| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
| Internet als medium en inzet van maatschappelijke strijd |
|---|
Veel mensen geloven nog steeds dat het internet een medium is met een grote democratische potentie. Dat geloof is gebaseerd op een aantal steekhoudende argumenten. Ten eerste is internet een laagdrempelig medium waarvan alle burgers gebruik kunnen maken om hun opvattingen en verlangens naar voren te brengen. Het enige wat men hiervoor nodig heeft is een computer en een internetaansluiting. Ten tweede is het een globaal medium waarmee in principe iedereen snel bereikt kan worden. Geografische grenzen tussen continenten, landen en regios en tussen sociale klassen, beroeps-, inkomens of statusgroepen zouden als sneeuw voor de digitale zon verdampen. Ten derde is het een interactief medium dat ons in staat stelt om online op alle denkbare manieren met elkaar te communiceren. Via internet kunnen we zowel synchroon (chat, videoconferentie) als asynchroon (website, weblog, webfora enz.) met elkaar communiceren. Bovendien kunnen we een-op-een met elkaar communiceren, maar ook een-op-velen, velen-op-een en velen-op-velen. Dat zijn welhaast ideale condities voor democratische meningsvorming.
Elke zichzelf respecterende belangengroep, politieke partij of sociale beweging manifesteert zich tegenwoordig op internet. Zij proberen daar hun doelstellingen uit te dragen, zij articuleren hun groepsspecifieke belangen, verlangens en aspiraties, zij agiteren tegen andere maatschappelijke of politieke groeperingen die hun opties in de weg staan. En zij gebruiken het internet om hun eigen achterban te informeren, te verbreden en te mobiliseren.
Voor deelnemers aan sociale emancipatiebewegingen of politieke mobilisatiebewegingen is internet een communicatieve ruimte waarin zij hun politieke opties en plannen kunnen bespreken, hun ervaringen kunnen uitwisselen en informatie aan elkaar kunnen doorspelen. Door globaal te communiceren en lokaal te handelen kunnen sociale bewegingen hun openbaarheid aanzienlijk uitbreiden. Hier ligt het eigenlijke potentieel van de internetopenbaarheid: het schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming van sociale, emancipatoire en nationale bewegingen, die op hun beurt de institutionele politiek kunnen aanvullen en corrigeren.
Het internet biedt dus wel degelijk nieuwe mogelijkheden voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar zon samenleving komt niet vanzelf. Internet is geen inherent democratisch medium waarvan alleen maar positieve effecten te verwachten zijn. In de loop der jaren is internet zelf ook een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. Sterker nog: het internet kan ook een nieuw kanaal worden waarmee de hoeders van de status quo hun machtsposities beschermen. Internet is dus enerzijds een krachtig instrument voor democratisering en individuele vrijheid, maar kan anderzijds ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren. De controle van communicatie en de manipulatie van informatie waren altijd al de eerste verdedigingslinie van machthebbers om voor hun misdaden weg te lopen [Castells 2011:347].
In landen waar de machthebbers via de staat het volledige monopolie hebben over de traditionele media (kranten, radio, televisie), zoals Iran, zijn oppositionele krachten voor hun onderlinge en externe communicatie volledig aangewezen op het internet.
Repressie via internet
|
|---|
|
Bovendien bestaat er ook tussen de Afrikaanse staten een scherpe digitale scheidslijn. De beste infrastructuur en de meeste internetactiviteiten zijn geconcentreerd in Zuid-Afrika, Marokko, Egypte en in een paar kleinere economieën zoals Mauritius en de Seychellen. De ADSL diensten in Egypte behoren tot de goedkoopste van Afrika. Op Zuid-Afrika en Marokko na heeft Egypte de meeste internetproviders (meer dan 200). Al met al vertoont de ICT-sector in Egypte een permanente groei. In 2008 werd er al $9,8 miljard aan ICT besteed en de verwachting is dat dit in 2011 is toegenomen tot $ 13,5 miljard. Het internet heeft in Egypte een moderne infrastructuur en het internetgebruik vertoont een scherp stijgende lijn. In 2000 werd een commerciële breedband internettoegang geïntroduceerd. In de periode 2000-2008 steeg het aantal internetgebruikers in Egypte met maar liefst 1815 procent: van 450.000 internetters in 2000 tot 8.620.000 in 2008. De internetpenetratie in Afrika is gemiddeld 5 procent, in Egypte is dat 15,4 procent. Egypte loopt dus voor op bijna heel Afrika, maar het loopt achter bij veel landen uit het Midden-Oosten. |
Het enige medium dat voor Egyptische burgers nog enige vrijheid van meningsuiting toelaat is het internet (en de mobiele telefoon). Egyptische burgers gebruiken dat internet om zichzelf en anderen te informeren en om zich vrij te associëren en te protesteren. Dankzij het internet waren de Arabische burgers niet langer passieve consumenten van traditionele media. Internet gaf hen een kans om vrijelijker te spreken over onderwerpen die er toe doen. Langzamerhand ontdekten zij dat het internet een instrument is voor sociaal-politieke veranderingen. Het bloggen werd geïntroduceerd als een gebruiksvriendelijk maar zeer krachtige methode om zichzelf onafhankelijk (zonder de filters van de traditionele media) te uitten. Hierdoor konden nieuwe geluiden worden gehoord van burgers die zichzelf onderscheiden door moeilijk toegankelijke (of gecensureerde) informatie beschikbaar te stellen, door heldere analyses te geven van de stand van maatschappelijke zaken, en door het leveren van scherpzinnige kritiek op schrijnende sociale ongelijkheid, onrechtvaardigheid en onvrijheid. Al snel zou blijken dat deze vrijzinnige bloggers op de uiterst lange tenen van hun autocratische machthebbers begonnen te trappen. De bloggers werden bedreigd, in de gevangenis gegooid en gemarteld.
|
|
Een andere bekende activist is Abdul Kareem Suleiman. Hij gebruikte zijn blog om lucht te geven aan zijn onvrede met de gang van zaken in de Egyptische samenleving. Daarbij keerde hij zich vooral tegen de leer van de islam en de slechte behandeling van vrouwen volgens de islamitische sharia. In augustus 2005 begon hij met zijn blog. Twee maanden later werd hij gearresteerd omdat hij de islam had aangevallen op een blog The Naked Truth About Islam As I Saw it in Muharram Beik. Daarin beschrijft hij hoe zijn fundamentalistische vader zijn twee zusters van 10 jaar verbiedt om nog langer naar school te gaan en hen verplicht om zich van kop tot teen te bedekken. Zijn analyse werd als antireligieus bestempeld en als een belediging voor president Mubarak. In de vroege morgen van 25 oktober 2005 bestormen ongeuniformeerde eenheden van de staatsveiligheidsdienst (Amn al Dawla) zijn woning in Alexandrië. Hij wordt gehandboeid en geblinddoekt afgevoerd en tijdens ellenlange ondervragingen geconfronteerd met uitgeprinte teksten van zijn blog. Nadat hij 11 dagen in de beruchte Tora gevangenis in Caïro was opgesloten, werd hij door een bevel van de Minister van Binnenlandse Zaken vrijgelaten. Nadat hij zijn religie had afgezworen werd hij van de Al-Azhar universiteit verwijderd en in november van datzelfde jaar weer gearresteerd en ondervraagd. Zijn eigenzinnige commentaar was: Als de dood onvermijdelijk is, dan is het een zonde om als lafaard te sterven. Op 22 februari 2007 werd hij opnieuw gearresteerd en veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf voor het beledigen van de islam en Mubarak. In de gevangenis werd hij door zijn bewakers afgetuigd, waarna hij op 17 november 2010 werd vrijgelaten. De campagne om de dappere Egyptische blogger vrij te krijgen is prachtig gedocumenteerd in de YouTube Gallery Fee Kareem.
In de nacht van 27 op 28 januari zagen de onderzoekers van Arbor Networks het volgende gebeuren:
Het was de dag dat een deel van het internet stierf. Egypte ging op zwart. Maar de farao zou niet rustig slapen. Een oorverdovend, oogverblindend en verstandblokkerend volksverzet werd zijn deel. Als een dief in de nacht moest hij uit Caïro vluchten.
Het uitschakelen van internetverbindingen in reactie op gevoelige politieke gebeurtenissen is een vorm van just-in-time blokkeren. Daarbij wordt toegang tot informatie geblokkeerd tijdens belangrijke politieke momenten waarop deze informatie de grootste gevolgen heeft voor verkiezingen, protesten of herdenkingen van opstanden.
Dit betekende echter niet dat de opposanten baat hadden bij de afsluiting van het internet.

De demonstranten op het Tahrir-plein waren tegelijkertijd samen en alleen. Zonder toegang tot betrouwbare informatie werd de menigte gevoelig voor geruchten. In deze duisternis hadden de deelnemers vaak geen idee hoe het met hun familie en vrienden was gesteld. Men wist een week lang vaak niet of zij door de politie waren opgepakt of in elkaar geslagen. Bovendien was het voor de demonstranten vaak onduidelijk op welk tijdstip en waar men moest hergroeperen, of hoe men de revolte moest beschermen tegen gewelddadige provocaties van de vechtersbazen die Mubarak met paarden en kamelen op hen afstuurde.
Dat het internet een week op zwart werd gesteld verhinderde de Egyptenaren niet om luid protesterend hun grieven en eisen op straat naar voren te brengen. De activisten die zich op het internet hadden aaneengesloten waren niet vergeten hoe zij de fysieke publieke ruimtes konden gebruiken om duidelijk te maken waar het op stond Mubarak moest verdwijnen, en wel direct.
Na een week van heftige sociale onrust en politiek protest kwam het internet verkeer weer enigszins op gang. Sindsdien zijn alle grote providers en websites weer bereikbaar voor de rest van het internet [bron].
Het platleggen van het internet bracht de Egyptische economie dagelijks een enorme schade aan. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) publiceerde een schatting van deze schade: 13 miljoen euro ($ 18 miljoen) per dag. In totaal zou dit het land zon 65 miljoen euro ($ 90 miljoen) hebben gekost. Daarbij zijn dan nog niet de secundaire economische gevolgen meegerekend, zoals bijvoorbeeld voor de toeristenindustrie. Op lange termijn zou het effect nog veel groter kunnen zijn, omdat het moeilijker wordt om in de toekomst buitenlandse bedrijven aan te trekken en hen te verzekeren dat de netwerken betrouwbaar zullen blijven.
In 2008 hadden de ministers van de Egyptische regering nog hun handtekening gezet onder een OECD-verklaring waarin een open internet werd bepleit als een cruciale factor in de groei van de nationale economie. In haar angstige haast om het verzet van het volk te breken, vergaten de autoritaire heersers niet alleen de principes van vrije informatie en vrijheid van meningsuiting, maar ook hoezeer het internet en de mobiele telefoon inmiddels zijn geïntegreerd in het economisch systeem. Overheden van technologisch ontwikkelde naties kunnen het telecommunicatiesysteem niet uitschakelen zonder substantiële economische schade aan te richten en het normale maatschappelijke verkeer te ontregelen. Internet is zo diep verankerd in bijna alle aspecten van ons persoonlijk en maatschappelijk bestaan, dat een uitschakeling direct resulteert in een dramatische ontregeling van de samenleving. Internet is inmiddels ook een medium van massadisruptie geworden.
|
In februari 2005 sloot Nepal alle internationale internetverbindingen in het land af nadat de koning de staat van beleg had afgekondigd. Op dat tijdstip maakte nog minder dan 1% van de Nepalese bevolking van 23 miljoen gebruik van het internet. Nepal behoort tot de minst ontwikkelde landen van de wereld. Een week lang gingen de media op slot en werd het land van het internet afgesloten [Glaser 2005] Op 29 september 2007 sloot de regering van Birma tijdens de saffraanrevolutie het internet in het hele land af. Zij deed dit in reactie op stromen van beelden en videos waarmee het gewelddadige optreden van de regering tegen de demonstrerende burgers werd gedocumenteerd. Daaraan voorafgaand blokkeerde de Birmese junta steeds meer sites. De toegang tot populaire sociale media zoals YouTube en Blogspot werden geblokkeerd evenals de toegang tot internationale nieuwssites. Op die manier probeerde de regering te verhinderen dat er nog meer informatie naar buiten en naar binnen kwam. Door het reguleren of afsluiten van toegang tot communicatietechnologieën proberen repressieve regimes de sociale mobilisatie rond politieke sleutelkwesties te beperken. |

Door de mazen van het internet
|
|---|
| April 6 Youth Movement Our generation has the right to try .. Either we succeed .. Or offer an experience to benefit other generations Youth April 6 Youth who love Egypt |
Deze plannen werden ondersteund door de oppositiepartij El Ghad (Morgen) die werd opgericht door Ayman Nour [1964]. Samen met andere leden van de partijjeugd richtte Esraa Abdel Fattah in 2008 een Facebookgroep op waarin zij deze protestactie bekend maakte en de Egyptische jeugd opriep om de arbeiders van Mahalla al-Kurba op 6 april te komen ondersteunen. Van de overheid werd geëist: een minimumloon, antitrustmaatregelen, bestrijding van corruptie en vrijlating van alle politieke gevangenen en gewetensgevangenen. Zij werd gearresteerd door de veiligheidsdienst en in de gevangenis opgesloten. Een aantal Egyptische kranten uitten hun bezwaren tegen deze staatscensuur. Esraa werd hierdoor een symbool van verzet en onverzettelijkheid tegen corruptie en onrechtvaardigheid. Na twee weken werd Facebook Girl vrijgelaten. Daarna gaf zij in een publieke verklaring aan dat zij zich in de toekomst zou onthouden van politieke activiteiten. Maar tijdens de revolutie van januari 2011 riep zij op om een einde te maken aan het regime van Mubarak. Zij was niet alleen op het internet actief, maar verstrekte ook Al Jazeera van het laatste nieuws over de oppositie.
Woordvoerders van het regime verordonneerden dat iedereen weer aan het werk moest gaan en dat men zich moest onthouden van demonstraties. De aanwezigheid van veiligheidstroepen in de steden werd versterkt. In Mahalla al-Kurba gebruikte de politie traangas en rubberen kogels tegenover 7.000 demonstranten.
Leden van de Facebookgroep organiseerden tijdens de acties juridische ondersteuning, deden verslag van de staking en gaven berichten door over het optreden van de politie. Meer dan negenentachtigduizend overwegend jonge en goed opgeleide Egyptenaren sloten zich aan bij de beweging. Middels Facebook kwam in zeer korte tijd een sneeuwbal met effect op gang. Steeds meer jongeren begonnen te geloven dat er echt iets veranderd kon worden in Egypte. Een oppositie die vergaande hervormingen wil realiseren heeft echter leiding nodig. Zodra iemand deze rol op zich durfde nemen werd hij snel van de politieke arena verwijderd, ook al vertoonde hij zich slechts in de virtuele politieke arena van netwerksites en blogs.
Een van de oprichters van de anti-regeringsgroep op Facebook strike on April 6 is Ahmed Maher. Deze 27-jarige ingenieur werd al snel door een officier van de veiligheidsdienst opgeroepen om eens op de koffie te komen. Maar Ahmed ging daar bij herhaling niet op in. Hij was per se niet van plan te zwichten voor de druk die officieren van de veiligheidsdienst op hem uitoefenden. Tegenover de BBC verklaarde hij: If we allow ourselves to fear them, we wont do anything. Then I would consider myself a partner in the crimes taking place in Egypt.
Maar op 7 mei 2008 werd hij uit auto gesleept toen hij op weg was naar zijn werk in Caïro. Een particulier busje reed tegen zijn auto op en drie andere autos dwongen hem te stoppen. Ongeveer 12 ongeuniformeerde leden van de staatsveiligheidsdienst dwongen hem zijn auto te verlaten en brachten hem gehandboeid en geblinddoekt naar een nabijgelegen politiepost. Daar werd hij door de agenten beledigd, uitgekleed en geslagen. Daarna werd hij overgebracht naar het hoofdgebouw van de veiligheidsdienst in Lazoghly. Hij werd gemarteld en zijn voeten werden vastgebonden. Vervolgens werd hij aan een touw over de vloer getrokken. Zij dreigden hem met een stok te verkrachten en hij werd over zijn hele lichaam geslagen. Tussendoor werd hij ondervraagd over de Facebookgroep. Zij probeerden hem het password te ontfutselen. Toen deze keiharde methode geen succes had, probeerden zijn beulen het nog met een zachtere methodiek: met louter dreigingen en een beroep op patriottisme. Ook daarmee hadden zij geen succes. Nadat hij 12 uur lang martelingen had doorstaan werd Ahmed vrijgelaten. Maar zijn verhaal over deze brutale mishandeling met fotos van zijn mishandelde lichaam werden direct op internet geplaatst.
De 6 April-jongeren riepen alle Egyptenaren op tot een algemene staking op 6 april 2009. Op die dag werd de politie in grote aantallen gemobiliseerd om een nationale staking door democratische activisten te verhinderen. De politie kreeg opdracht om iedereen te arresteren die aan de staking zou meedoen. De organisatoren hadden gevraagd om zich op de stakingsdag zwart te kleden en riepen op om sit-ins te organiseren in bedrijven en onderwijsinstellingen. De stakingsoproep werd via sociale netwerksites en SMS berichten door het land verspreid. De protesten waren niet massaal. Maar ze hadden wel tot gevolg dat ongeveer 100 van de 454 parlementsleden het parlement uitliepen als onderdeel van het protest.
Een van de activisten van de beweging probeerde de Amerikaanse regering ervan te overtuigen hervormingen in Egypte af te dwingen door druk uit te oefenen op het Mubarak-regime, met als dreiging informatie vrij te geven over Egyptische ambtenaren en hun illegale buitenlandse bankrekeningen. Hij hoopte dat de VS en de internationale gemeenschap deze rekeningen zouden bevriezen. Maar in Amerikaanse regeringskringen was men van meet af aan zeer sceptisch over de hoogstonrealistische doelstelling om het regime van Mubarak nog voor de presidentsverkiezingen van 2011 te vervangen door een parlementaire democratie [Telex van 30.12.2008 - Wikileaks].
De Egyptische internetgebruikers gaven de sociale netwerksite Facebook een nieuwe rol: een platform voor politiek activisme, zoals het propageren van demonstraties tegen het bewind van Mubarak. Noodzaak is de moeder van de uitvinding - de Egyptische jeugd werd gedwongen om Facebook te gebruiken om zichzelf politiek en sociaal uit te drukken en te associëren (Mona Elthahawy). Facebook werd voor hen een natuurlijk vehikel voor en verlengstuk van hun sociaal-politieke activiteiten.
Op de websites en blogs van Egyptische burgers verschenen steeds meer berichten waarin de immense corruptie en de onderdrukking van vrouwen aan de orde werden gesteld. De aanhangers van Mubarak werden uitgedaagd en een aantal hogere ambtenaren werd gedwongen ontslag te nemen. Voor de hoeders van de Arabische republiek werd het steeds lastiger om deze protesten via de niet-volledig gecontroleerde nieuwe media in de kiem te smoren.
Internet is niet meer alleen een essentieel kanaal voor handel, entertainment en informatie. Het is ook een toneel voor staatscontrole en voor de rebellie daartegen. Het internet is dus in toenemende mate een politieke arena waarin tegengestelde maatschappelijke krachten op elkaar botsen, elkaar openlijk met digitale middelen bestrijden, en vechten om de aandacht van internetburgers (netizens). De sociaal-politieke en cultureel-ideologische strijd wordt tegenwoordig met moderne digitale middelen uitgevochten. De machtsstrijd in de samenleving wordt niet alleen bepaald door de lokale mobilisatie van fysieke macht (=geweld), maar ook en in toenemende mate door de globale mobilisatie van virtuele macht (=stem op het internet). Internet is dus niet alleen een medium van sociaal-politieke strijd, maar ook inzet van een nieuw strijdperk waarop antagonistische maatschappelijke krachten met elkaar botsen. Eens droomden de techno-optimisten dat internet een koningsweg zou zijn die ons regelrecht naar democratie en vrijheid zou brengen. Maar inmiddels gaan de poortwachters van dictatoriale en militaire regimes ook op internet zelf de confrontatie met opposanten aan. Organisatoren en deelnemers aan het verzet worden via internet opgespoord en gelokaliseerd, waarna zij met geweld in arrest worden genomen. Internet is dus ook een erg effectief middel van onderdrukking, van digitale dictatuur [Morozov 2011].
Nomadische gedachten
|
|---|
Internet als publieke domein
Het internet is in veel opzichten een modernere, veel grotere versie van publieke sferen en fora die door de eeuwen heen burgerschap mogelijk hebben gemaakt. Vroeger waren dat de bekende fysieke derde plaatsen: de pleinen en parken, de cafés en buurthuizen, de danspaleizen en de wekelijkse markt [Oldenburg 1989; Benschop 2009/11]. Later werden dat de massamedia die als relatief autonome politieke bemiddelingsinstanties fungeerden, als managers van de symbolische arena (H. Gans) die de toegang tot de politieke openbaarheid reguleren. En tegenwoordig lijkt die rol in veel opzichten door het internet worden overgenomen.
Voor protestgroepen, sociale bewegingen en collectieve conflicten heeft dit een aantal vergaande consequenties.
| Vrijheid wordt nooit vrijwillig gegeven door de onderdrukker; zij moet worden geëist door de onderdrukten [Martin Luther King Jr.]. |
De revolutie in Egypte lijkt de cyberoptimisten in het gelijk te stellen. Met name door het intensieve gebruik van internet kon een verzetsbeweging worden georganiseerd die de overgang naar democratie aanzienlijk heeft versneld. Bovendien was deze Facebookgeneratie in staat om op vreedzame wijze een ongemene volkskracht te mobiliseren die voor alle onderdrukten in de wereld een bron van inspiratie werd. Maar de geschiedenis van deze revolutie illustreert tegelijkertijd dat deze positieve uitkomsten op geen enkele manier vanzelfsprekend, laat staan onvermijdelijk zijn. Zij heeft ook laten zien hoe autoritaire machthebbers hun onderdanen in bedwang proberen te houden door verscherpt toezicht op alle digitale communicaties, door het gericht uitschakelen van internetdiensten die hen niet bevallen, en door hun eigen aanhang aan te sporen om eigen virtuele netwerken op te bouwen en te penetreren in de netwerken van hun politieke tegenstanders. Autocratische regimes maken dus niet alleen repressief gebruik van internet om tegenstanders op te sporen; zij gebruiken het ook als alternatief om de eigen achterban te mobiliseren en de voedingsbodem van het regime te versterken. De Egyptische revolutie laat bovendien zien dat autocratische regimes er niet voor terugdeinzen om zelfs het nationale internet en het mobiele telefoonverkeer volledig uit te schakelen zodra zij denken dat de virtuele strijd op internet verloren wordt.
Internet is zelf een steeds omvangrijker en alleen al daarom belangrijker publiek domein geworden waarop maatschappelijke strijd wordt uitgevochten. In deze netoorlog staan per definitie tegengestelde maatschappelijke krachten tegenover elkaar die elkaar met alle mogelijke virtuele middelen, methodieken en strategieën bestrijden. Cybersociologische realisten proberen deze virtuele strijd zo nauwkeurig en nuchter mogelijk te analyseren en te theoretiseren. Zij laten zich daarbij zo min mogelijk inspireren door (heerlijk) techno-optimisme of (treurig) techno-pessimisme.
Het digitale tijdperk heeft een groot potentieel om mensenrechten en democratie te bevorderen. Maar dit is geen automatisme. Net zomin als het een automatisme is dat autocratische leiders het internet gebruiken om hun dictatuur digitaal te versterken. Ook cybersociologen weten dat technologieën niets doen en geen enkel effect sorteren, behalve door dat wat handelingsbekwame individuen ermee doen. Hét internet of de digitale informatie- en communicatietechnologieën doen helemaal niets het zijn geen handelings- laat staan wilsbekwame actoren.
Niemand gelooft dat de sociale media er op een of andere manier de oorzaak van zijn dat brave burgers plotseling zo boos worden dat ze op straat gaan demonstreren. Sociale media zijn slechts een instrument dat mensen gebruiken om elkaar te informeren, met elkaar te discussiëren en om gezamenlijke lokale en/of virtuele activiteiten te coördineren. Mensen willen geen revolutie vanwege de sociale media, maar gebruiken die nieuwe media om hun revolutie te inspireren en te organiseren. De Egyptische revolutie van februari 2011 is dan ook geen Facebookrevolutie, maar wel een revolutie die op gang is gebracht door de Facebookgeneratie.
De Arabische lente was in werkelijkheid een politieke flitsmeute. Flitsmeutes zijn verzamelingen mensen die via internet en andere elektronische media gemobiliseerd worden om op een bepaald tijdstip ergens kortstondig bijeen te komen om daar iets absurdistisch of provocerends te doen. Het verschil met de lokale acties van sociaal-politieke verzetsbewegingen is niet alleen hun beperktere omvang, maar vooral ook de duurzaamheid en het doel van de acties. Sociaal-politieke verzetsbewegingen die via het internet worden gemobiliseerd kunnen plotseling opduiken in lokale openbare ruimtes om te demonstreren voor hun gemeenschappelijke eisen. Dat zijn geen absurdistisch geënsceneerde provocaties, maar politiek gemotiveerde collectieve acties die door virtuele mobilisatie worden georganiseerd. Ik zal wolkbewegingen noemen.
De sprong van virtuele discussie naar lokale participatie is niet zo simpel als het lijkt. Door eindeloze interne discussies in het virtuele publieke domein kunnen lokale collectieve acties worden geblokkeerd. Door de sterke mate van decentralisatie en zware druk van de heersende macht wordt de oppositie die zich via internet probeert te organiseren vaak opgesplitst in facties die elkaar onderling bestrijden. Bovendien kunnen die facties tegen elkaar worden opgezet door infiltratie van inlichtingendiensten en geheime politie. In louter virtuele verbindingen tussen opposanten is het vaak nog lastiger om te achterhalen of je communiceert met echte opposanten of met infiltranten die proberen om de beweging te provoceren en te versplinteren.
Maar toch werd in Egypte en in andere Arabische regimes de sprong van virtuele discussie naar lokale participatie gemaakt. Voordat de tegenstanders van een dictatuur de straat op gaan, willen ze weten in welke mate hun mening wordt gedeeld en hoeveel medebetogers er zullen zijn.
Via het internet werd in Egypte informatie verspreid over de acties die er in het land plaatsvonden en werd opgeroepen om aan die betogingen mee te doen. Op deze manier kregen ook de twijfelaars langzamerhand het vertrouwen dat hun mening breed werd gedeeld. Juist door deze virtuele organisatie kon het dilemma van collectieve actie worden overwonnen. Virtuele sociale netwerken vergemakkelijken het proces van vereniging in de strijd tegen maatschappelijk onrecht en tegen politieke dictaturen. Zolang het internet niet volledig door een dictatoriaal regime kan worden gecontroleerd, kunnen individuele burgers elkaar in relatieve vrijheid ontmoeten in virtuele sociale netwerken. Daarin kunnen zij ontdekken of er voldoende gelijkgezinden zijn om het risico te nemen daadwerkelijk naar buiten te treden om en masse het eigen gezicht te laten zien.
Als dat waar is, dan zou internet ook bij uitstek een medium van solidariteit moeten zijn. Tijdens de Egyptische revolutie ontstond een Facebookgroep waarin zon half miljoen mensen het plan lanceerden om een virtuele solidariteitsmars te organiseren met de demonstranten in Egypte. De centrale leuze van deze Virtual March of Millions in Solidarity with the Egyptian Protestors was even duidelijk als geniaal: Ik ben aanwezig.
Virtueel demonstreren voor een gerechtvaardigde zaak terwijl je zelf op een stoel blijft zitten achter je pc of laptop. Een louter symbolische collectieve actie. Maar dat waren demonstraties al vanaf het begin van hun ontstaan: gebundelde symbolische articulaties van onvrede met de bestaande toestand.
De organisatoren slaagden erin om een virale online beweging te creëren waaraan misschien wel miljoenen (vooral jongere) burgers in de hele wereld konden deelnemen.
Een jonge Egyptenaar, Samantha Haikal, schreef:
Door creatief gebruik te maken van nieuwe media hebben de opposanten in Egypte en andere Noord-Afrikaanse staten virtuele macht kunnen opbouwen in het publieke domein van het internet. Op deze wijze werd het overheidsmonopolie op traditionele media gepasseerd. Deze symbolische macht van de oppositie werd nog eens versterkt door internationale solidariteitsacties. In de strategische interacties met conflicttegenstanders speelt deze solidariteit een belangrijke rol. De conflictpartij die de meest omvattende internationale solidariteit ontvangt voelt zich hierdoor moreel gesterkt en kan in de regel ook rekenen op monetaire, medische, logistieke en andere steun.
Solidariteit met activisten die hun leven op het spel zetten in de strijd tegen genadeloze en roofzuchtige heersers is van eminent belang. We kunnen daarbij niet lijfelijk aanwezig zijn om hen te ondersteunen, maar we kunnen ons er via internet wel virtueel mee bemoeien. En we kunnen er zelfs, ook al is het maar symbolisch, wel virtueel aanwezig zijn.
Alleen cynici (die steevast geloven in de impotentie van elke vorm van activisme) kunnen dit digitaal activisme hooghartig afdoen als kliktivisme (clicktivism), lui activisme (slaptivisme. slaktivisme, zwaktivisme, retweet babbelaars of als Facebook Revolutionairen Zonder Ballen (FRZB). Macht komt tegenwoordig niet meer alleen uit de loop van een geweer, maar ook uit de beweging van je vingertoppen.
Een fantastisch voorbeeld hiervan is United4Iran. Deze mensen werken de klok rond. Het wordt soms zelfs duidelijk dat zij uitgeput zijn, maar zij gaan door omdat zij weten dat de gemeenschap vertrouwt op hun ideeën, hun inspanningen, hun organisationele vaardigheden om de beweging op gang te houden. Dat is een voorbeeld van een missie met leiderschap. Geen idee kan slagen zonder dat een leider daadwerkelijk doorzet om dat te laten gebeuren. Dit soort arbeidsethiek is bewonderenswaardig en wij hebben bij Mideast Youth ook geprobeerd om die ethiek te handhaven. Een redacteur per site, dat is alles wat nodig is om die site door de traditionele media te drukken de kranten, het nieuws, de mainstream, gehoord worden door de wereld, transformatie van ideeën, inspireren van nieuwe, enzovoort. Een hardwerkend persoon kan bereiken wat een miljard retweets niet kunnen, en die individuen zijn geen kliktivisten. Maar ik wil ook laten weten dat de mensen die klikten en retweets verstuurden via Twitter hebben geholpen om het idee permanent door de schermen en radios van de mensen te laten stromen. Het is werkelijk onderdeel van een enorme, zich ontwikkelende kring en alle beetjes helpen. Dat is echt waar omdat we zelf zien wat er hier en nu op ons netwerk van sites gebeurt. We steunen erg op onze gemeenschap om onze boodschap naar buiten te brengen zodra we iets gebouwd hebben, of een nieuw instrument, video, of een nieuwe campagne hebben gecreëerd, dan komen de kliktivisten aan de beurt. Dan proberen we het nieuwe lezerspubliek en hun internetverkeer om te zetten in een beweging. Soms werkt het, soms ook niet, maar we proberen het altijd. Laat je niet afleiden door waar je van beschuldigd wordt: van lui activisme of kliktivisme. Ik heb dergelijke artikelen meer gelezen waarin potentiële activisten worden ontmoedigd terwijl het invloedrijke leiders hadden kunnen worden. Accepteer dat digitaal activisme veel meer omvat dan klikken en retweets versturen. Beschouw artikelen als die van Micah White [Clictivism is ruining leftist activism] als aanbevelingen, misschien als herinnering aan je grotere potentieel. Werk in ieder geval hard als je hartstochtelijk voor verandering bent. Verlaat je niet altijd op retweets, maar als het letterlijk alles is wat je kunt doen, doe het dan. Op een of andere kleine manier helpt het, maar zij zijn nooit echt de ruggengraat van een beweging. Wees niet bang om op een bepaald punt leider te zijn van je eigen campagne om te begrijpen hoe het voelt om te falen en te slagen, omdat je ongetwijfeld veel van beide zult ervaren, als je maar consequent bent met je inspanningen.
Een laatste opmerking: doe wat je kan! Maar zorg dat je daarin de beste bent. Kliktivist of activist, we rekenen allemaal op jou om het te laten gebeuren. |
Informatiebronnen
|
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |