Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

Kroniek van een Aangekondigde Politieke Moord   Switch to English Version

—Jihad in Nederland—

dr. Albert Benschop

Een rituele slachting
Een daad met gevolgen
Vrijplaats internet
Ontremde sentimenten
Forumvandalisme
Er is een Amsterdammer afgeslacht
Profiel van een politieke moordenaar
Rust zacht
Treitersites
Van cyberjihad tot politieke moord
Internet als platform voor gewelddadige jihad
Bilal L.: islamitische terreur via internet
Omar A. wijst doelwit aan
Rifo79 op oorlogspad
Mohammed B. alias Abu Zubair
De fatwa: zij moeten dood
Islamitische Tawhid Brigades
De basis
Een terroristisch netwerk
De Hofstadgroep: een netwerk van haat
Ahmed H. — computerbrein en bankier
Rachid Bo. | Mohammed el B. | Zine Labidine A. | Mohammed el M.
Belegering in het Laakkwartier
    Ismail A. — tot mijn laatste adem blijf ik hier
    Jason W. — allemaal afslachten
Samir A. — dichtende deurwaarder van Allah
Mohammed Fahmi B. — nooit moeilijkheden gehad
Nouriddin El-F. — trouwlustige leermeester
Soumaya S. en de mannen van de grot
Nadir A. — die gek ruïneerde mijn leven
Rachid Be. — de Zierikzee connectie
Internationale connecties
    Mohammed Achraf | Abdeladim Akoudad | Radwan al Issa
Marokkanen in de knel
Maroc.nl | Maghreb.nl | Elqalem.nl | Mocros.nl | Imaan.nl | Marokko.nl | MaghrebOnline.nl | Cyberdjihad.blogspot | Abdul Jabbar van de Ven
Contra-terreur
Nationalistische en racistische reacties
Fortunisten ruiken winst
Virtueel geweld: blokkades en onthoofdingen
Geweldsspiraal
Gij zult niet doden
Regulering van internet
Zelf- en overheidsregulering
Zelfregulering van webfora
Burgerinitiatieven: cirkel van haat doorbreken
Organisaties
Providers
Waakhonden: meldpunten
Overheidsregulatie
Wat te doen?
Wetgeving: verandering van rechtsregels
    Godslastering: misdaad zonder slachtoffer?
    Wet terroristische misdrijven
    Apologie van terreur
Opsporing: digitaal rechercheren
    BVD/AIVD in beweging
    AIVD jaagt op Hofstadgroep
    Verklaringen van een taxatiefout
    Infiltratie, mollen en steganografie
    Schieten op bewegende doelen
    Nationaal Meldpunt Cybercriminaliteit
Vervolging van bedreigers en haatsites
    Moeilijk te veroordelen
    Levenslang voor Mohammed B.
    Vervolging van Hofstadgroep
    Vonnis over Hofstadgroep
Nomadische gedachten
De macht van internet
Democratisch debat op internet
Vertroebelde zelfdenkers
Toekomst van cyberterrorisme

Informatiebronnen
Verwante teksten
rode_knop CyberJihad Internationaal: Waarom terroristen van internet houden
rode_knop Jihadistische verwildering: Ik heb die film allang gezien
rode_knop Cyberterrorisme: Dodelijk geweld van het toetsenbord
rode_knop Oorlog in Cyberspace: Zwaarden van Zwakkeren
rode_knop Politiek op het internet
rode_knop Regulering en zelfregulering van internet
rode_knop Toezicht op internet: Echelon
rode_knop Encryptie: privacy beschermen

Een rituele slachting

Een daad met gevolgen
Onverbeterlijke provocateur
Theo van Gogh was geen eenduidige man. Geen lieverdje of duivel, maar beide tegelijk. Een man met veel vrienden, maar nog veel meer vijanden. Zijn furore als enfant terrible, als provocateur en etterbak was groter dan zijn reputatie als talentvolle filmmaker. Zijn creatieve filmische oog wordt voor velen nog steeds overschaduwd door zijn monomaan vuilspuitende mond. Zijn onbehouwen omgang met vriend én vijand leverde hem hoon, waardering, en de ongewenste dood op. “Ik zal mijn uiterste best doen om flink wat mensen stevig te beledigen. Je kunt het Dr. Jekyl & Mr. Hyde-verhaal helemaal van me krijgen” [Theo van Gogh, Volkskrant 3.11.2004].

Op 2 november 2004 werd cineast en criticaster Theo van Gogh in Amsterdam op beestachtige wijze afgeslacht door een in Nederland geboren jonge man van Marokkaanse oorsprong. Hij pleegde zijn misdaad uit naam van een radicaal islamitisch ideaal van een theocratische, door Allah bestuurde staat. Het was in meerdere opzichten een ingrijpende gebeurtenis. Veel Nederlanders bekroop het angstige gevoel dat er een soort vijfde colonne opereerde die onwelgevallige personen met geweld hun achterlijke radicaal-islamitische dogma’s wilde opleggen. In de onderbuik van de Nederlandse samenleving lijken subversieve krachten te bestaan die zich niets gelegen laten liggen aan de basisprincipes van een democratische rechtsstaat, omdat voor hen het woord van Allah als hoogste gebod geldt.

Allochtone medelanders vreesden juist daarom het ergste: als er in naam van de ook door hen aanbeden Allah een politieke moord wordt begaan, dan zouden zij allemaal wel eens nog harder in het verdomhoekje gedrukt kunnen worden, waarin zij zich toch al niet op hun gemak voelden. En zoals we nog zullen zien, gebeurde dat ook. De eens zo tolerante Hollandse natie was geschokt, raakte oververhit en dreigde af te stevenen op een nationale ramp. Over en weer gingen de hakken diep in het zand.

De moord op Theo van Gogh riep sterk geëmotioneerde en tegenstrijdige reacties op. De dominante toon was die van de emotionele walging en gespierde veroordeling. Die emoties werden onderbouwd met principiële democratische overwegingen: politieke en/of religieuze meningsverschillen dienen in een democratische rechtsstaat met niet-gewelddadige middelen te worden opgelost. Tegelijkertijd ontstond er een verscherpt besef dat democratische normen en instellingen verdedigd dienen te worden: de vrijheid moet zichzelf beschermen.

Politici van gevestigde partijen buitelden over elkaar in hun veroordelingen van deze religieus geïnspireerde politieke moord. Het kabinet kondigde direct aan dat zij de strijd tegen moslimextremisme hard en met gebruik van noodwetgeving zou voeren. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zouden op korte termijn moeten worden uitgebreid, waarbij geld ’geen enkele rol speelt’. Burgers die wegens hun opvattingen ernstig worden bedreigd, zouden voortaan aanspraak kunnen maken op persoonsbeveiliging. Door aanpassing van de wetgeving moest het mogelijk worden gemaakt om terroristen na het uitzitten van hun straf in Nederland uit ons land te verwijderen. Gespierde taal die burgers ervan moesten overtuigen dat de overheid nog steeds een betrouwbare waarborg is voor de veiligheid van al haar onderdanen.

VVD in spagaat
Bij de partijpolitieke schermutselingen die zich in Den Haag afspeelden stond de VVD voor drie zeer lastige problemen. Ten eerste moest VVD zichzelf en haar leden (Hirsi Ali voorop) beschermen tegen terroristische geweldsdreigingen. Ten tweede moest zij alles in het werk stellen om de afvallige Geert Wilders de politieke wind uit de zeilen te houden. En ten derde lag haar eigen zwakke Minister van Binnenlandse Zaken, Remkes, onder zwaar vuur als hoofdverantwoordelijke voor het optreden van de AIVD.

De dramatiek van deze situatie werd nog vergroot door opiniepeilingen. In die peilingen steeg Wilders naar 20 en zelfs bijna 30 zetels. Die winst kwam volgens het onderzoek van Maurice de Hond vooral van de LPF (die van 8 naar 0 zetels kelderde). Liefst 70 procent van de LPF-kiezers verklaarde nu op de Groep Wilders te gaan stemmen. Van de zetels die naar de Groep Wilders gaan komen er 7 van de VVD, 5 van de LPF, 5 van het CDA en 3 van de linkse partijen. De VVD kelderde in de peiling van 27 naar 16 zetels.

Meer dan de helft van de kiezers wilde dat er nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden worden. Dat is niet verwonderlijk. De PvdA steeg van 42 naar 56 zetels en de SP van 8 naar 13 zetels (en de ChristenUnie van 3 naar 5). De helft van de kiezers kiest voor Wouter Bos als premier, en slechts 39 procent voor Balkenende.

Namens het kabinet gaf vice-premier Gerrit Zalm (VVD) een officiële oorlogsverklaring uit.

Met deze manmoedige en geharnaste taal probeerde de regering haar burgers ervan te overtuigen dat zij pal stond om de democratische rechtstaat te verdedigen tegenover terroristische aanvallen. Tegelijkertijd probeerde de regering om gematigde moslimorganisaties aan zich te binden door hen te dwingen krachtig afstand te nemen van radicale gewelddadige stromingen.

De metafoor van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ was regelrecht overgenomen van de Amerikaanse president Bush. Die Bushiaanse mannentaal is in het gunstigste geval een slechte metafoor voor een heftig en moeilijk oplosbaar politiek en maatschappelijk conflict. Dergelijk taalgebruik vergroot slechts de kloof tussen moslims en niet-moslims en het suggereert dat in dit conflict alles geoorloofd is. Het speelt islamitische extremisten precies in de kaart door ze te geven wat ze willen: een heilige oorlog. In tijden van nood heeft een natie behoefte aan bruggenbouwers, geen afbrekers. Minister-president Balkenende begreep dit beter en nuanceerde de oorlogsverklaring van zijn vice-premier. “Het gaat om strijd tegen het terrorisme”, aldus Balkenende, en voor ’oorlog’ moet dus ‘strijd’ worden gelezen. De premier benadrukte dat “we de dialoog moeten blijven aangaan” en “we elkaar moeten blijven vasthouden”.

Maar met terroristen, oorlogshitsers en fanatici valt niet te praten.

Er brak een heftige discussie los waarbij uiteraard heftige emoties en ook vele ’niet-correcte’ opvattingen door de media gingen. Vooral via internet werden extremistische opvattingen verspreid over de islam, de allochtonen en asielzoekers. Daarbij staan aan de ene kant de populistische, neo-nationalistische en neo-fascistische politieke stromingen en organisaties. Het verweesde fortunisme probeert regie te verwerven over de onderbuikgevoelens.

Aan de andere kant staan meer of minder diep gelovige aanhangers van de islam en van traditionele Arabische culturen en gebruiken die voor veel Nederlanders nogal ‘vreemd’ zijn, en vaak ook ‘niet van deze tijd’. Aanhangers van de Islam sluiten zich op in hun geloofsbeleving als laatste bron van eigen identiteit. Zij zijn in stukken gescheurd tussen tegenstrijdige culturen en proberen angstvallig hun hoofd boven water te houden. Door intensieve verinnerlijking van de islamitische moraal is er geen ruimte meer voor oecumenische dialoog. Laat staan voor discussie met ongelovigen, of met democraten die staat en kerk strikt gescheiden wensen te houden. Radicale islamieten beschouwen anders- en ongelovigen als objecten die desnoods met harde hand tot de orde van Allah geroepen moeten worden.

Dat was het idee dat Mohammed B. ertoe bracht om Theo van Gogh te liquideren. Zijn geloof in Allah was tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt door de in zijn ogen godslasterlijke uitlatingen van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh. Zij noemden zijn Allah een wrede god, zijn profeten werden als pooiers, perversen en huichelaars afgeschilderd, en gelovigen werden als ‘geitenneukers’ afgeserveerd. Voor Mohammed B. was dat een onverdraaglijke gedachte, een gevoel waarmee niet verder te leven viel. Hij besloot een daad te stellen. Een daad waarvoor hij bereid was zijn eigen leven op te offeren. Hij verlangde naar de martelaarsdood. Zijn vrienden en geloofsgenoten hebben hem in zijn sneuvelbereidheid gesterkt. Hij was bereid om het hoogste offer te brengen. Maar dan wel in ruil voor de hiernamaalse zegeningen die elke islamitische fanaat van zijn martelaarschap verwacht. Het zou voor hem toch iets anders verlopen dan gepland.

De dader overleefde zijn aangekondigde moord op de bekende cineast en criticaster. Ondanks zijn heftige salvo’s in de richting van de politieagenten, werd hij op professionele wijze uitgeschakeld door een schot in zijn been. Mohammed B. slaagde erin om Theo van Gogh te vermoorden, maar hij zou falen als martelaar. En hij bewees de aanhangers van de islam in Nederland geen dienst. Hij bracht bijna al zijn geloofsgenoten in staat van grote ontreddering en angst.

Aan de moord van Mohammed B. ging een proces van radicalisering vooraf dat hij samen met zijn vrienden van de zogenaamde Hofstadgroep op internet documenteerde. Aan de hand van deze documenten kunnen we met redelijke precisie reconstrueren waardoor Mohammed B. in de vaderlandse geschiedenis herinnerd zal worden als een politieke moordenaar (naast Balthasar G. en Volkert van der G.).

Index


Vrijplaats internet: verruwing van de politieke cultuur
De moord op Van Gogh ging als een schokgolf door Nederland. Niemand kon zich eraan onttrekken, en iedereen had er een meer of minder gespierde mening over. We brengen hier in kaart hoe deze reacties op internet naar voren kwamen en welke rol dit in de verdere gebeurtenissen speelde.

Internet is bij uitstek een plaats waar mensen ongezouten hun mening naar voren brengen en anoniem met elkaar in discussie gaan.

De opkomst van het populistisch fortunisme in Nederland ging gepaard met een sterke verharding van het politieke debat en met een verruwing van de discussiestijl. Men kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat veel mensen die van internet gebruik maken een extra bijdrage leveren aan die polariserende verharding. Veel discussiefora zijn ontaard in vrijplaatsen voor mensen die elkaar diep beledigen, belasteren en met de dood bedreigen. Democraten maken zich zorgen over radicalistische elementen die ‘netwerken van haat’ vlechten. In deze netwerken wordt gebruik gemaakt van versleutelde berichten waarvan de inhoud voor politionele en justitiële overheden verborgen blijft.

Islamisme
In discussies over terrorisme is het belangrijk een onderscheid te maken tussen ‘islamitische’ en ‘islamistische’ bewegingen. Islamitische bewegingen gebruiken vreedzame middelen om het verleden te herstellen. Zij willen een verenigde islamitische staat (kalifaat) oprichten waarvan de enige constitutie de islamitische wet (sharia) is. Omdat er in de islam geen onderscheid wordt gemaakt tussen religie en politiek, proberen deze groepen naast hun sociale en culturele activiteiten ook politieke steun te verwerven. Islamisten daarentegen richten al hun inspanningen op het met geweld en terreur vervullen van de plicht tot jihad.
Het benutten van moderne communicatiemedia is een essentieel onderdeel van extreem nationalistische en islamistische strategieën. Zowel het (‘autochtone’) rechtsextremistische als het (‘allochtone’) militant islamitische aanbod is de laatste jaren op het internet sterk toegenomen. Door het internet beschikken ook tamelijk kleine en relatief arme extremistische politieke stromingen over zeer krachtige propaganda- en rekruteringsinstrumenten. In vergelijking met andere propagandamiddelen (zoals pamfletten, brochures, kranten, tijdschriften, radio, televisie) is internet zeer goedkoop en het biedt tevens de mogelijkheid om een zeer groot aantal mensen te bereiken. Dat geldt vooral voor jongeren die via de traditionele media moeilijk te bereiken zijn. Alle onderdelen van het internet worden door nationalistische en religieuze extremisten gebruikt: zij publiceren websites, transporteren bestanden, wisselen berichten uit via e-mail, discussiëren in webfora en nieuwsgroepen, en praten met elkaar via chat, instant messaging of videoconferentie. De websites die materiaal bevatten dat strafrechtelijk verboden is worden vaak naar het buitenland verplaatst. In de Verenigde Staten vallen racisme, anti-semitisme en andere discriminerende uitlatingen binnen het grondwettelijk verankerde recht op vrijheid van meningsuiting. Maar veel van die websites draaien op servers die gewoon op Nederlands grondgebied zijn gelokaliseerd en door Nederlanders worden onderhouden.

Het internet is een vrijplaats en schuilplaats voor ongemakkelijke meningen. Theo van Gogh had —net als zijn moordenaar— geleerd hoe hij daarvan gebruik kon maken. Als columnist was hij om zijn massief beledigende teksten bij vele kranten en tijdschriften aan de dijk gezet. “Als stukjesschrijver ben ik overal weggestuurd, ontslagen of zó gecensureerd dat het maar beter was de eer aan mezelf te houden” [Van Gogh]. In reactie daarop opende hij zijn eigen site De Gezonde Roker, waarin hij alle vrijheid nam om zijn gal over gebeurtenissen en personen te spuien. Hij deed dat echter niet anoniem, maar met naam en toenaam. Hij schreef op persoonlijke titel, toonde zijn gezicht en had een duidelijke identiteit. Theo van Gogh begreep heel goed dat hij niet voor een lokaal beperkt of klein publiek schreef, maar een tamelijk groot bereik had. Hij uitte geen persoonlijke opinies die wegstierven in de lucht die zij in beweging brachten. Zijn opinies staan na zijn dood nog steeds op het internet en kunnen daar worden nagelezen.

Het internet verschilt in drie opzichten van alledaagse gesprekssituaties. De identiteit van de auteurs is meestal onbekend, er wordt potentieel een wereldwijd publiek bereikt en geuite opinies blijven bewaard en kunnen ook later nog worden nagelezen.

Index


Ontremde sentimenten
De terroristische aanslag op de WTC-torens en de opkomst van en moord op Pim Fortuyn hebben het politieke landschap in Nederland grondig omgewoeld. Daarbij is inmiddels zoveel modder naar boven gekomen dat redacties van sommige kranten besloten hebben om hun voor iedereen toegankelijk discussieforum te sluiten of voorwaarden te verbinden aan deelname. De internetfora waren altijd al een plaats waar relatief extreme vormen van sociaal gedrag een belangrijke rol speelden.

Computergemedieerde interacties hebben een ontremmend effect. Mensen die via het internet met elkaar communiceren voelen zich minder geremd [Reid 1994; Benschop 1998]. Zij voelen zich vrijer om te zeggen of te vragen wat zij altijd al hadden willen zeggen of vragen. Op internet hebben we de kans om tot op grote hoogte anoniem met elkaar te communiceren. We kunnen tot op grote hoogte zelf bepalen hoe we ons zelf presenteren. Op internet zijn we wie we voorgeven te zijn.

Schreeuwen om aandacht
In het lokale leven worden mensen gedwongen om rekening te houden met anderen en om aan een ‘normaal’ verwachtingspatroon te voldoen. Internetfora zijn vrijplaatsen met weinig sociale controle. Deelnemers die extreme opvattingen verkondigen vragen om aandacht. Krijgen zij die niet dan komen zij in de verleiding om zich nog extremer uit te drukken. Fora die niet in staat zijn om zichzelf te reguleren dreigen hierdoor te worden ondergraven. Zij gaan tenonder in een onbeheersbare kluwen van opgeblazen, haatdragende spierballentaal. De risico’s worden nog groter wanneer de grens tussen virtuele en lokale uitingen vervaagt.
Hierdoor worden de traditionele lokale mechanismen van sociale controle buiten werking gesteld: op internet weten we vaak niet zeker met wie we op een bepaald moment communiceren. Naast veel nadelen heeft dit het grote voordeel dat men zich vrijer voelt om zich ongeremd te uiten. De meest intieme en ultieme ontboezemingen zijn op internet schering en inslag. Communicaties via internet hebben geen directe repercussies op het lokale sociale leven van de afzonderlijke deelnemers. Zij voelen zich hierdoor vrij(er) om zich op een ongeremde manier te uiten. Dat is precies de reden waarom internetcommunicaties gekenmerkt worden door twee extreme uitingen van sociaal gedrag: het overdreven en ongewenst lief doen tegen andere mensen (‘netsletten’) en het overdreven beledigen of zelfs bedreigen van mensen (‘nethufteren’ of ‘flamen’).

Op internet worden mensen gemakkelijk verliefd op het —partiële en vaak vertekende— zelfbeeld dat anderen van zichzelf presenteren en men kan dit zelfbeeld naar believen verder romantiseren. We zien echter tegelijkertijd dat discussianten sneller geneigd zijn om op bijdragen die ze niet bevallen te reageren met persoonlijke beledigingen en bedreigingen. Het is ook een vorm van belaging van vrouwen. Zij worden online belaagd met ongewenste intimiteiten en perversiteiten, met vaak drastische lokale repercussies. Het gaat hier niet om ‘liefde’ (een al dan niet misplaatst gevoel van affectie of verlangen) maar om ‘haat’ (een al dan niet gegeneraliseerd gevoel van afkeuring of walging).

Anonieme internetcommunicatie verlaagt de drempel om andersdenkenden openhartig en emotioneel geladen te kritiseren. Bovendien heeft internet als globaal en laagdrempelig medium een groot vermogen om verspreide onvrede te aggregeren tot een politieke opinie of zelfs georganiseerde stroming. In de meer onschuldige beginfase van het internet werd veel gediscussieerd over het ‘flamen’ in discussiefora van Usenet. Dit moleculaire nethufteren gaat vaak gepaard met haatdragende generalisaties over mensen met bepaalde nationaliteiten, etniciteiten, huidskleuren, religieuze of seksuele voorkeuren. In discussiefora liep dit alledaagse nethufteren regelmatig uit op complete virtuele oorlogen: ‘flame wars’.

In veel discussiefora zijn daarom vanaf het begin normen opgesteld om dergelijke uitwassen te voorkomen. Deze netiquette richt zich met name tegen het lastig vallen van vrouwen met ongewenste seksuele avances, tegen het beledigen of bedreigen van personen en tegen discriminerende uitlatingen. Met een beroep op deze netiquette werden uit de hand gelopen beledigingen en bedreigingen meestal door de forabezoekers onder elkaar gesust. De dreiging van een asocialisering van online interacties is in de meeste discussiefora bezworen door een virtuele vorm van socialisatie. Toch is deze zelfregulering van discussiefora geen gemeengoed geworden.

Index


Forumvandalisme
Bedroevend
“We wilden graag een discussiemogelijkheid op onze site, hiermee kregen we een indruk hoe lezers dachten over bepaalde onderwerpen en hoe hun houding hier tegenover was. Al met al is het platform maar een jaar online geweest. Het niveau van de reacties was bedroevend. Op professionele sites over specifieke onderwerpen is het niveau gewoon veel hoger. De reacties die wij ontvingen gingen negen van de tien keer nergens over. Het forum zullen we ook niet gaan missen en er komt ook niks voor in de plaats. In het begin dachten we dat internet ‘interactiviteit’ zou brengen, maar nu zijn we erachter dat lezers internet precies hetzelfde gebruiken als de gewone, gedrukte media. Ze gebruiken het alleen om geïnformeerd te worden” [Alex Beishuizen, chef internetredactie van het Algemeen Dagblad].
In september 2001 besloot Leefbaar Nederland haar discussieforum te sluiten vanwege de vele discriminerende bijdragen. Leefbaar Nederland had onvoldoende vrijwilligers om de deraillerende discussie in goede banen te leiden. Na de moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 werd in veel openbare discussiefora de stemming nog veel heftiger en grimmiger. Zij werden overspoeld door venijnige scheldpartijen, racistische uitlatingen en tergende doodsbedreigingen. Het Algemeen Dagblad was niet opgewassen tegen zo’n massale vorm van forumvandalisme en sloot haar open forum, om daarna weer open te gaan met verplichte registratie van bezoekers die aan de discussie willen deelnemen.

Net als in elke andere gemeenschap of netwerk moeten er normen en beschermingsmechanismen worden ontwikkeld die voorkomen dat die gemeenschap of netwerk ten onder gaat aan onbeheersbare destructieve krachten. Daarbij gaat het niet alleen om de bescherming tegen mensen die er behagen in scheppen om een samenhang van mensen te ontregelen en bewust te frustreren. Het gaat ook om de som van nethufterende en vandaliserende elementen die met elkaar niet alleen de sfeer, maar ook de gemeenschap of het netwerk zelf kunnen vernietigen. In de beschrijving van de netwerktheorie wordt dit uitvoerig geanalyseerd.

Hoe kan voorkomen worden dat discussiefora vertroebeld worden door anoniem vuil van haatvandalen? Het is geprobeerd met invoering van een registratie- en identificatieplicht. Op internet kunnen mensen echter relatief gemakkelijk een andere identiteit aannemen. Een schuilnaam en een niet traceerbaar e-mailadres zijn snel gevonden. Daarom zag de hoofdredactie van het Algemeen Dagblad zich uiteindelijk toch genoodzaakt het discussieforum helemaal te sluiten. Wat overbleef was de povere mededeling: “AD.nl/Mening is wegens voortdurend misbruik gesloten.” Het gastenboek van het NRC Handelsblad werd om vergelijkbare redenen al eerder opgedoekt. Forumbeheerders zouden zelf de grenzen van het toelaatbare moeten bewaken en interveniëren wanneer die grenzen door grove persoonlijke beledigingen of bedreigingen worden overschreden. Wie forumvandalisme wil indammen zal duidelijke fatsoensregels moeten stellen en bijdragen die daarbuiten vallen consequent moeten verwijderen.

Index Er is een Amsterdammer afgeslacht

‘Doe het niet, doe het niet’, riep hij nog

Profiel van een politieke moordenaar
Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door een radicale blanke milieu-activist. Op 2 november 2004 werd cineast-criticaster Theo van Gogh in Amsterdam op lugubere wijze afgeslacht door een jonge man van Marokkaanse afkomst. Mohammed B. is een 26 jarige in Nederland geboren en opgegroeide man. Hij werd op 8 maart 1978 geboren de Domselaerstaat in Amsterdam-Oost. Als Mohammed zeven jaar oud is, verhuist het gezin naar een grotere flat in Overtoomse Veld in Amsterdam-West. Mohammed groeide op in de Hart Nibbrigstraat, waar zijn vader nu nog woont. Hij ging naar de basisschool op het August Allebéplein. Hij voetbalde op het plein en volgde met tegenzin de koranlessen in de moskee in de Jan Voermanstraat. Veel contacten had hij niet en was verlegen met meisjes.

Familie B.
De vader van Mohammed werd in 1942 geboren in Douar Ikhammalen, een arm Berberdorp in het Rifgebergte. Hij was de jongste van zeven broers. Als jongen hoedt hij schapen en werkt hij op het land. Begin jaren zestig vertrekt hij met twee andere broers naar Parijs om daar aan de bouw van de uitbreiding van de metro te werken. In 1965 komt hij naar Nederland een gaat als bordenwasser op Schiphol werken.
    In 1967 keert Hamid terug naar het Rifgebergte om te trouwen met Habiba Amyay, een vrouw die zijn moeder voor hem had uitgezocht. Toen hij Habiba voor het eerst zag, vond hij haar meteen aantrekkelijk. Jarenlang gaat Hamid ’s zomers naar Marokko om zijn vrouw te bezoeken. Hun oudste dochter Saïda wordt daar in 1977 geboren. Kort daarna vestigt het gezin zich in Amsterdam-Oost. Daar wordt op 8 maart 1978 de oudste zoon Mohammed geboren. Daarna volgen nog vijf dochters en een zoon. De jongste dochter Samira wordt in 1987 geboren.
    De vader van Mohammed werkt erg hard, maakt lange dagen, doet in het weekend de boodschappen voor de hele week. Voor zijn kinderen bleef weinig tijd over. Zij werden opgevoed door Habiba [NRC 9.7.05].

Mohammed B. groeide op in een troosteloze, getto-achtige wijk ‘aan de verkeerde kant van de snelweg ’. Door de hoge concentratie allochtonen wordt de Overtoomse Veld, in de volksmond ook wel schotelcity genoemd. Mohammed presteert zo goed dat hij —anders dan de meeste van zijn leeftijdgenoten— in 1990 naar de havo-brugklas kan. Naar het Mondriaancollege, een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis verwijderd. Hij onderscheidde zich niet van andere leerlingen, deed weinig mee aan sociale dingen en was nogal teruggetrokken. Zijn leraren hebben een vrij positief beeld van Mohammed. Hij was timide, oplettend en wilde carrière maken.

In 1995 krijgt hij zijn havo-diploma uitgereikt. Zijn leraren en medeleerlingen beschouwen Mohammed als een prettige, rondborstige leerling. Zijn leraar geschiedenis, die hem het diploma uitreikt, rekent hem tot de ‘slimme jongens’ die er ‘wel zullen komen’.

De frustratie kwam pas later. In zijn wijk speelt het leven van veel allochtone jongeren zich vooral op straat af. Ten opzichte van de overlast veroorzakende hangjongeren uit zijn buurt gedroeg Mohammed zich “zeer braaf, als een voorbeeld naar zijn leeftijdgenoten toe” [jongerenwerker R. Heines]. Hij probeerde die jongeren te laten zien dat er ook op een andere manier geleefd kan worden. Je leeft nu eenmaal in de Nederlandse samenleving en dan moet je ook in die maatschappij presteren.

Bijna bewaker op Schiphol
In november 1997 komt Mohammed voor het eerst in aanraking met de politie. In een Amsterdamse coffeeshop gaat hij met politieagenten op de vuist. Hij scheldt de agenten uit en bedreigt ze. Mohammed wordt hiervoor veroordeeld tot een boete van vijfhonderd gulden. Als hij in 1998 solliciteert naar de functie van bewaker op Schiphol, denkt hij dat hij geen strafblad heeft. Hij denkt dat hij al is aangenomen bij het beveiligingsbedrijf Group 4 Securitas uit Rijswijk. Hij had al een uniform gekregen, zijn toegangspas voor de luchthaven lag klaar, en hij was begonnen met een interne opleiding. Toen gaf de politie Haaglanden alsnog een negatief advies over zijn aanstelling. Mohammed nam een advocaat in de arm om hiertegen te protesteren. Hij meende dat zijn strafblad een vergissing was. De politie liet daarop weten dat ook ‘andere bekende en relevante feiten’ aanleiding waren voor hun advies.
In het jongerencentrum De Oostoever onderscheidt hij zich op positieve wijze. Hij liep voorop, was intelligent en werd door Wim Knol (oud-voorzitter van Eigenwijks) als “een geboren leider” gekwalificeerd. Hij wist Marokkaanse jongeren aan zich te binden en van de straat te halen. In 1994 kreeg hij zijn eerste grote tegenslag. Het jongerencentrum werd gesloopt. Daarvoor in de plaats liet het Stadsdeel geen nieuw jongerencentrum bouwen, maar een migrantencentrum waar ook hun ouders terecht konden. Dat was tegen het zere been van de Marokkaanse jongeren. Zij probeerden zich juist aan de rigide ouderlijke controle te onttrekken. Bovendien was het centrum veel te netjes met veel te veel beperkende regeltjes. Mohammed kwam met zijn jongeren weer op straat te staan. Hij voelde zich belazerd, niet serieus genomen.

Er broeide iets onder de allochtonen in zijn wijk. In april 1998 sloeg de vlam in de pan. Rond de hangplek op het August Allebéplein ontstonden relletjes. Honderden —vooral Marokkaanse— jongeren keerden zich tegen de politie [Fogteloo/ Pellekaan 2003]. Volgens Mohammed had de lokale politiek de jeugd in de kou laten staan en waren de rellen hiervan een direct gevolg.

Mohammed was in die tijd geen praktiserende moslim. Tijdens de ramadan doet hij wel mee aan het vasten, maar hij gaat niet elke vrijdagmiddag naar de moskee. Mohammed is gek op bier en gebruikt softdrugs. Als hij stoned was vertelde hij zijn vrienden fantastische verhalen. Hij krijgt een korte relatie met een modern Tunesich-Nederlands meisje. Mohammed wil op zichzelf gaan wonen en huurt in 1999 een huis in de Marianne Philipsstraat.

Mohammed wilde accountant worden. Samen met zijn vriend en buurjongen Mohammed Bouker besluit hij om boekhoudkunde te gaan studeren op de Hogeschool InHolland te Diemen. Maar in tegenstelling tot zijn vriend gaat het studeren hem niet gemakkelijk af. Hij breekt zijn boekhoudkundige studie af en stapt over op bedrijfsinformatica. Hij krijgt studiefinanciering en verdient wat bij door administratief werk te doen. In 2002 wisselt hij nog een keer van studierichting. Maar na drie maanden Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam heeft hij ook hier genoeg van. Hij verlaat de school na vijf jaar zonder één studie te hebben afgerond. Mohammed heeft andere dingen aan zijn hoofd.

Mohammed B.: RTL Nieuws publiceerde als eerste foto uit paspoort. Langzamerhand begint Mohammed fanatieke en agressieve trekjes te ontwikkelen. Aan zijn medeleerlingen gaat dit niet onopgemerkt voorbij. Mohamed Taimounti, CDA-deelraadslid in het stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld, zat een tijdlang met Mohammed op dezelfde hogeschool.

Ondertussen blijft Mohammed zich bezig houden met de problemen in zijn eigen buurt. Hij blijft pleiten voor een eigen jongerencentrum en voert daarover gesprekken met het bestuur van de deelraad. Hij praat en probeert te overtuigen, maar loopt vast op onwijkende bewegingen van een trage bureaucratie. Mohammed’s ambities worden geblokkeerd, hij raakt gefrustreerd en wordt kwaad. De ‘witte wereld’ neemt hem niet serieus, hij voelt zich verraden en in de steek gelaten. Zijn opgekropte woede begon zich om te zetten in agressie, waardoor hij regelmatig met de politie in aanraking zou komen.

In het voorjaar van 2000 ontdekt Mohammed dat zijn jongste zusje stiekem een verhouding heeft met Abdu A., een Marokkaanse jongen, die deel uit maakt van ‘de Daltons‘, een bende van zeven Marokkaanse broers die regelmatig met de politie in aanraking komt. Mohammed vindt dat zijn zus zich als een hoer gedraagt en de eer van familie heeft geschonden. Zijn vader is naar zijn mening veel te laks. Hij had met haar gesproken, “maar zij luistert niet naar mij. Wat kan ik nog meer doen?”. Als oudste zoon voelt hij zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het gezin. En hij neemt deze taak zeer serieus. Hij gijzelt zijn zusje: hij sluit haar op en verhindert haar het ouderlijk huis te verlaten. In een onbewaakt ogenblik slaagt zijn zusje er echter in de politie te bellen. Twee wijkagenten bezoeken het gezin en proberen te bemiddelen. Mohammed vindt dat de politie niets in hun huis te zoeken heeft. Hij wordt zeer emotioneel. De zaak loop met een sisser af, nadat op initiatief van de politie het betreffende vriendje zich officieel bij de familie B. komt voorstellen [KRO-reporter]. De familie-eer is gered.

In de zomer van 2000 komt Mohammed weer in aanraking met de politie. Net 22 jaar oud, raakt hij betrokken bij een caféruzie in Diemen op de dag dat het Nederlandse elftal tijdens het EK-voeltbal van Frankrijk wint. Op 21 juni bestormt hij samen met zijn vrienden het studentencafé De Kooi van de Hogeschool. Mohammed stompt een andere bezoeker hard in het gezicht en houdt er zelf een gebroken enkel aan over. In het voorjaar van 2001 doet zich een nieuw incident voor. Op het Leidseplein in Amsterdam gaat hij op de vuist met Abdu A., de Marokkaanse jongen waarmee zijn zusje een verhouding had. Als hij deze jongen drie maanden later in het Vondelpark weer tegen komt, loopt het uit de hand. Ziedend van woede trekt hij een mes (zijn vrienden beweren dat hij het van Abdu A. had afgepakt). Als agenten hem willen aanhouden, begint hij hen ook met zijn mes te bedreigen. Mohammed wordt door de agenten overmeesterd en afgevoerd naar het huis van bewaring. In oktober wordt Mohammed veroordeeld voor mishandeling en bedreiging en belandt voor 12 weken in de cel. In de gevangenis begint het geloof belangrijk voor hem te worden en begint hij met zijn studie van de koran.

Als Mohammed in september 2001 vrijkomt, wordt hij op het thuisfront met nog meer problemen geconfronteerd. Zijn vader belandt met ernstige rugklachten in de WAO en eind 2001 overlijdt zijn moeder, Habiba Amyay, aan borstkanker. Zij wordt begraven in Oujda, een Marokkaanse stad aan de Algerijnse grens, waar zijn vader in het midden van de jaren tachtig een tweede huis had gekocht. Zijn vader keert een jaar later terug naar Marokko om met Fatima, de jongere zus van Habiba te trouwen.

Vernietiging van Twin Towers Op 11 september 2001 worden in Amerika Twin Towers en het Pentagon aangevallen door een terreurcel van Al Qa’ida. Zijn eerste reactie is dat je met geweld niets oplost. Hij is het niet eens met het Amerikaanse beleid, maar zo’n gewelddadige actie is volgens hem ook niet goed. Maar een paar dagen later vertelt hij zijn vriend dat volgens hem de joden achter de aanslag zitten.

Toch gaat Mohammed zich begin 2002 weer inzetten voor de jongeren in de buurt. Hij geeft leiding aan de zelforganisatie van Marokkaanse jongeren, verwoordt hun gevoelens en verlangens, schrijft columns in het buurtkrantje en richt een computerclub voor jongeren op. In februari 2002 organiseert hij een politiek café in het buurtcentrum Eigenwijks. Hij kreeg daarmee aanzien binnen de groep. Telkens wijst er op dat er niet genoeg voorzieningen zijn voor de jongeren in de buurt, dat ze daarom maar wat rondhangen, en dat zij een eigen jongerencentrum moeten krijgen.

Het lukt hem echter niet om een nieuw jongerencentrum van de grond te tillen. Het bestuur van het stadsdeel wil wel met hem praten, maar hij krijgt slechts vage toezeggingen. Met hulp van de buurtvereniging Eigenwijks maakt hij samen twee vrienden in een aantal maanden een degelijk plan voor nieuw jongerencentrum in Overtoomse Veld-Noord. Mondriaans Doenia noemt hij het plan, Mondriaans Wereld. Als zij hun plan op 2 mei 2002 voorleggen aan een wethouder van de deelraad, krijgen zij de kous op de kop. “Ik ondersteun het niet, ook al zou ik het geld ervoor hebben”, zegt wethouder Harro Hoogerwerf. Het subsidieverzoek wordt daarna in Den Haag ingediend, maar op het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verdwijnt dit in de prullenbak. Voor Mohammed is dit de druppel die de emmer doet overlopen. Eerst wordt hem een jongerencentrum ontnomen, dan worden er beloftes gedaan die niet worden nagekomen, en vervolgens wordt een met veel zorg en energie opgestelde subsidieaanvraag voor een echt jongerencentrum met één ambtelijke pennenstreek afgewezen. In december 2002 voert Mohammed samen met de coördinator van Eigenwijks, Dirk Glastra van Loon, nog een gesprek op het ministerie. Mohammed licht zijn plan toe. Maar hij ontploft als daarna een vrouwelijke beleidsambtenaar vraagt hoe hij weet dat zijn plan werkt. Hij gooit zijn armen in de lucht en schreeuwt: “Zijn wij nou zo slim of jullie zo dom?“

Mohammed B. in 2003. Zonder balkje, maar met bril en muts.
Mohammed B. in 2003
Mohammed is diep teleurgesteld: jaren hard gewerkt, maar geen enkel resultaat geboekt. Hij breekt na vijf jaar zijn HBO-opleiding af, heeft geen diploma en beland in de bijstand. Zijn strafblad wegens geweldsmisdrijven is geen aanbeveling voor een goede baan. Mohammed begint zijn toevlucht te zoeken bij de islam. In een ruimte van de buurtvereniging Eigenwijks gaat hij via internet op zoek naar islamitische teksten die hem wel aanspreken. Hij gaat volledig op in zijn speurtocht naar islamitische zingeving en wil een eigen website opzetten. Mohammed wordt steeds ‘fundamenteler’. Dat wordt ook uiterlijk zichtbaar. Hij laat zijn baard staan en loopt rond in islamitische kledij (djebella en gebedsmutsje). Zijn jovialiteit en toegankelijkheid verliest hij. Mohammed wordt koel.

Ondanks zijn steeds radicaler wordende islamitische opvattingen en gedragingen wordt Mohammed begin 2003 door de buurtvereniging Eigenwijks aangenomen als beheerder van een zaaltje. Hij leek daarvoor een goede instelling te hebben. Hij was dienstbaar, altijd inzetbaar en dag en nacht bereikbaar. Maar er ontstaan direct al problemen. Mohammed maakt op religieuze gronden bezwaar tegen het schenken van alcohol in het zaaltje. Bovendien maakte hij bezwaar tegen het gemengd gebruik van het zaaltje: mannen en vrouwen moesten volgens hem van elkaar worden gescheiden. Ondanks alle pogingen om hierover een compromis te bereiken, houdt hij halsstarrig vast aan zijn uitgangspunt. Met hem viel niets meer te regelen. Voor de leiding waren Mohammed’s eisen onverteerbaar. Het contract met Mohammed wordt beëindigd.

Hij heeft nu alle tijd om zich verder in de islam te verdiepen. Hij sluit zich op in zijn huis en zit urenlang achter de computer om radicaal islamitische teksten te lezen, te vertalen, zelf stukken te schrijven en onder een schuilnaam via internet te verspreiden. Mohammed ontpopt zich als een moderne telewerkende terrorist, een teleterrorist.

In het stadsdeelbestuur begon men zich ernstig zorgen te maken over de radicalisering van Mohammed B. De politie werd geïnformeerd, en deze stelde op haar beurt de AIVD op de hoogte. Mohammed B. was echter al eerder bij de AIVD in beeld gekomen door de stukjes die hij schreef in de buurtkrant Over ’t Veld. Mohammed begon daarin zijn nieuw verworven islamitische inzichten uit te dragen.

Normen en waarden, islam en integratie volgens Mohammed B.
Voor de AIVD komt Mohammed B. op 1 augustus 2002 in beeld met zijn stuk over Normen en waarden. Daarin probeert hij met korancitaten aan te tonen dat het niet goed is om op straat rond te hangen en dat men zich de klachten van degenen die last van hangjongeren hebben zou moeten aantrekken. “Maar helaas heeft niet iedereen dit verantwoordelijkheidsbesef en dat zijn nou net degenen die voor excessen zorgen.”

In Mijn maatschappelijke invulling legt hij uit hoe hij dit in praktijk wil brengen. De Werkgroep Jongeren waarin hij participeert krijgt “het eeuwige verwijt” dat zij geen allochtone vrouwen bij haar activiteiten betrekt. Hij noemt het verwijt arrogant en wijst erop dat de werkgroep geen professionele maatschappelijke instantie is. Vrouwen worden volgens hem niet uitgesloten, maar ‘op gepaste wijze’ aangesproken vanuit zijn eigen islamitische overtuiging. Vrouwen een hand geven doet hij dan al niet meer.

In Jihad in Amsterdam West [28.11.02] laat hij zien hoe sterk zijn buurtactiviteiten door de islam geïnspireerd zijn. Zijn rapport over de activiteiten van de Werkgroep Jongeren wordt ingeleid en is doorspekt met citaten uit de koran en religieuze vroomheden. Hij houdt een pleidooi voor een vreedzame jihad tegen het negatieve imago van de buurt.

In Islam en integratie [13.2.03] geeft Mohammed B. een heel eigen interpretatie aan het begrip integreren. Hij zocht in het Prisma-woordenboek op wat het betekende: in een groter geheel opgenomen worden. Dat verklaart volgens hem “het hele islamitische concept van onderwerping (lichaam en geest) aan die Ene Macht die dé schepper is van het grotere geheel dat we het universum noemen en waar de mens deel van uit maakt”.

Met een vrouwelijk redactielid van het wijkorgaan Over ’t Veld maakt Mohammed ruzie over haar interpretatie van een aantal koranverzen. Hij keurt haar interpretatie af. “Ik heb gelijk en jij niet, want ik ben een man en jij bent een vrouw.” De vrouw treedt daarna onmiddellijk uit de redactie.

Mohammed heeft zijn roeping gevonden en laat iedereen weten: “Ik ga de profeet volgen.” Hij raakt vervreemd van zijn familie en veel van zijn oude vrienden, maar krijgt veel nieuwe radicale ‘broeders’ en ‘zusters’ voor in de plaats.

De AIVD weet inmiddels ook dat er in zijn woning in de Marianne Philipsstraat huiskamerbijeenkomsten plaats vinden van radicale gere-islamiseerde jongeren en dat hij onderdak verleende aan een van de leiders van deze ‘Hofstadgroep’: Nouriddin El-F. Mohammed verdwijnt steeds meer uit het zicht. Zijn spijkerbroek is vervangen door een djellaba, hij gaat vijf keer per dag bidden en bezoekt de omstreden El Tawheed moskee. Daar ontmoet hij geestverwanten en komt hij in contact komt met mannen uit Egypte, Algerije en Syrië die speciale cursussen en lezingen geven. Samen met Nouriddin El F. gaat hij naar een lezing van de Syrische geestelijke Radwan al Issa —alias Abu Khaled— in een belwinkel in Schiedam. Zij nodigen de charismatische Syriër uit om in de Amsterdamse woning van Mohammed ook lezingen te geven. Daar komen de ‘aspirant leden’ van de Hofstadgroep bijeen om zich door Radwan al Issa te laten voorbereiden op de jihad.

Mohammed vervreemde niet alleen van zijn eigen familie en vrienden, maar ook van de leiders van zijn lokale geloofgemeenschap. Als kleine jongen kreeg hij in zijn buurtmoskee Al-Oumma aan de Postjesweg koranlessen van imam Ahmed. In de zomer van 2003 is hij al zover doorradicaliseerd dat hij zelfs de prototypisch orthodoxe Al Tawheed moskee te liberaal vindt. Tegen imam Ahmed zegt hij: “Ik kom u vertellen wat de islam is.” [NRC 12.11.04].

Mohammed is er inmiddels vast van overtuigd dat hij de waarheid in pacht heeft. Hij denkt dat hij plotseling het licht en de waarheid heeft gezien. “U vertelt de waarheid niet”, zegt hij tegen de imam. Mohammed probeert de imam uit te leggen dat de manier waarop Allah zijn wetten heeft geformuleerd niet veranderd kan worden en dat men geen echte moslim kan zijn zonder deze goddelijke wetten volledig te gehoorzamen. De imam is verbijsterd over de hooghartigheid van ‘deze kleine jongen‘. In zijn wekelijkse vrijdaggebed refereert de imam naar zijn absurde confrontatie met een kleine jongen die hem de les kwam lezen.

“Ik maak jullie dood”
In mei 2004 maakt Mohammed B. ruzie met een beveiligingsmedewerker van de Sociale Dienst en bijt hem toe ‘ik maak je dood’ en ‘ik ruk je hart eruit’. Op 29 september 2004 belandt hij weer in de politiecel nadat hij bij een bekeuring wegens zwartrijden amok maakt. Bij zijn verhoor weigert hij de agent een hand te geven. De politieagent vraagt hem naar een verklaring voor zijn slecht gedrag. Hij spuugt op de grond en roept: ‘Ik haat jullie’. Bij zijn arrestatie droeg Mohammed een tas vol papieren. De politie maakt daar kopieën van en stuurt deze door naar de AIVD. Het zijn handgeschreven teksten over de islam, lijsten met telefoonnummers en twee inventarissen: een lijst van spullen in zijn huis en een boekenlijst met werken over de islam. Onderaan is geschreven: “Overige boeken, zie maar wat mee te doen.“ Beide documenten zouden later worden teruggevonden als bijlagen bij zijn testament [NRC 9.7.05].
Ondanks al deze alarmerende signalen wordt het gevaar van Mohammed B. door politie en inlichtingendiensten verkeerd ingeschat. Bij de politie stond Mohammed B. bekend vanwege geweldsdelicten. Tussen 1997 en september 2004 komt hij vijf maal in aanraking met de politie. Hij verzet zich vooral tegen politieagenten; hij beledigt, schopt en slaat hen.

Ook bij de AIVD was hij bekend. Maar hij stond niet op lijst van 150 personen die door de dienst nauwlettend in de gaten worden gehouden. De AIVD had geen indicaties dat Mohammed B. voorbereidingen trof voor gewelddadige acties. “Aanwijzingen dat hij risicovol was, waren er niet“, zei minister Remkes tijdens het Kamerdebat over de moord. Mohammed B. verkeerde in de omgeving van de groep extremistische moslims voor wie de AIVD aandacht had, maar zou niet tot de kerngroep behoren. Voor de AIVD speelde hij een bijrol in het onderzoek naar andere personen, zoals Samir A., die in de zomer van 2004 voor de tweede maal werd opgepakt op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag.

Al in december 2002 was Mohammed zo ver doorgeradicaliseerd dat hij opperde “dat er een bomaanslag gepleegd zou moeten worden, waarbij veel doden zouden vallen” [Nouriddin el F. in ambtsbericht AIVD]. Hij omarmde de oproep tot een heilige oorlog, de islamitische jihad. En hij begon die boodschap op grote schaal via internet en e-mail te verspreiden. Politie, justitie en inlichtingendiensten onderschatten het terroristisch potentieel van Mohammed B. volledig. Dit bleek een fatale vergissing te zijn.

Het laatste avondmaal
De (zelf)moordenaar in spé ontvangt op maandagavond 1 november 2004 een aantal vrienden bij hem thuis. Het is ramadan en Mohammed wist zeker dat dit de laatste avond van zijn leven zou zijn. Hij krijgt bezoek van Jason W. en Ismail A., die op 10 november na een belegering van de Antheunisstraat in Den Haag werden gearresteerd. Zij nemen soep voor hem mee (aldus de verklaring van Fahmi B.). Ze eten laat en er worden herinneringen opgehaald over vroeger. Er wordt gelachen tijdens het laatste avondmaal.

Na middernacht maakt Mohammed samen met Rachid Bo. en huisgenoot Ahmed H. nog een wandelingetje rond de Sloterplas. Zij luisteren via een mp3-speler naar koranteksten en Mohammed wijst bewonderend naar de mooie, rustige lucht. Zijn vrienden kijken ook naar boven, maar zeggen niets terug.

Als ze tegen tweeën thuiskomen gaan Mohammed en Ahmed direct naar bed. Ze staan om half zes op om te eten en het ochtendgebed te doen. Daarna gaat Ahmed weer naar bed. Mohammed verlaat het huis. Hij heeft een afspraak met de dood [NRC 9.7.05].

De zelfbenoemde martelaar neemt zijn opdracht serieus. Theo van Gogh wordt op klaarlichte dag op beestachtige wijze afgeslacht. Eerst wordt hij beschoten (‘wel twintig schoten, heel gericht’), het pistool wordt rustig herladen met een nieuw magazijn, daarna wordt met een mes heftig ingestoken op het slachtoffer: ‘tenminste 10 keer’, ‘in volle haat’, ‘alsof hij een autoband stuk probeerde te steken’. Hij snijdt de keel van Theo door. Pakt uit rugzak een tweede mes en een stukje papier. Schrijft een korte tekst en steekt de dichtgevouwen boodschap met een eenvoudig keukenmes in de borst van het slachtoffer.

In de tekst wordt opgeroepen tot de islamitische heilige oorlog. Zelf droeg hij een afscheidsbrief bij zich: In bloed gedoopt. Wat velen vreesden bleek waar: de moordenaar handelde vanuit een radicaal-islamitische achtergrond. Theo van Gogh werd het eerste slachtoffer van de islamitische jihad in Nederland.

De moordenaar beriep zich tijdens zijn verhoren door de politie en zijn proces voor de rechter op zijn zwijgrecht. Dat is zijn goed recht. Maar hier proberen we Mohammed B. toch tot spreken te brengen, en naar hem te luisteren.

Waar ging het mis met die zachtmoedige, intelligente en dienstbare Mohammed B.? Wat waren de sleutelervaringen die hem deden ontsporen? Tegen welke muren liep hij op? Hoe kan iemand die zo probeerde aan te passen aan de Nederlandse cultuur toch uiteindelijk een moord met terroristisch oogmerk begaan? Wat bezielde hem om niet alleen het leven van Theo van Gogh, maar ook dat van zichzelf te willen vernietigen? Wie waren er nog meer op de hoogte van zijn moordplannen?

Index


Rust zacht — met ketelmuziek
De dood van Van Gogh riep heftige reacties op in de Nederlandse bevolking. Men is geschokt door de gruwelijkheid van de moord en ontdaan over de brutaliteit waarmee de basisprincipes van de democratische rechtsstaat werden uitgedaagd. Zelfs de meest ‘rustige’ staatsburgers geven uiting aan hun diepe verontwaardiging over zo’n meedogenloze daad. Zij voelen zich bedreigd én uitgedaagd.

Herdenkingsbloemen voor Theo van Gogh, op de plaats van de moord. Herdenkingsbloemen voor Theo van Gogh, op de plaats van de moord.
Er was een Amsterdammer dood gemaakt. De eerste reacties op het internet concentreerden zich op de condoleance registers. Daarin werd uiting gegeven aan woedende emoties van medeleven. Velen grepen de gelegenheid aan om hun eigen radicale oplossingen te presenteren. Op Condoleance.nl wenst Danier de familie en vrienden van Van Gogh veel sterkte toe. Maar daaraan wordt direct toegevoegd:

De treurnis over de dood van Van Gogh werd bij velen omgezet in een ongemene agressie tegenover alles wat ‘cultuurvreemd’ wordt ervaren. We zijn te slap en moeten maar eens van ons afslaan. “We kunnen niet eens meer onze mening uiten in ons eigen land” [Angelica]. Naast grote verontwaardiging over aantasting van de vrijheid van meningsuiting en zinloos geweld, staan oproepen tot nog meer geweld: wraak. “Misschien moeten we de volgende keer maar een imam afmaken als hij z’n bek over de Nederlandse samenleving opentrekt” [anoniem]. “Wie steekt de eerste moskee in brand! ik hoop dat er velen in vlammen zullen opgaan” [Nederlander]. “Hollanders wordt wakker !!! Het wordt tijd dat we het recht in eigen hand gaan nemen! Om te beginnen in de achterstandswijken” [Henk]. “Gooi dat bagger het land uit en sluit de deuren!” [Leo].

Er werden historische parallellen getrokken. “Eerst Pim, nu Theo, wie is de volgende?” [Michael], terwijl anderen juist de unieke eigenschappen situatie benadrukten. Het was de eerste keer dat Nederland praktisch werd geconfronteerd met internationaal georganiseerd islamistisch terrorisme. Waaraan hadden we dat te danken?

Moest Van Gogh dood omdat hij de Islam zag als een achterlijke cultuur, omdat hij moslims voor “geitenneukers” uitmaakte en Abou Jahjah —“de Belgische pleitbezorger van het ware geloof”— een “pooier van de Profeet” noemde? Net als Ayaan Hirsi Ali zag hij de profeet Mohammed als een “perverse tiran”. Natuurlijk ging Theo te ver toen hij alle moslims als “de religieuze fascisten van de Islam” [21.12.03] in de verkeerde hoek plaatste. Het getuigt niet alleen van banaliteit, maar ook van slechte smaak. Daar staat tegenover dat Theo hartstochtelijk wilde zeggen wat hij vond. “Geweld moet je niet uitlokken door angstig te doen”, zei hij. Theo wilde zeggen wat hij vond. Zijne ‘kale heiligheid’ (=Pim Fortuyn) werd zijn idool. Dat vrijheid van meningsuiting altijd beperkt wordt door regels van fatsoen en redelijkheid, beschouwde Theo van Gogh als ergernis. Hij wilde gewoon altijd zeggen wat hij vond. Zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de consequenties van zijn eigen optreden.

Hij leerde de macht van het gepubliceerde woord. ‘Kutmarokkaantjes‘ was het woord dat kleefde aan de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk. Zoals geitenneukers onverbrekelijk verbonden zal blijven aan het testament van Theo van Gogh. Er zijn betere kwalificaties te bedenken om als mens herinnerd te worden. Bij Van Gogh was het vaak alleen maar een vorm van idiote stoerdoenerij. “Een enkele keer kan het passend zijn, maar bij veelvuldig gebruik verliest het ook elke provocatieve betekenis” [Karin Spaink].

Theo van Gogh nam over bijna alles controversiële standpunten in: over de multiculturele maatschappij en de positie van de vrouw in de islam, en uiteraard over de moslims, en de islamieten. Maar hij had ook zo zijn eigen diskwalificaties voor magistraten, hoofddoekdragers, homo’s en Nederland.

Theo van Gogh werd steeds meer omarmd door rechtsextremisten en gehaat door gelovige moslims. En Theo was een ‘soft target’ die zonder enige bescherming rustig op zijn fiets door Amsterdam tufte. Voor veel moslims was Hirsi Ali als afvallige de grootste steen des aanstoots. Maar zelfs voor islamitische terroristen was dit primaire doelwit te goed beschermd. Het kostte haar een waarschijnlijk duurzame ontwrichting van haar persoonlijke, sociale en politieke leven. Het kostte Theo van Gogh zijn leven.

Submission als steen des aanstoots
Beeld uit Submission De film Submission die Hirsi Ali samen met Theo van Gogh maakte was voor veel moslims een steen des aanstoots. Zij stonden en staan daarin overigens niet alleen. In Trouw [30.8.04] schreef Ton Crijnen dat Hirsi Ali weer op oorlogspad was en dat haar ‘schokkende provocatie’ nergens toe zou leiden.
    “In de twaalf minuten durende film wordt op een voor gelovige moslims ongekend provocerende en blasfemische wijze met het meest heilige van hun religie omgesprongen: teksten uit de koran. Die worden op de rug van een half ontkleed meisje getoond. En een in doorzichtige, niets verhullende nkaab ‘geklede’ vrouw stelt de vrouwonvriendelijkheid van het Heilige Boek aan de kaak.” Hirsi Ali probeerde op die manier “de wreedheid van de islam jegens vrouwen bloot te leggen”. Maar de vraag was voor wie zij dat eigenlijk deed. Betsy Udink (schrijfster en Trouw-columniste) waarschuwde Hirsi Ali: “Daar krijg je wel troubles mee”. Hirsi Ali vermoedde dat “de hele moslimwereld over me heen zal vallen”.
Moslims hechten sterk aan de heilige traditie van de Koran. Zij identificeren de Koran met alles wat religieus kostbaar en emotioneel rijk is. Daarin is geen plaats voor relativering, spot of obsceen taalgebruik. Moslims verdedigen de heiligheid van Gods woord zoals neergelegd in de Koran op zeer felle wijze. Pogingen om de heiligheid van de koranverzen in diskrediet te brengen worden beschouwd als aanslagen op de islam. Hoewel veel moslims in Nederland geleerd hebben veel dingen te relativeren, geldt dit zeker niet voor kwesties die de eigen religie betreffen.
    “Er is alle reden om geweld tegen vrouwen in islamitische kring, zowel in Nederland als daarbuiten, aan de kaak te stellen en hierover een kritische dialoog met moslims aan te gaan.”
Beeld uit Submission Maar toch vreest Ton Crijnen dat de wijze waarop dit in Submission is gebeurd er alleen maar toe leidt “dat moslims de wagens in een kring zet, men de oren dichtstopt en zelfkritiek weinig kans meer krijgt. Te meer daar de kastijding komt van twee personen (van wie de ene een ‘afvallige’) die door hun ongeremde uitspraken uit het recente verleden —Hirsi Ali: ‘Mohammed is pervers’; Van Gogh: ‘moslims zijn geitenneukers’— toch al weinig krediet meer hadden. Natuurlijk, kunst is autonoom, hoort te provoceren en grenzen te verkennen, maar als men een boodschap wil overbrengen dient men toch ook de spankracht van de doelgroep in het oog te houden. De meeste moslims zien heiligschennis-in-de-naam-van-vrijheid-van-meningsuiting, zoals nu door het duo Hirsi Ali-Van Gogh bedreven, als het zoveelste bewijs van westerse minachting jegens de islam. Ze heeft haar wortels in de tijd van de Kruistochten en kent sindsdien een lange en hardnekkige geschiedenis. In moslim-ogen geeft onze tijd een nieuwe opleving van anti-islamisme te zien.”

Middels Submission probeerde Hirsi Ali moslims en vooral moslimvrouwen los te maken van hun onderdrukkende geloof. Zij is daarin niet erg succesvol geweest. Zelfs bij moslimvrouwen in Blijf van mijn Lijfhuizen riep de film alleen maar afschuw op. Als getuigenis-politica pendelt Hirsi Ali heen en weer tussen twee tegenstrijdige doelstellingen. Enerzijds probeert zij als atheïste de moslims van hun geloof af te brengen. Anderzijds wil zij moslims bekeren tot een liberale versie van hun geloof. Ronald Plasterk heeft er terecht op gewezen dat het effect van haar politieke optreden gering —zo niet contraproductief— is, juist omdat haar verhaal niet consistent is [Volkskrant 3.12.04]. Ondanks haar strijdbaar atheïsme zegt ze niet tegen de islam als zodanig te zijn. En ondanks haar poging om moslims tot een meer tolerante versie van hun geloof te brengen stelt zij nadrukkelijk dat een liberale Europese islam niet mogelijk is. “Er is maar een islam”. En dat is precies wat fundamentalistische en orthodoxe islamisten beweren. Haar samenwerking met Theo van Gogh, die alle moslims doelbewust en grof beledigde, heeft wel een provocatieve en spraakmakende film opgeleverd. Maar het heeft haar kansen om moslim(vrouwen) te overtuigen zeker niet groter gemaakt. Als het doel van Hirsi Ali is om de positie van moslimvrouwen te verbeteren dan is zij daar met Submission volledig aan voorbijgeschoten.

De condoleanceregisters op internet werden direct na de moord op Van Gogh overspoeld met racistische reacties. Van “Pim had gelijk, de islam is een verrotte cultuur!!” via “Flikker die stinkmoslims het land eens uit” tot aan “Moslims zijn kut, muslims zijn klote. Moslims moeten dood”. Van Condoleance.nl werden ruim 3500 berichten verwijderd, en nog stond de site bol van racistische taal.

Ook op condoleanceregister.com waren de extremistische reacties niet van de lucht. De stemming wordt soms nog relatief gematigd ingezet.

Maar zeer vaak wordt geput uit de meest duistere hoeken van het rechts-extremistische repertoire: Of uit de meest fanatieke hoeken van het islam-fundamentalisme: Het regende ook klachten bij het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). Daarbij ging het onder andere om teksten zoals: Maar er zijn ook radicaal-islamistische geluiden te horen:

Het was geen toeval dat er zoveel rechts-extremistische uitlatingen op de condoleance registers te lezen waren. De moord werd gepleegd door een Marokkaan die zijn daad legitimeerde met islamitisch-fundamentalistische teksten. Dit veroorzaakte bij veel autochtone Nederlanders een heropleving van een exclusief nationaal sentiment tegenover vreemdelingen met vreemde gewoontes en geloven. Deze spontane emotionele reacties op de moord op Van Gogh werden echter doelbewust gestimuleerd en geradicaliseerd door racistische, etnocentrische, nationalistische en fortunistische politieke krachten. Op extreem nationalistische en racistische sites werd opgeroepen om de condoleanceregisters te tekenen. De moord op Van Gogh werd aangegrepen om de verontruste burgers duidelijk te maken dat er nu onmiddellijk draconische maatregelen genomen moesten worden.

Index


Treitersites
Gedenk
Het is weer een MAROKAAN
Natuurlijk zonder BAAN
Die niet INTEGREERT
Maar wel INTIMIDEERT
Hij wil de taal niet LEREN
Maar wel blijven PROFITEREN
Ons kabinet zegt ga je GANG
En een eerlijk iemand leeft niet LANG
En de moslims gaan maar door met MOORDEN
En de politiek heeft weer geen WOORDEN
Doe de grenzen nu maar weer TOE
Want we zijn die moslims moorden MOE
[Anonieme inzender in onafhankelijk.nl]
De treitersite GeenStijl wist ook van wanten. In de waan van Pim Fortuyn wist zij al langer dat de multiculturele samenleving een onding was. Het was een illusie die alleen maar door de linkse kerk in stand gehouden werd. Nu moest daaraan definitief een einde komen: weg met dat pappen en nathouden - pak het probleem bij de kern aan. De meest doordachte en beschaafde oplossing die Geenstijl kan bedenken is: “Niks de dialoog aangaan, het wordt tijd geweld met geweld te vergelden. Oog om oog, tand om tand!” [Fleischbaum, 08.11.04]. Gespierde retoriek, dreigende metaforen. Treurige illustraties van de cultuur van de grote bekken.

Ook op Volkomenkut bepalen de grote bekken de toon. “Islam verboden geloof en alle moskeen sluiten” [peut] is nog gematigd. “Kankerislam, allemaal naar hun eigen land terug en een atoompje erover” [cnn]. Het kan nog wreder. “Tijd voor een tweede Hitler en dit keer de moslims aan het gas en meer dan 6 miljoen! Heropen Auschwitz, nu!” [Joop]. Uiteraard heeft ‘links’ het weer gedaan. “Eerst Pim, nu Theo! Het bloed van de linksen zal door de straten vloeien” [perenprak]. De moord op Van Gogh wordt zelfs als een goed voorbeeld neergezet: “Neem een voorbeeld aan de moslims, snij de linksen hun kop af” [dehavenkroe]. Tussen al dit verbaal geweld valt nauwelijks op dat er soms ook tegendraadse bijdragen worden geplaatst. Zoals deze: “Christen, Jood of Islamiet. Mensen doden doe je niet” [w].

Index Van cyberjihad tot politieke moord

Internet als platform voor gewelddadige jihad
357hosting.com
In de radio 1 uitzending van 1opdemiddag op maandag 2 uur (8 november 2004) werd 357hosting.com afgeschilderd als de grootste terroristen-host ter wereld die aan duizenden extremistische en fundamentalistische sites onderdak zou bieden. “Nederland is één van de grootste thuisbases van extreme Islamitische websites ter wereld.” Ghaazi van 357hosting is boos op VolkomenKut, Netwerk en 1opdemiddag. Het zijn leugenaars, zegt hij [zie radio-online.nl]. Planet Multimedia en Netkwesties hadden overigens al eerder de aandacht gevestigd op 357hosting.
    357hosting is een eenmansbedrijfje dat zich specialiseert in het anoniem hosten van extremistische moslimsites. Omdat het flinke kortingen geeft aan islamitische sites, wordt vermoed dat het bedrijf door kapitaalkrachtige fundamentalisten wordt gefinancierd. Het in Nieuwegein gevestigde bedrijf kwam eerder in opspraak, omdat het Amerikaanse Simon Wiesenthal Instituut van de Nederlandse overheid eiste dat de sites onmiddellijk werden gesloten. Daarbij ging het vooral om de site Hamasonline.com, de site van de Palestijnse bevrijdings- c.q. terreurorganisatie, die op 12 september 2003 voorkomt op de lijst van terroristische organisaties die door de Europese Unie is opgesteld [EU groups and people, non-EU groups and people]. Het Openbaar Ministerie verklaarde pas in actie te komen als er aangifte werd gedaan, zodat de zaak via het strafrecht geregeld zou kunnen worden. Zij zag geen andere procedure om de websites van 357hosting te sluiten. In mei 2005 startte het Openbaar Ministerie op verzoek van de Zwitserse autoriteiten een onderzoek naar 357hosting.
    Naar aanleiding van de commotie die om 357hosting ontstond ging het bedrijf in 2005 in andere handen over. De ex-directeur droeg zijn zaken over aan iemand in Jordanië.
Mohammed B. en zijn vrienden maakten intensief gebruik van internet om hun denkbeelden te vormen en uit te dragen. Zij opereerden in diverse discussiefora en maakten hun eigen webpagina’s. Zij beschikten over eigen webpagina’s voor jihadstrijders — vaak bij MSN groups, bijvoorbeeld onder de naam ‘5434’ en ‘twaheedwljihad’. Al deze websites zijn inmiddels van internet verwijderd. Via deze sites en hun satellieten krijgen we zicht op hun visie op de cyberjihad in de wereld en in Nederland.

Dit is hun visie op de toekomst van de wereldvrede:

Deze boodschap wordt op speciale wijze aan de islamitische man gebracht: er worden jihadlessen gegeven in de Moskee Abie Bakr Essadieq in Almere, en er worden religieuze boeken vertaald en van inleidingen voorzien. We krijgen ook zicht op de planmatige opbouw van een klimaat waarin de moordenaar van Theo van Gogh werd gerekruteerd en afgericht. Het is een kroniek van een aangekondigde politieke moord.

Index Bilal L.: islamitische terreur via internet

Aboe Qataadah —die later bekend werd onder zijn arrestantennaam Bilal L.— maakte deel uit van de vriendenkring van Mohammed B. Hij was al eerder actief in MSN-groepen met de namen: Al-Ansar, Shareeah, A Salafoe Saali7 en 9113. Hij vertoonde zich regelmatig op sites als Marokko.nl en Maroc.nl (voorbeeld over verschil tussen een Kaafir en een Moslim), en werd daar regelmatig uitgesloten (geband). Hij plaatste een lijst met adressen van vliegscholen en schietverenigingen en gaf advies over boeken die bij de El Tawheed-moskee besteld kunnen worden.

Het viel ook op bij anderen. Op 10 maart 2004 maakt bijvoorbeeld Chin_Tok melding van de Nederlandse jihad-sites op het VPRO-forum Tegenlicht. Hij vraagt zich af: “Ik ben benieuwd wanneer de AIVD eens actie gaat ondernemen.” Op 19 februari 2004 had Chin_Tok ook al gewezen op de Nederlandse jihad-site groups.msn.com/shareeah. “Ik denk dat jullie nog slapen.” En refererend aan groups.msn.com/5434 merkt hij in het forum van Twee-Vandaag [31.3.04] op: “Kijk eens wat ik gevonden heb. Ben benieuwd waar de AIVD blijft. Ik denk dat het alleen een kwestie van tijd is dat er hier in NL een aanslag komt.”

Index


Schieten met zuivere intentie
www.qoqaz.nl
Aboe Qataadah had zijn schietlessen overgenomen van de site Jihad in Tsjetsjenië (www.qoqaz.nl) die vanaf november 2000 op het internet verscheen. Deze site werd opgezet door de Haagse stichting Funds Beyond Frontiers (FBF). Het doel van de stichting is “het hulp bieden aan moslimse oorlogsslachtoffers”. In werkelijkheid gaat de site aanzienlijk veel verder. De gewelddadige strijd wordt verheerlijkt en openlijk aangemoedigd. De makers van de site verheerlijken de ‘Martelaar Sheikh Abdullah Azzam’, wiens gevleugelde woorden: “Jihad en het geweer alléén. GEEN onderhandelingen, GEEN conferenties, GEEN dialogen”, eindeloos worden herhaald. Nederlandse moslims worden opgeroepen zich voor de heilige oorlog te wapenen en te trainen.
    Vanaf het begin bevat de site een pagina met praktische instructies voor aankomende jihadisten: Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de Jihad. Daarin wordt niet alleen duidelijk gemaakt dat militaire training een islamitische plicht is, maar worden tevens zeer praktische aanbevelingen gedaan voor fysieke training, gevechts- en overlevingstactieken, het gebruik van vuurwapens en de militaire training binnen en buiten ‘uw land van vestiging’. Abu Qataadah kopieerde zijn aanbevelingen voor schietlessen letterlijk uit deze pagina (die overigens uit het Engels werd vertaald). De tekst werd in 2001 aangetroffen in de puinhopen van een terroristisch trainingskamp ten zuiden van Kabul, Afghanistan. Het document werd voor het eerst gepubliceerd op Azzam.com, een nu gesloten site die zich toelegde op de propaganda voor de wereldwijde jihad.
    In 9 april 2001 werd de site www.qoqaz.nl uit de lucht gehaald vanwege de oproepen tot deelname aan de ‘heilige oorlog’. “Wegens verkeerde interpretatie door de verschillende media de afgelopen dagen is het ons verstandig gebleken deze site te sluiten,” werd er op de openingspagina gezet. Vanaf 24 februari 2004 dook de pagina Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de jihad echter weer op in de MSN-groep ‘5434’.
    De eigenaar van een van de 10 schietverenigingen die daarin worden genoemd, schakelde de politie in. “Wij willen op geen enkele manier met de jihad worden geassocieerd. Nu moeten we iedere moslim die lid wil worden, op een goudschaaltje leggen”, zei Erik Jonker, voorzitter van Shogun tegen Het Parool [15.3.05]. Op 14 maart werd de site door MSN van de server verwijderd [Webwereld].
Aboe Qataadah is een man van de praktijk. In zijn op de MSN-groep ‘5434’ in april 2004 geplaatste oproep legt hij zijn moslimbroeders uit hoe zij te werk moeten gaan bij het nemen van schietlessen. Hij legt uit dat het ook in Nederland mogelijk is om legale schietcursussen te volgen en geeft adressen en telefoonnummers van de schietbanen. Om niet al te veel op te vallen raadt hij aan om de cursussen met een partner te volgen. “Probeer dit soort activiteiten geheim te houden zodat u van een zuivere niyya (intentie) mag uitgaan. Wanneer u op de schietbaan bent laat uw meningen en overtuigingen voor uzelf en ga niet in conclave met de andere aanwezigen. Praat daar niet over de Islam en verricht uw salaat in het geheim. U gaat naar de schietbaan voor voorbereiding op de Jihad en niet om mensen tot de Islam uit te nodigen.”

Bij bepaalde Nederlandse schietverenigingen kan men na een jaar het vuurwapen meenemen naar huis. “Doe dat niet als u uw agressie niet kunt beheersen of als u in uw privé-leven problemen heeft. Respecteer de Nederlandse wetgeving en vermijd het kopen van illegale vuurwapens. Er zijn genoeg mogelijkheden om legaal te trainen, dus verpest niet uw reputatie door de illegale kant op te gaan. Leer het meeste wat u in uw maatschappij kunt leren en leer de rest wanneer u daadwerkelijk in een land van de Jihad aankomt.”

Aboe Qataadah (19) is een ideoloog die zijn radicaal-religieuze boodschap ook op andere fora propageerde. Hij was ook actief op islaam.nl [zie overzicht] en op marrokko.nl [overzichten: (1), (2), (3)]. Zijn boodschap is duidelijk: “Het is wel goed om de jongeren aan te moedigen voor Jihaad. Want alleen Jihaad kan deze Oemmah redden en niks anders. Maar we moeten hen eerst uitnodigen naar TAWHEED. En dit geldt voor ons allen” [2.5.04].

Aboe Qataadah is geen religieus doetje, maar weet goed van zich af te schelden: “En jij bent een stuk van die ellende. Je best doen om je broeders en zusters aan te geven bij de AIVD en info geven aan bijv jongrechts.nl die kleinkinderen van apen en zwijnen.” Daarbij suggereert hij kennis van uitgelekte AIVD-rapporten.

In dezelfde gespierde taal reageert hij op iemand die de moorden van de Mujahideen afkeurt: “Wie ben jij om vanuit je luie stoel Mujahideen te bekritiseren? Jij bent maar een kakkerlak die alleen viezigheid uitbrengt.”

“Ik vraag Allaah de Verhevene om af te rekenen met de vijanden van de Mujahideen.”

Met het doden van onschuldige vrouwen en kinderen lijkt Aboe Qataadah het nog heel even moreel moeilijk te hebben. “En ik kom later hierop terug over de gijzeling wat de Shariah zegt over het doden van vrouwen en kinderen als zij onze vrouwen en kinderen doden.” Maar hij is wonderbaarlijk snel genezen van dergelijke morele bedenkingen: het doden van vrouwen en kinderen is moreel verantwoord, omdat de ‘westerlingen’ ook vrouwen en kinderen vermoorden.

Index


Dood de zwijnen die de profeet uitschelden
“Wat ik eigenlijk probeer duidelijk te maken is dat je niet naar Afghanistan of Irak hoeft te gaan om jihaad te voeren, je kunt op iedere plaats of tijdstip jihaad voeren. Jihaad nafs” [30.4.04].

In de MSN-groep tawheedwljihad geeft Aboe Qataadah antwoord op de vraag of degene die de profeet uitscheldt gedood moet worden. Zijn antwoord is helder: “Het is verplicht om degene die de Profeet uitscheldt te doden of hij nou Moslim of een Kaafir is. En Hirsi Ali en Theo van Gogh, deze zwijnen die de profeet hebben uitgescholden hun straf is de dood en hun dag komt nog met de wil van Allah..!” Ook de geleerden zijn het hier volgens Aboe Qataadah over eens. Na een kleine parade van al deze ‘geleerdheid’ besluit hij met: “Moge Allah afrekenen met de vijanden van de Islaam ...Ameen.” De tekst die hij citeert, Verplichting van het doden van degene die de profeet uitscheld, is een op 2 juli 2004 door Mohammed Bouyeri vertaalde collage van passages uit een in de 14e eeuw geschreven document.

Op de MSN-website Jama’at Al-Tawheed Wal Jihaad (inmiddels opgeheven) maakt Aboe Qataadah zijn dreigementen specifieker: “Diegenen die Moslims bestrijden of het bestrijden van Moslims op welke manier dan ook ondersteunen worden collectief als één vijand beschouwt. En Nederland heeft jammer genoeg niks geleerd van de gezegende aanvallen in Madrid... Wij Moslims accepteren geen vernedering!!...En geert wilders en hirsi ali en de NL-regering, de Mujahideen komen eraan. O, Allaah laat onze dood de Ummah weer tot leven wekken...Ameen.”

Ambassadeur van Al Qa’ida in Europa
>Abu Qatada Bilal L. leende zijn nom de guerre van de islamitische geestelijke Abu Qatada, de ambassadeur van Al Qa’ida in Europa. Hoewel hij ontkent iets met Bin Laden te maken heeft [CNN], wordt hij beschouwd als een van de meest gevaarlijke islamitische terroristen. Qatada —ook bekend onder de naam Sheikh Abu Omar en Omar Mohammed Othman— is een in Jordanië geboren Palestijn die in 1994 in Engeland asiel werd verleend. Volgens de Spaanse rechter Baltasar Garzónis is hij “de geestelijk leider van de mujahideen in Engeland”. Qatada onderhoudt nauwe contacten met terreurverdachten in Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Spanje. Bij veel terroristen worden zijn geschriften aangetroffen.
    In 1999 bood hij openlijk zijn diensten aan Bin Laden aan. Abu Qatada is een van de 12 van terrorisme verdachte buitenlanders die sinds 2002 zonder proces worden vastgehouden in de Belmarsh-gevangenis in Londen, bijgenaamd Guantánamo-aan-de-Theems. In mei 2005 werd hij vrijgelaten en hij woont nog steeds in Engeland. Hij wordt nog steeds beschouwd als de ideologische leider van Al Qa’ida in Europa. Zijn lezingen staan niet alleen op zijn eigen website, maar worden verspreid over een breedvertakt netwerk van Engelstalige en Arabische internetfora.
Het enige dat nog praktisch geregeld moet worden is het vinden van een dader, van een radicaal-islamitisch gelovige die bereid is om deze door Allah gewenste en gezegende daad kan voltrekken. Er wordt gesuggereerd dat er diverse mensen zijn die voor deze eervolle taak graag bereid zijn om hun leven te geven. Wie uitverkozen wordt om met deze eer te sterven kan echter niet de openbaarheid van internet worden besproken. Het is niet verstandig om operationele informatie openlijk via internet te verspreiden.

De boodschap is duidelijk: als je praktisch de gewelddadige islamitische jihaad wilt bedrijven, doe dat dan met mensen die je kunt vertrouwen en oriënteer je daarbij op het gezag van hogepriesters van de zuivere leer.

De martelaar in spe die nog mocht twijfelen of zijn zelfopoffering wel de moeite waard is, wordt niet alleen verleid met de 11 imaginaire zegeningen van de martelaar. Zijn lot wordt ook verzacht met een duidelijk materieel voordeel. De Mujahideen Commandantenraad maakt een belangrijk besluit bekend:

Voor een professionele moordenaar is dat niet veel. Maar voor een islamitisch fundamentalist die onthecht is van aardse beslommeringen is het een welkome aanvulling op het heil dat hem in het hiernamaals te wachten staat.

Index


Pizza’s op de Amsterdamse Wallen
Bilal Lamrani alias Aboe Qataadah werd op vrijdagavond 5 november 2004 gearresteerd bij de moskee Nasr in de Celebesstraat in Amsterdam-Oost. Als pizzakoerier dwaalde hij rond op de Amsterdamse wallen. De rosse buurt in Amsterdam werd beschouwd als poel des verderfs — zij vormde het doelwit van een aanslag die hij niet meer kon plegen. De Syriër Radwan al-Issa zou betrokken zijn bij de plannen voor een aanslag op de Wallen.

De identiteit van Aboe Qataadah kwam aan het licht door drie anonieme e-mails die de eerder genoemde Chin_Tok (of ChinTok3) stuurde aan de Nationale Recherche. De tipgever is “een bezorgde moslim”. In zijn eerste e-mail van 14 september 2004 waarschuwt hij voor een groep terroristen in Amsterdam-Oost die het gemunt had op de Wallen.

Hij schrijft dat hij er lang over nagedacht heeft om het te melden. De anonieme tipgever heeft een duidelijk motief. “Ik weet wat de gevolgen zijn als een aanslag hier komt: iedereen gaat moslims haten” [bron: Politiedossier] Na dit eerste bericht vraagt de politie hem per e-mail om meer informatie. In zijn e-mails van 27 september en 11 oktober verstrekt Chin_Tok3 meer gedetailleerde gegevens over de verdachten, waaronder hun adressen in Amsterdam-Oost. Eerst geeft hij het adres van Bilal L. en daarna meer gegevens over andere terroristen.

Index


Proces: foutje, bedankt
Tegen Bilal L. werd op vrijdag 11 februari 2005 een gevangenisstraf van vijftien maanden geëist, waarvan vijf voorwaardelijk. Hij werd aangeklaagd wegens het plaatsen van een video oproep waarin mensen werden aangespoord Wilders te onthoofden. Volgens zijn advocaat had Bilal het kamerlid niet persoonlijk willen bereiken met zijn dreigement en zou hij ook niet de bedoeling hebben gehad anderen tot gewelddadige acties aan te zetten. “Op internet praat iedereen zo. Ik heb me laten meeslepen”, zei Bilal daarover. Tegenover de rechter verklaarde hij dat hij het nooit zo bedoeld heeft en dat hij er spijt van heeft. “Ik wilde weten wat anderen ervan vonden. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat de heer Wilders het zou lezen. Dat vind ik spijtig.”

Bilal was ‘vergeten’ dat hij onder de schuilnaam Aboe Qataadah al maanden systematisch de gewelddadige jihad had gepredikt, dat hij instructies had geschreven voor het volgen van schietcursussen, en dat hij op elke site waar hij maar toegang toe kon krijgen uitvoerig uitlegde waarom iedereen die de profeet beledigde moest worden gedood. De advocaat van Bilal L. vergeleek het optreden van zijn cliënt met de engelse Prins Harry die voor de grap een nazi-uniform aantrok. Bilal L. zou een beetje naïef zijn geweest en kon de strekking van zijn doodsdreiging niet goed overzien. De officier van justitie meende zelf dat van de van Bilal L. geëiste straf een preventieve werking zou uitgaan. Men zou willen hopen dat hij daarin gelijk krijgt, maar erg waarschijnlijk is dat niet.

De advocaat van Bilal reduceerde de systematische propaganda voor de terroristische jihaad van zijn cliënt tot kroegpraat: “Dreigen op internet is als dreigen met geweld in een kroeg.” Maar de rechter wees erop dat de MSN-groep voor iedereen toegankelijk is en dat bedreigingen gericht tegen politici veel media-aandacht trekken. Bilal had dus kunnen weten dat zijn woorden een groot effect zouden hebben. Het dreigen met het onthoofden van een lid van de volksvertegenwoordiging (als straf voor het spotten met de islam) werd volgens de rechter begaan “met een terroristisch oogmerk”. Op 25 februari werd Bilal veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Op 5 maart 2005 kwam Bilal weer op vrije voeten. Men zou wensen dat Bilal L. zijn lesje heeft geleerd en dat zijn opmerkelijke terroristische carrière als Aboe Qataadah wordt beëindigd, maar erg waarschijnlijk is dat niet.

Index


Alleen op internet kreeg ik antwoorden
Voor de rechter verklaarde Bilal L. waarom hij op internet een oproep plaatste om het kamerlid Wilders te onthoofden. Bilal L. dacht dat Wilders “het geloof wilde verbieden en de moslims weg wilde hebben uit Nederland.” Hij was daarover kwaad geworden. Hij wilde alleen maar provoceren en liet zich meeslepen door de discussiestijl op internetfora. Op die manier verklaarde hij dat zijn computer vol stond met teksten over de heilige oorlog, handleidingen voor het maken en gebruiken van wapens, en met 140 foto’s van Bin Laden. Geïnspireerd door de terroristische groepering die in Irak westerlingen onthoofdt noemde hij zijn internetsite ‘tawheed wal jihad’. Aboe Qataadah ontleende zijn reputatie aan een massieve verspreiding van terroristisch gedachtegoed en aansporingen tot aanslagen via internet. Bilal L. probeert nu alle schuld op dat internet af te schuiven, en lijkt te vergeten dat hij zelf Aboe Qataadah was.

Wij zullen doorgaan....
Erg lang zou Bilal niet van zijn vrijheid kunnen genieten. Op donderdag 24 maart werd hij in zijn woning in Amsterdam opnieuw aangehouden op verdenking van samenspanning tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Zelfs vanuit zijn cel zou hij voor de gewapende jihad hebben geronseld en op verschillende plaatsen hebben geïnformeerd naar springstoffen waarmee hij zichzelf zou kunnen opblazen. Aboe Qataadah heeft Bilal L. nooit verlaten. Samen hebben zij het Nederlandse rechtssysteem om de tuin geleid en samen proberen zij hun heilige strijd voort te zetten.

Een medegevangene —Jamal B.— verklaarde Bilal tegen hem gezegd zou hebben dat de leden van de Hofstadgroep wisten van de plannen die Mohammed B. had om Theo van Gogh te vermoorden. Bovendien zou Bilal hem het pistool hebben geleverd waarmee hij op Van Gogh schoot en de fiets waarop hij reed. Maar in het proces tegen de Hofstadgroep weigerde Bilal ook maar iets te verklaren over de (leden van de) Hofstadgroep. Bovendien trok Jamal B. zijn eerdere verklaringen in.

Op 31 januari 2005 hoorde Bilal voor de rechtbank in Rotterdam drie jaar cel tegen zich eisen. Op 13 februari werd hem daadwerkelijk drie jaar celstraf opgelegd. De rechtbank achtte bewezen dat Bilal in de gevangenis mensen heeft benaderd voor het leveren van wapens en explosieven en dat hij heeft geprobeerd medegevangenen te ronselen om aanslagen te plegen tegen de vijanden van de islam.

De strijdbare geloofsgenoten van Bilal zijn hem niet vergeten. Bijna een jaar later plaatst ‘íbn firnas 23’ in het Islam & Ik forum van marokko.nl nog een gedicht “Van Aboe mihdjan voor zijn broeder Aboe Qatada”. Daarin wordt zijn heldenmoed geprezen en poëtisch gezinspeeld op de dag des oordeels waarop jihadistische krijgers de anders- en ongelovigen zullen amputeren. “Het gebrul van de leeuwen van tawheed zal nimmer vergaan...” [bron].

Index Omar A. alias Abu Nawwaar el Hossaymi wijst het doelwit aan

Yehya K.
Samir A. en Mohammed B. hebben Nederland op z’n kop gezet. Veel minder aandacht is er voor Yehya K. (17). Op 27 september 2004 wordt deze scholier uit Sas van Gent opgepakt, omdat hij Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders op internet met de dood had bedreigd. In zijn woning trof de politie grondstoffen aan voor een bom. Net als de andere van terrorisme verdachte personen voldoet hij aan het door de AIVD geschetste profiel van mensen die gevoelig zijn voor rekrutering voor de jihad: jong, van Marokkaanse afkomst en goed opgeleid. Volgens zijn school was Yehya een prima leerling en een aardige jongen. Toch was hij gevoelig voor de argumenten van moslimextremisten die —mede of primair— via internet met hem in contact kwamen.
De AIVD constateerde dat er steeds meer moslimjongeren zich onheus bejegend voelen in de Nederlandse maatschappij en te weinig perspectief zien. Jongeren van Marokkaanse afkomst hebben daar meer last van dan anderen. Zij zitten klem tussen het traditionele thuisfront en de moderne, seculiere en geïndividualiseerde samenleving. Voor Marokkaanse jongens geldt vaak niet zo’n strenge sociale controle als voor jongens uit andere etnische groepen. Dat maakt deze relatief goed opgeleide maar zwaar gefrustreerde jonge mannen vatbaar voor de verleidingen en beloftes van fundamentalistische predikers en terroristische rekruteerders (die geweld aanprijzen als een middel om zich te wreken op de vele vernederingen die moslims eeuwenlang hebben moeten ondergaan door toedoen van het Westen). Omdat zij zo weinig rooskleurig toekomstperspectief hebben lijkt een devote en strijdbare levensovertuiging een lokkend alternatief. Zo worden zij rijp voor rekrutering voor de jihad. “Een netwerk van moslimextremisten werft in Nederland islamitische jongeren en bereidt een kleine groep geestelijk voor op gewelddadige strijd” [AIVD 2002]. Zij zijn in staat om zoveel druk uit te oefenen, dat de jongeren die uiteindelijk niet kunnen weerstaan.

Er kwamen steeds meer signalen die deze diagnose van de AIVD bevestigden. Die signalen werden alarmerend toen de Hofstadgroep vastere vormen begon aan te nemen, en zich openlijk op internet begon te manifesteren.

Na de tv-uitzending van de film Submission werden Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh in de openbaarheid van internet bedreigd. Dat gebeurde op meerdere plekken, maar de MSN-groep Muwahhidin/Dewaremoslims trok om goede reden de aandacht van de inlichtingendienst. Op 30 augustus plaatste ‘Abu Nawwaar el Hossaymi’ een bericht waarin stond dat de ‘El Muwahhidin-brigade’ er na ‘een lange zoektocht’ in geslaagd was om het geheime adres te achterhalen van de ‘ongelovige duivelse’ afvallige Hirsi Ali (met foto). Dat trok verontrustende aandacht: het adres bleek te kloppen. De Nationale Recherche van het KLPD sloeg alarm [bron]. Het vermoeden rees dat jihad-militanten de bewegingen van Hirsi Ali nauwkeurig hadden geobserveerd. Dit was geen dreigement van een toetsenbordterrorist; er was iemand die over de motivatie en de informatie beschikte om het leven van Ayaan Hirsi Ali daadwerkelijk te bedreigen. In een tweede bericht schreef Abu Nawwaar: “De dood zal haar achterhalen.”

Abu Nawwaar op ErTaN
Op 3 september 2003 verschijnt de naam Abu Nawwaar ook op de weblog ErTaN. Op deze site van Ertan Kiliç belooft Abu Nawwaar dat de ‘Afvallige Ayaan’ hoe dan ook ter dood gebracht zal worden en dat zij nooit kan ontkomen aan de wraak van de Muwahhidien Brigade.
Het eerste bericht van ‘Abu Nawwaar’ bevatte echter nog een ander doelwit: “de ongelovige duivelse spotter Theo van Gogh”. Ook zijn foto werd bijgevoegd, met de nuchtere mededeling: “Adres onbekend”. Het KLPD meldt dit wel bij de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, maar zag daarin geen aanleiding om Theo van Gogh te beschermen. Op 13 september 2004 actualiseerde de AIVD —naar aanleiding van een telefonisch verzoek van de Eenheid Bewaking en Beveiliging van 3 september 2004— wel haar dreigingsinschatting van Hirsi Ali. Slechts in de marge wordt melding gemaakt van de bedreiging van Van Gogh.

De AIVD denkt op dat moment nog dat er geen terroristische daden op fundamentalistische woorden zullen volgen. De vooronderstelling van deze inschatting is dat mensen die louter door ‘emoties’ gedreven worden niet in staat zijn om hun handelingen rationeel te plannen en met de moed der fanatieke gelovigen ten uitvoer te brengen. De AIVD denkt nog te maken te hebben met relatief onschuldige spontane verbale agressie. Dit op zeer labiele vooronderstellingen berustende optimisme werd binnen zes weken op ruwe wijze verbrijzeld.

Toch vormden deze gebeurtenissen op internet voor de Nederlandse justitie voldoende aanleiding om in te grijpen. Eerst werden bij Microsoft in de VS de IP-adressen van ‘Abu Nawwaar’ opgevraagd. Met behulp van deze informatie werden daarna in Den Haag op drie verschillende adressen invallen gedaan. Pas bij de derde inval had men succes, ook al werd de verdachte daarbij niet aangetroffen. Toen de 22-jarige Marokkaan Omar A. van zijn ouders hoorde dat rechercheurs tijdens een huiszoeking zijn computer in beslag hadden genomen, meldde hij zich op 15 september vrijwillig bij de politie [NRC - 17.11.04]. ‘Abu Nawwaar’ werd ontmaskerd, opgespoord, gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld. En het bleek geen kleine vis te zijn.

Abu Nawwaar in NRC
Jutta Chorus en Steven Derix publiceerden al op 4 september 2004 een uitvoerige beschrijving van de MSN-site MuwahhidinDeWareMoslims. Zij vragen zich af hoe serieus dergelijke Al-Qa’ida propaganda-sites genomen moeten worden. “Abu Nawwaar en zijn vrienden schrijven niet veel zelf, maar plukken veel materiaal van verschillende radicale islamitische sites. Hun plechtstatige `islamitische’ taalgebruik doet onhandig aan. Opvallend is daarbij dat ze veel gebruik maken van Engels materiaal — vooral afkomstig van Abu Hamza al Misri, de eenhandige radicale imam die vast zit in een Britse cel, in afwachting van zijn uitlevering aan de VS” [NRC, 4.9.04]. De site is echter niet alleen een ontmoetingsplaats voor fans van Osama bin Laden en het is ook meer dan opdringerig geflirt met de politieke, gewelddadige islam. De MSN-site(s) worden met name gebruikt om de actualiteit van de gewelddadige jihad in Nederland te bepleiten en om doelwitten aan te wijzen.
Vanaf 1 juli 2004 had Omar A. berichten geplaatst op de MSN-groep Muwahhidin/dewaremoslims. Als ‘assistent-beheerder’ van de groep vertaalde hij jihad-teksten —waaronder een communiqué van Al-Qa’ida— uit het Arabisch in het Nederlands en plaatste ze op het forum. Na de vertoning van de film Submission op 29 augustus kon Omar A. zijn woede niet langer bedwingen. Hirsi Ali had hem vooral “pijn gedaan” met de koranteksten die op het halfnaakte lichaam van een gesluierde figurante was gekalligrafeerd. “Dat kan niet. Dat zijn de woorden van de schepper.” Om daaraan uiting de geven schreef hij nie