| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
| Een rituele slachting |
|---|
Een daad met gevolgen
|
![]() |
Allochtone medelanders vreesden juist daarom het ergste: als er in naam van de ook door hen aanbeden Allah een politieke moord wordt begaan, dan zouden zij allemaal wel eens nog harder in het verdomhoekje gedrukt kunnen worden, waarin zij zich toch al niet op hun gemak voelden. En zoals we nog zullen zien, gebeurde dat ook. De eens zo tolerante Hollandse natie was geschokt, raakte oververhit en dreigde af te stevenen op een nationale ramp. Over en weer gingen de hakken diep in het zand.
De moord op Theo van Gogh riep sterk geëmotioneerde en tegenstrijdige reacties op. De dominante toon was die van de emotionele walging en gespierde veroordeling. Die emoties werden onderbouwd met principiële democratische overwegingen: politieke en/of religieuze meningsverschillen dienen in een democratische rechtsstaat met niet-gewelddadige middelen te worden opgelost. Tegelijkertijd ontstond er een verscherpt besef dat democratische normen en instellingen verdedigd dienen te worden: de vrijheid moet zichzelf beschermen.
Politici van gevestigde partijen buitelden over elkaar in hun veroordelingen van deze religieus geïnspireerde politieke moord. Het kabinet kondigde direct aan dat zij de strijd tegen moslimextremisme hard en met gebruik van noodwetgeving zou voeren. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zouden op korte termijn moeten worden uitgebreid, waarbij geld ’geen enkele rol speelt’. Burgers die wegens hun opvattingen ernstig worden bedreigd, zouden voortaan aanspraak kunnen maken op persoonsbeveiliging. Door aanpassing van de wetgeving moest het mogelijk worden gemaakt om terroristen na het uitzitten van hun straf in Nederland uit ons land te verwijderen. Gespierde taal die burgers ervan moesten overtuigen dat de overheid nog steeds een betrouwbare waarborg is voor de veiligheid van al haar onderdanen.
|
De dramatiek van deze situatie werd nog vergroot door opiniepeilingen. In die peilingen steeg Wilders naar 20 en zelfs bijna 30 zetels. Die winst kwam volgens het onderzoek van Maurice de Hond vooral van de LPF (die van 8 naar 0 zetels kelderde). Liefst 70 procent van de LPF-kiezers verklaarde nu op de Groep Wilders te gaan stemmen. Van de zetels die naar de Groep Wilders gaan komen er 7 van de VVD, 5 van de LPF, 5 van het CDA en 3 van de linkse partijen. De VVD kelderde in de peiling van 27 naar 16 zetels. Meer dan de helft van de kiezers wilde dat er nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden worden. Dat is niet verwonderlijk. De PvdA steeg van 42 naar 56 zetels en de SP van 8 naar 13 zetels (en de ChristenUnie van 3 naar 5). De helft van de kiezers kiest voor Wouter Bos als premier, en slechts 39 procent voor Balkenende. |
De metafoor van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ was regelrecht overgenomen van de Amerikaanse president Bush. Die Bushiaanse mannentaal is in het gunstigste geval een slechte metafoor voor een heftig en moeilijk oplosbaar politiek en maatschappelijk conflict. Dergelijk taalgebruik vergroot slechts de kloof tussen moslims en niet-moslims en het suggereert dat in dit conflict alles geoorloofd is. Het speelt islamitische extremisten precies in de kaart door ze te geven wat ze willen: een heilige oorlog. In tijden van nood heeft een natie behoefte aan bruggenbouwers, geen afbrekers. Minister-president Balkenende begreep dit beter en nuanceerde de oorlogsverklaring van zijn vice-premier. “Het gaat om strijd tegen het terrorisme”, aldus Balkenende, en voor ’oorlog’ moet dus ‘strijd’ worden gelezen. De premier benadrukte dat “we de dialoog moeten blijven aangaan” en “we elkaar moeten blijven vasthouden”.
Er brak een heftige discussie los waarbij uiteraard heftige emoties en ook vele ’niet-correcte’ opvattingen door de media gingen. Vooral via internet werden extremistische opvattingen verspreid over de islam, de allochtonen en asielzoekers. Daarbij staan aan de ene kant de populistische, neo-nationalistische en neo-fascistische politieke stromingen en organisaties. Het verweesde fortunisme probeert regie te verwerven over de onderbuikgevoelens.
Aan de andere kant staan meer of minder diep gelovige aanhangers van de islam en van traditionele Arabische culturen en gebruiken die voor veel Nederlanders nogal ‘vreemd’ zijn, en vaak ook ‘niet van deze tijd’. Aanhangers van de Islam sluiten zich op in hun geloofsbeleving als laatste bron van eigen identiteit. Zij zijn in stukken gescheurd tussen tegenstrijdige culturen en proberen angstvallig hun hoofd boven water te houden. Door intensieve verinnerlijking van de islamitische moraal is er geen ruimte meer voor oecumenische dialoog. Laat staan voor discussie met ongelovigen, of met democraten die staat en kerk strikt gescheiden wensen te houden. Radicale islamieten beschouwen anders- en ongelovigen als objecten die desnoods met harde hand tot de orde van Allah geroepen moeten worden.
Dat was het idee dat Mohammed B. ertoe bracht om Theo van Gogh te liquideren. Zijn geloof in Allah was tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt door de in zijn ogen godslasterlijke uitlatingen van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh. Zij noemden zijn Allah een wrede god, zijn profeten werden als pooiers, perversen en huichelaars afgeschilderd, en gelovigen werden als ‘geitenneukers’ afgeserveerd. Voor Mohammed B. was dat een onverdraaglijke gedachte, een gevoel waarmee niet verder te leven viel. Hij besloot een daad te stellen. Een daad waarvoor hij bereid was zijn eigen leven op te offeren. Hij verlangde naar de martelaarsdood. Zijn vrienden en geloofsgenoten hebben hem in zijn sneuvelbereidheid gesterkt. Hij was bereid om het hoogste offer te brengen. Maar dan wel in ruil voor de hiernamaalse zegeningen die elke islamitische fanaat van zijn martelaarschap verwacht. Het zou voor hem toch iets anders verlopen dan gepland.
De dader overleefde zijn aangekondigde moord op de bekende cineast en criticaster. Ondanks zijn heftige salvo’s in de richting van de politieagenten, werd hij op professionele wijze uitgeschakeld door een schot in zijn been. Mohammed B. slaagde erin om Theo van Gogh te vermoorden, maar hij zou falen als martelaar. En hij bewees de aanhangers van de islam in Nederland geen dienst. Hij bracht bijna al zijn geloofsgenoten in staat van grote ontreddering en angst.
Aan de moord van Mohammed B. ging een proces van radicalisering vooraf dat hij samen met zijn vrienden van de zogenaamde Hofstadgroep op internet documenteerde. Aan de hand van deze documenten kunnen we met redelijke precisie reconstrueren waardoor Mohammed B. in de vaderlandse geschiedenis herinnerd zal worden als een politieke moordenaar (naast Balthasar G. en Volkert van der G.).
Internet is bij uitstek een plaats waar mensen ongezouten hun mening naar voren brengen en anoniem met elkaar in discussie gaan.
De opkomst van het populistisch fortunisme in Nederland ging gepaard met een sterke verharding van het politieke debat en met een verruwing van de discussiestijl. Men kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat veel mensen die van internet gebruik maken een extra bijdrage leveren aan die polariserende verharding. Veel discussiefora zijn ontaard in vrijplaatsen voor mensen die elkaar diep beledigen, belasteren en met de dood bedreigen. Democraten maken zich zorgen over radicalistische elementen die ‘netwerken van haat’ vlechten. In deze netwerken wordt gebruik gemaakt van versleutelde berichten waarvan de inhoud voor politionele en justitiële overheden verborgen blijft.
|
|
Het internet is een vrijplaats en schuilplaats voor ongemakkelijke meningen. Theo van Gogh had net als zijn moordenaar geleerd hoe hij daarvan gebruik kon maken. Als columnist was hij om zijn massief beledigende teksten bij vele kranten en tijdschriften aan de dijk gezet. “Als stukjesschrijver ben ik overal weggestuurd, ontslagen of zó gecensureerd dat het maar beter was de eer aan mezelf te houden” [Van Gogh]. In reactie daarop opende hij zijn eigen site De Gezonde Roker, waarin hij alle vrijheid nam om zijn gal over gebeurtenissen en personen te spuien. Hij deed dat echter niet anoniem, maar met naam en toenaam. Hij schreef op persoonlijke titel, toonde zijn gezicht en had een duidelijke identiteit. Theo van Gogh begreep heel goed dat hij niet voor een lokaal beperkt of klein publiek schreef, maar een tamelijk groot bereik had. Hij uitte geen persoonlijke opinies die wegstierven in de lucht die zij in beweging brachten. Zijn opinies staan na zijn dood nog steeds op het internet en kunnen daar worden nagelezen.
Het internet verschilt in drie opzichten van alledaagse gesprekssituaties. De identiteit van de auteurs is meestal onbekend, er wordt potentieel een wereldwijd publiek bereikt en geuite opinies blijven bewaard en kunnen ook later nog worden nagelezen.
Computergemedieerde interacties hebben een ontremmend effect. Mensen die via het internet met elkaar communiceren voelen zich minder geremd [Reid 1994; Benschop 1998]. Zij voelen zich vrijer om te zeggen of te vragen wat zij altijd al hadden willen zeggen of vragen. Op internet hebben we de kans om tot op grote hoogte anoniem met elkaar te communiceren. We kunnen tot op grote hoogte zelf bepalen hoe we ons zelf presenteren. Op internet zijn we wie we voorgeven te zijn.
|
|
Op internet worden mensen gemakkelijk verliefd op het partiële en vaak vertekende zelfbeeld dat anderen van zichzelf presenteren en men kan dit zelfbeeld naar believen verder romantiseren. We zien echter tegelijkertijd dat discussianten sneller geneigd zijn om op bijdragen die ze niet bevallen te reageren met persoonlijke beledigingen en bedreigingen. Het is ook een vorm van belaging van vrouwen. Zij worden online belaagd met ongewenste intimiteiten en perversiteiten, met vaak drastische lokale repercussies. Het gaat hier niet om ‘liefde’ (een al dan niet misplaatst gevoel van affectie of verlangen) maar om ‘haat’ (een al dan niet gegeneraliseerd gevoel van afkeuring of walging).
Anonieme internetcommunicatie verlaagt de drempel om andersdenkenden openhartig en emotioneel geladen te kritiseren. Bovendien heeft internet als globaal en laagdrempelig medium een groot vermogen om verspreide onvrede te aggregeren tot een politieke opinie of zelfs georganiseerde stroming. In de meer onschuldige beginfase van het internet werd veel gediscussieerd over het ‘flamen’ in discussiefora van Usenet. Dit moleculaire nethufteren gaat vaak gepaard met haatdragende generalisaties over mensen met bepaalde nationaliteiten, etniciteiten, huidskleuren, religieuze of seksuele voorkeuren. In discussiefora liep dit alledaagse nethufteren regelmatig uit op complete virtuele oorlogen: ‘flame wars’.
In veel discussiefora zijn daarom vanaf het begin normen opgesteld om dergelijke uitwassen te voorkomen. Deze netiquette richt zich met name tegen het lastig vallen van vrouwen met ongewenste seksuele avances, tegen het beledigen of bedreigen van personen en tegen discriminerende uitlatingen. Met een beroep op deze netiquette werden uit de hand gelopen beledigingen en bedreigingen meestal door de forabezoekers onder elkaar gesust. De dreiging van een asocialisering van online interacties is in de meeste discussiefora bezworen door een virtuele vorm van socialisatie. Toch is deze zelfregulering van discussiefora geen gemeengoed geworden.
|
|
Net als in elke andere gemeenschap of netwerk moeten er normen en beschermingsmechanismen worden ontwikkeld die voorkomen dat die gemeenschap of netwerk ten onder gaat aan onbeheersbare destructieve krachten. Daarbij gaat het niet alleen om de bescherming tegen mensen die er behagen in scheppen om een samenhang van mensen te ontregelen en bewust te frustreren. Het gaat ook om de som van nethufterende en vandaliserende elementen die met elkaar niet alleen de sfeer, maar ook de gemeenschap of het netwerk zelf kunnen vernietigen. In de beschrijving van de netwerktheorie wordt dit uitvoerig geanalyseerd.
Hoe kan voorkomen worden dat discussiefora vertroebeld worden door anoniem vuil van haatvandalen? Het is geprobeerd met invoering van een registratie- en identificatieplicht. Op internet kunnen mensen echter relatief gemakkelijk een andere identiteit aannemen. Een schuilnaam en een niet traceerbaar e-mailadres zijn snel gevonden. Daarom zag de hoofdredactie van het Algemeen Dagblad zich uiteindelijk toch genoodzaakt het discussieforum helemaal te sluiten. Wat overbleef was de povere mededeling: “AD.nl/Mening is wegens voortdurend misbruik gesloten.” Het gastenboek van het NRC Handelsblad werd om vergelijkbare redenen al eerder opgedoekt. Forumbeheerders zouden zelf de grenzen van het toelaatbare moeten bewaken en interveniëren wanneer die grenzen door grove persoonlijke beledigingen of bedreigingen worden overschreden. Wie forumvandalisme wil indammen zal duidelijke fatsoensregels moeten stellen en bijdragen die daarbuiten vallen consequent moeten verwijderen.
Er is een Amsterdammer afgeslacht |
|---|
| ‘Doe het niet, doe het niet’, riep hij nog |
Profiel van een politieke moordenaar
Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door een radicale blanke milieu-activist. Op 2 november 2004 werd cineast-criticaster Theo van Gogh in Amsterdam op lugubere wijze afgeslacht door een jonge man van Marokkaanse afkomst. Mohammed B. is een 26 jarige in Nederland geboren en opgegroeide man. Hij werd op 8 maart 1978 geboren de Domselaerstaat in Amsterdam-Oost. Als Mohammed zeven jaar oud is, verhuist het gezin naar een grotere flat in Overtoomse Veld in Amsterdam-West. Mohammed groeide op in de Hart Nibbrigstraat, waar zijn vader nu nog woont. Hij ging naar de basisschool op het August Allebéplein. Hij voetbalde op het plein en volgde met tegenzin de koranlessen in de moskee in de Jan Voermanstraat. Veel contacten had hij niet en was verlegen met meisjes.
|
In 1967 keert Hamid terug naar het Rifgebergte om te trouwen met Habiba Amyay, een vrouw die zijn moeder voor hem had uitgezocht. Toen hij Habiba voor het eerst zag, vond hij haar meteen aantrekkelijk. Jarenlang gaat Hamid ’s zomers naar Marokko om zijn vrouw te bezoeken. Hun oudste dochter Saïda wordt daar in 1977 geboren. Kort daarna vestigt het gezin zich in Amsterdam-Oost. Daar wordt op 8 maart 1978 de oudste zoon Mohammed geboren. Daarna volgen nog vijf dochters en een zoon. De jongste dochter Samira wordt in 1987 geboren. De vader van Mohammed werkt erg hard, maakt lange dagen, doet in het weekend de boodschappen voor de hele week. Voor zijn kinderen bleef weinig tijd over. Zij werden opgevoed door Habiba [NRC 9.7.05]. |
Mohammed B. groeide op in een troosteloze, getto-achtige wijk ‘aan de verkeerde kant van de snelweg ’. Door de hoge concentratie allochtonen wordt de Overtoomse Veld, in de volksmond ook wel schotelcity genoemd. Mohammed presteert zo goed dat hij anders dan de meeste van zijn leeftijdgenoten in 1990 naar de havo-brugklas kan. Naar het Mondriaancollege, een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis verwijderd. Hij onderscheidde zich niet van andere leerlingen, deed weinig mee aan sociale dingen en was nogal teruggetrokken. Zijn leraren hebben een vrij positief beeld van Mohammed. Hij was timide, oplettend en wilde carrière maken.
In 1995 krijgt hij zijn havo-diploma uitgereikt. Zijn leraren en medeleerlingen beschouwen Mohammed als een prettige, rondborstige leerling. Zijn leraar geschiedenis, die hem het diploma uitreikt, rekent hem tot de ‘slimme jongens’ die er ‘wel zullen komen’.
De frustratie kwam pas later. In zijn wijk speelt het leven van veel allochtone jongeren zich vooral op straat af. Ten opzichte van de overlast veroorzakende hangjongeren uit zijn buurt gedroeg Mohammed zich “zeer braaf, als een voorbeeld naar zijn leeftijdgenoten toe” [jongerenwerker R. Heines]. Hij probeerde die jongeren te laten zien dat er ook op een andere manier geleefd kan worden. Je leeft nu eenmaal in de Nederlandse samenleving en dan moet je ook in die maatschappij presteren.
|
|
Er broeide iets onder de allochtonen in zijn wijk. In april 1998 sloeg de vlam in de pan. Rond de hangplek op het August Allebéplein ontstonden relletjes. Honderden vooral Marokkaanse jongeren keerden zich tegen de politie [Fogteloo/ Pellekaan 2003]. Volgens Mohammed had de lokale politiek de jeugd in de kou laten staan en waren de rellen hiervan een direct gevolg.
Mohammed was in die tijd geen praktiserende moslim. Tijdens de ramadan doet hij wel mee aan het vasten, maar hij gaat niet elke vrijdagmiddag naar de moskee. Mohammed is gek op bier en gebruikt softdrugs. Als hij stoned was vertelde hij zijn vrienden fantastische verhalen. Hij krijgt een korte relatie met een modern Tunesich-Nederlands meisje. Mohammed wil op zichzelf gaan wonen en huurt in 1999 een huis in de Marianne Philipsstraat.
Mohammed wilde accountant worden. Samen met zijn vriend en buurjongen Mohammed Bouker besluit hij om boekhoudkunde te gaan studeren op de Hogeschool InHolland te Diemen. Maar in tegenstelling tot zijn vriend gaat het studeren hem niet gemakkelijk af. Hij breekt zijn boekhoudkundige studie af en stapt over op bedrijfsinformatica. Hij krijgt studiefinanciering en verdient wat bij door administratief werk te doen. In 2002 wisselt hij nog een keer van studierichting. Maar na drie maanden Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam heeft hij ook hier genoeg van. Hij verlaat de school na vijf jaar zonder één studie te hebben afgerond. Mohammed heeft andere dingen aan zijn hoofd.
Langzamerhand begint Mohammed fanatieke en agressieve trekjes te ontwikkelen. Aan zijn medeleerlingen gaat dit niet onopgemerkt voorbij. Mohamed Taimounti, CDA-deelraadslid in het stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld, zat een tijdlang met Mohammed op dezelfde hogeschool.
Ondertussen blijft Mohammed zich bezig houden met de problemen in zijn eigen buurt. Hij blijft pleiten voor een eigen jongerencentrum en voert daarover gesprekken met het bestuur van de deelraad. Hij praat en probeert te overtuigen, maar loopt vast op onwijkende bewegingen van een trage bureaucratie. Mohammed’s ambities worden geblokkeerd, hij raakt gefrustreerd en wordt kwaad. De ‘witte wereld’ neemt hem niet serieus, hij voelt zich verraden en in de steek gelaten. Zijn opgekropte woede begon zich om te zetten in agressie, waardoor hij regelmatig met de politie in aanraking zou komen.
In het voorjaar van 2000 ontdekt Mohammed dat zijn jongste zusje stiekem een verhouding heeft met Abdu A., een Marokkaanse jongen, die deel uit maakt van ‘de Daltons‘, een bende van zeven Marokkaanse broers die regelmatig met de politie in aanraking komt. Mohammed vindt dat zijn zus zich als een hoer gedraagt en de eer van familie heeft geschonden. Zijn vader is naar zijn mening veel te laks. Hij had met haar gesproken, “maar zij luistert niet naar mij. Wat kan ik nog meer doen?”. Als oudste zoon voelt hij zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het gezin. En hij neemt deze taak zeer serieus. Hij gijzelt zijn zusje: hij sluit haar op en verhindert haar het ouderlijk huis te verlaten. In een onbewaakt ogenblik slaagt zijn zusje er echter in de politie te bellen. Twee wijkagenten bezoeken het gezin en proberen te bemiddelen. Mohammed vindt dat de politie niets in hun huis te zoeken heeft. Hij wordt zeer emotioneel. De zaak loop met een sisser af, nadat op initiatief van de politie het betreffende vriendje zich officieel bij de familie B. komt voorstellen [KRO-reporter]. De familie-eer is gered.
In de zomer van 2000 komt Mohammed weer in aanraking met de politie. Net 22 jaar oud, raakt hij betrokken bij een caféruzie in Diemen op de dag dat het Nederlandse elftal tijdens het EK-voeltbal van Frankrijk wint. Op 21 juni bestormt hij samen met zijn vrienden het studentencafé De Kooi van de Hogeschool. Mohammed stompt een andere bezoeker hard in het gezicht en houdt er zelf een gebroken enkel aan over. In het voorjaar van 2001 doet zich een nieuw incident voor. Op het Leidseplein in Amsterdam gaat hij op de vuist met Abdu A., de Marokkaanse jongen waarmee zijn zusje een verhouding had. Als hij deze jongen drie maanden later in het Vondelpark weer tegen komt, loopt het uit de hand. Ziedend van woede trekt hij een mes (zijn vrienden beweren dat hij het van Abdu A. had afgepakt). Als agenten hem willen aanhouden, begint hij hen ook met zijn mes te bedreigen. Mohammed wordt door de agenten overmeesterd en afgevoerd naar het huis van bewaring. In oktober wordt Mohammed veroordeeld voor mishandeling en bedreiging en belandt voor 12 weken in de cel. In de gevangenis begint het geloof belangrijk voor hem te worden en begint hij met zijn studie van de koran.
Als Mohammed in september 2001 vrijkomt, wordt hij op het thuisfront met nog meer problemen geconfronteerd. Zijn vader belandt met ernstige rugklachten in de WAO en eind 2001 overlijdt zijn moeder, Habiba Amyay, aan borstkanker. Zij wordt begraven in Oujda, een Marokkaanse stad aan de Algerijnse grens, waar zijn vader in het midden van de jaren tachtig een tweede huis had gekocht. Zijn vader keert een jaar later terug naar Marokko om met Fatima, de jongere zus van Habiba te trouwen.
Op 11 september 2001 worden in Amerika Twin Towers en het Pentagon aangevallen door een terreurcel van Al Qa’ida. Zijn eerste reactie is dat je met geweld niets oplost. Hij is het niet eens met het Amerikaanse beleid, maar zo’n gewelddadige actie is volgens hem ook niet goed. Maar een paar dagen later vertelt hij zijn vriend dat volgens hem de joden achter de aanslag zitten.
Toch gaat Mohammed zich begin 2002 weer inzetten voor de jongeren in de buurt. Hij geeft leiding aan de zelforganisatie van Marokkaanse jongeren, verwoordt hun gevoelens en verlangens, schrijft columns in het buurtkrantje en richt een computerclub voor jongeren op. In februari 2002 organiseert hij een politiek café in het buurtcentrum Eigenwijks. Hij kreeg daarmee aanzien binnen de groep. Telkens wijst er op dat er niet genoeg voorzieningen zijn voor de jongeren in de buurt, dat ze daarom maar wat rondhangen, en dat zij een eigen jongerencentrum moeten krijgen.
Het lukt hem echter niet om een nieuw jongerencentrum van de grond te tillen. Het bestuur van het stadsdeel wil wel met hem praten, maar hij krijgt slechts vage toezeggingen. Met hulp van de buurtvereniging Eigenwijks maakt hij samen twee vrienden in een aantal maanden een degelijk plan voor nieuw jongerencentrum in Overtoomse Veld-Noord. Mondriaans Doenia noemt hij het plan, Mondriaans Wereld. Als zij hun plan op 2 mei 2002 voorleggen aan een wethouder van de deelraad, krijgen zij de kous op de kop. “Ik ondersteun het niet, ook al zou ik het geld ervoor hebben”, zegt wethouder Harro Hoogerwerf. Het subsidieverzoek wordt daarna in Den Haag ingediend, maar op het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verdwijnt dit in de prullenbak. Voor Mohammed is dit de druppel die de emmer doet overlopen. Eerst wordt hem een jongerencentrum ontnomen, dan worden er beloftes gedaan die niet worden nagekomen, en vervolgens wordt een met veel zorg en energie opgestelde subsidieaanvraag voor een echt jongerencentrum met één ambtelijke pennenstreek afgewezen. In december 2002 voert Mohammed samen met de coördinator van Eigenwijks, Dirk Glastra van Loon, nog een gesprek op het ministerie. Mohammed licht zijn plan toe. Maar hij ontploft als daarna een vrouwelijke beleidsambtenaar vraagt hoe hij weet dat zijn plan werkt. Hij gooit zijn armen in de lucht en schreeuwt: “Zijn wij nou zo slim of jullie zo dom?“
![]() Mohammed B. in 2003 | |
Ondanks zijn steeds radicaler wordende islamitische opvattingen en gedragingen wordt Mohammed begin 2003 door de buurtvereniging Eigenwijks aangenomen als beheerder van een zaaltje. Hij leek daarvoor een goede instelling te hebben. Hij was dienstbaar, altijd inzetbaar en dag en nacht bereikbaar. Maar er ontstaan direct al problemen. Mohammed maakt op religieuze gronden bezwaar tegen het schenken van alcohol in het zaaltje. Bovendien maakte hij bezwaar tegen het gemengd gebruik van het zaaltje: mannen en vrouwen moesten volgens hem van elkaar worden gescheiden. Ondanks alle pogingen om hierover een compromis te bereiken, houdt hij halsstarrig vast aan zijn uitgangspunt. Met hem viel niets meer te regelen. Voor de leiding waren Mohammed’s eisen onverteerbaar. Het contract met Mohammed wordt beëindigd.
Hij heeft nu alle tijd om zich verder in de islam te verdiepen. Hij sluit zich op in zijn huis en zit urenlang achter de computer om radicaal islamitische teksten te lezen, te vertalen, zelf stukken te schrijven en onder een schuilnaam via internet te verspreiden. Mohammed ontpopt zich als een moderne telewerkende terrorist, een teleterrorist.
In het stadsdeelbestuur begon men zich ernstig zorgen te maken over de radicalisering van Mohammed B. De politie werd geïnformeerd, en deze stelde op haar beurt de AIVD op de hoogte. Mohammed B. was echter al eerder bij de AIVD in beeld gekomen door de stukjes die hij schreef in de buurtkrant Over ’t Veld. Mohammed begon daarin zijn nieuw verworven islamitische inzichten uit te dragen.
|
In Mijn maatschappelijke invulling legt hij uit hoe hij dit in praktijk wil brengen. De Werkgroep Jongeren waarin hij participeert krijgt “het eeuwige verwijt” dat zij geen allochtone vrouwen bij haar activiteiten betrekt. Hij noemt het verwijt arrogant en wijst erop dat de werkgroep geen professionele maatschappelijke instantie is. Vrouwen worden volgens hem niet uitgesloten, maar ‘op gepaste wijze’ aangesproken vanuit zijn eigen islamitische overtuiging. Vrouwen een hand geven doet hij dan al niet meer. In Jihad in Amsterdam West [28.11.02] laat hij zien hoe sterk zijn buurtactiviteiten door de islam geïnspireerd zijn. Zijn rapport over de activiteiten van de Werkgroep Jongeren wordt ingeleid en is doorspekt met citaten uit de koran en religieuze vroomheden. Hij houdt een pleidooi voor een vreedzame jihad tegen het negatieve imago van de buurt. In Islam en integratie [13.2.03] geeft Mohammed B. een heel eigen interpretatie aan het begrip integreren. Hij zocht in het Prisma-woordenboek op wat het betekende: in een groter geheel opgenomen worden. Dat verklaart volgens hem “het hele islamitische concept van onderwerping (lichaam en geest) aan die Ene Macht die dé schepper is van het grotere geheel dat we het universum noemen en waar de mens deel van uit maakt”. Met een vrouwelijk redactielid van het wijkorgaan Over ’t Veld maakt Mohammed ruzie over haar interpretatie van een aantal koranverzen. Hij keurt haar interpretatie af. “Ik heb gelijk en jij niet, want ik ben een man en jij bent een vrouw.” De vrouw treedt daarna onmiddellijk uit de redactie. Mohammed heeft zijn roeping gevonden en laat iedereen weten: “Ik ga de profeet volgen.” Hij raakt vervreemd van zijn familie en veel van zijn oude vrienden, maar krijgt veel nieuwe radicale ‘broeders’ en ‘zusters’ voor in de plaats. |
De AIVD weet inmiddels ook dat er in zijn woning in de Marianne Philipsstraat huiskamerbijeenkomsten plaats vinden van radicale gere-islamiseerde jongeren en dat hij onderdak verleende aan een van de leiders van deze ‘Hofstadgroep’: Nouriddin El-F. Mohammed verdwijnt steeds meer uit het zicht. Zijn spijkerbroek is vervangen door een djellaba, hij gaat vijf keer per dag bidden en bezoekt de omstreden El Tawheed moskee. Daar ontmoet hij geestverwanten en komt hij in contact komt met mannen uit Egypte, Algerije en Syrië die speciale cursussen en lezingen geven. Samen met Nouriddin El F. gaat hij naar een lezing van de Syrische geestelijke Radwan al Issa —alias Abu Khaled— in een belwinkel in Schiedam. Zij nodigen de charismatische Syriër uit om in de Amsterdamse woning van Mohammed ook lezingen te geven. Daar komen de ‘aspirant leden’ van de Hofstadgroep bijeen om zich door Radwan al Issa te laten voorbereiden op de jihad.
Mohammed vervreemde niet alleen van zijn eigen familie en vrienden, maar ook van de leiders van zijn lokale geloofgemeenschap. Als kleine jongen kreeg hij in zijn buurtmoskee Al-Oumma aan de Postjesweg koranlessen van imam Ahmed. In de zomer van 2003 is hij al zover doorradicaliseerd dat hij zelfs de prototypisch orthodoxe Al Tawheed moskee te liberaal vindt. Tegen imam Ahmed zegt hij: “Ik kom u vertellen wat de islam is.” [NRC 12.11.04].
Mohammed is er inmiddels vast van overtuigd dat hij de waarheid in pacht heeft. Hij denkt dat hij plotseling het licht en de waarheid heeft gezien. “U vertelt de waarheid niet”, zegt hij tegen de imam. Mohammed probeert de imam uit te leggen dat de manier waarop Allah zijn wetten heeft geformuleerd niet veranderd kan worden en dat men geen echte moslim kan zijn zonder deze goddelijke wetten volledig te gehoorzamen. De imam is verbijsterd over de hooghartigheid van ‘deze kleine jongen‘. In zijn wekelijkse vrijdaggebed refereert de imam naar zijn absurde confrontatie met een kleine jongen die hem de les kwam lezen.
|
|
Ook bij de AIVD was hij bekend. Maar hij stond niet op lijst van 150 personen die door de dienst nauwlettend in de gaten worden gehouden. De AIVD had geen indicaties dat Mohammed B. voorbereidingen trof voor gewelddadige acties. “Aanwijzingen dat hij risicovol was, waren er niet“, zei minister Remkes tijdens het Kamerdebat over de moord. Mohammed B. verkeerde in de omgeving van de groep extremistische moslims voor wie de AIVD aandacht had, maar zou niet tot de kerngroep behoren. Voor de AIVD speelde hij een bijrol in het onderzoek naar andere personen, zoals Samir A., die in de zomer van 2004 voor de tweede maal werd opgepakt op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag.
Al in december 2002 was Mohammed zo ver doorgeradicaliseerd dat hij opperde “dat er een bomaanslag gepleegd zou moeten worden, waarbij veel doden zouden vallen” [Nouriddin el F. in ambtsbericht AIVD]. Hij omarmde de oproep tot een heilige oorlog, de islamitische jihad. En hij begon die boodschap op grote schaal via internet en e-mail te verspreiden. Politie, justitie en inlichtingendiensten onderschatten het terroristisch potentieel van Mohammed B. volledig. Dit bleek een fatale vergissing te zijn.
|
Na middernacht maakt Mohammed samen met Rachid Bo. en huisgenoot Ahmed H. nog een wandelingetje rond de Sloterplas. Zij luisteren via een mp3-speler naar koranteksten en Mohammed wijst bewonderend naar de mooie, rustige lucht. Zijn vrienden kijken ook naar boven, maar zeggen niets terug. Als ze tegen tweeën thuiskomen gaan Mohammed en Ahmed direct naar bed. Ze staan om half zes op om te eten en het ochtendgebed te doen. Daarna gaat Ahmed weer naar bed. Mohammed verlaat het huis. Hij heeft een afspraak met de dood [NRC 9.7.05]. |
De zelfbenoemde martelaar neemt zijn opdracht serieus. Theo van Gogh wordt op klaarlichte dag op beestachtige wijze afgeslacht. Eerst wordt hij beschoten (‘wel twintig schoten, heel gericht’), het pistool wordt rustig herladen met een nieuw magazijn, daarna wordt met een mes heftig ingestoken op het slachtoffer: ‘tenminste 10 keer’, ‘in volle haat’, ‘alsof hij een autoband stuk probeerde te steken’. Hij snijdt de keel van Theo door. Pakt uit rugzak een tweede mes en een stukje papier. Schrijft een korte tekst en steekt de dichtgevouwen boodschap met een eenvoudig keukenmes in de borst van het slachtoffer.
In de tekst wordt opgeroepen tot de islamitische heilige oorlog. Zelf droeg hij een afscheidsbrief bij zich: In bloed gedoopt. Wat velen vreesden bleek waar: de moordenaar handelde vanuit een radicaal-islamitische achtergrond. Theo van Gogh werd het eerste slachtoffer van de islamitische jihad in Nederland.
De moordenaar beriep zich tijdens zijn verhoren door de politie en zijn proces voor de rechter op zijn zwijgrecht. Dat is zijn goed recht. Maar hier proberen we Mohammed B. toch tot spreken te brengen, en naar hem te luisteren.
Waar ging het mis met die zachtmoedige, intelligente en dienstbare Mohammed B.? Wat waren de sleutelervaringen die hem deden ontsporen? Tegen welke muren liep hij op? Hoe kan iemand die zo probeerde aan te passen aan de Nederlandse cultuur toch uiteindelijk een moord met terroristisch oogmerk begaan? Wat bezielde hem om niet alleen het leven van Theo van Gogh, maar ook dat van zichzelf te willen vernietigen? Wie waren er nog meer op de hoogte van zijn moordplannen?
Herdenkingsbloemen voor Theo van Gogh, op de plaats van de moord.
|
Er werden historische parallellen getrokken. “Eerst Pim, nu Theo, wie is de volgende?” [Michael], terwijl anderen juist de unieke eigenschappen situatie benadrukten. Het was de eerste keer dat Nederland praktisch werd geconfronteerd met internationaal georganiseerd islamistisch terrorisme. Waaraan hadden we dat te danken?
Moest Van Gogh dood omdat hij de Islam zag als een achterlijke cultuur, omdat hij moslims voor “geitenneukers” uitmaakte en Abou Jahjah “de Belgische pleitbezorger van het ware geloof” een “pooier van de Profeet” noemde? Net als Ayaan Hirsi Ali zag hij de profeet Mohammed als een “perverse tiran”. Natuurlijk ging Theo te ver toen hij alle moslims als “de religieuze fascisten van de Islam” [21.12.03] in de verkeerde hoek plaatste. Het getuigt niet alleen van banaliteit, maar ook van slechte smaak. Daar staat tegenover dat Theo hartstochtelijk wilde zeggen wat hij vond. “Geweld moet je niet uitlokken door angstig te doen”, zei hij. Theo wilde zeggen wat hij vond. Zijne ‘kale heiligheid’ (=Pim Fortuyn) werd zijn idool. Dat vrijheid van meningsuiting altijd beperkt wordt door regels van fatsoen en redelijkheid, beschouwde Theo van Gogh als ergernis. Hij wilde gewoon altijd zeggen wat hij vond. Zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de consequenties van zijn eigen optreden.
Hij leerde de macht van het gepubliceerde woord. ‘Kutmarokkaantjes‘ was het woord dat kleefde aan de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk. Zoals geitenneukers onverbrekelijk verbonden zal blijven aan het testament van Theo van Gogh. Er zijn betere kwalificaties te bedenken om als mens herinnerd te worden. Bij Van Gogh was het vaak alleen maar een vorm van idiote stoerdoenerij. “Een enkele keer kan het passend zijn, maar bij veelvuldig gebruik verliest het ook elke provocatieve betekenis” [Karin Spaink].
Theo van Gogh nam over bijna alles controversiële standpunten in: over de multiculturele maatschappij en de positie van de vrouw in de islam, en uiteraard over de moslims, en de islamieten. Maar hij had ook zo zijn eigen diskwalificaties voor magistraten, hoofddoekdragers, homo’s en Nederland.
De film Submission die Hirsi Ali samen met Theo van Gogh maakte was voor veel moslims een steen des aanstoots. Zij stonden en staan daarin overigens niet alleen. In Trouw [30.8.04] schreef Ton Crijnen dat Hirsi Ali weer op oorlogspad was en dat haar ‘schokkende provocatie’ nergens toe zou leiden.
Maar toch vreest Ton Crijnen dat de wijze waarop dit in Submission is gebeurd er alleen maar toe leidt “dat moslims de wagens in een kring zet, men de oren dichtstopt en zelfkritiek weinig kans meer krijgt. Te meer daar de kastijding komt van twee personen (van wie de ene een ‘afvallige’) die door hun ongeremde uitspraken uit het recente verleden Hirsi Ali: ‘Mohammed is pervers’; Van Gogh: ‘moslims zijn geitenneukers’ toch al weinig krediet meer hadden. Natuurlijk, kunst is autonoom, hoort te provoceren en grenzen te verkennen, maar als men een boodschap wil overbrengen dient men toch ook de spankracht van de doelgroep in het oog te houden. De meeste moslims zien heiligschennis-in-de-naam-van-vrijheid-van-meningsuiting, zoals nu door het duo Hirsi Ali-Van Gogh bedreven, als het zoveelste bewijs van westerse minachting jegens de islam. Ze heeft haar wortels in de tijd van de Kruistochten en kent sindsdien een lange en hardnekkige geschiedenis. In moslim-ogen geeft onze tijd een nieuwe opleving van anti-islamisme te zien.”
Middels Submission probeerde Hirsi Ali moslims en vooral moslimvrouwen los te maken van hun onderdrukkende geloof. Zij is daarin niet erg succesvol geweest. Zelfs bij moslimvrouwen in Blijf van mijn Lijfhuizen riep de film alleen maar afschuw op. Als getuigenis-politica pendelt Hirsi Ali heen en weer tussen twee tegenstrijdige doelstellingen. Enerzijds probeert zij als atheïste de moslims van hun geloof af te brengen. Anderzijds wil zij moslims bekeren tot een liberale versie van hun geloof. Ronald Plasterk heeft er terecht op gewezen dat het effect van haar politieke optreden gering zo niet contraproductief is, juist omdat haar verhaal niet consistent is [Volkskrant 3.12.04]. Ondanks haar strijdbaar atheïsme zegt ze niet tegen de islam als zodanig te zijn. En ondanks haar poging om moslims tot een meer tolerante versie van hun geloof te brengen stelt zij nadrukkelijk dat een liberale Europese islam niet mogelijk is. “Er is maar een islam”. En dat is precies wat fundamentalistische en orthodoxe islamisten beweren. Haar samenwerking met Theo van Gogh, die alle moslims doelbewust en grof beledigde, heeft wel een provocatieve en spraakmakende film opgeleverd. Maar het heeft haar kansen om moslim(vrouwen) te overtuigen zeker niet groter gemaakt. Als het doel van Hirsi Ali is om de positie van moslimvrouwen te verbeteren dan is zij daar met Submission volledig aan voorbijgeschoten. |
De condoleanceregisters op internet werden direct na de moord op Van Gogh overspoeld met racistische reacties. Van “Pim had gelijk, de islam is een verrotte cultuur!!” via “Flikker die stinkmoslims het land eens uit” tot aan “Moslims zijn kut, muslims zijn klote. Moslims moeten dood”. Van Condoleance.nl werden ruim 3500 berichten verwijderd, en nog stond de site bol van racistische taal.
Ook op condoleanceregister.com waren de extremistische reacties niet van de lucht. De stemming wordt soms nog relatief gematigd ingezet.
Het was geen toeval dat er zoveel rechts-extremistische uitlatingen op de condoleance registers te lezen waren. De moord werd gepleegd door een Marokkaan die zijn daad legitimeerde met islamitisch-fundamentalistische teksten. Dit veroorzaakte bij veel autochtone Nederlanders een heropleving van een exclusief nationaal sentiment tegenover vreemdelingen met vreemde gewoontes en geloven. Deze spontane emotionele reacties op de moord op Van Gogh werden echter doelbewust gestimuleerd en geradicaliseerd door racistische, etnocentrische, nationalistische en fortunistische politieke krachten. Op extreem nationalistische en racistische sites werd opgeroepen om de condoleanceregisters te tekenen. De moord op Van Gogh werd aangegrepen om de verontruste burgers duidelijk te maken dat er nu onmiddellijk draconische maatregelen genomen moesten worden.
|
Gedenk
Het is weer een MAROKAAN Natuurlijk zonder BAAN Die niet INTEGREERT Maar wel INTIMIDEERT Hij wil de taal niet LEREN Maar wel blijven PROFITEREN Ons kabinet zegt ga je GANG En een eerlijk iemand leeft niet LANG En de moslims gaan maar door met MOORDEN En de politiek heeft weer geen WOORDEN Doe de grenzen nu maar weer TOE Want we zijn die moslims moorden MOE [Anonieme inzender in onafhankelijk.nl] |
Ook op Volkomenkut bepalen de grote bekken de toon. “Islam verboden geloof en alle moskeen sluiten” [peut] is nog gematigd. “Kankerislam, allemaal naar hun eigen land terug en een atoompje erover” [cnn]. Het kan nog wreder. “Tijd voor een tweede Hitler en dit keer de moslims aan het gas en meer dan 6 miljoen! Heropen Auschwitz, nu!” [Joop]. Uiteraard heeft ‘links’ het weer gedaan. “Eerst Pim, nu Theo! Het bloed van de linksen zal door de straten vloeien” [perenprak]. De moord op Van Gogh wordt zelfs als een goed voorbeeld neergezet: “Neem een voorbeeld aan de moslims, snij de linksen hun kop af” [dehavenkroe]. Tussen al dit verbaal geweld valt nauwelijks op dat er soms ook tegendraadse bijdragen worden geplaatst. Zoals deze: “Christen, Jood of Islamiet. Mensen doden doe je niet” [w].
Van cyberjihad tot politieke moord |
|---|
Internet als platform voor gewelddadige jihad
|
357hosting is een eenmansbedrijfje dat zich specialiseert in het anoniem hosten van extremistische moslimsites. Omdat het flinke kortingen geeft aan islamitische sites, wordt vermoed dat het bedrijf door kapitaalkrachtige fundamentalisten wordt gefinancierd. Het in Nieuwegein gevestigde bedrijf kwam eerder in opspraak, omdat het Amerikaanse Simon Wiesenthal Instituut van de Nederlandse overheid eiste dat de sites onmiddellijk werden gesloten. Daarbij ging het vooral om de site Hamasonline.com, de site van de Palestijnse bevrijdings- c.q. terreurorganisatie, die op 12 september 2003 voorkomt op de lijst van terroristische organisaties die door de Europese Unie is opgesteld [EU groups and people, non-EU groups and people]. Het Openbaar Ministerie verklaarde pas in actie te komen als er aangifte werd gedaan, zodat de zaak via het strafrecht geregeld zou kunnen worden. Zij zag geen andere procedure om de websites van 357hosting te sluiten. In mei 2005 startte het Openbaar Ministerie op verzoek van de Zwitserse autoriteiten een onderzoek naar 357hosting. Naar aanleiding van de commotie die om 357hosting ontstond ging het bedrijf in 2005 in andere handen over. De ex-directeur droeg zijn zaken over aan iemand in Jordanië. |
Dit is hun visie op de toekomst van de wereldvrede:
Bilal L.: islamitische terreur via internet |
|---|
Aboe Qataadah die later bekend werd onder zijn arrestantennaam Bilal L. maakte deel uit van de vriendenkring van Mohammed B. Hij was al eerder actief in MSN-groepen met de namen: Al-Ansar, Shareeah, A Salafoe Saali7 en 9113. Hij vertoonde zich regelmatig op sites als Marokko.nl en Maroc.nl (voorbeeld over verschil tussen een Kaafir en een Moslim), en werd daar regelmatig uitgesloten (geband). Hij plaatste een lijst met adressen van vliegscholen en schietverenigingen en gaf advies over boeken die bij de El Tawheed-moskee besteld kunnen worden.
Het viel ook op bij anderen. Op 10 maart 2004 maakt bijvoorbeeld Chin_Tok melding van de Nederlandse jihad-sites op het VPRO-forum Tegenlicht. Hij vraagt zich af: “Ik ben benieuwd wanneer de AIVD eens actie gaat ondernemen.” Op 19 februari 2004 had Chin_Tok ook al gewezen op de Nederlandse jihad-site groups.msn.com/shareeah. “Ik denk dat jullie nog slapen.” En refererend aan groups.msn.com/5434 merkt hij in het forum van Twee-Vandaag [31.3.04] op: “Kijk eens wat ik gevonden heb. Ben benieuwd waar de AIVD blijft. Ik denk dat het alleen een kwestie van tijd is dat er hier in NL een aanslag komt.”
|
Vanaf het begin bevat de site een pagina met praktische instructies voor aankomende jihadisten: Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de Jihad. Daarin wordt niet alleen duidelijk gemaakt dat militaire training een islamitische plicht is, maar worden tevens zeer praktische aanbevelingen gedaan voor fysieke training, gevechts- en overlevingstactieken, het gebruik van vuurwapens en de militaire training binnen en buiten ‘uw land van vestiging’. Abu Qataadah kopieerde zijn aanbevelingen voor schietlessen letterlijk uit deze pagina (die overigens uit het Engels werd vertaald). De tekst werd in 2001 aangetroffen in de puinhopen van een terroristisch trainingskamp ten zuiden van Kabul, Afghanistan. Het document werd voor het eerst gepubliceerd op Azzam.com, een nu gesloten site die zich toelegde op de propaganda voor de wereldwijde jihad. In 9 april 2001 werd de site www.qoqaz.nl uit de lucht gehaald vanwege de oproepen tot deelname aan de ‘heilige oorlog’. “Wegens verkeerde interpretatie door de verschillende media de afgelopen dagen is het ons verstandig gebleken deze site te sluiten,” werd er op de openingspagina gezet. Vanaf 24 februari 2004 dook de pagina Hoe kan ik mijzelf ontwikkelen voor de jihad echter weer op in de MSN-groep ‘5434’. De eigenaar van een van de 10 schietverenigingen die daarin worden genoemd, schakelde de politie in. “Wij willen op geen enkele manier met de jihad worden geassocieerd. Nu moeten we iedere moslim die lid wil worden, op een goudschaaltje leggen”, zei Erik Jonker, voorzitter van Shogun tegen Het Parool [15.3.05]. Op 14 maart werd de site door MSN van de server verwijderd [Webwereld]. |
Bij bepaalde Nederlandse schietverenigingen kan men na een jaar het vuurwapen meenemen naar huis. “Doe dat niet als u uw agressie niet kunt beheersen of als u in uw privé-leven problemen heeft. Respecteer de Nederlandse wetgeving en vermijd het kopen van illegale vuurwapens. Er zijn genoeg mogelijkheden om legaal te trainen, dus verpest niet uw reputatie door de illegale kant op te gaan. Leer het meeste wat u in uw maatschappij kunt leren en leer de rest wanneer u daadwerkelijk in een land van de Jihad aankomt.”
Aboe Qataadah (19) is een ideoloog die zijn radicaal-religieuze boodschap ook op andere fora propageerde. Hij was ook actief op islaam.nl [zie overzicht] en op marrokko.nl [overzichten: (1), (2), (3)]. Zijn boodschap is duidelijk: “Het is wel goed om de jongeren aan te moedigen voor Jihaad. Want alleen Jihaad kan deze Oemmah redden en niks anders. Maar we moeten hen eerst uitnodigen naar TAWHEED. En dit geldt voor ons allen” [2.5.04].
Aboe Qataadah is geen religieus doetje, maar weet goed van zich af te schelden: “En jij bent een stuk van die ellende. Je best doen om je broeders en zusters aan te geven bij de AIVD en info geven aan bijv jongrechts.nl die kleinkinderen van apen en zwijnen.” Daarbij suggereert hij kennis van uitgelekte AIVD-rapporten.
In dezelfde gespierde taal reageert hij op iemand die de moorden van de Mujahideen afkeurt: “Wie ben jij om vanuit je luie stoel Mujahideen te bekritiseren? Jij bent maar een kakkerlak die alleen viezigheid uitbrengt.”
“Ik vraag Allaah de Verhevene om af te rekenen met de vijanden van de Mujahideen.”
Met het doden van onschuldige vrouwen en kinderen lijkt Aboe Qataadah het nog heel even moreel moeilijk te hebben. “En ik kom later hierop terug over de gijzeling wat de Shariah zegt over het doden van vrouwen en kinderen als zij onze vrouwen en kinderen doden.” Maar hij is wonderbaarlijk snel genezen van dergelijke morele bedenkingen: het doden van vrouwen en kinderen is moreel verantwoord, omdat de ‘westerlingen’ ook vrouwen en kinderen vermoorden.
In de MSN-groep tawheedwljihad geeft Aboe Qataadah antwoord op de vraag of degene die de profeet uitscheldt gedood moet worden. Zijn antwoord is helder: “Het is verplicht om degene die de Profeet uitscheldt te doden of hij nou Moslim of een Kaafir is. En Hirsi Ali en Theo van Gogh, deze zwijnen die de profeet hebben uitgescholden hun straf is de dood en hun dag komt nog met de wil van Allah..!” Ook de geleerden zijn het hier volgens Aboe Qataadah over eens. Na een kleine parade van al deze ‘geleerdheid’ besluit hij met: “Moge Allah afrekenen met de vijanden van de Islaam ...Ameen.” De tekst die hij citeert, Verplichting van het doden van degene die de profeet uitscheld, is een op 2 juli 2004 door Mohammed Bouyeri vertaalde collage van passages uit een in de 14e eeuw geschreven document.
Op de MSN-website Jama’at Al-Tawheed Wal Jihaad (inmiddels opgeheven) maakt Aboe Qataadah zijn dreigementen specifieker: “Diegenen die Moslims bestrijden of het bestrijden van Moslims op welke manier dan ook ondersteunen worden collectief als één vijand beschouwt. En Nederland heeft jammer genoeg niks geleerd van de gezegende aanvallen in Madrid... Wij Moslims accepteren geen vernedering!!...En geert wilders en hirsi ali en de NL-regering, de Mujahideen komen eraan. O, Allaah laat onze dood de Ummah weer tot leven wekken...Ameen.”
Bilal L. leende zijn nom de guerre van de islamitische geestelijke Abu Qatada, de ambassadeur van Al Qa’ida in Europa. Hoewel hij ontkent iets met Bin Laden te maken heeft [CNN], wordt hij beschouwd als een van de meest gevaarlijke islamitische terroristen. Qatada ook bekend onder de naam Sheikh Abu Omar en Omar Mohammed Othman is een in Jordanië geboren Palestijn die in 1994 in Engeland asiel werd verleend. Volgens de Spaanse rechter Baltasar Garzónis is hij “de geestelijk leider van de mujahideen in Engeland”. Qatada onderhoudt nauwe contacten met terreurverdachten in Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Spanje. Bij veel terroristen worden zijn geschriften aangetroffen.
In 1999 bood hij openlijk zijn diensten aan Bin Laden aan. Abu Qatada is een van de 12 van terrorisme verdachte buitenlanders die sinds 2002 zonder proces worden vastgehouden in de Belmarsh-gevangenis in Londen, bijgenaamd Guantánamo-aan-de-Theems. In mei 2005 werd hij vrijgelaten en hij woont nog steeds in Engeland. Hij wordt nog steeds beschouwd als de ideologische leider van Al Qa’ida in Europa. Zijn lezingen staan niet alleen op zijn eigen website, maar worden verspreid over een breedvertakt netwerk van Engelstalige en Arabische internetfora. |
De martelaar in spe die nog mocht twijfelen of zijn zelfopoffering wel de moeite waard is, wordt niet alleen verleid met de 11 imaginaire zegeningen van de martelaar. Zijn lot wordt ook verzacht met een duidelijk materieel voordeel. De Mujahideen Commandantenraad maakt een belangrijk besluit bekend:
De identiteit van Aboe Qataadah kwam aan het licht door drie anonieme e-mails die de eerder genoemde Chin_Tok (of ChinTok3) stuurde aan de Nationale Recherche. De tipgever is “een bezorgde moslim”. In zijn eerste e-mail van 14 september 2004 waarschuwt hij voor een groep terroristen in Amsterdam-Oost die het gemunt had op de Wallen.
Bilal was ‘vergeten’ dat hij onder de schuilnaam Aboe Qataadah al maanden systematisch de gewelddadige jihad had gepredikt, dat hij instructies had geschreven voor het volgen van schietcursussen, en dat hij op elke site waar hij maar toegang toe kon krijgen uitvoerig uitlegde waarom iedereen die de profeet beledigde moest worden gedood. De advocaat van Bilal L. vergeleek het optreden van zijn cliënt met de engelse Prins Harry die voor de grap een nazi-uniform aantrok. Bilal L. zou een beetje naïef zijn geweest en kon de strekking van zijn doodsdreiging niet goed overzien. De officier van justitie meende zelf dat van de van Bilal L. geëiste straf een preventieve werking zou uitgaan.
De advocaat van Bilal reduceerde de systematische propaganda voor de terroristische jihaad van zijn cliënt tot kroegpraat: “Dreigen op internet is als dreigen met geweld in een kroeg.” Maar de rechter wees erop dat de MSN-groep voor iedereen toegankelijk is en dat bedreigingen gericht tegen politici veel media-aandacht trekken. Bilal had dus kunnen weten dat zijn woorden een groot effect zouden hebben. Het dreigen met het onthoofden van een lid van de volksvertegenwoordiging (als straf voor het spotten met de islam) werd volgens de rechter begaan “met een terroristisch oogmerk”. Op 25 februari werd Bilal veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Op 5 maart 2005 kwam Bilal weer op vrije voeten.
|
Een medegevangene Jamal B. verklaarde Bilal tegen hem gezegd zou hebben dat de leden van de Hofstadgroep wisten van de plannen die Mohammed B. had om Theo van Gogh te vermoorden. Bovendien zou Bilal hem het pistool hebben geleverd waarmee hij op Van Gogh schoot en de fiets waarop hij reed. Maar in het proces tegen de Hofstadgroep weigerde Bilal ook maar iets te verklaren over de (leden van de) Hofstadgroep. Bovendien trok Jamal B. zijn eerdere verklaringen in. Op 31 januari 2005 hoorde Bilal voor de rechtbank in Rotterdam drie jaar cel tegen zich eisen. Op 13 februari werd hem daadwerkelijk drie jaar celstraf opgelegd. De rechtbank achtte bewezen dat Bilal in de gevangenis mensen heeft benaderd voor het leveren van wapens en explosieven en dat hij heeft geprobeerd medegevangenen te ronselen om aanslagen te plegen tegen de vijanden van de islam. De strijdbare geloofsgenoten van Bilal zijn hem niet vergeten. Bijna een jaar later plaatst ‘íbn firnas 23’ in het Islam & Ik forum van marokko.nl nog een gedicht “Van Aboe mihdjan voor zijn broeder Aboe Qatada”. Daarin wordt zijn heldenmoed geprezen en poëtisch gezinspeeld op de dag des oordeels waarop jihadistische krijgers de anders- en ongelovigen zullen amputeren. “Het gebrul van de leeuwen van tawheed zal nimmer vergaan...” [bron]. |
Omar A. alias Abu Nawwaar el Hossaymi wijst het doelwit aan |
|---|
|
|
Er kwamen steeds meer signalen die deze diagnose van de AIVD bevestigden. Die signalen werden alarmerend toen de Hofstadgroep vastere vormen begon aan te nemen, en zich openlijk op internet begon te manifesteren.
Na de tv-uitzending van de film Submission werden Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh in de openbaarheid van internet bedreigd. Dat gebeurde op meerdere plekken, maar de MSN-groep Muwahhidin/Dewaremoslims trok om goede reden de aandacht van de inlichtingendienst. Op 30 augustus plaatste ‘Abu Nawwaar el Hossaymi’ een bericht waarin stond dat de ‘El Muwahhidin-brigade’ er na ‘een lange zoektocht’ in geslaagd was om het geheime adres te achterhalen van de ‘ongelovige duivelse’ afvallige Hirsi Ali (met foto). Dat trok verontrustende aandacht: het adres bleek te kloppen. De Nationale Recherche van het KLPD sloeg alarm [bron]. Het vermoeden rees dat jihad-militanten de bewegingen van Hirsi Ali nauwkeurig hadden geobserveerd. Dit was geen dreigement van een toetsenbordterrorist; er was iemand die over de motivatie en de informatie beschikte om het leven van Ayaan Hirsi Ali daadwerkelijk te bedreigen. In een tweede bericht schreef Abu Nawwaar: “De dood zal haar achterhalen.”
|
|
Toch vormden deze gebeurtenissen op internet voor de Nederlandse justitie voldoende aanleiding om in te grijpen. Eerst werden bij Microsoft in de VS de IP-adressen van ‘Abu Nawwaar’ opgevraagd. Met behulp van deze informatie werden daarna in Den Haag op drie verschillende adressen invallen gedaan. Pas bij de derde inval had men succes, ook al werd de verdachte daarbij niet aangetroffen. Toen de 22-jarige Marokkaan Omar A. van zijn ouders hoorde dat rechercheurs tijdens een huiszoeking zijn computer in beslag hadden genomen, meldde hij zich op 15 september vrijwillig bij de politie [NRC - 17.11.04]. ‘Abu Nawwaar’ werd ontmaskerd, opgespoord, gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld. En het bleek geen kleine vis te zijn.
|
|
Het openbaar ministerie neemt de zaak zwaar op en zet 22 rechercheurs van de Unit Terrorismebestrijding en Bijzondere Taken (UTBT) in om de identiteit van Abu Nawwaar te achterhalen. Zij is daarin succesvol. Omar A. wordt gearresteerd, aangeklaagd en berecht. De officier van justitie zei in zijn requisitoir dat het opsporen van Omar een zaak van ‘nationaal belang’ was. Het openbaar ministerie wilde een halt toeroepen aan het groeiende aantal bedreigingen en aanslagen op politici. De combinatie van de dreiging en de publicatie van het schuiladres van Hirsi Ali werden aangemerkt als “een aanmoediging tot een ernstig strafbaar feit”. Op 26 oktober 2004 wordt Omar A. door de rechter veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.
Omar A. verklaart voor de politierechter spijt te hebben van zijn doodsdreigingen, maar dan vooral vanwege de gevolgen voor hemzélf. Hij volgde een gratis opleiding Arabisch in het Midden-Oosten. Hij besefte dat hij nu kon fluiten naar het tweede semester van zijn opleiding in Syrië. “Dan is mijn studie is verknald” [NRC 27 oktober 2004]. Omar A. is teleurgesteld in de Nederlandse samenleving en wil zodra hij vrij komt Nederland zo snel mogelijk verlaten.
Met de opsporing en veroordeling van Omar A. zaten AIVD, politie en justitie op een spoor dat hen pas later duidelijk zou worden. Volgens een woordvoerder van het landelijk parket was uit het onderzoek naar Omar A. niet gebleken dat hij banden onderhield met leden van de Hofstadgroep. Later zou blijken dat Omar A. wel degelijk contacten had met leden van de Hofstadgroep, zoals Ahmed A. (de beheerder van het MSN-forum waarop hij zijn teksten publiceerde) en Youssef E. (in wiens woning een van Omar’s studieboeken werd gevonden).
Rifo79 op oorlogspad |
|---|
Na de moord op Theo van Gogh gingen journalisten en andere geïnteresseerde burgers op zoek naar de identiteit van de dader. De internetfora stonden vol met speculaties. Wie was die Mohammed B. en onder welke schuilnaam of -namen opereerde hij op internet? De doorbraak leek niet vanuit het internet te komen, maar via de conventionele en betrouwbare media.
Twee weken na de moord (16.11.04) maakte het Radio 1 Journaal met grote stelligheid bekend dat Mohammed B. al sinds 27 maart lid was van het forum marokko.nl onder de gebruikersnaam ‘Rifo79’. De redactie baseerde zich bij deze primeur op informatie uit het politiedossier. Ook bij het Openbaar Ministerie bestond het vermoeden dat Mohammed B. deze naam gebruikte. Bovendien bevestigde de sitebeheerder dat alle berichten van Rifo79 op last van de politie waren verwijderd.
Een tot de verbeelding sprekend dramatisch beeld. Mohammed B. zou tot vlak voor zijn daad op internet gediscussieerd hebben over de islam. Op dinsdag 2 november, de dag van de moord, zou hij even voor half een ’s nachts nog een bericht hebben geplaatst in een discussie over joden.
Wie de kans had om mee te lezen welke berichten Rifo79 op het forum van marokko.nl plaatste, kon zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat er minstens een toetsenbordterrorist aan het woord was. In de maanden tot aan de moord plaatste Rifo79 266 bijdragen over diverse onderwerpen. Zijn bijdragen werden steeds feller van toon en inhoud.
Het feit dat Rifo79 ook op vrijdag 12 november nog actief was op Marokko.nl wekte de eerste twijfel aan de scoop van Radio 1 Journaal. Het was niet erg waarschijnlijk dat Mohammed B. na zijn arrestatie nog toegang kreeg tot internet of dat opsporingsdiensten van de naam Rifo79 gebruik hadden gemaakt. Bovendien kwam de in het profiel van Rifo79 opgegeven geboortedatum (6-7-78) niet overeen met de geboortedatum van Mohammed B. (8-3-78). Wie Mohammed B. beter kende zag ook dat de taalbeheersing en schrijfstijl van Rifo79 opvallend beneden zijn niveau lagen.
Het bleek een enorme vergissing: Rifo79 was geen schuilnaam van Mohammed B. Enkele dagen na de moord op Van Gogh werd de computer van de echte Rifo79 door een ‘legermacht’ van politiemensen in beslag genomen [Spits 18.11.04]. En op woensdagavond 16 november trad Rifo79 zelf op marokko.nl naar voren om zich verontwaardigd te beklagen:
Sommige forumdeelnemers steunen hem in zijn eis; anderen vinden dat hij niet moet zeuren omdat hij slechts een ‘toetsenbordterrorist’ is die zijn haatdragende woorden niet in daden omzet.
|
|
Rifo79 droeg weliswaar dezelfde voornaam als de moordenaar van Van Gogh, maar hij verklaarde dat hij Mohammed B. niet eens kende. De speculaties bleven de ronde doen. Zij zouden beide van het zelfde pseudoniem gebruik kunnen maken, of misschien zou zelfs de AIVD het pseudoniem gebruiken om op een ondoorgrondelijk intelligente wijze boeven te vangen door boevennamen te gebruiken.
Op dinsdagavond 16 november werden de berichten van Rifo79 door de beheerders van Marokko.nl weer toegankelijk gemaakt. Zij concludeerden dat er niets mis was met Rifo’s berichten en verwijderden slechts enkele berichten omdat ze “uit hun context” werden gerukt [bron: ANP].
Alle commotie over de internet-identiteit van Mohammed B. werden in de pers breed uitgemeten. Internet speelde een cruciale rol in de aanleiding tot en gevolgen van deze politieke moord. Controverses in de internetwereld hadden directe repercussies op wat er in de samenleving gebeurde.
Maar als Rifo79 niet schuilnaam was van de daadwerkelijke moordenaar, onder welke gebruikersnamen of pseudoniemen had Mohammed B. dan wel op internet geopereerd? Welke toetsenbordterrorist schuilde dan achter het pseudoniem Rifo79? En hoeveel van deze potentiële terroristen maken het samenleven onveilig door via internet achterlijke, haatdragende en tot geweld aanzettende teksten, beelden en leuzen te verspreiden?
Mohammed Bouyeri alias Abu Zubair |
|---|
De AIVD was de Hofstadgroep op het spoor. Zij wist dat “een aantal leden van de groep actief zijn op het internet”. Toch werd er volgens een uitgelekte voortgangsrapportage in de zomer van 2004 door de inlichtingendienst nog geen ‘systematisch onderzoek’ verricht naar deze cyberterroristische activiteiten. Als dat wel gebeurd was had zij ontdekt dat er internetsites waren die direct of indirect door een van de leden van de Hofstadgroep werden beheerd. Zij zou ook hebben waargenomen dat er in de zomer van 2004 teksten van ‘Abu Zubair’ werden gepubliceerd in de MSN-groep Muwahhidin/dewaremoslims.
Het ontging de AIVD niet dat potentieel radicaal-islamistische terroristen intensief gebruik maakten van internet, maar zij zag niet dat deze en navolgende sites een belangrijk instrument waren in de opbouw van de Hofstadgroep. De leden van dit netwerk gebruikten internet om uiting te geven aan hun proces van radicalisering, om anderen dwingend belerend te overtuigen van de zegeningen van de heilige jihad, om het groepsgevoel der uitverkorenen te versterken, en om zichzelf een politieke identiteit te geven. De groep werd gedreven door totalitaire ideeën die zij maar al te graag aan de man wilde brengen. Het was tijd voor jihad, hier en nu en met terroristisch geweld. Voor de verspreiding van deze boodschap maakten zij nuttig gebruik van de mogelijkheden om hun islamitische dogmatiek en radicaliteit via internet te articuleren. Het ontging de AIVD ook niet dat Mohammed B. in de periode tussen 18 en 22 september deelneemt “aan gesprekken op internet die gaan over het gebruik van kunstmest als basis voor explosieven en de manier waarop dergelijke bommen gemaakt kunnen worden” [Feitenreconstructie]. De AIVD was nog niet in staat om de met traditionele middelen verworven informatie uit de lokale wereld op systematische en inventieve wijze te verbinden met informatie die met high-tech middelen uit de virtuele wereld betrokken kan worden.
Dat internet een steeds belangrijker rol is gaan spelen in de verspreiding van radicaal-islamitische gedachten en sentimenten is inmiddels een gemeenplaats geworden. Veel minder duidelijk is hoe zij dat doen. Islamitisch fundamentalisten en terroristen opereren niet in formeel strak georganiseerde groepen, maar gedragen zich veeleer als zwermen bijen die van alle kanten kunnen prikken. Door hun sociale achterstelling en psychologisch ervaren onmacht volgen zij een zwermstrategie waarbij een machtige vijand van alle richtingen tegelijk wordt aangevallen. Zij opereren met ‘zwaarden der zwakkeren’. En internet is door zijn lage toegangskosten, snelheid en wereldwijde strekking de grootste megafoon ter wereld. Bovendien is het een openbare ruimte waar je kunt zeggen wat je wilt, zonder dat iemand direct door heeft wie je in werkelijkheid bent. Tenslotte ontmoet men op internet al snel een aantal gelijkgestemden waardoor men geen idee heeft hoe klein hun wereld eigenlijk is [Pape 2005].
|
De echte Abu Zubair is een Irakese inlichtingenofficier. Hij kwam 2002 in het nieuws toen de Britse krant Sunday Telegraph [15.9.2002] met bewijzen kwam voor een connectie tussen Osama bin Laden en de Irakese dictator Saddam Hoessein. Tony Blair onthulde dat twee kopstukken van Al Qa’ida in Irak getraind waren in terrorisme technieken tegen de Koerden in Noord-Irak: Abu Zubair en zijn rechterhand Rafid Fatah. Abu Zubair is ook bekend onder de naam Fowzi Saad al-Obeidi en zijn bijnaam “de beer”. Voor 11 september 2001 gaf hij voor Bin Laden leiding aan trainingskampen in Afghanistan. Hij wordt ervan verdacht plannen te beramen om Nato-schepen in de middellandse zee op te blazen vanuit een basis in Marokko (in mei 2002). Amerikaanse functionarissen bevestigden (in juli 2002) dat Zubair in Marokko gearresteerd werd [news.telegraph]. Hij zit nog steeds gevangen, vermoedelijk in de VS. |
Abu Zubair maakt zich eind juli als terrorist bekend op het internet. In het artikel van 28 juli op rifgate.nl bedreigt Abu Zubair de koning van Marokko, die hij een hoer van de Amerikaanse president Bush noemt. Naast Donner richt hij zich ook op de ministers Remkes en Verdonk en Kamerlid Wilders. “En bij deze doe ik inderdaad nog een oproep om de jeugd voor de jihad te recruteren.”
Onder de naam Abu Zubair verspreidde Mohammed B. in het voorjaar van 2004 ook e-mails waarin wordt opgeroepen tot de jihad. Wereldleiders, waaronder ook premier Balkenende, wordt in de mail aangeraden zich te onderwerpen aan de islam of anders af te treden. De islam is de waarheid en zal de westerse samenleving overwinnen.
Als bijlage voegde Abu Zubair een exemplaar toe van het door hem zelf vertaalde en ingeleide boek De ware moslim (de inleiding zelf werd onder de titel Vrijheid in de Islam al op 13 maart 2004 in de MSN-groep De Oase gepubliceerd).
|
|
In april 2003 schreef Mohammed B. een artikel in de buurtkrant ‘Over ’t Veld’ over Islam en integratie waarin hij betoogt dat de mens de wetten van Allah niet kan veranderen. “Fysiek is elk levend wezen op aarde moslim (hij die zich heeft overgegeven).” Het is nagenoeg dezelfde tekst als De weg naar waardigheid die later opnieuw in DeBasis werd gepubliceerd [zie mirror].
Mohammed B. liet onder de naam Abu Zubair een hele serie artikelen en door hem vertaalde werken over de radicale islam na op het internet. In deze ‘kleine bibliotheek’ (NRC) treft men titels aan zoals:
In To catch a wolf [kopie 1 | 2], dat op 16 maart 2004 werd geschreven en in de zomer van 2004 op internet verscheen, wordt verteld hoe een eskimo op wolvenjacht gaat. Hij smeert zijn mes eerst in met dierenbloed en laat het wapen vervolgens bevriezen. “Dan smeert hij er weer een laag bloed overheen, en weer een, totdat het mes helemaal bedekt is met bevroren bloed. Het is net een aardbijen-ijsje.” Het mes wordt rechtop in de sneeuw gezet. De wolf ruikt het bloed, komt op het mes af en begint eraan te likken. Zijn verlangen naar bloed is zo groot dat hij het mes in zijn eigen tong niet voelt. De wolf heeft niet in de gaten dat “zijn onverzadigbare dorst naar bloed gelest wordt door zijn eigen warme bloed”. De wolf bloedt langzaam dood.
In dit politieke manifest staat de wolf voor de islamitische landen waar ‘satanische krachten’ hun ‘zaad van het kwaad’ hebben gezaaid. “Sinds de val van het Ottomaanse rijk en daarmee de val van de Islamitische Khalifaat, zijn de vijanden van de Islam bezig geweest om stapsgewijs hun plannen van de totale destructie van de Islam te bewerkstelligen.” De eens zo machtige en trotse Moslim gemeenschap is nu niets meer dan “een stomdronken gefrustreerde natie geworden die aan de stoep van het Westen staat om te bedelen voor een stukje brood”.
Mohammed B. werd door ‘Fatima’ afgewezen, zij was toen al verliefd op een andere Mohammed, die nu ook als vermeend lid van de Hofstadgroep in de cel zit. Hoewel deze Mohammed el Morabit voor de islamitische wet al met ‘Naïma’ was getrouwd, was hij van plan om ‘Fatima’ als tweede vrouw te trouwen. Veelwijverij is volgens moslimpuriteinen goed voor de oemma: als een man bij meerdere vrouwen kinderen verwekt, groeit de moslimgemeenschap sneller.
In het voorjaar van 2004 trouwde ‘Naïma’ met Mohammed el Morabit, zonder dat haar ouders het wisten. Net als bij het islamitische huwelijk van Jason Warner trad daarbij de Syriër Abu Khaled op als wali (een soort voogd) van de bruid. Ook de vrouwen van de Hofstadgroep konden bij Abu Khaled terecht met allerlei vragen. Zo twijfelde ‘Naïma’ over een korantekst waarin staat dat ‘de vrouw en de man zijn als een akker voor elkaar’. ‘Naïma’: “Hij legde uit dat het betekent dat je het met elkaar mag doen.” [bron : Volkskrant 5.2.05] De vrouwen van de Hofstadgroep moesten van achter een gordijn luisteren naar de gesprekken die de mannen voerden met de rondreizende jihadprediker Abu Khaled, alias Radwan Al Issa, maar zij zijn niet minder strijdlustig. Ook voor hen is terrorisme verplicht. Zij waren teleurgesteld dat Hirsi Ali niet vermoord was. Die moest dan maar door de zusters worden vermoord. “Om te laten zien: zij komt niet voor ons vrouwen op”. “Vrouw zal Hirsi Ali vermoorden”, kopten de kranten. Dat dit niet geheel denkbeeldig is, bleek toen zich kort na de moord op Van Gogh een jonge moslima meldde bij de Tweede Kamer met het boek De ware moslim zij wilde daarover met Hirsi Ali praten. |
In zijn analyse van de Nederlandse situatie legt Mohammed B. een overweldigend accent op de actualiteit van de gewelddadige jihad. Hij vindt dat alle oprechte moslims de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen om nu daden te stellen. “Mr. Remkes, we zijn inderdaad opgestaan de mensen aan te sporen en uit te nodigen voor de Jihaad. Waarom? Omdat we het onrecht niet langer kunnen verdragen.” Al die normen en waarden van de rechtsstaat zijn slechts begrippen “om jullie eigen leugens mee af te schermen”. De oproep is duidelijk:
Vanaf augustus 2004 begint Mohammed B. een aantal dreigbrieven te schrijven die hij ondertekent met zijn nieuwe strijdnaam Saifu Deen alMuwahhied. In zijn dreigbrieven aan Hirsi Ali (17 augustus), Aboutaleb (idem) en Wilders (13 oktober) nagelt hij zijn potentiële slachtoffers verbaal aan de islamitische executiepaal. De keuze is kennelijk nog niet gemaakt. Omdat de primaire doelwitten worden beschermd, moest hij op zoek naar een substituut doelwit. Op 23 september schrijft hij zijn testament.
|
Aan redacteuren van de NRC gaf Fahmi B. in november 2004 een toelichting op de gemoedstoestand van zijn goede vriend Mohammed B. “Als iemand tegen de koran en de profeet vloekt, worden wij kwaad. Mohammed was echt kwaad op Hirsi Ali. Als moslim mag je niet vloeken, maar hij was zo kwaad dat hij op haar vloekte. Dat zegt wel iets.” Die boosheid richtte zich primair op Hirsi Ali, die als afvallige werd beschouwd. “Wie Hirsi Ali doodt, verkrijgt daarmee de martelaarstatus. Zoals de negen mannen die de aanslag op de Twin Towers pleegden” [NRC 9.7.05]. Maar Hirsi Ali werd te goed beschermd. Theo van Gogh moet door Mohammed B. als goede tweede keuze zijn beschouwd. |
De fatwa: zij moeten dood |
|---|
In dit proces van radicalisering en fanatisering kwam Mohammed B. op een punt waarop hij zichzelf moet hebben afgevraagd: waarom zou ík niet de verantwoordelijkheid nemen voor deze gezegende taak? Een ereplaats in het hiernamaals, privileges die hij op deze aarde nooit dacht te bereiken, bereidwillige maagden bij de vleet en eeuwig geëerd om zo’n macho-moedige daad. En dat alles in één stoutmoedige klap. Alleen met dat godslasterlijke varken moest nog praktische worden afgerekend. Zijn moord moest en zou op rituele wijze en dus met dramatische symboliek worden uitgevoerd.
Mohammed B. had de details van zijn moordaanslag nauwkeurig uitgewerkt. Het was een weloverwogen en nauwkeurig geplande daad die volgens een strak scenario zou worden uitgevoerd. Wekenlang observeerde hij het huis van Van Gogh en de fietsroute die deze dagelijks aflegde. Hij verkende ook de plek waarop hij van plan was om Van Gogh van zijn fiets te schieten. Hij schreef een politiek-religieus manifest om zijn moord te rechtvaardigen, en een meer persoonlijke boodschap aan zijn familieleden en vrienden. Daarna verzamelde hij alle waanzinnige moed om zijn rituele handeling daadwerkelijk te voltrekken. We weten niet precies wat er in Mohammed B. omging. We weten wel dat hij zijn object van zelfbevrijding doelgericht benaderde. Zijn slachting werd volgens plan uitgevoerd.
Zoals bijna elke ochtend ging Theo van Gogh op de laatste dag van zijn leven op weg van zijn huis naar zijn kantoor bij de productiemaatschappij Column in Amsterdam-Zuid. Het is 8.30 uur als Van Gogh op 2 november 2004 de Middenweg opdraait. Bij de tabakswinkel Primera zet hij zijn fiets tegen de muur en loopt nog even binnen. Druk pratend legt hij zijn sigaretten en krantje op de toonbank. “Hij had grote verhalen over een nieuw nicotinemiddel om van het roken af te komen”, herinnert de eigenaar van de zaak zich.
Van Gogh blijft nog een minuut of tien kletsen en pakt om 8.40 uur weer zijn fiets. Als hij enkele honderden meters verder gereden is, komt Mohammed B. op de Linnaeusstraat plotseling langszij fietsen. Vrijwel direct, ter hoogte van het stadsdeelkantoor, begint hij op Van Gogh te schieten. Hij valt half van zijn fiets en roept nog naar zijn moordenaar om het niet te doen. Mohammed vuurt nog vier keer op zijn slachtoffer, dat rechtop op het fietspad staat. Theo vlucht naar de overkant van de weg. Zijn moordenaar achtervolgt hem met het pistool in zijn hand. Theo rent twee keer om een auto heen en zakt op het fietspad in elkaar. Zijn moordenaar staat nu vlak bij hem. Theo roept nog om genade, om het niet te doen. Zijn afwerende bewegingen kunnen hem niet beschermen. Mohammed vuurt van zeer korte afstand (een halve tot een hele meter) zijn laatste kogels in zijn slachtoffer. Vervolgens schopt hij twee keer tegen het lichaam van zijn slachtoffer aan.
Nadat hij zijn doelwit met in totaal acht kogels heeft geveld, haalt hij een groot kapmes uit zijn schoudertas, een Kukri-machete met een lemmet van 33 cm. Met vier zagende bewegingen snijdt hij Van Goghs keel door (of probeerde hem te onthoofden zoals hij eerder op diverse gruwelvideo’s gezien had). Daarna steekt hij het kapmes zo diep in het lichaam dat de wond reikt tot aan de wervelkolom. En als finale steekt hij zijn aan een dun fileermes bevestigde ‘Brief aan Hirshi Ali’ in de buik van Theo (Mohammed spelt de naam van Ayaan Hirsi Ali consequent verkeerd).
Toen Mohammed B. op zijn slachtoffer begon te schieten had Van Gogh hem nog toegeroepen: “Doe het niet, doe het niet”. Maar Mohammed B. had zichzelf geprogrammeerd om zijn slachting te voltooien. Mohammed B. blijft bij het ontzielde lichaam van Theo van Gogh staan. Hij keek of hij zijn werk goed gedaan had. Hij haalt de houder uit het vuurwapen en vult de houder met 15 nieuwe patronen. Hij had ervoor geoefend en laat geen patroon vallen. Nadat hij zijn wapen heeft herladen loopt hij nog steeds rustig in de richting van het Oosterpark. In alle verklaringen van omstanders wordt de opvallende rust en kalmte van Mohammed B. benadrukt. Een van die omstanders durft tegen de moordenaar te zeggen “dat kun je toch niet maken”. Maar Mohammed is niet te vermurwen: “Dat kan ik wel, hij heeft het ernaar gemaakt, dan weten jullie ook wat je te wachten staat.” Zijn moord was een openbare terechtstelling. Het was druk op de Linnaeusstraat op 2 november 2004. Van de moord op Van Gogh zijn 53 ooggetuigen.
|
In totaal lost Mohammed B. 20 schoten. Acht daarvan in het lichaam van Theo van Gogh, de rest in het vuurgevecht dat hij daarna met de politie aanging in de hoop daarbij het leven te laten. Door het salvo dat Mohammed B. in het Oosterpark afvuurde raakte een motoragent gewond en werden gaten in meerdere politieauto’s geschoten. Tot Mohammed B. in zijn been geraakt werd en gearresteerd kon worden. Wekenlang had Mohammed B. zich voorbereid op zijn martelaarsdood. Leden van het arrestatieteam die Mohammed na de moord naar het ziekenhuis begeleidden, vertelden hem dat hij geluk had gehad dat hij niet was doodgeschoten. “Dat was juist de bedoeling”, was de repliek van Mohammed. Hij wist precies waaraan hij mee bezig was: met een rituele slachting van een varken dat Allah en zijn profeet had beledigd, en met zijn eigen martelaarsdood. Tijdens de rechtszitting op 12 juli 2005 suggereerde de officier van justitie dat Mohammed B. in zijn vuurgevecht met de politie “bewust laag heeft geschoten om niemand dodelijk te raken”. Dat bleek een misvatting. Mohammed B. verklaarde aan het slot van zijn proces dat hij deze politieagenten nooit heeft willen ontzien. “Ik schoot om jullie te doden en om gedood te worden”. |
Misverstand uitgesloten. Dit was geen gewone moord maar een rituele slachting. Een moord met een boodschap, of misschien moeten we zeggen: een boodschap door middel van moord. De boodschap was gericht aan “een ongelovig fundamentalist”, Ayaan Hirsi Ali (consequent verkeerd geschreven als ‘Hirshi’) en haar “Thaghoet partij VVD”. De vijf pagina’s tellende brief heeft de opbouw van een fatwa, een islamitisch decreet. Het begint met een openingsgebed, somt de misdaden op waarvoor Hirsi Ali gestraft moet worden en velt dan het doodvonnis over deze ‘soldaat van het kwaad’.
De fatwa begint met een gebruikelijke lofzegging op de profeet Mohammed. In naam van Allah wordt gezegd dat er geen agressie is behalve tegen de agressors. Daarmee wordt bedoeld dat gewapende strijd (jihad) gerechtvaardigd is wanneer de moslimgemeenschap (Ummah) wordt bedreigd of aangevallen. Volgens fanatieke moslims is er een wereldwijde oorlog tegen de islam aan de gang. In dit wereldbeeld wordt ook in Nederland de islam aangevallen. Daarom is ook in Nederland gewapend optreden legitiem en zelfs verplicht. De ‘kruistocht tegen de islam’ dient met geweld te worden gekeerd. Jihad is de cruciale plicht van elke moslim. In de zuivere leer betekent Jihad dat het geloof verdedigd moet worden tegen critici, dat haar uitbreiding en verdediging financieel moet worden gesteund, en dat men migreert naar niet-moslim landen om de islam te verspreiden. In de islamitische geschiedenis is de gewelddadige jihad een moreel imperatief en een empirische constante. Radicale moslims gebruikten veel passages uit de Koran en de spreuken van de profeet Mohammed om hun acties te rechtvaardigen en nieuwe rekruten te werven. Binnen de theologie van de gewapende jihad hebben ongelovigen geen mensenrechten of menselijke waardigheid.
|
|
De islamitische gemeenschap heeft het laten afweten. “Zij heeft haar taak van verzetten tegen dit onrecht en het kwaad laten liggen en ligt haar roes uit te slapen.” Overal staan de moslims met de rug tegen de muur omdat zij niet het zuivere geloof aanhangen en zich niet gewapend verzetten.
Zoals in radicaal islamitische kringen gebruikelijk is wordt een beeld geschetst van de Nederlandse politiek waarin ‘de joden’ domineren. Wie jood is wordt ook in dit geval bepaald door de spreker. Zelfs VVD-fractieleider Van Aartsen wordt in de brief als jood beschouwd, ook al is hij dan van protestantse huize. (Ook De Telegraaf en Nova worden door radicale moslimjongeren als joden geïdentificeerd). Met enkele citaten wordt geprobeerd om de slechtheid van de Joden te bewijzen. Slecht is uiteraard ook de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, die wel jood is. Hem wordt verweten een ideologie aan te hangen “waarin Joden tegen niet-Joden mogen liegen” om hen te misleiden. Mohammed B. wil net als alle andere fundamentalistisch-islamitische terroristen de wereld zuiveren van alle onreinheden.
|
|
Hirsi Ali is een afvallige, een ongelovige die op de dag des oordeels slechts “verschrikkelijke martelingen en kwellingen” te wachten staat. “U heeft met al deze vijandelijkheden een boemerang losgelaten en u weet dat het slechts een kwestie van tijd is voordat deze boemerang uw lot zal bezegelen.” Mohammed B. wil dit onvermijdelijk lot een handje helpen.
Aanvallen op de islam zullen ‘het vuur van het geloof’ slechts aanwakkeren. En Hirsi Ali zal zichzelf op de islam stukslaan. De ‘ongelovige fundamentalisten’ zijn zelf met de strijd begonnen. Voor de onrechtplegers zal er geen genade zijn. “Slechts het zwaard wordt tegen hen opgeheven. Geen discussie, geen demonstraties, geen optochten, geen petities: slechts de DOOD zal de Waarheid van de Leugen doen scheiden.”
En Hirsi Ali zal niet alleen ten onder gaan, alle ongelovigen in Amerika, Europa en Nederland zullen door de islamitische vloedgolf worden weggevaagd. Zij worden vernietigd door ‘het zwaard van het verenigend geloof’ (Saifu Deen alMuwahhied). De islamitische eenheid in het Arabisch Tawheed genoemd zal in alle landen zegevieren.
Daarmee was het oordeel geveld. En Mohammed B. zou het stoutmoedig ten uitvoer brengen. Hij nam afscheid van zijn eigen leven. Zijn laatste daad in het hiernumaals zou hem de eeuwige roem van het martelaarschap brengen. Zijn politieke moord verliep echter niet helemaal volgens plan. Van Gogh was dood, maar de martelaar in spe overleefde zijn geënsceneerde zelfmoordactie. De politie schakelde hem uit door een schot in zijn been. Zo ging het beoogde martelaarschap aan Mohammed B. voorbij. In plaats daarvan maakte hij van Van Gogh een martelaar.
Mohammed B. had de geschiedenis in willen gaan als redder en verdediger van de islam. Zijn daad had echter alleen maar tot gevolg dat de toch al grote argwaan tegenover de islam werd aangewakkerd en wraakaanslagen werden gepleegd op moskeeën en islamitische scholen. In zijn open brief aan Hirsi Ali had Mohammed B. gebeden: “schenk ons de dood om ons te verblijden met het martelaarschap”. Maar Allah in wiens naam hij meende te handelen was hem niet welgezind. Zijn beoogde enkele reis naar de luxe-afdeling van het islamitische paradijs ging aan zijn neus voorbij.
|
In zijn afscheidsbrief aan zijn geestverwanten draagt hij hen op om zijn religieus-politieke geschriften te verspreiden. Hij waarschuwt hen daarbij voorzichtig te werk te gaan. Hij vreest dat bij de verspreiding van sommige teksten “alle broeders en zusters (denk ik!) problemen krijgen”. Dit zou met name gelden voor “de brief aan Nederland”. In deze ‘Open brief aan het Nederlandse volk’ van vóór 12 augustus 2004 kondigt Mohammed B. ongerichte terreurdaden in openbare gelegenheden aan:
Voorzover bekend is deze afscheidsbrief nooit in het bezit van zijn broeders gekomen [1: Officier van Justitie, 2: NRC 20.4.2005, 3: Peters 2005].
Van zijn landgenoot Murad J. (33) werden vingerafdrukken gevonden op een hoesje van een cassettebandje uit de woning van Mohammed. Murad was in 1997 als vluchteling naar Nederland gekomen. Hij en Mohammed B. kenden elkaar al langere tijd (zo blijkt uit emailcontacten) en Murad verklaarde dat hij meerdere malen bij Mohammed thuis is geweest en ook contacten had met andere leden van het Hofstadnetwerk. Murad wordt op 19 april 2005 in zijn woning in Schiedam gearresteerd. In zijn woning wordt een grote hoeveelheid jihadistisch materiaal aangetroffen: filmpjes over aanslagen, handboeken voor het maken van explosieven, instructies voor het ondergaan van politieverhoor, en geschriften van ‘Abu Zubair’. Murad wordt begin juli weer vrijgelaten [NRC 27.7.05]. Tijdens het proces tegen Mohammed B. werd duidelijk waarom dit gebeurde. In zijn requisitoir zegt officier van justitie Van Straelen. “In elk geval is geen bewijs gekomen dat Murad of Bislan de moord op Van Gogh zou hebben medegepleegd of dat zij de verdachte hierbij behulpzaam zijn geweest.” Het was bekend dat er operationele verbanden bestaan tussen Tsjetsjeense organisaties en Al Qa’ida. Maar van een connectie tussen de Hofstadgroep en Tsjetsjeense terreurorganisaties was niets bekend. |
Islamitische Tawhid Brigades |
|---|
Internet wordt gebruikt om terroristische aanslagen op te eisen. Het lijkt een mode te worden die zich over de hele wereld verspreidt. De achterliggende strategische logica is op het eerste gezicht simpel: verdeel je vijand en put haar uit door het vormen van kleine beweeglijke organisaties en netwerken die onder verschillende namen opereren. Hierdoor wordt het voor tegenstanders moeilijker om terroristische cellen op te sporen en te achtervolgen. Hierdoor wordt de effectiviteit van de inspanningen van de veiligheidsdiensten ondergraven [bron].
Een week na de moord op Van Gogh dreigt een tot dan toe onbekende pro-Al Qa’ida groep een reeks aanslagen in Nederland te plegen, als reactie op de bomaanslag op een islamitische school in Eindhoven en de brandstichtingen bij moskeeën in Groningen, Rotterdam en Utrecht. In een op internet gepubliceerde verklaring lanceren de Islamitische Tawhid Brigades [‘Islamic Tawhid Brigades’ of ‘Islamic Tawheed Brigades’] hun dreigementen.
|
|
Al eerder dreigde deze groep om Italië en Nederland aan te vallen als beide landen hun troepen niet uit Irak zouden terugtrekken. “We zijn er klaar voor en we wachten op de juiste tijd om alle Europese staten die troepen naar Irak hebben gezonden te laten sidderen en we adviseren de Nederlanders hun troepen uit Irak terug te trekken, anders dragen we geen verantwoordelijkheid voor wat er gaat gebeuren” [medio aug, 2004]. De groep waarschuwt ook de Italiaanse premier Berlusconi: “u heeft de soldaten van de islam getart, dus kunt u een islamitische aardbeving verwachten.”
De islamitische terreurgroep al-Tawhid wa al-Jihad staat onder leiding van Abu Musab al-Zarqawi, hoofd van ‘Al Qa’ida in Tweestromenland’. Al-Zarqawi regisseert zijn aanslagen in Irak in nauwe samenwerking met Osama bin Laden.
DeBasis |
|---|
Op 9 november wordt een nieuwe jihad-site in de digitale lucht gebracht. Als redactie van de MSN-site DeBasis Nederlands voor Al Qa’ida wordt een illuster gezelschap opgevoerd: Mohammed B., Samir A. en Jason W. Achter de site gaat -volgens GeenStijl- Abdullah Bergkamp schuil, een jihadstrijder met een zwak voor voetbal. De site bevat documenten, video’s, foto’s, brieven en verhalen waarin de gewelddadige jihad onomwonden wordt gepropageerd. De maker van de site is bekend met de leden van de Hofstadgroep en weet dat Abu Zubair een schuilnaam is van Mohammed B. en dat hij de vertaler is van het boek De ware moslim. In de door Mohammed B. geschreven inleiding van dit boek wordt Balkenende opgeroepen om zelf maar te integreren, in de islam, of anders af te treden. “De geest van Jihaad waart over de aarde.” De moslimorganisaties die zich in Nederland opwerpen als de belangenbehartigers van de islam worden als “het grootste kankergezwel” gediagnosticeerd. Op DeBasis staan tien teksten van de hand van Mohammed B. Naast zijn op het lichaam van Van Gogh gestoken openbare brief aan Hirsi Ali en zijn in sinterklaasrijm geschreven ‘testament’ staat er onder andere de eveneens gedeeltelijk in dichtvorm geschreven tekst Millat Ibrahim.
In Excuses en nog meer excuses wordt de vraag opgeworpen “Hebben wij voor jihaad een leider nodig?”
In het artikel De weg naar waardigheid wordt ingegaan op het negatieve beeld van de islam. “Sommigen doen nog een wanhopige poging om dit te veranderen, en beginnen weliswaar met een goede intentie, maar een verslagen geest een beeld van de Islam te vormen wat toch enigszins acceptabel overkomt voor de westerlingen.” Maar dit is niet de goede oplossing. “De Islam ... kan zich niet aan de ideeën van de mensen aanpassen, maar de mensen moeten zich aanpassen aan de manier van leven die door Allah is geopenbaard.” De oorzaak van het negatieve beeld van de Islam “ligt in het feit dat de vijanden van de Islam het voor het zeggen hebben in de wereld” en die zeggenschap “hebben zij door middel van oorlog verkregen”.
|
Een duidelijk voorbeeld daarvan is de inmiddels opgeheven site groups.msn.com/Nlmaroc. Het is naast andere een van die sites waarin ‘Abu-Qubaydah’ omstandig uitlegt dat elke moslim verplicht is “om degene die de profeet uitscheld, Moslim of kafir, te doden”. Wie dit nog niet begrijpt krijgt een simpele vertaling: “Wij zijn terroristen en het terrorisme is verplicht. Zodat het Westen en het Oosten weet dat we terroristen zijn, en dat we angstaanjagend zijn.” Of als men het nog korter wil: “Dus terrorisme is verplicht in het geloof van Allah.” Zuiverder en gewelddadiger kan geloof in de superioriteit van het eigen geloof nauwelijks worden verwoord. Levensbedreigende godsdienstwaan. Regressie tot voor-middeleeuwse gebruiken en vooroordelen. Een ideologie waarin de ‘menselijke wetten’ ondergeschikt worden gemaakt aan de uit de Koran afgeleide basisprincipes van een islamitische rechtsstaat waarin de Sharia heerst. Dat is een ‘rechtsstaat’ waarin geen plaats is voor anders- of niet-gelovigen, en zeker niet voor afvalligen van het ware geloof. Zo’n staat wordt geschraagd door mensen die “er alles aan moeten doen om het goddelijk gezag op aarde te vestigen”. Een beroep op ‘hun’ democratische of rechtssysteem is volledig uit den boze; hiermee “zouden wij hun gezag accepteren”. Wie het gezag van democratische overheden of burgerlijke rechtssystemen accepteert is geen moslim meer. Allah weet het uiteraard ook op dit punt altijd beter. “Dit is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen beseffen het niet” [Joessoef 12:40]. Om hen dit besef in de hoofden te prenten zijn gewelddadige aanslagen op ongelovigen en afvalligen gerechtvaardigd, en zelfs verplicht. Wie daar niet met gespierde teksten van overtuigd is, moet maar eens kijken naar het foto- en videomateriaal dat op deze en vergelijkbare sites wordt gepresenteerd. Het zijn verontrustende, bloedige en afschuwelijke beelden waarin het lijden van de internationale moslimgemeenschap op indringende wijze aan de orde worden gesteld.
![]() Logo van Jama'at Al-Tawheed Wal Jihaad
| ||||||
Een terroristisch netwerk |
|---|
Op 3 en 4 november 2004 maakt Hendrikus Lodder, inspecteur van politie en teamleider van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid van de Politie Regio Utrecht twee processen verbaal op met een van zijn informanten [verbaal 1, verbaal 2a, verbaal 2b]. Hij kreeg van hem belangrijke informatie over de moordenaar van Van Gogh. Zijn informant vertelt dat er een videoband bestaat van Mohammed B., waarop hij zegt Theo van Gogh te hebben gedood en martelaar te zijn geworden.
Mohammed B. was geen verdwaasd individu die zijn daad zelf uitdacht en uitvoerde. Hij was ook een eenzame wreker, maar tegelijkertijd onderdeel van een radicaal-islamitisch netwerk dat door de AIVD de ‘Hofstadgroep’ werd genoemd. De jonge mannen en vrouwen die vastzitten op verdenking van deelname aan het terreurnetwerk blijven in ieder geval tot eind september 2005 in hechtenis. Zij worden er allen van verdacht deel uit te maken van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. Hun onderlinge contacten en het bijwonen van huiskamerbijeenkomsten bij onder andere Mohammed B. zijn hiervoor belangrijke aanwijzingen. Een deel van de verdachten rechtvaardigt geweld voor het geloof en was betrokken bij het produceren en verspreiden van geschriften en opnames die dat extreme geweld verheerlijken. Een paar verdachten waren betrokken bij het ronselen van mensen voor de jihad. Drie van hen Ismail A., Jason W. en uiteraard Mohammed B. hebben zich daadwerkelijk schuldig gemaakt aan extreem geweld.
|
|
Ahmed H. computerbrein en bankier |
|---|
Op de avond van de moord op Theo van Gogh werd al een van de centrale figuren van de Hofstadgroep door de politie gearresteerd: Ahmed Hamdi (26), alias Nord Holla. Hij werd gearresteerd bij het woonadres van Mohammed B. in de Amsterdamse Marianne Philipsstraat, waar hij ook verbleef. De veiligheidsdienst beschouwde hem sinds een jaar als centraal figuur binnen het netwerk. Net als Mohammed B. wordt hij verdacht van samenspanning om Van Gogh, Hirsi Ali, Geert Wilders en anderen te vermoorden.
|
Zakaria Taybi, een vriend van Mohammed B., was al als schoonmaker aangenomen door een bedrijf op Schiphol (ISS Aviation) maar kreeg op 26 augustus 2002 een negatief advies van de AIVD. De dienst voerde een veiligheidsonderzoek uit, omdat hij naar een ‘vertrouwensfunctie’ solliciteerde. Hij zou toegang krijgen tot extra beveiligde ruimtes van de luchthaven. De AIVD weigerde een ‘verklaring van geen bezwaar’ af te geven. “De verdenking van diefstal onder verzwarende omstandigheden, gepleegd op 4 maart 2001”, was voor de AIVD reden genoeg voor de afwijzing. In 2003 vertrok Zakaria samen met Jason W. naar een terroristisch trainingskamp in Pakistan. Ook bij Ismail A. werden sollicitatiebrieven gevonden voor een functie op Schiphol [Nederlands Dagblad]. |
Ahmed H. hield zich ook bezig met financiële zaken voor de groep. In de zomer van 2004 probeerde hij geld over te maken naar een lid van de groep dat naar Portugal was afgereisd. Deze transactie werd geblokkeerd door de Verenigde Staten, waar Ahmed H. op een freeze list staat. Internationale veiligheidsdiensten waren bang dat leden van de groep een aanslag wilden plegen rondom het EK voetbal in Portugal.
In oktober 2003 viel justitie binnen in de woning van Ahmed H. in Amsterdam-Noord. Hij woonde daar toen met vrouw en twee kinderen. Hij werd door de politie alleen gehoord als getuige in het kader van het onderzoek naar voorbereidingen voor een terroristische aanslag door Samir A., die gezien werd als prominent figuur binnen de Hofstadgroep. Ahmed H. verklaarde toen dat leden van de groep bij hem thuis gebruik maakten van internet.
Ahmed verklaarde tegenover de politie dat hem nooit iets heeft gemerkt van de voorbereidende handelingen van zijn huisgenoot Mohammed B. Hij heeft nooit de messen, patronen of het vuurwapen van Mohammed gezien in de bijzonder kleine woning waar zij samen woonden.
Rachid Bo. + Mohammed el B. + Zine Labidine A. + Mohammed el M. |
|---|
Op 2 november worden rond de Marianne Philipsstraat 27 nog drie andere vrienden van Mohammed B. gearresteerd. Rachid Bousana (26) is een oude jeugdvriend van Mohammed B. Hij raakte onder de indruk van de religieuze kennis die Mohammed B. in anderhalf jaar tijd heeft verworven. Hij bezocht regelmatig de huiskamerbijeenkomsten, “omdat Mohammed veel meer van het geloof weet dan ik.” In het weekeinde voor de moord kreeg hij van Mohammed B. vier enveloppen, die hij moest afgeven “als er iets met hem mocht gebeuren.” Op de avond voor de moord op Van Gogh had hij samen met Ahmed H. een ontmoeting met Mohammed B. Op 22 december 2005 werd zijn hechtenis opgeheven, omdat de straf die hij opgelegd kon krijgen niet langer was dan zijn voorarrest. Met Mohammed el B. had Mohammed B. contact over ‘religieuze zaken’. Hij werd gearresteerd toen hij bij de woning van Mohammed B. aanbelde.
Ook Zine Labidine A. alias ‘Abu Ismail’, ‘Laarbi’ en ‘Abu Yusuf’ wordt opgepakt omdat hij op de dag van de moord ‘toevallig’ bij Mohammed B. op bezoek kwam. Hij wilde Mohammed B. vragen om imam te zijn bij het ‘nikah’ huwelijk met zijn tweede vrouw, Oum Osama (moeder van Osama). Zij was een leerlinge van Nouriddin el F. en ontpopte zich tot een fanatieke moslima, een ‘droomzuster’ die wijze woorden kon spreken. Zine is een 26-jarige Marokkaan die sinds zes jaar illegaal in Nederland woont. Hij werd door veel zusters een ‘erg mooie jongen’ gevonden, maar de broeders twijfelden aan zijn rechtheid in de leer en vonden hem te macho. Bovendien was hij in 2003 al volgens de islamitische recht getrouwd met Oum Youssef (die in mei 2005 een tweede kind van hem kreeg). De broeders waaronder Ismail A. probeerden Oum Osama nog om te praten, maar zij hield voet bij stuk. “Als wij niet voor elkaar bestemd zijn, zal Allah het niet door laten gaan.” Toen zij later hoorde dat Van Gogh die ochtend was doodgeschoten, zei zij: “Het is een mooie dag, Van Gogh vermoord en ik ga trouwen.” Allah had kennelijk toch een andere bestemming voor haar. Samen met een paar andere broeders en zusters zorgde zij ervoor dat het gedachtegoed van Mohammed B. via e-mail en internet wordt verspreid, en dat de koranlessen aan leeftijdgenoten wordt voortgezet [Volkskrant 25.7.05]. Zine werd in oktober 2003 ook al eens gearresteerd, maar moest direct weer worden vrijgelaten.
|
Toen Oum Youssef in mei 2005 beviel van haar tweede kind, vroeg Zine via zijn advocaat tevergeefs of hij bij de bevalling aanwezig mocht zijn. Bij binnenkomst van de rechters stond Zine onmiddellijk op en beantwoordde netjes hun vragen. Sommige broeders en zusters zagen dit als een bevestiging van hun wantrouwen in de zuiverheid van zijn overtuiging. Hij toonde immers respect voor de wetten van de ongelovigen. Mohammed B. had al eens met zijn vinger een vraagteken in de lucht getekend, vlak voor het gezicht van Zine. Tijdens de pro-formazitting verklaarde Zine dat hij tegen geweld en terrorisme is en dat hij geen wrok koestert tegen Nederland. “Ik ben niet gediscrimineerd.” Hij ontkende dat er sprake was van een georganiseerde groep. “Ik was bezig met mijn gezin” [Volkskrant 25.6.05]. . In een afgeluisterd telefoongesprek met zijn ouders zei hij: “Ik zat er wel middenin, maar ik heb niks gedaan.” Na de vierde pro-formazitting [22 september 2005] werd het voorarrest van Zine Labidine door de rechtbank opgeheven. De op te leggen straf dreigde bij hem korter te worden dan de tijd die hij in voorarrest zou verblijven. Omdat hij als illegaal in Nederland verblijft, werd hij na zijn vrijlating overigens onmiddellijk weer vastgezet. |
De volgende dag wordt een andere belangrijke figuur binnen het Hofstad-netwerk aangehouden: Mohammed el Morabit (24). Hij reisde eerder samen met Nouriddin El Fahtni naar Portugal. In zijn woning worden verdachte scheikundige formules aangetroffen. Gezien de ‘vreemde stoffen’ houdt justitie rekening met de mogelijkheid dat er kwade opzet in het spel is.
Naar aanleiding van deze arrestatiegolf werd de vraag opgeworpen hoe het mogelijk was dat er plotseling wel extremistische islamieten konden worden opgepakt. De inlichtingendiensten wachten bij niet-urgente situaties meestal met ingrijpen om maar zoveel mogelijk informatie te vergaren. Het dilemma is bekend. Te vroeg ingrijpen betekent veelal dat terroristen worden opgepakt maar wegens gebrek aan bewijs weer snel worden losgelaten. Ingrijpen vlak voor een gepland misdrijf wordt begaan kan betekenen dat men te laat is.
Belegering in het Haagse Laakkwartier |
|---|
Speciale veiligheidseenheden in actie op de daken van het Haagse Laakkwartier in november 2004. Foto ANP.
|
Des te opmerkelijker was dat het arrestatieteam van de regiopolitie Haaglanden onvoldoende informatie kreeg. Volgens de korpschef van Haaglanden wist het arrestatieteam alleen dat de mannen “zijdelings met terrorisme te maken hadden”. Burgemeester Deetman hekelde tegenover de Haagse gemeenteraad het gebrek aan ‘optimale informatiedeling’ van de inlichtingendienst. De Nationale Recherche, het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie en de AIVD houden echter vol dat zij hebben laten weten dat Jason W. een “onberekenbare gek” is, dat er wapens in het huis waren en dat beide mannen een jihadtraining in Pakistan hadden gehad.
In 18 oktober 2003 werd hij samen met zijn vriend Samir A. gearresteerd. Na zijn training in Pakistan vloog hij op 11 september 2003 terug naar Nederland. De AIVD luisterde zijn telefoongesprekken af; zij hoorde dat hij door ‘de emir’ was teruggestuurd “om een wedstrijd te spelen”. Volgens de politie ging het daarbij niet om een taekwandowedstrijd, zoals Ismail kort na zijn arrestatie zei, maar om een aanslag. Kort na zijn terugkeer in Nederland reisde Ismail door naar Barcelona, waar hij contact had met de Marokkaan Abdeladim Akoudad, alias ‘Naoufel’ (op 14 oktober 2003 werd hij aangehouden vanwege zijn rol bij de bomaanslagen in Casablanca in mei van dat jaar).
Evenals Jason W., de tweede arrestant in de Antheunisstraat, wordt hij verdacht van lidmaatschap van een terroristische organisatie, het beramen van aanslagen op Hirsi Ali en Wilders en poging tot doodslag op vier agenten.
Net als zijn strijdgenoot Jason W. wilde Ismail tijdens de belegering van geen opgeven weten. “Overgeven? Dat nooit. Tot mijn dood, tot mijn laatste adem blijf ik hier.” In een telefoongesprek met zijn moeder vertelde Ismail: “Wij hebben een van hen gedood. Wij hebben bommen. Wij gaan deze woning, deze wijk laten exploderen.”
Na zijn arrestatie belandde hij in de penitentiaire inrichting De Schie in Rotterdam. Op 13 april 2005 werd hij daar opgezocht door Samir A., die op 6 april was vrijgesproken. In de gevangenis wist Ismail al snel een enthousiaste aanhang te verwerven. Ismail werd door hen tot in het extreme vereerd, zeggen zijn bewakers. “Ze kusten letterlijk zijn voeten.” Omdat hij in de gevangenis medegedetineerden probeerde te werven voor de jihad werd hij overgeplaatst naar een ander huis van bewaring in Nijmegen.
“Jason die was altijd alleen, zat alleen maar in boeken te lezen en studeren. Hij had ook niet echt hobbies. Hij ging altijd voetballen. [...] Maar ja, hij kon niet echt voetballen.” Dat zegt Barry Smith, die een goede vriend is van Jason’s broer Jermaine en die beide broertjes van nabij kent. Jermaine woont twee jaar lang bij hem. Jason’s vrienden kennen hem als een slimme, maar zonderlinge jongen. “Hij had niemand om zijn leven mee te delen. [...] Hij had ook niet iemand om goed mee te praten”, zegt Barry Smith. Jason was alleen [Netwerk 17.11.04].
Op de middelbare school manifesteert Jason zich nog als een fervente verdediger van de Verenigde Staten. Hij tolereert geen kritiek op Amerika. Na zijn bekering tot de islam slaat hij volledig door naar het andere extreem. Het vaderland van zijn alcoholische vader beschouwt hij nu “als leger van ongeloof”. Met zijn vader had Jason geen contact meer hij leefde al drie jaar gescheiden van het gezin en weigerde elk contact met zijn zoons.
Jason’s snelle radicalisering brengt hem in conflict met zijn moeder en zijn twee stiefzusters. Jason vindt dat de meisjes zich ‘te bloot’ kleden. Hij draagt zelf inmiddels een baard en traditioneel islamitische kleding. In juni 2004 komt het tot een breuk. Zijn moeder verlaat samen met haar dochters uit haar huis in Amersfoort en vlucht naar een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Zij vlucht voor haar beide zoons die haar ‘geestelijk mishandelen’.
De terroristische aanslagen van 11 september 2001 brachten Jason nog veel verder in beweging. Via internet informeert hij zich over het islamistische verzet tegen de Amerikaanse invallen in Afghanistan en Irak. Via internet komt hij ook in contact met militanten van de gewapende jihad. Hij voegt de daad bij het woord en reist af naar een trainingskamp in Afghanistan. Aan zijn vrienden vertelt hij trots dat hij ‘dikke kuiten’ had gekregen van het beklimmen van hoge bergen. Omdat hij de bestemmingsplaats niet kan vinden, wordt hij gearresteerd voordat hij heldendaden kan verrichten. Jason wordt hierdoor alleen nog maar extremer.
Voor de Nederlandse politie was Jason geen onbekende. Op 3 september 2003 vliegt Jason vanuit Jalalabad (Afghanistan) naar Nederland. Op 17 oktober 2003 wordt hij in zijn woning op de Graafdreef in Amersfoort gearresteerd op verdenking van het beramen van een aanslag. De politie vindt op zijn computer belastende documenten, waaronder verslagen van zijn opmerkelijke chatsessies op MSN-Messenger. Drie weken na zijn arrestatie laat de rechter hem wegens gebrek aan bewijs weer vrij. Kort na zijn vrijlating reist hij samen met Zakaria Taybi (21) rond de jaarwisseling opnieuw af naar een terroristisch trainingskamp in Pakistan. Vanwege een probleem met zijn visum keert hij zo merkt ook de AIVD op vervroegd terug naar Nederland.
Jason had contacten met prominente personen van islamistisch-terroristische organisaties, zoals de aan Al Qa’ida gelieerde Iraaks-Koerdische Ansar Al Islam, waarvan Mullah Kreker de vermoedelijke leider is. Hij kijkt vaak naar extreem-religieuze video’s en heeft speciale belangstelling voor de ‘lessen in onthoofding’. Via internet probeert hij mensen te rekruteren voor de jihad. Geronselde jongeren stuurt hij door naar Samir A., maar deze is niet erg te spreken over de kwaliteit van de rekruten. Zij waren volgens hem niet serieus genoeg. Samir verbiedt Jason nog langer mensen naar hem toe te sturen [chatgesprekken op computer van Jason].
|
Uit het politiedossier blijkt nog iets opmerkelijks: Jason W. ziet Abdul-Jabbar van de Ven als inspiratiebron en als iemand die een religieuze rechtvaardiging een fatwa voor aanslagen kan geven. Jason vraagt aan Galas03 of hij Van de Ven wil vragen “of het toegestaan is hier de kufaar [de ongelovigen] te slachten en/of hun rijkdom te stelen”. Volgens Galas03 zei Van de Ven daarover: “Kijk de regering, ministeries, politie enz, hun bloed en bezittingen zijn halal omdat ze openbaar de oorlog met de islam verklaren, maar voordat je iets gaat doen moet je dubbel nadenken wat gebeurt er met de ummah [de islamitische gemeenschap].” Jason W. bedankt hem hartelijk: “Dat is de fatwa die ik nodig had. Nu kan ik elke politie, minister, soldaat, officier e.d. slachten. En beroven.” Jason is in zijn nopjes met de fatwa van de islamprediker. Hij beschouwt zijn fatwa als een vrijbrief om ongelovigen, afvalligen en onzuiveren in de leer te vermoorden. “Ik heb wat mensen op mijn dodenlijstje, zij gaan er zeker aan.” En hij preciseert: “Wat te denken van hirsi ali, jaap de hoop scheffer, matt herben, balkenende, zalm en al die nep moslims in de partijen, de directie van de nmo [nederlandse moslim omroep].” Het is volstrekt duidelijk wat er met hen moet gebeuren: “Allemaal slachten.” Galas03 suggereert dat er video’s gemaakt moeten worden van die slachtingen: “BOEEEE zeggen, iedereen bang.” Dat bevalt Jason wel: “De onthoofding van de MP op video dat is relaxd.” Later op de avond, als Galas03 terug is van zijn les bij Van der Ven, wordt de conversatie voortgezet. Jason ziet de fatwa van de islamprediker namelijk ook als een vrijbrief om “alle banken” te beroven. Galas03 had de prediker om raad gevraagd: “ik had gevraagt over bank, bank mag niet...want is niet van ministeries.” Het is een tegenvaller voor Jason, maar hij legt zich er bij neer: “dus alleen overheidsinstellingen”. Maar voor de rest mogen alle overheidsinstellingen worden aangevallen: ministeries, politie, regering, leger, brandweer, ME. Alleen over het stadhuis lijkt Galas03 te twijfelen. Maar voor Jason is dat geen probleem want “stadhuis is regering op gemeete schaal op lokale schaal”. Al mogen er dan geen banken beroofd worden, de financiële instellingen van de overheid zijn wel degelijk doelwit: “we gaan het ministerie van fiancien plunderen dus je mag ook fraude en alles plegen met belasting enzo.” In het openbaar vervoer reed Jason al sinds zijn bekering altijd ‘zwart’. Hij meende dat hij gratis gebruik mocht maken van de diensten van niet-gelovigen. Van der Ven had Galas03 verteld: “11 september is goed sheik bin Laden is goed Taliban goed en hamas masha Allah ze hebben de eer om tegen de zwijnen en de apen te vechten.” Maar hij had ook gezegd “dat als je hier woont je aan de regels moet houden, als het niet tegen de islam ingaat”.
Jason heeft nu weliswaar de religieuze legitimatie om overheidsfunctionarissen te doden en te beroven, maar wil dit toch persoonlijk bevestigd zien in een gesprek met de islamprediker zelf. Op 21 september 2003 reist hij naar Almere om Abdul-Jabbar van der Ven te ontmoeten. Een dag later doet hij daarvan verslag in een chatsessie met ‘khb’. Het gesprek met Van der Ven was volgens Jason “heel goed” verlopen. “Hij zegt dat het bloed en bezit van deze regering halal is voor ons. Wij mogen dus de overheid, rijk, regering, leger, marechaussee, politie en andere overheidsinstellingen beroven.” Zijn gesprekspartner vraagt of hij dat wel zeker weet. Maar Jason is er 100% van overtuigd. Hij heeft zijn license to kill. In de avond van 28 september spreekt Jason met een broeder die zich Webamier noemt. Webamier vind het moeilijk “om standvastig op de weg van Allah te sterven”. Hij kan niet zo goed tegen pijn: “als ik een klap krijg denk ik al houd op enzo maar dat is niet vergeleken met jihad.” Jason vindt dat hij niet zo dom moet praten en dat hij nog niet eens 1 dag getraind heeft. “Nu ben je soft als een mandarijn maar straks...So hard wie Kruppstahl.” Mujaheed Jason beaamt dat hij door een maand basistraining hard is geworden. Als bijkomend voordeel noemt hij de reductie van zijn zwaarlijvigheid: “Ik ben wel flink afgevallen of niet? Wel 25 kilo” [Strafdossier Jason W.]. Volgens oud-medeleerlingen van ’t Hooghe Landt in Amersfoort werd Jason W. op school vaak gepest [Telegraaf 17.11.04]. Niet alleen omdat hij een simpele, wat sullige indruk op zijn klasgenoten maakte, maar ook vanwege zijn gezetheid. |
Jason. W. was helemaal voorbereid op zijn martelaarsdood. Voor zijn vertrek naar het buitenland in 2003 schreef hij een afscheidsbrief die eigenlijk gericht was aan zijn moeder. Hij laat haar weten dat hij op weg is gegaan naar “het land van de Jihad”.
Als echte moslim vindt Jason dat hij niet kan en mag toekijken wat er allemaal met de moslims gebeurt. Want de profeet heeft gezegd: “Elke moslim is een broeder van een andere moslim. Hij helpt hem, en laat hem niet in de steek.” Jason roept zijn moeder op om niet bedroefd te zijn.
In de site DeBasis, die na de moord op Van Gogh op internet werd gezet, werd een gedicht van Jason W. gepubliceerd:
Zijn verlangen naar de marteldood zou op 10 november 2004 tijdens een langdurige belegering van zijn woning in de Haagse Antheunisstraat op de proef worden gesteld.
Jason W. had kunnen weten dat hij sinds het voorjaar van 2003 permanent in de gaten werd gehouden. Dat gebeurde ook daadwerkelijk door het Centrum Islamistisch Terrorisme (CIT). Wat Jason echter niet kon vermoeden was dat zijn woning in de Antheunisstraat zorgvuldig door de AIVD was geprepareerd. Het pand was in ruime mate voorzien van afluisterapparatuur. In september 2004 krijgt hij via een tussenpersoon ‘Ed’ deze woning aangeboden [Volkskrant 5.2.05]. Jason trapt in de val en gaat als ‘kraakwacht’ wonen in een door de AIVD afgeluisterd pand. Ook zijn mobiele telefoon wordt afgetapt.
In een afgeluisterd gesprek zegt Jason dat hij niet wist van de moord, maar dat hij meteen aan Mohammed B. dacht, toen hij ervan hoorde.
Op 8 november spreken Jason W. en Ismail A. met een tot nu toe onbekende persoon. Dat gesprek wordt opgevangen door de AIVD. Er wordt een verklaring voorgedragen waarin de aanslag op Van Gogh wordt opgeëist. In het ‘communiqué van de Brigade van Islamitische jihad’ wordt gezegd:
Op 9 november ontvangt de landelijk terreurofficier een ambtsbericht van het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst. Daarin staat dat uit “een zeer betrouwbare bron” informatie is verkregen over de moorddadige plannen van Jason W. en Ismail A. Het is hoog tijd om in te grijpen. Er is voldoende informatie vergaard.
Als het arrestatieteam van de politie op 10 november zijn woning probeert binnen te vallen, slaat Jason deze aanval af door een aanvalsgranaat in het portiek te gooien. De Joegoslavische M91-handgranaat ontploft en tientallen stalen kogels vliegen het portiek rond. Vier agenten raken gewond en het arrestatieteam trekt zich direct terug als hij een tweede handgranaat wil gooien. Jason is verrukt over zijn stoutmoedige daad, begint te juichen en schreeuwt: “Kom maar naar binnen, kankerlijers. Hier heb ik twintig jaar op gewacht.” Hij roept dat hij de woning zal laten exploderen. “Ik hak jullie koppen eraf met een zwaard. En we blazen de hele boel op. We hebben twintig kilo. Kom ons maar halen.” Jason en Ismail hollen driftig heen en weer in het huis. Plotseling verschijnen zij op het balkon. Buurtbewoners horen ze schreeuwen: “Allah Akbar, Allah Akbar.”
Het uitgangspunt van het crisisteam is dat de terroristen levend moeten worden aangehouden: “zelfdoding moest worden voorkomen.” Maar Jason lijkt een ander scenario te willen volgen.
Arrestatie van Jason W. in Antheunisstraat.
|
Een dag later beschrijft Jason zijn versie van de gebeurtenissen. “Op het moment dat ik op het balkon naar buiten kwam werd er door een politieman geschoten. Die agent was opgefokt. Hij was agressief. Hij riep wat naar mij, maar ik hoorde niet wat. Hij stond op een balkon aan de overkant.” Jason wordt getroffen in zijn linkerschouder. Hij loopt via een trapje naar beneden en doet zijn handen op zijn rug. Jason laat het martelaarschap aan zich voorbijgaan en wordt met ontbloot bovenlijf en geblinddoekt afgevoerd. De bekeerling was er niet in geslaagd te sterven voor zijn Goddelijke zaak. Ondanks alle heldhaftige taal en sneuvelbereidheid zou zijn plaats op de eretribune van de islamistische hemel vacant blijven.
De belegering had 14 uur geduurd. “Het is een lange dag geweest”, verklaarde hij die avond. De immense beloningen van het martelaarschap liet hij aan zijn neus voorbijgaan. Zelfs de agenten die hij meende gedood te hebben waren nog in leven. Als Jason ligt bij te komen van de narcose van zijn schouderoperatie vragen de rechercheurs hem of zij nog iets anders voor hem kunnen doen. Jason wil graag een koran hebben om zich aan de ramadan te houden. En of ze zijn broertje even willen opbellen. Hij weet nog niet dat Jermaine die middag zelf ook al is gearresteerd [Volkskrant 5.2.05].
|
Tenslotte wordt er een speciaal cadeautje aangeboden aan Geert Wilders. “We hebben onze zwaarden al geslepen, hond.” Begeleid door strijdbaar Arabisch gezang en het geluid van zwaarden die geslepen worden. De makers van deze video noemen zichzelf “Leeuwen van Tawhied (de polder mujahideen) (beter bekend als Hofstadnetwerk)”. Het laatste beeld is het logo van de ‘Leeuwen van Tawheed’: een opengeslagen Koran, met twee gekruiste zwaarden waarop twee oranje Nederlandse leeuwen zijn gespietst. Waarschijnlijk is de naam Leeuwen van Tawhied en het logo door Jason W. bedacht en ontworpen. Op zijn computer stond een ontwerp voor het logo voor een organisatie met die naam. Dit logo en de kerstcadeau video werden op internet verspreid via ImageShack en YouSendit (in beide gevallen onder de schuilnaam ‘mal3oentheo’). Dit zijn sites waarop men gratis beeldmateriaal, video’s en andere databestanden kan delen met vrienden. Het grote voordeel van deze diensten is dat zij een maximale veiligheid en dus privacy garanderen: de plaatjes en video’s kunnen alleen worden ontsloten door mensen aan wie je het adres hebt toevertrouwd. Dergelijke diensten zijn voor allerlei doeleinden zeer nuttig. Maar zij kunnen uiteraard ook uitstekend worden gebruikt door criminelen en terroristen die onderling informatie willen uitwisselen maar die niet betrapt willen worden. |
|
Tegenover de redactie van KRO-reporter legden Samir A., Jason W. en Ismail A. opmerkelijke verklaringen af over Saleh. Hij zou medeplichtig zijn geweest aan de overval op de Edah-supermarkt in Rotterdam en hij zou in september 2004 handgranaten hebben geleverd aan Jason W. [Netwerk 28.10.05]. Saleh zou als informant of als agent voor de AIVD hebben gewerkt en daardoor telkens de dans hebben kunnen ontspringen. Nadat deze beschuldigingen werden gepubliceerd (door Netwerk en NRC) werd Saleh op 28 oktober 2005 in Rotterdam door de Nationale Recherche alsnog gearresteerd. Op internet opereerde ‘Andalusi’ niet alleen in jihadistische MSN-sites zoals Muwahhidin/DeWareMoslims en OpAllahsweg [help mee met het verspreiden van deze dawa!], maar ook op discussiefora zoals Marokko.nl en Maghreb.nl. Hij publiceerde een vertaling van Ontkennen dat terrorisme onderdeel van de islaam is, is kufr al akbar [Marokko.nl - 9.7.04]. Het artikel is ontleend aan de site van Al-Huhajiroun, de in Engeland opererende jihadistische organisatie van sjeik Omar Bakri Mohammed. Het is een collage van citaten uit de koran die moeten aantonen dat terrorisme (turhiboen) een cruciaal onderdeel is van de islam. Andalusi vertaalt teksten van politieke verklaringen van fundamentalistische islamitische bewegingen. Een voorbeeld daarvan is de verklaring van het Wereld Islamitische Front: Jihaad tegen joden en kruisvaarders [Lokum.nl - 12.9.04]. Ook na de moord op Van Gogh blijft hij zich keren tegen de vijanden van de islam die zich doelbewust inzetten om “het werkelijke beeld van de jihaad in de geesten van de moslims te verdraaien” [Marokko.nl: Vergiftiging van de Ummah - 11.4.05]. Net als zijn grote voorbeeld Addullah Azzam wil hij ‘de verplichting van jihaad’ weer tot leven wekken: alleen met het zwaard kan het vaandel van de monotheïstische islam weer in alle uithoeken van de wereld hoog in de lucht wapperen en een islamitische staat worden opgebouwd. Kortom: “Terrorisme is een verplichting in de godsdienst van Allah.” Daarnaast spande Andalusi zich in om via e-mails de geschriften van Mohammed B. / Abu Zubair te verspreiden [Volkskrant 31.10.05 / 1.11.05].
|
Samir A. Dichtende deurwaarder van Allah is bereid tot alles |
|---|
Samir A. (18) is net als Mohammed B. geboren in Amsterdam uit Marokkaanse ouders. Beiden groeiden in dezelfde buurt op. Samir woonde om de hoek bij Mohammed in de Jan Voermanstraat. Volgens zijn vader werd Samir niet extreem islamitisch opgevoed.
Op 12-jarige leeftijd begint hij zich af te vragen waarom er op zoveel plekken op de wereld tegen moslims wordt gevochten. “Waarom moeten ze ons altijd hebben?” Samir gaat naar het vwo op het Amsterdamse Cartesius Lyceum. In vier vwo blijft hij zitten en begint hij te spijbelen. Aan het einde van het jaar adviseert de school hem naar vier havo te gaan. Samir maakt echter een andere keuze. In de zomer van 2003 schrijft hij zich in op de islamitische scholengemeenschap Chaldoun in Rotterdam. Zijn klasgenoten noch zijn leraren hadden ooit iets gemerkt van zijn islamistische radicalisering.
Maar Samir is al veel verder. Hij vindt de terreuraanslagen van 11 september 2001 ‘super rechtvaardig’, hoopt vurig op nog meer doden en wil zelf ook sterven voor Allah. Hij meet zich een eigen strijdnaam aan: ‘Yassin’. Op 16-jarige leeftijd voegt hij de daad bij het woord. In januari 2003 reist hij samen met zijn geestverwante klasgenoot Jonathan (18) die al eerder een militaire training had gevolgd in een Pakistan per trein naar Tsjetsjenië om daar aan de gewapende jihad deel te nemen. Hij wil aan de zijde van de opstandelingen vechten tegen de Russen. Zij stranden echter aan de grens met Oekraïne waar zij door de douane worden aangehouden. Bij zijn aanhouding in de Oekraïne is hij in gezelschap van Salaheddin Benyaich, wiens broer Abelazziz Benyaich in het Spaanse Algeciras werd gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen in Marokko. In een interview in 2003 zegt Samir dat hij teleurgesteld was dat zijn missie naar Tsjetsjenië niet was geslaagd. Hij vreesde de dood niet. “Ik was bereid tot alles, ook tot vergelding“.
Na zijn mislukte avontuur in Tsjetsjenië wordt Samir permanent door AIVD in de gaten gehouden. Zijn telefoon wordt getapt en hij wordt geobserveerd. Op 17 oktober 2003 wordt Samir door de Nederlandse politie gearresteerd op verdenking van het voorbereiden van terroristische aanslagen. En met hem worden ook Ismail A., Jason W., Mohammed Fahmi B. en hun geestelijk leider Radwan al-Issa opgepakt. Maar net als zijn vier kompanen komt Samir wegens procedurele fouten en gebrek aan bewijs weer snel vrij. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtmatige gronden waren geweest om de vier op te pakken en huiszoekingen te doen in hun woning. Het Openbaar Ministerie was tot de arrestaties overgegaan omdat het alarmerende informatie had gekregen van de inlichtingendienst. Volgens de rechter was dat onrechtmatig, omdat de vier op dat moment in strafrechtelijke zin nog niet als verdachten konden worden beschouwd. Omdat de inlichtingendienst niet wilde laten weten hoe zij haar informatie verkregen had, kon die informatie niet door de rechter worden getoetst. Ook al waren de procedures allemaal wel correct verlopen, dan zouden de vier toch zijn vrijgesproken omdat de rechter van mening was dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had aangedragen.
![]() Voor ‘zuster Abida’ werd geld ingezameld door zestien leden van de Hofstadgroep. In een onderschept sms-bericht bedanken Samir en Abida hun vriend Jason W. voor het geld. Volgens de advocaat van Mohammed El B. ging het hier slechts om “luttele bedragen voor een arme vrouw”; bovendien is het voor goed gelovige moslims een plicht om behoeftige geloofsgenoten te helpen. Het politiedossier van Samir A. bevat foto’s van Abida met een machinegeweer in de aanslag. Op andere foto’s zijn Samir en zijn vrouw te zien met zwaarden in hun handen. Volgens de advocaat van Samir is zijn vrouw het echte brein achter de terroristische activiteiten. Bij huiszoekingen zijn jihadfilmpjes gevonden met haar naam erop. Na haar Havo opleiding op het Johan de Witt college in Den Haag wil ze verder gaan aan de universiteit. Zij wil het Arabisch goed onder de knie krijgen om te gaan tolken. |
De vondst van Samir’s map met potentiële doelen, wapens en andere aanwijzingen uit binnen- en buitenland waren voor de regering aanleiding om op 9 juli een terreuralarm af te kondigen. Samir werd niet alleen verdacht van het meewerken aan of het plegen van een gewapende overval op een supermarkt, maar ook van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Omdat hij door de AIVD gezien werd als een prominent figuur binnen de Hofstadgroep, bleef lange tijd een vervolging voor betrokkenheid bij het terreurnetwerk van de Hofstadgroep boven zijn hoofd hangen. Het onderzoek naar de netwerkstructuur van de Hofstadgroep was nog in volle gang. Op 28 juli 2006 zou Samir te horen krijgen dat hij niet meer vervolgd zal worden voor lidmaatschap van een terroristische organisatie.
Samir toont geen spijt en blijft vasthouden aan zijn gewelddadige overtuigingen. Vanuit zijn cel stuurt Samir gedichten naar medestanders in de moslimwereld. Daarin maakt hij duidelijk dat zijn strijd voortzet. Hij verlangt nog steeds naar het paradijs met 72 maagden, dure edelstenen en 80 duizend bedienden. Justitie heeft slechts voor uitstel van zijn plannen gezorgd: “Jullie hebben mij in een wachtruimte gestopt naar het Ware Leven.” Als de rechter hem tijdens zijn proces vraagt of hij nog gelooft in het paradijs dat martelaars wordt voorgespiegeld, zwijgt hij. “Ik beroep me op mijn zwijgrecht.” In zijn van achter de tralies geschreven gedicht is Samir minder zwijgzaam.
Volgens het psychologisch rapport dat in opdracht van de rechter-commissaris over Samir is opgemaakt vertoont hij geen persoonlijkheidsstoornissen. Samir vertoont volgens psycholoog Blauw wel een “zekere neiging tot egoïsme” en ongevoeligheid. Samir heeft een “sterk opgeblazen gevoel van eigenwaarde en een gebrek aan emphatie”. Nog belangrijker is dat er op basis van zijn houding een “hoge mate van kans” is op toekomstig gewelddadig gedrag. Samir is een ‘overtuigingsdader’ en daarom is de kans groot dat hij na zijn vrijlating zal blijven proberen terreuraanslagen te plegen in Nederland.
Hoe groot die kans op herhaling is, werd (onbedoeld) door Samir zelf bevestigd. Vanuit het huis van bewaring voerde Samir een aantal telefoongesprekken, met onder andere Jason W. en zijn vrouw. In deze afgeluisterde gesprekken geeft Samir zelf aan dat hij in de laatste fase van zijn radicaliseringsproces zat en dat het wachten was op het indrukken van de knop.
|
|
--> Omdat Samir A. al op 30 juni 2004 werd opgepakt, kon hij niet worden veroordeeld volgens de wet op de Terroristische Misdrijven die op 10 augustus 2004 is ingegaan. Volgens deze wet kan een levenslange celstraf worden opgelegd.
Justitie had als hoogste prioriteit om Samir A. achter slot en grendel te houden. Het Openbaar Ministerie beschouwde Samir als een gevaarlijke terrorist en eiste 7 jaar celstraf. Daarnaast eiste zij ook ontzegging van het kiesrecht voor ten minste 5 jaar. Op 6 april 2005 oordeelde de Rotterdamse rechtbank dat Samir weliswaar een “meer dan gemiddelde belangstelling heeft voor religieus-extremistisch geweld”, maar achtte onvoldoende bewezen dat hij actief werkte aan een aanslag. De rechter vond dat Samir bij de eventuele voorbereidingshandelingen wat dichter bij het begin van uitvoering had moeten zitten. Samir werd slechts veroordeeld wegens verboden wapenbezit (3 maanden gevangenisstraf) hij werd nog op dezelfde dag vrijgelaten [vonnis]. Het Openbaar Ministerie ging hiertegen direct in hoger beroep.
Gehuld in smetteloos wit luisterde Samir naar de uitspraak van de rechter. Met een triomfantelijk lachje op zijn gezicht draaide hij zich nog eens om naar de publieke tribune. Hij wist dat hij weer vrij zou komen. Hij had de AIVD en zijn aanklager getrotseerd.
Vier uur na de uitspraak van de rechtbank komt Samir A. door de ijzeren deuren van de Nieuwegeinse gevangenis naar buiten. Zijn vrienden proberen hem buiten het bereik van fotografen en cameraploegen te houden. Dat lukt niet erg en Samir valt woedend uit naar een fotograaf van de Telegraaf en een cameraman van de NOS. Zijn zwager Omar, die als een van zijn lijfwachten optreedt, schreeuwt dat “iedereen op moet pleuren”.
Toen Ayaan Hirsi Ali het nieuws over de vrijspraak van Samir A. van haar lijfwachten te horen kreeg, sprongen de tranen in haar ogen. “Er loopt nu iemand rond die plannen heeft de Tweede Kamer op te blazen, of Schiphol”, verklaarde Hirsi Ali, die nog steeds hoog genoteerd staat op de dodenlijst van de Nederlands-Marokkaanse jihadstrijders. De vrijspraak van Samir maakt haar doodsbang. Haar enige troost is dat de AIVD Samir gewoon een terrorist blijft noemen. “De uitspraak van de rechter verandert onze zienswijze niet. Wij blijven A. beschouwen als een persoon die zich bezighoudt met het voorbereiden van terroristische activiteiten”, verklaarde een woordvoerder van de AIVD tegenover Trouw. Ook Samir zal dus op zijn tellen moeten passen wil hij zijn onbedwingbare sneuvelbehoefte bevredigen. De weg naar zijn martelaarschap is geplaveid met nederlagen. Samir weet dat hij overal gevolgd wordt door de AIVD en dat zijn gesprekken worden afgeluisterd. “Ik zal gevolgd worden tot ik dood ben. Alleen dan stopt het” [Parool 28.7.05].
|
De ijdele deurwaarder van Allah ging onverstoord door op de door hem ingeslagen weg, maar werd daarbij nauwlettend in het oog gehouden [Informatie van AIVD en politie uit strafdossier]. Sinds zijn vrijlating had Samir A. niet stilgezeten. Hij wist dat er een gat geslagen was in het centrum van organisatie van de Hofstadgroep; hij wist ook dat men geen gewapende jihad kan voeren zonder financiële bronnen. Samir besloot beide problemen direct aan te pakken. Al twee dagen na zijn vrijlating constateerde de Crinimele Inlichtingen Eenheid (CIE) dat Samir de taken van de geestelijk leider van de Hofstadnetwerk had overgenomen en dat hij zich in Amsterdam-Oost en Den Haag omringde met Marokkaanse ex-junks en crimineeltjes. Een van zijn kennissen die banden heeft met het drugsmilieu is waarschijnlijk Lahbib uit Den Haag [Volkskrant 7.11.05]. Met geld uit criminele bronnen zou een aanslag op een vliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El-Al worden uitgevoerd. Hiervoor wordt het terrein Oude Meer, achter Fedex verkent op camera's, bewaking en vluchtfrequenties. “Ze willen op Schiphol een vliegtuig van El Al uit de lucht schieten. Dit zal plaatsvinden in augustus”, luidde het bericht aan de Nationale Recherche.
De CIE Utrecht concludeert dat Samir A. graag aandacht wil.
De AIVD constateerde dat Samir samen met andere nazaten van het Hofstadnetwerk op zoek was naar tien automatische vuurwapens (kalashnikovs), twee pistolen met dempers en tien gordels met vijf kilo explosieven. Directe aanleiding voor zijn arrestatie was een videoboodschap waarin Samir afscheid neemt van zijn familie en vrienden, en verwijst hij naar een daad die hij zou hebben verricht [videotestament].
Tot Mohammed B., Jason W. en Ismail A. is zijn boodschap:
Zijn boodschap aan de regering is dat zij had moeten luisteren naar de waarschuwingen van Osama Bin Laden, Ayman al-Zawahiri en Abou Moesaab Al-Zwarqawi. In plaats daarvan liept de regering achter Bush aan die de kruistochten nieuw leven heeft ingeblazen:
Tot slot heeft Samir nog een boodschap voor het Nederlandse volk.
|
De AIVD kreeg een kopie van de 8 minuten durende video in handen en lichtte de Nationale Recherche in. Op 14 oktober 2005 werd Samir in Leiden waar hij scheikunde!! studeerde op de Hogeschool gearresteerd in verband met een acute dreiging van aanslagen op politici (Boris Dittrich, Bas van der Vlies, Frans Weisglas, Jan Marijnissen) en het gebouw van de AIVD. De ministers van Justitie en Binnenlandse zaken verklaarden dat er met deze arrestatie een aanslag verijdeld was. Naast Samir werden nog zes andere leden van het Hofstadnetwerk gearresteerd, waaronder Jermaine W. Zijn vrouw Abida werd aangehouden voor verhoor als getuige. Het is aan de rechter om te beoordelen of Samir en zijn vrienden deze keer iets ‘dichter bij het begin van uitvoering' hebben gezeten om hen te veroordelen. De Hogeschool Leiden besloot uit voorzorg om Samir de toegang voor een periode van maximaal één jaar te ontzeggen.
In totaal werden er op vrijdag 14 oktober 2005 zeven terreurverdachten gearresteerd. Twee in Amsterdam, een in Almere en vier in Den Haag. Het Binnenhof en het gebouw van de Tweede Kamer werden door de politie afgesloten. In de omgeving van het Binnenhof waar het kabinet op die dag haar wekelijkse vergadering had werden mensen met rugzakken aangehouden en om legitimatie gevraagd. Ook passerende voertuigen werden aangehouden en gecontroleerd. De ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en het hoofdgebouw van de AIVD in Schiedam werden extra bewaakt en de beveiliging van een aantal personen werd opgevoerd. Alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer werden sinds die dag beveiligd.
In Den Haag werden de Van Mierisstraat en de Moerweg afgesloten door speciale eenheden van de Nationale Recherche, in samenwerking met enkele regiokorpsen. Bij de arrestaties werd een interventie-eenheid van de bijzondere bijstandseenheden ingezet. Gemaskerde mannen met mitrailleurs vielen een flatgebouw op de Moerweg binnen. Bij deze inval van de BBE-SIE werden lichtgranaten afgeschoten. In de Schilderswijk werd de Van Ostadeschool afgesloten, omdat die dicht in de buurt staat van een adres waar een arrestatie werd verricht. |
Op 7 november 2005 eiste het Openbaar Ministerie in hoger beroep zes jaar en negen maanden cel tegen Samir. Zijn aanklager houdt hem onder meer verantwoordelijk voor het voorbereiden van aanslagen in Nederland en medeplichtigheid aan de overval op de Edah-supermarkt in 2004.
|
Zijn liefde voor het terrorisme ontdekte hij na de aanslagen op de Twin Towers. Met schrik aanjagen door middel van geweldpleging wat volgens Samir niets mis. Op internet ontdekte hij een filmpje van Addullah Azzam, de mentor van Osoame Bin Laden, waarin deze zegt: “Wij zijn terroristen, en terrorisme is verplicht volgens de Koran en de overleveringen van de profeet. Laat het westen en het oosten maar weten dat wij terroristen zijn en dat we angstaanjagers zijn, Allah zegt: 'En maakt alle mogelijke strijdkrachten en vastgehouden paarden voor hen gereed, waarmee gij de vijand van God en uw vijand en anderen buiten hen, die gij niet kent, doch die God kent, moogt terroriseren' (5:50). Terrorisme is dus verplicht in de godsdienst van Allah.” Samir is hiervan zeer onder de indruk. Eindelijk vond hij “een bewijst uit de koran ... dat er niks mis is met terrorisme”. Samir had zijn waarheid gevonden, maar merkte dat hij nog niet zoveel wist. Dat veranderde toen hij van zijn ouders thuis internet kreeg. “Een nieuw wereld ging voor mij open, ik kwam sindsdien altijd vroeg thuis en ging meteen achter internet, zoeken, zoeken en zoeken. Zoeken naar wat de islam nou precies zegt over de fundamenten van de islam, wat is de ideologie van de mannen die hun vrouwen en kinderen en bezittingen en carrière achterlaten en met een vliegtuig door een toren heen vlieken. Wat zegt de islam over terrorisme. Uren surfde ik achter het internet, ik bezocht websites van Al-Qaida, Hamas en de Taliban, het vervelende was dat die website ieder week gehackt werden en van adres veranderden, maar ze waren makkelijk terug te vinden. Ik bekeek video's van martelaren en luisterde naar wat ze zeiden, waarom ze het deden.” Op internet vond hij genoeg bewijzen dat men volgens de koran en de overleveringen een ideologie “niet de democratie, maar de islam” met het zwaard mag verspreiden. Samir ontdekte dat het erom ging dat het woord van Allah het hoogst werd en dat het verplicht is om te strijden totdat zijn woord overal het hoogst is, de Sharia dus.” Samir zat zo lang achter het internet dat hij begon af te vallen. Hij bezocht ook discussiefora op het internet, maar ging daarin nooit met iemand in discussie. “Ik zette meestal maar een vers neer en ging weer verder, of ik schold iedereen uit en verdween dan weer.” Samir hoefde niet meer te discussiëren, hij had zijn waarheid al gevonden. En die waarheid werd voor hem bevestigd door de gruwelijke beelden die hij via internet opzocht of die via Al-Jazeera zijn huiskamer binnenkwamen. |
Mohammed Fahmi B. nooit moeilijkheden gehad |
|---|
In Amsterdam wordt op 10 november nog een lid van de Hofstadgroep aangehouden: Mohammed Fahmi Boughabe (23), alias Abu Mussab. Hij wordt verdacht van lidmaatschap van een terroristische organisatie. Ook hij werd al in oktober 2003 gearresteerd. In zijn woning in Amsterdam werden goederen gevonden van Samir A. De tas die Samir A. hem ter bewaring had gegeven bevatte ammoniak, kunstmest, zoutzuur en een beschermende bril. Deze materialen kunnen gebruikt worden om een explosief te vervaardigen.
Fahmi B. is een vriend van Samir A. en van Mohammed B. Hij leerde Mohammed kennen in de Al Tawheed moskee en ging deelnemen aan de huiskamerbijeenkomsten die in zijn woning werden georganiseerd. Daar leerde ook Radwan al Issa kennen. Volgens Fahmi kende hij de koran bijna van buiten en preekte hij. “De sjeik was wijs.” Hoewel Mohammed ook steeds meer kennis over de islam verwierf kon hij zich niet meten met de sjeik. “De sjeik had vijf keer de kennis van Mohammed B.” [NRC 13.11.04]. Bovendien beheerste Mohammed B. het Arabisch niet zo goed.
Fahmi zelf spreekt wel goed Arabisch. Hij leerde dat in Marokko op school. Fahmi kwam in 1999 met zijn moeder uit Al Hoceima naar Amsterdam in het kader van de gezinshereniging (zijn oudere broer Hassan kon niet naar Nederland komen omdat hij toen al ouder dan 18 jaar was). Zijn vader is een Marokkaanse visverkoper die al in de jaren tachtig naar Nederland vertrok [Volkskrant 2.7.05/9.7.05].
Fahmi werkte bij het bouwbedrijf Joorse dat gevestigd is in de Pythagorasstraat, de straat waar Theo Van Gogh woonde. De officier van justitie hecht veel waarde aan het feit dat Fahmi B. geen sluitend alibi heeft voor de drie kwartier exact rond het tijdstip van de moord.
Fahmi B. was een van de vier verdachten in het proces tegen de leden van de Hofstadgroep die hun kans grepen om hun blazoen te zuiveren. Hij was net geslaagd voor de Naturalisatietoets Deel 1. Voor de rechter liet hij via zijn tolk weten: “Ik heb nooit moeilijkheden gehad.” Met samenzwering of voorbereiding van aanslagen heeft hij niets te maken. “Dat is een ver-van-mijn-bed-show. Het is beter om mij te onthoofden dan mij van dit soort zaken te beschuldigen.”
|
Redouan deelt de opvattingen van zijn fundamentalistische broer en vindt dat het de plicht is van iedere moslim om Ayaan Hirsi Ali te vermoorden omdat zij de profeet heeft beledigd. Een jihadist heeft geen boodschap aan democratie en gebruikt de ruimte die hem gegeven wordt om de democratische rechtsstaat om zeep te helpen. “Nederland is in oorlog met de moslims. Nu het Nederlandse leger in Irak of Afghanistan verblijft, is het logische gevolg: aanslagen in Nederland. Nederlanders zijn zulke naïeve mensen, zo eenvoudig” [NRC 1.11.05]. De ‘ware moslims’ voelen zich ver verheven ten opzichte van anders- of ongelovigen. Vanuit een zelfgeconstrueerde zuivere leer van de (principieel onverbeterlijke) ‘authentieke islam’ wordt een superioriteitsmythe in het leven geroepen die haat en verdoemenis uitstraalt ten opzichte van iedereen die niet past in het (regressieve en repressieve) ideaal van een zuiver islamitische staat. |
Nouriddin El-F. een trouwlustige leermeester
|
|---|
Volgens Nouriddin is dit testament opgesteld door Mohammed B. Na zijn aanhouding op 11 juni 2004 vertelt Nouriddin “dat hij bij Mohammed B. heeft gewoond en met hem koranlessen heeft gevolgd”. Hij vertelt ook dat hij Mohammed B. “een gevaarlijk persoon” vindt, die gelooft in de ideologie van Takfir. De AIVD gelooft dit niet omdat de verdachte zelf bekend is als zeer radicaal “en redenen heeft om de aandacht van zichzelf weg te leiden en zichzelf vrij te pleiten door anderen te belasten”. Volgens de AIVD geven leden van radicaal-islamitische netwerken “vrijwel altijd ontwijkende en misleidende antwoorden” [Feitenreconstructie].
|
|
Op 1 november 2004 één dag voor de moord op Van Gogh vlucht Nouriddin El-F. met een vals paspoort via België naar zijn geboorteland Marokko. Van daaruit belt hij regelmatig met broeders en zusters in Nederland (waaronder Abu Abbas, een nomadische drugshandelaar die het Hofstadnetwerk financieel steunde). Sinds 2 november wordt hij door de politie gezocht. Begin 2005 duikt Nouriddin weer op. Op 14 februari voerde hij vanuit Brussel een ‘heimelijk’ telefoongesprek met de Bosnische asielzoeker Refat G. (33), wiens paspoort door de Syriër Radwan al Issa (alias Abu Khaled) werd gebruikt om op de dag van de moord op Van Gogh van Brussel (via Griekenland) naar Turkije te reizen [bron: AIVD]. Nouriddin was brutaal. Hoewel hij wist dat er naar hem gezocht werd, kwam hij regelmatig in Nederland, werkte soms op de zwarte markt in Beverwijk, manifesteerde zich op internet en ging gewoon door met het rekruteren voor de jihad, onder andere bij de moskee As-Soennah in de Haagse Schilderswijk. Daar sprak hij onder andere met Abdelbhakim A., de echtgenoot van Soumaya S. Hij vertrouwde hem toe dat hij Mohammed B. stimuleerde om Theo van Gogh te doden. Nouriddin organiseerde minstens drie huiskamerbijeenkomsten in een woning in de Vermeerstraat in de Haagse Schilderswijk. Hij probeerde een nieuwe groep om zich heen te vormen [NRC 7.8.05].
Uit het strafdossier van Nouriddin blijkt dat hij sinds de moord op Theo van Gogh geen eigen internet- en telefoonaansluiting meer had. Zijn vrienden verbood hij zijn naam te gebruiken. Op die manier wordt het moeilijker om te bewijzen dat hij lid is van een terroristische organisatie. Zijn eerdere arrestatie in 2003 had hem waarschijnlijk veel wijzer gemaakt over de methoden van justitie en politie [Vincent Van Steen, woordvoerder AIVD].
Nouriddin had jarenlang een ondergronds bestaan geleid dat in het teken stond van de radicale islam. Hij slaagde erin om zich maandenlang verborgen te houden voor justitie, die hem hoog op het verlanglijstje had staan. Hij beschikte altijd ruim over geld en ondersteunde vrouwen van het Hofstadnetwerk waarvan de echtgenoten in de gevangenis zaten.
![]() 800 schoten per minuut. |
Nouriddin is in het bezit van een doorgeladen machinepistool (Agram 2000), met een patroonhouder met 222 patronen, twee losse patroonhouders met 31 patronen, een doos met 40 patronen en een geluidsdemper. De jonge gesluierde vrouw, die hem eerder in de auto van Den Haag naar Amsterdam had gereden, werd eveneens aangehouden. Het is de kersverse nieuwe echtgenote van Nouriddin, de 21-jarige Soumaya S. Volgens het achtervolgingsverslag van de recherche begon Soumaya bij haar arrestatie ‘hysterisch’ te gillen: “Allah Akbar...,of woorden van gelijke strekking.” Haar man keek voortdurend naar de rugtas, die door de aanhouding half geopend voor hem op de grond lag en wilde zich in de richting van die rugzak bewegen [zie ook verslag arrestatie; Nederlands Dagblad 19.9.05].
In Rijswijk wordt op dezelfde dag nog een tweede vrouw gearresteerd die onderdak had verleend aan Nouriddin en Soumaya. Het is de Nederlandse bekeerling Martine van den O., een 26-jarige blonde Naaldwijkse, ex-politiebeambte, die eveneens zwaar gesluierd door het leven gaat. Na een verblijf in Syrië begon zij plotseling het radicaal-islamitische gedachtegoed op te zuigen. Martine was in het verleden actief voor de stichting Al-Aqsa, die wegens financiering van de Palestijnse Hamas-beweging op de Amerikaanse en Europese terreurlijst staat. Daar leerde zij ook Abida kennen, de vrouw van Samir A. en de woordvoerster van het Al-Aqsa fonds. Zij is een van de oprichters van de Stichting Jerusalem, een doorstart van Al-Aqsa. In de woning van Martine in Den Haag worden diverse belastende documenten aangetroffen, waaronder vermoedelijk een dodenlijst met de namen van prominente Nederlanders. Soumaya en Martine leerden elkaar kennen via de El Islam Moskee in de Van der Vennestraat in Den Haag.
Soumaya S. en de mensen van de grot |
|---|
Soumaya S. komt uit een traditioneel Marokkaans gezin in Den Haag. Zij radicaliseerde nadat zij samen met haar vader Mekka had bezocht. Dat was ook aan de buitenkant te zien zij hulde zich in de burqa. Haar vader vond dit verschrikkelijk. Hij verscheurde haar burqa en gooide die in de prullenbak. Tevergeefs: na een paar dagen kreeg zij via de post een nieuwe burqa toegestuurd.
Soumaya’s eerste uitlatingen op internet stammen uit mei 2000. Op de inmiddels opgeheven, maar in het webarchief bewaarde site Jihad in Tsjetsjenië (www.qoqaz.nl) mengt zij zich in de discussie over de gewapende strijd. In het gastenboek van de site plaatst zij op 24 mei een oproep om in Tsjetsjenië te gaan vechten. “oo broeders die met onze broeders en zusters in tjetjenië meeleven aub ga en verricht juhad als je er lichamelijk en geestelijk aan toe bent.” Een week later krijgt zij daarop een reactie van ‘Rashid’ , een in Al Hoceima geboren Marokkaan, met een e-mail adres van de Haagse Hogeschool: 97000757@student.sem.hhs.nl. “Tegen mijn zuster Soumaya zeg ik dat ik en nog een paar broeders er alles voor over hebben om naar Tsjetsjenie te gaan, maar tot op de dag van vandaag hebben we geen manier gevonden om dit te realiseren. Mocht je contacten hebben hou me aub op de hoogte.”
Soumaya S. is een overtuigde extremistische moslima. Op internet bezoekt zij vaak fundamentalistische websites als al-islaam, al-yaqeen en islamway.com. Zij denkt daar alle antwoorden op vragen over het geloof te vinden. Onder eigen naam publiceert zij een artikel over de rechte (duidelijke) weg en de vijf zuilen van de islam. Soumaya draagt haar denkbeelden ook uit in moskeeën, onder meer in de salafistische As-Soennah moskee in Den Haag.
Begin maart 2005 wordt Soumaya door een onbekende vrouw opgebeld met de mededeling dat er iemand naar haar op zoek is en haar graag wil ontmoeten. Zij reageert daar niet op, maar ontvangt kort daarna een e-mailtje van Nouriddin, die aangeeft dat hij met haar via MSN in contact wil komen om over de islam te discussiëren. Soumaya geeft hem haar 06-nummer. Nouriddin belt haar op en zij spreken met elkaar over de islam. Hij vraagt haar telefonisch ten huwelijk, maar in eerste instantie weigert zij dit. Als zij hem voor het eerst ontmoet, voelt zij zich niet tot hem aangetrokken. Dat komt pas later “toen zij zijn innerlijker belangrijker vond dan zijn uiterlijk”. Zij valt op ‘zijn karakter’, omdat hij overal het geloof bij betrekt. Dat vindt zij ‘super’. Eind april 2005 vraagt Nouriddin of zij naar Amsterdam wil komen om daar met hem te trouwen. Zij loopt weg van huis, gaat op 5 april naar Amsterdam, waar hij haar op het Centraal Station ophaalt. Met de tram gaan zij naar een particuliere woning waar het huwelijk volgens het islamitische recht wordt ingezegend (zijn eerste huwelijk met een 16-jarige meisje werd door Mohammed B. ingezegend).
|
De voor meerdere leden van het Hofstadnetwerk belastende verklaringen van Malika werden uiteraard minder op prijs gesteld door de beklaagden en hun sympathisanten. In oktober 2005 ontving Malika een brief waarin zij werd ‘gewaarschuwd’ als zij haar verklaring niet zou intrekken of wijzigen. De boodschap was ongemeen helder: moslims mogen niet samenwerken met de ongelovigen. “Moge Allah jou leiden en anders jouw rug breken”. Omdat zij daarna weigerde haar verklaring te herhalen bij de onderzoeksrechter werd zij gegijzeld. Zij werd gedwongen om voor de rechtbank te verschijnen maar weigerde ook maar iets te verklaren. Zelfs op vragen over haar personalia weigerde zij te reageren. Volgens de officier van justitie Plooy was haar politieverklaring bruikbaar als bewijsmateriaal omdat haar verhaal werd ondersteund door andere getuigen. Malika kon op 5 december 2005 onder dekking van haar sluier als vrije vrouw het gerechtsgebouw verlaten. |
De AIVD ziet dit als een aanwijzing dat de twee als martelaren van de jihad willen sterven (trouwen geldt als laatste aardse verplichting vóór de jihad en het martelaarschap). Na het huwelijk gaat zij alleen met de trein terug naar Zwolle, waar zij vanaf 6 mei bij kennissen logeert. De ouders van Soumaya zijn bang dat hun dochter een aanslag zal plegen en haar moeder geeft haar 6 mei als vermist op bij de politie. Haar vader verklaarde later: “Wij hoorden dat Soumaya aangesloten zou zijn bij de slechte mensen, met name werd genoemd de Hofstadgroep. Wij waren bang dat Soumaya een aanslag zou gaan plegen. Ik noem u bijvoorbeeld minister van Aartsen, Hirsi Ali, Wouter Bos, Deetman en Geert Wilders.”
Op 20 mei vertrekt zij met het vliegtuig naar Marokko om daar de familie van Nouriddin te ontmoeten. Op 25 mei keert zij terug naar Nederland en gaat met Nouriddin bij een broeder in Amsterdam slapen. Samen met haar man logeert zij een weekje bij Martine van der O. in Den Haag. Terug in Amsterdam logeert zij nog twee weken op verschillende adressen, om daarna weer een week naar Martine te gaan, tot zij door de politie worden gearresteerd.
Uit een door de AIVD op 20 juni afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat Soumaya S. probeerde om adressen van Haagse politici te achterhalen via een apotheek in het Haagse Statenkwartier waar haar zus werkte [Ambtsbericht AIVD, 23.6.05]. Bij haar zus informeert zij naar de privé-adressen van politici die “met die zwarte” (Ayaan Hirsi Ali) samenwerken, zoals minister Remkes van Binnenlandse Zaken, VVD-fractievoorzitter Van Aartsen en LPF-Kamerlid Eerdmans (“die jongeman van de LPF met die hazentanden”). Zij is ook “op zoek naar iets [...] dat zij iemand kan geven”. In haar agenda had zij voor 11 september 2003 genoteerd: “herdenkingsdag voor WTC grote feest en smeekbede voor nieuwe aanslagen!!!” [Politie Zwolle: verhoor].
Op 3 augustus 2005 werd de voorlopige hechtenis van Martine door de rechtbank in Rotterdam opgeheven om niet nader gespecificeerde “persoonlijke redenen”. Dezelfde dag geeft haar vriendin Soumaya vanuit de gevangenis in Zwolle een telefonisch interview met BNR Nieuwsradio. Soumaya ontkent daarin schaamteloos alle aantijgingen, “ik vind het allemaal onzin”. Haar verklaring is simpel: “Het is gewoon een wanhoopsdaad van de AIVD”. De Hofstadgroep bestaat volgens haar niet, het zijn mensen van de grot. “Ik beschouw hen als mensen van de grot. Mensen die allen God aanbaden en zich hebben afgezonderd van de afgodenaanbidders.” Zij refereert aan het hoofdstuk in de Koran ‘Al-Kahf’ (de grot) [Trouw 4.8.05].
Soumaya wordt vervolgd wegens verboden wapenbezit. Omdat de Officier van Justitie niet kon bewijzen dat zij met terroristisch oogmerk heeft gehandeld, eiste Openbaar Ministerie op 4 oktober 2005 hiervoor een jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Op 18 oktober werd zij door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.
Nadir A.: die gek ruïneerde mijn leven |
|---|
Nadir A. (23) bezocht regelmatig de woning van Mohammed B. en was bevriend met Fahmi B. Hij bezocht de huiskamerbijeenkomsten bij Mohammed B. Daar ging het er volgens hem professioneel aan toe. Bij een van die bijeenkomsten waren drie leden van de Hofstadgroep met een laptop aanwezig. Die laptops werden gebruikt om afspraken te regelen en om dreigende brieven op te stellen en uit te wisselen. Daarbij ging het onder andere om de open brief aan Hirsi Ali, die Mohammed B. in het stervende lichaam van Theo van Gogh stak.
Nadir kreeg van Mohammed B. jihadistisch materiaal: cd-roms met films, foto’s en geluidsfragmenten van aanslagen, onthoofdingen en verminkte slachtoffers, foto’s van Osama bin Laden, en teksten van de gulle gever zelf. Nadir’s telefoonnummer werd gevonden bij een hoofdverdachte van de aanslagen in Madrid en Casablanca.
Voor de rechter verklaarde Nadir dat de moordenaar van Theo van Gogh zijn leven kapot had gemaakt. In gebrekkig Nederlands las hij een handgeschreven verklaring voor. Hij ontkent niet dat hij een aantal van de andere verdachten kent.
Rachid Be. de Zierikzee connectie |
|---|
Rachid Be., alias Abu Fadel, is een 32-jarige Nederlandse moslim uit Zierikzee. Hij kon pas in juni 2005 in Londen worden gearresteerd. Zijn woning werd al in maart doordocht. Daarbij werden wapens, munitie, videobanden en radicaal-islamitisch rekruteringsmateriaal aangetroffen. Scotland Yard verdenkt hem van het rekruteren van mensen voor terroristische activiteiten, illegaal wapenbezit en het vervalsen van reisdocumenten. Het landelijk parket in Rotterdam verklaarde dat Rachid wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, de Hofstadgroep.
Rachid was een regelmatige bezoeker van het belhuis in Schiedam waar Radwan Al-Issa zijn eerste lessen gaf aan jonge moslims. Een van hen was Mohammed B., die later zijn Amsterdamse woning openstelde voor de huiskamerbijeenkomsten. Waarschijnlijk werden er voor ‘Rotterdamse broeders’ ook dergelijke bijeenkomsten met Radwan Al-Issa georganiseerd in Rachid’s huis in Zierikzee.
Radwan Al-Issa Nederland werd na zijn arrestatie in Nederland in 2003 wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten en uitgezet naar Duitsland. Toen dat gebeurde reed Rachid samen met de Syriër Achmad Al A. (40), alias ‘Abu Bilal’ en twee andere leden van de Hofstadgroep halsoverkop naar Duitsland: om hun leidsman te begroeten.
In verklaringen die Achmad Al A. bij de politie aflegt komt Rachid naar voren als een radicale en rechtlijnige moslim, die de hele dag achter zijn computer zit en extremistische websites bezoekt die de gewapende strijd promoten. Hij ronselde rekruten voor de jihad en zamelde geld in voor de Stichting Al-Aqsa in Rotterdam wier tegoeden door justitie zijn bevroren vanwege banden met de Palestijnse Hamas-beweging [NRC 23.6.05].
Rachid verleende Radwan Al-Issa voor de moord op Van Gogh onderdak en smokkelde hem daarna het land uit. Vervolgens vertrok hij zelf naar Engeland, waar hij uiteindelijk werd gearresteerd. Om ‘praktische redenen’ wordt Rachid niet samen met de leden van de Hofstadgroep vervolgd.
|
Michael R. had zich op 14-jarige leeftijd tot de zuivere islam bekeerd en radicaliseerde daarna snel verder. Hij was al geruime tijd op internet actief. Onder diverse schuilnamen ‘polder-moedjahedien’, ‘PolderMujahideen’, ‘Tallib el Ilm’ (student van kennis), ‘Abdrahiem’, ‘Abu Takfir’ verspreide hij het extremistische gedachtegoed via een aantal MSN-groepen [Trouw 14.7.05; Volkskrant 13.4.05]. Als beheerder van die groepen verspreide hij fundamentalistische teksten en bedreigende oproepen, filmpjes en beelden. Hierdoor trok hij echter ook de aandacht van politie en justitie die hem maandenlang in de gaten hield. Op websites en via e-mails worden politici bedreigd. Hirsi Ali wordt als ‘leidster van het ongeloof’ een snelle en pijnlijke dood toegewenst [Maghreb - 18.3.05].
Na de moord op Van Gogh door zijn ‘grote leider en leermeester’ zocht Michael contact met de Hofstadgroep. Hoewel hij contacten had met Nouriddin El F. werd hij door het Openbaar Ministerie niet tot de Hofstadgroep gerekend. De rechtszaak tegen Michael (of Maik) werd achter gesloten deuren behandeld. De officier van justitie eiste vijf maanden gevangenisstraf en jeugd-tbs (PIJ-maatregel). De jeugdpsychiater en -psycholoog verklaarden Michael ontoerekeningsvatbaar vanwege een autistische spectrum stoornis (ASS). Michael werkte mee aan het psychiatrisch onderzoek en betuigde spijt voor het bedreigen van Geert Wilders [Volkskrant 7.11.05]. Op maandag 7 november werd Michael een jeugd-tbs opgelegd voor twee jaar, welke in totaal zes jaar kan duren. |
Internationale connecties en aansturing |
|---|
De leden van de Hofstadgroep werden waarschijnlijk aangestuurd door de Algerijn Mohammed Achraf (31) terwijl deze in Zwitserland in de gevangenis zat, verdacht van het beramen van een aanslag op het speciale Spaanse gerechtshof, de Audencia Nacional [Le Temps]. Achraf speelde een centrale rol in een Spaans onderzoek rond een netwerk met de naam ‘Martelaren voor Marokko’, dat aanslagen beraamde op onder meer het hooggerechtshof in Madrid. In september 2004 belde Achraf meerdere malen met Mohammed B. Hij maakte geld over naar Nederland [El Pais]. Ook zijn twee medeverdachten, de Afghaan Mourad Yala (alias Abu Anas) en de Algerijn Ziani Mahdi (alias Abdol Ghaffar Hasemi) verbleven enkele maanden in Nederland waar ze zich bezighielden met het vervalsen van creditcards en identiteitspapieren. Beiden zitten inmiddels vast in Spanje. In april 2003 werd Mourad Yala in Nederland gearresteerd en aan Spanje uitgeleverd. De Afghaan Mahdi droeg bij zijn arrestatie een Nederlands paspoort met een valse naam bij zich. In de tenlastelegging van rechter Garzón wordt Mourad Yala beschuldigd van het voorbereiden van een bomaanslag in Nederland door middel van explosieven in een computer.
De Spaanse Marokkaan Abdeladim Akoudad (36) alias ‘Naoufel’, ‘Nadufel’ wordt op 14 oktober 2003 door de Spaanse politie gearresteerd. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij aanslagen in Casablanca en zou contact hebben onderhouden met het Nederlandse Hofstadnetwerk. Ook zou hij banden hebben met Ansar al-Islam, een aan Al-Qa’ida gelieerde groepering, die een rol speelt in zelfmoordaanslagen in Irak. Op 15 november 2004 werd hij voorgeleid voor de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón [persbureau Europapress; Estrella Digital].
Akoudad wordt beschouwd als spil van terroristische netwerken in Europa. Garzón vermoedde aanvankelijk dat hij ook leiding had gegeven aan het Hofstadnetwerk in Nederland, maar kwam daar later op terug. Toch ging Ismail Akhnikh naar Spanje om tips te krijgen van Akoudad. En Samir A. (de vriend van Mohammed Bouyeri) had regelmatig telefonisch contact met deze topterrorist [bron: Lukor].
Akoudad ontkende elke betrokkenheid bij een Nederlandse terreurgroep. Maar in zijn dagboek stonden wel de gecodeerde telefoonnummers van leden van de Hofstadgroep.
De Syriër Radwan al-Issa (43) is een man van vele namen: ‘Redouan al Issa’, ‘Mohammed al-Issa’, ‘Sjeik Abu Khaled’, ‘Abu Issa’. Niemand lijkt zijn echte naam te weten. In Nederland opereerde hij vooral onder de naam ‘Abu Khaled’, en hij liet zich door zijn volgelingen graag sjeik noemen. Radwan fungeerde als de externe geestelijke leider van het Hofstadnetwerk. Hij rekruteerde volgelingen voor de radicale islam, gaf koranlessen aan leden van de Hofstadgroep en spoorde hen aan tot terroristische daden. Hij deed dat in asielzoekerscentra in Duitsland en Drente, in een belhuis in Schiedam en in de woning van Mohammed B. in Amsterdam.
Eind 1994 vraagt Radwan in Duitsland politiek asiel aan. Hij vertelt dat hij in Syrië wordt vervolgd omdat hij lid was van de fundamentalistische Moslim Broederschap. In de jaren zeventig en tachtig opende deze fundamentalistische beweging een offensief tegen het seculiere Baath-regime van Hafez al-Assad. Zij pleegden veel bloedige aanslagen op regeringsfunctionarissen. In 1982 sloeg regering hard terug. Bij een massale aanval op het centrum van Hama, het bolwerk van de broeders, kwamen naar schatting twintigduizend mensen om het leven. De Moslim Broederschap wordt beschouwd als de stamvader van bijna alle hedendaagse terreurgroepen, zoals Hamas en Al Qa’ida.
Op lidmaatschap van de Broederschap stond de doodstraf. De broer van Radwan, Basel, werd samen met duizenden andere actieve leden van de Broederschap gearresteerd en voor lange tijd in de gevangenis gestopt. Hij zat meer dan tien jaar in de beruchte gevangenis van Palmyra. Volgens hem was Radwan in die tijd geen lid van de Moslim Broederschap. Hij ging uit met meisjes en leidde een actief sociaal leven [Volkskant 20.7.05].
In afwachting van de beslissing over zijn asielaanvraag in Duitsland wordt Radwan in een asielzoekerscentrum geplaatst. Hij woonde jarenlang in het asielzoekerscentrum in Olsberg. Later huurt hij een woning in het centrum van Olsberg. In juni 1996 wordt hij op het station van Aken gearresteerd met heroïne en hasj in zijn bezit. Radwan dealde hard- en softdrug, snoof zelf cocaïne, dronk dure whisky en had veel vrouwen die hij van heroïne voorzag.
Radwan reist regelmatig naar Nederland. Nadat zijn asielaanvraag in Duitsland in 1997 wordt afgewezen, meldt hij zich op 22 juni 1998 bij het Nederlandse aanmeldcentrum in Rijsbergen. Door vingerafdrukken te vergelijken wordt ontdekt dat Al-Issa in Duitsland al asiel had aangevraagd. Hij moet terug naar Duitsland, maar tekent hiertegen beroep aan dat vier jaar zou duren. In deze periode woont hij in asielzoekerscentra in Emmen en Hoogeveen en radicaliseert hij zich in de richting van Takfir wal Hidjra.
In 2002 leert Radwan ook Mohammed B. en andere jeugdige moslimradicalen kennen. Zij bezoeken gezamenlijk de Tawheed-moskee in Amsterdam en de Soennah-moskee in Den Haag. Wanneer zij ook deze fundamentalistische gebedshuizen te vrijzinnig vinden, organiseren zij uitsluitend nog huiskamerbijeenkomsten. Bij afwezigheid van Radwan nam Mohammed B. de rol van voorganger op zich. Om de voorkomen dat deze bijeenkomsten werden afgeluisterd, werden voor aanvang de sim-kaarten uit de mobiele telefoons gehaald. Radwan had een curieuze methode bedacht om de groepscohesie en zijn eigen gezag te versterken. Hij liet zijn in Den Haag wonende Surinaamse vrouw moedermelk afkolven. Enkele van zijn trouwste volgelingen mochten die melk opdrinken. De leider wilde op die manier bewijzen dat zij ‘zijn zonen’ waren.
In 2003 probeert Radwan met een vals paspoort een vliegtuig te nemen op de luchthaven van Frankfurt. Hij wordt opgepakt en teruggestuurd naar Olsberg. Op 17 oktober 2003 wordt hij in Schiedam wegens illegaliteit gearresteerd. In de gevangenis krijgt Radwan bezoek van zijn leerling Mohammed B. Deze wil hem drie pizza’s brengen. Als dat niet mag gaat Mohammed volledig door het lint. Hij scheldt de bewaarders zo de huid vol, dat de cipiers zich bedreigd voelen. Een vrouwelijke bewaker raakt ernstig overstuur. Radwan werd verdacht van het voorbereiden van een aanslag. Maar wegens procedurele fouten en gebrek aan bewijs wordt hij snel weer vrijgelaten en als ‘ongewenst persoon’ uitgezet naar Duitsland. Daar probeert hij tevergeefs papieren te krijgen om naar Syrië te reizen. De AIVD wist al langer om wie het ging, maar kon hem niet te pakken krijgen. Hij werd gezocht op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie.
Op de ochtend van de moord op Van Gogh wordt Al-Issa door Rachid Be. (32) per auto het land uitgesmokkeld naar vliegveld Zaventem bij Brussel. Van daaruit vliegt hij met een vals paspoort via Griekenland naar Turkije, waarna hij verder reisde naar zijn geboorteland Syrië. Een paar dagen na de moord informeert Radwan al-Issa telefonisch ‘welke broeders’ er gearresteerd zijn (zijn gesprek met Achmad wordt afgeluisterd). Daarna lijkt niemand te weten waar de haatprediker vertoeft.
Bij zijn ontsnapping werd Radwan geholpen door zijn landgenoot Achmad al A. (alias Abu Bilal). Op 27 oktober boekt hij in Zierikzee de reis die de jihadprediker uit handen van de politie moest houden. Achmad al A. wordt door de regiopolitie Zeeland gezien als de hoofdverdachte in het onderzoek ‘Dolfijn’ naar mensenhandel en handel in valse reisdocumenten. Hij legde uitgebreide verklaringen af over Radwan. Maar hij is erg bang voor de geestelijk leider, omdat die er niet voor terugdeinst hem en zijn familie te laten vermoorden. Volgens Achmad heeft Radwan “zo‘n honderd volgelingen die precies doen wat hij zegt omdat ze dan in het paradijs komen” [Volkskrant 28.4.05]. Tot die volgelingen behoren volgens hem niet alleen Mohammed B. en Samir A., maar ook Nouriddin El-F.
Toen Radwan in november 2004 in Syrië arriveerde vestigde hij zich in Hama, het bolwerk de fundamentalistische Moslim Broederschap. Hij was werkloos en verbleef bij zijn moeder of bij een van zijn vier zussen.
Op 29 april 2005 wordt Radwan in Syrië gearresteerd en opgesloten in de beruchte Fereh Palestine gevangenis in Damascus. De Syrische veiligheidsdienst arresteerde hem toen hij zijn huwelijk wilde regelen met een meisje uit de Syrische plaats Shaam. Volgens zijn zus Iman werd Radwan gearresteerd toen hij het huis van zijn aanstaande bruid wilde binnengaan [Nederlands Dagblad 14.7.05]. In Den Haag heeft hij overigens ook al een vrouw en een kind.
Het is onwaarschijnlijk dat Radwan aan de Nederlandse autoriteiten wordt uitgeleverd. De gevangenis waar Radwan wordt vastgehouden is gespecialiseerd in het ‘op de lokale manier’ (=hardhandig) verhoren van politieke gevangenen: maanden lang en in volledig isolement. Daarna worden ze vrijgelaten of overgebracht naar een meer reguliere gevangenis. Daarbij is het volgens de woordvoerder van de Human Rights Association in Syria, die Radwan’s arrestatie als eerste meldde, gebruikelijk dat de Syrische regering de uit arrestanten geperste informatie doorspeelt aan Westerse veiligheidsdiensten. Radwan‘s familie weet alleen dat hij in Fereh Palestine zit. Zij horen niets meer van hem en zij weten niet waar Radwan van beschuldigd wordt. Uit angst voor de autoriteiten durven zij geen advocaat in te schakelen.
Marokkaanse sites in de knel |
|---|
“Kill the disbelievers wherever we find them” [Q.2:191]
Op Marokkaanse websites en discussiefora kon men voordat zij zichzelf aan banden legden veel bijdragen lezen waarin gezegd werd dat het goddeloze varken eindelijk had gekregen wat hem volgens islamieten toekomt, dat Allah’s wil had gezegevierd en dat hij een gepast koekje van eigen deeg had gekregen. “Alle lof voor de martelaar die Theo van Gogh neergeknald heeft!!! Zo komen de zionisten en hun knechten aan hun bloedige eind!” [‘Robrecht’ in maroc.nl].
De site imaan.nl vond al eerder dat Van Gogh de mond gesnoerd moest worden. In maart 2004 tekenden honderden moslims online een petitie tegen Theo van Gogh, onder het motto: ‘Het geduld is op’. Aanleiding daarvoor was zijn column in de Metro [26.3.04] waarin hij profeet Mohammed een ‘verkrachter’ en ‘vieze oom’ noemde. Volgens de petitie zaait Van Gogh haat en discriminatie jegens moslims. “Tevens werkt hij de integratie en samenleving van Nederlandse burgers met een Islamitische achtergrond tegen.” De website riep op tot gedeeltelijk schrijfverbod van Van Gogh. “Zoiets kweekt haat en leidt uiteindelijk tot geweld. Daarom moeten we hier snel een eind aan maken.”
In de Metro reageerde Van Gogh ironisch hard op het schrijfverbod: “Het bewijst alleen maar dat mijn gelijk groter is dan ik ooit geschreven heb. Dit schrijfverbod wat ze willen, is een geschenk van Allah voor mij. Ik heb nog veel ontwikkelingshulp te verrichten.” Of hij nu van plan was om in te binden? “Nee, natuurlijk niet. Dit is een reden om er nog eens hard overheen te gaan.”
Op de Marokkaans-Nederlandse sites wordt voornamelijk gediscussieerd over de gevolgen voor de positie van moslims. De toekomst wordt met angst en beven tegemoet gezien. Temeer daar de platforms waarop zij discussiëren ook ruimte boden aan racistische en extreem nationalistische uitlatingen. Dit gebeurde meestal door bekende, maar zich pseudoniem presenterende figuren uit extreemrechtse, racistische, nationalistische, neonazistische en fortunistische stromingen en stroompjes. De tragikomische teloorgang van het partijpolitieke fortunisme kreeg zijn kans voor reprise in een volkse revolte tegen islamitisch gemotiveerd terrorisme.
De beheerders van Marokkaanse islamitische sites werden voor een harde keuze, en sommigen voor een dilemma geplaatst. Zij moesten zich distantiëren van de daad en het gedachtegoed van Mohammed B., maar zij wilden zich ook niet al te zeer vervreemden van een gelovige achterban, die zich nog altijd hartgrondig gekwetst voelde door de godslasterlijke uitlatingen van afvalligen (Hirsi Ali) en niet-gelovigen (Van Gogh). De zelfregulerende kracht van Marokkaanse en islamitische sites werd op hardhandige wijze op de proef gesteld. Het is opvallend hoeveel Marokkaanse sites in staat waren om zichzelf ook in deze moeilijke weken te reguleren. Dat verliep meestal niet vlekkeloos en zeker niet zonder conflicten. Maar het lijkt erop dat het zelfreinigend vermogen van Marokkaans en/of islamitische sites in Nederland groter is dan menigeen verwacht had.
In dezelfde toonsoort wordt voorgesteld om de vrijheid van meningsuiting maar eens aan banden te leggen.
De moord op Van Gogh wordt niet alleen dubbelzinnig of louter emotioneel afgekeurd, maar ook eenduidig en met goede argumenten.
Een week na de moord op Van Gogh lanceert de website een ‘Anti-Homo Manifesto’ onder de titel: Geen nicht in het licht. Dit plan zou al eerder zijn gepubliceerd, maar dit werd vanwege het gespannen klimaat na de moord op Van Gogh uitgesteld. Het pamflet pleit voor ‘homoseksualiteit in eigen kring’. De Marokkanen verklaren niet tegen homoseksualiteit zelf te zijn, maar wel tegen “de expressie en invulling die sommigen aan het homozijn willen geven”. Wat hen stoort zijn extravagante homoseksuelen. Zij verzieken het straatbeeld met hun ‘behaarde achterwerk’, ‘paarse strings’, ‘rolschaatsen en zware leren laarzen’. Dat alles doet ‘pijn in de ogen’. In de publieke ruimte moet heteroseksualiteit de norm zijn. Homo’s en lesbiennes die met hun geaardheid te koop lopen zouden zij het liefst juichend van een hoog dak gooien. “Flikkers die er te koop mee lopen en mij met hun gedoe lastigvallen zijn dus dan ook niet veilig bij mij.” Kan het dreigender? Ja, dat kan: deportaties zijn het volgende stadium:
Een van de redacteuren is de Amsterdamse columnist Mohammed R. Jabri. Op de site eindigt hij zijn betoog openhartig: “Ik lust ze rauw, die faggets” [bron]. Een maand na de moord op Van Gogh kondigt Jabri aan dat hij bezig is een politieke partij voor jonge Marokkaanse moslims op te richten, met financiële steun van enkele islamitische ondernemers. In tegenstelling tot de AEL streeft de nieuwe partij niet naar segregatie, maar naar ‘totale acceptatie’. “Nederlanders moeten accepteren dat sommige gewoonten, zoals onze religie, nu eenmaal nodig zijn om je Marokkaan te voelen” [Parool, 4.12.02].
De eigenaar van de site is Hakim C. Officieel woonachtig in de Marokkaanse plaats Alhoceima, maar inmiddels woont hij in Amsterdam Zuidoost. Technisch wordt de website verzorgd door Flaxe Webhosting vanuit Bochelt in België [Gay Krant].
Op de Marokkaanse jongerensite mocros.nl werd Theo van Gogh sinds maanden met de dood bedreigd. Al sinds april 2004 stond er een foto van de cineast met de tekst “Wanneer is Theo aan de beurt?” op een forumpagina van mocros.nl. Op de poster is over de keel, borst en het hoofd van Van Gogh een schietschijf met zeven kogelgaten geprojecteerd. “Insha Allah (Als God het wil)” valt verder op de site te lezen, “ruimt Allah deze letterlijke en figuurlijke zwijn snel op”. De foto met oproep werd vlak na het uitbrengen van de film Submission geplaatst.
Woordvoerders van mocros.nl, Brahim en Achmed Ahannay, zeggen de doodsbedreigingen en schokkende afbeeldingen niet te hebben gezien. “We voelen ons echter niet verantwoordelijk voor teksten of foto’s die bezoekers van het forum plaatsen.” Op dinsdagavond 2 november waren de doodsbedreigingen alsnog van de site verdwenen. De redactie van mocros.nl stelde drie nieuwe regels op voor het forum: geen racistische uitingen, geen kwetsende dingen zeggen en niet vloeken.
Wat wel op de site bleef staan was deze wat ongemakkelijk geformuleerde steunbetuiging aan de dader:
De discussiebijdragen in macros.nl werden ondanks hun geëmotioneerde heftigheid steeds genuanceerder en in discussies werd meer en meer geprobeerd om al te sterk generaliserende en haatdragende opvattingen te bestrijden.
Voor veel jonge Marokkanen biedt de islam een identiteit. In hun reacties op de moord op Van Gogh wordt de daad als zodanig afgekeurd. Toch wordt daaraan onmiddellijk toegevoegd dat Theo er met zijn scheldkanonnades op hun religie “ook een beetje om gevraagd” heeft. Zij vertrouwen volledig op eigen overtuigingen en opvattingen en hebben weinig ruimte voor respect voor andersdenkenden. Toch kunnen de moskeeën hun leegte en frustratie niet wegnemen. Zij zoeken naar houvast en dwalen rond op het internet en op straat. Daar komen zij in contact met radicale rolmodellen. Daarna trekken zij zich terug in woonkamers, uit het zicht van iedereen.
Politici en voorzitters van zelforganisaties weten vaak niet wat er leeft onder deze jongeren. Met hun ‘emotiereacties’ berokkenen ze volgens Ali Eddaoudi (islamitisch geestelijk verzorger in de gevangenis) juist meer schade. Moslims die er andere visies op nahouden dan men in Nederland wil horen, krijgen meteen het etiket ‘fundamentalist’ en ‘radicaal’. Hierdoor worden ook de jongeren monddood gemaakt. Het gevolg is dat zij zich onbegrepen voelen en zich afzonderen van de samenleving. Zij zijn rijp voor islamitisch-terroristische ronselaars voor de internationale jihad.
Haci Karacaer, directeur van de Turkse moskeeorganisatie Milli Görüs (nationaal gezicht) vindt het noodzakelijk dat conservatieve moslims betrokken worden bij de maatschappelijk discussie. Zij zijn waarschijnlijk beter in staat om radicalen in spe te bereiken. De moslims en hun organisaties moeten hun verantwoordelijkheden nemen. “Roepen dat moslims radicaliseren is voor politici makkelijker en electoraal ook rendabeler dan maatregelen nemen die er werkelijk toe doen.” Die maatregelen vereisen inspanning, geduld en tijd. Er is geen toverformule waarmee men kan voorkomen dat jonge moslims radicaliseren.
Op 6 juli 2004 plaatst een jonge man die zich de AIVD-doder noemt, het volgende bericht op het forum van marokko.nl:
Op 29 augustus voegt hij daaraan toe:
|
|
Omdat de AIVD-doder herhaaldelijk bedreigende teksten op internet plaatste en uit zijn chatsessies bleek dat hij voorbereidingen trof voor een bomaanslag, besloot de politie in te grijpen. Op 27 september worden door de regiopolitie Zeeland twee scholieren aangehouden, die verdacht worden van bedreiging, vervaardigen/voorhanden hebben van explosieven, bedreiging met terroristisch oogmerk en opruiing. Een daarvan is de 17-jarige Yehya K. uit Sas van Gent, een Atheneum-leerling van het Zeldenrust Steelantcollege in Terneuzen.
De rechter-commissaris legt in een bevel beperkingen op aan Yehya K. omdat was gebleken dat hij degene was die onder de naam AIVD-doder bedreigende berichten plaatste op internetforums. Yehya K. hield zich bezig met “fundamentalistische uitlatingen op het internet” en hij had “getracht een bom te plaatsen”. Yehya geeft tegenover de politie toe dat hij twee keer, overigens zonder veel succes, heeft geëxperimenteerd met explosieven. Bij hem thuis werd in beslag genomen: informatie over een detonator en boosterlading, plattegronden van onder andere de binnenstad van Den Haag, informatie over ammoniumnitraat, en adressen van buitenlandse ambassades. Het Openbaar Ministerie in Middelburg verdenkt de scholieren niet van “terroristische activiteiten” en er bestaat ook geen verband met de zaak van Samir A. Hij lijkt dus geen deel uit te maken van een netwerk.
De AIVD benadrukt zeer sterk dat in het proces verbaal over Yehya K. “op geen enkele wijze gerefereerd wordt aan Van Gogh. Wel wordt gesproken over mw. Hirsi Ali en Wilders”. In zijn oproep om de vijanden van de islam te doden noemt Yehya echter nadrukkelijk ook de naam van Theo van Gogh.
|
|
Voor de moord op Van Gogh werd op Marokko.nl de vraag opgeworpen: “Zal Hirshi Ali hetzelfde eindigen als Pim Fortuyn?” Een ruime meerderheid (115 van de 171) van de respondenten koos voor het antwoord: “Ja, zal niet lang meer duren.”
|
|
Begin 2004 kwam Farid A. voor de rechtbank. Hij werd veroordeeld 120 uur dienstverlening en een maand voorwaardelijke celstraf. De aanklager vond die straf onaanvaardbaar. Op 19 november 2004 eiste het Openbaar Ministerie voor het gerechtshof in Den Haag drie maanden celstraf. Advocaat-generaal C. Strack verklaarde: “Hier is een onvoorwaardelijke straf op zijn plaats. In een democratische rechtsstaat moeten politici zich vrij kunnen uitlaten. Het recht op vrije meningsuiting komt de verdachte in dit geval niet toe. (...) De straf moet een signaal zijn voor iedereen die politici de mond wil snoeren. De afgelopen weken hebben we kunnen zien dat de rechtsorde verstoord wordt door mensen die dit soort bedreigingen uiten.”
De verdachte en zijn advocaat waren niet aanwezig tijdens de zitting. Zij beweerden geen oproep te hebben ontvangen. ‘Farid26’ gebruikt daarna weer het MagrebOnline forum om het onrecht dat hem is aangedaan aan de kaak te stellen: “het kan niet zo zijn dat Wilders wel Arafat de dood mag wensen en ik als reaktie daarop deze nazi-figuur niet de dood mag wensen” [19.11.04]. In “de nazistische visie” van “herr nsb-er strack” hebben moslims geen recht op vrije meningsuiting. En provocerend uit hij wederom zijn vurige wens: “Nou hierbij wilders, Val dood opgeblazen nazi-figuur.”
Sommige forumleden vallen hem bij.
Een forumlid maakt het nog bonter:
Andere forumleden wijzen erop dat hij met dit soort commentaren zijn zaak alleen maar moeilijker maakt. “Iets meer zelfbeheersing zou meer in je eigen belang zijn” [Simon]. Men vraagt zich af waarom Farid26 nog niet naar een of andere moslimparadijs geëmigreerd is [Runny]. Men is echter vooral bang dat door zijn optreden het hele forum in een kwaad daglicht komt te staan. “Ons forum wordt met naam en toenaam genoemd, in een onprettige manier” [Kernheimer].
Daarvoor heeft ‘mujahhid’ een slimme oplossing bedacht. Hij geeft Farid een wijs advies:
Farid leert daarvan en past zijn stijl aan: hij wenst de “VVD-randebiel” nu slechts “de cholera of een andere dodelijke ziekte” toe.
Op 3 december 2004 deed het hof uitspraak in de zaak Farid A. Een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. De belangrijkste overwegingen waren dat Wilders zich ernstig bedreigd voelde, dat deze bedreiging een directe reactie was op de politieke standpunten van Wilders. Bovendien stelde het hof dat een bedreiging op internet ernstiger is dan via een minder toegankelijk medium, omdat het derden zou kunnen aansporen de daad bij het woord te voegen.
![]() Laat dit een wijze les zijn voor de vijanden van de islam. Alle lof voor de broeder die dit zwijntje eens flink heeft gewassen. |
|
“Ik zat in mijn auto in de Linnaeusstraat te wachten voor het stoplicht, toen ik opeens pistoolschoten hoorde. Even later kwam een man over het fietspad aanstrompelen. Hij liep een fietsster omver, ging voor mijn bumper langs en stak de weg over. Aan zijn houding kon je zien dat deze man de dood op zijn hielen had. Ik zag op dat moment nog niet dat het om Theo van Gogh ging en dat hij al een gapende snijwond in zijn hals had.” “Meteen daarop rende er een man voor mijn auto langs naar de overkant, achter hem aan. Op de stoep had hij hem te pakken. Met twee gestrekte armen probeerde Van Gogh zijn belager af te weren. Op dat moment stak de man hem een Rambo-mes in de hartstreek.”
Volgens Boskma was het een enorm mes, met een lemmet van circa 30 centimeter. “Onmiddellijk daarna plantte hij ook het tweede steekwapen, een gekarteld soort koksmes, in het lichaam. Van Gogh zakte in elkaar. Ik besefte niet goed wat ik zag. Ik vond het merkwaardig dat de dader de messen direct losliet en ze niet uit het lichaam trok. Het was een beestachtige afslachting. Van Gogh is als een stier in de arena afgemaakt.” Volgens Telegraaf redacteur Peter Schoonen zou iedereen die over deze foto kon beschikken hem publiceren. “Deze foto was het verhaal” [C|net]. |
Ertan Kiliç (33) is een Turkse columnist die wekelijks op zijn eigen website commentaar geeft op integratie en islam. “Elke zondag, wanneer de christenen een rustdag hebben, een satirische kijk op de Nederlandse samenleving door een moslim.” In diverse sites droeg hij onder verschillende schuilnamen zijn verbale steentje bij aan de moord op van Gogh.
Op 3 september 2003 verschijnt in zijn ErTaN.blogspot een bericht met als titel Ongelovige duivelse mortadda. Het bericht begint met een citaat uit het rapnummer Hirsi Ali Diss van de rapgroep DHC (Den Haag Connection). In deze rap wordt Hirsi Ali op niet mis te verstane wijze uitgescholden en dood gewenst. Onder verwijzing naar de MSN-groep Muwahhidin/DeWareMoslims maakt ‘ErTaN’ melding van het feit dat Hirsi Ali sinds 2 september is ondergedoken, nadat op deze site haar geheime privé-adres in Den Haag werd gepubliceerd. In een reactie op het bericht dat Hirsi Ali is ondergedoken schrijft broeder Abu Nawwaar (pseudoniem van Omar A.):
Ertan schrijft ook zelf een bericht in de MSN-groep van Abu Nawwaar. Hij reageert op het bericht dat Hirsi Ali in een safe house moest onderduiken, omdat haar geheime woonadres op de site bekend gemaakt werd. Ertan schrijft dat het bericht hem deed “dansen van vreugde”. Maar op zijn eigen weblog geeft hij als advies: “Voortaan niet eerst dreigen maar gelijk in actie komen. Bam bam!” Een bezoeker noemt het laten uitlekken van het adres van Hirsi Ali “dom”. “Daar gaat de ‘element of suprise’.”
|
Wat voor inbreuken op foto-auteursrecht geldt, geldt ook voor de verspreiding van strafbare uitingen [Regulering en zelfregulering van internet]. |
Opvallend is dat ‘Ertan’ zo openlijk opereert en niet erg veel moeite doet om zijn ware identiteit te verhullen. Wie daarin geïnteresseerd was had al in maart 2003 zijn identiteit gemakkelijk kunnen achterhalen. Men hoefde slechts zijn domeinnaam, www.ertan.nl, in te typen bij de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) om zijn volledige naam, adres, woonplaats en telefoonnummer te vinden. Via een simpele whois zoekopdracht kon iedereen die het maar weten wilde lezen dat Ertan Kiliç zijn domein op 18.3.03 officieel had laten registreren.
De ware identiteit van ‘ErTan’ / ‘Rahmetullah’ was al veel langer bekend. Op 7 juni 2004 publiceerde Socrates.weblog.nl (in samenwerking met de redactie van de Telegraaf) zijn persoonsgegevens. En op 8.11.04 werd dit nog eens herhaald door Planet Internet [8.11.04]. Daarom leek het merkwaardig dat de redactie van GeenStijl op 25.11.04 met grote trots meedeelde dat zij erin geslaagd was de identiteit van Ertan te achterhalen. Deze ‘scoop’ werd niet gescoord door het opvragen van de domein-gegevens, maar door een ‘lekker sappig mailtje’ te sturen naar het e-mailadres op de site cyberdjihad.blogspot.com. Het onderwerp van de e-mail was: ‘Meer foto’s van stijlloze redactieleden!’. In de e-mail was een link opgenomen naar een plaatje. Via de realtime statistiek op de dedicated server van GeenStijl kon worden vastgesteld dat hij snel op de url van het plaatje klikte. Daarmee kwam men in het bezit van het ip-nummer van Ertan. Via dit nummer was zijn woonadres in Amsterdam snel achterhaald.
De ‘scoop’ van GeenStijl leek een prototypische ‘canard’. In zijn eigen weblog merkt Ertan op dat deze onthullende exercitie van GeenStijl volledig overbodig was. Men had net als anderen al eerder hadden gedaan de naw-gegevens van het domein kunnen opvragen. “Kortom, niet GeenStijl heeft mijn identiteit achterhaald, maar ikzelf heb mijn identiteit al veel eerder prijsgegeven.” De essentie van de ‘scoop’ van GeenStijl was niet het aantonen van de adresgegevens van Ertan, maar het bewijs dat de persoon achter cyberjihad.blogspot.com dezelfde was als achter Ertan.nl. Ook dit laatste was echter al op 8.11.04 in het artikel van Planet Internet gepubliceerd. De ‘scoop’ had dus weinig nieuwswaarde.
Ertan deed zelf bij de politie aangifte van doodsbedreigingen. Hij werd in een voicemail uitgescholden voor ‘zwarte banaan’ en met de dood bedreigd.
Jilles is een fundamentalistische islamist van het zuiverste water. “Al voer je 90 procent van sharia uit en 10 procent niet, dan ben je nog een ongelovige.” Je bent pas moslim als je wereldwijd een staatsinrichting volgens islamitische wetten nastreeft. Het enige echte islamitische land ter wereld is voor hem het Afghanistan van de Taliban, een van de meest afschuwelijke episodes uit de wereldgeschiedenis. Hij roept openlijk op tot de jihad en is de drijvende kracht achter het tijdschrift Wij moslims waarin dezelfde boodschap wordt gepropageerd. De prediker van de islamitische heilstaat is verbonden aan de radicale stichting Al Wagf Al Islam (Eindhoven) welke verbonden is aan de Al Fourquaan-moskee die verdacht wordt van het ronselen van jongeren voor de jihad.
Hij waant zich een religieuze koning in het land der blinden. “Ik beheers de basiskennis die elke moslim hoort te kennen, maar omdat bijna niemand die heeft wordt tegen mij opgekeken.” Hij heeft veel aanhang, vooral onder jongere Marokkanen. Hij gaf onder andere jihad-lessen in de Abu Bakr moskee in Almere.
Op al-islaam.com presenteert hij zijn preken die hij in diverse moskeeën uitdraagt. In een delirisch-religieuze stijl preekt en propageert de ‘internet imam’ de vrijwillige jihad. Jilles getuigt “dat er geen enkele godheid bestaat buiten Allah”. Zijn primitieve teksten getuigen van een aanmatigende devotie. Jilles gedraagt zich islamitischer dan de profeet zelf. “Wat deze koeffaar (ongelovige) nog steeds niet schijnen te begrijpen is dat we het niet nodig hebben geronseld te worden. Als we het nieuws aanzetten, zien we al genoeg om vrijwillig iets te doen.”
|
“Ben je werkelijk van plan om te gaan ? Hou het dan voor je en roep het niet tegen iedereen om je heen. Ben je werkelijk bereid om te gaan ? Praat dan met andere moedjaaheddien en luister naar hun verhalen, of kijk naar de vele videobanden over Bosnie of Tsjetsjenie. Lees zoveel mogelijk over het gebied waar je naartoe gaat, en bereid je hier voor door veel te vasten, zeer simpel te eten, ook eens buiten je donzen dekbed te slapen op de harde koude vloer, buiten te trainen in weer en wind en je boven alles geestelijk voor te bereiden door veel extra te bidden, da’wah te doen, te vasten, Qur’aan te lezen, etc. Het is lachwekkend dat je de mensen met de grootste mond over Jihaad bijna nooit geld ziet inzamelen voor goede doelen, da’wah doen, lezingen organiseren of bekend staan om hun hikma [wijsheid] en taqwa [vroomheid]. Probeer eerst eens te leven voor de Islaam, voordat je praat over sterven voor de Islaam. Ik zeg niet dat je eerst 10 jaar moet studeren voordat je op Jihaad gaat, want dat is een bid’ah die veel afgedwaalden vandaag de dag verkondigen om jongeren weg te houden van de Jihaad. Maar weet in ieder geval waar je mee bezig bent. Bezint eer gij begint.” |
Jilles ontkent dat hij leden van de Hofstadgroep heeft geïnspireerd tot terroristische acties. “Er wordt nu gezegd dat Jason W. zich door mij liet inspireren. Ook bij andere verdachten zou dat het geval zijn. Maar ik weet daar oprecht niets van” [Rotterdams Dagblad]. Hij kende alleen Jason W. “Ik herinner me hem omdat hij in totaal driemaal na afloop van de dienst contact met me zocht. Het is al een tijdje geleden, maar iets extreems of gevaarlijks heb ik destijds nooit in hem gezien” [idem].
Voor Jason W. was Jilles een inspirator [NRC 15.11.04]. En omgekeerd heeft Jilles enorme bewondering voor Jason W. “Ik hou van hem. Ik schaam me dat een jongen van twintig al zo ver is dat hij daar kan zijn, terwijl ik als oudere, ouder dan hij in ieder geval, nog niet op dat niveau ben. Je laat je vaderland, familie en geliefden achter. Voor de islam. Misschien ga je dood.” Hij verklaart openlijk dat hij wil toegroeien naar dat niveau. Jilles is bescheiden, hij lijkt zich ervoor te schamen dat hij slechts schrijftafel- of internetterrorist is.
De moord op Van Gogh was voor hem onvermijdelijk. “Je kon erop wachten dat het een keer zou gebeuren. Ik heb geen moment gerouwd om zijn dood. Ergens was ik wel blij, Van Gogh deed niets anders dan moslims tot diep in hun ziel beledigen. Hij had wat mij betreft ook onder een trein mogen komen of aan kanker mogen doodgaan. Hij is dood, dat is wat telt. Dat hij door een moslim is vermoord, betekent wel dat het hele circus weer is losgebarsten” [Rotterdams Dagblad 21.11.04].
Jilles kondigde al eerder aan dat hij zijn land wil verlaten: “Ik heb na 11 september het gevoel: ik hoor hier niet thuis. Ik walg van de schijnheiligheid hier.” Echt islamitische landen bestaan er volgens hem niet, alleen Afghanistan was dat onder de Taliban. “Maar je hebt de keus tussen kanker en griep. Nederland is de kanker” [Trouw, 21.12.01].
Hij baarde opzien toen hij op 23 november 2004 op de televisie verklaarde dat hij niet treurig zou zijn als Geert Wilders binnen niet al te lange tijd zou sterven [Het Elfde Uur; video]. Politici ontstaken in grote toorn. De fractievoorzitters van alle parlementair vertegenwoordigde partijen zonden een openbare brief aan de minister van justitie, waarin niet alleen uiting gaven aan hun bezorgdheid over de uitspraken van Abdul-Jabbar en deze veroordeelden, maar de minister ook verzochten om te onderzoeken of hiertegen kon worden opgetreden.
Niet alleen in radicale moslimkringen werd hierop verontwaardigd gereageerd. Was dit geen voorbeeld van ultieme hypocrisie, van opvallend selectieve verontwaardiging? Was het niet juist Theo van Gogh die nog veel ergere dingen zei over bijvoorbeeld Paul Rosenmöller? De fractievoorzitters van de parlementaire partijen deden alsof dergelijke doodsverlangens nieuw waren in Nederland en vonden nu opeens dat er een grens bereikt was.
In een schriftelijke verklaring liet Jilles weten niemand te willen aanzetten om Geert Wilders te vermoorden. Maar de vijanden van de islam mogen wat hem betreft worden aangepakt. Jilles is er trots op om fundamentalist te worden genoemd. Toch bracht hij met zijn stellingname een dubbelzinnigheid aan het licht: hoeveel autochtone Nederlanders zouden niet verheugd zijn om te horen dat eindelijk Osama bin Laden was geëlimineerd?
De woordvoerder van de Radboud Universiteit, Willem Hooglugt, maakte de dag na zijn tv-optreden bekend dat hij zich met zijn uitspraken buiten de universitaire gemeenschap heeft geplaatst. Er wordt overwogen om stappen tegen Van de Ven te ondernemen. “In ieder geval sturen we hem een brief waarin we vertellen dat zijn uitspraken onacceptabel zijn.” De uitspraken Van de Ven zijn wettelijk gezien niet strafbaar. “Maar er bestaat ook nog een universiteitsreglement. Dit past niet in de normen en waarden van de universiteit.”
In een interview met de BBC World Service verklaarde Van de Ven dat hij bereid is om Nederlandse jongeren steun te verlenen wanneer zij van plan zijn om naar Irak af te reizen om aanslagen op Britse militairen te plegen. “Well if they want to fight abroad, then I will support them. If you ask me is it Jihad to blow up three British soldiers in the south of Iraq, I say yes, this is Jihad” [Dutch fear Muslim radicalism].
Contra-terreur |
|---|
Nationalistische en racistische reacties
De islamitisch geïnspireerde moord op Van Gogh was koren op de politieke molen van extreem nationalistische en racistische groeperingen. Zij grepen de gebeurtenis aan om hun in haat gedoopte en gewelddadige opvattingen te ventileren. Extreemrechts maakt misbruik van de situatie en zet met volle kracht aan tot haat en geweld tegen Marokkanen, moslims, allochtonen in het algemeen en tegen ieder die een voorstander is van vreedzaam samenleven.
In het forum van Polinco een politiek incorrect forum “voor mensen die denken” werd de toon gezet door moderator ‘Brama’:
Men neemt het op voor Geert Wilders (ex-VVD) maar waarschuwt minister Verdonk van Vreemdelingenzaken dat zij moet uitkijken om de sympathie van de anti-islamisten te verliezen. Zij had gezegd dat de overheid niet alleen hard zou optreden tegen terroristen, maar ook tegen personen die moslims bedreigen of aanslagen plegen op scholen en moskeeën. “We zullen niet toestaan dat de moslimgemeenschap wordt beschuldigd en buitengesloten. Dat er een tweedeling ontstaat. En dat we belanden in een spiraal van angst en haat, van vervreemding, stigmatisering en polarisatie” [Rita Verdonk]. Dat beviel de rechtsextremisten helemaal niet.
|
|
In opgeblazen metaforen wordt het leefklimaat in Nederland gediagnosticeerd:
|
|
De overheersende verwachting is dat radicaal islamieten vooral nog wat meer acties moeten uitvoeren, “dan krijgen we er vanzelf genoeg aan onze zijde!” [Landgenoot]. Om dit proces te bespoedigen roept de ‘Antifa hater’ op om ‘onze jeugd’ te verzoeken “de pogingen tot vernietiging van moskeeën en islamitische instellingen voort te zetten. Het hoeft niet altijd te lukken. Zelfs mislukte pogingen tellen mee. Het is zaak de boel op scherp te zetten en de islamiet te dwingen zijn ware natuur aan de Nederlander te tonen. Bij een voortijdig ontvlammen van het conflict, dat er al jaren zit aan te komen, zijn de kansen nog aanwezig dat de pest gekeerd kan worden.”
Daarom werden alle aanslagen op islamitische instellingen goedgekeurd en voortzetting daarvan aangemoedigd. Het motto: “Wie wind zaait zal storm oogsten.” “Je kunt de Nederlander wel blijven bruskeren, terroriseren, neersteken, bestelen, bedriegen, beliegen, beroven, verkrachten of vermoorden, maar op een gegeven moment komt er een reactie” [Republikein].
Nederland stevent af op een burgeroorlog - “en dan zullen we al die ‘cultuurverrijkers’ en de blablafiguren die met hen heulen met woekerrente terug betalen” [‘volisvol’].
|
|
De dader(s) van de aanslag worden geprezen, omdat er goed over is nagedacht. “Hij heeft het ’s nachts gedaan toen er niemand in de buurt was zodat er geen gewonden zijn gevallen, maar de moslims wel een klap krijgen dat ze moeten oprotten” [‘Ginger’]. ‘Iemand’ is het daarmee niet eens: “Vind het een goede aktie jammer dat die kleine jihad strijdertjes niet binnen de school zaten en de explosie niet groot genoeg was om gelijk die hele moskee mee weg te vagen.” Dat gaat andere forum leden iets te ver. “Onschuldige kinderen vermoorden? Kinderen vermoorden is het toppunt van lafheid” [angel23]. Forum administrator ‘Dura’ grijpt in. “Oproepen tot haat of sympathie voor moord of opblazen van, kunnen wij niet toestaan om een diversiteit aan redenen welke een van de belangrijkste is, de strafbaarheid ervan. Is het niet dat je zelf aangeklaagd kan worden, dan is het wel de partij, de administrators, dan wel de moderators die aangeklaagd worden, dan wel vervolgd.” Natuurlijk is het “in het huidige leefklimaat van onderdrukking en van hogerhand opgelegde ‘medelijden’ met onze gasten” wel begrijpelijk dat men gevoelens van boosheid uit door het oproepen tot of plegen van geweld. “Blinde haat is echter hetgeen een goede activist niet kent.”
De Nationale Alliantie beoogt een paraplu-organisatie te zijn waarin diverse stromingen bijeenkomen: nationalisme, conservatisme, fortuynisme en nationaal socialisme. Hoewel de Nationale Alliantie officieel afstand neemt van racisme, stond het webforum van de Nationale Alliantie voor en na de moord op Van Gogh vol met racistische uitlatingen [Donselaar / Rodrigues 2004: 55 e.v.].
In Holland Hardcore, ‘Eigen Volk Eerst’, winden de nationalistische en nationaal-socialistische forumdeelnemers er geen doekjes om. “Nu actie ondernemen” [Leonno] tegen “die tering moslims” [Hollandsjoggie] is de stemming. En er worden specifieke voorstellen gedaan. “Zullen we nu eens beginnen met de diamantbuurt weer blank te maken” [rick]. “Het is tijd voor een grote etnische schoonmaak in Nederland en [ik] ga vandaag nog beginnen wie doet er mee?” [hardcore-traaie]. “Elke moslim beschouw ik vanaf nu als een vijand, ‘liberale’ moslim of niet!! ...Alle (van buiten-europa afkomstige) moslims en hun nageslacht Europa uit, om te beginnen uit Nederland” [Ben Spandoek]. “Mn haat is alleen maar groter geworden nu en ik heb echt zin om de wapens op te pakken” [Mjollnir]. “We moeten een kruistocht door nederland houden en elke moslim de kop van zijn lijf trappen, en ook al die vuile wannabee-moslims” [bOmberjack]. Om de samenleving weer leefbaar te maken worden suggesties gedaan voor nieuw overheidsbeleid. “De overheid zou al die kkbuitenlanders de kogel moeten geven” [harskamphooligan].
Wie op dit forum probeert te relativeren wordt onmiddelijk aangepakt en met de kogel bedreigd.
Bijna alle forumleden veroordelen de moord op Theo van Gogh met gespierde woorden. Maar sommigen zijn door hun fanatieke anti-semitisme zo verblind dat zij de moord toejuichen. “Alle lof voor de martelaar die Theo van Gogh neergeknald heeft!!! Zo komen de zionisten en hun knechten aan hun bloedige eind! Dus wat dat betreft is het juist BONUSCH dat die ZIONIST vermoord is, maakt niet uit door wie dan ook. Nu nog Hirschi Ali, Paul Cliteur, Job Cohen, Geert Wilders, Leon de Winter, etc.” [Pascalliow].
Illustratief voor het haatdragend extremisme van Holland Hardcore waren de reacties op een incident dat zich een paar uur na de moord op Van Gogh voordeed. Op 2 november werd in Dordrecht een 20-jarige vrouw mishandeld in de bus. Een 31-jarige man uit Dordrecht trok haar zonder aanleiding aan haar hoofddoek en schold haar vervolgens uit. Toen de vrouw hiertegen protesteerde duwde de man haar hoofd weg met zijn voet. Toen de vrouw zei dat zij de politie wilde waarschuwen uitte de man weer een bedreiging. De man werd op het Stationsplein door de politie aangehouden. In Holland Hardcore werd verduidelijkt hoe zo’n incident geïnterpreteerd moest worden. De ‘strijdlustige Dortenaar’ had immers ‘een overschot aan gelijk’. “Hoogstwaarschijnlijk betrof het hier geen gewone islamitische toeriste, maar een vrouwelijk bezetter, en dochter van Allah, dus is elke negatieve benadering volstrekt legitiem. (...) Hoofddoekjes horen niet thuis op ons territorium” [Ben Spandoek]. “Die man is een held” [Separated]. Maar daar zijn niet alle forumleden het mee eens. “Wij als Nederlanders onderscheiden ons juist van die stinkerd door onze hogere mate van beschaving en socialisatie!” [weespterror].
Voor de wegkwijnende fortunistische stroming was de moord op Van Gogh een welkome strohalm. De mede (of juist) door Fortuyn, Hirsi Ali en Van Gogh gestimuleerde islamofobie werd plotsklaps aangewakkerd door een rituele slachting van de Nederlandse ‘dorpsgek’ (zoals hij zichzelf omschreef) door een gek van Marokkaanse afkomst die een moord pleegt vanuit een fanatiek islamitisch geloof.
In de fortunistische fora wordt volop ruimte geboden voor racistische, islamofobe en extreem nationalistische opvattingen. Het Pim Fortuyn Forum is hiervan een duidelijk voorbeeld. De tijd van de dialoog is voorbij. Balkenende probeert nog steeds om de terroristen dood te praten [Eckey76]. “De islam wil de wereld veroveren” [Yvonne] en wil dat met geweld realiseren. “De Islam is nu eenmaal levensgevaarlijk en kan alleen maar bestreden worden met een grote stok, niet met zoete broodjes” [Dewi Sudarsono]. Moskeeën moeten “niet in de fik gestoken worden, maar gesloten worden en die islamieten het land uit” [Truth]. En “dat wij cultureel gezien veruit superieure Westerlingen ons zo door achterlijke geiten-neukers in soepjurken laten piepelen is mij nog steeds een raadsel” [Rechtsliberaal]. De ‘moslimtroep’ moet met harde middelen worden opgeruimd: “alle moskeeën en haatzaaiende scholen opblazen!!!!! Dat is de enigste manier om van deze agressieve parasieten af te komen. (...) Ik ben boos, opgesodemietert. Christelijk Nederland schoon” [fran].
Op 10.11.04 werd de voorzitter van de LPF, Sergej Moleveld (33), door de politie aangehouden omdat hij per fax het bestuurs- en Kamerlid Mat Herben bedreigde uit naam van een zelfbedachte islamitische groepering. Op 5.11.04 had hij ook al een valse aangifte van de bedreiging gedaan. Herben zag de bedreiging door zijn eigen partijvoorzitter als een “onaangename verrassing”, maar was blij met het snelle optreden van de politie. Moleveld in het dagelijks leven psychiatrisch verpleegkundige was opvolger van voorzitter Belder, die moest aftreden omdat bleek dat hij veroordeeld was wegens fraude. Op 11 november werd Moleveld van zijn functie als voorzitter van de LPF vereniging ontheven. Zijn bestuurstaken werden overgedragen aan een tijdelijk managementteam, onder leiding van prof. dr. Bert Snel. De Lijst Pim Fortuyn vond het niet nodig een reden voor zijn aftreden aan te geven [bron]. Fractievoorzitter Van As verklaarde verbijsterd te zijn over de stupide actie van de LPF-partijvoorzitter. “Het getuigt van een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef om in deze zeer gespannen periode op deze manier olie op het vuur te gooien. Bovendien wordt hiermee de Islamitische gemeenschap in een kwaad daglicht gesteld. De idiote actie bevestigt ons eens te meer dat onze beslissing om de partij LPF te verlaten de juiste is geweest. De LPF-fractie wil het debat over het gevaar van moslimextremisme graag op een scherpe, maar wel zuivere en inhoudelijk correcte wijze voeren. De actie van de partijvoorzitter kunnen wij daarom alleen maar ten strengste veroordelen.”
Op het forum van Leefbaar Rotterdam werd heftig gediscussieerd over de moord op Theo van Gogh. Uiteraard ook hier veel emotionele reacties, woede en bezorgdheid. “Diep triest Nederland is ziek. Met dank aan links Nederland” [Wim Dorsman]. “Als je jihaat is het tijd dat je gaat”. En liever nog iets gespierder: “Nederland het word tijd dat je weer baas in eigen land word. Flikker het hele zooitje wat hier niet thuis hoord er uit.” Of zonder taalfouten van een ‘honorary member’ van het forum: “Wanneer worden die tering-islamieten eens het land uit gesodemieterd?” [AU tochtoon]. En waarom dan niet tegelijkertijd “ook die multiculti’s uitgezet: De soosjalisten hebben jarenlang deze islamo-fascisten binnen lopen halen” [idem].
Naar aanleiding van het Gij-Zult-Niet-Doden incident in Rotterdam schreef Hemelrijk (Leefbaar Rotterdam) een column onder de titel: Andermans volk eerst waarin de politie wordt afgeschilderd als “de inquisitie van de muzelmannen”. Op last van de burgemeester van Rotterdam zou de rechtsstaat definitief ten grave zijn gedragen. “Onze overheid vreest en wantrouwt haar eigen bevolking het meest. Twintig jaar lang heeft zij het moslimextremisme in dit land gecultiveerd en gesubsidieerd.” En wie daar bezwaar tegen maakte werd verketterd als neonazie of vermoord.
Alle extreem-rechtse politieke partijen (Nederlandse Volks-Unie, Nieuwe Nationale Partij, Nationale Alliantie, Nieuw Rechts) vertoonden in november 2004 een krachtige intensivering van islamofobie, maar toch slaagden zij er niet in om veel nieuwe leden te werven. Lonsdale-jongeren koketteren met rechts-extremistische denkbeelden. Met hun vreemdelingenhaat en verlangen naar een blank, islam-vrij Nederland provoceren zij de publieke opinie. Zij zetten zich af tegen de gevestigde orde en proberen aandacht te trekken en respect te verwerven bij andere leden van hun groep. Zij voelen zich in de steek gelaten. |
Internet is een arena waarin politieke conflicten worden uitgevochten, maar wordt ook zelf inzet van strijd. Dat is overigens geen nieuw fenomeen. Bij alle recente oorlogen en grote terreuracties namen patriottisch gezinde digitale wrekers het recht in eigen hand en probeerden om het vijandige informatiesysteem in cyberspace plat te leggen of te ontregelen. De twee meest gebruikte tactieken zijn het onthoofden van website (het stelen of modificeren van de openingspagina) en het blokkeren van de toegang tot sites middels een DDos-aanval (Distributed Denial of service). Het doel van de eerste tactiek is het doelbewust veranderen van de boodschap die de tegenstander op zijn site wil uitdragen. Het doel van de tweede tactiek is het blokkeren van de toegang tot een vijandige site. Goed georganiseerde DDos-aanvallen kunnen computers en netwerken zelfs buiten werking stellen waardoor de virtuele organisatie van de tegenstander effectief ontwricht kan worden.
|
De woordvoerder van de groep, Eric de Vogt, verklaarde dat hij 190.000 gekaapte computers tot zijn beschikking had om de DDos-aanval op de overheidssites te lanceren (hoewel er slechts 4.600 gehackte machines werden ingezet). De actie was geprogrammeerd voor 5 dagen. Zelf hadden de krakers niet verwacht dat hun ‘ludieke’ actie zo groot zou worden. De woordvoerder erkende ook dat zijn groep verantwoordelijk was voor het platleggen van GeenStijl. Hoewel zijn naam en telefoonnummer al enige dagen op het internet circuleerden, werd De Vogt niet onmiddellijk gearresteerd. Hij kreeg wel direct last van andere tegenacties. “We worden dag en nacht via de telefoon bedreigd. We krijgen pizza’s die we niet besteld hebben, ze sturen mensen van uitvaartbedrijven op ons af. Heel vervelend” [Trouw]. Dat waren met name reacties op het platleggen van GeenStijl.nl, nadat de Geenstijl-redacteuren hem op 7 oktober hadden ontmaskerd als de overheidshacker. De aanvallen op GeenStijl waren zo hevig vanaf 89.000 computers werd de site aangevallen dat zij haar hoster Cysonet kwijtraakte [WebWereld 1; 2]. Sinds de publicatie van de adresgegevens stroomden de telefoontjes en haatmailtjes binnen bij de familie Vogt. “Er stonden koeriers met onbestelde pizza’s voor de deur en ons huis staat opeens op internet te koop aangeboden. En dat terwijl die jongens in feite niets kwaad in de zin hadden met hun actie”, verklaarde zijn moeder. Eric Vogt heeft daarop bij de politie aangifte gedaan van smaad en bedreiging. Volgens de wet op de computercriminaliteit is hacken strafbaar. Op het opzettelijk vernielen of ontoegankelijk maken van gegevensbestanden staat een maximale celstraf van twee jaar [vergelijk ook het WvS Artikel 161 sexies]. De daders kunnen bovendien civielrechtelijk worden aangepakt. Volgens ICTU, de stichting die voor de overheid het beheer en de webruimte van regering.nl en overheid.nl verzorgt, kan Eric de Vogt een aanzienlijke schadeclaim tegemoet zien. De ICTU zegt “reële schade” te hebben ondervonden. De claim wordt geschat op enkele tienduizenden euro’s. |
Op de website van Indymedia stond al op 1 november een oproep om mee te doen aan een actie om sites van extreem-rechtse organisaties uit de lucht te halen. Daar bij werden met name de sites genoemd van Nieuw Rechts, de Nieuwe Nationale Partij, de Nationale Alliantie, StopMartijn.nl en Stormfront. De site van Nieuw Rechts werd door de actie platgelegd. In extreem-rechtse kringen werd gesuggereerd dat Eric De Vogt achter de actie zat. Zijn adres werd verspreid en de bedreigingen waren niet van de lucht. “Jezelf aangeven en toegang eisen tot een politiecel is misschien de beste oplossing tot overleven...Of wordt het toch van de rest van je leven onderduiken” [bron1; bron2].
Vanaf dinsdagavond 23 november was maghrebonline.nl onbereikbaar. Computerkrakers voerden een succesvolle aanval uit op de site. Omdat ook andere internetpagina’s last kregen van de computeraanval werd de site op verzoek van de internetaanbieder gesloten. De beheerder van de site, M. Elmakkaoui, verklaarde geen idee te hebben wie verantwoordelijk was voor deze aanval.
Op donderdag 25 november ontdekte GeenStijl dat er op de Cyberdjihad.blogspot van Ertan Kiliç een foto van Mohammed B. was geplaatst. De redactie van GeenStijl was hierdoor zo geschokt, dat zij besloot om het heft in eigen hand te nemen. De foto van Mohammed B. werd vervangen door een foto van een knielende moslim die door een geit besprongen wordt. De digitale wrekers voegden daaraan toe: “Theo had gelijk.” Er woedde een oorlog in blogland.
|
|
Een kleine greep uit de acties en reacties die door de moord op Van Gogh werden losgemaakt.
![]() Brandweerlieden proberen de vlammen te doven van de Bedir Islamitische Basisschool in Uden. Woensdag 9 november. De Zembla documentaire over White Power in Uden geeft een beeld van de sfeer op de school. |
|
Precies een jaar na deze brandstichting werd op 15 juni 2004 opnieuw geprobeerd de basisschool in brand te steken. Een raam werd vernield en er werden brandende papieren op de vensterbank gelegd. De daders van deze aanslag werden niet gepakt. Strikt genomen was het zelfs de vierde keer: op 20 april 1989 werd ook al een molotovcocktail naar binnen gegooid. De 20e april is de geboortedag van Hitler en een traditionele actie- en feestdag van neo-nazi’s.
Extreemrechte en neo-nazistische organisaties en personen reageerden instemmend op de bomaanslag. Op het officiële forum van de partij Nieuw Rechts kon men lezen: “De jarenlange terreur die de moslims in Nederland plegen, veroorzaakt dit soort acties. De moslims hebben dit zelf over zich afgeroepen.” [...] “Om een probleem op te lossen wil het wel eens helpen het eerst te laten escaleren. Misschien is een beetje olie op het vuur wel een goeie zaak.”
Ook in kringen van Fortuyn-aanhangers kan de bomaanslag op sympathie rekenen. Johan Wiersma, voormalig parlementskandidaat voor de LPF legt uit waarom. “De terroristen-hoeders, zo we Islamieten kunnen noemen, krijgen een koekje van eigen deeg. Wie wind zaait zal storm oogsten, Gij zult niet doden slechts angstaanjagen! Goed zo Volhouden, het Nederlandse volk hoeft niet over zich heen te laten lopen. Deze akties moeten massaal en overal plaatsvinden dat werkt veel beter dan de re-migratie projecten van Min. Verdonk. Alle Islamieten Europa uit te beginnen in Nederland!” Ook op andere populaire internetfora, waar Fortuyn-aanhangers actief zijn, zijn de reacties op de aanslag ook overwegend positief van aard. |

Hoewel er bij deze contraterroristische acties geen slachtoffers vielen omdat zij vooral ’s nachts plaatsvonden, nam het aantal aanslagen snel toe. Het waren stuk voor stuk acties die bijdragen aan het scheppen van de voorwaarden waaronder nieuwe politieke moorden waarschijnlijker worden. En dat is precies wat het terrorisme beoogt: het aanjagen van een angst die de schok van de gepleegde daden nog te boven gaat [NRC 6 november 2004]. In deze psychologische oorlogsvoering bestaat het grote gevaar dat de overheid en haar angstige burgers zich laten meeslepen in een geweldsspiraal. Om dat gevaar te vermijden is grote vastberadenheid nodig, waarbij men de eigen spelregels overeind houdt.
Moslimorganisaties vroegen om extra politiebescherming. De Unie van Marokkaanse Moskeeën Amsterdam en Omstreken (Ummao) kondigde aan dat in de twintig aangesloten gebedshuizen tijdens de diensten door vrijwilligers zal worden gesurveilleerd. Na de bomaanslag op een islamitische school in Eindhoven werd besloten om alle islamitische gebouwen 24 uur per dag te bewaken. Ook in andere steden werd het toezicht op gebouwen van moslimorganisaties verscherpt door de politie extra te laten surveilleren.
De Rotterdamse kunstenaar Chris Ripke schilderde een kunstwerk op het raam van zijn atelier om zijn afschuw te laten zien over de moord op Theo van Gogh. Hij schilderde een fraaie (duifachtige) engel die boven de wereld zweeft met daaroverheen de tekst: “Gij zult niet doden!” Aan dat bijbelse gebod voegde hij de datum 02.11.04 toe. Ripke’s atelier staat direct naast de moskee in de Insulindestraat. Het bestuur van de moskee vond de tekst aanstootgevend en nam hierover contact op met Opstelten, de burgemeester van Rotterdam. Die stuurde er meteen de politie op af en een spuitwagen om het kunstwerk te vernietigen.
Op 3 november ging Wim Nottroth, journalist voor het lokale tv stationnetje Cineac Noord naar de Insulindestraat om het kunstwerk te filmen. Hem werd gevraagd om niet te filmen omdat er dan te veel spanning zou loskomen in de buurt. Toen hij zag dat het kunstwerk vernietigd dreigde te worden door een gemeentelijke reinigingsploeg, ging hij daar demonstratief voor staan. “Als dit weggaat levert dat meer ellende op dan wanneer het blijft staan”, was zijn argument. De agenten lieten zich niet overtuigen. Na wat handgemeen met de aanwezige politie werd hij gearresteerd. Zijn collega Mireille werd door de politie gedwongen een deel van haar opnamen te wissen.
De raamschildering werd moedwillig in opdracht van de burgemeester vernietigd. De politie zei dat de tekst “Gij zult niet doden!” opgevat kon worden als “een racistische uiting naar de buren”. Een elementaire bijbeltekst wordt door een liberale burgemeester opgevat als een opruiende racistische kreet. Angsthazerigheid ten top moslims zouden zich wel eens gekwetst kunnen voelen door zo’n vreemd pacifistisch gebod. Chris Ripke was ontdaan. Een universeler tekst was nauwelijks denkbaar: “Gij staat toch voor iedereen.” Toen hij trillend van woede moest toestaan hoe zijn raamschildering werd vernietigd, werd hem door de politie te verstaan gegeven dat hij het maar moest vergeten.
Wim Nottroth begrijpt er niets meer van.
Het kunstwerk is vernietigd. Maar er zijn nog wel ruwe beelden van Cineac Noord waarop men niet alleen de fraaie raamschildering kan zien, maar ook het weinig verheffende optreden van de politie, de vernietiging van het kunstwerk en het commentaar van Chris Ripke.
Het incident trok veel media-aandacht en veel burgers protesteerden tegen het gemeenteoptreden. Het filmpje over het weghalen van de bijbeltekst werd via diverse weblogs snel verspreid. Via e-mail en websites werden pamfletten met de tekst ‘Gij zult niet doden’ verspreid met het verzoek deze tegen het raam te hangen. Burgers werden opgeroepen om een krijtje te nemen om naast hun huisdeur het zesde bijbelse gebod te schrijven. Onder die druk erkende de daadkrachtige burgemeester van Rotterdam dat hij een foutje had gemaakt. “De tekst had niet verwijderd mogen worden”, schreef hij in een brief aan Wim Nottroth. Aan Chris Ripke bood hij zijn excuses aan voor het drieste optreden tegen ‘opruiende’ bijbelse taal.
Vormen van Regulering |
|---|
Zelf- en overheidsregulering
Internet is geen vrijplaats voor criminaliteit. In het algemeen wordt er van uitgegaan dat wat offline verboden is, ook online van kracht is [Nota Recht op de electronische snelweg, 1998]. Dat is een logisch en consistent uitgangspunt. Maar de logica van de analoge wereld kan niet zonder meer worden toegepast op de digitale wereld. De virtuele wereld vertoont een aantal specifieke eigenaardigheden die we in de analoge wereld niet kennen. De belangrijkste eigenaardigheid is het grensoverschrijdende karakter van het internet (het tweede is de anonimiteit). Veel vraagstukken met betrekking tot de rechtsmacht kunnen niet meer uitsluitend op nationaal niveau worden beantwoord.
Hoe moet een democratische rechtsstaat optreden tegen eigen burgers die strafrechtelijk verboden discriminerende uitlatingen en bedreigingen uiten via websites die geplaatst zijn in staten waar deze uitlatingen binnen het grondwettelijk verankerde recht op vrijheid van meningsuiting vallen?
In december 2000 vaardigde de European Commission against Racism and Intolerance van de Raad van Europa een algemene aanbeveling uit ter bestrijding van racisme, xenofobie en antisemitisme op het internet [ECRI General Policy Recommendation no. 6]. Deze aanbevelingen zijn door de werkgroep Cybercrime uitgewerkt in een concept voor internationale regelgeving. Deze werd op 23 november 2001 ondertekend door 26 lidstaten van de Raad van Europa en vier niet-lidstaten die hielpen bij het ontwerp (Canada, Japan, Zuid-Afrika, U.S.A.). Het doel van het verdrag is de harmonisatie van strafbaarstelling en strafvorderlijke bevoegdheden. Het is gericht op versterking van internationale samenwerking.
Bij internationale rechtshulpverlening geldt de vereiste van dubbele strafbaarheid: het feit waarvoor hulp wordt aangevraagd, moet zowel in de verzoekende als in de aangezochte staat strafbaar zijn gesteld. In een digitale, per definitie globale, omgeving zoals het internet is dit beginsel van dubbele strafbaarheid veel moeilijker te realiseren. In de eerste plaats is in veel landen nog niet duidelijk of datgene wat off-line verboden is, ook on-line geldt. Ten tweede zijn er grote verschillen in rechtscultuur tussen Europa en de Verenigde Staten met betrekking tot discriminerende uitlatingen. De Amerikanen hebben een veel vrijzinniger traditie ten opzichte van dit soort uitlatingen dan Europeanen. Net zoals omgekeerd in Europa een veel grotere tolerantie bestaat ten aanzien van pornografie. Het gevolg hiervan is dat indien racistische uitingen vanuit de VS op het internet geplaatst worden, geen rechtshulp door de Amerikanen verleend zal worden. Daarom zien we dat steeds meer discriminerende bewegingen en personen hun discriminerende sites bij Amerikaanse providers onderbrengen.
In de notitie Internationalisering en Recht in de informatiemaatschappij [mei 2000] bepleitte de Nederlandse regering een internationaal meldingsmechanisme voor providers voor verspreiding van illegaal materiaal op het internet. Wie illegaal materiaal ontdekt meldt dat aan de - binnenlandse of buitenlandse - provider via welke het materiaal wordt verspreid. Die provider zelf wordt dan geacht passende maatregelen te treffen, zoals het verwijderen van het materiaal of het informeren van bevoegde opsporingsinstanties. De providers zijn daarbij aansprakelijk voor de facilitering van een strafbaar feit.
Met veel moeite slaagden beheerders van websites zoals maroc.nl erin om de democratische randvoorwaarden van discussies op hun fora overeind te houden. Zij trokken nieuwe moderators aan om toezicht te houden op het verloop van de discussie. Er werden nieuwe spelregels opgesteld, die nog specifieker dan voorheen de humanitaire en democratische grenzen trekken waarbinnen vrije meningsuiting pas mogelijk en zinvol wordt.
Mensen die zich niet aan deze regels hielden, werden tijdelijk of definitief van de discussiefora uitgesloten. Door deze zelfregulering slaagden de Marokkaanse websites erin om zich te weren tegen de zuigkracht van de polarisatie en het extremisme. De meest invloedrijke virtuele Marokkaanse gemeenschappen hebben zich niet laten verscheuren en konden zich (met vallen en opstaan) inzetten voor het doorbreken van de logica van escalatie en het terugdringen van de geweldsspiraal.
In een tijd waar zoveel nadruk wordt gelegd op het ‘verderfelijke misbruik’ van het internet door terroristen, moet dat minstens één keer duidelijk worden gezegd chapeau.
Islamitische en allochtone websites spelen een steeds belangrijker rol in de meningsvorming van mensen die zich op deze sites oriënteren en regelmatig bezoeken. De levensvatbaarheid van deze sites is afhankelijk van de mate waarin bezoekers ‘alles’ kunnen zeggen wat op hun hart ligt. De duurzaamheid van die sites is echter afhankelijk van de mate waarin de grenzen van het democratisch debat worden bewaakt. Radicale kritiek op de Nederlandse steun aan de volkenrechtelijk illegale Amerikaans-Britse interventie in Irak valt ruim binnen deze grenzen. Bommen gooien op plaatsen waar veel burger verzameld zijn, valt daarbuiten. De militaire operatie in Irak werd met vervalste bewijzen gelegitimeerd. De massavernietigingswapens bleken niet in Irak te liggen. Zij doken op in de harten van Europa Madrid, Amsterdam, Londen. In Europa geboren en getogen kinderen van ouders die hier kwamen om werk of asiel te zoeken, bleken plotseling bereid om hun eigen leven op te offeren aan een door de meeste Westeuropeanen niet begrepen islamitisch ideaal.
Stop de Hetze!: De islam is niet de vijand - Haat is geen oplossing
De campagne Stop de Hetze! riep op tot demonstratie tegen racisme onder de titel Samen voor een kleurrijk Nederland, op zondag 29 november vanaf het Beursplein in Amsterdam. Op de website werd uitgelegd waarom de ‘hetze’ tegen allochtonen moet worden aangepakt. Door politici en opiniemakers is een klimaat bevorderd waarin de Islam als de vijand van de westerse beschaving wordt gezien, “waarin achter elke moslim een fundamentalist wordt gezocht”. Men wil alle mensen die hier schoon genoeg van hebben bij elkaar brengen en opkomen voor solidariteit: “Wij mogen ons niet tegen elkaar laten uitspelen.” Er wordt opgewekt om de oproep te ondertekenen en deze verder te verspreiden, mee te doen aan de demonstratie en de discussiebijeenkomsten van het Nederlands Sociaal Forum (NSF).
Dit Pikken Wij niet
Ook de initiatiefnemers van het manifest Dit pikken wij niet beseften dat de moord op Theo van Gogh verstrekkende gevolgen zou hebben voor de Nederlandse samenleving. Leden van diverse (islamitische) Marokkaanse en Nederlandse organisaties stelden zich samen de vraag: wat kunnen en/of moeten we doen? Zij deden een poging om op informele basis gesprekken te organiseren over alle problemen die door de moord op Van Gogh hoog op de politieke agenda werden gezet. In het manifest “Vermoord om het woord, extremisme pikken wij niet” wordt opgeroepen tot een eerlijk debat zonder opzettelijk beledigen, maar met wederzijds respect. Het manifest werd ondertekend door 3459 personen [stand mei 2005]. De organisatie benadrukt dat dit geen eenmalige actie is maar een langlopend initiatief.
Moslim Petitie.nl van Marokko.nl: Een petitie voor niemand in het bijzonder en dus voor alle Nederlandse burgers. Het was een initiatief van een groep Amsterdamse studenten die “de beeldvorming van moslims in Nederland” willen verbeteren en “de dialoog tussen Nederlandse moslims en niet-moslim” willen bevorderen. De petitie heeft de vorm van een open brief van Nederlandse moslims aan rechts Nederland. Ze is gericht aan “de vrienden van Van Gogh, mensen van de LPF, VVD en groep Wilders”. De studenten maken op eloquente wijze duidelijk waar het hen om gaat. “Wij hebben veel uitingen over de islam als uitermate grievend ervaren.” Dat sluit kritiek niet uit, maar wel met respect, nauwkeurigheid en evenwichtigheid in het oordeel. “Waar wederzijds respect eindigt, daar begint onderling wantrouwen. Waar belediging begint, daar eindigt constructieve dialoog. De vrijheid van meningsuiting is een moreel recht en een groot goed. Een machtig middel. Botsing van ideeën stimuleert vooruitgang in denken en doen.” Het vergt een held om op een goede wijze met macht om te gaan. “Helden slagen erin het niet ten koste te laten gaan van andere normen en waarden.” De petitie wijst erop dat onbegrensde vrijheid van meningsuiting geen oplossing is, maar een probleem. Na deze diagnose wordt zeer abstract opgeroepen tot “respect, vertrouwen en begrip tussen ons allemaal” en tot het niet opgeven van “het ideaal van een multiculturele samenleving”. De petitie scoorde 743 handtekeningen, van bijna uitsluitend islamitisch-arabische achtergrond [ijkdatum: 7.12.04]. Dit selectieve en smalle draagvlak is niet verwonderlijk. De petitie gaat volledig voorbij aan de grote verontrusting bij veel Nederlanders over het fysieke geweld dat met een beroep op de islam wordt gelegitimeerd. De moord op Theo van Gogh schiep een scheidslijn. Een scheiding der geesten die nog versterkt werd door zodanig serieuze doodsdreigingen dat nationale en lokale politici moesten onderduiken en zich alleen nog maar onder zware bewaking in de openbaarheid konden vertonen.
In de petitie wordt enerzijds gesteld dat ‘discriminerende verdachtmakingen van moslims’ de oorzaken zijn van angst en wantrouwen in de multiculturele samenleving. Anderzijds worden een aantal problemen onder de moslimgemeenschappen in Nederland benoemd.
Er werden nog veel meer initiatieven genomen. Voorbeelden daarvan zijn het Marokkaanse initiatief Allemaal anders Allemaal gelijk, Nederland - Niet kapot te krijgen, Slinger door Nederland, Met wie leef jij samen, Nederlanders uit overtuiging (Radar), Blusolifant (blust iedere school die brandt), Stichting 7, en Ben je bang voor mij?. Een overzicht van deze initiatieven is de vinden op de site Zestienmiljoenmensen.
|
|
|
|
|
|
Waakhonden: meldpunten |
|---|
Meldpunt Discriminatie Internet
Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) is een organisatie die meldingen van discriminerende uitingen op het internet verzamelt en daartegen zonodig actie onderneemt. Zij werkt daarbij nauw samen met het Meldpunt Discriminatie Amsterdam (MDA) en het Landelijke Expertise Centrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie (LECD). Het LECD is het kenniscentrum bij het OM dat speciaal belast is met het opsporen en vervolgen van discriminatie.
Sinds 21 maart 1997 beoordeelt het MDI meldingen van uitingen op het internet van discriminatie jegens de medemens op basis van geloof, afkomst, seksuele voorkeur, geslacht, huidskleur en/of leeftijd en onderneemt zonodig actie. Tot haar domein rekent zij ook de gedeelten van het internet die zich fysiek in het buitenland bevinden, maar geschreven zijn in de Nederlandse taal of vanuit Nederland worden onderhouden of duidelijk gericht zijn op Nederland. De MDI onderzoekt de aard van de melding, beoordeelt de strafwaardigheid ervan en probeert het internetadres van de afzender te achterhalen. Wanneer het MDI van oordeel is dat de uiting mogelijk strafbaar is, dan wordt een dringend verzoek tot verwijdering aan de verspreider of beheerder gestuurd en de internetprovider op de hoogte gesteld. Indien niet tot verwijdering wordt overgegaan volgt in beginsel aangifte. In de praktijk gebeurt dit laatste zelden. In bijna 90 procent van de gevallen wordt voldaan aan het eerste verzoek tot verwijdering. Het reinigend vermogen van het MDI is dus relatief groot. De MDI verricht ook zelfstandig onderzoek naar het voorkomen van discriminatie in nieuwsgroepen en adviseert rechtshulpverleners en lokale of landelijke organisaties die zich tegen discriminatie inzetten.
Dat de sfeer op internet na 2 november 2004 in snel tempo verslechterde ging niet aan het MDI voorbij. Bij het meldpunt kwamen honderden meldingen binnen over sites waar de moord op Theo van Gogh werd toegejuicht en jihad werd gepredikt. Veel minder meldingen kwamen binnen over oproepen tot geweld tegen moslims en Marokkanen. Dat is opvallend omdat extreem nationalistische en racistische uitingen in een veel hoger volume werden geplaatst. Dat gebeurde niet alleen op websites van extreemrechts, maar ook op ‘normale’ sites waren opruiing en oproepen tot geweld aan de orde van de dag. In een persbericht van het MDI [4.11.04] wordt terecht opgemerkt dat extreemrechts misbruik maakt van de situatie en “met volle kracht aanzetten tot haat en geweld tegen Marokkanen, moslims, allochtonen in het algemeen en tegen ieder die een voorstander is van vreedzaam samenleven”.
Internet is een publiek medium dat zeer toegankelijk is. Ook fascistische en extreem-nationalistische groepen manifesteren en associëren zich via internet. Ook zij krijgen opeens een megafoon in handen waarmee zij over de hele wereld hun boodschap kunnen verspreiden en zich met geestverwanten kunnen associëren. Er wordt vaak gezegd (en gevreesd) dat de rechts-extremistische krachten door deze virtuele samenballing van krachten veel invloedrijker zijn geworden. Internet is een voor iedereen vrij toegankelijk medium en maakt het voor iedereen mogelijk om met elkaar in discussie te gaan. Dat is niet gemakkelijk. Maar met het is wel een cruciaal onderdeel van elke anti-terroritische strategie.
![]() |
| Zie voor meer informatie over islam en terrorisme in het Midden-Oosten, Memri en MemriTV. MEMRI brengt het Midden-Oosten in kaart via de regionale media. Het overbrugt te taalkloof tussen het Westen en het Midden-Oosten door vertalingen beschikbaar te stellen van Arabische, Farsisch (Persisch) en Hebreeuwse media, en door analyses te maken van de de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Het hoofdkwartier van MEMRI staat in Washington, DC met bijkantoren in Berlijn, Londen en Jerusalem. |
Overheidsregulering |
|---|
Wat te doen?
De moord op Van Gogh was niet het eerste teken dat er in Nederland islamitisch geïnspireerde terroristische cellen bestaan die bereid zijn om met dood en verderf een samenleving op te dringen, die volledig in strijd is met de basisprincipes van een democratische rechtsstaat. De gevaren van islamistisch terrorisme werden al lang voor de aanslagen op 9/11 aan de orde gesteld. Wetenschappers, journalisten en politici probeerden daarop de aandacht te vestigen. Na 2/11 drong deze boodschap in bijna alle lagen van de Nederlandse bevolking door. De moord op Van Gogh werd een historisch keerpunt. Het opende de ogen voor een al veel langer sluimerend conflict over de gemankeerde multiculturele samenleving.
Hoe kon zoiets vreselijks in Amsterdam gebeuren? Wie was of waren daarvoor verantwoordelijk? Welke acties moesten ondernomen worden om het tij te keren? Hoe kon voorkomen worden dat er nog meer politiek-religieuze moorden worden gepleegd? Wat te doen?
Het opsporen, aanklagen, politioneel vervolgen en justitieel veroordelen van terroristisch islamitische individuen, cellen en netwerken moest beter worden gecoördineerd. Tegelijkertijd moesten initiatieven worden ondernomen die voorkomen dat de voedingsbodem van radicalisering wordt uitgebreid. Welke preventieve maatregelen moesten genomen worden om de sociaal-economische en politiek-culturele voedingsbodem van een tomeloos gewelddadige onvrede te voorkomen?
Er waren al eerder maatregelen genomen om de kans op opsporing, arrestatie en strafrechtelijke veroordeling te vergroten. Toch was de moord op Theo van Gogh voor velen de eerste schokkende kennismaking met islamitisch terrorisme van eigen bodem (met internationale implicaties). Er werd geroepen om ‘harde’ maatregelen en de regering sondeerde nu ook dat islamitisch geïntensiveerd terrorisme niet moest worden onderschat.
De twee ministers die voor de repressieve overheid verantwoordelijk zijn Justitie en Binnenlandse Zaken probeerden eerst hun eigen straatje schoon te poetsen. Zij stelden dat de AIVD niet geblunderd had bij de observatie van Mohammed B. en ook geen fouten had gemaakt bij de persoonsbeveiliging van Van Gogh.
De regering stelde een pakket van maatregelen voor die elk op hun eigen merites beoordeeld moeten worden. Voor het Kamerdebat over de moord op Van Gogh stuurde het kabinet een lange brief naar de Tweede Kamer. Daarin werden diverse nieuwe maatregelen aangekondigd: sluiting van moskeeën die aanzetten tot haat en geweld, uitzetting van mensen met dubbele nationaliteit die ernstige vergrijpen begaan, vrije toegang van de AIVD tot allerlei gegevensbestanden etc. Het zijn allemaal maatregelen die als ze er eenmaal zijn niet gemakkelijk meer teruggedraaid kunnen worden.
De PvdA stelde met steun van CDA, VVD en GroenLinks voor om vanaf 2008 geen verblijfsvergunning meer te verstrekken aan buitenlandse imams. Zij moeten dan een opleiding (‘inburgeringscursus’) in Nederland hebben gevolgd. Het kabinet presenteerde nieuwe wetten om de civiel- en strafrechtelijke bestrijding van international terrorisme effectiever te maken. Zij pakte internationaal terrorisme krachtiger aan door organisaties die op terrorismelijsten staan van de Europese Unie zoals PKK, Hamas, Stichting Al-Aqsa Nederland, Al-Takfir en de NPA (New Peoples Army) niet langer in Nederland te tolereren en deelname aan de activiteiten van die organisaties strafbaar te stellen. Ook andere buitenlandse organisaties kunnen door de rechter in strijd met de openbare orde worden verklaard. Met onmiddellijke ingang werden de bankrekeningen bevroren van organisaties die op EU-terrorismelijsten staan. Terroristische organisaties mogen ook niet meer op andere wijze in Nederland actief zijn. Zij mogen bijvoorbeeld geen nieuwe leden werven of bestuurders benoemen. Tegelijkertijd werden maatregelen genomen tegen instellingen en organisaties die niet op de terrorismelijsten van de EU voorkomen. Alle buitenlandse organisaties die in Nederland onrechtmatige activiteiten verrichten kunnen worden aangepakt, als de civiele rechter beslist dat er in strijd met de openbare orde is gehandeld.
De oude leuze van de bestrijders van de maffia (‘just follow the money’) werd opnieuw toegepast. Van organisaties die voorkomen op de terrorismelijsten en buitenlandse organisaties die de openbare orde bedreigen kunnen de aanwezige goederen via een ‘procedure van vereffening’ worden geconfisqueerd. Door het in beslag nemen van het vermogen, kunnen de activiteiten van buitenlandse rechtspersonen in Nederland effectief worden bestreden.
Cruciaal punt is de oude stammenstrijd over openbare orde en veiligheid tussen de departementen van Justitie en Binnenlandse zaken. Zij hebben tegenstrijdige belangen bij en invalshoeken op het politiebestel. De politie is inmiddels beheersmatig ondergebracht bij Binnenlandse Zaken. Maar als coördinerend bewindspersoon voor terreurbestrijding moet de minister van Justitie (Donner) taken delen met de minister van Binnenlandse Zaken (Remkes). De minister van Justitie heeft te maken met minstens 20 instanties die beleidsmatig of operationeel betrokken zijn bij de bestrijding van terrorisme. Om de samenwerking tussen al deze instanties te verbeteren is sinds 1 januari 2005 een Nationaal Coördinatoor Terrorisme Bestrijding (NCTb) aangesteld. Het is de Nederlandse variant op het Amerikaanse Homeland Security Office. De NCTb is niet alleen de uiteindelijke verantwoordelijke persoon voor de beleidsontwikkeling en de analyse van (inlichtingen-) informatie, maar ook voor de regie over te nemen beveiligingsmaatregelen bij de bestrijding van terrorisme. Hij legt verantwoording af aan de ministers van Justitie én van Binnenlandse Zaken. Door deze bundeling van taken wordt de slagvaardigheid van de overheid vergroot. “Informatie wordt doelmatig verzameld, geanalyseerd en gebruikt, er zijn voldoende instrumenten om tijdig in te grijpen en potentiële doelwitten worden adequaat beveiligd” [bron].
Ook op Europees niveau is een intensieve samenwerking op gang gekomen om het terrorisme te bestrijden. Dat gebeurde vooral na de aanslagen in Madrid van 11 maart 2004. De Europese Unie stelde een veiligheidscoördinator aan, Gijs de Vries, die diverse vormen van terreurbestrijding van de lidstaten op elkaar moet afstemmen en ervoor moet zorgen dat de politie en de inlichtingendiensten goed samenwerken en informatie uitwisselen.
De EU bestaat uit nationale staten met eigen veiligheidsorganisaties. Sind de aanslagen in Madrid van 11 maart 2004 werd echter duidelijk dat het ‘nieuwe terrorisme’ geen binnenlands probleem meer is maar overal kan toeslaan. Daarom moet ook de bestrijding daarvan grensoverschrijdend worden georganiseerd [Volkskrant 6.7.06]. Dat vereist op z’n minst een goede rolverdeling van alle organisaties die actief zijn in de terreurbestrijding.
De analysten van Europol ondersteunen onderzoek naar misdrijven door nationale autoriteiten en leggen verbanden tussen ernstige misdaden in de diverse lidstaten. In reactie op de bomaanslagen in Madrid besloot de Raad om de gesloten contra-terroristische taakgroep binnen Europol weer te activeren. Het doel daarvan is het verbeteren van de informatieuitwisseling tussen nationale vertegenwoordigers. Hierdoor kan een vollediger beeld worden gekregen van de criminele activiteiten van terroristische groepen.
De capaciteit van het in begin 2002 opgerichte Joint Situation Centre (Sitcen) werd uitgebreid. Sitcen maakt risicoanalyses van de dreiging binnen en buiten Europa. Die informatie wordt doorgespeeld naar de geheime diensten van andere EU-lidstaten. Nog onduidelijk is hoe Sitcen past binnen de instellingen van de EU en wat haar vorm en rol zal worden. Kleinere staten die niet over een effectieve inlichtingendienst beschikken, stellen voor om een Europese inlichtingenorganisatie te creëren. Maar staten met effectieve inlichtingendiensten, zoals de zgn. ‘Grote Vijf’ (Italië, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Spanje) die samen met Nederland en Zweden die op dit moment in Sitcen participeren, zijn tegen vergaande veranderingen van de huidige manier van samenwerken van inlichtingendiensten.
|
|
Bestrijding van islamitisch en anderszins gemotiveerd politiek terrorisme is uiteraard niet alleen een kwestie van heldhaftige infiltratie en gedurfde vervolging. De kern is dat er een slimme antiterroristische strategie ontwikkeld moet worden. En dit wordt niet automatisch bereikt door uitbreiding van het inlichtingen- en opsporingsapparaat (‘meer van hetzelfde’), maar vooral door verbetering van de kwaliteit van het werk en van de competentie van het personeel [Van Hulst 2005]. De overheid moet ervoor zorgen dat zij kan beschikken over de beste technische specialisten op het hard- en software terrein van het internet. De overheid moet mensen aantrekken die in staat zijn om adequate inschattingen te maken van actuele krachtsverhoudingen, van het potentieel en mobiliseringsvermogen van de tegenstander, en uiteraard over de eigen kracht en de eigen zwaktes.
Het militair-strategisch vernuft van militant islamitische groepen en netwerken wordt nog steeds onderschat, en niet alleen door inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Telkens weer blijken islamitisch geïnspireerde terreurnetwerken in staat om zich in ‘the war on terror’ te handhaven en zij lijken zich in en door deze strijd steeds verder uit te breiden, en effectiever te worden.
Wetgeving: verandering van rechtsregels |
|---|
Godslastering: een misdaad zonder slachtoffer?
Het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie (LECD) functioneert sinds 1998. Het expertisecentrum is ondergebracht bij het parket Amsterdam. Het doel van de LECD is het optimaliseren van de strafrechtelijke handhaving inzake discriminatie. Daarbij gaat het zowel om beleidsvorming, als om opsporing, vervolging en rapportage. Het LECD werkt nauw samen met het Meldpunt Discriminatie.
Het LECD heeft er onder andere toe bijgedragen dat in juni 1999 een Amsterdammer werd aangehouden die enkele honderden artikelen met antisemitische uitlatingen in nieuwsgroepen had geplaatst. In Nederland was dit de eerste keer dat iemand werd aangehouden voor discriminerende uitlatingen op het internet. In mei 1999 werden voor het eerst twee rechts-extremisten opgepakt wegens het aanzetten tot haat en discriminatie op het internet, en conform de eis tot een maand celstraf veroordeeld.
De moord op Van Gogh was voor een aantal politici aanleiding om te pleiten voor het aan banden leggen van het recht op vrijheid van meningsuiting. Tijdens het CDA-congres op 13.11.04 in Utrecht zei premier Balkenende: “De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar laten we ons realiseren dat onze woorden ook wonden kunnen slaan.” De cruciale taak was om de juiste balans te vinden worden tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Op datzelfde congres zei Minister van Jistitie Donner: “Je mag mensen niet tot in het diepst van hun overtuiging en op grove wijze kwetsen. De godslastering en het beledigen van groepen is in Nederland te ver doorgeschoten.” Donner wees er op dat de wetgeving al de mogelijkheid biedt om ‘smalende godslastering’ aan te pakken, ook al gebeurt dit nu niet vaak. Hij wilde kijken of dat kan veranderen. Hij beoogde daarmee islamieten die zich lange tijd beledigd hadden gevoeld gerust te stellen.
|
|
Het vrije woord is pas echt vrij wanneer het de grenzen van respect en redelijkheid bewaakt. Die grenzen worden getrokken door het verbod op discriminatie en het aanzetten tot haat of geweld. Dat is ook bij ons het geval:
Bijzonder is dat het Nederlandse strafrecht een speciale bepaling bevat die het beledigen van goden waarin mensen geloven verbiedt.
De vrijheid van meningsuiting is een noodzakelijke pijler voor een democratische samenleving. Daarin is plaats voor meningen, denkbeelden en informatie die hinderlijk kunnen zijn voor de overheid of voor bepaalde groepen in de samenleving. En daarin is ook plaats voor kritische, sceptische, grievende en humoristische beschouwingen over collectieve neuroses, vereerde (af)goden, heilige teksten en religieuze tradities.
In de film Submission die Hirsi Ali samen met Theo van Gogh had gemaakt werd “de wreedheid van de islam” letterlijk bloot gelegd [NRC 28.8.04]. In haar eerste interview na de moord op Van Gogh liet Hirsi Ali weten dat zij een vervolg wilde maken op Submission part 1. “Het thema van Submission part II is hoe de islam het individu onderdrukt. Met als uitgangspunt de positie van de vrouw. En daarnaast wil ik nog steeds het islamitisch onderwijs afschaffen” [NRC 29.11.04].
Voor een aantal moslims was dit een vreselijke gedachte. Zij vreesden dat het vervolg van Submission ook godslasterlijke elementen zou bevatten die ‘krenkend’ voor moslims zijn. Dat moest volgens hen voorkomen worden. Twee islamitische families uit Utrecht namen de omstreden advocaat Robert Moszkowicz in de arm en eisten een verbod op het uitbrengen van het door Hirsi Ali aangekondigde vervolg op de film Submission. De vrome moslims eisten bovendien dat de rechter Hirsi Ali zou verbieden om zich voortaan nog kwetsend, grievend of godslasterlijk uit te laten over de islam. De raadsman van de verontruste moslims wees daarbij op uitlatingen van Hirsi Ali “waarin zij andermaal stelt dat het islamitisme levensgevaarlijk is, nog wel zonder onderscheid te maken tussen fundamentalistisch islamitisme en islamitisme in het algemeen”. Met het kort geding hoopt Moszkowicz dat Hirsi Ali “de mond gesnoerd krijgt”. De verontruste moslims bevestigden daarmee het angstige vermoeden dat er in Nederland moslims wonen die de vrijheid van meningsuiting drastisch willen beperken: geen kwaad woord meer over Allah, Mohammed of over hun gelovige aanhangers. Theo van Gogh zou de islamitische cliënten van Robert Moszkowicz onmiddellijk de ‘Gotspeprijs van De Gezonde Roker’ hebben toegekend. Om de tere moslimziel te ontzien zou bij voorbaat een nog niet bestaande uiting van een vrije gedachte verboden moeten worden. Hirsi Ali heeft het niet gemakkelijk. Zij wordt voortdurend door fanatieke moslims met de dood bedreigd. En zolang zij door effectieve beveiliging niet de dood ingedreven kan worden, dan moet zij toch minstens monddood worden gemaakt. Wat de verontruste moslims van de Nederlandse justitie vragen is niets anders dan een uitingsverbod voor Hirsi Ali. Een religieuze groep die eist dat haar geloof boven elke kritiek verheven wordt, geeft aan niet langer vreedzaam te willen samenleven met andersdenkenden. Hun gebrek aan tolerantie bruuskeert de gelijkwaardigheid van andersdenkenden. Zij laden hiermee minstens de verdenking op zich dat zij de weg voorbereiden van een despotische theocratie in de geest en praktijk van het Taliban-bewind in Afghanistan. In Nederland heeft iedereen het recht om een kort geding aan te spannen. Dat geldt zelfs voor aanhangers van de Taliban die pleiten voor herinvoering van de middeleeuwse preventieve censuur. In Nederland is echter geen rechter te vinden die zo’n schaamteloze eis niet onmiddelijk naar de prullenbak verwijst. In een democratische rechtsstaat kan een rechter nu eenmaal niet tolereren dat via een kort geding een van de meest essentiële grondrechten buiten werking wordt gesteld. Het zou uniek zijn wanneer er een verbod werd uitgevaardigd op een film die nog gemaakt moet worden, of wanneer een spreekverbod zou worden opgelegd aan een lid van het Nederlandse parlement. De pijlers van de democratische rechtsstaat Nederland zouden verpulveren. Dat is echter zeer onwaarschijnlijk. De eis werd op 15.3.2005 afgewezen [vonnis], maar de eisers hebben ook bewerkstelligd wat zij niet beoogden: zij hebben op één punt het gelijk van Hirsi Ali bewezen: voor een democratische rechtsstaat is de politieke islam (‘het islamitisme in het algemeen’) een levensgevaarlijke bedreiging. Dat is overigens niet het gelijk van Hirsi Ali, het is het morele gelijk van elke burger die zijn democratische rechtsstaat verdedigt. De moord op Theo van Gogh was geen tragische incident of anomalie, maar een bijna logische uitkomst van een uit de hand gelopen gevecht tussen autochtone kaaskoppen die zich steeds meer overspoeld voelen door een horde van onaangepaste en asociale, gewelddadige en criminele vreemdelingen en de allochtone vreemdelingen die naar Nederland zijn geëmigreerde of gevluchte of die hier inmiddels zijn geboren en getogen. Dit al jaren sluimerende conflict werd door de moord of van Gogh explosief aan de oppervlakte gebracht. De politieke moord op Van Gogh was niet alleen ingeschreven in de voorgeschiedenis en zelfs aangekondigd, maar vormt tevens een duistere voorbode van de dingen die ons nog te wachten staan. |
Minister Donner van Justitie wil de door terroristen verstoorde balans tussen grondrechten en veiligheid herstellen. Daarvoor bracht hij een hele serie antiterreurmaatregelen naar voren, die door enkele prominente Nederlandse rechters als een “heel gevaarlijk pakket” [NRC 11.2.05] werd gekwalificeerd. Een van die maatregelen is dat informatie van inlichtingendiensten tijdens processen als bewijs moet kunnen gelden. Op dit moment moet de informatie die door de AIVD is verkregen worden voorgelegd aan de rechter [Wifferen 2004]. Het wetsvoorstel Afgeschermde getuigen maakt deze rechterlijke toetsing overbodig. De betrokken ambtenaar van de AIVD kan voortaan alleen door de rechter-commissaris achter gesloten deuren worden verhoord. Het gevaar is dat niemand zicht heeft op hóe die veelal anonieme informatie in het proces verbaal wordt verwerkt. Bovendien wordt in die nieuwe procedure de inbreng van de verdediging ingeperkt en kunnen achterliggende stukken geheim blijven. Tenslotte is het volgens Ybo Buruma niet denkbeeldig “dat AIVD’ers minder geneigd zullen zijn om ‘zachte informatie’ vast te leggen in ambtsberichten om het risico te voorkomen dat die informatie opduikt in strafdossiers” [NRC 4.3.05].
Een andere maatregel is de verlenging van het voorarrest. Op grond van een verdenking kan iemand op dit moment zes dagen in voorarrest worden vastgezet. Daarna moeten er ‘ernstige bezwaren’ zijn en meer bewijzen worden aangevoerd om een verdachte langer vast te houden. Iedere drie maanden wordt dat getoetst. Eerst door de officier van justitie, dan door de rechter-commissaris en tenslotte door de Raadkamer. In de voorstellen van Donner kan een verdachte langer worden vastgezet (maximaal 16 dagen). Daarna kan het voorarrest maximaal twee jaar duren.
Rechters vrezen dat de kabinetsplannen om terrorisme via het strafrecht aan te pakken leiden tot een aantasting van de strafrechtspleging en van de vrijheden van het individu. G. Corstens, raadsheer bij de Hoge Raad, vindt dat politici te ver doordraven en dat hierdoor de verhouding tussen politiek en rechterlijke macht op scherp komt te staan. Zijn collega van de Amsterdamse rechtbank, J. Peeters, ging nog een stap verder. De terreurplannen van de regering leiden ertoe dat “de verworvenheden van twee eeuwen rechtsontwikkeling op de tocht staan en grondrechten worden aangetast” [NRC 11.2.05].
Deze maatregel is erop gericht de samenleving beter te beschermen tegen uitlatingen die de grenzen van het toelaatbare ver overschrijden. Die grenzen moeten door de overheid beter worden bewaakt om het publieke debat in Nederland op peil te houden. De nieuwe maatregel wordt gepresenteerd als een aanvulling op misdrijven als opruiing, discriminatie en het aanzetten tot haat of geweld. Het zijn “misdrijven die vanwege hun aard, ernst en omvang de samenleving en haar burgers of groepen van burgers in het bijzonder, zeer ernstig schokken. Dat geldt allereerst de overlevende slachtoffers, de nabestaanden en de bevolking van het land waar het misdrijf is begaan” [Memorie van Toelichting]. Door het goedpraten, verheerlijken of ontkennen van terreur worden groepen tegen elkaar opgezet, onlustgevoelens in de samenleving aangewakkerd. Hierdoor kan, zoals we hiervoor gezien hebben, “een gevaarlijke neerwaartse spiraal van vergroving in het publieke debat” [idem] ontstaan.
Minister Donner ziet het strafrecht als “de laatste schakel in de aanpak van mensen die misbruik maken van hun grondwettelijke vrijheden ten koste van anderen” [idem]. De vrijheid van meningsuiting wordt niet aangetast: extreme en radicale opvattingen mogen nog steeds vrijelijk worden geuit. Het nieuwe wetsvoorstel stelt daaraan wel expliciete grenzen. Hierdoor wordt het bijvoorbeeld mogelijk om ‘haatimams’ en ‘haatsites’ beter aan te pakken. Ook het goedpraten, ontkennen of verheerlijken van oorlogsmisdaden en genocide valt onder het wetsvoorstel. Op die manier wordt het ontkennen van de holocaust voor het eerst expliciet strafbaar in Nederland.
Minister Donner maakt zich grote zorgen over “over de manier waarop in Nederland het debat wordt gevoerd.” Zijn voorstel om hierin verbetering aan te brengen met een wetsvoorstel, waarin de apologie van internationale misdrijven en terreur strafbaar worden gesteld, is niet alleen overbodig maar ook gevaarlijk vaag. Er bestaan immers al strafbepalingen tegen opruiing, tegen discriminatie, het aanzetten tot haat en geweld en tegen belediging. Mensen die in Nederland tot terreur oproepen kunnen met deze bestaande artikelen nu al worden aangepakt. Het principiële bezwaar is dat het wetsvoorstel zo ruim is geformuleerd, dat het de discussie over de oorzaken en mechanismen van terreur zou kunnen blokkeren. In die discussie moet het mogelijk blijven om een paar lastige vragen op te werpen. Een van die vragen is: zijn mensen die de ‘vrijheidsstrijd’ van de Afghaanse Taliban tegen de Russische bezetting steunden opeens strafbaar als zij daarna ook hun verzet tegen de Amerikaanse invasie blijven steunen? De ‘terrorist’ van de een is een ‘vrijheidsstrijder’ voor een ander. Het is gevaarlijk om het oordeel over dergelijke vragen over te laten aan de smaak van de justitiële autoriteiten.
Opsporing: Digitaal Rechercheren |
|---|
BVD/AIVD in beweging
![]() AIVD-logo Levende vissen zwemmen tegen de stroom in, alleen de dooie drijven mee. |
In de beeldvorming over de AIVD zijn de media overwegend kritisch en negatief. Enerzijds heeft de AIVD onverdiend een wat klunzig imago van een lange regenjassen- en gleufhoedendienst. Anderzijds zijn de verwachtingen over de dienst bij politici en in de samenleving hoog gespannen. Maar zelfs de beste veiligheidsdiensten kunnen nooit voor honderd procent veiligheid garanderen. Zo’n absolute veiligheid veronderstelt dat inlichtingendiensten precies weten wie de staatsgevaarlijke actoren zijn, wat hun plannen zijn en waar zij zich bevinden. Dat is echter niet realistisch. Inlichtingen zijn bijna per definitie onvolledig, en juist daardoor blijven er veiligheidsrisico’s bestaan. Die risico’s kunnen weliswaar worden beperkt, maar nooit volledig geëlimineerd.
De AIVD verricht al jaren onderzoeken naar islamitisch-terroristische netwerken en naar de daarmee verbonden processen van radicalisering en rekrutering voor de gewelddadige jihad. Zij deed dit al voor de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten.
In juni 1998 stelde de BVD, de voorloper van AIVD, een rapport op over De politieke Islam in Nederland, dat werd aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin wordt een beeld geschetst van de diverse politieke organisaties die zich op de islam baseren. “De meeste kenmerken zich door een vorm van afkeer van de westerse samenleving en daarmee een zekere weerstand tegen integratie. Slechts kleine aantallen moslims huldigen echter daadwerkelijk radicale opvattingen en zijn bereid hun idealen van een islamitische staat of wereldorde met (steun aan) geweld dichterbij te brengen.” Zij richten hun aandacht echter hoofdzakelijk op de strijd voor een islamitische omwenteling in de landen van herkomst. Voor deze strijd proberen zij ook in Nederland aanhang te verwerven met anti-westerse, anti-integratieve en isolationistische vertogen. Het onderkennen en bestrijden van deze radicale islamisten is lastig, omdat zij meestal heimelijk opereren. Zij organiseren zich niet in als zodanig herkenbare organisaties, maar “nestelen zich in grotere bonafide organisaties of koepels, om van binnenuit aanhang en kracht te winnen”.
Volgens de geheime dienst is het niet waarschijnlijk dat deze radicaal-islamitische groepen in Nederland op korte termijn aan kracht en invloed zullen winnen. Anders dan in Duitsland is er in Nederland op dat moment immers nog geen sprake van een toenemende radicalisering onder moslims. Maar de BVD waarschuwt wel “dat dergelijke stromingen op langere termijn garen zullen spinnen bij sociaal-economische malaise, marginalisering en uitsluiting van groepen moslimimmigranten. In een dergelijke situatie dreigt polarisatie en verstoring van het integratieproces”.
In het BVD-rapport wordt benadrukt dat het emancipatie- en integratieproces van moslims zich niet autonoom voltrekt, maar sterk wordt beïnvloed door politieke krachten in binnen- en buitenland. Moskeeën spelen hierbij een cruciale rol: zij vormen een politieke arena “waarbinnen diverse krachten actief zijn, die elk hun open of verborgen agenda hanteren”. Naast politiek-religieuze organisaties bemoeien ook vreemde mogendheden zoals Iran, Libië en Saudi-Arabië zich direct of indirect met de gang van zaken in de Nederlandse moskeeën. Binnen de muren van de gebedshuizen proberen ook de regeringen van de diverse moederlanden hun invloed te doen gelden. “Deze strijd om politieke invloed werkt ook door op terreinen als islamitisch onderwijs, organisatievorming en integratie.”
|
|
In het Jaarverslag 2001 wordt nog eens herhaald dat er onder leden van de islamitische gemeenschap een kleine groep jongeren bevindt die bereid is tot deelname aan de gewelddadige islamitische strijd, en dat zij zich daarop voorbereiden. De internationale veiligheidssituatie is met de aanslagen van 11 september in de VS ernstig verslechterd. Het transnationale netwerk van moslim-extremisten is in een paar jaar tijd snel uitgebreid en heeft “een onvoorstelbare slagkracht” ontwikkeld.
|
|
De BVD pleit voor een brede en gedifferentieerde benadering van politiek extremisme waarbij het accent ligt op het gericht voorkomen van radicaliseringsprocessen het afsnijden van de zuurstof voor de ontwikkeling van terrorisme.
Een van de groepjes waarop de AIVD zich concentreert is “een groep van jonge moslims van Noord-Afrikaanse afkomst, die zich lijkt te verzamelen rond een leidersfiguur en opvallen door hun op het oog steeds orthodoxer wordende geloofsbeleving en geloofsuitingen” [idem]. Vanaf 26 september 2003 werd deze groep aangeduid als het Hofstadnetwerk.
De eerste keer dat de AIVD op de naam van Mohammed B. wordt geattendeerd is op 1 augustus 2002. Zijn met koranteksten onderbouwde uiteenzetting over normen en waarden in het buurkrantje trok de aandacht. Toen de AIVD op zoek ging naar de radicale moslim Nouriddin El-F., kwam zij voor het eerst terecht bij de woning van Mohammed B. in Marianne Philipsstraat 27. Nouriddin verklaarde toen tegenover de AIVD dat Mohammed B. al in december 2002 had geopperd “dat er een bomaanslag gepleegd zou moeten worden, waarbij veel doden zouden vallen” [ambtsbericht AIVD]. Aan deze verklaring werd geen waarde gehecht. In december 2002 werd bekend dat er huiskamerbijeenkomsten werden gehouden in de woning van Mohammed B. (gesignaleerd door de RID Amsterdam-Amstelland).
In het voorjaar van 2003 krijgt de AIVD sterkere aanwijzingen dat zich binnen het Hofstadnetwerk een radicaliseringsproces voltrekt. De AIVD stelt vast “dat zich binnen dit netwerk een leidersfiguur profileert”. Zij weet ook dat deze persoon, Radwan al Issa alias Abu Kahled, in deze periode geregeld verblijft op het woonadres van Mohammed B. in de Marianne Philipsstraat. In dit pand en op andere locaties binnen en buiten Amsterdam komen regelmatig personen van dit netwerk bijeen
In september-oktober 2003 komen er steeds meer berichten binnen over ‘conspiratief gedrag’. Het onderzoek naar het Hofstadnetwerk komt hierdoor in een stroomversnelling. Omdat de risico’s groter worden, worden nog meer middelen ingezet “op het verkrijgen en behouden van operationeel zicht op met name de kern van dit specifieke netwerk”. Vrijwel alle inlichtingsmiddelen worden ingezet.
Er wordt gesignaleerd “dat Mohammed B. uiterlijke kenmerken van voortgaande radicalisering vertoont”. Op 8 oktober 2003 ontvangt de AIVD via de RID-Amsterdam-Amsterland nadere informatie over geradicaliseerde moslims in Amsterdam. Daarbij wordt ook de naam van Mohammed B. genoemd. Hij was opgevallen door zijn steeds radicaler gedrag, wat zich onder andere uitte in “het schreeuwen van Koranteksten”. Men zag dat Mohammed B. in toenemende mate onder invloed was gekomen van de netwerkomgeving waarin hij vertoefde. Maar hij wordt nog steeds niet gezien als een kernlid van dit netwerk.
|
|
Die mening wordt ook niet gewijzigd als de AIVD op 22 oktober 2003 een telefoongesprek afluistert van Mohammed B., waarin hij aan Nouriddin El-F. vertelt dat de politie zijn huis heeft doorzocht en dat het maar goed is hij ‘die documenten’ op tijd heeft meegenomen.
Op 28 oktober 2003 komen alle gearresteerde sleutelfiguren uit het Hofstadnetwerk bij gebrek aan bewijs weer vrij. De AIVD zet echter haar onderzoek naar de Hofstadgroep voort. Zij brengt de operationele bijzonderheden van de groep in kaart. Op 4 november 2003 kan zij ‘een gedetailleerd beeld’ geven van “de ideologie, de hiërarchische structuren, de verblijfplaatsen van leden van het netwerk, de namen, aliassen en adressen”.
Op 7 april 2004 ontvangt de AIVD een bericht waarin Mohammed B. wordt getypeerd als “een persoon die gevoelig is voor de radicale interpretatie van de islam, ‘fundamentalistische kleding’ draagt en moeilijk afstand kan nemen”. Zij beschikt dan ook over zijn foto. Op 2 mei 2004 wordt besloten om nadere informatie in te winnen over de bewoners van het huis van Mohammed B. Mede daardoor ontdekt de dienst dat de radicale moslims die zij in de gaten houdt “moskeeën steeds meer mijden en hun toevlucht zoeken in huisbijeenkomsten”.
In mei-juni verwerft de AIVD meer informatie over het Hofstadnetwerk. Zij heeft bijzondere aandacht voor de toenemende activiteit van de Syriër Radwan al Issa, die beschouwd wordt als “de geestelijk leider van het Hofstadnetwerk”. Omdat deze regelmatig verbleef in de woning van Mohammed B., kwam hierdoor ook zijn naam weer naar boven.
In juni 2004, kort voor het begin van de Europese voetbalkampioenschappen in Portugal, reist een aantal personen van het Hofstadnetwerk (waaronder Nouriddin El-F.) naar Porto. Daar gaan ze dagelijks naar het vliegveld om bij een postkantoor ‘substantiële’ bedragen op te halen (die onder andere door Ahmed H. vanuit Nederland worden verstuurd). De AIVD vertrouwt het niet en informeert de Portugese autoriteiten. De Portugezen beschouwen de aanwezigheid van extremistische moslims uit Nederland als een mogelijke bedreiging voor het sportevenement en houden het groepje op 11 juni aan. Wegens onvoldoende bewijs worden de drie Hofstadleden uitgezet naar Nederland. “Na aankomst is door de AIVD en UTBT met enkelen van hen gesproken.” Een daarvan is Nouriddin El-F. Hoewel deze zeer belastende verklaringen aflegt over de gevaarlijkheid van Mohammed B. brengt dit de AIVD niet tot andere gedachten zij legt de verklaringen als ‘ongeloofwaardig’ ter zijde.
Op 30 juni wordt Samir A. na een roofoverval op een supermarkt voor de tweede maal gearresteerd. In zijn huis treft de politie foto’s, plattegronden en routebeschrijvingen aan die erop duiden dat hij bezig was een aanslag voor te bereiden. De AIVD onderzoekt deze zaak maar daaruit wijst niets op een betrokkenheid van Mohammed B., die een persoonlijke vriend is van Samir.
|
|
Dit betekende echter niet dat Mohammed B. niet in de gaten werd gehouden. Op 21 juli 2004 besluit de AIVD om het telefoonnummer van het huisadres van Mohammed B. af te tappen. Directe aanleiding daarvoor was dat uit het onderzoek naar Samir A. was gebleken dat hij opereerde in een netwerk waarin ook Mohammed B. figureerde. Zijn telefoon wordt getapt omdat de AIVD wil achterhalen wie Samir A. aanstuurde. Maar de taps leidden niet tot ‘relevante resultaten’. De leden van de Hofstadgroep waren na de arrestaties in oktober 2003 gewaarschuwd. Zij maakten slechts zeer beperkt gebruik van de telefoon. Omdat Mohammed B. in contact bleek te staan met verschillende leden van de Hofstadgroep werd op 9 augustus besloten om ook zijn mobiele nummer af te tappen. Aangezien Mohammed B. zijn mobiele telefoon niet meer gebruikt, wordt op 21 oktober de tap beëindigd. Hoewel de AIVD wist dat de leden van het terroristennetwerk regelmatig in het huis van Mohammed B. bij elkaar kwamen, wordt hij nog steeds als ‘secundaire persoon’ beschouwd, als iemand die zich “in de periferie van Samir A.” bevindt.
|
|
De AIVD doet niets met de informatie die zij uit Amsterdam gekregen heeft. De documenten van Mohammed B. hadden gebruikt kunnen worden om bij Microsoft informatie op te vragen over zijn e-mail en internetverkeer. Om te voorkomen dat informatie over de e-mails van en naar Mohammed B. verloren zou gaan, had de dienst een bevriezingsverzoek moeten indienen bij de advocaat van Microsoft. Pas zeven weken na de moord op Van Gogh worden de betreffende documenten aan het Openbaar Ministerie overgedragen. Toen het Openbaar Ministerie in Amsterdam en Rotterdam op 22 december 2004 bij Microsoft een verzoek indienden om het bewijstmateriaal te achterhalen, bleken de e-mails al vernietigd te zijn. Wanneer hotmail-accounts dertig dagen niet worden gebruikt, worden de gegevens automatisch weggegooid [Volkskrant 2.11.05]. Een gemiste kans om zicht te krijgen op de contacten tussen Mohammed B. en de andere leden van de Hofstadgroep.
Een gedeeltelijke verklaring voor deze taxatiefout is dat het referentiekader van de AIVD in die periode werd gedomineerd door de risico’s van grootschalige aanslagen zoals die in Madrid hadden plaatsgevonden. Aan een politiek-religieuze moord vanuit het Hofstadnetwerk op een individu werd niet gedacht het was in Europa nog niet eerder voorgekomen. Alle inspanningen van de AIVD waren erop gericht om voorbereidingshandelingen voor een grootschalige aanslag te onderkennen. In dat kader trokken andere leden van het netwerk Samir A. en Nouriddin el F. veel meer aandacht. Van buitenaf gezien leek het alsof Mohammed B. in dat netwerk geen centrale rol speelde omdat hij niet als ‘samenspanner’ in het vizier kwam. Daardoor kreeg men geen goed zicht op zijn cruciale faciliterende, ideologische én leidinggevende rol in de het Hofstadnetwerk. Bovendien werd vanuit deze optiek ook zijn individuele geweldpotentie onderschat.
Een tweede verklaring is dat de AIVD onvoldoende zicht had op de internetactiviteiten van Mohammed B en zijn comrades in terror. Hoewel zij ook in haar jaarverslag over 2004 nog blijft volhouden dat Mohammed B. zich slechts “in de periferie van de zogenaamde Hofstadgroep” [p. 19] bevond, breekt daarin toch ook dit zelfkritische inzicht door. De AIVD onderkent daarin dat het internet een “zeer belangrijke” rol speelde in de ideologische en religieuze ontwikkeling van de Hofstadgroep.
|
|
Burgers moeten weten dat de voorspellingen van inlichtingen- en veiligheidsdiensten altijd imperfect zijn en dat derhalve niet elke aanslag te voorkomen is. De medewerkers en bestuurders van de AIVD weten dit uiteraard al jarenlang. De AIVD valt in dit opzicht weinig te verwijten: men zat met alle middelen bovenop de Hofstadgroep (zie het Laakkwartier), heeft diverse interventies laten plegen (zie de aanhoudingen), heeft het OM vervolgens zien stranden in de gerechtelijke procedures en werd toch nog verrast door een heel andersoortige aanslag dan verwacht. Juist daarom ligt het voor de hand dat de frustratie bij de dienst erg groot was.
|
|
Ook al geeft men de AIVD nog zoveel bevoegdheden, een effectieve aanpak van moslim-terrorisme kan niet zonder gegevens vanuit de islamitische wereld zelf [Balkenende op CDA-congres in Utrecht, 13.11.04]. En vanuit de Europese Unie.
De inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Europa besloten begin december 2004 om meer informatie te verstrekken aan de Europese Unie, waardoor de gezamenlijke strijd tegen het internationale terrorisme effectiever gevoerd kan worden. Dit besluit werd genomen door de Contra Terrorisme Groep (CTG) van de EU, die in 2002 werd opgericht na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten. De samenwerking binnen de inlichtingengemeenschap in Europa werd uitgebreid. Dit gebeurde onder andere door het aggregeren van de informatiestroom van inlichtingen- en veiligheidsdiensten naar een gezamenlijke eenheid binnen de EU: het Joint Situation Centre. Een andere maatregel was het aantrekken van analisten die gespecialiseerd zijn in contra-terrorisme en het realiseren van technische voorzieningen die een snelle en veilige uitwisseling van gegevens met het Joint Situation Centre mogelijk maken.
De man die de AIVD-informatie lekte naar vrienden van Mohammed B. was de 34-jarige Outman Ben Amar. Hij verspreide minstens een jaar lang observaties en verslagen van telefoontaps onder moslimextremisten. Het was dezelfde man die eerder lekte in een Utrechtse terrorismezaak, waar zijn zwager Nadir B. (24) verdacht wordt van heling van AIVD-documenten. De Marokkaan werkte nog maar kort bij de AIVD, maar werd meteen op zware zaken gezet. Outman was er zelf verbaasd over. “Ik werd eigenlijk niet ingewerkt en moest meteen aan de slag.” verklaarde hij tegenover de inspecteurs van de Rijksrecherche. Hij had toegang tot zeer vertrouwelijke informatie en “verrichtte handelingen om informatie te verkrijgen”. Omdat er zo’n grote behoefte was aan Marokkaans/Nederlandse tolken werd hij direct in het diepe gegooid [Reformatorisch Dagblad, 11.11.2004]. Tegen alle regels van de AIVD in, werd Outman niet twee maar slechts één keer gescreend voor hij op 1 oktober 2003 werd aangenomen. Daarvoor had hij als arabist bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) gewerkt.
|
In juli van 2004 werd Outman ingezet in het Vuursche-onderzoek, ook wel de Utrechtse terreurzaak genoemd. Het onderzoek draaide om Hassan O. (34). In zijn door de AIVD afgeluisterde gesprekken had Hassan het over explosieven die hij voor de jihad zou inzetten en over een bom die hij in bewaring gegeven zou hebben: “een keer BOEM! en een grote stad is weg” [AIVD-transcriptie, Utrechts Nieuwsblad]. Toen Hassan op 26 september werd gearresteerd was hij in het bezit van geheime documenten van de AIVD. Uit intern onderzoek bleek dat Outman verantwoordelijk was voor het verspreiden van deze staatsgeheimen. Tijdens het onderzoek naar de Utrechtse terrorismezaak begon Outman zich steeds opvallender te gedragen. Hij deed een binnenkomend telefoontje af als ‘niet relevant’, terwijl het in die zaak juist heel belangrijk was. Ook meldde hij zich onregelmatig ziek. Op 29 september 2003 wordt aangifte tegen hem gedaan door een medewerker van de AIVD die had gezien dat hij een uitgewerkt tapgesprek en een observatieverslag meesmokkelde vanuit het gebouw van de AIVD in Leidschendam. |
De AIVD-mol ging schuil achter een website waarop verborgen boodschappen werden geplaatst. Hij onderhield vanuit zijn huisadres aan De Wellenkamp in Nijmegen de site van het in Marokko gevestigde reisbureau Charfarinastours. De site is inmiddels uiteraard van het internet gehaald, maar is hier nog te vinden.
Outman ging na zijn studie Arabische Taal en Cultuur aan de Radboud-Universiteit in Nijmegen werken als reisleider voor verschillende Nederlandse reisorganisaties. “In die hoedanigheid ben ik meermalen in Marokko gereist, maar ook in andere Arabische landen: Tunesië, Egypte, Jordanië en Jemen” [bron]. Hij was één van de oprichters van een media-organisatie voor vooruitstrevende moslims. Iman Abdullah Haselhoef was adviseur van deze groep.
|
Het detectieprogramma van Niels Provos, Outgess werd waarschijnlijk ook door Telegraaf gebruikt. Een eigen test van GeenStijl kwam tot hetzelfde resultaat. |
De minister van Binnenlandse Zaken Remkes (VVD) kon niet duidelijk aangeven hoeveel schade de uitgelekte AIVD-informatie naar moslimterroristen had aangebracht aan lopende onderzoeken. Maar hij sloot niet uit dat de moordenaar van Theo Van Gogh van die informatie op de hoogte is geweest.
Het Openbaar Ministerie eiste acht jaar gevangenisstraf tegen de AIVD-mol. Op 14 december 2005 werd Outman Ben A. veroordeeld tot 4,5 jaar cel voor het verstrekken van geheime AIVD-informatie aan verdachte moslimradicalen.
Ten tweede is het aantal documenten en bijdragen aan discussiefora van jihadsites zo groot dat het bijna onmogelijk is om deze allemaal te lezen. Er is dus behoefte aan instrumenten waarmee zeer grote aantallen documenten en discussiebijdragen automatisch ‘in kaart’ kunnen worden gebracht. Er komen een paar goede technologieën voor automatische tekstanalyse op de markt. Een voorbeeld hiervan is Crawdad Text Analysis System. Het is een programma voor de analyse van grote hoeveelheden ongestructureerde kwalitatieve data dat door Steve Corman werd ontwikkeld aan de Arizona State University (ASU). Het programma kan worden gebruikt voor wetenschappelijke analyse van online netwerken, maar ook voor kennismanagement, nationale veiligheid en inlichtingen en voor competitieve zakelijke inlichtingen. Een ander instrument voor de systematische analyse van ‘very large-scale conversations’ (VLSC’s) is de ‘Conversion Map’ van Warren Sack (UC Berkeley, Social Technologies Group). Het is een middel om de sociale en linguïstische structuur van zeer grootschalige conversaties (zoals Unsenet nieuwsgroepen, webfora, Instant Messaging en Chat groepen) te onderzoeken. Vergelijk in dit verband ook de studies van Judith Donath (MIT MediaLab, Sociable Media Group).
Ten slotte moet een systematische oplossing worden gevonden voor het feit dat veel documenten en bijdragen op sites nogal vluchtig zijn en dat de sites zelf regelmatig spoorloos verdwijnen om op andere plaats of onder een andere naam weer opnieuw te verschijnen. Daarvoor zijn instrumenten nodig waarmee op zelf te bepalen criteria relevante documenten of discussiebijdragen automatisch worden opgeslagen, met bronvermelding en datum.
De preciese verdeling van de verantwoordelijkheden tussen justitie, politie, openbaar ministerie en Internet Service Providers moet nog nader worden uitgewerkt. DE KLPD stelt een plan van aanpak op voor de bouw van het meldpunt en voor de inrichting van het notice-and-takedown systeem. In de structuur van het NTD-systeem wordt rekening gehouden met de bestaande meldpunten. De eerste prioriteit wordt gelegd bij de bestrijding van haatzaaiende en terroristische uitingen [justitie.nl].
Minister Donner was echter iets te voorbarig met zijn suggestie dat er overleg is geweest met de internetaanbieders en dat daar een draagvlak zou bestaan voor zijn plannen. De nieuwe branchevereniging ISPO staat zeer kritisch ten opzichte van de voorgestelde inrichting van het meldpunt. Zij pleit voor een onafhankelijke toetsing waarbij zowel de klager als de internetgebruiker die de gewraakte uiting zou hebben gedaan anoniem hun kant van het verhaal kunnen doen en de mogelijkheid hebben om alsnog naar de rechter te stappen wanneer zij het niet eens zijn met de beslissing van het meldpunt. Door deze waarborgen moeten ervoor zorgen dat de vrijheid van meningsuiting en de privacy op internet worden gewaarborgd. Alleen op die manier kan een goede balans worden gevonden tussen vrijheid van meningsuiting en rechten van derden. Daarnaast willen de internetaanbieders dat zij door het meldpunt gevrijwaard worden van aansprakelijkheid wanneer er ten onrechte informatie verwijderd wordt.
Vervolging van haatsites, bedreigers en terroristen |
|---|
Moeilijk te veroordelen
Wanneer de overheid niet effectief optreedt tegen jihad-sites zou Nederland een vrijhaven van websites voor terroristische organisaties kunnen worden. Hoe moeilijk is het om extremisten en haatgroepen die op internet opereren daadwerkelijk te vervolgen? Hoe moeilijk is het om individuen te vervolgen die met evident terroristische bedoelingen voorbereidingen treffen voor gewelddadige operaties?
Justitie heeft inmiddels een aantal ervaringen opgedaan met het vervolgen van mensen die politici of andere burgers met de dood bedreigen. Een bekend voorbeeld daarvan is de strafzaak tegen Farid A., die Geert Wilders in de openbaarheid van het internet met de dood bedreigde. Het Openbaar Ministerie wilde dat zijn straf een signaal zou zijn voor iedereen die politici de mond wil snoeren. Hoewel de dader er nog genadig afkwam (120 uur taakstraf en 2 maanden voorwaardelijk) was de motivering van het hof bijzonder. Niet zozeer omdat zij bewezen achtte dat Farid A. daadwerkelijk de parlementariër had bedreigd om zijn politieke uitingen, maar vooral omdat zij deze openbare bedreiging via internet ernstiger vond dan via een minder toegankelijk medium [Uitspraak].
Een ‘virtuele bedreiging’ via internet is veel effectiever dan een bedreiging in de privé-sfeer of in kleinere openbaarheden, vooral wanneer die dreiging gericht is tegen publieke figuren. Haatdragende uitingen, doodverwensingen en al dan niet verkapte doodsdreigingen zijn op bepaalde websites en discussiefora helaas schering en inslag. Deze kunnen door politie en justitie niet allemaal worden aangepakt. In dat opzicht droeg de veroordeling van Farid A. niet alleen het karakter van een waarschuwingssignaal, maar ook de sporen van willekeur.
Radicaal-islamistische en rechtsextremistische sites die niet direct aanzetten tot haat en fysiek geweld zijn moeilijk te vervolgen. Tot nu toe ontsprong men de dans door zich te beroepen op de vrijheid van meningsuiting. Ook toen het Simon Wiesenthal Center (SWC) in Los Angeles eiste dat de regering de site Hamasonline.com zou sluiten omdat zij een terroristische organisatie ondersteunt, verklaarde het Openbaar Ministerie dat zij pas in actie zou komen wanneer er in Nederland aangifte werd gedaan. Het SWC kondigde aan dat als de regering geen maatregelen zou nemen om de site te sluiten, zij zich tot de Europese Unie zou wenden. Voor terroristische organisaties die op de lijst van de EU voorkomen is het verboden om fondsen te werven of ‘gerelateerde dienstverlening’ aan te bieden.
We hebben hiervoor gezien dat het in Nederland tot nu toe nauwelijks gelukt is om moslimextremisten die van terrorisme worden verdacht ook effectief te vervolgen. Dat was uiteraard niet het geval met Mohammed B. Het bewijs van zijn misdaden was overweldigend hard.
Mohammed B. betrad op zijn eerste procesdag met een opzichtige Koran in de hand de rechtszaal. Daarmee wil hij laten zien dat hij Allah nog steeds boven de rechter stelt en dat hij het wetboek van strafrecht niet erkent of ondergeschikt stelt aan de Koran. Veel moslims vatten dit demonstratief gebruik van de Koran juist op als een belediging. Mohammed B. suggereerde immers dat de Koran legitimeert wat hij heeft gedaan en leeft in de waan dat Allah het hoogste gezag is dat er bestaat. De officier van justitie mr. Frits van Straelen fileerde in zijn requisitoir de feiten, omstandigheden en gevolgen van de misdaad en de persoon. Hij toont aan dat het gaat om een weloverwogen moord met voorbedachte rade en met terroristisch oogmerk. Mohammed B. wordt geportretteerd als een levensgevaarlijk persoon die volhardt in zijn principiële afwijzing en bestrijding van de democratische rechtsstaat. Daarvoor is volgens de officier van justitie maar één straf passend: levenslang en ontzetting uit het actief en passief kiesrecht.
Mohammed B. grijpt de laatste gelegenheid om nog iets te zeggen aan. Hij lijkt zich te verontschuldigen ten opzichte van de moeder van Theo van Gogh (“Ik heb niet gehandeld uit persoonlijke wrok ten uw zoon, hij was geen hypocriet, ik voelde me niet persoonlijk door hem beledigd als ‘geitenneuker’”), maar poneert ook onomwonden dat als Theo zijn vader of broer geweest zou zijn, hij hetzelfde gedaan zou hebben. Bij herhaling benadrukt hij dat hij heeft gehandeld uit overtuiging. Mohammed B. presenteert zichzelf als overtuigingsdader die zich laat leiden door de “wet die mij opdraagt om iedereen die Allah en de profeet beledigt, zijn kop eraf te hakken.”
Mohammed B. verklaart tegenover zijn rechters dat hij zich helemaal kan vinden in de aanklacht en dat hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor de moord. Hij verklaart uit overtuiging te hebben gehandeld: “Ik ben puur gedreven door mijn geloof.” Om daarover geen enkel misverstand te laten bestaan verzekert hij zijn rechters: “Mocht ik vrijkomen, dan zal ik precies hetzelfde doen. Precies hetzelfde” [Laatste woord van Mohammed B. (tekst); Audio; Nos Journaal; Netwerk.tv; AT5 News Breedband/ Modem].
|
De levenslange celstraf werd in 1879 ingevoerd, nadat in 1870 de doodstraf was afgeschaft. Levenslang werd en wordt gezien als een alternatief voor de doodstraf. Het is een soort ‘levend-doodverklaring’: het leven van de tot levenslang veroordeelde is uitzichtsloos. |
De rechter benadrukt dat Mohammed een gruwelijke moord heeft begaan en dat hij zijn slachtoffer op genadeloze wijze heeft afgeslacht. Zijn terroristische aanslag heeft niet alleen “grote gevoelens van angst en onveiligheid” in de samenleving teweeggebracht, maar ook een “destabiliserende werking” gehad. Zijn religieuze radicalisering met alle extreem gewelddadige ideeën en de verheerlijking van geweld is weliswaar zorgwekkend, maar dit betekent niet dat er sprake is van een pathologische afwijking. Er zijn dus geen gronden voor verminderde toerekeningsvatbaarheid. Bovendien is het gevaar groot dat hij opnieuw een feit van vergelijkbare ernst zal begaan. Omdat er geen reëel uitzicht op resocialisatie bestaat is er volgens de rechter maar één passende straf: een levenslange gevangenisstraf.
Schilderij van Lieuwe van Gogh.
|
De veroordeling van Mohammed B. riep direct de discussie op welke bijzondere condities er aan zijn detentie verbonden moesten worden, om te voorkomen dat hij vanuit de gevangenis door zal gaan met het verspreiden van jihad-teksten, het ‘winnen van zieltjes’ of het voorbereiden van terroristische aanslagen. Justitie kondigde aan dat hij in afzondering zou worden opgesloten. Directeuren van penitentiaire inrichtingen zijn bevoegd om het contact van gedetineerden te beperken in het kader van de handhaving van orde en rust. Bovendien heeft de minister van justitie de bevoegdheid om inrichtingen aan te wijzen voor gedetineerden die bijzondere opvang behoeven vanwege het delict waarvoor zij gevangen zijn gezet. Minister Donner (Justitie) had begin juni 2005 al een onderzoek aangekondigd naar de wettelijke mogelijkheden om rekrutering en voorbereiding van terroristische aanslagen tijdens detentie tegen te gaan.
|
Mohammed B. wordt net als de andere twaalf Hofstadverdachten het lidmaatschap van een terroristische organisatie ten laste gelegd. Het parket beschouwt hem als leider en inspirator van het terreurnetwerk die met zijn geschriften richting heeft gegeven aan de ideologische ontwikkeling van de verdachten. Het hele netwerk was rond Mohammed B. gevormd en geconcentreerd. |
Mohammed B. kreeg de zwaarste straf die men in Nederland kan krijgen. En hij wordt voorlopig onderworpen aan het zwaarste gevangenisregime dat we hier kennen. Maar hij heeft recht op enkele basale vrijheden en een humane behandeling. Zijn afscherming zou een statusverhogend effect kunnen hebben, waardoor hij alsnog zijn beoogde martelarenschap verwerft. Het is niet raadzaam om op die manier van de gemankeerde martelaar een ‘held’ te maken, zeker niet bij medegedetineerden die ontvankelijk zijn voor Mohammed’s islamistische ideologie.
|
In juli 2005 Mohammed stuurde zijn pamflet naar geestverwanten in Amsterdam die deze vervolgens in kleine kring begonnen te verspreidden in naam van de Leeuwen van Tawheed. De Evangelische Omroep (EO) plaatste in haar programmablad Visie een oproep om te bidden voor de moordenaar van Theo van Gogh. De door een lezer ingestuurde oproep werd door de redactie ondersteund. Het doel van het gebed is om Mohammed B. van het moslimgeloof te bekeren tot het christendom. “Laten we bidden dat Mohammed B. tot geloof komt in Gods Zoon, Jezus Christus, tot een getuigenis van velen.” De gelovigen die Mohammed B. met een gebed tot het christendom willen bekeren hebben nog veel vroom werk te verzetten. |
Volgens de officier van justitie Koos Plooy zijn met de aanhouding van de verdachten van de Hofstadgroep een of meerdere aanslagen in Nederland verijdeld. De AIVD zat in deze zaak op het goede spoor. Het onderzoeksteam van politie en justitie heeft zelf ook bewijs voor het bestaan van de terroristische organisatie gevonden. Bovendien denkt het OM te kunnen bewijzen dat Mohammed B. een leidinggevende rol binnen het netwerk vervulde. Voor het OM is dit een van de belangrijkste pijlers om aan te tonen dat de Hofstadgroep daadwerkelijk een terroristische organisatie is. De ‘Hofstadgroep’ wordt omschreven als een radicale club moslimjongeren, die meerdere aanslagen voorbereidde. Strikt genomen bestaat de Hofstadgroep niet als zodanig, de naam werd in september 2003 door de AIVD verzonnen om een terroristisch netwerk aan te duiden.
Mohammed B. en zijn vrienden worden verdacht van deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. In het strafdossier zullen de bewijzen voor deze hoofdverdenking moeten worden aangedragen. Tijdens de derde pro forma zitting [29.7.05] werd duidelijk dat het voorlopige strafdossier aanwijzingen bevat dat:
In de reconstructie van de moord op Theo van Gogh is hiervoor uitgebreid gedocumenteerd hoe cruciaal de rol van Mohammed B. is geweest in de opbouw van het terroristisch netwerk. Ook het OM is op grond van haar eigen onderzoek van mening dat Mohammed B. zeker geen marginale rol vervulde in de periferie van de Hofstadgroep. Integendeel. Officier van justitie mr. A. van Dam: “De groep vormde zich rond Mohammed B. en werd geïnspireerd door zijn geschriften.” De verdachten zijn niet alleen vrienden, “maar ook leerlingen en aanhangers van B.” Mohammed B. is daarom “een van de belangrijkste verdachten”. De overige twaalf, “leerlingen, aanhangers en vertrouwelingen” van Mohammed B., hebben zich “rond hem gevormd en geconcentreerd”. Mohammed B. was een dodelijke spin in het centrum van een door hem zelf geweven terreurweb.
De meest opvallende verklaringen kwam van twee getuigen: Samir A. en Mohammed B. De als getuige opgeroepen Samir A. werd door de rechtbank uitgenodigd om de ideologie die hij en zijn broeders aanhangen samen te vatten. Dat kon hij, kort en krachtig: “We verwerpen jullie, we haten jullie.” Toen de oudste rechter hem vroeg of hij dit nog iets kon preciseren, antwoordde Samir lachend: “Nee, dat is het zo’n beetje.”
Mohammed B. probeerde in een warrig betoog van bijna drie uur aan te tonen dat zijn gewelddadigheid uit zijn geloofsovertuiging voortvloeit. In zijn laatste openbare optreden benadrukt hij vooral dat de profeet Mohammed geen pacifist was en dat het volgens hem gerechtvaardigd is om geweld te gebruiken bij het verspreiden van het ware geloof.
Terwijl volgens het Openbaar Ministerie het radicale islamistische gedachtegoed van de verdachten noodzakelijkerwijs uitmondt in geweld, beschouwden de advocaten van de Hofstad-verdachten dit als een aanval op het recht van vrijheid van meningsuiting, informatievergaring en godsdienst. De aanklacht tegen de leden van de Hofstadgroep zou geïnspireerd zijn door xenofobe angst, waardoor de eerbiediging van de vrijheidsrechten ondergeschikt wordt gemaakt aan de terreurbestrijding. De verdachten zouden slechts ‘in beslotenheid over hun geloof’ hebben gediscussieerd en radicaal-islamitisch materiaal op het internet hebben bekeken [Volkskrant 6.2.06].
Op 25 januari 2006 eisen de officieren van justitie Plooy en Van Dam tegen dertien leden van de Hofstadgroep celstraffen tot 20 jaar. De zwaarste straffen werden geëist tegen Jason W. en Ismail A.: twintig jaar cel. Zij worden niet alleen beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk, maar ook van de poging tot moord op politieagenten. Tegen Nouriddin El F. eiste het Openbaar Ministerie tien jaar celstraf. Tegen vier andere leden van de Hofstadgroep eisten de aanklagers vijf jaar celstraf vanwege hun ondersteunende rol in het terreurnetwerk. Tegen twee verdachten werd vier jaar gevangenisstraf geëist. Drie verdachten waren tijdens het proces al vrijgelaten, omdat het OM straffen eiste die gelijk zijn aan de tijd die zij in voorarrrest hadden gezeten (twee keer 21 maanden celstraf, en één keer 15 maanden celstraf). Tegen alle verdachten met uitzondering van Mohammed B. werd bovendien geëist dat zij voor vijf jaar uit het actief en passief kiesrecht zouden worden ontzet.
Uit het feit dat Nouriddin El F. op station Amsterdam-Lelylaan werd gearresteerd met een doorgeladen machinepistool mocht volgens de rechtbank ook niet (direct) worden geconcludeerd, dat hij daarmee een terroristisch oogmerk had (ook al was er een getuige die verklaarde dat hij onderweg was om Hirsi Ali en Geert Wilders te vermoorden). De rechtbank beschouwt het gooien van granaten en het rondlopen met een doorgeladen machinepistool als individuele handelingen en niet als groepsacties.
Het Openbaar Ministerie probeerde aan te tonen dat de Hofstadgroep een terreurnetwerk was met het doel terreurdaden te plegen. Maar volgens de rechtbank had de Hofstadgroep als zodanig niet het oogmerk geweldsdelicten te plegen. Het beramen en plegen van geweldsdelicten was misschien wel het uiteindelijke doel van de groep, maar niet het directe doel. Daarvoor waren volgens de rechtbank geen specifieke aanwijzingen. Kortom: de verdachten waren geen lid van een criminele organisatie die op het punt stond om aanslagen (geweldsdelicten) te plegen.
Toch achtte de rechtbank het bewezen dat de Hofstadgroep een criminele organisatie is met terreuroogmerk. Het naaste doel van de groep was opruiïng, het aanzetten tot haat en bedreiging. Het plegen van aanslagen (zoals de moord op Van Gogh) was niet het directe doel van de Hofstadgroep.
De vraag was op wie ‘deelneming’ aan die organisatie van toepassing is (in de zin van artikel 140 WvS). Volgens de rechtbank is het voldoende wanneer iemand in het algemeen weet (in de zin van ‘onvoorwaardelijke opzet’) dat de organisatie als doel heeft om misdrijven te plegen. Deelnemers moeten dus weten dat het hier een misdadige organisatie betreft (net zoals jongens die stenen van viaducten gooien kunnen weten wat daarvan de gevolgen zijn, omdat die algemeen bekend zijn). Alle verdachten behoren volgens de rechtbank tot een groep, een verband: zij zijn lid van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. Voor de rechtbank was de Hofstadgroep geen vriendenclub met alleen maar wat radicale ideeën, maar wel degelijk een groep die van plan was terroristische misdrijven te plegen.
Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve leden. Sommige verdachten worden gekenmerkt als meelopers die slechts naar opruiende preken hebben geluisterd en jihadistisch materiaal hebben ontvangen, maar daarmee verder niets hebben gedaan. Dat neemt niet weg dat zij toch als lid van de groep worden aangemerkt. Ook actieve leden staan soms ver verwijderd van criminele handelingen. Incidenteel vervoeren zij iemand per auto, verschaffen iemand onderdak of geven geld voor vrouwen van gearresteerde groepsleden. Ook dat zijn geen deelnemingshandelingen. De echte actieve leden hebben wezenlijk bijgedragen aan het realiseren van de criminele doelen van de organisatie. Zij schrijven, vertalen en verspreiden jihadistisch materiaal, geven les in hun gewelddadige ideologie etc. Deze specifieke deelnemingshandelingen zijn redenen voor verzwaarde straf.
In de strafoverweging oordeelde de rechtbank dat de jihadisten van de Hofstadgroep uit waren op een ernstige aantasting van de in Nederland geïnstitutionaliseerde vrijheden. Zij bedreigen de democratische rechtsorde. Dat is waaraan de verdachten in uiteenlopende mate hebben bijgedragen. De straffen van de verdachten variëren met de zwaarte van hun deelnemingshandelingen.
| Bewezen | Vonnis | |
|---|---|---|
| Jermaine W. | Passief | Vrijspraak |
| Nadir A. | Passief | Vrijspraak |
| Rachid B. | Passief | Vrijspraak |
| Mohamed El B. | Passief | Vrijspraak |
| Zakaria T. | Passief | Vrijspraak |
| Youssef E. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie | 1 jaar |
| Zine Labidine A. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie | 1,5 jaar |
| Mohammed Fahmi B. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie | 1,5 jaar |
| Mohammed El M. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie | 2 jaar |
| Ahmed H. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie | 2 jaar |
| Nouriddin El F. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie; Overtreding wapenwet |
5 jaar |
| Ismail A. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie;
Poging tot meervoudige moord; Overtreding van Wet Wapens en Munitie; Betaling van schadevergoedingen aan getroffen agenten. | 13 jaar |
| Jason W. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie;
Poging tot meervoudige moord; Overtreding van Wet Wapens en Munitie; Betaling van schadevergoedingen aan getroffen agenten. |
15 jaar |
| Mohammed B. | Actief: deelneming aan criminele en terroristische organisatie; Leiding geven aan crimineel-terroristische organisatie |
Geen strafoplegging |
De rechtbank achtte niet bewezen dat de Hofstadgroep een terroristische organisatie is die van plan was om aanslagen te plegen, zoals het OM probeerde aan te tonen. Het OM had het takfir-gedachtegoed van de Hofstadgroep omschreven als een ideologie die onomkeerbaar tot fysiek geweld leidt. In het vonnis werd een onverwachte, eigenzinnige weg ingeslagen: de Hofstadgroep werd tot terroristische organisatie bestempeld omdat vanwege het stelselmatige opruien, haatzaaien en bedreigen, op basis waarvan anderen terroristische aanslagen kunnen plegen. Door deze precisering van het ‘terroristisch oogmerk’ werd een eigenzinnige invulling gegeven aan de wettelijke definitie. Het vonnis introduceerde een subtiel want uiterst vloeiend onderscheid tussen terroristische organisaties die gewelddadige ideologieën verspreiden, haat zaaien en oproepen tot en dreigen met geweld, en terroristische organisaties die als zodanig daadwerkelijk aanslagen plegen of waarvan de leden gezamenlijk op het punt staan dat te doen.
Dit verschil tussen een ‘louter’ haatzaaiende en dreigende terroristische groep en een daadwerkelijk fysiek geweld voorbereidende organisatie leidde ertoe dat de uiteindelijke straffen significant lager waren dan het Openbaar Ministerie had geëist. Voor het actieve lidmaatschap van de Hofstadgroep werden toch celstraffen van 1,5 tot 2 jaar gevonnist.
De meeste politici wezen op het positieve effect van de nieuwe terrorismewet die in de zomer van 2004 in werking trad. Strafrechtgeleerden wezen erop dat met dit vonnis de grenzen van de Wet terroristische misdrijven duidelijk zijn geworden. Maar voor Geert Wilders was het als vanouds: een ‘wankelmoedig’, ‘kwalijk’ en ‘onaanvaardbaar’ vonnis door mensen die niets begrijpen van moslimextremisme ‘de rechtspraak van een bananenrepubliek’. Gelukkig kennen we in Nederland anders dan in een echte bananenrepubliek nog altijd een scheiding van wetgevende en rechtsprekende macht. Zelfs Hirsi Ali betoogde nu dat een veroordeling voor het in bezit hebben en verspreiden van radicale ideeën een aantasting is van de vrijheid van meningsuiting. Radicaal gedachtegoed moet volgens haar niet via het strafrecht, maar in de ideologische arena bestreden worden. Zij vergat hierbij te vermelden dat de rechtbank de leden van de Hofstadgroep niet veroordeelde omdat zij er zulke ‘radicale’ ideeën op nahielden, maar omdat zij lid zijn van een terroristische groep die gewelddadige ideologieën verspreidt, haat zaait en oproept tot en dreigt met geweld. En van dat laatste was en is Hirsi Ali zelf nog steeds het slachtoffer.
Mohammed B. wordt door de rechtbank onomwonden als initiator, inspirator en leider van de Hofstadgroep afgeschilderd.
Nomadische gedachten |
|---|
De macht van internet
|
|
Aan de andere kant zagen we ook dat fortunistische, rechts-extremistische, neo-nationalistische en neo-nazistische groeperingen en groepjes internet gebruikten om hun politieke waar aan de man te brengen. Met hun xenofobe, islamofobe en racistische uitlatingen creëerden zij lang voor de moord op Van Gogh een klimaat van vreemdelingenhaat, waarin de multiculturele samenleving met geweld moest worden opgeofferd aan een nostalgisch verlangen naar een monoculturele, blanke samenleving. Er werd bewust toegewerkt naar een klimaat waarin buiten-Europese vreemdelingen en in het bijzonder moslims zich niet meer thuis en gewenst voelen in ons land. ‘Alle moslims Europa uit, te beginnen in Nederland.’
De extremen raakten elkaar. Niet alleen in de spiegelbeeldige ideologische voorstelling van een land waarin etnische en geloofsgroepen niet meer in staat zijn om met elkaar samen te leven, maar ook door een fundamentele dogmatische houding waarin geen ruimte is voor dialoog of geweldloze politieke controverse. In deze logica van escalatie vormde zich op internet een ‘cultuur van de grote bekken’ waarin redelijkheid en nuances verloren gingen.
Na de moord op Theo van Gogh werd dit toch al verpeste politieke klimaat aanzienlijk verscherpt. Weblogs en discussiefora werden alleen gebruikt om in ongepolijste taal uiting te geven aan heftige emoties. Zij boden vooral ook een platform voor de uiting van politiek ‘incorrecte’ voorstellen en maatregelen.
|
|
|
|
We hebben eerder gezien hoe internet kan bijdragen aan het versterken en verscherpen van mediahypes, en hoe zij zelf als steeds krachtiger bron van mediahypes wordt gehanteerd. Maar we hebben ook gezien hoe internet helpt om mediahypes door te prikken en te corrigeren. Internet is en blijft een medium met zeer tegenstrijdige werkingen. Dat ligt niet zozeer aan het medium zelf internet is geen handelingsbekwaam subject en kan dus ook niets doen of teweegbrengen, maar aan de manier waarop internet gebruikt wordt door mensen en groepen met diverse en vaak tegenstrijdige belangen, behoeftes, meningen, verlangens en aspiraties.
Onfatsoenlijke uitlatingen en beledigingen zijn als zodanig niet strafbaar. De grondwettelijk verankerde vrijheid van meningsuiting wordt niet beperkt door juridisch vastgelegde fatsoensnormen of ethische principes. De enige positieve uitzondering op deze regel is het strafrechtelijke verbod op discriminatie en het aanzetten tot haat of geweld. De enige curieuze en dubieuze uitzondering op deze regel is het verbod op godslastering zoals neergelegd in de artikelen 147 en 147a van het Wetboek van Strafrecht.
Zonder enige overheidsbemoeienis kunnen op internet net zoals in de lokale wereld fatsoensnormen worden ontwikkeld en gehandhaafd. Praktisch alle beheerders van webfora en chatboxen werden na de moord op Theo van Gogh hardhandig geconfronteerd met de risico’s van ongemodereerde discussies. De sites werden overspoeld met haatdragende beledigingen en tot geweld aanzettende uitlatingen. Dit nam soms zulke overheersende vormen aan dat sitebeheerders zich genoodzaakt zagen om hun fora te sluiten. Het besef drong door dat men zelf de verantwoordelijkheid moest nemen om de fora niet alleen te vrijwaren van juridisch strafbare handelingen, maar ook van extreme overtredingen van elementaire fatsoensregels. Daarbij hebben veel sites bewezen dat zij wel degelijk beschikken over een zelfreinigend vermogen. In discussie met bezoekers werden er nieuwe gedragsregels opgesteld of oude aangescherpt en werden er meer moderatoren aangetrokken (meestal vrijwilligers) die zich inspannen om die gedragsregels te handhaven.
Dat was hard nodig ook. Er moest niet alleen een dam worden opgeworpen tegen uitlatingen die aanzetten tot handelingen die strijdig zijn met de wet. Er moest ook worden opgetreden tegen de sterk gepolariseerde en escalerende debatten waarin ‘beledigingen’ en uitlatingen van ‘haat’ zo’n belangrijke rol spelen ook al is dit op zichzelf geen misdadig, maar ‘hooguit’ onfatsoenlijk, hufterig of stompzinnig gedrag.
Er wordt vaak gezegd dat internet ook een positieve functie vervult als uitlaatklep voor allerlei haatgevoelens en opgekropte agressie. Omdat mensen zich op internet anoniem of met een schuilnaam kunnen uiten, durven zij online meestal meer te zeggen. Vaak uit men zich daarbij veel extremer dan zij in een andere vorm van openbaarheid zouden durven. Zij geven ongeremd uiting aan wat er bij hen leeft en schuwen het niet om te provoceren. Zij vragen om aandacht die zij elders niet krijgen; als dat niet lukt zijn zij geneigd om nog harder te gaan schreeuwen. Wanneer zij eenmaal lucht hebben gegeven aan hun opgekropte gevoelens van haat en agressie zijn zij geneigd om dat spoor verder te volgen. Als de taal van haat en agressie eenmaal domineert, is het voor beheerders van webfora zeer moeilijk om daarmee samenhangende opvattingen en gevoelens weer in een democratisch gareel te brengen.
In de huis-tuin-en-keukentheorie van agressie wordt agressie opgevat als een bepaalde hoeveelheid energie die is opgesloten in een snelkookpan. Het idee is dat dit ‘vat aan agressie’ niet zal exploderen wanneer men af en toe het ventiel open zet en mensen in de gelegenheid stelt om uiting te geven aan hun haat- en wraakgevoelens. Hierdoor zal de druk op de ketel worden gereduceerd en daarmee ook de kans op ontploffing. In de moderne psychologie vindt deze theorie nauwelijks meer aanhangers. Ten eerste weten we dat als mensen zich regelmatig agressief uiten, zij ook meer geneigd zijn tot heftig agressief gedrag. We weten ook dat de meeste vormen van agressief gedrag voorafgegaan worden door verbale agressie. Uit eerdere ervaringen (bijvoorbeeld rond de moord op Fortuyn) weten we ook dat wanneer mensen in grote onzekerheid en emotionele opwinding verkeren, zij sneller geneigd zijn om over elkaar heen te buitelen in stoutmoedige uitlatingen en extreme voorstellen. Door de hoge omloopsnelheid en schaal van verspreiding op internet klonteren deze individuele uitingen van woede en haat samen tot een giftig mengsel, waardoor de grens tussen verbale beledigingen en bedreigingen en daadwerkelijk fysiek geweld wegsmelt. Aan de fysieke agressie tegen moskeeën én kerken gingen massieve verbale agressies vooraf. En zoals we gezien hebben, ging ook aan de moord op Theo van Gogh een langdurig en wijdvertakt proces van louter verbale agressie en symbolische bedreiging vooraf. Een oude criminologische wijsheid is: ‘Wie dreigt, moord niet. Wie moordt, dreigt niet’. Maar tegenwoordig weten we dat niet meer zo zeker.
Laten we de bekende basisvoorwaarden voor een democratisch debat nog eens systematisch op een rijtje zetten:
|
Toch is er een belangrijk verschil tussen het origineel en de kopie. Het origineel luidt: “Ik zeg wat ik meen”, en de kopie is: “Ik zeg wat ik denk”. Dat is het verschil tussen ‘als ik iets zeg dan heb ik daarover nagedacht en meen ik het oprecht’ en ‘ik zeg altijd gewoon wat me op dat moment te binnen schiet’. |
De levende Fortuyn droeg door zijn politieke richting én zijn stijl aanzienlijk bij aan de verruwing van het politieke klimaat in Nederland. Hij sloot aan op een in de Nederlandse bevolking groeiend onbehagen over de gemankeerde multiculturele samenleving. Dat onbehagen werd door Fortuyn op rechtsradicale wijze vertaald in een populistisch samenraapsel van politieke leuzen. Zijn programma beloofde snelle oplossingen voor ingewikkelde problemen die met elkaar verbonden waren door de rode draad van het onbehagen over de ‘multicult’. Vooral de islamieten moesten het ontgelden [Pels 2004].
De grote schrik van de terroristische aanval op de symbolen van de Amerikaanse supermacht zorgde voor een explosieve mengsel van islamofobie, xenofobie en strijdvaardig nationalisme. Pim Fortuyn speelde met lucifers dicht bij de lont. “De islam is een achterlijke cultuur”, verklaarde hij in een berucht geworden interview in de Volkskrant [9.2.2002]. Hij gaf aan dat er drastische maatregelen genomen moesten worden. “Meneer, als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: er komt geen islamiet meer binnen!” Na zijn opportunistische trektochten langs bijna alle politieke partijen had Pim eindelijk onderdak gevonden bij het naar een ‘echte leider’ snakkende Leefbaar Nederland. Zijn uitlatingen over de islam en zijn pleidooi voor schrapping van de non-discriminatie bepalingen en grondrecht- en strafrecht werden door zijn gloednieuwe partijgenoten niet geaccepteerd en zelfs sterk veroordeeld. De democratische ethiek en moraal onder de leiding en aanhang van Leefbaar Nederland was zo sterk, dat Pim dringend werd aangeraden zijn politieke fortuin elders te zoeken.
Fortuyn ging op eigen kracht (en die van zijn financiers) verder. Hij richtte zijn eigen politieke partij op, de LPF, en stevende af op een ongekend verkiezingssucces. Tot hij door Volkert van der G. vermoord werd. De aanhangers van Fortuyn beweerden dat de kogel van links kwam. De ingezette frontale aanval op de islam werd omgebogen in of aangevuld met een frontale aanval op de linkse kerk, op het softe multiculturalisme, op interculturele dialoog. Er moesten ‘harde’ maatregelen getroffen om een onmiddellijk einde te maken aan het wangedrocht van de multiculturele samenleving.
Gespierde taal en harde maatregelen. Dat waren de geloofsartikelen van de zogenaamde ‘nieuwe politiek’. Nederland moest worden opgeschud en schoongeveegd. En veel teleurgestelde mensen begonnen daarin te geloven. In ‘het tot partij gestolde fortuynisme-na-Fortuyn’ [H.J. Schoo] werd duidelijk waar deze nieuwe politiek toe zou leiden: tot normverval. De teloorgang van het politieke fortunisme voltrok zich snel en dramatisch. Oprechte democraten schaamden zich plaatsvervangend voor de ongemene incompetentie en kwaadaardigheid waarmee in de LPF conflicten werden uitgevochten. Alleen cabaretiers en karikaturisten konden zich vrolijk maken over de manisch-depressieve manier waarop Winnie de Jong haar politieke suïcide glans wist te geven. Dat krijg je als iedereen zegt wat hij denkt en doet wat’ie zegt.
Het georganiseerde fortunisme was een vorm van rechts-populisme. Nadat Pim Fortuyn werd vermoord wierp Theo van Gogh zich op als profeet van ‘zijne kale heiligheid’. Complexe maatschappelijke problemen werden opnieuw teruggebracht tot eenvoudige etnisch-religieuze schema’s, het politieke debat degenereerde tot vulgaire scheldpartijen, genuanceerde argumentatie werd overvleugeld door verbale bedreigingen, pogingen om consensus te bereiken werden vervangen door polariserende uitlatingen die slechts ten doel hadden om geïmagineerde vijanden zo hard mogelijk te raken. In een dergelijke politieke cultuur gaan rede en wijsheid steeds meer teloor.
Dat is de andere kant en misschien wel het spiegelbeeld van het radicaliseringsproces dat zich voltrekt onder in Nederland opgegroeide allochtone jongeren die zich op de islamitische traditie oriënteren, op een middeleeuws theocratisch wereldbeeld. Dat is de tragiek van een multiculturele samenleving die er nog niet in geslaagd is overeenstemming te bereiken over de voorwaarden waaronder mensen kunnen genieten van culturele diversiteit.
Wie zijn geschiedenis kent weet waarom rechtse én linkse populismen bestreden moet worden. Wie dat niet doet loopt het risico opnieuw meegezogen te worden in een alomvattende chaos waaruit men alleen maar met geweld een uitweg kan proberen te vinden. De geschiedenis voltrekt zich niet in een steeds stijgende lijn van toenemende beschaving, maar veeleer in een ongewisse zig-zag-beweging. Sommige ‘lessen uit de geschiedenis’ moeten telkens weer opnieuw worden geleerd. Dat is tragisch, maar het hoort bij de dialectiek van de post-moderne geschiedenis. Wie daarin als mens en democraat wil overleven moet beschikken over een redelijke portie nuchter optimisme, serene moed, gedifferentieerd inzicht, tolerant inlevingsvermogen en lenige flexibiliteit.
|
Toen de oorlog tegen het bewind van Saddam Hoessein begon, ging Wesam door het lint. “Hij was opeens verdwenen. Later bleek dat hij naar Irak was gegaan om acties uit te voeren. Daarna is hij nog een paar keer afgereisd”, zegt een Irakees die hem goed kent [Telegraaf]. Wesam ging drie keer naar Irak om te vechten en zegt bereid te zijn om als martelaar te sterven. Zijn laatste reis maakt hij samen met Kathen. Hij reist daarbij, volgens de AIVD, eerst naar Syrië om wapens te kopen. Uit de door de AIVD afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat Wesam zegt dat hij zelfmoord gaat plegen, “dat hij zichzelf gaat laten neerschieten”. Kathan zegt daarop “dat hij een militaire strategie wil maken voor Wesam.” Wesam lijkt een prototypisch voorbeeld van een islamitische zelfontbrander. “Zelfontbranding houdt in dat een individu zonder betrokkenheid bij netwerken of directe persoonlijke contacten met rekruteurs zodanig zelfstandig radicaliseert, bijvoorbeeld onder invloed van internetsites, dat hij uit eigen beweging op jihad gaat of een terroristische aanslag gaat voorbereiden en uitvoeren” [bron]. |
De Hofstadgroep was in werkelijkheid een nomadische beweging van jonge, woedende moslims en moslima’s (‘angry young Muslims’) met extreme en gewelddadige opvattingen. Het zijn doe-het-zelf terroristen, die zich primair via internet oriënteren op en in contact treden met terroristen in het buitenland. Of, zoals Jaco Alberts en Steven Derix in de NRC [9.4.05] schreven: ”deze veertien jongens runden een goedlopend Al-Qaeda-filiaal.” De werkings- en organisatiewijze van Al Qa’ida worden uitvoeriger geanalyseerd in CyberJihad Internationaal: Waarom terroristen van internet houden.
|
Vanuit militair oogpunt zijn zelfmoordoperaties de meest efficiënte vorm van terreur. Een kosten-batenanalyse laat zien dat zelfmoordaanslagen een relatief geringe hoeveelheid geld vereisen en een enorm effect kunnen hebben in termen van doden, gewonden en aangerichte schade [Napoleoni 2004: 246 e.v.]. De kosten van de 9/11 operatie worden geschat op slechts 500.000 dollar. De totale schade voor de Verenigde Staten verlies van eigendommen, opruiming en financiële injecties van de federale regering wordt daarentegen geschat op meer dan 135 miljard. Slechts 19 kapers en een budget van een half miljoen dollar waren nodig om bijna drieduizend mensen te doden en extreem veel materiële schade aan te richten in het hart van het machtigste land ter wereld. |
|
|
Jihad-strijders in Nederland trekken lessen uit de ervaringen die zijn opgedaan in de voorbereiding en uitvoering van de moord op Van Gogh. Zij hebben geleerd dat men op het internet toch niet zo anoniem kan opereren als men aanvankelijk dacht. Men wisselt voortdurend van identiteit en schuilnaam, men is zeer bedreven in het snel aanmaken van nieuwe sites en in de wisseling van web- en mailadressen. Om aanvallen op sites te voorkomen, wordt regelmatig van de ene provider naar de ander verhuisd. Volgelingen worden via de mailinglist op de hoogte gebracht van het nieuwe adres.
|
Op die manier ontwikkelt zich een breed strijdfront waarop de virtuele guerrilla wordt uitgevochten. Het doel van de bestrijders van de jihad-sites is het beperken van de actieradius van extremistisch-islamitische groeperingen. De cyberjihadisten streven naar de expansie van hun platforms voor virtuele propaganda, rekrutering en zelforganisatie [CyberJihad Internationaal]. In december 2004 stelde de PvdA voor hackers in te schakelen om haatzaaiende sites uit de lucht te halen. De AIVD zou hackers moeten opkopen die nu sites van banken en overheden platleggen. Door het mollen en verstoren van haatsites zou de samenleving beschermd kunnen worden tegen “het vergif van verkeerde ideeën” [Webwereld]. Er kleven vier nadelen aan dit voorstel.
|
Radicale moslims zijn de AIVD geregeld te slim af. Volgens AIVD-woordvoerder Van Steen weten zij de veiligheidsdienst met ‘stromannen’ om de tuin te leiden. Zij weten hoe ze in de gaten worden gehouden en passen hun strategieën daar op aan. “Ze lezen alles in de media. Ze kennen elkaars strafdossiers en die van zichzelf, als ze eerder zijn gearresteerd. Daardoor weten ze bijvoorbeeld op welke manier telefoons en gesprekken worden afgeluisterd en dat computerverkeer wordt onderschept.” Daarom haalden de leden van de Hofstadgroep tijdens de huiskamerbijeenkomsten hun sim-kaarten uit hun mobiele telefoons.
Vaak worden telefoons van jonge jongens gebruikt, die nog niet worden getapt. Zij worden als ‘stromannen’ gebruikt om via een ‘veilige lijn’ te communiceren. Door geen eigen internet- en telefoonaansluiting meer te gebruiken (en nooit de eigen naam te gebruiken) wordt het moeilijker om te bewijzen dat iemand lid is van een terroristische organisatie. Door eerdere arrestaties wordt men veel wijzer over de methoden die justitie en politie gebruiken om de jihadisten op te sporen. Dat is een ‘vervelend bijeffect’ van preventieve arrestaties van terreurverdachten. “Maar in deze tijden willen we alle risico’s beperken en dat betekent dat je soms mensen aanhoudt die later weer vrijuit gaan. En dan slimmer zijn geworden, inderdaad.”
Toch waren de leden van het Hofstadnetwerk niet in staat om zich voldoende te beveiligen tegen opsporingstechnieken van de veiligheids- en inlichtingendiensten. Ondanks het gebrek aan middelen van deze diensten en ondanks de misschien iets te vaak en te breed uitgemeten ‘incompetentie’ en ‘missers’ werden sleutelfiguren van het Hofstad-netwerk toch in een vroeg stadium gesignaleerd en tijdig opgepakt. Dat zij door rechters wegens ‘gebrek aan rechtmatig bewijs’ werden vrijgesproken kan de AIVD niet worden verweten. De capaciteit en handelingsruimte van AIVD worden nu versterkt. En dat lijkt in het huidige tijdperk geen overbodige luxe. Om de veiligheid van burgers te garanderen, dient de overheid te beschikken over goede inlichtingen, slimme opsporingsdiensten, daadkrachtige politie, goed getrainde anti-terrorisme specialisten en wijze rechters.
![]() De blinddoek van Vrouwe Justitia symboliseert onpartijdigheid in rechtszaken. De blinddoek van Theo van Gogh is een rode beugel-bh. Dat symboliseert iets anders. Hij staat erbij alsof hij op het punt staat geëxecuteerd te worden, maar wel met uitgestoken hand. Adieu Theo. |
Informatiebronnen |
|---|
Haatgroepen
Hate Groups: Watch Them - Fight Them
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |
![]() De boekuitgave van deze studie kan gratis worden besteld bij Forum |
|---|