Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Interactief publiceren

in elektronische tijdschriften

— Lage kosten, hoge snelheid, gebruiksgemak —

dr. Albert Benschop

Wetenschappelijke communicatie
Geld besparen
Tijd besparen
Vrije toegang
Geloofwaardigheid en kwaliteit
Kwaliteitscontrole: peer review
Obstakels voor de omwenteling
Elektronische publiceeromgevingen
Samenvattende conclusies
    Informatiebronnen
Related texts
    Lineaire en Hypertekst
    Virtuele Bibliotheken
    Kwaliteit op het Net
    Intellectueel eigendom & Copyright
    Weblog: een doe-het-zelf medium

Wetenschappelijke communicatie

Schrijver Wetenschappelijke communicatie is een belangrijk onderdeel van academisch onderzoek en het genereren van nieuwe kennis. In het proces van wetenschappelijke communicatie voltrekt zich een revolutie die vergelijkbaar is met die van de boekdrukkunst. De digitale communicatietechnologie heeft een omwenteling teweeg gebracht in de middelen van de produktie en distributie van wetenschappelijke kennis. Zij grijpt diep in op de manier waarop we communiceren over wetenschappelijke problemen. Het begint met de fase waarin we onze ideeën en voorlopige resultaten informeel met collega’s bespreken, waarin we ze meer formeel presenteren in seminars, conferenties en symposia, en zet zich voort in bredere verspreiding in de vorm van voorlopige rapporten en conceptteksten.

De digitale virtualisering heeft ook grote gevolgen voor de manier waarop onderzoeksresultaten uiteindelijk gepubliceerd, gedistribueerd en becommentarieerd zullen worden. Wetenschappers gaan steeds meer interactief publiceren door gebruik te maken van de grootste machine die ooit door mensen is gebouwd, het globale telecommunicatie-netwerk dat we het internet zijn gaan noemen. Wetenschappers zullen hun inzichten en ontdekkingen stees minder aan het geduldigde papier toevertrouwen, en steeds meer aan de ongeduldige digitale lucht: «skywriting».

Internet heeft een spectaculaire groei laten zien in de beschikbare hoeveelheid wetenschappelijk materiaal. Er staat een ongelofelijke hoeveelheid wetenschappelijke documenten op het net dat direct kan worden gebruikt of gekocht. Commerciële uitgevers zien zowel de belofte als de bedreiging van elektronische publicatie en zijn hun eigen winkels op het internet gaan openen. Om hun gepriviligieerde machtsposities in het centrum van de wereld van de wetenschappelijke communicatie te behouden, proberen de traditionele uitgevers zelf nieuwe wegen te vinden om de internet technologieën zo volledig mogelijk te exploiteren.

Elektronisch publiceren is geen lineaire uitbreiding van gedrukte tekst. Wanneer een roman wordt verfilmd heeft dit effecten die veel verder gaan dan een simpele vertaling van een tekst in beelden. Wanneer een tekst op gedrukt papier wordt omgezet naar een gedigitaliseerd medium verandert dit zijn functionaliteit, de manier waarop schrijvers en lezers ermee omgaan, en de manier waarop het wordt gedistribueerd en ontvangen. In een gedigitaliseerd document kan direct op inhoud worden gezocht. Bij een gedrukte tekst is dat niet mogelijk - ondanks de index, de inhoudsopgave en andere instrumenten die in de laatste paar eeuwen van boekdrukkunst werden ontwikkeld. Op papier kan informatie slechts op één manier worden gepresenteerd. Of de lezer nu een boek doorbladert of grondig bestudeert, gedrukte teksten blijven getrouwd met papier. Bij gedigitaliseerde documenten beweegt de lezer zich soepel van doorbladeren (op het scherm) naar grondige bestudering (soms via een uitgeprint document). Met andere woorden, elektronisch publiceren biedt een heel andere toegang tot informatie en verandert de manier waarop lezers met die informatie omgaan.

Elektronische teksten kunnen tegen extreem lage kosten worden geproduceerd, kunnen met zeer hoge snelheid worden gedistribueerd, en zijn zeer gemakkelijk toegankelijk via zoekinstrumenten en database functies. Academici kunnen hun eigen materiaal via het internet nu veel effectiever verspreiden dan de traditionele uitgevers. Het lijkt erop dat we de uitgevers gewoon niet meer nodig hebben om materiaal te verzamelen en te distribueren. De financiële barrières tussen door auteurs geschreven woorden en de ogen van lezers kunnen eindelijk worden afgebroken.

Index Geld besparen

Tijdschrift Er is een toenemend besef dat traditionele uitgevers erg weinig toevoegen aan het proces van wetenschappelijke publicatie. Het heeft geen zin meer om je werk en copyright over te dragen aan een uitgever. Hun dienstverlening, het verspreiden van ons materiaal naar bibliotheken en boekenwinkels, weegt in geen enkel opzicht op tegen de toegevoegde kosten. Het heeft de kosten van tijdschriften en monografieën alleen maar extreem verhoogd. Je kunt het aan elke bibliothecaris vragen: de prijspolitiek van de uitgevers heeft het onmogelijk gemaakt om een omvattende selectie van literatuur te handhaven. Aan de andere kant is er een toenemende behoefte aan informatie. Kortom: aan de behoeften van wetenschappers en studenten wordt niet tegemoet gekomen door het huidige op papier gebaseerde publicatiesysteem.

Elektronische tijdschriften zijn een deel van de oplossing van de crisis in de distributie van academisch materiaal. Vanuit een economisch gezichtspunt is elektronisch publiceren veel efficiënter:

Elektronische publicatie kan de kosten gemakkelijk met 75% reduceren. De enige significante kosten die verbonden zijn aan het elektronisch publiceren van materiaal zijn de kosten van opslag en transmissie van elektronische teksten, en eventuele vergoedingen voor inspanningen van redactie en adviseurs ('peer reviewers') van het tijdschrift. De kosten van elektronische opslag en transmissie zijn tegenwoordig bijna te verwaarlozen en de kosten van internetverbindingen worden meestal gedeeld door alle leden van een organisatie. Het meeste zo niet al het werk dat waarde toevoegt aan tijdschriften wordt verricht door de redactie, de redactieraad en de vakgenoten die beoordelingen schrijven ('peer reviewers'). Het is een traditie dat deze functies bijna altijd gratis aan tijdschriften worden geleverd. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit anders zou zijn bij de toekomstige elektronische tijdschriften.

'Een prachtig artikel, maar wilt u het aantal pagina's tot de helft terugbrengen?'. Door de extreme reductie van de produktiekosten van elektronische tijdschriften zal het traditionele gestaggel over het aantal pagina's eindelijk verdwijnen. Deze bezorgheid had niets te maken met de vereisten van wetenschappelijke communicatie en alles met de kosten per pagina van publicatie op papier. De meeste academici zullen zich verheugen over de vernietiging van deze dwangbuis ('het kwantitatieve scheermes'). Wetenschappelijke bijdragen herwinnen waar ze recht op hebben: dat het aantal woorden zo groot mag zijn als nodig is om een specifiek resultaat te beschrijven.

De alliantie tussen wetenschappelijke auteurs en commerciële uitgevers heeft zijn langste tijd gehad. Vroeger was deze alliantie noodzakelijk en bood voordelen aan beide partijen. De meeste auteurs gaven er — ook in het tijdperk van desk-top publishing — de voorkeur aan om een aantal taken niet zelf uit te voeren: redigeren van teksten, typografie en vormgeving, corrigeren van drukproeven, drukken, marketing en distributie. In het traditionele handelsmodel lieten zij deze taken over aan een uitgever. In ruil hiervoor moesten de auteurs de copyright op hun werk overdragen aan de uitgever. Dat was logisch omdat dat precies is wat de auteur wil dat de uitgever doet: zoveel mogelijk kopiën maken van een origineel werk en deze op zo groot mogelijke schaal verspreiden. Auteur en uitgever hebben er beide belang bij dat dit copyright wordt beschermd tegen diefstal: niemand anders zou in staat moeten zijn de tekst van de auteur als zijn eigen tekst te verkopen en niemand zou toegang tot die tekst mogen hebben zonder ervoor te betalen. Als auteurs niet bereid zouden zijn om hun copyright over te dragen, zouden uitgevers niet bereid zijn om hun werk te publiceren. Het drukken van boeken en tijdschriften vereist een relatief grote investering. Een commerciële uitgever zal daarom geen cent investeren in een produkt dat ook op een andere manier te verkrijgen is en weigert derhalve te investeren in een produkt dat niet beschermd wordt door de exclusiviteit van het copyright.

Door de extreem lage kosten van het elektronisch publiceren is het meer dan waarschijnlijk dat de strategische alliantie tussen wetenschappelijke auteurs en hun uitgevers wordt verbroken. Zij wordt in ieder geval losser, minder dwingend. Dat heeft een aantal grote voordelen voor auteurs, voor hun lezers én voor universitaire bibliotheken. Schrijvers van wetenschappelijke teksten die de kunst van het elektronisch publiceren beheersen kunnen hun produkten rechtstreeks op het Internet publiceren. Omdat de reproduktie- en distributiekosten komen te vervallen kan het produkt gratis of tegen zeer geringe vergoedingen te beschikking worden gesteld aan het beoogde publiek. Een drastische verlaging van de prijzen van wetenschappelijke tijdschriften en monografieën zou uiteindelijk ook de universtaire en facultaire bibliotheken kunnen verlossen uit de dodelijke schaarbeweging waarmee zij al jarenlang worstelen: relatief krimpende budgetten en extreme prijsverhogingen voor wetenschappelijke publicaties.

   
Prijzenslag
Voor het maken en verspreiden van formele publicaties is de huidige 'waardeketen' van auteur naar lezer erg lang. De vele lagen tussen input van auteur en output voor lezer leiden tot hoge kosten en trage omslagtijden.
    "De prijzen van tijdschriften stijgen jaarlijks gemiddeld 10-12% en die van boeken 6 à 7%. Dit leidt jaarlijks tot opzeggingen van tijdschriftenabonnementen en een afname van het aantal boeken dat wordt aangeschaft. De grote uitgevers gaan er bovendien steeds meer toe over hun tijdschriften ook elektronisch aan te bieden wat opnieuw een prijsverhoging betekent van 10-40%. Bibliotheken kunnen - soms via een speciale licentie - deze tijdschriften full text aan de gebruikers aanbieden." [Trix Bakker, De vakreferent]
Meer informatie over de prijsproblematiek is te vinden in de Newsletter on Serials Pricing Issues. Hoe de wetenschappelijke bibliotheken in Nederland zichzelf aan het omvormen zijn van 'zelfgenoegzame' naar 'virtuele' bibliotheken wordt geschetst in het rapport De grensverleggende bibliotheek [2000]. In dit rapport wordt uitvoerig ingegaan op de innovatie van de wetenschappelijke informatievoorziening. Het werd geschreven in opdracht van de Stuurgroep IWI, onder verantwoordelijkheid van de werkgroep UKB/CVDUR.
   

De traditionele technologieën van informatietransfer waren afgestemd op de overdracht van afgeronde pakketten informatie (zoals een boek). Zelfs de beste boeken verouderen op den duur en moeten daarom worden herzien. In het papieren tijdperk waren de produktiekosten voor een herziene editie echter even hoog als de eerste keer. Het hele informatiepakket moest weer opnieuw worden samengesteld, vermenigvuldigd en gedistribueerd. Er moest dus weer evenveel worden geïnvesteerd om de hele keten van informatievoorziening opnieuw te doorlopen. Bij digitale informatievoorziening zijn de publicatie en distributie van informatie gescheiden. Daarom kan op elk willekeurig moment elk onderdeel van de informatie worden gewijzigd of aangevuld. Het corrigeren en aanvullen van informatie is daarom kostenefficiënter. Omdat een 'herziene editie' van een werk even goedkoop als de eerste editie wordt het veel gemakkelijker om een tekst permanent te actualiseren. De herziening van een tekst kan incrementeel worden gerealiseerd. Het extra voordeel is uiteraard dat hierdoor de kwaliteit en actualiteit van de informatie toeneemt.

Index Tijd besparen

Elektronisch publiceren kan de snelheid van de academische communicatie aanzienlijk versnellen. Het elimineert de traditionele vertragingen de verbonden zijn met papieren publicaties.

Het tempo van het academisch discours kan verhoogd worden en de lange en vaak frusterende vertragingen verdwijnen. Elektronisch publiceren biedt een enorm potentieel om tijd te besparen. De snelheid van de wetenschappelijke communicatie komt hierdoor meer in de buurt van de snelheid van ons denken (terwijl hyperteksten meer corresponderen met de structuur van ons denken). De toevoeging van een globale interactieve dimensie maakt dit medium volledig anders dan zijn conventionele - op papier georiënteerde - voorgangers.

Elektronische publicatie verlevendigt de academische discussies. In de traditionele papierwereld kunnen commentaren op gepubliceerde artikelen pas na maanden in het tijdschrift verschijnen. In de elektronische wereld kan commentaar enkele dagen na publicatie van het artikel verschijnen. Commentatoren kunnen gemakkelijk direct contact leggen met de auteur om informatie te vragen of kritiek te leveren. Bij het Electronic Journal of Sociology wordt gewerkt met software waarmee lezers in staat zijn om direct commentaar te geven op gepubliceerde artikelen. De reacties worden gearchiveerd in 'forums' die aan elke bijdrage zijn verbonden en iedereen in de wereld kan de gearchiveerde commentaren lezen.

Intellectuele communicatie heeft eigensoortige temporaliteit. Van de schrijver Simon Vestdijk werd —door A. Roland Holst— gezegd dat hij sneller schreef dan God kan lezen. Niemand kan dat tegenspreken zolang we niet weten hoe snel een god kan lezen. Maar wij gewone stervelingen denken in ieder geval sneller dan we kunnen schrijven. Bovendien is ons geheugen voor taken die nog niet zijn afgerond veel beter dan voor taken die we al eerder hebben verricht. Ook voor wetenschappelijk werk heeft dit vergaande consequenties:

Het lijkt mij niet verstandig aan onze intellectuele communicatie een 'natuurlijk tempo' toe te dichten. Het tempo van onze intellectuele communicatie is immers door en door sociaal-cultureel gestructureerd. Toch raakt Harnad wel een kernpunt in de discussie over het belang van snelheid in de wetenschappelijke communicatie en publicatie. Het reduceren van de tijd die nodig is om resultaten van onze wetenschappelijke arbeid leesbaar te maken voor collega's en andere publieken leidt tevens tot kortere reactietijden. Kortere reactietijden betekent snellere kritieken en verlevendiging van academische discussie. Kortom: elektronisch publiceren brengt niet alleen een aanzienlijke versnelling van de academische communicatie met zich mee, maar ook een versterking van de wederzijdse kritiek. 'Tegenspraak brengt ons verder'. Daarom zou tijdwinst ook wel een kwaliteitswinst kunnen betekenen.

Index Vrije toegang

Elektronische publiceren biedt veel betere toegang tot wetenschappelijke materiaal.

Elektronisch publiceren kan betekenen dat de producenten van wetenschappelijke artikelen niet in staat zijn om eigendomsrechten op te eisen. Hun ideeën stromen in richtingen waarover zij geen controle hebben. Het verminderde eigendom wordt echter gecompenseerd door de mogelijkheid van een veel grotere intellectuele produktiviteit en een verlevendiging van het academisch debat. Misschien is dit wel de grootste beloning voor 'in de lucht' schrijvende wetenschappers.

Wetenschap is een publiek goed, of liever gezegd: wetenschappelijke kennis zou een publiek goed moeten zijn. Veel academici zijn van mening dat hun wetenschappelijke publicaties niet het eigendom zouden moeten zijn van of gecontroleerd en geëxploiteerd zouden mogen worden door commerciële uitgevers. Wetenschappelijke publicaties dienen gratis voor het publiek toegankelijk moeten zijn.

Er zijn verschillende initiatieven genomen om wetenschappelijke publicaties te bevrijden van commerciële exploitatie. Het Internatioal Consortium for the Advancement of Academic Publication (ICAAP) is hiervan een goed voorbeeld. Het ICAAP is een onderzoeks- en ontwikkelingslaboratorium dat zich richt op het stimuleren van een elektronische academische communicatie. Zij ondersteunt de productie van wetenschappelijke tijdschriften op het internet en van cursusmateriaal.

De PLoS is een exponent van een unieke academische beweging. "This movement is not going to stop no matter how much the publishers scream" [Dr. Michael Ashburner, Plos group]. De vastberadenheid van deze opstelling is gebaseerd op het inzicht dat de kwaliteit van tijdschriften volledig afhankelijk is van het proces van peer review. Tijdschriften die deze kwaliteitscontrole niet meer kunnen garanderen zijn zij ten dode opgeschreven.
Een ander initiatief is dat van de Public Library of Science (PLoS). Met de steun van tienduizenden wetenschappers uit de hele wereld wil PLoS bijdragen aan het ontstaan van internationale wetenschappelijke bibliotheken die voor het publiek vrij toegankelijk zijn, en die de volledige teksten van alle gepubliceerde wetenschappelijke artikelen bevatten (in zoekbare en onderling verbonden formaten). Het strijdbare motto van de PloS is: "if we really want to change the publication of scientific research, we must do the publishing ourselves." Wetenschappers worden opgeroepen om academische tijdschriften te boycotten die weigeren hun inhoud binnen zes maanden na publicatie vrij beschikbaar te maken op het web. Zo'n boycot kan betekenen dat wetenschappers weigeren om artikelen aan te bieden aan de tijdschriften en weigeren om het werk van hun collega's te beoordelen voor de tijdschriften die onderzoeksartikelen niet in een publieke online wetenschappelijke bibliotheek deponeren. De PLoS biedt wetenschappers die meedoen aan de boycot een eigen online tijdschrift om hun werk te publiceren. Door het opbouwen van een publieke wetenschappelijke bibliotheek wordt niet alleen de toegankelijkheid en bruikbaarheid van wetenschappelijke literatuur aanzienlijk vergroot, maar zal tevens de wetenschappelijke productiviteit worden verhoogd. Een openbare wetenschapppelijk bibliotheek fungeert immers als catalisator voor de integratie van diverse kennisgemeenschappen.

Electronic Publishing Pogingen om auteurs controle over de communicatie en verspreiding van hun werk te geven krijgen gestalte in de vorm van zelf-archiverende systemen voor auteurs. Zelf-archivering stelt auteurs in staat om hun papers of concepten op een bewaarplaats te deponeren waardoor zij het communicatieproces versnellen. Wanneer de auteur dit wil, kan het document worden voorgedragen voor publicatie en peer review. Het Open Archives Initiatief (OAI) is georganiseerd om een technisch forum te scheppen waarop de diverse zelf-archiverende systemen informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Men probeert een kader te ontwikkelen voor een gedistribueerd 'universeel e-print archief' door het ontwerpen van uitwisselingsstandaarden. Hierdoor kunnen papers van alle disciplines uit alle publieke archieven worden gezocht en ontsloten. Er zijn protocollen ontwikkeld die ervoor zorgen dat deze archieven met elkaar kunnen samenwerken, zodat elk paper in elk van deze archieven gevonden kan worden. Alles wat auteurs hoeven te doen het zelf archiveren van hun eigen materiaal in het webarchief van de eigen instelling. Van eprints.org kan men zonder kosten archiverende software betrekken waardoor alle institutionele eprint archieven uitwisselbaar zijn en daarom tot een globaal virtueel archief kunnen uitgroeien. Dat is een door citatie onderling verbonden wereldwijd gedistribueerd superarchief dat voor iedereen vrij toegankelijk is en als geheel doorzocht kan worden. Een prototype van zo'n OpenArchief is de Cite Base. Het is onderdeel van het Open Citation Project van Stevan Harnad, Les Carr, Zhuoan Jiao en Steve Hitchcock van de Universiteit van Southampton. De vereisten voor het kunnen draaien van de archiveringssoftware zijn echter nogal restrictief: beperkt tot een UNIX besturingssysteem (bij voorkeur Linux), een Apache WWW server, een Perl programmeringstaal en een MySQL Database.

Index Geloofwaardigheid en kwaliteit van ‘skywriting’

Een van de grootste obstakels voor academisch ‘skywriting’ is de geloofwaardigheid en accepteerbaarheid van elektronische publicaties. Een wetenschappelijke publicatie op het internet moet erkend worden als een echte pulicatie die meetelt voor aanstellingen en promotiebeslissingen.

Er is een levendige discussie over de kwaliteit van academische discussie en publicaties op het internet. Er zijn sceptici en onheilsprofeten die blijven klagen over de gevaren van het anarchische internet. Zij zien niet dat hoge kwaliteit van wetenschappelijke publicatie zelfs mogelijk is in de contekst van een «anarchisch internet» als we de traditionele mechanismen van kwaliteitscontrole (d.i. peer review) maar naar de elektronische sfeer overbrengen. Computergemedieerd netwerken en elektronische media hebben in kwalitatief opzicht veel meer voordelen dan gedrukte publicaties.

De elektronische tijdschriften zijn blijvertjes en zullen het karakter van wetenschappelijke communicatie veranderen. Ook wanneer auteurs die in de sterk competitieve academische wereld moeten overleven de manuscripten van hun werk aan gedrukte tijdschriften blijven opsturen.

Bedrijven met gevestigde belangen in de uiterst winstgevende academische boeken- en tijdschriftenmarkt zullen proberen om door academici zelf geproduceerde, volledig vrij toegankelijke elektronische publicaties in discrediet te brengen, of om een manier te vinden om zelf het enorme potentieel van het internet te exploiteren (en de vrije toegang tot wetenschappelijke informatie te sluiten). De strijd over de informationele infrastructuur van de wetenschappelijke branche is nog maar net begonnen.

Index Kwaliteitscontrole: Peer review

Schrijver_02 Er zijn nog steeds wetenschappers die het internet wantrouwen. Zij vinden het veel te chaotisch, een mengelmoes van informatie en disinformatie, een vreemde combinatie van relevante signalen en ruis, een amalgaam van egalitair dilettantisme en uitgelezen professionaliteit. Kortom: het internet is te weinig discriminerend, het maakt geen onderscheid tussen groen en rijp. Wat hen het meest zorgen baart is het gebrek aan kwaliteitscontrole. Kwaliteitscontrole is wat wetenschappelijke publicaties onderscheid van ijdelheidspublicaties en alles wat verder op het internet geplaatst kan worden.

Wetenschappelijke kwaliteitscontrole komt voornamelijk tot stand doordat wetenschappers het werk van collega’s kritiseren en beoordelen voordat het formeel wordt gepubliceerd. Dit systeem van kwaliteitscontrole, ‘peer review’, is zeker niet perfect maar er is tot nu toe nog geen levensvatbaar alternatief voor gevonden. Bij de meeste conventionele tijdschriften is dit systeem tot nu toe met redelijk veel succes toegepast.

‘Peer review’ is een mechanisme van kwaliteitscontrole dat medium-onafhankelijk is en derhalve zondermeer kan worden overgedragen op de elektronische sfeer. Om de mogelijkheden van elektronisch publiceren maximaal te benutten zullen er mechanismen van kwaliteitscontrole op het net geïmplementeerd moeten worden, waardoor er hiërchieën van tijdschriften ontstaan: vanaf de open platforms zonder redactionele selectie tot aan sterk gespecialiseerde tijdschriften met hoge kwaliteitseisen waarin alleen gepubliceerd wordt door vakgenoten die zich op een bepaald gebied hebben gespecialiseerd. Internet maakt het mogelijk om deze mechanismen van kwaliteitscontrole efficiënter en onpartijdiger toe te passen.

IJdelheids- en Gerefereerde Publicaties
Sommige auteurs zetten publicaties op het internet die niet door andere collega's op hun kwaliteit zijn beoordeeld. Dit zelfpubliceren van 'ijdelheidsdocumenten' —hoe goed of nuttig zij ook moge zijn— is iets anders dan het zelf archiveren van artikelen die een bepaalde kwaliteitscontrole hebben doorstaan en die geaccepteerd zijn door een peer-reviewed tijdschrift met enige reputatie. Wetenschappelijke auteurs kunnen hun documenten zelf publiceren in een daarvoor speciaal ingerichte gedistribueerde archieven of reservoirs. Zij kunnen daarin verslag doen van de allereerste stappen van hun wetenschappelijk onderzoek tot hun uiteindelijke resultaten. Zij publiceren hun eerste onderzoeksverslag, vragen om reacties, brengen revisies aan in hun document, en dragen het desgewenst voor aan een competente redactie om een kwaliteitsoordeel over het eindproduct te verkrijgen. Collegiale kritiek en aanvullngen en noodzakelijke opdates kunnen ook daarna nog in het document worden verwerkt. De commentaren op het document blijven aan het document gekoppeld. Dat kan ook vanuit het uitgangspunt "dat de gerefereerde tijdschriftartikelen op de desktop van iedere wetenschapper vrij (in de zin van gratis) toegankelijk zou moeten zijn' [Harnad in een discussiebijdrage]. Commerciële uitgevers zullen zich meer gaan concenteren op kwaliteitscontrole en inbedding van documenten in geavanceerde elektronische publicatieomgevingen. Hun tarieven worden per auteur, per instelling, of per 'pay-per-view' omgeslagen. Decommercialisering van het wetenschappelijk publicatiemechanisme vereist niet alleen versterking van de autonomie van het mechanisme van intercollegiale kwaliteitscontrole, maar ook en vooral dat de academische gemeenschap ervoor zorgt dat er zeer hoogwaardige elektronische publicatieomgevingen beschikbaar worden opgengesteld.
Elektronisch publiceren is per definitie interactief publiceren: gepubliceerd werk en lopend onderzoek kunnen direct door vakgenoten worden becommentarieerd. Voordat een manuscript gepubliceerd wordt circuleert het meestal onder een relatief klein aantal vakgenoten die het van kommentaar voorzien. De wereld van de wetenschappelijke communicatie is klein en esoterisch, het is vooral communicatie met vakgenoten, met specialisten die op eenzelfde gebied opereren. De internet-technologie maakt het mogelijk om dit proces van intercollegiale kritiek dat aan publicatie voorafgaat op een hoger plan te brengen. Concepten van teksten kunnen in daarvoor specifiek bestemde websites worden ondergebracht. Collega's worden uitgenodigd hun commentaren ter plekke in te dienen en zij kunnen hierover desgewenst direct met de auteur communiceren. De informele kwaliteitscontrole in de pre-publicatiefase wordt hierdoor niet alleen versneld, maar ook verbreed.

De meer geformaliseerde kwaliteitscontrole komt tot stand in de interactie met een uit vakgenoten bestaande redactie. De redactie van een elektronisch tijdschrift vervult in principe dezelfde taken als die van een papieren tijdschrift: zij bewaken zowel de kwaliteit van de vorm als van de inhoud. Om de kwaliteit van de vorm te bewaken is deskundigheid nodig op het gebied van het redigeren, corrigeren, pagina-compositie en grafische vormgeving. Het belangrijkste is en blijft uiteraard de bewaking van de inhoudelijke kwaliteit van de gepubliceerde bijdragen. De redactie geeft een inhoudelijke beoordeling van ingeleverde teksten, beslist of een tekst aanvaardbaar is en doet eventueel suggesties voor veranderingen. De redactie laat zich hierbij - net als bij traditionele uitgeverijen - bijstaan door een aantal adviseurs, referenten of reviewers. Zowel de redacteuren als de externe adviseurs zijn in de regel collega’s. ‘Peer review’ is en blijft een systeem van intercollegiale kwaliteitscontrole.

Ook in het papieren tijdperk werd deze kwaliteitscontrole altijd door leden van de academische gemeenschap zelf uitgevoerd. Zij deden dit tot nu toe bijna altijd gratis en er is geen reden om aan te nemen dat dit in het elektronisch tijdperk zal veranderen. Bij volledig elektronische uitgaven kan de kwaliteitscontrole aanzienlijk worden verbreed en versneld. Enerzijds kunnen de referenten op een bredere en meer systematische basis worden geselecteerd. Anderzijds is de snelheid waarmee een manuscript elektronisch kan circuleren veel hoger. Daarom kan de kwaliteitscontrole bij elektronisch tijdschriften veel optimaler, transparanter en goedkoper zijn dan bij hun papieren voorgangers. Hoe dit in de praktijk werkt, werd al beschreven door Steve Harnad: Implementing peer review on the net [1995].

Index Obstakels voor de omwenteling

De voordelen van interactief publiceren met behulp van middelen van moderne telecommunicatie zijn evident. Maar er zijn een aantal obstakels die de revolutie in het proces van wetenschappelijke communicatie in de weg staan.

    Schrijver_04
  1. Oude denkhoudingen over wetenschappelijke communicatie en publicatie remmen onze fantasie. Deze verouderde denkbeelden kunnen alleen maar worden overwonnen wanneer we overtuigende demonstraties geven van de potentiële kracht, produktiviteit en reikwijdte van interactief publiceren. De gehechtheid aan bedrukt papier is het resultaat van jarenlange academische socialisatie en van loutere gewenning. Dit manifesteert zich in het nog altijd hoge prestige dat wordt toegekend aan publicaties bij gerenommeerde academische uitgeverijen en tijdschriften. Deze uitgeverijen hebben grote gevestigde belangen bij het instandhouden van hun gepriviligieerde en uiterst profitabele posities in het centrum van de wereld van de wetenschappelijke communicatie. Dit feitelijke monopolie op prestigieuze wetenschappelijke publicaties moet worden gebroken en kan in principe ook volledig worden afgebroken.

  2. De computers van tegenwoordig zijn nog lang niet gebruiksvriendelijk genoeg om met plezier gebruikt te worden door de meerderheid van de academici. Maar computers en hun software worden steeds gebruiksvriendelijker. Het aantal academici dat van tekstverwerkings- en emailprogramma's gebruik maakt wordt steeds groter. En dit geldt in toenemende mate ook voor het gebruik van programma's waarmee men toegang krijgt tot het internet en zelfstandig kan publiceren met programma's voor het schrijven en uploaden van webpagina's. In het midden van de jaren negentig moest men om een website te bouwen nog kennis hebben van HTML-codes, tegenwoordig zijn er wysiwyg-editors die redelijk gebruiksvriendelijk zijn en waarvoor men zelfs helemaal geen HTML-codes meer hoeft te kennen.

  3. Het huidige intellectuele niveau van de discussie over elektronisch netwerken is nog niet erg inspirerend. Op de een of andere manier hebben de ingenieurs en computerwetenschappers die dit medium hebben gemaakt de verwachting gewekt dat het internet slechts een soort wereldwijd graffity bord is voor triviale aangelegenheden, een speeltuin voor spelletjesfanaten of een pornoblad met bewegende borsten en billen. Nu het internet haar eerste kinderziektes heeft overwonnen en de demografie van het net is veranderd zien we ook meer serieuze demonstraties van haar wetenschappelijk potentieel. Wie op dit moment zoekt naar bijvoorbeeld sociologische of economische bijdragen zal niet alleen verrast zijn over het aantal en de kwaliteit, maar ook over de snelheid waarmee dit aantal dagelijks toeneemt.

  4. Producenten van wetenschappelijke artikelen vrezen dat zij niet in staat zijn om op het internet eigendomsrechten op te eisen en dat plagiaat schering en inslag wordt. Copyright is onderdeel van de bundel rechten die losjes worden aangeduid als 'intellectuele eigendomsrechten'. Veel mensen denken dat wanneer een publicatie geen copyright notitie bevat, het ook niet door het copyright wordt beschermd. Vroeger klopte dit, maar tegenwoordig volgen de meeste Westerse landen de copyright conventie van Bern. Ga er dus maar vanuit dat het werk van een ander onder het kopieerrecht valt en niet gekopieerd mag worden tenzij je zeker weet dat dit niet zo is. Elektronische publicaties zijn in principe niet meer of minder beschermd dan gedrukte publicaties. Toch zullen in een aantal landen de wetten die de copyright regelen zodanig moeten worden veranderd dat zij zich ook expliciet uitstrekken tot de elektronische media. Bescherming tegen plagiaat is mogelijk door het aanleggen van een elektronisch archief waarin wordt vastgelegd op wie welke nieuwe ideeën op zijn naam mag stellen. Een daarmee verbonden beschermingsmaatregel is het overbrengen van de tradtionele mechanismen van kwaliteitscontrole naar de elektronische sfeer.

  5. Elektronische publicaties hebben nog veel minder gezag en leveren minder prestige op dan door uitgevers op de markt gebrachte conventionele boeken en artikelen. Daarom zijn veel academici nog steeds bang dat zij prestige en status mislopen wanneer zij de resultaten van hun werk in elektronische vorm publiceren. De eer die men kan behalen met goede elektronische publicaties neemt echter steeds meer toe en dus ook de kans dat deze publicaties meetellen bij beslissingen over academische aanstellingen en promoties. Bovendien is het voor elektronische publicaties veel gemakkelijker om vast te stellen wat hun 'soortelijk gewicht' is dan voor gedrukte boeken en artikelen. Citatie-statistieken kunnen bijv. met de beschikbare software veel gemakkelijker en nauwkeuriger worden bijgehouden. Hetzelfde geldt voor de frequentie waarmee elektronische teksten worden geraadpleegd of gedownload.

  6. Computervandalisme maakt het internet onveilig. De vandalen van het elektronisch tijdperk bedreigen ons werk door de verspreiding van virussen en schenden onze privacy door het kraken van vertrouwelijke gegevens. Natuurlijk zijn er ook op het internet nog veel onopgeloste veiligheidsproblemen. Maar die problemen waren er ook altijd al bij het papieren briefverkeer, het auditieve telefoonverkeer en bij persoonlijke gesprekken. Bovendien zijn voor de meeste wetenschappelijke communicaties en publicaties deze veiligheidsproblemen niet of nauwelijks relevant. Echt vertrouwelijke informatie kan steeds beter worden beveiligd door gebruik te maken van passwords en van versleutelingssystemen. Ook tegen elektronische virussen zijn inmiddels zeer redelijk betrouwbare beveiligingsmaatregelen mogelijk.

  7. Tenslotte wordt vaak gewezen op het gevaar vervuiling van het internet door 'junkmail' en 'spam': ongevraagde commerciële boodschappen die via email worden gedistribueerd. Het is waar dat internetgebruikers vaak lastig worden gevallen door meer of minder gewetenloze, maar in ieder geval geldzuchtige types en instanties die onze elektronische brievenbussen ongevraagd volstoppen met aanlokkelijke, vaak misleidende commerciële aanbiedingen. De oplossing van dit vervuilingsprobleem is eenvoudig: maak gebruik van de software waarmee de ontvangen email beperkt kan worden tot de personen of onderwerpen die men zelf wil. Elektronische junkmail is op de eigen computer overigens makkelijker te vernietigen dan haar gedrukte broertjes en zusjes. Gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden van initiatieven waarin slachtoffers van elektronisch junkmail zich met succes verzetten tegen degenen die voor deze vervuiling verantwoordelijk zijn.

    Schrijver_03

  8. Op het internet zijn de laatste jaren telkens weer nieuwe Elektronische Publiceeromgevingen (EPO's) gelanceerd. De meeste van deze systemen dupliceren eenvoudig het gedrukte medium, in veel gevallen zelfs de hele layout van het papieren tijdschrift. Deze digitale duplicatie van artikelen voegt in eerste instantie niets nieuws toe aan het publicatiepatroon dat we kennen uit het papieren tijdperk. De waarde van een wetenschappelijke bijdrage ligt echter niet alleen in het artikel zelf, maar ook in de relatie tussen de papers, de daaraan verbonden discussie (commentaren, recensies), actualiseringen van het oorspronkelijk werk, en het aanvullende ondersteunende materiaal. Wanneer deze links handmatig worden doorgebladerd krijgt de gebruiker toch slechts een klein deel van het kennisdomein te zien. In de toekomst van het semantische web kan dit verbeterd worden door toevoeging van metatags aan kleinere, betekenisvolle informatiemodulen en door de ontwikkeling van uitwisselingstalen en intelligente agents die het mogelijk maken om gericht naar kwaliteit te zoeken in grote kennissystemen van het gedistribueerde web. Langzamerhand begint het elektronisch publiceren zich te evolueren van een manier van verspreiding van traditionele wetenschappelijke artikelen tot een nieuw concept van produktie en publicatie van wetenschappelijke informatie.
Computergemedieerde wetenschappelijke communicatie kent ook zijn voetangels en klemmen. Een deel van de hiervoor genoemde problemen is fictief en/of vloeit voort uit ongeïnformeerdheid. Andere problemen zullen zich min of meer vanzelf oplossen wanneer van het elektronische publiceren van wetenschappelijke teksten meer is ingeburgerd. Maar er zijn ook problemen die nog nauwkeurig moeten worden bestudeerd en waarvoor creatieve oplossingen gezocht moeten worden.

Index Elektronische publiceeromgevingen

In het papieren tijdperk evolueerde de wetenschappelijke cultuur zich door middel van statische representaties in de vorm van gepubliceerde documenten die door zich in ruimte en tijd verplaatsen om nieuwe ideeën te verspreiden. De kenmerken van het traditionele publicatiemodel zijn inmiddels bekend en kunnen in een paar trefwoorden worden samengevat. (a) Lineariteit. Artikelen worden geproduceerd voor verspreiding in druk. De verhandelingen zijn ingesloten in de opeenvolging van woorden op het platte vlak van het papier. Deze lineariteit van de uiteenzetting wordt gecompenseerd door toevoeging van inhoudsopgave, voetnoten, bibliografie, index en verwijzingen zoals "zie onder". Hierdoor is het weliswaar mogelijk dat alternatieve routes door een document worden gevolgd, maar de structuur van de presentatie blijft lineair. (b) Een-richtingsverkeer. Het onderzoeksproces wordt gescheiden van de resultaten en de producenten van onderzoek worden gescheiden van de collegiale gemeenschap. (c) Anonimiteit. Zowel voor als na de publicatie zijn er weinig mogelijkheden voor feedback van de bredere gemeenschap. De interactie beperkt zich vaak tot commentaren van vaak anonieme peer reviewers. (d) Traagheid. Het is een stabiele omgeving waarin de communicatie tussen producenten en consumenten in jaren wordt gemeten.

De kenmerken van elektronische tijdschriften zijn veel moeilijker te definiëren. Dat heeft verschillende redenen. De belangrijkste is dat elektronische tijdschriften zich nog in een pril ontwikkelingsstadium bevinden. De software voor elektronisch publiceren is nog relatief primitief en weinig gebruiksvriendelijk. Tegelijkertijd is een hele nieuwe generatie auteurs en publicisten intensief bezig om te ontdekken wat de mogelijkheden van elektronisch publiceren op internet zijn. Er ontstaan telkens weer nieuwe ideeën en suggesties en de technologieën worden verfijnd waarmee een elektronische publiceeromgeving (EPO) tot leven gebracht kan worden. Met deze relativering in het achterhoofd zouden we interactieve elektronische tijdschriften als volgt kunnen typeren:

  1. Hypertekstualiteit
    Artikelen worden geproduceerd voor elektronische verspreiding en kunnen derhalve gebruik maken van alle hypertekstuele mogelijkheden. Lezers krijgen hierdoor de mogelijkheid om van elk punt in een document naar een ander punt te springen of naar een punt in een ander document. Hierdoor krijgen lezers niet alleen direct toegang tot het volledige bibliografische citaat maar ook tot het geciteerde document zelf. De structurering van een hypertekst legt de grenzen vast waarbinnen het leesgedrag kan variëren en bepaalt binnen deze grenzen de kans dat specifieke leestrajecten daadwerkelijk gevolgd worden. Lezers kiezen in het netwerk van onderling verbonden informatie-eenheden een traject dat overeenkomt met de eigen interesses en voorkeuren.

  2. Multimedialiteit
    Alle multimediale mogelijkheden kunnen worden ondersteund. Hypertekstuele documenten kunnen worden verrijkt met (verwijzingen naar) beeld, geluid, simulaties, animaties en demonstraties. Onderzoekers kunnen geanimeerde grafieken gebruiken om veranderingen te laten zien die zich voordoen in geobserveerde of gemodelleerde verschijnselen. Zijn kunnen interactieve drie-dimensionale objecten maken die door lezers vanuit elke gewenste hoek bekeken kunnen worden.

  3. Interactiviteit
    Permanente interactie tussen auteurs, redacteuren, recencenten en lezers is mogelijk. Publicaties kunnen als gevolg van dergelijke interactieve participatie continu evalueren. Al in een vroeg stadium van het publicatieproces zijn er diverse mogelijkheden voor samenwerking in de hele academische gemeenschap. Gebruikers kunnen documenten verrijken met belangrijke secundaire bronnen, inclusief demonstraties, video en audio clips, evaluatie instrumenten, discussies en verwijzingen naar verwant of toekomstig werk. Het document en de discussie kunnen worden geïntegreerd: verwijzingen naar de discussie kunnen direct in het document zelf worden ingebed. Een voorbeeld hiervan is het tijdschrift JIME

  4. Flexibiliteit
    Auteurs kunnen hun eigen publicaties regelmatig actualiseren, gebruikmakend van collegiale commentaren en kritieken. Door 'voorwaartse referenties' kan een gepubliceerd artikel een levend document worden. Nieuwe verwijzingen naar later gepubliceerde documenten kunnen permanent aan een artikel worden toegevoegd zodat lezers kunnen zien hoe een artikel latere studies heeft beïnvloed. Er zijn verschillende technieken die ervoor kunnen zorgen dat we kunnen zien wanneer welke correcties in een document zijn doorgevoerd.
Online wetenschappelijke teksten worden verspreid middels een meer of minder geavanceerde elektronische publiceeromgeving (EPO). Een EPO is een afgebakende virtuele ruimte waarin wetenschappelijke documenten worden gepresenteerd, becommentarieerd, geactualiseerd, gemodificeerd, aangevuld, gearchiveerd, en verbonden aan verwante uiteenzettingen (of aan verwante begrippen, hypothesen, bewijsvoeringen en data). Zo'n afgebakende virtuele publicatieruimte wordt —bij gebrek aan een betere term— een elektronisch tijdschrift genoemd. Elektronische tijdschriften worden —in een minimale werkdefinitie— gekenmerkt door vier functies en processen: het aanbieden van wetenschappelijke documenten; de communicatie tussen auteurs, redacteuren, recensenten en lezers; het archiveren van het geaccepteerde document in een speciaal formaat; de online toegang tot de informatie via het internet [Algarabel 2000].

Papieren tijdschriften zijn momentopnames van afgebakend episodes in het permanente proces van wetenschappelijk onderzoek en discussie. Een virtuele publicatieruimte is geen elektronisch 'tijdschrift' in twee opzichten. Het is geen analoge papieren 'schrift' meer én het is niet per se tijdgebonden (geen dwang om 4 keer per jaar één tijdschrift uit te geven). Publiceren in een elektronische publicatieomgeving is niet publiceren in een 'tijdschrift', maar bijdragen (schrijven, reageren enzovoort) in een permanente, maar disciplinair en thematisch afgebakende virtuele ruimte voor wetenschappelijke kennisontwikkeling. Wie de grenzen wil ontdekken van wat internet kan betekenen voor de progressie van de wetenschap, zal ook bereid moeten zijn een nieuw publicatiemodel te verwelkomen dat kwa type zozeer verschilt van het traditionele 'tijdschrift' dat we hiervoor een nieuwe soortnaam moeten bedenken. Hoezeer zelfs de meest geavanceerde EPO's voortbouwen op de jarenlange ervaringen en verfijnde technieken van de conventionele tijdschriften.

In De toekomst van het semantisch web wordt uitvoeriger ingegaan op de eigenaardigheden van elektronische publiceeromgevingen.

Index Samenvattende conclusies

Na deze uitweiding over de problemen en barrières van het elektronisch publiceren is het tijd om een aantal samenvattende conclusies te trekken. Het zijn uiteraard conclusies waarin de nadruk ligt op de mogelijkheden die elektronisch publiceren biedt voor de verbetering van de wetenschappelijke communicatie.

  1. Vanuit een economisch gezichtspunt kan elektronisch publiceren geld besparen en is daarom veel efficiënter.

  2. Vanuit een sociaal gezichtspunt kan elektronisch publiceren tijd besparen: het breekt tijdsbarrières om wetenschappelijke informatie te produceren, distribueren en te gebruiken.

  3. Vanuit een democratisch gezichtspunt kan elektronisch publiceren de financiële en sociale barrières doorbreken om toegang te krijgen tot wetenschappelijk materiaal.

  4. Vanuit een moreel gezichtspunt kan elektronisch publiceren bijdragen aan de decommercialisering van de produktie en distributie van wetenschappelijke kennis.
Laten we besluiten met een echt gespierde stelling: Het gebruik van elektronisch netwerken en computergemedieerde communicatie kan wetenschappelijke progressie vergemakkelijken. Dat gebeurt met name door elektronische tijdschriften die vierentwintig uur per dag, zeven dagen van de week beschikbaar zijn, zonder kosten voor de gebruiker. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek kunnen in de vorm van vrij toegankelijke artikelen in online archieven eindelijk weer als publiek goed behandeld worden.

Index Informatiebronnen over elektronische tijdschriften

  1. E-Journals (SocioSite)
    Een overzicht van alle sociaal-wetenschappelijke tijdschriften in Nederland, Europa en de rest van de wereld. Soms zijn het alleen maar digitale advertenties voor conventionele tijdschriften (waarvoor je moet betalen), maar vaak zijn het volledig digitale produkties waarvan de volledige artikelen vrij toegankelijk zijn.

  2. Property Rights (SocioSite)
    Een overzicht van informatiebronnen over eigendomsrecht en in het bijzonder over intellectueel eigendom.

  3. Association of Learned and Professional Society Publishers (ALPSP)

  4. Bailey, C. W. Jr.
    Scholarly electronic publishing bibliography
    Een zeer goede, regelmatig bijgewerkte bibliografie over elektronisch en interactief publiceren in de wetenschappelijke wereld. Wie op de hoogte wil blijven mag deze lijst niet missen.

  5. Case, Mary M. [2001]
    Public access to scientific information
    Artikel over het ontstaan en doelstellingen van de Public Library of Science (PLoS).

  6. Electronic Publishing Initiative at Columbia (EPIC)
    EPIC streeft naar een nieuwe wijze van wetenschappelijke en educatieve publicatie door gebruik te maken van nieuwe media-technologieën in een geïntegreerde onderzoeks- en productieomgeving.

  7. Ginsparg, P. [1996]
    Winners and Losers in the Global Research Village
    Paper gepresenteerd op de conferentie Electronic Publishing in Science, UNESCO HQ. Parijs 19-23 februari 1996.

  8. Harnad, Steven
    E-Prints on interactive publication
    Harnad (Universiteit van Southhampton, UK) heeft al zijn teksten over wetenschappelijk 'skywriting', interactief publiceren en het implementeren van 'peer review' op het net gezet.

  9. Holoviak, Jody / Seitter, Keith L. [1997]
    Transcending the Limitations of the Printed Page

  10. Journal of Electronic Publishing

  11. Kircz, Joost [1997]
    Modularity: the next form of scientific information presentation?

  12. Luce, Richard [2001]
    Evolution and scientific literature: towards a decentralized adaptive web
    In: Nature, Web Debates.

  13. Mahoney, Michael J. [1977]
    Publication prejudices: An experimental study of confirmatory bias in the peer review system
    In: Cognitive Therapy and Research, 1(2): 161-175.

  14. Marion, A. / Hacking, E.L. [1998]
    Educational Publishing and the World Wide Web
    In: Journal of Interactive Media in Education, 98(2).

  15. McCarty, Willard
    Overview of online publication
    Informatiebronnen voor een (provisionele) typologie van online publicaties. Bedoeld om ons aan het denken te zetten over de manier waarop we deze problemen kunnen oplossen.

  16. Meadows, A. J. (ed.) [1980]
    Development of Science Publishing in Europe.
    Amsterdam: Elsevier Science Publications.

  17. Nature: Future e-access to the primary literature
    Een verzameling opstellen over de gevolgen van het Web voor de publicatie van resultaten van wetenschappelijk onderzoek.

  18. Navihedron

  19. Odlyzko, Andrew
    Papers on Electronic Publishing and Elektronic Commerce
    Een uitgebreide verzameling uitstekende papers over inhoudelijke, technische en economische aspecten van elektronisch publiceren. Odlyzko is onderzoeker bij de AT&T Labs in New York, USA.

  20. Pikowsky, Robert A. [1997]
    Electronic Journals as a Potential Solution to Escalating Serials Costs.
    In: The Serials Librarian, 32(3/4): 31-56.

  21. Pikowsky, Robert A. [2000]
    A Snapshot of Electronic Journals.
    In: The Serials Librarian, 39(1): 41-63.

  22. Public Library of Science
    Een initiatief dat uitgaat van de stelling dat het wetenschappelijke publicaties niet het eigendom zouden moeten zijn van of gecontroleerd zouden mogen worden door commerciële uitgevers. Wetenschappelijke publicaties zouden gratis voor het publiek toegankelijk moeten zijn.

  23. Resh, Vincent H. [1998]
    Science and Communication: An Author/Editor/User's Perspective on the Transition from Paper to Electronic Publishing
    Een onderzoek naar de percepties van de verwachte invloed van elektronisch publiceren op de communicatie van wetenschappelijk onderzoek.

  24. Smith, John [1999]
    The Deconstructed Journal - A New Model for Academic Publishing
    In: Learned Publishing 12:79-91.

  25. Smith, John [2003]
    The Decontstructud Journal Revisited - a review of developments

  26. Sosteric, Mike [1996a]
    Electronic Journals and Scholarly Communication.
    In: EJS 1(2), 1996. Met veel verwijzingen naar ander materiaal over dit onderwerp

  27. Sosteric, Mike [1996b]
    Electronic Journals: The Grand Information Future?, in: EJS 2(2), 1996.

  28. SPARC - Scholarly Publishing & Academic Resources Coalition
    SPARC is een gezamenlijk project van de Association of Research Libraries (ARL) en andere onderwijs- en onderzoeksorganisaties. Door het scheppen van een meer competitieve marktplaats voor onderzoeksinformatie wil zij bijdragen aan de verbetering van de wetenschappelijke communicatie.

  29. Tenopir, Carol / King, Donald W. [2000]
    Towards Electronic Journals: Realities for Scientitst, Librarians, and Publishers.
    Washington, D.C.: Special Libraries Association (SLA).\

  30. Wikipedia: Peer_Review

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

20 September, 2013
Eerst gepubliceerd: October, 1997