| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
| Democratisch medium? |
|---|
Veel mensen geloven dat het internet een medium is met een grote democratische potentie. Dat geloof is gebaseerd op een aantal steekhoudende argumenten. Ten eerste is het een laagdrempelig medium, waarvan alle burgers gebruik kunnen maken om hun opvattingen en verlangens naar voren te brengen. Het enige wat men hiervoor nodig heeft is een computer en een internetaansluiting. Ten tweede is het een globaal medium waarmee in principe iedereen snel bereikt kan worden. Ten derde is het een interactief medium dat ons in staat stelt om online op alle denkbare manieren met elkaar te communiceren: zowel synchroon (chat, videoconferentie) als asynchroon (website, weblog, webfora enz.) kunnen we een-op-een met elkaar communiceren, maar ook een-op-velen, velen-op-een en velen-op-velen. Dat zijn welhaast ideale condities voor democratische meningsvorming.
Elke zichzelf respecterende belangengroep, politieke partij of sociale beweging manifesteert zich tegenwoordig op internet. Zij proberen daar hun doelstellingen uit te dragen, zij articuleren hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, zij agiteren tegen andere maatschappelijke of politieke groeperingen die hun opties in de weg staan, en zij gebruiken het internet om hun eigen achterban te vergroten en te mobiliseren.
Voor deelnemers aan sociale en emancipatoire bewegingen is internet een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen kunnen bespreken, ervaringen uitwisselen en informatie aan elkaar doorspelen. Door ‘globaal te communiceren’ en ‘lokaal te handelen’ kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de internetopenbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.
Het internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zo’n samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen ‘inherent democratisch medium’ waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is internet zelf ook een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren.
In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie), zoals Iran, zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet.
Repressie via internet
|
|---|
|
|
De maatregelen liegen er niet om. Een van de eerste en meest effectieve maatregelen was dat alle internetproviders goedgekeurd moeten worden door het Ministerie van Cultuur and Geleiding. Door deze strikte regulering van de internetleveranciers heeft de regering controle verworven op de toegang tot het internet. Wie zich op internet niet gedraagt of zich kritisch uitlaat over het regime kan zonder veel omhaal direct van het net worden verwijderd. Daarnaast gebruikt de overheid krachtige filters, waardoor de directe toegang tot meer dan 5 miljoen websites volledig is geblokkeerd. Iran beschikt over een van de meest effectieve filtersystemen voor websites buiten China. Het regime streeft naar het Chinese model van een internet dat economische groei mogelijk maakt, maar dat de vrijheid van meningsuiting en de privacy beperkt. De effectiviteit van de overheidscontrole op de vrijheid van meningsuiting berust in Iran primair op grootschalige filtering van het internet en de dreiging met gerichte juridische en politionele acties. De regulering van de vrijheid van meningsuiting is verankerd in de grondwet van Iran, waarin staat dat de media gebruikt moeten worden als een forum voor gezonde ontmoeting van verschillende ideeën, maar dat zij zich strikt moeten onthouden van het verspreiden en propageren van destructieve en anti-islamitische praktijken [Iran-Constitution].
Door de mazen van het internet
|
|---|
|
|
Op de websites en blogs van Iraanse burgers verschenen steeds meer berichten waarin de immense corruptie en de onderdrukking van vrouwen aan de orde werden gesteld. De ayatollahs voelden zich uitgedaagd en een aantal hogere ambtenaren werd gedwongen ontslag te nemen. Voor de hoeders van de islamitische republiek werd het steeds lastiger om deze protesten via de niet-volledig gecontroleerde nieuwe media in de kiem te smoren.
Medio 2008 zorgde een lid van Irans Juridische onderzoekscommissie, Abbas Palizdar, voor een schandaal door diverse vooraanstaande geestelijken en invloedrijke leden van de islamitische republiek van corruptie te beschuldigen. In een toespraak voor de Booali Universiteit in Hamadan openbaarde hij de details van diverse illegale zakelijke deals en criminele activiteiten. Zij zouden honderden miljoenen dollars hebben gestolen van de gemeenschap. Zijn kritiek richtte zich op de belangrijkste politieke en religieuze leiders van Iran. Een video van zijn toespraak werd via het internet snel verspreid. Palizdar werd gearresteerd. Maar voor de eerste keer werden wandaden van hoge functionarissen van het regime openlijk aan de kaak gesteld [bron_1; bron_2].
In juni 2008 publiceerden studenten van de Zanjan Universiteit in noordwest Iran een video van de vice-voorzitter van hun school, Hassan Madadi. Daarop was te zien dat deze autoriteit zich bronstig voorbereidt op seks met een studente. Op diverse Iraanse websites en blogs werd naar de video doorgelinkt. Volgens deze bronnen had de studente aan de islamitische studentenvereniging van de universiteit gemeld dat de vice-voorzitter haar gedwongen had om seks met haar te hebben. De studenten roepen de vice-president ter verantwoording van zijn daden, en leggen deze confrontatie eveneens op video vast. Eerdere aanklachten van vergelijkbare aard bleven zonder gevolgen. Maar in dit geval was het bewijs dat op het internet verscheen duidelijk. De studenten protesteerden een week lang, daarna werd de vice-voorzitter geschorst. De voorzitter van de universiteit bood zijn excuses aan en bedankte de studenten voor hun inzet [bron]. Later wordt een van de studenten die dit seksschandaal naar buiten brachten, de studentenactivist Alireza Firouzi [19], gearresteerd [bron]. |
Internet is niet meer alleen een essentieel kanaal voor handel, entertainment en informatie. Het is ook een toneel voor staatscontrole – en van de rebellie daartegen. Het internet is dus in toenemende mate een politieke arena waarin tegengestelde maatschappelijke krachten op elkaar botsen, elkaar openlijk met digitale middelen bestrijden, en vechten om de aandacht van internetburgers (netizens). De sociaal-politieke en cultureel-ideologische strijd wordt tegenwoordig met moderne digitale middelen uitgevochten. De machtsstrijd in de samenleving wordt niet alleen bepaald door de lokale mobilisatie van fysieke macht (=geweld), maar ook en in toenemende mate door de globale mobilisatie van virtuele macht (=stem op het internet). Internet is dus niet alleen een medium van sociaal-politieke strijd, maar ook inzet van een nieuw strijdperk waarop antagonistische maatschappelijke krachten met elkaar botsen.
Nokia helpt een handje mee
|
|---|
|
|
Verkiezingen in 2009
|
|---|
Tijdens de verkiezingen in juni 2009 vormden niet alleen de straten van Teheran, maar ook het internet het toneel van heftige controverses en bikkelharde strijd. Terwijl Ahmadinejad het volle gewicht van de door de staat gecontroleerde media achter zich had staan, waren het internet en met name de profielsite Facebook de vitale instrumenten in de campagne van oppositieleider Mousavi. In de aanloop naar de verkiezingen zou Ahmadinejad persoonlijk opdracht hebben gegeven om alle sites te sluiten die door oppositionele groepen worden gebruikt. De traditionele methode van de Iraanse autoriteiten om de stem van de oppositie te smoren is het blokkeren van Facebook. In de week voorafgaande aan de verkiezingen blokkeerde de regering niet alleen de toegang tot Facebook, maar ook tot YouTube.
Na het bekend worden van de verkiezingsuitslag, waarop Ahmadinejad de overwinning claimde, werd de druk verder opgevoerd om de oppositie de wind uit de zeilen te nemen. Op zaterdag 13 juni, de dag na de verkiezingen, crashten plotseling een zeer groot aantal internetverbindingen. Het veiligheidsbedrijf Arbor Networks publiceerde in haar blog het verloop van het internetverkeer van de Iraanse service providers.

Deze grafiek laat zien wat er op zaterdag 13 juni om 13.30 gebeurde. Het telecombedrijf van de staat trok de stekker uit het stopcontact: alle internetcommunicatie met de buitenwereld werd geblokkeerd. In de daarop volgende dagen werd het verkeer weer langzamerhand toegestaan, maar dit gebeurde op een aanzienlijk lager niveau. De autoriteiten kochten daarmee tijd om nieuwe filters te installeren. Een nadere analyse laat zien dat de Iraanse autoriteiten selectief te werk zijn gegaan. Zij blokkeerden in het bijzonder het ssh (secure communication protocol), het verkeer van streaming video (flash e.d.) en bestanddeling. Opvallend genoeg hebben games protocollen (zoals xbox en World of Warcraft) veel minder last van de islamitische censuur [bron].

![]() Mir_Hossein_Mousavi |
|---|
De staatstelevisie vertoonde beelden van duizenden aanhangers van de president die met Iraanse vlaggen wapperden, maar uiteraard niet van het neerschieten van ongewapende demonstranten. Die beelden konden ook niet meer worden gemaakt door buitenlandse journalisten: geen enkele journalist kreeg toestemming om reportages te maken over wat er in Teheran gebeurde. Maar op internet circuleerden al snel tientallen videos en honderden fotos die het hardhandige neerslaan van de oppositie wel in beeld brachten.
|
CNNs iReport.com Flickrs Iran Feed Picasa album Tehranlive.org - Fotoblog uit Iran |
persianlover2007 arihman46 demonstranten hadih81 mbv1364 |
StopAhmadi Gebruikers van Twitter plaatsen hun berichten (tweets met de term #IranElection, waardoor gebruikers kunnen zoeken naar alle tweets over dit onderwerp. |
De opposanten probeerden ook met andere middelen de macht van het regime te ondergraven. De oppositie viel de online propagandamachine van de regering aan. Met eenvoudige denial of service (DDos) aanvallen werd geprobeerd om overheidssites in het ongerede te brengen. Volgens een onderzoeker van de internetcensuur Nart Villeneuve waren de doelen onder andere de officiële site van Ahmadinejad, de sites van Iraanse justitiële en politionele organen (iranjudiciary.org, justice.ir, police.ir) en de nieuwssites zoals Rajanews.com en Farsnews.com. DDoS-aanvallen zijn geen nieuw fenomeen. Bijzonder was dat deze aanvallen grotendeels handmatig werden uitgevoerd en niet met behulp geautomatiseerde virale botnets of trojaanse paarden. Er circuleerden een aantal eenvoudige scripts (PHP of Java) die gedownload konden worden en die ervoor zorgen dat de vijandige website permanent wordt herladen. Het is net alsof de gebruiker telkens control-R of F5 aantikt in zijn browser. Het is een erg eenvoudige maar effectieve methode die gecoördineerd werd door mond-op-mond reclame, Twitter e.d. Alle vijandige sites gingen offline of kregen problemen met de bandbreedte. De DDoS-aanvallen zijn onderdeel van een gedistribueerd cyberactivisme van burgers.
The next revolution will be tweeted….
Informatiebronnen
|
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |