| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
| Internet brengt God aan huis |
|---|
Steeds meer mensen beleven spiritualiteit via internet en ook de traditionele kerken proberen online zieltjes te winnen die zij offline in grote getale verliezen. De kolonisering van cyberspace door religieuze groepen zet zich door. Vanaf het begin van het internet hebben met name de zogenaamde new agers zich op het internet gemanifesteerd. Zij ontdekten al snel dat het internet uitgelezen mogelijkheden biedt om de niet-kerkelijk verankerde vormen van nieuwe spiritualiteit uit te dragen. In het hiernaastmaals van de virtuele werelden zijn nieuwe vormen van religieuze praktijken ontstaan. Internet wordt gebruikt voor gezamenlijke rituele praktijken, bedevaart, getuigenis, gebed en andere religieus gemotiveerde activiteiten. Inmiddels hebben ook de kerken het internet ontdekt en proberen zij vorm te geven aan geloof in virtuele werelden. Het virtuele hiernaastmaals is inmiddels bevolkt door elke denkbare religieuze stroming en door elke officiële kerk. Een deel van cyberspace wordt gesacraliseerd in een virtueel theater waarin de goddelijke geest zich manifesteert.
De kerken hebben het nog steeds niet gemakkelijk. Religieuze leiders vrezen dat hun eeuwenoude boodschap niet meer gehoord, verstaan laat staan geaccepteerd wordt door de mensen. Ondanks alle argwaan tegen haar goddeloze karakter lijkt het internet de bezorgde kerkleiders nieuwe mogelijkheden te bieden om hun boodschap te verspreiden. Er is geen kerkelijk genootschap of sekte meer die níet op het internet vertegenwoordigd is. Tegelijkertijd gaan steeds meer spirituele ontdekkingsreizigers in de virtuele wereld het tweede leven in het hiernaastmaals op zoek naar bronnen waarmee zij hun ziel kunnen laven en hun drang naar bezieling kunnen bevredigen.
Religieuze organisaties gebruiken het internet om zichzelf op een zo aantrekkelijk mogelijke wijze te presenteren. Zij bieden een kader waarin gelovigen elkaar kunnen ontmoeten en vertroosting kunnen bieden. Voor een gezamenlijk gebed hoeven de gelovigen zich niet meer op gezette tijden bij hun kerk, tempel of moskee te melden. Vanuit het comfort van hun woning kunnen zij virtuele erediensten bijwonen, de biecht afleggen of pastorale zorg ontvangen. Gelovigen kunnen inloggen op online preken en geld in de collectezak stoppen zonder dat zij ooit hun huis of werk verlaten.
Priesters, dominees, imams, sjamanen en andere religieuze voorgangers of uitverkorenen doen verwoede pogingen om hun geloofsartikelen op een gemakkelijke wijze aan te bieden aan websurfers die zich nooit zullen vertonen aan de poorten van hun kerken, gebedshuizen of moskeeën. De propagandisten van religieuze denkbeelden hebben internet massaal betreden. Op het internet is een spirituele bazaar ontstaan die het karakter van het internet heeft veranderd en die zelfs ideeën over God en geloof zouden kunnen veranderen [Time, God in Cyperspace, 16.12.1996].
|
|
Naast geloofsijverige propaganda voor de eigen geloofsartikelen, heilige schriften en profeten, wordt internet ook gebruikt voor het aaneensmeden van de eigen geloofsgemeenschap. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van diverse methoden: het organiseren van virtuele rituele bijeenkomsten, online spreekuren met zielzorgers of voorgangers, discussiefora over religie-gebonden themas, chatboxen waarin gelijkgelovigen met elkaar kunnen praten, informatie over lokale of nationale bijeenkomsten, sociale netwerken waarin aanhangers van een religie, kerk of sekte elkaar persoonlijk kunnen ontmoeten, zich socialiseren en zelfs daten (geloofssoort kiest geloofssoort).
De kernvragen zijn duidelijk: wat gebeurt er wanneer religie zich online manifesteert en wat zijn hiervan de gevolgen voor de religieuze cultuur als geheel? Of meer specifiek: Hoe worden het internet daadwerkelijk gebruikt door kerken en organisaties van gelovigen? Hoe wordt hierdoor de identiteit van deze congregaties beïnvloedt? Wat zijn daarvan de effecten op de lange termijn?
Functies van internet
|
|---|
Het web wordt door gelovigen op diverse manieren gebruikt. Sites van gelovigen informeren, verbinden en expanderen.
|
In de nieuwe strijd die in cyberspace is losgebarsten gaat het om dezelfde confrontatie: gefilterde versus ongefilterde informatie. De nieuwe instrumenten voor de verspreiding van het woord zijn zeer krachtig, maar de verspreiding van beelden is nog veel potenter, vooral nu de productie en verspreiding van beelden in de handen van leken zijn gekomen. De gevolgen van de uitvinding van de digitale camera zijn waarschijnlijk even vergaand als die van de drukpers. Het monopolie op de verspreiding van beelden is verbroken. De verspreiding van digitale beelden van de martelingen door Amerikanen in de Abu Ghraib gevangenis in Iraq is hiervan een macaber maar toch duidelijk voorbeeld [Soldier's weblogs]. |
De kopiisten van cyberia doen niet veel anders, maar met veel krachtiger middelen. Zij verspreiden hun geloofsartikelen en zedenleer via via nieuwsbrieven, encyclopedia, bibliotheken, heilige schriften, teksten van theologen, gebedsboeken, online tijdschriften en conferenties.
Christus in de Woestijn
Een van de fraaiste voorbeelden van een religieuze website die qua vormgeving nauw aansluit bij de middeleeuwse scribenten, is de site Christ in the Desert van een Benedictijns klooster in de woestijn van New Mexico in de VS. Middeleeuwse artistieke schoonheid wordt gecombineerd met hedendaagse creativiteit in cyberspace. Op de site worden traditionele waarden van gastvrijheid, gezang en gebed met elkaar gecombineerd. Cyberspace wordt getransformeerd in een heilige plaats. Een wijze monnik, Brother URL, begroet je aan de poort en begeleid je in de richtingen die je wilt gaan. Je kunt het klooster verkennen, het scriptorium bekijken, gebeden lezen en luisteren naar religieuze gezangen. In de cadeauwinkel kunnen religieuze snuisterijen worden gekocht: boeken, doop- en doodgewaden, keramiek, kruisen, iconen, wierook, muziek, posters en ansichtkaarten. Het kloosterleven staat alleen open voor mensen die zonder lichamelijke liefde (celibatair) willen leven.
|
Religieuze groeperingen waarmee we minder bekend zijn en die er andere Goden op nahouden, kunnen nu gemakkelijk worden verkend. Hierdoor ontstaan nieuwe vormen van samenwerking en convergentie tussen religieuze groepen. De verbetering van de kerkelijke communicatiestructuur komt vooral tot stand wanneer kerken het internet niet alleen als zender gebruiken, maar ook als ontvanger; dus niet alleen om te verkondigen, maar ook om te luisteren en daardoor daadwerkelijk een dialoog te voeren.
Het uitdragen van het eigen geloof, het verbinden van de geloofsgenoten en het winnen van nieuwe zieltjes zijn dus de belangrijkste functies die het internet voor religieuze organisaties vervult. In de kerken richtte de discussie zich vooral en om begrijpelijk redenen op het begrip virtuele gemeenschap. Er werd en wordt nog steeds uitvoerig gediscussieerd over de vraag óf en op welk niveau er online religieuze gemeenschappen mogelijk zijn.
Vooral voor regionale en overzichtelijke religieuze organisaties opent het internet interessante perspectieven. De meest genoemde voordelen zijn flexibiliteit, kostenbesparing en het feit dat er op het internet nauwelijks gecensureerd kan worden. Dit laatste is met name van belang voor religieuze groeperingen die in eigen land in de verdrukking zitten.
Het internet is de enige beschikbare technologie die in staat is om de vier basisvormen van communicatie tegelijkertijd en in willekeurige variaties en combinaties te ondersteunen, en wel volledig onafhankelijk van temporele en ruimtelijke beperkingen.
Het gevolg daarvan is dat ook individuen die door hun zeldzame, eigenzinnige of duistere religieuze behoeften en geloofsrichtingen tot nu toe tot eenzaamheid veroordeeld waren, nu voldoende gelijkgezinden kunnen vinden om een stabiele groep te vormen en hun religie in gezamenlijk te articuleren en verder te ontwikkelen. De religieuze pluralisering krijgt hierdoor een extra impuls: geschriften, sekteleiders, geloofsrichtingen en cultvormen die eeuwenlang in vergetelheid waren geraakt, worden via internet weer meer onder de collectieve aandacht gebracht.
Door het multimediale karakter van het internet kunnen op religieuze sites beelden, woorden en geluiden tot een semantische eenheid worden verbonden. Met behulp van virtual reality software kunnen integrale belevingstoestanden worden aangeboden die verwant zijn met dromen, roestoestanden, trips met drugs en paranormale out-of-body-experiences.
Online biechten is verboden
|
|---|
Het internet stimuleert nieuwe variaties in de geloofspraktijk die door kerkelijke organisaties soms als dissident worden aangemerkt. Het biechten speelt in de katholieke geloofstraditie een belangrijke rol. Mogen gelovigen hun zonden op het internet belijden en kunnen zij daarvoor vervolgens ook tele-vergeving verkrijgen?
Hoewel internet volgens katholieke prelaten een prachtig instrument voor evangelisatie en pastorale hulpverlening is, willen zij voor de biecht een uitzondering maken. Volgens aartsbisschop John Foley, voorzitter van de Pauselijke Raad voor Sociale Communicatie moet de biecht altijd plaatsvinden binnen de sacrementale contekst van een persoonlijke ontmoeting [Wired 22.6.01]. Het Vaticaan beschouwt de biecht als een persoonlijk gesprek tussen de gelovige en God, via tussenkomst van een gewijde priester. Men wil niet dat de sacramenten louter als informatie worden opgevat.
De e-biechtstoel laat dus nog even op zich wachten, ook al zijn er niet-erkende manieren om online je zonden op te biechten en berouw te demonstreren (bijvoorbeeld bij Biechten, Dear God, Virtual Prayer Room, The Confessor). Katholieken kunnen wel een pauselijke zegen voor huwelijk, doop of communie op internet bestellen. De verspreiding van de zegenwensen is door het Vaticaan uitbesteed aan winkels in religieuze artikelen in Rome. San Michele Arcangelo rekent voor verzending van een zegen tussen de 25 tot 50 euro. Daarvoor krijgt de koper een luxe uitgevoerd document met een portret van de kerkvorst. De aangeboden documenten werden tijdens het jubeljaar 2000 ingezegend.
In een toespraak ter gelegenheid van de 36ste Wereldcommunicatiedag [12 maart 2002] drong de paus Johannes Paulus II erop aan dat overheden meer controle moeten uitoefenen op het internet en dat de kerk het internet beter en meer moet gebruiken om gelovigen te bereiken. Vooral jongeren, die het internet beschouwen als een venster op de wereld vormen de doelgroep. Internet wordt gezien als een nieuw forum om het evangelie te verkondigen. Internet is volgens de paus vergelijkbaar met Romeinse fora, waar het beste en het slechtste van de menselijke aard zichtbaar was. Wanneer jongeren alleen maar zappend over het internet surfen leren zij volgens de paus geen authentieke waarden. Het internet is een forum waarin praktisch alles aanvaardbaar en bijna niets blijvend is. Daarom spoort het internet aan tot relativistisch denken en kan het soms het ontsnappen aan persoonlijke verantwoordelijkheid en toewijding in de hand werken. Het is volgens de paus aan de overheid om te garanderen dat internet niet wordt misbruikt.
Er zijn diverse sites waarop mensen hun eigen god anoniem een bericht kunnen sturen. Op Dear God kunnen mensen een boodschap kwijt aan hun god. Zij kunnen daar bidden om voorspoed of hun zonden opbiechten. Iedereen kan zijn verhaal kwijt via Send it to the Big Guy. De site probeert gebruikers te inspireren door het laten delen van elkaars religieuze overpeinzingen. Dear God is een globaal project voor mensen over de hele wereld die hun diepste hoop en angsten via gebed met elkaar delen. Het doet er niet toe wat jouw versie van God is... Jezus, Allah, Boeddha of gewoon een spirituele universele energie ... bidden naar een hogere macht troost en geneest. Het is wetenschappelijk bewezen dat mensen die bidden gezonder, gelukkiger en weerbaarder zijn. Andere sites waar mensen anoniem hun grootste geheimen kunnen opbiechten zijn PostSecret en Briefgeheimen.
Hoewel het Vaticaan het internet inmiddels beschouwt als een gave Gods, blijft de online biecht in katholieke kringen toch omstreden. Vanuit zijn onderzoek naar de antropologische betekenis van het virtuele' christendom komt René Munnik tot de volgende conclusie: Internet is goed voor informatie, maar pastorale ondersteuning ontvangen we toch liever face-to-face. Door virtueel te biechten of een kaarsje te branden verpietert een rituele handeling tot een paar muisklikken. Het is net als een muntje gooien in zon automaat in de kerk waardoor het elektrisch kaarsje gaat branden; er is geen reet aan [Parool].
|
De site wil mensen helpen die niet in staat zijn om zo vaak te bidden als zij zouden willen. De Information Age Prayer suggereert dat gebruikers van deze betaalde dienst hun binding met God uitbreiden en versterken. De teksten worden door synthesizers omgezet in spraak. Elk gebed wordt individueel op een computer uitgesproken met de naam van de gebruiker op het scherm. Zo weet ook God van wie het gebed afkomstig is. De sitebeheerder zelf doet geen uitspraken over de effectiviteit van het betaalde online gebed. Wij doen geen uitspraken met betrekking tot de effectiviteit van de dienst, maar wij zijn van mening dat de alwetende God de gebeden hoort wanneer ze worden weergegeven, want Hij hoort alles op deze aarde. De alwetende God weet precies wie zich bij ons heeft ingeschreven en van wie elk gebed is wanneer hun naam op het scherm wordt geprojecteerd en hun gebed wordt vertolkt. Er zijn markten voor materiële en immateriële goederen. Het heilsgoed van het gebed wordt hier via internet als waar op de markt gebracht en verhandeld. De vraag is wat de volgende stap is: het betalen van anderen om zondags voor jou naar de kerk te gaan? Zo komen we langzaam in de buurt van de electronische monnik uit het boek Dirk Gentlys Holistic Detective Agency van Douglas Adams: De Electrische Monnik was een arbeidsbesparend instrument, net zoals een afwasmachine of een videorecorder. Afwasmachines doen voor jou het saaie afwaswerk, en besparen je de moeite om dat zelf te doen, videorecorders kijken voor jou naar eentonige televisie, en besparen je de moeite om het zelf te doen. Electrische monniken geloven voor jou in dingen, en besparen je zo wat een toenemend lastige taak werd, die van het geloven in alle dingen waarvan de wereld verwacht dat je ze gelooft. De Elektrische Monnik is dus zo ontworpen dat deze gelooft in dingen zodat de eigenaars dat niet meer hoeven te doen. De Elektrische Monnik die in het boek van Adams wordt opgevoerd vertoont echter een klein defect: hij praktiseert allerlei soorten willekeurige religies, elk voor slechts een paar minuten lang. Bovendien begint de monnik te geloven in dingen waarin mensen nog nooit geloofd hebben: hij gelooft dat oorlog vrede is, dat goed slecht is, dat de maan van schimmelkaas is gemaakt, en dat God veel geld nodig heeft dat naar een bepaalde bankrekening gestuurd moet worden. De Elektrische Monnik wordt uiteindelijk de woestijn in gestuurd, waar hij mag geloven wat hij wil. |
Effecten op religieuze organisaties
|
|---|
Religieuze groeperingen maken inmiddels op brede schaal gebruik van het internet. Ook de gevestigde kerken hebben het internet innig omarmd. De vraag is welke gevolgen dit heeft voor de eigen organisatie, de interne communicatie en de religieuze patronen van deze gemeenschappen [Thumma 2002].
Het maken van kerkelijke websites wordt zelden geïnitieerd door voorgangers. Initiatiefnemers van kerkelijke sites krijgen een kans om een actieve rol te spelen in de kerk. Ook het onderhoud van de kerkelijke sites is meestal in handen van een paar gewone leden en niet zozeer de hogere clerus. Bovendien communiceren de leden van kerkelijke organisaties primair via hun expliciete berichten, terwijl begeleidende informatie over status, geslacht, woonplaats, leeftijd en soms zelfs naam wordt uitgefilterd. Het gevolg hiervan is dat charisma en andere persoonsgebonden factoren niet of nauwelijks invloed hebben. Het anonieme karakter van de communicatie maakt het voor deelnemers makkelijker om hun opvattingen authentiek te articuleren, hun emoties direct te uiten en om desgewenst ook kerkelijke autoriteiten te kritiseren (zonder angst voor sancties).
Kerkleiders zien nog andere gevaren. Door de omarming van de internettechnologie zouden de lokale gemeenschap en kerkelijke tradities minder relevant kunnen worden. Internet wordt een grote religieuze supermarkt en spirituele bazaar waar verschillende vormen van heil gevonden kunnen worden. Op zoek naar antwoorden op grote levensvragen is er via internet nu veel meer informatie die mensen voor nieuwe keuzen stelt en moet men veel meer selecties maken en beslissingen nemen over de informatie die men heeft gevonden.
De omarming van het internet als een primaire wijze van communicatie in een kerk dreigt een splitsing tussen de leden teweegbrengen. De niet op het internet aangesloten (veelal oudere, armere en minder geschoolde) leden zijn van deze communicatie uitgesloten en dreigen gemarginaliseerd te worden.
Virtuele gemeenschappen lenen zich uitstekend voor het uitvechten van meningsverschillen en controverses. Dit verklaart ook waarom binnen schijnbaar homogene religieuze groepen plotseling conflicten ontstaan omdat afwijkende en onderdrukte meningen van minderheden plotseling het woord nemen.
|
|
CyberGoden
|
|---|
|
Wat dat de goddelijke schepping van het digitale tijdperk? |
Er zijn weinig ideeën zo buitensporig dat niemand ze serieus neemt. Maar de volgende gedachte is minder buitensporig dan zij op het eerste gezicht luidt: God, of in ieder geval het heelal, zou wel eens de ultieme grootschalige computer kunnen zijn.
Deze gedachte werd het eerst gelanceerd door een weinig bekende Duitser, Konrad Zuse [1910-1995], die al 10 jaar voor Neumann en zijn vrienden bezig was met het ontwerp van programmeerbare digitale computers. Tussen 1936 en 1938 bouwde hij de eerste binaire digitale computer ter wereld (Z1). De eerste programmagestuurde elektromechanische digitale computer voltooide hij in 1941, maar deze werd in 1944 tijdens de oorlog vernietigd. In 1967 schetste Zuse zijn idee dat het helaal zich gedraagt als een raster van cellulaire automaten (in feite kleine computerprogramma's met een paar eenvoudige regels) (of CA). Zuse was de eerste die suggereerde dat het hele universum berekend wordt op een computer. Sterker nog: het heelal is een computer.
Het heelal gedraagt zich alsof het een computer was. Maar als dat waar is: waar staat dan die computer? David Deutsch gaf hierop het antwoord dat universaliteit van calculaties het meest fundamentele kenmerk van het universum is. Daarom bestaat er geen lokaliseerbare computer. Het universum is geen programma dat ergens anders draait. Het is een universele computer, en daarbuiten bestaat niets. Dat is het uitgangspunt van de digitale fysica waarvoor Zuse de grondslag legde en die door Edward Fredkin en Stephen Wolfram werd voortgezet en uitgebreid tot een digitale filosofie.
In de digitale filosofie van Fredkin is alle materie en energie opgebouwd uit pure informatie. Quarks en elektronen bestaan bij hem uit bits, de elementaire eenheid van informatie, de nullen en enen die in een computerchip rondlopen [Dijkgraaf 2002].
Voor Wolfram is het complete heelal niets meer dan één groot computerprogramma: een cellulaire automaat. Celautomaten bepalen volgens hem niet alleen de vorm van schelpen, bladeren, rivierdelta en sneeuwvlokken, maar verklaren bijna alle grote vragen waarop de wetenschap tot nu toe het antwoord al dacht te hebben: de Big-Bang, de structuur van ruimte en tijd, het mysterie van entropie, willekeur en de evolutietheorie, tot aan de menselijke vrije wil. Het basisidee is nauwelijks omstreden en overtuigend gedemonstreerd in simulaties: kleine programmaatjes met slechts enkele simpele regels kunnen zeer complexe resultaten opleveren, waarbij patronen opduiken die ook in de natuur voorkomen. Eenvoudige regels zijn dus voldoende om complexiteit te veroorzaken.
In juni 2002 publiceerde de Physical Review Letters een artikel van professor Seht Lloyd waarin hij vraag stelde: als het universum een computer zou zijn, hoe krachtig zou deze dan zijn? Door een analyse van de rekenkracht van kwantum deeltjes, berekende hij de bovengrens van de rekenkracht van het hele universum heeft gekend sinds het begin van de tijd. Het is een groot getal: 10^120 logische operaties.
De mystieke leer van de universele computer leidt tot verwarring. Is God het woord zelf, de ultieme software en broncode, of is God de ultieme programmeur? Of is God de noodzakelijke Ander, het platform buiten het universum waar vanuit dit universum wordt aangestuurd?
Cyberia Mystica: internet als spiritueel medium
|
|---|
|
|
Spiritualiteit en technologie zijn altijd nauw met elkaar verweven geweest [Davis 1998]. Religie en mystiek zijn geen achterlijke relicten uit het verleden die gedoemd zijn zichzelf op te lossen in de seculiere wereld van de informationele samenleving. Religieuze fantasie geeft steeds weer nieuwe voeding aan utopische dromen, apocaliptische visies, digitale hersenschimmen en vreemde obsessies die het technologisch onderbewustzijn van vandaag bevolken. De taal en ideeën van de informatiesamenleving beïnvloeden en veranderen de zeer uitgebreide wereld van hedendaagse spiritualiteit.
Veel neopaganisten, occultisten en New Agers beschouwen internet als een geëigend medium voor hun magische experimenten en rituelen. Hun enthousiasme voor de mystieke potentie van menselijke technologie lijkt lachwekkend. Zij beschouwen cyberica als een heilig koninkrijk, waar zij hun bewustzijn op kunnen aansluiten. De technosjamanisten denken dat zij als de tovenaars van de digitale wereld met elkaar verbonden zijn. Voor rechtgeaarde gelovigen is dit vloeken in de kerk:
Neopaganistische groepen gebruiken computer- en internettechnologie om hun aanhangers te informeren over seizoenrituelen, vieringen, workshops en conferenties. Zij communiceren met elkaar via nieuwsgroepen en discussiefora. Sommige techno-paganisten breiden de schaal van hun digitale magie verder uit. Zij organiseren rituelen via het internet en richten in cyberia virtuele altaren op. De paganisten zijn de eerste religieuze beweging die wat betreft groei en cohesie in sterke mate leunt op het internet. En op haar beurt werd cyberia de eerste massale paganistische bijeenkomst sinds de klassieke tijden [Reeder 1997].
De paganistische rituelen vonden altijd al plaats in de sfeer van de fantasie. Daarom kunnen paganisten via het internet op effectieve wijze hun rituelen organiseren.
Informatiebronnen
|
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |