig niet het oogmerk geweldsdelicten te plegen. Het beramen en plegen van geweldsdelicten was misschien wel het uiteindelijke doel van de groep, maar niet het directe doel. Daarvoor waren volgens de rechtbank geen specifieke aanwijzingen. Kortom: de verdachten waren geen lid van een criminele organisatie die op het punt stond om aanslagen (geweldsdelicten) te plegen.

Toch achtte de rechtbank het bewezen dat de Hofstadgroep een criminele organisatie is met terreuroogmerk. Het naaste doel van de groep was opruiïng, het aanzetten tot haat en bedreiging. Het plegen van aanslagen (zoals de moord op Van Gogh) was niet het directe doel van de Hofstadgroep.

De vraag was op wie ‘deelneming’ aan die organisatie van toepassing is (in de zin van artikel 140 WvS). Volgens de rechtbank is het voldoende wanneer iemand in het algemeen weet (in de zin van ‘onvoorwaardelijke opzet’) dat de organisatie als doel heeft om misdrijven te plegen. Deelnemers moeten dus weten dat het hier een misdadige organisatie betreft (net zoals jongens die stenen van viaducten gooien kunnen weten wat daarvan de gevolgen zijn, omdat die algemeen bekend zijn). Alle verdachten behoren volgens de rechtbank tot een groep, een verband: zij zijn lid van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. Voor de rechtbank was de Hofstadgroep geen vriendenclub met alleen maar wat radicale ideeën, maar wel degelijk een groep die van plan was terroristische misdrijven te plegen.

Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve leden. Sommige verdachten worden gekenmerkt als meelopers die slechts naar opruiende preken hebben geluisterd en jihadistisch materiaal hebben ontvangen, maar daarmee verder niets hebben gedaan. Dat neemt niet weg dat zij toch als lid van de groep worden aangemerkt. Ook actieve leden staan soms ver verwijderd van criminele handelingen. Incidenteel vervoeren zij iemand per auto, verschaffen iemand onderdak of geven geld voor vrouwen van gearresteerde groepsleden. Ook dat zijn geen deelnemingshandelingen. De echte actieve leden hebben wezenlijk bijgedragen aan het realiseren van de criminele doelen van de organisatie. Zij schrijven, vertalen en verspreiden jihadistisch materiaal, geven les in hun gewelddadige ideologie etc. Deze specifieke deelnemingshandelingen zijn redenen voor verzwaarde straf.

Actief: deelnemingshandelingen
  • het organiseren of faciliteren van bijeenkomsten waar wordt opgeruid of haat gezaaid;
  • het als spreker of gespreksleider vervullen van een actieve en bepalende rol op dergelijke bijeenkomsten;
  • het mondeling verspreiden binnen of buiten de groep van de ideologie van de groep, inclusief het werven voor de gewapende strijd en het oproepen tot het martelaarschap;
  • het verspreiden binnen of buiten de groep van opruiende, haatzaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld- of geluidsmateriaal;
  • het ter verspreiding voorhanden hebben van opruiende, haatzaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld- of geluidsmateriaal;
  • het ter verspreiding schrijven/opstellen/vertalen of bewerken van opruiende, haatzaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld- of geluidsmateriaal;
  • het tonen van opruiende, haat zaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld of geluidsmateriaal;
  • het faciliteren van het digitaal verspreiden of gebruiken van opruiende, haat zaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld- of geluidsmateriaal, inclusief het lid maken van een MSN-groep en het repareren van computers.
Passief: geen deelnemingshandelingen
  • het bijwonen van bijeenkomsten waar wordt opgeruid of haat gezaaid;
  • het lezen/bekijken of beluisteren van opruiende en haat zaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld- of geluidsmateriaal;
  • het in ontvangst nemen en/of voorhanden hebben van opruiende, haat zaaiende of bedreigende geschriften/documenten, beeld- of geluidsmateriaal;
  • het incidenteel autorijden voor een ander groepslid, indien dit geen verband houdt met het criminele oogmerk;
  • het op naam zetten of het uitleden van een auto aan een ander groepslid, indien dit geen verband houd met het criminele oogmerk;
  • het leveren of bewaren van goederen aan/voor een ander groepslid, indien dit geen verband houd met het criminele oogmerk;
  • het onderdak verlenen aan een ander groepslid, indien dit geen verband houd met het criminele oogmerk;
  • het geven van geld ten behoeve van de echtgenote van Samir A.

In de strafoverweging oordeelde de rechtbank dat de jihadisten van de Hofstadgroep uit waren op een ernstige aantasting van de in Nederland geïnstitutionaliseerde vrijheden. Zij bedreigen de democratische rechtsorde. Dat is waaraan de verdachten in uiteenlopende mate hebben bijgedragen. De straffen van de verdachten variëren met de zwaarte van hun deelnemingshandelingen.

  Bewezen Vonnis
Jermaine W. Passief Vrijspraak
Nadir A. Passief Vrijspraak
Rachid B. Passief Vrijspraak
Mohamed El B. Passief Vrijspraak
Zakaria T. Passief Vrijspraak
Youssef E. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie 1 jaar
Zine Labidine A. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie 1,5 jaar
Mohammed Fahmi B. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie 1,5 jaar
Mohammed El M. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie 2 jaar
Ahmed H. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie 2 jaar
Nouriddin El F. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie;
Overtreding wapenwet
5 jaar
Ismail A. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie;
Poging tot meervoudige moord;
Overtreding van Wet Wapens en Munitie;
Betaling van schadevergoedingen aan getroffen agenten.
13 jaar
Jason W. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie;
Poging tot meervoudige moord;
Overtreding van Wet Wapens en Munitie;
Betaling van schadevergoedingen aan getroffen agenten.
15 jaar
Mohammed B. Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie;
Leiding geven aan crimineel-terroristische organisatie
Geen strafoplegging

De rechtbank achtte niet bewezen dat de Hofstadgroep een terroristische organisatie is die van plan was om aanslagen te plegen, zoals het OM probeerde aan te tonen. Het OM had het takfir-gedachtegoed van de Hofstadgroep omschreven als een ideologie die onomkeerbaar tot fysiek geweld leidt. In het vonnis werd een onverwachte, eigenzinnige weg ingeslagen: de Hofstadgroep werd tot terroristische organisatie bestempeld omdat vanwege het stelselmatige opruien, haatzaaien en bedreigen, op basis waarvan anderen terroristische aanslagen kunnen plegen. Door deze precisering van het ‘terroristisch oogmerk’ werd een eigenzinnige invulling gegeven aan de wettelijke definitie. Het vonnis introduceerde een subtiel —want uiterst vloeiend— onderscheid tussen terroristische organisaties die gewelddadige ideologieën verspreiden, haat zaaien en oproepen tot en dreigen met geweld, en terroristische organisaties die als zodanig daadwerkelijk aanslagen plegen of waarvan de leden gezamenlijk op het punt staan dat te doen.

Dit verschil tussen een ‘louter’ haatzaaiende en dreigende terroristische groep en een daadwerkelijk fysiek geweld voorbereidende organisatie leidde ertoe dat de uiteindelijke straffen significant lager waren dan het Openbaar Ministerie had geëist. Voor het actieve lidmaatschap van de Hofstadgroep werden toch celstraffen van 1,5 tot 2 jaar gevonnist.

De meeste politici wezen op het positieve effect van de nieuwe terrorismewet die in de zomer van 2004 in werking trad. Strafrechtgeleerden wezen erop dat met dit vonnis de grenzen van de Wet terroristische misdrijven duidelijk zijn geworden. Maar voor Geert Wilders was het als vanouds: een ‘wankelmoedig’, ‘kwalijk’ en ‘onaanvaardbaar’ vonnis door mensen die niets begrijpen van moslimextremisme — ‘de rechtspraak van een bananenrepubliek’. Gelukkig kennen we in Nederland — anders dan in een echte bananenrepubliek— nog altijd een scheiding van wetgevende en rechtsprekende macht. Zelfs Hirsi Ali betoogde nu dat een veroordeling voor het in bezit hebben en verspreiden van radicale ideeën een aantasting is van de vrijheid van meningsuiting. Radicaal gedachtegoed moet volgens haar niet via het strafrecht, maar in de ideologische arena bestreden worden. Zij vergat hierbij te vermelden dat de rechtbank de leden van de Hofstadgroep niet veroordeelde omdat zij er zulke ‘radicale’ ideeën op nahielden, maar omdat zij lid zijn van een terroristische groep die gewelddadige ideologieën verspreidt, haat zaait en oproept tot en dreigt met geweld. En van dat laatste was en is Hirsi Ali zelf nog steeds het slachtoffer.

Mohammed B. wordt door de rechtbank onomwonden als initiator, inspirator en leider van de Hofstadgroep afgeschilderd.

De Amsterdamse rechtbank velde daarmee tevens een vonnis over de taxatiefout van de AIVD en de ondeugdelijkheid van de daarop gebaseerde regeringsverklaring naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh. Voor zijn leidinggevende rol in de Hofstadgroep werd Mohammed B. wel veroordeeld (de rechtbank noemde zijn handelwijze “uiterst verwerpelijk”), maar legde hem conform de eis van het OM geen extra straf meer op. Zijn levenslange gevangenisstraf is al onherroepelijk.

Index Nomadische gedachten

De macht van internet
Islam op internet
In september 2004 waren er volgens het CBS bijna één miljoen islamieten in Nederland. Ongeveer de helft van de Turken (45%) en Marokkanen (51%) maakte gebuikt van internet. Onder Turkse en Marokkaanse jongeren tussen de 15 en 24 jaar liggen deze percentages aanzienlijk hoger, respectievelijk 97% en 85%. Onder jongere allochtonen was internet al snel een bijzonder populair medium.
Zowel in de aanloop tot als de verwerking van de moord op Theo van Gogh speelt het internet een belangrijke rol. We hebben gezien dat internet door diverse, meer of minder radicale islamitische stromingen intensief werd gebruikt om met agressieve woorden een klimaat te creëren waarin een politieke moord op een criticus van de fundamentalistische islam kon plaatsvinden. We hebben gezien hoe geradicaliseerde islamitische jongeren internet gebruiken om hun netwerken van haat te smeden en hun vijandige boodschap te verspreiden. Zo ontstond er een klimaat voor gewelddadige jihad waarin de moordenaar van Theo van Gogh kon worden gerekruteerd. Een klimaat waarin Mohammed B. en zijn vrienden van de Hofstadgroep konden worden afgericht op persoonlijke doelwitten zoals Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders en op politieke doelwitten zoals de Tweede Kamer en de decadentie van de Amsterdamse wallen. ‘Alle godslasteraars en afvalligen de wereld uit, te beginnen in Nederland.’

Aan de andere kant zagen we ook dat fortunistische, rechts-extremistische, neo-nationalistische en neo-nazistische groeperingen en groepjes internet gebruikten om hun politieke waar aan de man te brengen. Met hun xenofobe, islamofobe en racistische uitlatingen creëerden zij lang voor de moord op Van Gogh een klimaat van vreemdelingenhaat, waarin de multiculturele samenleving met geweld moest worden opgeofferd aan een nostalgisch verlangen naar een monoculturele, blanke samenleving. Er werd bewust toegewerkt naar een klimaat waarin buiten-Europese vreemdelingen en in het bijzonder moslims zich niet meer thuis en gewenst voelen in ons land. ‘Alle moslims Europa uit, te beginnen in Nederland.’

De extremen raakten elkaar. Niet alleen in de spiegelbeeldige ideologische voorstelling van een land waarin etnische en geloofsgroepen niet meer in staat zijn om met elkaar samen te leven, maar ook door een fundamentele dogmatische houding waarin geen ruimte is voor dialoog of geweldloze politieke controverse. In deze logica van escalatie vormde zich op internet een ‘cultuur van de grote bekken’ waarin redelijkheid en nuances verloren gingen.

Na de moord op Theo van Gogh werd dit toch al verpeste politieke klimaat aanzienlijk verscherpt. Weblogs en discussiefora werden alleen gebruikt om in ongepolijste taal uiting te geven aan heftige emoties. Zij boden vooral ook een platform voor de uiting van politiek ‘incorrecte’ voorstellen en maatregelen.

Shocklogs en de media
“De populairste weblogs als GeenStijl, Retecool en Volkomenkut lopen voorop in het onthullen van nieuwe feiten, al zijn die voor een flink deel oud en bekend. De omroep hobbelt er braaf achteraan” [Geert-Jan Bogaerts]. In de jacht op de identiteit van de moordenaar van Theo van Gogh werd op diverse weblogs een foto geplaatst van Mohammed Bouker. Hoewel deze persoon niets met de zaak te maken had (behalve dat zijn initialen klopte), was dit voor de redactie van de Limburger reden genoeg om haar zaterdageditie [6.11.04] op te leuken met een portret van de moordenaar. Een kapitale fout van een kwaliteitskrant die haar journalistieke verantwoordelijkheden meestal serieus neemt. Nadat de fout aan het licht kwam bood de krant de volgende dag de betrokkene in het openbaar excuses aan. De hoofdredactie kondigde aan dat er intern onderzoek zou worden gedaan naar “hoe een en ander heeft kunnen gebeuren” [bron].
De traditionele nieuwsbrengers van kranten en omroepen merkten dat hun monopolie op nieuwsvoorziening en interpretatie van het nieuws werd ondergraven door wat zich op internet afspeelde. “Internet zet krant en tv onder druk”, schreef Geert-Jan Bogaerts.

De vrije nieuwsgaring die individuele en geassocieerde webloggers plegen krijgt steeds meer invloed op het publieke debat. Zij publiceren bijdragen die rechtstreeks van de straat zijn geplukt, maar ook informatie die is overgenomen uit onbekende of bekende media. Rijp en groen wordt gepubliceerd en voor een massapubliek toegankelijk gemaakt. Onbevestigde geruchten kunnen dagenlang op internet rondzingen. Voor professionele journalisten is dit een gruwel. Het bewijst eens te meer hoe belangrijk het is dat journalisten op professionele wijze met beschikbare informatie omgaan, door hun bronnen te controleren. Als je dat niet doet verwordt de nieuwsbrenging tot geruchtenmachine. “Internet betekent dat de journalistiek hogere eisen dan ooit moet stellen aan de weging en selectie van informatie en vooral aan de transparantie van bronnen” [Elsbeth Etty, NRC 17.2.04].

Maar internet kan niet zomaar worden afgedaan als geruchtenmachine waarin jan-en-alleman zijn eventueel zelfbedachte feitjes en meninkjes kan verkondigen. Internet is ook en vooral een communicatiemedium waarin leugens zeer snel worden ontmaskerd, waarin verkeerde informatie snel gecorrigeerd wordt, waarin beperkte informatie snel wordt aangevuld, en waarin onhoudbare of dubieuze meningen snel worden tegengesproken.

Leugens hebben korte benen
Internet is een tegenstrijdig medium. Door zijn lage toegangsdrempels biedt internet enerzijds aan bijna iedereen een podium om ongecontroleerd en ongecensureerd feiten en meningen (of als feiten verklede meningen) naar voren te brengen voor een wereldwijd publiek. De snelheid waarmee geruchten en valse informatie via internet verspreid worden vergroot de kans dat deze een eigen leven gaan leiden en het politieke klimaat vertroebelen.

Maar juist door die omvang van het publiek én die supersonische snelheid van het medium kan onjuiste of vertekende informatie op internet ook veel sneller worden gecorrigeerd. “Je komt veel sneller achter de waarheid door eerst een leugen te publiceren met een vraagteken erachter” [Mikey Kaus van Slate]. Dat is misschien iets te sterk uitgedrukt. Maar een van de eigenaardigheden van internet is nu eenmaal dat je veel sneller de kans hebt om tegengesproken te worden.

We hebben eerder gezien hoe internet kan bijdragen aan het versterken en verscherpen van mediahypes, en hoe zij zelf als steeds krachtiger bron van mediahypes wordt gehanteerd. Maar we hebben ook gezien hoe internet helpt om mediahypes door te prikken en te corrigeren. Internet is en blijft een medium met zeer tegenstrijdige werkingen. Dat ligt niet zozeer aan het medium zelf —internet is geen handelingsbekwaam subject en kan dus ook niets doen of teweegbrengen—, maar aan de manier waarop internet gebruikt wordt door mensen en groepen met diverse en vaak tegenstrijdige belangen, behoeftes, meningen, verlangens en aspiraties.

Index


Democratisch debat op internet
Net als in het openbare debat buiten het internet, moet ook in virtuele discussies onderscheid worden gemaakt tussen onfatsoenlijke en strafbare uitspraken. Strafbare uitspraken kunnen worden bestreden op basis van het civiel recht dat de relaties tussen burgers regelt, of op basis van het strafrecht waar het algemeen belang het uitgangspunt is.

Onfatsoenlijke uitlatingen en beledigingen zijn als zodanig niet strafbaar. De grondwettelijk verankerde vrijheid van meningsuiting wordt niet beperkt door juridisch vastgelegde fatsoensnormen of ethische principes. De enige positieve uitzondering op deze regel is het strafrechtelijke verbod op discriminatie en het aanzetten tot haat of geweld. De enige curieuze en dubieuze uitzondering op deze regel is het verbod op godslastering zoals neergelegd in de artikelen 147 en 147a van het Wetboek van Strafrecht.

Zonder enige overheidsbemoeienis kunnen op internet net zoals in de lokale wereld fatsoensnormen worden ontwikkeld en gehandhaafd. Praktisch alle beheerders van webfora en chatboxen werden na de moord op Theo van Gogh hardhandig geconfronteerd met de risico’s van ongemodereerde discussies. De sites werden overspoeld met haatdragende beledigingen en tot geweld aanzettende uitlatingen. Dit nam soms zulke overheersende vormen aan dat sitebeheerders zich genoodzaakt zagen om hun fora te sluiten. Het besef drong door dat men zelf de verantwoordelijkheid moest nemen om de fora niet alleen te vrijwaren van juridisch strafbare handelingen, maar ook van extreme overtredingen van elementaire fatsoensregels. Daarbij hebben veel sites bewezen dat zij wel degelijk beschikken over een zelfreinigend vermogen. In discussie met bezoekers werden er nieuwe gedragsregels opgesteld of oude aangescherpt en werden er meer moderatoren aangetrokken (meestal vrijwilligers) die zich inspannen om die gedragsregels te handhaven.

Dat was hard nodig ook. Er moest niet alleen een dam worden opgeworpen tegen uitlatingen die aanzetten tot handelingen die strijdig zijn met de wet. Er moest ook worden opgetreden tegen de sterk gepolariseerde en escalerende debatten waarin ‘beledigingen’ en uitlatingen van ‘haat’ zo’n belangrijke rol spelen — ook al is dit op zichzelf geen misdadig, maar ‘hooguit’ onfatsoenlijk, hufterig of stompzinnig gedrag.

Er wordt vaak gezegd dat internet ook een positieve functie vervult als uitlaatklep voor allerlei haatgevoelens en opgekropte agressie. Omdat mensen zich op internet anoniem of met een schuilnaam kunnen uiten, durven zij online meestal meer te zeggen. Vaak uit men zich daarbij veel extremer dan zij in een andere vorm van openbaarheid zouden durven. Zij geven ongeremd uiting aan wat er bij hen leeft en schuwen het niet om te provoceren. Zij vragen om aandacht die zij elders niet krijgen; als dat niet lukt zijn zij geneigd om nog harder te gaan schreeuwen. Wanneer zij eenmaal lucht hebben gegeven aan hun opgekropte gevoelens van haat en agressie zijn zij geneigd om dat spoor verder te volgen. Als de taal van haat en agressie eenmaal domineert, is het voor beheerders van webfora zeer moeilijk om daarmee samenhangende opvattingen en gevoelens weer in een democratisch gareel te brengen.

In de huis-tuin-en-keukentheorie van agressie wordt agressie opgevat als een bepaalde hoeveelheid energie die is opgesloten in een snelkookpan. Het idee is dat dit ‘vat aan agressie’ niet zal exploderen wanneer men af en toe het ventiel open zet en mensen in de gelegenheid stelt om uiting te geven aan hun haat- en wraakgevoelens. Hierdoor zal de druk op de ketel worden gereduceerd en daarmee ook de kans op ontploffing. In de moderne psychologie vindt deze theorie nauwelijks meer aanhangers. Ten eerste weten we dat als mensen zich regelmatig agressief uiten, zij ook meer geneigd zijn tot heftig agressief gedrag. We weten ook dat de meeste vormen van agressief gedrag voorafgegaan worden door verbale agressie. Uit eerdere ervaringen (bijvoorbeeld rond de moord op Fortuyn) weten we ook dat wanneer mensen in grote onzekerheid en emotionele opwinding verkeren, zij sneller geneigd zijn om over elkaar heen te buitelen in stoutmoedige uitlatingen en extreme voorstellen. Door de hoge omloopsnelheid en schaal van verspreiding op internet klonteren deze individuele uitingen van woede en haat samen tot een giftig mengsel, waardoor de grens tussen verbale beledigingen en bedreigingen en daadwerkelijk fysiek geweld wegsmelt. Aan de fysieke agressie tegen moskeeën én kerken gingen massieve verbale agressies vooraf. En zoals we gezien hebben, ging ook aan de moord op Theo van Gogh een langdurig en wijdvertakt proces van louter verbale agressie en symbolische bedreiging vooraf. Een oude criminologische wijsheid is: ‘Wie dreigt, moord niet. Wie moordt, dreigt niet’. Maar tegenwoordig weten we dat niet meer zo zeker.

Laten we de bekende basisvoorwaarden voor een democratisch debat nog eens systematisch op een rijtje zetten:

Het nut van deze gedragsregels is dat zij de procedurele voorwaarden zijn voor elke daadwerkelijk democratische, en dus niet opgelegde consensus. Aan deze voorwaarden van democratische openbaarheid kan alleen worden voldaan (i) wanneer burgers in gelijke mate toegang krijgen tot openbare fora waarin zij hun politieke visies naar voren kunnen brengen, (ii) wanneer zij in die openbaarheid gelijke kansen hebben om hun opinies en verlangens daadwerkelijk te uiten, en (iii) wanneer zij niet strategisch of machtsgericht onderhandelen, maar juist inhoudelijke argumenten laten overwegen.

Index


Vertroebelde Zelfdenkers
Pim Pacino
In 1995 werd de film Heat uitgebracht van de regisseur Michael Mann — maker van o.a. Miami Vice. De superdief Neil McCauley (Robert De Niro) berooft met zijn makkers banken, kluizen en geldtransporten. Zelfs de detective Vincent Hanna (Al Pacino) is onder de indruk van de professionaliteit van de dievenbende. Bij de ultieme kraak staan beide tegenstrevers aan een kant van het recht. Tussen alle kogelregens door worden de karakters van Al Pacino en Robert De Niro uitgewerkt. In een van hun confrontaties zegt Al Pacino: “I say what I mean, and I do what I say”. Dat was snel te vertalen, vond de reclameadviseur van Fortuyn. Zo werd het adagium van de fortunisten geboren.

Toch is er een belangrijk verschil tussen het origineel en de kopie. Het origineel luidt: “Ik zeg wat ik meen”, en de kopie is: “Ik zeg wat ik denk”. Dat is het verschil tussen ‘als ik iets zeg dan heb ik daarover nagedacht en meen ik het oprecht’ en ‘ik zeg altijd gewoon wat me op dat moment te binnen schiet’.

“Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.” Pim Fortuyn liet zich dit geleende adagium door zijn reclameadviseur aanpraten. De vrijheid van meningsuiting wordt gereduceerd tot ‘het kunnen zeggen wat je denkt’, ook al is dit in strijd met de condities waaraan de vrijheid van meningsuiting intrinsiek verbonden is, zoals de voorwaarde van non-discriminatie. Een belangrijk deel van onze beschaving hebben we te danken aan het feit dat politieke voormannen hebben afgeleerd zomaar lucht te geven aan elke willekeurige emotie. Die beschavingsnorm impliceert ook dat men politiek kan handelen in vrijheid, binnen de grondwettelijk verankerde normen van humaniteit (non-discriminatie) en democratie (geweldloosheid).

De levende Fortuyn droeg door zijn politieke richting én zijn stijl aanzienlijk bij aan de verruwing van het politieke klimaat in Nederland. Hij sloot aan op een in de Nederlandse bevolking groeiend onbehagen over de gemankeerde multiculturele samenleving. Dat onbehagen werd door Fortuyn op rechtsradicale wijze vertaald in een populistisch samenraapsel van politieke leuzen. Zijn programma beloofde snelle oplossingen voor ingewikkelde problemen die met elkaar verbonden waren door de rode draad van het onbehagen over de ‘multicult’. Vooral de islamieten moesten het ontgelden [Pels 2004].

De grote schrik van de terroristische aanval op de symbolen van de Amerikaanse supermacht zorgde voor een explosieve mengsel van islamofobie, xenofobie en strijdvaardig nationalisme. Pim Fortuyn speelde met lucifers dicht bij de lont. “De islam is een achterlijke cultuur”, verklaarde hij in een berucht geworden interview in de Volkskrant [9.2.02]. Hij gaf aan dat er drastische maatregelen genomen moesten worden. “Meneer, als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: er komt geen islamiet meer binnen!” Na zijn opportunistische trektochten langs bijna alle politieke partijen had Pim eindelijk onderdak gevonden bij het naar een ‘echte leider’ snakkende Leefbaar Nederland. Zijn uitlatingen over de islam en zijn pleidooi voor schrapping van de non-discriminatie bepalingen en grondrecht- en strafrecht werden door zijn gloednieuwe partijgenoten niet geaccepteerd en zelfs sterk veroordeeld. De democratische ethiek en moraal onder de leiding en aanhang van Leefbaar Nederland was zo sterk, dat Pim dringend werd aangeraden zijn politieke fortuin elders te zoeken.

Fortuyn ging op eigen kracht (en die van zijn financiers) verder. Hij richtte zijn eigen politieke partij op, de LPF, en stevende af op een ongekend verkiezingssucces. Tot hij door Volkert van der G. vermoord werd. De aanhangers van Fortuyn beweerden dat de kogel van links kwam. De ingezette frontale aanval op de islam werd omgebogen in of aangevuld met een frontale aanval op de linkse kerk, op het softe multiculturalisme, op interculturele dialoog. Er moesten ‘harde’ maatregelen getroffen om een onmiddellijk einde te maken aan het wangedrocht van de multiculturele samenleving.

Gespierde taal en harde maatregelen. Dat waren de geloofsartikelen van de zogenaamde ‘nieuwe politiek’. Nederland moest worden opgeschud en schoongeveegd. En veel teleurgestelde mensen begonnen daarin te geloven. In ‘het tot partij gestolde fortuynisme-na-Fortuyn’ [H.J. Schoo] werd duidelijk waar deze nieuwe politiek toe zou leiden: tot normverval. De teloorgang van het politieke fortunisme voltrok zich snel en dramatisch. Oprechte democraten schaamden zich plaatsvervangend voor de ongemene incompetentie en kwaadaardigheid waarmee in de LPF conflicten werden uitgevochten. Alleen cabaretiers en karikaturisten konden zich vrolijk maken over de manisch-depressieve manier waarop Winnie de Jong haar politieke suïcide glans wist te geven. Dat krijg je als iedereen zegt wat hij denkt en doet wat’ie zegt.

Het georganiseerde fortunisme was een vorm van rechts-populisme. Nadat Pim Fortuyn werd vermoord wierp Theo van Gogh zich op als profeet van ‘zijne kale heiligheid’. Complexe maatschappelijke problemen werden opnieuw teruggebracht tot eenvoudige etnisch-religieuze schema’s, het politieke debat degenereerde tot vulgaire scheldpartijen, genuanceerde argumentatie werd overvleugeld door verbale bedreigingen, pogingen om consensus te bereiken werden vervangen door polariserende uitlatingen die slechts ten doel hadden om geïmagineerde vijanden zo hard mogelijk te raken. In een dergelijke politieke cultuur gaan rede en wijsheid steeds meer teloor.

Dat is de andere kant en misschien wel het spiegelbeeld van het radicaliseringsproces dat zich voltrekt onder in Nederland opgegroeide allochtone jongeren die zich op de islamitische traditie oriënteren, op een middeleeuws theocratisch wereldbeeld. Dat is de tragiek van een multiculturele samenleving die er nog niet in geslaagd is overeenstemming te bereiken over de voorwaarden waaronder mensen kunnen genieten van culturele diversiteit.

Wie zijn geschiedenis kent weet waarom rechtse én linkse populismen bestreden moet worden. Wie dat niet doet loopt het risico opnieuw meegezogen te worden in een alomvattende chaos waaruit men alleen maar met geweld een uitweg kan proberen te vinden. De geschiedenis voltrekt zich niet in een steeds stijgende lijn van toenemende beschaving, maar veeleer in een ongewisse zig-zag-beweging. Sommige ‘lessen uit de geschiedenis’ moeten telkens weer opnieuw worden geleerd. Dat is tragisch, maar het hoort bij de dialectiek van de post-moderne geschiedenis. Wie daarin als mens en democraat wil overleven moet beschikken over een redelijke portie nuchter optimisme, serene moed, gedifferentieerd inzicht, tolerant inlevingsvermogen en lenige flexibiliteit.

Index


Toekomst van cyberterreur
Het islamistisch terrorisme manifesteert zich via internationaal georganiseerde netwerken. Ondanks massieve inzet van militaire middelen door de VS hebben deze netwerken hun slagkracht grotendeels behouden, zo niet uitgebreid. Sinds de moord op Theo van Gogh is ook in Nederland de terroristische dreiging meer dan aanzienlijk [AIVD 2003]. Dat heeft verschillende oorzaken.

Zij zullen doorgaan
Zelfs wanneer men terroristen levenslang opsluit is dat geen garantie dat zij geen gevaar voor de samenleving meer vormen. Mohammed B. was vervoerd door het martelaarschap. Vrienden rond de Hofstadgroep zeiden: “Dat vond hij een mooie dood. Maar kennelijk heeft Allah iets anders met hem voor. In het Huis van het Ongeloof is hij verplicht de islam te verspreiden. Daar zal hij in de gevangenis mee doorgaan.” Het martelaarschap werd Mohammed B. onthouden, maar dat ontslaat hem niet van de heilige plicht om zijn in haat gedrenkte boodschap verder te verspreiden.
De jihadstrijders worden steeds slimmer en leren van hun ervaringen. Het traditionele terrorisme werd gekenmerkt door stoutmoedige enkelingen of kleine eenheden die acties ondernemen waar overwegend burgers het slachtoffer van worden. Het moderne islamistisch-terrorisme wordt gekenmerkt door simultaan uitgevoerde, groot- en kleinschalige aanslagen door middel van individuele of geassocieerde zelfmoordenaars. Het handelingsrepertoire is zeer gevarieerd: van een eenvoudige hinderlaag, liquidatie van één of enkele militairen, zelfmoordaanslagen op zachte doelen zoals politici en intellectuelen, tot sabotage-acties tegen infrastructuur of bestuur.

Jihad-strijders in Nederland trekken lessen uit de ervaringen die zijn opgedaan in de voorbereiding en uitvoering van de moord op Van Gogh. Zij hebben geleerd dat men op het internet toch niet zo anoniem kan opereren als men aanvankelijk dacht. Men wisselt voortdurend van identiteit en schuilnaam, men is zeer bedreven in het snel aanmaken van nieuwe sites en in de wisseling van web- en mailadressen. Om aanvallen op sites te voorkomen, wordt regelmatig van de ene provider naar de ander verhuisd. Volgelingen worden via de mailinglist op de hoogte gebracht van het nieuwe adres.

CyberGuerrilla
Omdat jihad-sites meestal niet welkom zijn bij de gevestigde providers, nemen de site-bouwers meestal hun toevlucht tot free hosts. Maar ook daar zijn zij niet volledig veilig. Zij kunnen worden gehackt door inlichtingendiensten of door individuele dan wel georganiseerde patriottische hackers. Om zich daartegen te beschermen wordt op de meeste radicaal-islamitische sites een sectie elektronische jihad ingericht. Daar kunnen jihadistische hackers de technische, tactische en praktische informatie vinden die nodig is om de eigen websites te verdedigen en gematigde of vrijzinnige islamitische sites te hacken.

Op die manier ontwikkelt zich een breed strijdfront waarop de virtuele guerrilla wordt uitgevochten. Het doel van de bestrijders van de jihad-sites is het beperken van de actieradius van extremistisch-islamitische groeperingen. Cyberjihadisten streven naar de expansie van hun platforms voor virtuele propaganda, rekrutering en zelforganisatie [CyberJihad Internationaal].

In december 2004 stelde de PvdA voor hackers in te schakelen om haatzaaiende sites uit de lucht te halen. De AIVD zou hackers moeten opkopen die nu sites van banken en overheden platleggen. Door het mollen en verstoren van haatsites zou de samenleving beschermd kunnen worden tegen “het vergif van verkeerde ideeën” [Webwereld 9.12.04]. Aan dit voorstel kleven een viertal nadelen.

  • Ten eerste is het op dit moment ook in Nederland wettelijk verboden om websites plat te leggen of te blokkeren. Opheffing van dit verbod is niet erg waarschijnlijk.
  • Ten tweede maken hackers en crackers die websites uit de lucht halen vaak gebruik van gekaapte computers van andere internetters, die hiermee niets te maken (willen) hebben.
  • Ten derde is het voor providers die zo’n haatsite hosten meestal niet eenvoudig om het internetverkeer van andere sites draaiende te houden.
  • Tenslotte is er nog het niet onaanzienlijk principieel bezwaar dat hiermee de deur naar internet-censuur op een kier wordt gezet. Op die manier kan de overheid of een veiligheidsdienst bepalen wat burgers wel en niet mogen lezen. Want wie bepaalt nu wat ‘verkeerde’ ideeën zijn, en hoe ‘giftig’ ze zijn? En welke sites zouden waarom moeten worden gehackt, en welke niet?
In een rechtsstaat als de onze bestaan er grond- en strafrechtelijk vastgelegde regels waaraan burgers zich dienen te houden. Wie publiekelijk haat zaait of oproept tot geweld overtreedt deze regels en is dus strafbaar. Alleen op die juridische grond kunnen daartoe bevoegde autoriteiten besluiten om sites uit de lucht te halen of hun werking in te dammen. Daarnaast blijven er nog genoeg websites en virtuele netwerken bestaan die op morele gronden verwerpelijk zijn. Oproepen om ook dergelijke sites aan te vallen is oproepen tot een digitale burgeroorlog.

Radicale moslims zijn de AIVD geregeld te slim af. Volgens AIVD-woordvoerder Van Steen weten zij de veiligheidsdienst met ‘stromannen’ om de tuin te leiden. Zij weten hoe ze in de gaten worden gehouden en passen hun strategieën daar op aan. “Ze lezen alles in de media. Ze kennen elkaars strafdossiers en die van zichzelf, als ze eerder zijn gearresteerd. Daardoor weten ze bijvoorbeeld op welke manier telefoons en gesprekken worden afgeluisterd en dat computerverkeer wordt onderschept.” Daarom haalden de leden van de Hofstadgroep tijdens de huiskamerbijeenkomsten hun sim-kaarten uit hun mobiele telefoons.

Vaak worden telefoons van jonge jongens gebruikt, die nog niet worden getapt. Zij worden als ‘stromannen’ gebruikt om via een ‘veilige lijn’ te communiceren. Door geen eigen internet- en telefoonaansluiting meer te gebruiken (en nooit de eigen naam te gebruiken) wordt het moeilijker om te bewijzen dat iemand lid is van een terroristische organisatie. Door eerdere arrestaties wordt men veel wijzer over de methoden die justitie en politie gebruiken om de jihadisten op te sporen. Dat is een ‘vervelend bijeffect’ van preventieve arrestaties van terreurverdachten. “Maar in deze tijden willen we alle risico’s beperken en dat betekent dat je soms mensen aanhoudt die later weer vrijuit gaan. En dan slimmer zijn geworden, inderdaad.”

Toch waren de leden van het Hofstadnetwerk niet in staat om zich voldoende te beveiligen tegen opsporingstechnieken van de veiligheids- en inlichtingendiensten. Ondanks het gebrek aan middelen van deze diensten en ondanks de —misschien iets te vaak en te— breed uitgemeten ‘incompetentie’ en ‘missers’ werden sleutelfiguren van het Hofstad-netwerk toch in een vroeg stadium gesignaleerd en tijdig opgepakt. Dat zij door rechters wegens ‘gebrek aan rechtmatig bewijs’ werden vrijgesproken kan de AIVD niet worden verweten. De capaciteit en handelingsruimte van AIVD worden nu versterkt. En dat lijkt in het huidige tijdperk geen overbodige luxe. Om de veiligheid van burgers te garanderen, dient de overheid te beschikken over goede inlichtingen, slimme opsporingsdiensten, daadkrachtige politie, goed getrainde anti-terrorisme specialisten en wijze rechters.

Adieu, Theo
De blinddoek van Vrouwe Justitia symboliseert onpartijdigheid in rechtszaken.
De blinddoek van Theo van Gogh is een rode beugel-bh. Dat symboliseert iets anders.
Hij staat erbij alsof hij op het punt staat geëxecuteerd te worden, maar wel met uitgestoken hand.
Adieu Theo.

Index Informatiebronnen

  1. Haatgroepen
    Een typering van haatgroepen op het internet.

  2. Hate Groups: Watch Them - Fight Them
    Informatiebronnen over haatgroepen op het internet.

  3. Ables, R.H.A.M. / Willemse [2004]
    Veiligheidsdienst in verandering; de BVD/AIVD sinds het einde van de Koude Oorlog
    In: Justitiële verkenningen, Inlichtingendiensten, 3/04. pp. 83-98.

  4. Ahmad, Huma
    Muslims on the Internet: the Good, the Bad....the Ugly

  5. AIVD - Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

  6. Al-Oudsy, Diyaaud-deen
    The True Moslim
    Het Engelse orgineel van het door Mohammed B. in het Nederlands vertaalde en ingeleide boek ‘De ware moslim’.

  7. Anne Frank Stichting

  8. Anti Discriminatie Bureaus (ADB) — Regionale Meldpunten

  9. Anti-Terrorism Coalition
    ATC’s Database of Terrorist Websites and eGroups

  10. Benzakour, Mohammed [2005]
    Lotte heet nu Allah
    In: De Groene Amsterdammer, Juni 2005.

  11. Bovenkerk, Frank e.a. [2005]
    Bedreigingen in Nederland.
    Amsterdam: Augustus.
    Een onderzoek naar bedreigingen van vertegenwoordigers van de democratische rechtsstaat: politici, bestuurders, politieambtenaren, rechters, advocaten, officieren van justitie, notarissen en journalisten. Het laat zien dat bedreigingen in Nederland nog steeds toenemen als gevolg van de maatschappelijke verruwing die volgde op de moorden op Fortuyn en Van Gogh. In combinatie met de gemakken van internet zijn doodverwensingen schering en inslag. De bedreigingen komen soms van hele groepen (politieke extremisten, voetbalhooligans, Hells Angels), soms van al dan niet psychisch gestoorde individuen. Deze personen en groepen bevinden zich meestal in de marge van de samenleving. Zie ook het interview met Bovenkerk voor Buitenhof (VPRO).

  12. Brouwer, Aart [2004]
    Wie, waarom en waar?
    In: De Groene Amsterdammer, 19.11.04.

  13. Buijs, Frank / Harchaoui, Sadik [2003]
    Islamitisch radicalisme en rekrutering in Nederland, een verkenning.
    In: Proces, 2003, nummer 2, p. 98-108.

  14. Chorus, Jutta / Olgun, Ahmet [2005]
    In Godsnaam - Het jaar van Theo van Gogh.
    Amsterdam/Antwerpen: Contact.

  15. CIDI - Centrum Informatie en Documentatie Israël

  16. Commissie van Toezicht Betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVC)
    Toezichtsrapport inzake de afwegingsprocessen van de AIVD met betrekking tot Mohammed B.

  17. Coolsaet, Rik [2004]
    De Mythe van Al-Qaeda - Terrorisme als symptoom van een zieke samenleving.

  18. Crosspoint Anti-Racism
    Een verbindingspunt voor meer dan 2000 organisaties in 113 landen die zich inzetten voor mensenrechten, anti-racisme, vluchtelingen, vrouwenrechten, etc.

  19. Dommering, Egbert

  20. Donselaar, Jaap van / Rodrigues, Peter R.

  21. Elsevier

  22. Europa

  23. Eyerman, Ron [2005]
    Art and Assassination as Public Performance

  24. Fogteloo, Margreet / Holst Pellekaan, Eduard van [2003]
    August Allebépleinvrees
    In: De Groene Amsterdammer, 20.12.03.

  25. Gemeente Rotterdam [2005] - i.s.m. Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT)
    Meedoen of Achterblijven
    Actieprogramma tegen radicalisering en voor kansen voor Rotterdammers.
    Centraal in het actieprogramma staat het principe van in- en uitsluiten. Volgens het College van B&W is van mening dat iedere Rotterdammer, van iedere nationaliteit en van elk geloof, die actief deel uit wil maken van de Rotterdamse samenleving, daarvoor ook de kans krijgt en waar nodig ook wordt geholpen. Tegelijk betekent het ook dat mensen die ervoor kiezen niet mee te doen en daarmee zichzelf uitsluiten, hard worden aangepakt. Insluiten betekent stimuleren van integratie door het actief bestrijden van discriminatie (op de arbeidsmarkt en elders), versterking van taalonderwijs en bevordering van emancipatie. Naast preventieve stelt de gemeente ook repressieve maatregelen voor die moeten leiden tot een hogere weerstand tegen radicalisering. Daarvoor wordt de bestaande informatie-uitwisseling tussen gemeentelijke diensten/deelgemeenten en politie/justitie versterkt. In de lokale veiligheidsstructuur wordt een informatieschakelpunt ingebed. Ambtenaren worden opgeleid om radicalisering te signaleren op basis van risicoprofielen. Daarvoor worden met name ambtenaren ingezet die al een signalerende functie vervullen.

  26. Havermans, A.J.E. e.a. [2005]
    De AIVD in verandering
    Commissie Bestuurlijke Evaluatie AIVD.

  27. HomelandSecurity
    Norteast Intelligence Service is een afdeling van Hagmann Investigative Services, Inc. die zich specialiseert op de bestrijding van terrorisme.

  28. I CARE - Internet Centre Anti Racism Europe
    Een samenwerkingsverband tussen United for Intercultural Action en de Magenta Stichting.

  29. Inach.net - International Network against Cyber Hate
    Het Internationaal Netwerk tegen Cyberhaat bindt de strijd aan met discriminatie op internet. Het werd in oktober 2002 opgericht door Jugendschutz.net en de Magenta Stichting, het meldpunt voor discriminatie op het internet.

  30. IDGR: Informationsdienst gegen Rechtsextremismus

  31. Internet haganáh

  32. Janssens, A.L.J.M. [1998]
    Strafbare belediging
    Amsterdam: Thela Thesis.

  33. JihadWatch
    Informeert over de rol van de theologie en ideologie van de jihad in de moderne wereld. Corrigeert misvattingen over de rol van de jihad en religie in actuele nationale en internationale conflicten.

  34. Kafka - Antifascistische Onderzoeksgroep

  35. Kepel, Gilles

  36. Koning, Martijn de
    Closer - Anthropology of Muslims in the Netherlands

  37. KRO-Reporter

  38. Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR)

  39. Leiken, Robert, S. [2005]
    Europe’s Angry Muslims — Where Mass Immigration Meets Global Terrorism.

  40. Macfadyen, L. P. / Roche, J. / Doff, S. [2004]
    Communicating across Cultures in Cyberspace: A Bibliographical Review of Online Intercultural Communication.
    Hamburg: Lit-Verlag.

  41. Meldpunt Discriminatie Internet

  42. Ministerie van Justitie

  43. Muller, Erwin / Spaaij,R.P.F. / Ruitenberg, Arnout [2003]
    Trends in Terrorisme. Deventer:Kluwer.

  44. Nacos, Brigitte [2002]
    Mass-Mediated Terrorism.
    Een analyse van terroristische websites (van aanhangers van Hizbollah, Kach/Kahane Chai, Al Qa’ida etc.) en haatgroepen van racistische militia.

  45. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) - voorheen NCTb

  46. Nederlands Dagblad (ND)

  47. Nederlandse Moskee Database (MDB)

  48. Nesser, Petter
    • [2004] Jihad in Europe.
      Kjeller: Norwegian Defence Research Estblishment.
    • [2005] The Slaying of the Dutch Filmmaker, Religiously motivated violence or Islamist terrorism in the name of global jihad?

  49. Netwerk

  50. Nieuwe Nationale Partij
    Een Nederlandse volksnationalistische politieke partij die bestond tussen 1998 en 2005. Zij stelde asielzoekers, vluchtelingen en joden verantwoordelijk voor alle maatschappelijke problemen, en waar PvdA en het MDI het moeten ontgelden. De ‘vijanden’ werden met naam en foto, adres en telefoonnummer aan de schandpaal gezet. De buitenlandse rubrieken werden gevuld met Vlaams Blok.

  51. Nomikos, John M.
    • [2005] The European Union’s Proposed Intelligence Service
      In: PINR (Power and Interest News Report), 17 June 2005
    • [2005] A European Union Intelligence Service for Confronting Terrorism.
      In: International Journal of Intelligence and Counterintelligence, 18(2)
    • [2007] Terrorism, Media, and Intelligence in Greece: Capturing the 17 November Terrorist Group.
      In: International Journal of Intelligence and Counterintelligence, 20(1)
    • [2007] International Terrorism and South-Eastern Mediterranean Intelligence Cooperation.
      In: Journal for Intelligence, Propaganda and Security Studies, 1(2)
    • [2012] Intelligence and National Security – The case of Greece.
      In: Epikaira Magazine, 149.

  52. NOVA TV

  53. Noordervliet, Nelleke [2005]
    Een andere waarheid.
    In: Volkskrant 30.7.05.

  54. NRC

  55. Openbaar Ministerie

  56. Pape, Robert [2005]
    Dying to Win: The Strategic Logic of Suicide Terrorism
    Random House.

  57. Paz, Reuven

  58. Pels, Dick [2003]
    De geest van Pim - Het gedachtegoed van een politieke dandy.
    Anthos.

  59. Polinco
    Associeert zich met de NNP en de Lijst Pim Fortuyn.

  60. Politiek Incorrect Portal
    Een rechts-extremistische site waar Nederland gebukt gaat onder “een repressieve tolerantie van links”.

  61. Peters, Ruud

  62. Provos, Niels / Honeyman, Peter [2001]
    Detecting Steganographic Content on the Web

  63. Ramdas, Anil [2005]
    Reis naar het onderbewuste van het extremisme. Utrecht: Forum.

  64. Rodrigues, Peter R. — Anne Frank Stichting
    Internet en Discriminatie

  65. Reid, Elisabeth. [1994]
    Cultural formations in text-based virtual realities
    Master’s thesis, University of Melbourne, Australia.

  66. Roo, E.J. de [1970]
    Godslastering: rechtsvergelijkende studie over blasfemie en andere religiedelicten.
    Deventer.

  67. Rosenthal, Uri / Muller, Erwin / Ruitenberg, Arnout [2005]
    Het terroristisch kwaad. Diagnose en bestrijding. Den Haag: BJU.

  68. RTL Nieuws
    Twee arrestaties bij Haags terreurpand

  69. Rushdie, Salman [2005]
    Shalimar de Clown. Amsterdam/Antwerpen: Contact.

  70. Rushdie, Salman [2005a]
    Muslims unite! A new Reformation will bring your faith into the modern era
    In: The Times Online, 11.8.05.
    Nederlandse vertaling in de Volkskrant 13.8.05.

  71. Sageman, Marc [2004]
    Understanding Terro Networks

  72. Schans, Wil van der [2005]
    AIVD in de rechtszaal, Donner wil bewijsmateriaal
    In: Buro Jansen & Janssen.

  73. Schröder, Burkhard [1996]
    Neonazis und Computernetze. Wie Rechtsradikale neue Kommunikationsformen nutzen
    Reinbek bei Hamburg.

  74. Schuijt, Gerard [2005]
    Het portret van Mohammed B.
    In: NJB, 2005-18, pp. 938-43.

  75. Security Online

  76. Spencer, Robert [2004]
    Death of a “Blasphemer”
    In: FrontPageMagazine.com, 3 November 2004.

  77. Spencer, Robert [2005]
    The Politically Incorrect Guide to Islam (and the Crusaders)
    De auteur is directeur van Jihad Watch.

  78. Sociaal Cultureel Planbureau [2004]
    Moslim in Nederland 2004 | 2012

  79. Stern, Jessica [2003]
    Terror in the name of God - Why Religious Militants Kill

  80. Stichting Magenta
    Bestrijdt racisme en fascisme en andere vormen van discriminatie. Oprichter van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI).

  81. Stichting Onderzoek Extreme Stromingen (SOS)
    Een rechts-extremistische site met informatie over ‘extreme stromingen’ in Nederland. In deze optiek zijn dat Groen Links, SP, Meldpunten en Steunpunten tegen discriminatie, de ‘milieumaffia’.

  82. Stiftung Dokumentionsarchiv des österreichischen Widerstands (hg.)
    Des Netz des Hasses. Rassistische, rechtsextreme und neonazistische Propaganda im Internet. Wien: Deuticke.

  83. Stroobants, Jean-Pierre [2004]
    Le réseau islamiste “Hofstad” était solidement ancré en Europe
    In: Le Monde. December 9, 2004.

  84. Tegenlicht: Het geloof, geld en de dood van sgt. Abdullah
    VPRO reportage met getuigenissen van zelfmoordkommando’s. Na de aanslagen op het wooncomplex in Riad werden op internet de videotestamenten van de verantwoordelijke zelfmoordcommando’s verspreid. De filmpjes waren korte tijd te vinden op een aantal obscure websites, die inmiddels weer zijn verdwenen. De filmpjes maken op schokkende manier duidelijk wat de beweegredenen van de zelfmoordcommando’s zijn.

  85. Telegraaf

  86. terrorisme.pagina.nl
    Nuttige links naar bronnen over terrorisme.

  87. Trouw

  88. Vermaat, Emerson

  89. Volkskrant

  90. Webwereld

  91. Werdmölder, Hans [2005]
    Marokkaanse lievertjes. Crimineel en hinderlijk gedrag onder Marokkaanse jongeren.
    Amsterdam: Uitgeverij Balans.

  92. Wiebes, C. [2004]
    De problemen rond de internationale intelligence liaison
    In: Justitiële verkenningen, Inlichtingendiensten, 3/04. pp. 70-82.

  93. Wikipedia: Mohammed Bouyeri

  94. Wijk, Rob de [2004]
    Het gevaar van succes in de strijd tegen terrorisme; portret van de nieuwe vijand
    In: Justitiële verkenningen, Inlichtingendiensten, 3/04. pp. 43-55.

  95. Wifferen, L. van [2004]
    Het gebruik van AIVD-informatie in het strafproces
    In: Justitiële verkenningen, Inlichtingendiensten, 3/04. pp. 138-47.

  96. Zembla
    • [10.02.05] De lokroep van terreur
      Documentaire over jonge moslims op zoek naar een islam die hun frustraties en woede weerspiegelt. Dat maakt hen tot een gemakkelijke prooi voor rondreizende leermeesters van de Takfir wal Hijra, een stroming binnen de islam die geweld predikt tegen iedereen die anders denkt dan zijzelf.
      Samenstelling en regie: Kees Schaap. Research: Simone Tangelder. Eindredactie: Kees Driehuis.

    • [03.03.05] White Power in Uden [3.3.05]
Index
Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

06 January, 2014
Eerst gepubliceerd: 2 November, 2004

Kaft van de Kroniek
De boekuitgave van deze studie
kan gratis worden besteld bij Forum