| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
Albert Benschop
| Een land zonder schaarste |
|---|
Steeds meer mensen zijn sterker afhankelijk van het internet voor de ondersteuning van hun dagelijkse werk, communicatie en ontspanning. Internet is tegelijkertijd een bron van informatie, een medium voor communicatie en een kader voor interactie.
Conventionele economen zien het internet als een bron, in analogie met materiële bronnen. Materiële bronnen zijn moeilijk deelbaar: 'mijn boterham kan niet tegelijkertijd jouw boterham zijn'. Daarom zijn materiële bronnen per definitie schaars:
Hoe meer mensen gebruik maken van het internet, hoe betekenisvoller het wordt. Als er meer mensen deelnemen aan de internet wordt de beschikbare informatie rijker en nemen de mogelijkheden voor communicatie en interactie toe. Neo-klassiek economen houden vast aan het dogma dat de schaarste toeneemt als de vraag beperkt is in verhouding tot het aanbod. In de informatie-economie van het internet gelden iets andere wetten. Digitale informatie kan tegen vrijwel verwaarloosbare kosten eindeloos worden gegeproduceerd en gedistribueerd. Bovendien stijgt de waarde van deze informatiegoederen juist naarmate zij meer gebruikt worden. Dit in tegenstelling tot materiële goederen die alleen met relatief grote investeringen kunnen worden gereproduceerd en waarvan de waarde afneemt met de intensiteit van hun gebruik.
Kennis- en informatiebronnen zijn zo betekenis- en waardevol als zij regelmatig door ons gebruikt kunnen worden. De mogelijkheden om deze bronnen tegen te spreken of te relativeren zijn op het internet volop aanwezig. Geen enkele internetgebruiker heeft de publiek toegankelijke bronnen in bezit. Hoewel iedereen de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van deze bronnen wordt het gebruik van de één niet beperkt door het gebruik van de ander.
Toch zijn er mensen die de cybergemeenschap waarschuwen dat het internet overbevolkt en daardoor waardeloos kan worden. Hun angstbeeld is de 'tragedy of the commons' waarin iedereen zoveel en zo snel als hij of zij kan grijpt, waardoor de bron overbevolkt wordt en uitgeput raakt. Daaraan ligt een miskenning ten grondslag van de eigenaardigheden van digitale bronnen.
Digitale artefacten verschillen in meerdere cruciale opzichten van tastbaar eigendom als land, gebouwen, wegen, auto's, waterreservoirs, olieraffinaderijen en gedrukte boeken.
Als internet een land is dan is het een land zonder grenzen dat door iedereen gebruikt kan worden zonder risico van overbevolking en zonder risico dat de bron het samenstel van alle circulerende informatie opdroogt. Digitale informatiebronnen kunnen inhoudelijk verouderen wanneer zij niet tijdig worden geactualiseerd, maar door hun gebruik worden zij niet verbruikt, maar juist gereproduceerd, geactualiseerd en versterkt. Daarin ligt precies het verschil met het gebruik van materiële bronnen. Materiële bronnen slijten meer of minder snel wanneer zij worden gebruikt: geld wordt uitgegeven, auto's belanden op de schroothoop, kogels worden afgeschoten, grondstoffen raken uitgeput en waterreservoirs komen leeg te staan. Bij digitale informatiebronnen is dit niet het geval. Sociale wetenschappers die onderzoek doen naar bronmobilisatie zeggen in zo'n geval dat de 'situatiekosten' van de inzet van digitale informatiebronnen nul zijn.
Veel economen hebben nog steeds aanzienlijke problemen om de nieuwe eigenaardigheden van de informatie die via internet verspreid en gebruikt wordt te analyseren. Dat komt omdat in de catechismus van de economen nog steeds de 'koude ster van de schaarste' regeert. In de klassieke burgerlijke en neo-klassieke economische theorie wordt verondersteld dat schaarste een eeuwige natuurnoodzakelijkheid is. Maar bronnen - en ook beloningen - zijn niet onder alle omstandigheden schaars. Bronnen worden alleen in relatie tot de historisch en maatschappelijk bepaalde behoeften en belangen als schaars ervaren en gedefinieerd. Schaarste is dus iets heel anders dan nood of gebrek: ook het kapitaal van de helemaal niet noodlijdende rijke ondernemer en het prestige van de beroemde wetenschapper zijn schaars [Bader/Benschop 1988: 69].
Als internet een land is dan is het een land zonder grenzen (iedereen kan er in principe wonen) en zonder schaarste (iedereen kan in principe onbeperkt gebruik maken van alle informatiebronnen). De grenzen van internetland komen pas in zicht als men kijkt naar de materiële voorwaarden die nodig zijn om aansluiting te krijgen op het net: wie beschikt in welke mate over monetaire middelen om de benodigde hardware aan te schaffen, de internet provider en de telefoon- of kabelrekening te betalen? Schaarste krijgt men het meest direct in het vizier als men kijkt naar de culturele voorwaarden van internetgebruik: wie beschikt in welke mate over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om bruikbare informatie toe te voegen aan of te vinden in de schatkamers van de cyberruimte?
Vrijheid of gelijkheid in Cyberspace
|
|---|
De commercialisering van het internet is al jaren in volle gang. Steeds meer bedrijven hebben ontdekt dat er geld verdiend kan worden met het internet, veel geld. Het internet werd bestormd door ondernemers ('netrepreneurs') die haar gebruiken om hun produkten of diensten op de wereldmarkt te verkopen.
De exploitatiemogelijkheden van het nieuwe virtuele territorium hebben ook grote aantrekkingskracht op 'haaien' die hopen om met een of andere truuk of malversatie in één klap stinkend rijk te worden. Veel internetgebruikers krijgen mede daarom dagelijks stapels ongewenste commerciële emails (junk mail) in hun computers met de mededeling: 'you will get rich - but please sent us your money first'. De roversmentaliteit die aan de wieg van het handelskapitalisme stond lijkt in de informationele fase van het kapitalisme weer terug te keren.
Veel mensen maken zich daarover oprecht zorgen. De commercialisering van het internet kan er immers gemakkelijk toe leiden dat de vrije toegang tot de informatie-rijkdom wordt geblokkeerd, dat de vrijheid op het internet wordt beperkt en dat de toch al schrijnende sociale ongelijkheid via het internet wordt gereproduceerd en zelfs versterkt. Toegang tot intentet is beperkt degenen die in staat zijn om ervoor te betalen en die over de vaardigheden beschikken om hun weg te vinden in de virtuele wereld. Kunnen er stappen worden ondernomen om de toegang tot internet op een gelijke basis voor iedereen te realiseren?
De commercialisering van het internet leidt ertoe dat informatiegoederen alleen maar beschikbaar zijn voor degenen die in staat zijn om te betalen. Sinds haar ontstaan heeft er altijd al een prijskaartje gehanden aan de toegang en het gebruik van internet. De angsten over de commercialisering van het internet zouden dus misplaatst kunnen zijn.
Wanneer niet alleen de toegang tot het internet wordt gecommercialiseerd, maar ook de informatiebronnen op het internet, zijn de implicaties nog veel dramatischer. Het zou een wezenlijke aantasting zijn van de rechten van de internetburgers het verlies van een bevrijd gebied dat met grote inspanningen is veroverd.
Shakeout 1: Zoekmachines en gidsen
|
|---|
De markt voor op de consument gerichte zoekmachines en gidsdiensten is overbevolkt. In een rapport van Jupiter Communications: Consumer Search Engine And Internet Directory Report werd al voorspelt dat in 1997 een shakeout zou plaatsvinden. Slechts een selecte groep zou overleven.
Shakeout 2: Providers
|
|---|
Krijgen providers het steeds moeilijker?
Een aantal providers hebben moeite om hun hoofd boven water te houden. De droom van het opzetten van nieuwe en opwindende web sites is ten onder gegaan aan de mindere beschikbaarheid van advertentiegelden om deze sites in stand te houden.
Sommige analysten voorspelden al vroeg dat dit het begin is van het einde van de eerste golf van de commerciële internetrevolutie. Zij verwachtten dat de grote schoonmaak ('shakeout') in 1997 zou plaatsvinden en dat vele providers dan het loodje zouden leggen. Intussen investeerden grote bedrijven zoals Microsoft en Sony gigantische bedragen in hun web sites en werden er elke dag duizenden nieuwe sites opgezet door banken, makelaars, autobedrijven, ontwerpers en anderen. De grote klappen vielen weliswaar iets later dan voorspeld, maar zij vielen genadeloos. De misère rond World Online in Nederland is daarvan slechts een bescheiden, maar wel exemplarisch voorbeeld.
Door de 'shake out' is het kaf van het koren gescheiden en ontstaan er nieuwe normen met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening van providers. Dat is met name van belang bij providers die misbruik maken van hun monopolie op een fysieke internettoegang, zoals de kabel. De 'UPC-service' staat hiervoor sinds lang model. Oncontroleerbare monopolies op maatschappelijk relevante informatie- en kennisbronnen kunnen vanuit een democratische optiek niet worden gelegitimeerd. Het maatschappelijk en menselijk belang van de kwalitiet van internettoegang is zo groot dat haar gebruikers van providers verwachten:
Elektronische Commercie
|
|---|
De meeste webgebruikers zijn op zoek naar informatie, niet naar koopjes. Toch neemt de commerciële activiteit een steeds prominenter plaats in op het internet. De reden is simpel: steeds meer bedrijven bedrijven elektronische commercie via het internet. De vraag is:
Elektronische commercie wordt vaak gedefinieerd als het kopen en verkopen van informatie, produkten en diensten via computernetwerken [Kolakota/Whinstons 1996]. Deze definitie is echter veel te smal en laat een deel van het commerciële internetgebruik buiten beschouwing. Elektronische commercie omvat alle soorten zakelijke transacties via de digitale infrastructuur van het internet.
Vanuit deze brede definitie hebben James Cappel en Mark Meyerscough in World Wide Web Uses for Electronic Commerce een classificatieschema opgesteld voor ondernemingen die het WWW gebruiken voor:
De belangrijkste barrière voor de ontwikkeling van de internet commercie is het aureool van onveiligheid rondom het betalingsverkeer via het internet. Ook Nederlandse ondernemers waren aanvankelijk terughouden zolang zij er nog niet overtuigd van waren dat er veilig betaald kan worden via het internet. Zij vreesden dat het gebruik van de creditcard onherroepelijk tot misbruik zou leiden. Toch is er hoop op een betere toekomst. De meeste directeuren van bedrijven die op internet zijn aangesloten verwachten dat binnen afzienbare tijd veilig via internet betaald kan worden en dat het internetgebruik door hun bedrijf zal toenemen wanneer dit het geval is [bron: NIPO].
Maar het betalingsverkeer is niet de enige flessehals van e-commerce. Uit diverse studies is gebleken dat er nogal een verschil bestaat tussen wat potentiële klanten verwachten van een commerciële website en wat deze feitelijk te bieden heeft. De grootste fout die bedrijven maken is dat ze niet zijn opgezet vanuit het perspectief van potentiële bezoekers. Veel zakelijke websites zijn nog steeds te bedrijfs- of productgericht. Veel bezoekers van commerciële websites zijn louter op zoek naar goede informatie over producten of diensten. Zij komen langs op de website om zich eens goed te oriënteren. Het zijn informatie zoekende toevallige passenten die meestal niet meer terugkeren wanneer die informatie niet op de bedrijfssite gevonden kan worden. Op verzoeken om informatie wordt bovendien vaak niet alert genoeg gereageerd. Uit het benchmarkonderzoek dat PriceWaterhouseCoopers in 2001 voor de tweede keer onder vijftig Nederlandse ondernemingen uitvoerde bleek dat er met 30 procent van de informatieaanvragen wel iets mis gaat: informatie komt te laat of is onvolledig [bron: Marketing Online].
Toch wordt er steeds meer producten en diensten via het internet gekocht. Dat zijn vooral producten met een relatief laag risico: producten met een laag financieel risico (kleine bedragen) en homogene producten (waarbij men weet wat men krijgt) die via de post verstuurd kunnen worden. De meest gekochte producten zijn boeken en cd's. De toenemende verkoop van minder homogene producten zoals kleding is een aanwijzing dat online kopers meer vertrouwen hebben in de aanbieders op het internet.
Commerciële Junks en CyberZwendelaars
|
|---|
De meest irritante 'zakenlieden' zijn de mensen die de elektronische brievenbussen van internetters volstoppen met reklame. Zij vervuilen de open elektronische netwerken met aanbiedingen waarop niemand zit te wachten en die niet zelden uiterst misleidend, bedriegelijk en frauduleus zijn. Er worden gouden bergen belooft als je maar eerst bereid bent een financiële bijdrage over te maken op de rekening van de afzender. De brutaliteit en arrogantie van deze internet-haaien is ongekend.
Het patroon dat zij volgen is als volgt:
|
Interested in making big money? Are you interested in working out of your home about 1 or 2 hours a day, using your PC, the Internet and email, and making $1000's per week with your very own Internet Home Based Business? You will discover the art of . . . . "How to Really Make Money on the Information Superhighway!"
Overweeg deze mogelijkheid
Maak eerst mij rijk |
Opvallend is het grote aantal verwanten van staatshoofden uit Nigeria en andere Afrikaanse staten die je maar al te graag uitnodigen om miljoenen dollars uit het land te smokkelen. Als je hen maar informatie geeft over je bankrekening en een bedrag stort voor de administratieve kosten. Een aantal internetters heeft de strijd aangebonden met deze cyberzwendelaars. De meest amusante daarvan is Brad Christiansen. Hij besloot om de cyberzwendelaars met hun eigen middelen te bestrijden. Op zijn site Quatloos! laat hij zien hoe financiële zwendelaars en fraudeurs op hun nummer gezet kunnen worden. Hij bezwendelt de cyberzwendelaars op creatieve en humoristische wijze. Hij speelt in op de ongemene hebzucht en onwetendheid van de zwendelaars, en neemt ze meestal op eigen kosten is het ootje.
Junk email is de elektronische vorm van de traditionele papieren junk mail. Deze vorm van misbruik van het net wordt 'ongewenste commerciële email' genoemd (ook wel UCE = 'Unsolicited Commercial Email').
Spam is niet alleen een Amerikaanse merknaam van ingeblikte ham (vergelijkbaar met het Nederlandse Smac, dat vroeger in dobbelsteentjes door de mareconi werd verwerkt), maar ook een ander woord voor ongewenste commerciële e-mail. Dagelijks worden miljoenen e-mailtjes door spammers of bulmailers verstuurd. Meestal gaat het om reclame voor onzinnige produkten en promotie voor sekssites of priramidespelen. Bijna de helft van de Amerikaanse internet-gebruikers ontvangt één tot vijf junkmails per dag en 28% procent krijgt er vijftien of meer. Volgens DejaNews, de voormalige zoekmachine en database voor Usenet-nieuwsgroepen, bestaat tweederde van de vijf Gigabyte die het systeem dagelijks verwerkt uit spam.
Gelukkig zit er op email-programma's altijd een knop waarmee elektronische brieven direct vernietigd kunnen worden. De delete-knop is onze eigen censor. Het probleem is dat we tegenwoordig zo vaak op deze knop moeten drukken.
Er zijn diverse programma's waarmee spam geweed kan worden.
Fred Elbel onderhoudt een zeer nuttige pagina waar je kunt lezen hoe je van junk mail kunt afkomen: How to Get Rid of Junk Mail, Spam, and Telemarketers. Vergelijkbare informatie is te vinden bij de Unsollicited Bulk E-mail (UBE) van het Internet Mail Consortium. Wie daar niet genoeg aan heeft kan altijd nog kijken naar de verzameling junk email links van Yahoo!. Hulp bij het weren van junkmail vindt men in de Usenet-nieuwsgroep nl.internet.misbruik. Goede informatie over over het recht op privacy is te vinden bij het Privacy Rights Clearinghouse.
Het is waarschijnlijk onmogelijk om spam helemaal uit te roeien. De spammers kunnen grof geld verdienen met hun internet-vervuiling en zij gaan na elke tegenmaatregel op zoek naar nieuwe manieren om vuil te verspreiden. Daarom is het niet onverstandig te proberen de spammers op hun zwakste plek te raken: hun portemonnee. De Amerikaanse fiscus (IRS) heeft een e-mailadres, net-abuse@nocs.insp.irs.gov waar iedereen ongewenste e-mail naar kan doorsturen. De IRS onderzoekt vervolgens of over het geld dat de spammer met het internet verdient ook belasting wordt betaald.
Digitale wildplakkers
|
|---|
|
|
De verspreiding van dubieuze programma's die zonder medeweten van de gebruiker het gedrag van hun computer registreert of zelfs wijzigt heeft inmiddels een alarmerende omvang aangenomen. In februari 2003 schatte EarthLink dat bij zo'n 40 tot 50 procent van de internetgebruikers een of ander advertentie- of spionprogramma op de computer draait. Bovendien is het moeilijk om al deze subieuze software te stoppen of zelfs maar te identificeren.
Adware, spyware, sneakware en andere clandestiene programma's worden al jaren op het internet verspreid. De verspreiding ervan is echter dramatisch toegenomen nadat bestandsuitwisselingsprogramma's zoals KaZaA en Imesh begonnen zijn om deze programmaatjes te bundelen met hun software. Veel van die programma's kunnen ook automatisch worden geïnstalleerd waneer iemand een ongevraagde html-mail open maakt of een webpagina bezoekt die een 'drive-by download' activeert. Wanneer iemand een pagina bezoekt verschijnt er bijvoorbeeld een pop-up venster dat eruit ziet als een veiligheidswaarschuwing met de mededeling: "Do you accept this download?" Als de gebruiker "Yes" klikt, wordt automatisch het clandestiene programma geïnstalleerd. In sommige gevallen worden mensen helemaal niet gevraagd of zij de software willen, maar wordt deze direct op de harde schijf geïnstalleerd. Deze dubieuze tactiek wordt 'drive-by download' genoemd.
Er worden door software makers steeds slimmere tactieken bedacht om op een agressieve en heimelijke manier technologie te verspreiden aan een breed publiek waarmee zij op ongevraagde reclame worden getracteerd en waarmee hun internetgedrag niet alleen wordt geobserveerd en geregistreerd, maar ook gemanipuleerd.
De tactieken worden brutaler. Sommige websites lanceren wel 10 nieuwe vensters wanneer een bezoeker een pagina probeert te verlaten. De internetter ziet door de bomen het bos niet meer en moet zich door een lading pop-up heenworstelen die heimelijk op de eigen harde schijf zijn geplaatst.
Gelukkig zijn er inmiddels ook een aantal producten op de markt verschenen waarmee deze clandestiene software kan worden geblokkeerd. Software zoals Pest Control, Spybot-Search&Destroy en Ad-Ware van Lavasoft zijn veel gebruikte schoonmakers van de harde schijf. Met persoonlijke firewalls kan voorkomen worden dat ongeauthoriseerde programma's gebruik maken van netwerkverbinden om zonder toestemming contact met de buitenwereld te zoeken.
Een nieuwe koloniale oorlog?
|
|---|
De virtuele oorspronkelijke accumulatie heeft heeft haar eigen goudzoekers: de zelfverzekerde dotcom-ondernemers die met een simpel idee of truuk probeerden om zo snel mogelijk dotcom-miljonair te zijn. De periode van de virtuele oorspronkelijke accumulatie heeft ook haar eigen schare van financiële speculanten en profiteurs met zich meegebracht: van de grote financiële instellingen die grotere risico's aandurven bij hun beleggingen ('durfkapitaal') tot aan de kleine man die gelooft dat zijn moeizaam opgebouwde kleine reserve het beste geïnvesteerd kan worden in een fonds dat gouden bergen belooft.
De eerste grote zeepbel van de nieuwe economie is inmiddels aan flarden geschoten. De teloorgang van World Online, de tragedie van 'New Economy' (en van Maurice de Hond), de beursafgang van UPC zijn daarvan in Nederland de bekendste voorbeelden. Dat is op zich geen schande of abnormaliteit. Het is een normaal ontwikkelingspatroon voor een innovatie die werkelijk grote veranderingen teweeg brengt in de economie en cultuur van een samenleving.
Informatiebronnen over webeconomie
|
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |