| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
“In 2002 sloeg het internationale terrorisme 199 keer toe – minder dan ooit in de afgelopen twintig jaar. 2800 Mensen kwamen daarbij om – honderd keer minder dan in gewapende conflicten, duizend keer minder dan door aids, vierduizend keer minder dan door kinderziekten die behandeld hadden kunnen worden. (...) Terrorisme is niet het gevolg van armoede. Het heeft niets te maken met godsdienst. Terrorisme wordt geboren uit maatschappelijke onvrede. Terrorisme is een symptoom van een scheefgegroeide samenleving, die het kleine radicale splintergroepen, als een zelfuitgeroepen voorhoede, mogelijk maakt om in te spelen op een vaak reëel gevoel van marginalisering. Zo hopen zij hun terreurdaden te kunnen rechtvaardigen en zichzelf een aureool van strijders tegen het onrecht te verschaffen. Dat was gisteren zo. Dat is vandaag zo” [Rik Coolsaet 2004: De mythe van Al-Qaeda].
Sinds het midden van de jaren ’90 hebben ook de islamistisch geïnspireerde militanten en terroristen het internet ontdekt. Cyberspace werd een ontmoetingsplaats voor terroristische groepen én een slagveld in de ‘war on terror’. De Amerikaanse regering heeft met niet al te veel, of minstens tegenstrijdig succes geprobeerd om de terroristen uit te roken uit hun schuilplaatsen in de bergen en grotten van Afghanistan. Maar tegenwoordig staan de strategen van het contra-terrorisme voor een nog veel ingewikkelder taak: het opsporen van terroristen en in kaart brengen van hun netwerk-activiteiten in afgebakende lokaliteiten (zoals moskeeën of pleinen), én in de onbegrensde virtuele ruimte van cyberspace. Hoe moeilijk is het om zicht te krijgen op de internationale patronen van de virtuele jihad? Moeten we serieus rekening gaan houden met terroristische aanslagen op vitale elektronische netwerken en informationele infrastructuren die samenlevingen volledig kunnen ontregelen? En hoe kunnen de gevaren van terroristisch gebruik van internet worden afgewend of geminimaliseerd?
Internet is voor terroristische organisaties niet zomaar een instrument, het is van cruciaal belang voor hun operaties. Internet is voor terroristen niet alleen een medium voor propaganda en rekrutering, maar is zelf ook inzet van strijd. Hoe maken internationale terroristische groepen gebruik van internet? Welke functies heeft het internet voor islamistische jihad-strijders? Het antwoord op deze vragen wordt hier vooral gezocht (en gevonden) door een analyse van de internetpraktijken van Al-Qaida, haar bondgenoten en achterban. De conclusies zijn verontrustend: niet zozeer omdat Al-Qaida op steeds grotere en verfijnde schaal gebruik maakt van internet, maar omdat het functioneren van internet zelf inzet van strijd wordt.
Een terreurweb |
|---|
Cultuur van globale jihad
|
|
Zo’n islamitische wet en gedragscode wordt in theorie uitsluitend beheerd door wijze islamitische geestelijken, door mannen met baarden en jurken die in Koranteksten dromen. De islamitische wet wordt beheerd door de geestelijken. Die geestelijke leiders zijn over de hele wereld verspreid, net als de gelovige moslims. De moslims hoeven dus niet in Saoedi-Arabië, Irak, Egypte of Afghanistan te leven om zich aan de islamitische wet te onderwerpen. Sinds de opkomst van internet kunnen moslims zich richten naar de ‘virtuele’ islamitische wet. Vroeger probeerde moslims een fatwa te krijgen van een sjeik die zij als de meest wijze zagen. Tegenwoordig krijgt men een fatwa van iemand die een goede website onderhoudt of die zich de status van jongereniman heeft aangemeten.
Er is veel gesproken over de negatieve invloed die Arabische satellietzenders zouden hebben op het integratieproces van veel autochtonen in Nederland. Maar als primaire informatie- en communicatiebron lijken deze zenders inmiddels al grotendeels ingehaald te zijn door het internet. De islamistische oorlog tegen het Westen en de spiegelbeeldige ‘war on terror’ onder de bezielende leiding van Georg Bush begon op de televisie, maar lijkt steeds meer door internet te worden overgenomen. Er is sinds 9/11 een nieuwe subcultuur van jihadstrijders ontstaan die zich vooral via internet manifesteert. Het meest pregnante voorbeeld hiervan zijn de videobeelden van onthoofdingen van gijzelaars in Irak die via internet werden verspreid.
Dat lijkt niet alleen macaber, maar is dat ook. Internet heeft sindsdien alle onschuld verloren ook al gingen daaraan de schaamte over de ongebreidelde commercialisering, banalisering en pervertering van internet vooraf. Voor dissidente aanhangers van de zuivere moslimleer ligt dit anders. Internet is voor hen een instrument waarmee zij relatief anoniem (en dus beschermd) en op grote schaal hun opinies kunnen articuleren en hun aspiraties kunnen propageren. Dank zij internet zijn islamistische dissidenten minder gevoelig voor repressies van overheidsorganen.
Virtueel trainingskamp voor terroristen
Wie de ontwikkeling van radicaal-islamistische websites de laatste jaren volgt weet dat er sprake is van een zeer sterke groei. Elke zichzelf respecterende terroristische groep onderhoudt inmiddels een of meer websites. Internet is het meest goedkope, snelle, efficiënte, effectieve, omvattende en veilige middel om de eigen visie over het voetlicht te dragen, daarvoor aanhangers te vinden, kaders te rekruteren, acties te plannen. campagnes te coördineren, operaties uit te voeren en de vijanden angst in te boezemen. De zeer gunstige verhouding tussen kosten en bereik maken internet een geliefd medium voor oppositionele groepen die niet over omvangrijke bronnen beschikken. Internet biedt voor radicaal-islamitische stromingen ook de mogelijkheid om een goede balans te vinden tussen enerzijds de radicaliteit van de geuite meningen (die in democratische rechtsstaten buiten de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting vallen); en anderzijds terroristische acties (die over de grenzen van het strafrecht gaan).
Islamistisch-terroristische bewegingen hebben ‘een boodschap’ te vertellen die rechtvaardigt waarom zij dood en verderf zaaien. Die boodschap wordt via internet in meerdere talen en vormen gepresenteerd. De huidige versies van webbrowsers ondersteunt JavaScript functies waardoor internetservers weten welke taal op de computer van de cliënt als standaard is ingesteld. Een bezoeker uit Spanje wordt automatisch doorgestuurd naar site die is afgestemd op een Spaanstalig publiek. De rekrutering wordt hierdoor gericht op specifieke publieken en taalculturen. Wie interesse heeft in de gewelddadige jihaad of zich wil kwalificeren als terrorist kan zich op internet laten inspireren door een uitgebreid assortiment van artikelen, boeken, discussiebijdragen, foto’s, muziek en video’s. Men kan doe-het-zelf cursussen voor de gewelddadige jihad volgen, geld doneren en trainingen krijgen. Voor terroristen is internet een virtueel trainingskamp geworden.
Virtuele ummah
Hoe belangrijk is internet voor terroristische bewegingen? Op internet is een virtuele islamistische gemeenschap (ummah) ontstaan die een steeds grotere invloed heeft op de gebeurtenissen in lokale contexten. Internet is een uitstekend instrument om abstracte en virtuele gemeenschap van gelovigen te creëren die ontkoppeld is van enig specifiek land of cultuur [Roy 2004a]. Al-Qaida fungeert daarbij als een virtueel verbindingsteken tussen lokale groepen.
Daar staat tegenover dat de topleiders van Al-Qaida en andere terroristische netwerken nauwelijks virtuele contacten met elkaar onderhouden, maar vooral vertrouwen op persoonlijke verbindingen. Zij hebben daar zoals we nog zullen zien ook goede redenen voor. Toch is internet voor terroristische bewegingen van steeds groter belang. Cyberspace is niet alleen een fantastisch medium om de eigen ideologie te projecteren en psychologische oorlog tegen het Westen te voeren, maar ook om de islamitische gemeenschap te mobiliseren en daaruit kaders te rekruteren.
Typen van jihadgemeenschappen
De virtuele ummah bestaat uit een ongelofelijke veelvoud en diversiteit van stromingen en stroompjes die moeilijk te categoriseren zijn. Toch lijkt er binnen de inmiddels duizenden terroristische jihadsites een zekere hiërarchie te bestaan. Thomas Hegghammer (Forsvarets Forskningsinstitutt, Noorwegen) verdeelt de internetgemeenschap van de jihad in drie categorieën. Met kleine aanpassingen is deze indeling nog steeds bruikbaar.
All deze sites stellen Al-Qaida in staat om zichzelf te handhaven. Niet zozeer als een terroristische organisatie, maar als een globale ideologische beweging die gelijkgezinde militanten bijeenbrengt van Riad tot Amsterdam [Donovan 2004]. Chatrooms en discussiefora vormen voor terroristen een ideale plaats om hun ideeën uit te dragen.
Al-Qaida ontdekt internet |
|---|
|
Nadat Al-Ayyiri op 3 juni 2003 gedood werd in een confrontatie met Saoedische veiligheidstroepen verdween ook Al Neda van het internet. Het werd opgevolgd door Al Faruq [www.faroq.org]. |
Al Neda (‘De oproep’) bevatte redactionele artikelen die door belangrijke leiders van Al-Qaida werden geschreven. Er werd in opgeroepen tot het plegen van terroristische acties en uitgevoerde aanslagen werden uitvoerig gelegitimeerd. Het discussieforum van de site bevatte veel relatief onschuldige berichten waarvan wordt aangenomen dat het gecodeerde signalen waren. In de multimedia sectie stonden foto’s, audio bestanden en video’s van Osama bin Laden. De site werd gehost op een server in Kuala Lumpur (Maleisië).
De site Al Neda was tot 16 juli 2002 in de digitale lucht. Toen werd de site overgenomen door een Amerikaanse hacker Jon David Messner die daarvoor vooral pornosites beheerde. Hij herregistreerde het domein op eigen naam toen de oorspronkelijke registratie afliep. Messner plaatste een kopie van de originele Al-Qaida site op zijn nieuwe domein. Er was slechts een verschil. Messner plaatste een eenvoudige CGI tracking op de site zodat hij de adressen kon achterhalen van bijna alle bezoekers van terroristisch islamitische websites en discussiefora. Vijf dagen lang geloofden de bezoekers van Al Neda dat het een echte Al-Qaida site was. Toen verscheen er op 20 juli een bericht op een islamitisch discussieforum van de webmaster van de echte Al Neda site. Daarin stond dat het een val was en dat men de site niet meer moest bezoeken omdat de ongelovigen de controle over het domein hadden overgenomen en hun berichten afluisterde.
De jihadstrijders van het internet proberen zich nu in te dekken door slecht beveiligde ruimtes op servers te stelen. Zo werden er in de zomer van 2004 jihadvideo’s aangetroffen op servers van de George Washington Universiteit en van het Department of Highways and Transportation in Arkansas.
Al Neda wordt uitgegeven door Markaz al-Dirasat wal-Buhuth al-Islamiyyah (Centrum voor Islamitische Studie en Onderzoek) dat zich op Saoedi-Arabië concentreert.
Het Centrum voor Islamitische Studie en Onderzoek is een van de officiële propagandamiddelen voor Al-Qaida, die de jihad-salafistische doctrines van de cultuur van de globale jihad weerspiegelt. De meeste rapporten en artikelen worden ongetekend gepubliceerd. Hierdoor krijgen zij het imago van authentieke visies van de organisatie (en niet zomaar een individuele mening van een sympathisant). De website van het Centrum heeft 11 secties, inclusief rapporten over vechten in Afghanistan, de verslaggeving van het conflict door mondiale media, boeken over de jihad theologie, video’s van vliegtuigkapers, testamenten, informatie over gevangen in Pakistan en Quentanamo Bay en jihad-gedichten.
Al Neda is de website van het Centrum. Nadat de site een tijdje uit de lucht was, dook zij in maart 2003 weer op bij een server in Michigan die door Al-Qaida was gehackt. Daarna werd de site gehackt door de Amerikaanse regering om communicatie tussen terroristen te ontmantelen. De Amerikaanse regering deed meerdere pogingen om de website te sluiten, maar met beperkt succes. Telkens is de site voor een paar dagen uit de digitale lucht om vervolgens weer op te duiken bij een andere onschuldige provider. De hackers van Al-Qaida slagen er telkens weer in om in te breken op servers van bedrijven en instellingen. De moedersites worden telkens verplaatst, soms meerdere keren per dag om te voorkomen dat zij door inlichtingendiensten of freelance internetwrekers worden gehacked.
Terroristen geven er de voorkeur aan om hun sites op Westerse servers te plaatsen omdat deze betrouwbaarder zijn, gemakkelijk toegankelijk, geavanceerd, en omdat zij veel bezoekers tegelijkertijd kunnen verwerken. Al-Qaida plaatst veel van haar anti-amerikaanse materiaal op Amerikaanse servers.
Al Faruq
Een andere site die directe banden heeft met Al-Qaida is Al Faruq (Hij die Waarheid van Leugen Onderscheid). Al Faruq is geografisch en organisationeel wat moeilijker te plaatsen dan Al Neda, maar het staat waarschijnlijk dichter bij de in Afghanistan opererende elementen van Al-Qaida. Al Faruq concentreert zich in de berichtgeving op Irak, Saoedi-Arabië en Afghanistan. Wie zich op de site aanmeldt ontvangt een e-mail met een link naar nieuwe adressen van jihid-sites. Meestal gaat het om dezelfde sites met een nieuwe opmaak.
The Voice of Jihad: ideologische zaken |
|---|
Al-Qaida geeft twee, elkaar aanvullende online tijdschriften uit: Sawt al-Jihad (The Voice of Jihad) dat zich op ideologische zaken richt, en Muaskar Al Battar (Kamp Al Battar) dat zich op militaire zaken concentreert. Een kleine bloemlezing uit de The Voice of Jihad.
Muaskar Al Battar: Militaire zaken |
|---|
Zwaard van de profeten
De ideologen van Al-Qaida besloten in de herfst van 2003 om hun trainingsactiviteiten tot het internet uit te breiden met de lancering van een maandelijks tijdschrift Al-Battar.
Al-Battar betekent “zwaard van de profeten”. Het zwaard van de profeten is een antieke relikwie waarvan gezegd wordt dat het van de bijbelse koning David was, en gebruikt werd om het hoofd van Goliath af te hakken, en later als buit veroverd werd in de strijd door de profeet Mohammed. In de islamitische traditie wordt beweerd dat dit zwaard gebruikt zal worden door Jezus als hij terugkeert op aard om Dajjal, de islamitische antichrist te verslaan. Het zwaard bevindt zich tegenwoordig in het Topkapi Museum in Istanbul. In het Arabisch zijn de namen ingekerfd van de profeten die door de islam worden gewaardeerd: David, Salomo, Mozes, Aaron, Joshua, Zacharias, Johannes, Jezus, en Mohammed.
Muaskar Al Battar (Kamp Al-Battar) is een tweewekelijks online tijdschrift dat gepubliceerd wordt door het militaire comité van de moedjahedien in het Arabische schiereiland. “Al-Battar” is een alias van Sjeik Yousef Al-Ayyiri, een voormalig Al-Qaida leider in Saoedi-Arabië en Osama bin Laden’s persoonlijke lijfwacht die op 3 juni 2003 gedood werd in een confrontatie met Saoedische veiligheidskrachten. Het tijdschrift concentreert zich op militaire zaken en is bedoeld als aanvulling op “The Voice of Jihad” (Sawt al-Jihad), het andere online tijdschrift dat door Al-Qaida in Saoedi-Arabië wordt gepubliceerd en dat zich op ideologie concentreert.
De publicatie van Al-Battar toont aan dat Al-Qaida de anonimiteit en het globale bereik van internet gebruikt om zowel nieuwe rekruten te bereiken als om berichten te sturen naar slapende cellen. Het tijdschrift wordt in het Arabisch gepubliceerd en is duidelijk bedoeld voor Arabische moslimjongeren die bereid zijn om de gelederen van de militanten te versterken.
|
|
Bloemlezing
Net als bij Al Neda volgt hier een kleine bloemlezing uit de bijdragen die in Al Battar zijn gepubliceerd. Daaruit wordt duidelijk hoe serieus dit terroristische internetmagazine genomen moet worden.
Issue 1: Militarisering van de jeugd
Al in het eerste nummer van het tijdschrift wordt het gemak van het virtuele programma benadrukt. “Oh heilige strijder, om deel te nemen aan de grote trainingskampen hoef je niet naar andere landen te reizen. Alleen, in je eigen huis of met een groep broeders, kan je beginnen het trainingsprogramma uit te voeren. Je kunt allemaal deelnemen aan het Al-Battar Trainingskamp.” Dit is een grote vooruitgang in vergelijking met de situatie toen Al-Qaida nog een vaste voet aan de fysieke grond in Afghanistan had.
De mission statement of Al Battar is duidelijk: “Voorbereiding [op jihad] is een persoonlijk gebod dat voor elke moslim geld, ook al is de jihad een gebod dat [alleen] geld voor alle moslims als gemeenschap, en des te meer in deze tijd, waar [jihad] een gebod is geworden dat voor elke moslim persoonlijk van toepassing is met het doel om zich te verzetten tegen de agressieve vijand die het moslimland is binnengevallen.” Het basisidee is om militaire cultuur te verspreiden onder de jeugd. Voor alle moslimbroeders worden er fundamentele lessen gegeven in het kader van een militair trainingsprogramma, dat begint met sporttraining, via oefening met diverse lichte wapens en guerrilla groepsacties in de steden en bergen, en belangrijke punten in veiligheid en inlichtingen.
Het tijdschrift bevat lang artikel van Al-Baraa Al-Qahtani over het Kalashnikov geweer. Het artikel met aanbevelingen voor fysieke fitheid en trainingsschema’s en oefeningen werd geschreven door Sjeik Yousef Al-Ayyiri. Hij was de emir van diverse geheime terroristische trainingskampen in Saoedi-Arabië en hij was de webmaster van al-Neda, het voormalige hoofdkwartier voor Al-Qaida op het internet. “Hij was het eerste lid van een nieuwe generatie van zeer gevaarlijke en competente cyberterroristen” [Kohlmann].
Andere medewerkers aan het blad zijn Saif al Adel, het hoofd van de veiligheidsdienst van Al-Qaida en Abdel Aziz al-Muqrin, de nr. 1 verdachte van de Saoedische terroristenlijst, die ingaat op guerrilla oorlogsvoering. Al-Muqrin werd in juni 2004 door de Saoedische veiligheidspolitie gedood.
|
Al-Muqrin werd geboren en groeide op in de Al-Suwaydi wijk van Riad. Hij maakte zijn middelbare school niet af en trouwde op 19-jarige leeftijd. Hij kreeg een dochter, maar verliet zijn vrouw.
In Somalië wordt hij gearresteerd en gevangen gezet tot hij naar Saoedi-Arabië werd gedeporteerd. Een religieus hof veroordeelt hem tot 4 jaar gevangenisstraf. In de gevangenis leert hij de Koran uit zijn hoofd. Voor deze prestatie halveert de Minister van Binnenlandse Zaken zijn straf. In 2001 wordt hij vrijgelaten. Nadat hij twee maanden bij zijn ouders heeft gewoond vertrekt hij in het geheim naar Jemen en komt via diverse andere landen aan in Afghanistan. Een paar dagen na de gebeurtenissen van de 11e september 2001. Volgens eigen zeggen nam hij deel aan de laatste gevechten tegen de Amerikaanse strijdkrachten die in 2001 het land binnenvielen. Verdreven uit Afghanistan keert hij terug naar Saoedi-Arabië. Daar bezoekt hij zijn familie in de Al-suwaydi wijk in Riad. Maar hij wijdt zich vooral aan het trainen van Al-Qaida rekruten. Die trainingen worden gegeven in geheime kampen. Op 28 april 2004 werden door een autobom bij het Verkeersdirectoraat in Riad 5 mensen gedood en bijna 150 anderen gewond. Op 28 april geeft al-Muqrin een verklaring uit die via internet wordt verspreid. Hij ontkent dat Al-Qaida achter de zelfmoordaanslag in Riad zit, maar juicht de afstraffing van het Saoedisch regime zeer toe. Hij waarschuwt dat de terroristische groepen van plan zijn om stevige aanslagen te plegen op joodse, Amerikaanse en Westerse belangen in het Midden-Oosten.
Het bleef niet bij deze woorden. Vanaf mei 2004 gebruikten de terroristen een andere tactiek. Hun aanslagen richten zich direct tegen vitale economische en overheidsbelangen. Daarmee wordt een drieledig doel nagestreefd: het ondermijnen van de macht van het Saoedisch koningrijk, het afschrikken van arbeiders uit het Westen, en het aanvallen van de wereldeconomie door het opdrijven van de olieprijzen. Er worden door heel Saoedi-Arabië heen Westerse werknemers gedood, petrochemische installaties vernietigd, en strijd gevoerd met veiligheidskrachten. Al-Qaida vraagt de moslims in Saoedi-Arabië om afstand te houden van Amerikanen en andere Westerlingen om te voorkomen dat zij slachtoffer zullen worden in de beloofde aanslagen. De Amerikaanse overheid raadt particuliere Amerikaanse burgers sterk aan het land te verlaten. Op 18 juni 2004 vermoorden Al-Qaida terroristen de Amerikaanse gijzelaar Paul Johnson, een specialist op het gebied van de Apache gevechtshelikopters die voor Lockheed Martin werkte. Bij de groots opgezette speurtocht naar de kidnappers van Paul Johnson bestormen Saoedische veiligheidstroepen een wijk in het centrum van Riad. Tijdens deze aanval zou al-Muqrin (samen met de broers Faisal en Bandar al Dakheel) zijn gedood. Volgens de Arabische televisiezender al-Arabiya werden Murin en zijn kompanen gedood toen zij probeerden zich te ontdoen van het lijk van de onthoofde Paul Johnson. Voor de moord op Johnson lieten zijn gijzelnemers een video circuleren waarin hij geblinddoekt werd ten toon gesteld. Een in het zwart geklede, gemaskerde militant met een Kalashnikov geweer zegt dat hij gedood zal worden tenzij alle strijders die in Saudi-Arabië gevangen worden gehouden binnen 72 uur worden vrijgelaten. Hij verdedigt de ontvoering met het argument dat geweervuur van vliegtuigen die door Johnson’s baas gemaakt zijn verantwoordelijk zijn voor het vermoorden van moslims in Afghanistan en Palestina. “God heeft een groep van moedjahedien op pad gestuurd die zonder angst voor God vechten. God heeft moedjahedien op jullie afgestuurd die houden van de dood en verlangen naar martelaarschap, net zoals jullie van het leven houden” De video vormde onderdeel van een serie dramatische beelden en boodschappen die door islamistische militanten via internet werden verspreid. |
Issue 7: Plannen voor moord in de steden: ideologische, economische en menselijke doelwitten
Het thema van dit maart 2004 nummer is toegespitst op het kiezen van doelen binnen steden, zoals economische en diplomatieke doelwitten. Er wordt een rangordening gepresenteerd van menselijke doelen, waarbij de Amerikanen bovenaan staan. Binnen de steden worden ideologische, economische en persoonlijke doelwitten aangewezen.
Uitvoerig wordt ingegaan op de veiligste manier om te communiceren met andere cellen die bij een actie in de stad betrokken zijn. Aanbevolen wordt om gebruik te maken van de ‘dead box’. De leiders van deze cellen ontvangen instructies van het ‘High Command’ via de ‘dead box’, of via een indirecte methode van communicatie; en het ‘Field Command’ stuurt eveneens via dead boxes instructies naar de andere groepen. Netjes wordt uitgelegd wat een dead box is: een manier van indirecte communicatie tussen de partijen. Een dead box is een plaats waar allerlei soort materiaal kan worden achtergelaten (inlichtingenrapporten, wapens, uitrusting enz.) die door iemand anders kunnen worden meegenomen zonder dat die twee partijen direct met elkaar in contact komen. Een dead box moet zodanig zijn ingericht dat er door beide partijen gemakkelijk dingen ingestopt en uitgehaald kunnen worden. Beide partijen moeten de box regelmatig kunnen bezoeken zonder dat dit argwaan wekt. Zij moet gemakkelijk te identificeren zijn, snel toegankelijk, goed beschermd tegen de elementen, en moeilijk voor de vijand om te observeren. Zij is daarom bij voorkeur gelokaliseerd in openbare ruimtes die door veel mensen worden bezocht, zoals parken, musea, moskeeën, restaurants, ziekenhuizen en recreatieruimtes [bron].
|
|
Issue 8: Plannen voor moord
Het thema van issue 8 [14.4.04] is “Al Qaeda Maps Plans for Assassinations form Camp al Battar”. Er worden operationele richtlijnen gegeven voor automatische wapens, fysieke fitheidprogramma’s, richtlijnen voor moord, propagandatechnieken en andere gidsen voor terroristen. Het is een representatief voorbeeld van de manier waarop terroristen het internet gebruiken om hun ideeën te verspreiden. Het artikel is geschreven voor Abu Hajir Abdul Aziz Al Muqrim (alias Abu Hajer), leider van Al-Qaida in Saoedi-Arabië (hij was de opvolger van Yussuf Al-Ayyiri). Op 18 juni 2004 werd hij gedood door Saoedische veiligheidstroepen, nadat hij Paul Johnson had vermoord. Al Moqrim geeft een gedetailleerde handleiding voor het plannen en uitvoeren van moorden en ontvoeringen. Hij benadrukt dat een moordaanslag de meeste kans van slagen heeft als deze worden uitgevoerd op een tijdstip dat het doelwit het meest kwetsbaar is. Verschillende methoden van moord worden besproken: geweren en pistolen, explosieven, giffen en messen.
Issue 10: Kidnapping
Bevat militaire instructies bijvoorbeeld over de werking van het PK machinegeweer, fysieke trainingsinstructies en de manier om water veilig te stellen. De hoofdaandacht gaat echter uit naar de manier waarop men kidnapping operaties moet uitvoeren. Diverse typen van ontvoering worden besproken, inclusief geheime en publieke ontvoeringen. Er wordt uitvoerig ingegaan op
Issue 13: Godslasteraars en onderdrukkers
In nr. 13 schrijft Sjeik Amer Bin Abdullah Al Amer een waarschuwing voor moslims tegen het benaderen van godslasteraars en onderdrukkers. Er word een enkelvoudig moreel schema gepresenteerd: het is goed tegen kwaad, de gelovigen tegenover de hypocrieten en perversen. Deze mythologie wordt zo simplistisch geïnterpreteerd dat er uiteindelijk alleen zwart (=slecht) tegenover wit (=goed) staat. Mohammed staat uiteraard (net als Jezus) aan de kant van de barmhartigen der aarde, en zijn aanhangers behoren tot het uitverkoren volk van de gelukzaligen die aangeraakt zijn van de door de profeet gemedieerde woorden God zelf. Aan zijn wetten en geboden valt niet te tornen. Het hele maatschappelijke leven wordt teruggebracht tot één alleszaligmakende controverse tussen de gelovigen en de godslasteraars, tussen degenen die God volgen en zijn vijanden. Wie in andere ficties gelooft (zoals Christus, Brahma of ET) of wie nuchter of sceptisch blijft over niet door ervaringen gestaafde opvattingen, die raakt niet overtuigd van ‘de grote waarheid’. Juist daarom worden zij door islamistische bewegingen bestreden.
Het gebod van de sahria is om elk contact met de ongelovigen en godslasteraars te vermijden. Men moet ze niet opzoeken, naast hun gaan zitten of hun handelingen goedkeuren. Men moet als gelovige de godslasteraars en anders-gelovigen op afstand houden en niet met hen in een onderhandelingssituatie treden. Alleen dan is de veiligheid van je eigen wereld en van je geloof gegarandeerd.
In de puriteinse moraal van de totalitaire islamisten zijn er meerdere redenen om zich van de anders- en ongelovigen te distantiëren. Er is het gevaar dat je besmet wordt met anders- of ongelovige culturen. Om zo’n besmetting te voorkomen is het beter om je van deze ongelovigen af te scheiden. Deze scheiding zal hen echter furieus maken.
Al-Qaida heeft al een oproep laten circuleren waarin bedrijven gewaarschuwd worden omdat zij door ‘godslasteraars’ worden beheerd. Daarbij hebben zij nogal traditioneel vooral de vliegtuig- en oliemaatschappijen op het oog.
In het islamistisch geïnspireerde terrorisme klinkt de stem van de machteloosheid op indrukwekkende wijze door. Alle wereldmachten der aarde, u en ik, worden als verdorven ongelovigen de wacht aangezegd. De gemeenschap der gelovigen wordt voorgehouden dat zij zich niet moeten mengen met de anders- of ongelovigen.
Wie in een andere god gelooft, of ?god verhoede het? zonder geloof is zal moeten boeten voor zijn zonde. De ware moslim moet zich wapenen tegen de verleidingen van de godslasteraars. Om te beginnen moeten de godslasterlijke bedrijven in het Arabisch schiereiland worden uitgebannen.
In hetzelfde nummer staat een zeer praktisch artikel over RPG-7, de raketgedreven granaat. Nuttige adviezen voor het afschieten van granaten: staand, knielend, liggend, vanuit een schuilplaats, van achter bomen of van hoeken van gebouwen.
Europa verandert. Zij veranderd door een interne ontwikkelingsdynamiek maar ook door invloeden van buitenaf. wordt getransformeerd door immigratie, en meer in het bijzonder door de immigratie van moslims. Bijna 20 miljoen mensen in de Europese Unie noemen zichzelf moslims. Zij zijn disproportioneel jong, mannelijk en zonder werk. De samenlevingen die zij verlaten hebben zijn typisch arm, religieus. conservatief, cultureel intolerant en politiek dictatoriaal. De maatschappijen waarin zij terecht komen zijn economisch rijk, cultureel seculier, moreel vrijzinnig, en politiek vrij. Voor sommigen is dit deze uitwisseling een stimulans, voor anderen is het een gevangenis van vervreemding [bron].
Issue 17 : Pistolen en de stadsterreur
Dit nummer is gericht op het gebruik van pistolen. “The session explains the types of pistols, their mechanical systems, the shooting positions, and other useful information. It is extremely important for wars inside the cities” [bron].
Issue 18 : Prikkelende communicatie en nog meer pistolen
Dit nummer van september 2004 demonstreert het prikkelende effect van communicaties van het leiderschap van Al-Qaida op de beweging. Laaiend enthousiaste reacties op de audiotape van Ayman Al-Zwahriri alom. Dit wordt opgevat als een slag in het gezicht van de leugenachtige Amerikanen.
Verder wordt de uiteenzetting over het gebruik van pistolen (als training voor aanslagen) voortgezet. Deze keer wordt het 9x18mm “MAKAROV” pistool besproken, inclusief illustraties en gedetailleerde informatie over het gewicht, reikwijdte, onderdelen, werking, laden en ontladen, schoonmaken en onderhoud, de karakteristieke nadelen van automatische pistolen etc. Er wordt aanvullende training aangeboden in overleving en de planning van speciale operaties. Tevens wordt er een serie geopend over topografie, het wordt geïntroduceerd als een wetenschap die erg belangrijk is als wapentuig voor de jihadstrijder [bron].
Issue 19 : Ummah versus kruisvaarders
De trouwe lezers worden eraan herinnerd wat het doel van deze handleiding is: “de training en militaire vorming van de Ummah voor de confrontatie met de kruisvaarderscampagne die zijn hoektanden heeft verloren, te beginnen met de invasie van moslimlanden”. Het nummer bevat een bespreking van een islamitische handleiding waarin moslims te wapen worden geroepen. Het bevat ook een tweede artikel in een serie over topografie als een militaire wetenschap, en een derde trainingssessie over pistolen, dit keer geconcentreerd op de Magnum revolver. In de veiligheids- en inlichtingensectie worden gedetailleerde instructies gegeven over de manier waarop men veilige plannen kan maken voor individuele missies en voor bijeenkomsten die gerelateerd zijn aan operationele planning [bron].
Issue 20 : Schieten en inlichtingen verwerven
Dit nummer (oktober 2004) bevat een oproep om in de gezegende maand van de Ramadan een eminente daad van de jihad te stellen. “Lions of Islam! Make it a new turning point for victory, glory, and power”. De wapensectie richt zich op schietposities met een pistool. De sectie militaire wetenschap gaat verder met training in topografie. In de sectie voor veiligheid en inlichtingen gaat over het opzetten van een inlichtingen netwerk [bron].
Global Islamic Media Front (GIMF) |
|---|
Op 21 september 2005 lanceerde Al-Qaida haar eigen tv-journaal op het internet via het Global Islamic Media Front (GIMF). De eerste video die werd vertoond had als titel Sawt al-Khilafa, De stem van het Kalifaat en duurde 15 minuten. Het nieuws wordt gepresenteerd door een gemaskerde nieuwslezer. Op zijn bureau ligt een Koran, daarnaast staat een machinegeweer [Ulph 2005a]. De jihadisten kregen eindelijk een orgaan waarmee zij hun succesboodschap over de hele wereld konden verspreiden. Het tv-journaal laat zien hoe geavanceerd Al-Qaida en andere jihadistische groepen zijn bij het gebruik van het internet. “De terroristen zijn nu filmproducenten en regisseurs geworden, en videocamera’s zijn hun krachtigste wapen geworden”, merkte een Britse expert in terrorismegroepen, Jason Burke, op [Trabelsi 2005].
|
Internet is een cruciaal instrument van de jihad. “Dit is het internet dat Allah in dienst heeft genomen om de jihad en de mujahedin te dienen, dat gekomen is om jullie belangen te dienen aangezien de helft van de strijd van de mujahedin op internetpagina’s wordt uitgevochten het enige kanaal voor mujahedin-media” [Ulph 2005c]. |
Via het GIMF worden met grote regelmaat honderden documenten verspreid over islamitische websites. Een belangrijk deel daarvan is foto- en videomateriaal over de militaire operaties in Irak, Saoedi-Arabië en Afghanistan. De heldendaden van de mujahedeen worden verheerlijkt, hun tegenstanders worden gedemoniseerd - bloedige beelden van terroristische aanslagen vormen het bewijs.
Het GIMF fungeert tevens als platform voor alle moslims die zich willen inzetten voor de heilige oorlog. In de vijfde uitzending van De stem van het kalifaat [20.11.05] bevat een interview met het hoofd van de voorlichtingsdienst, Sayf al-Din al-Kinani. Hij legt uit wat het doel is van de mediacampagne: “het galvaniseren van het gevecht tegen de vijand”. Internet wordt daarbij vooral gezien als een nieuwe rekruteringsmethodiek. Bezoekers van jihadistische webfora worden opgeroepen om hun diensten aan te bieden. Daarbij was opvallend dat hij zich afzet tegen mensen die zeggen dat GIMF en De stem van het kalifaat met Al-Qaida gelieerd zijn. Op die manier probeert hij het GIMF buiten het bekende vijandbeeld van Al-Qaida te houden. Maar hij wil vooral benadrukken dat er inmiddels een hele nieuwe generatie van jihadstrijders is ontstaan: “een generatie met dezelfe meedogenloosheid die je in Al-Qaida aantreft. Zij zijn verspreid over heel Irak en de andere bezette landen.” Dankzij het internet is de jihad een wereldwijd fenomeen geworden van het ‘ontwaken’ van de moslim-jeugd. Dit ontwakingsproces moet ondersteund worden door goede propaganda door onafhankelijke media. Kortom: de internationalisering van de jihad vereist een zelfstandige koepelorganisatie van de islamitische natie, ontworpen voor de zonen van de mujahedin . Het primaire doel van de media-arm van de jihad is het bestrijden van “de dominantie van de zionistisch Amerikaanse media”. Maar daarop volgt een fase waarin het volledige potentieel kan worden ingezet. “De dag zal komen wanneer alles wat niet iets bijdraagt aan de Natie, het Geloof en de Broeders, uitgedreven zal worden” [Ulph 2005b].
Begin februari 2006 publiceerde Sayf al-Din al-Kinani het essay: “The Fearful Strike - Williams and his brothers are moving against America on the orders of bin Laden.” Daarin wordt de loftrompet uitgestoken over de rol van “de westerse moslim die door Al-Qaida wordt gerekruteerd” (hij noemt deze figuur Rakan ben Williams). Zij moeten zich niet laten misleiden door het gebrek aan beslissende resultaten in Irak, het schijnbare zelfvertrouwen van de Amerikanen of het schijnbare gebrek aan eenheid onder de leiders van de jihad. De jihad in Irak is volgens al-Kinani geen mislukking omdat het nooit meer was dan een oefening en trainingsgrond voor het gevecht in de Verenigde Staten. De voorhoede van de internationale jihadisten voert dus een consistent plan uit [Ulph 2006a].
Al-Ekhlaas |
|---|
Verbindingspunt en coördinatiecentrum
Een van de meest populaire en invloedrijke jihadistische webfora is Al-Ekhlaas.net. Net als Al Hesbah, Firdaw en Boraq is het onderdeel van het Global Islamitic Media Front (GIMF). Al-Ekhlaas telde in maart 2007 al bijna 18.000 geregistreerde leden. Drie maanden later waren het er al meer dan 25.000. Het webforum opereert onder verschillende domeinnamen (ekhlaas.net; ekhlaas.org; alekhlaas.info; alekhlaas.org; aeklaas.net; aekhlaas.com; ekhlaas.ws.; ek-is,org) en wordt op meerdere servers gehost (nu vooral door Piradius Net in Maleisië en de Interserver, INC. in de VS).
Voor jihadisten in de hele wereld fungeert Al-Ekhlaas als primaire bron van informatie, propaganda en training. Het webforum heeft een sterke relatie met Al-Qaida in Saoedi-Arabië. Het werd in 2003 opgericht door Walid bin Muhammad Al-Sama’ani, een lid van Al-Qaida in Saoedi-Arabië. Walid beperkte zijn activiteiten niet tot de virtuele wereld. In april 2005 werd hij samen met 14 andere strijders gedood tijdens een vuurgevecht met de veiligheidsdienst van Saoedi-Arabië. Maar zijn dood betekende allerminst dat de groei van het webforum tot staan werd gebracht.
|
|
Op 5 juni 2007 kondigde de minister van binnenlandse zaken van Saoedi-Arabië de arrestatie aan van drie personen die ervan verdacht werden Al-Qaida in Saoedi-Arabië via het internet te steunen. Door hun werk op prominente jihadistische internetfora boden zij steun aan Al Qa'ida in Saoedi-Arabië en aan de jihadistische beweging. Zij werden ook specifiek aangeklaagd voor het faciliteren van de coördinatie van aanslagen via cyberspace. Dit laat nogmaals zien hoe vitaal het internet is voor de jihadistische beweging in termen van rekrutering, verspreiding van propaganda, fondsenwerving en het initiëren van aanslagen. De drie Saoedische jihadisten maakten gebruik van het Ekhlaas forum om hun activiteiten te coördineren. Zij wisselen daar informaties en opinies uit over operationele en ideologische thema’s. Op Al-Ekhlaas worden communiqués en video’s geplaatst van terroristische organisaties, zoals de met Al Qa'ida Irak gelieerde ‘Islamic State of Iraq’ en Al-Qaida in de islamitische Maghreb.
Blik op de wereld
Al-Ekhlaas houdt de internationale ontwikkeling goed in de gaten. Zij oriënteert zich daarbij niet alleen op de grote brandhaarden in Irak, Afghanistan en in de islamitische landen, maar ook en steeds nadrukkelijker ook op ontwikkelingen in Westerse landen. Een kleine bloemlezing kan dit illustreren.
![]() All praise is for Allah, who didn’t create the Creation for nothing. |
|---|
![]() Eenzame jihadistische wolf |
|---|
|
|
Functies van internet |
|---|
Al-Qaida houdt van het internet. Het werd voor terroristen het favoriete communicatiemiddel om dezelfde redenen als het bij de meeste mensen populair is: het is snel, goedkoop en gemakkelijk toegankelijk. Het internet geeft de jihad een publiek gezicht. Bijkomend voordeel voor terroristen is dat men op internet anoniem kan opereren. Toen internet opkwam werd het gevierd als een integrator van culturen en als een medium waarmee men met elkaar kan communiceren. Die democratische en vreedzame belofte heeft internet nog steeds, maar het is ook gebleken dat het in bepaalde opzichten een digitale bedreiging is. Het gebruik van internet door Al-Qaida is daarvan slechts één dramatisch voorbeeld. Internet heeft een virtueel slagveld of arena geschapen waarop nationale staten en terroristische bewegingen elkaar bestrijden.
Voor Al-Qaida en voor terroristische organisaties in het algemeen kan internet een groot aantal functies verrichten.
Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van hen die ongelovig zijn schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” [Koran 8:12].
Overheden kunnen het internet niet in dezelfde mate controleren als zij de traditionele media kunnen controleren. Voor terroristen dient internet als een gigantische megafoon: het is een krant, radio en tv tegelijk. Daarmee kunnen zij ongecensureerde en ongefilterde informatie en visies op wereldschaal verspreiden. Het web geeft de gebruiker volledige controle over inhoud en elimineert publicitaire afhankelijk van journalisten. Websites, chatruimtes, nieuwsgroepen en discussiefora zijn grotendeels ongecontroleerd en iedereen kan daarin onder zelfgekozen schuilnaam participeren.
Internet stelt ook groepen die over weinig bronnen beschikken in staat om zelfs tegenover de gigantische propagandamachines in westerse landen een tegenwicht te bieden. Internet stelt groepen die heersende machten willen aanvallen in staat om hun boodschap te openbaren voor het grootst mogelijke publiek. Onvrede en klachten kunnen worden gearticuleerd, de oorzaken benoemd, de vijanden aangewezen, en de aanvalsroute bepaald.
Voor islamistisch terroristen waren de aanslagen op westerse doelwitten belangrijk, maar het belangrijkste doel was het mobiliseren van de publieke opinie en het verwerven van gezag onder de moslims. Al-Qaida gebruikt internet om de harten en gedachten van de islamitische wereld te veroveren.
Het gebruik van internet als propagandamiddel is slechts het topje van de ijsberg. Terroristen gebruiken internet als een wapen in de psychologische oorlogsvoering, voor het werven van fondsen, het aanzetten tot gewelddadige acties, het rekruteren van nieuwe kaders en als virtueel trainingskamp. Zij gebruiken internet ook om aanslagen te plannen en coördineren.
|
Time magazine publiceerde een artikel Inside the Mind of an Iraqi Suicide Bomber [4.6.05] waarin Marwan Abu Ubeida uit Fallujah aan het woord komt. Hij is in een trainingskamp opgeleid voor een zelfmoordmissie in Irak.
|
Interne communicatie, socialisatie en disciplinering
Internet wordt gebruikt voor de interne communicatie in terroristische netwerken. Communicatie is het cement van elk gedistribueerd terroristisch netwerk. Via internet is het relatief gemakkelijk om heimelijk informatie uit te wisselen en om anoniem met elkaar te communiceren. Het in de meeste grondwetten verankerde recht op vrijheid van meningsuiting is strijdig met het afluisteren van onschuldige burgers. Van deze speelruimte maken terroristen gebruik om hun wereld-, maatschappij- en mensvisie te verspreiden en om met elkaar in onbespiede vrijheid te converseren over de noodzaak en zegeningen van de gewelddadige jihad.
Terroristen maken gebruik van instrumenten waarmee men op internet anonimiteit kan beschermen en de eigen identiteit kan verbergen. Terroristen dragen geen herkenbare uniformen of andere onderscheidingstekens. De essentie van hun operaties is gebaseerd op het verbergen van hun identiteiten. Om de inhoud van communicaties te verheimelijken wordt gebruik gemaakt van diverse vormen van encryptie die moeilijk te breken zijn. Berichten kunnen verborgen worden op pagina’s in sites die nergens mee verbonden zijn, maar zij kunnen ook openlijk in chatruimtes worden geplaatst.
Terroristische websites worden gebruikt om solidariteit (broederschap, kameraadschap) tussen groepen te creëren. Interne cohesie draait om het gevoel dat je iemand bent omdat je ergens bij hoort, bij mensen die je ondersteunen. De versterking van de interne cohesie gaat gepaard met een disciplinering van dissidente krachten. Al-Qaida gebruikt internet niet alleen om te polemiseren met Westerse media, maar ook om moslims te disciplineren die de juiste lijn niet volgen. Zij verdedigt haar oorlog tegen het Westen en moedigt geweld aan. Voor Al-Qaida is internet belangrijk omdat het gebruikt kan worden om mensen kwaad te maken en gematigde opinies te neutraliseren.
Internet is voor Al-Qaida een instrument en platform van zelforganisatie voor een wereldwijde islamistische beweging. Al-Qaida zelf is een los netwerk van verbindingen waarvan het intern functioneren niet makkelijk te begrijpen is. Zij bestaat uit cellen en netwerken die over de hele wereld verspreid zijn en die telkens hun vorm wijzigen. Hoewel Al-Qaida en haar bondgenoten aanvankelijk op een tamelijk laag technologisch niveau opereerden, worden er al enige jaren mensen gerekruteerd die technologisch goed geschoold zijn [zie: CyberTerrorisme].
|
|
Internet kan gebruikt worden om desinformatie, doodsdreigingen of vreselijke beelden van recente aanslagen te verspreiden. Het bekendste voorbeeld van dit laatste zijn de onthoofdingvideo’s uit Irak. Voor Al-Qaida is internet een medium om angst te zaaien. Al-Qaida combineert multimedia propaganda en geavanceerde technologieën om een erg verfijnde vorm van psychologische oorlogsvoering te realiseren [Weimann 2004].
|
Door deze grote afhankelijkheid van informatietechnologie is de samenleving kwetsbaarder geworden. Het openbare en particuliere leven kunnen in sterke mate worden ontregeld door terroristen die in staat zijn informatietechnologie voor hun gewelddadige doeleinden te misbruiken. Terroristen gebruiken de informatietechnologie om hun traditionele activiteit te ondersteunen, of als een nieuw aantrekkelijk doel waartegen zij hun aanslagen kunnen richten. |
Informatie over zwakke plekken in de netwerkarchitectuur of lekken in veiligheidsprotocollen is met enig zoeken op internet toch snel te vinden. Nog eenvoudiger is om beeldmateriaal te verwerven over potentiële doelen, zoals kaarten, diagrammen en andere cruciale informatie over belangrijke voorzieningen of netwerken. Al-Qaida en andere terroristische groepen zijn erg geïnteresseerd in gedetailleerde informatie over betalingsverkeer, luchtverkeer, structuren van dammen, dijken en bruggen, kerncentrales, enzovoort. In een trainingshandboek van Al-Qaida dat in Afghanistan werd gevonden stond: “Met behulp van openbare bronnen en zonder gebruik van illegale middelen is het mogelijk om minstens 80 procent van alle vereiste informatie over de vijand te verwerven.”
Internet wordt ook gebruikt om de training voor islamitische strijders te organiseren. In How Can I Train Myself for Jihad wordt voor de militaire en fysieke training gebruik gemaakt van online medische handboeken van het leger.
Fondsenwerving
Internet kan bijdragen om voor een arme groep fondsen te werven. Al-Qaida gebruikt islamitische humanitaire ‘liefdadigheidsinstellingen’ om geld te verwerven voor de jihad tegen vermeende vijanden van de islam. Op hun sites wordt opgeroepen tot een terugkeer naar een islamitisch kalifaat. Maar er wordt beweerd dat dit met vreedzame middelen moet gebeuren. De bezoekers van de sites worden opgeroepen om hen daarbij financieel te ondersteunen. Het internet wordt gebruikt om rekeningnummers van banken te publiceren waar sympathisanten geld kunnen storten. Er zijn nog andere manieren om via het internet geld te verwerven: creditcard fraude. Veel islamistisch terroristische groepen in Europa en Noord-Afrika worden gefinancierd via dergelijke criminele activiteiten. Voor Al-Qaida fungeert internet als instrument van fondsenwerving.
Rekrutering
Internet is ook een instrument voor rekrutering. Individuen die sympathie hebben voor de zaak kunnen door de beelden en berichten van terroristische organisatie overtuigd worden. De digitale video’s hebben hier nog een schepje bovenop gedaan. Door de nettoegang tot dergelijke producten ontstaan er contactpunten voor mannen en vrouwen die zich voor de zaak willen inzetten. Terroristische organisaties verzamelen informatie over mensen die hun websites bezoeken. Met mensen die het meest geïnteresseerd zijn in de jihad wordt vervolgens contact opgenomen. Rekruteerders zoeken ook naar nieuwe kaders in webfora, chatruimtes en cybercafés. Tegelijkertijd wordt internet gebruikt door ‘would-be’ terroristen om zichzelf aan te melden bij Al-Qaida. Potentiële rekruten worden bediend met een overvloed aan religieuze decreten, anti-westerse propaganda en handboeken waarin men kan leren om terrorist te zijn. Zij worden door een doolhof van geheime chatruimtes geleid, waar zij uiteindelijk specifieke instructies krijgen over operationele kwesties: hoe kom ik in Irak? welk trainingskamp kan ik bezoeken?
|
Trainingskamp
Al-Qaida gebruikt internet als virtueel trainingskamp. Een aspirant terrorist hoeft niet meer af te reizen naar een moeilijk bereikbaar trainingskamp in Afghanistan of de Oekraïne. De Al-Qaida gerelateerde sites bieden bezoekers de mogelijkheid om een doe-het-zelf cursus voor terroristen te volgen. Daarbij worden handboeken gebruikt die vol staan met strategische, tactische en operationele informatie. Naast een massieve online bibliotheek met trainingsmateriaal worden sommige cursussen ondersteund door experts die vragen beantwoorden in chatrooms en discussiefora. De kwalificatie van moderne terroristen voltrekt zich in steeds sterkere mate ‘op afstand’, dat wil zeggen in gespecialiseerde online leergemeenschappen. In het online tijdschrift Al Battar worden potentiële rekruten opgeroepen om het internet te gebruiken: “Oh mujahedin broeder, om deel te nemen aan de grote trainingskampen hoef je niet naar andere landen te reizen. Alleen, in je eigen huis of met een groep van je broeders, kan ook jij beginnen om het trainingsprogramma te volgen.”
In 2003 werden in het door Al-Qaida uitgegeven Al-Faroq aanzetten gegeven voor een “Al-Qaida Universiteit voor Jihad Wetenschappen” op het internet. De nieuwe universiteit zou niet alleen instellingen voor ‘elektronische jihad’ omvatten, maar ook praktische oefening in wapens, autobommen en het gebruik van ammunitie. Daarnaast zouden er specialisaties worden ontwikkeld in ‘elektronische jihad’ en ‘mediajihad’. De naam van de universiteit, ‘Al Jihad’, geeft aan op welke grondslag er ‘wetenschap’ bedreven zal worden: “de term Jihad betekent terrorisme, en bij Allah zijn we trots om terroristen te zijn”. Niet alleen de filosofie maar ook de rekruteringswijze van deze virtuele universiteit zijn nogal bijzonder: alleen de zeloten onder de zonen van de islam worden geaccepteerd. Het bestuur van de universiteit bestaat uit jihadstrijders onder leiding van Osama bin Laden [bron].
Er is een ‘open universiteit voor de jihad’ ontstaan. Het publiek bestaat vooral uit jongeren in de Arabische wereld. Zij kunnen nu in hun eigen omgeving en tempo studeren in die grote virtuele madrassa.
Mobilisatie en actiecoördinatie
Internet kan gebruikt worden om een (al dan niet verspreide) groep te mobiliseren om tot actie over te gaan. Terroristen gebruikten internet om hun aanslagen van 9/11 voor te bereiden. Al-Qaida verzamelde inlichtingen over doelwitten en verzond duizenden geëncrypteerde berichten via het internet. Internet biedt de terroristen anonimiteit, commando- en controle-bronnen en diverse andere faciliteiten om aanvalsopties te coördineren en integreren. Internet kan gebruik worden om verborgen berichten te versturen. Dit gebeurt onder andere door steganografie, waar bij een bericht verborgen wordt in een grafisch bestand. Verborgen pagina’s of onzinnige frases kunnen gecodeerde instructies voor Al-Qaida aanhangers bevatten. Voor Al-Qaida is internet dus een relatief veilige vorm van interne communicatie, voor mobilisatie en voor actie-coördinatie.
Commando en controle is het uitoefenen van gezag en het leidinggeven van een commandant aan een deel van de strijdkrachten teneinde een opdracht uit te voeren. Bij de planning, leiding en coördinatie van acties moeten inzet van personen, uitrusting, communicatie, faciliteiten en procedures met elkaar in balans worden gebracht. Op internet wordt men daarbij niet gehinderd door geografische grenzen. De coördinatie van een aanslag of een serie aanslagen kan vanaf zeer grote en dus relatief veilige afstand plaatsvinden. Al-Qaida verspreid haar krachten en stelt ze in staat om onafhankelijk te opereren; via strategische advies, theologische argumenten en morele inspiratie wordt daaraan leiding gegeven.
|
|
De meest gevreesde cyberterroristische optie bestaat uit aanslagen op vitale informatie- en communicatiesystemen die resulteren in geweld tegen niet-militaire doelen. Internet produceert niet alleen een sfeer van hoop, maar ook een sfeer van virtuele angst. Mensen zijn bang voor dingen die onzichtbaar zijn en die zij niet goed begrijpen. De virtuele dreiging van aanslagen via computers en elektronische netwerken is een van die dingen. Die cyberangst ontstaat omdat men beseft wat een goed gecoördineerde grootschalige computeraanval teweeg zou kunnen brengen: destructie of ontregeling van vitale informatie- en communicatievoorzieningen, betalingsverkeer, luchtverkeer, elektriciteits- en watervoorziening etc.
Voor Al-Qaida is internet een goedkoop en zeer krachtig middel voor massadisruptie. De samenlevingen waartegen islamitisch-terroristen ageren, vertonen een zeer gevoelige elektronische achilleshiel. Terroristen kunnen de kwetsbaarheden van vitale infrastructuren gebruiken om te penetreren in een slecht beveiligd computernetwerk teneinde fundamentele maatschappelijke functies te ontregelen of af te sluiten.
Bij steeds meer mensen dringt het besef door dat computernetwerken kwetsbaar zijn terwijl we er steeds meer afhankelijk van worden. Kwetsbaarheid van computernetwerken betekent dus ook steeds meer risico’s voor de infrastructuren en voorzieningen waarvan we als individu, beroepsgroep, stadsbewoner, recreant én (staats)burger afhankelijk zijn.
Cyberterroristische aanslagen kunnen van veilige afstand worden geïnitieerd en strategisch gecoördineerd. Door het kraken van grote aantallen computers kunnen deze als zombies worden ingezet in een massale aanval op nauwkeurig bepaalde doelwitten zonder dat de eigenaars van deze computers daar enige weet van hebben. Het internet creëert dus afstand tussen degene die de aanslag pleegt en de doelwitten. Een land kan worden aangevallen door terroristen die aan de andere kant van de aardbol leven. De risico‘s zijn veel kleiner, vooral wanneer zij gebruik maken van gehackte zombie-sites die weer in heel andere landen staan.
De aanslagen van 11 september 2001 waren bedoeld om een massieve westerse reactie te provoceren die op haar beurt Al-Qaida’s argument zou bevestigen dat het Westen in staat van oorlog verkeerd met de islam en waardoor Westerse burgers en moslims gedwongen werden om een kant te kiezen. Europa is een van de meest kwetsbare strijdterreinen.
|
Ondanks deze onduidelijkheid lijkt er geen twijfel aan dat een direct aan Al-Qaida verbonden organisatie verantwoordelijk is voor deze aanslagen. Lewis Attiyatullah, een bekende auteur van Al-Qaida, schreef een brief aan Tony Blair waarin hij hem waarschuwt voor “an incoming huge and spectacular” gebeurtenis. Het ergste moet nog komen en het Westen zal een hoge prijs betalen voor alle misdaden die zij tegen de moslims hebben begaan [bron]. Op 9 en 16 juli verschenen er communiques van de Abu Hafs al-Masri Brigades, die al eerder de treinbommen in Londen (7 juli 2005) en Madrid (maart 2004) en de aanslagen in Istanbul (augustus 2003) opeiste. De ‘Europe Division’ van de brigades waarschuwt daarin Europese naties om binnen een maand hun troepen uit Irak terug te trekken. Als dat niet gebeurt zullen aanslagen worden gepleegd in het hart van Europa. Landen als Denemarken, Nederland, Groot-Brittannië wordt “a bloody war in the service of God” in het vooruitzicht gesteld [bron_1; bron_2]. De Britse premier Tony Blair bleef intussen volhouden dat Engeland niet kwetsbaarder voor terroristische aanslagen geworden is door de oorlog in Irak. Recht daartegenover |