| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
Encryptie: privacy beschermen Oorlog in Cyberspace: Zwaarden van Zwakkeren CyberTerrorisme Regulatie en zelfregulatie van internet
|
| Big Brother Little Sister |
|---|
Jekyll en Hide
Veiligheids- en inlichtingendiensten zijn van nature geneigd om zodanige bevoegdheden te verwerven dat zij de communicatie van iedereen te allen tijde, op elke plek en via elk medium kunnen afluisteren. Dat is geen slechte eigenschap. Integendeel, als inlichtingen- en veiligheidsdiensten niet geëquipeerd zijn om criminele, terroristische of staatsgevaarlijke activiteiten in de gaten te houden, dan kunnen zij operationeel niet garant staan voor de veiligheid van de burgers.
In democratische rechtsstaten zijn de bevoegdheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten nauwkeurig omschreven en afgebakend. In vitale democratieën wordt daarop daadwerkelijk controle uitgeoefend door gekozen volksvertegenwoordigers. In de dagelijkse praktijk mankeert er meestal wel het een en ander aan zowel de uitoefening van deze formele bevoegdheden, als aan de effectiviteit van de democratische controle op de praktijken van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarbij draait het altijd rond het lastige dilemma van het vinden van een acceptabel evenwicht tussen het recht op privacy van de individuele burgers en het om reden van collectieve veiligheid gericht doorbreken van de privacyrechten van vermeend of daadwerkelijk criminele of staatsgevaarlijke individuen.
Het internet biedt voor velen een breed scala aan snelle en goedkope communicatiemogelijkheden. Die mogelijkheden kunnen gebruikt worden om contact met elkaar te onderhouden, om informatie, meningen en gevoelens uit te wisselen en om productief met elkaar samen te werken bij de vervaardiging van nieuwe of betere producten en diensten. De potentiële zegeningen van het internet zijn al vaak bezongen. Daar staat tegenover dat de informatieve, communicatieve en productieve mogelijkheden van het internet even gemakkelijk gebruikt kunnen worden om mensen te misleiden, om ze propagandistisch te desinformeren, om hun communicatie te verstoren, om vooroordelen en haatdragende opvattingen te verspreiden, en om de producten en diensten van anderen te vernietigen. Internet is een Januskop, een hydra, Jekyll én Hide.
Wereldwijd afluisteren
Al voor de wereldschokkende terreuraanslagen op de sterkste symbolen van de Amerikaanse wereldhegemonie werd vanuit inlichtingen- en veiligheidsdiensten gepleit voor een uitbreiding van de bevoegdheden waardoor het internet op wereldschaal kan worden afgeluisterd. Daarbij zijn twee vraagstukken aan de orde die niet met elkaar vermengd zouden moeten worden. Ten eerste de pragmatische vraag: of het technisch mogelijk is om het internet wereldwijd af te luisteren? Ten tweede de politieke vraag: onder welke voorwaarden het gewenst is dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten het recht krijgen om communicaties via het internet af te luisteren?
De discussie over deze vragen is allang geen louter academische kwestie meer. Sinds de jaren zeventig circuleren er al geruchten over het bestaan van een duister Amerikaans-Brits spionage netwerk met de naam Echelon [Campbell 1981]. Echelon is de codenaam van een reusachtig afluisternetwerk van de National Security Agency [NSA], één van de nationale veiligheidsorganen van de VS. Middels dit netwerk wordt routinematig al het elektronische boodschappenverkeer van regeringen en organisaties in andere landen afgetap. Dit betekent dat het telefoon-, fax-, web- en e-mailverkeer van bedrijven en burgers op grote schaal wordt afgetapt door vreemde mogendheden. Het bredere publiek kreeg pas hoogte van het Echelon-project door het verschijnen van het boek Spyworld van Mike Frost in 1994. Een jaar later gaf Nicky Hager de meest gedetailleerde analyse in Secret Power. De publieke geruchten over Echelon werden zo sterk dat parlementariërs van diverse landen uiting gaven aan hun verontrusting. In een aantal Europese landen (België, Frankrijk en het Europees Parlement) werden parlementaire onderzoeken ingesteld. De meeste regeringen ontkenden aanvankelijk het bestaan van Echelon, maar konden op den duur die lastige vraag niet langer ontwijken. Het vermoeden rees dat de privacyrechten van burgers en bedrijven op een grove manier geschonden worden. Grote broer lééft.
Echelon: de oren van Amerika |
|---|
Echelon is een schimmig Amerikaans-Brits elektronisch spionagenetwerk. De middelen zijn antennes om mee te luisteren, satellieten om signalen op te vangen, computers die informatie filteren en selecteren. Het doel is het vangen van boeven en het ontdekken van samenzweringen en terroristische aanslagen. Hoewel Echelon primair is ontworpen voor niet-militaire doelen (regeringen, organisaties en bedrijven in praktisch elk land), blijven de prioriteiten van dit systeem militaire en politieke inlichtingen die voor meer doeleinden gebruikt kunnen worden [Hager 1994]. Omdat er geen rekenschap wordt afgelegd over het gevoerde beleid is het moeilijk te achterhalen op grond van welke criteria bepaald wordt wie geen doelwit is.
Het bestaan van Echelon werd aanvankelijk jarenlang heftig en dus weinig overtuigend ontkend. De Nederlandse Minister van Defensie, Frank De Grave, beriep zich in deze kwestie eerst op een zwijgplicht, zei vervolgens dat geen enkel niveau van beveiliging een absolute garantie tegen afluisteren is, en erkende pas daarna schoorvoetend dat het bestaan van Echelon 'aannemelijk' was. Echelon bestaat echter wel degelijk. Het is een product van samenwerking tussen de Verenigde Staten en Engeland op het gebied van internationale spionage die zijn oorsprong heeft in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd deze samenwerking gecontinueerd. Niet alleen het radioverkeer werd afgeluisterd, maar ook de transatlantische telefoonkabels werden afgetapt met inzet van onderzeeërs [Sontag/Drew 1998; Campbell 2000].
Door de opkomst van de communicatiesatelliet in de jaren zeventig werd het werkterrein verbreed. In diverse landen Verenigde Staten, Canada, Engeland, Puerto Rico, Nieuw Zeeland, Australië verrezen batterijen witte schotels op zwaarbewaakte terreinen. In Zuidwest-Engeland staan 22 gigantische de grootste buiten de VS en dus voor iedereen zichtbaar overkapte satellietschotels gericht op Europa. Deze activiteiten worden gecoördineerd door de grootste afluisterdienst ter wereld, de National Security Agency (NSA).
Sinds het bestaan van Echelon bekend is geworden zijn er berichten gepubliceerd over het misbruik van informatie uit dit systeem om voor de VS voordeel te behalen bij wapenovereenkomsten, auto-exporten en olieconcessies [Europese Commissie 1998]. De NSA speelt gegevens over contracten die Europese bedrijven willen afsluiten door aan het Amerikaanse bedrijfsleven. Bovendien wordt ook informatie van niet-gouvernementele organisaties zoals Amnesty International, Green Peace en het Rode Kruis misbruikt.
Diverse Europese parlementsleden hebben zich verwonderd over het schrille contrast tussen het belijden van het recht op privacy en de praktijk van een arglistig aantasten van deze rechten. Maar zij zijn er vooral van geschrokken dat de onderzoekstechnieken die door Echelon worden gebruikt door niemand democratisch kunnen worden gecontroleerd. Zelfs het Amerikaanse congres kreeg nul op rekwest toen het de NSA werd uitgenodigd om de democratische legitimatie van het Echelon systeem toe te lichten. Het Europese Parlement publiceerde in 1998 een document waarin zij enerzijds de noodzaak erkent van globale afluistersystemen voor anti-terroristische operaties en het tegengaan van illegale drugs, witwassen van geld en wapensmokkel. Anderzijds is zij gealarmeerd door de schaal waarop er wordt afgeluisterd en vraagt zij zich af of de vertrouwelijkheid van communicatie binnen de EG wel voldoende wordt beschermd door de bestaande wetgeving, databescherming en privacy garanties in de lidstaten [bron].
Met behulp van antenneschotels worden alle signalen van en naar communicatie-satellieten (Intelsat-700) opgepikt. Vervolgens worden de berichten onderzocht op termen die in de verdachte woordenlijst staat. Een luisterstation kan elk half uur ongeveer een miljoen communicaties oppikken. Gemiddeld worden daarvan zo'n 6.500 uitgefilterd als zijnde 'verdacht'. Bij nadere elektronische selectie blijven daarvan nog hoogstens 1.000 over. Tien daarvan gaan naar menselijke beoordelaars die er uiteindelijk gemiddeld over 1 een rapport schrijven.
Er zijn twee grote afluistersystemen:
|
|
Echelon in de polder: Zoutkamp |
|---|
Ook in Nederland heeft de '11e september' pijnlijk duidelijk gemaakt dat terrorisme een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. De Nederlandse regering gaf haar inlichtingen- en veiligheidsdiensten nieuwe bevoegdheden en middelen om zich te weren tegen het terroristische gevaar. Terreurbestrijding en -preventie staat hoog op de politieke agenda.
In Nederland wordt door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) gewerkt aan een groot afluistersysteem. Op het terrein van het 'satelliet-interceptie-station' buiten het Groningse dorp Zoutkamp werden door het ministerie van Defensie extra schotelantennes geplaatst voor het opvangen van etherverkeer dat afkomstig is van communicatiesatellieten. Militaire voorlichters verzekerden de bevolking dat die schotels niet gebruikt worden voor het afluisteren van de mobiele telefoongesprekken van de Zoutkampers en dat er ook geen gevaarlijke straling uit die schotels komt. Geen gevaar voor de gezondheid, maar de Zoutkampers blijven bezorgd over het feit dat in hun achtertuin een aantrekkelijk doelwit voor terroristische aanslagen verrees. Dat er nog nooit eerder aanslagen werden gepleegd tegen dit type inlichteninstellaties, kon deze vrees niet wegnemen.
|
De opgevangen informatie wordt geanalyseerd door het Strategisch Verbindings Inlichtingen Centrum (SVIC) op de marinebasis Kattenburg in Amsterdam. Alle opgevangen informatie wordt in bulk in databanken opgeslagen. Met speciale programma's wordt binnen deze databanken op trefwoord gezocht naar relevante of verdachte communicaties. De lijst met trefwoorden wordt een keer per jaar door de Minister van Defensie goedgekeurd. Als er redenen zijn om de communicaties van verdachte personen na te trekken, dan moet de minister of de Haagse rechtbank daar toestemming voor geven. De MIVD moet dus altijd toestemming vragen om verbindingen af te luisteren of speciale agenten in te zetten. Wanneer deze toestemming eenmaal is gegeven, moet deze iedere drie maanden opnieuw worden aangevraagd. Voor het volgen van militair verkeer is echter geen toestemming mogelijk. Militair verkeer mag te allen tijde worden opgeslagen, geanalyseerd en gedecodeerd [Generaal-majoor Bert Dedden, hoofd van de MIVD, in: NRC]. |
In maart 2003 probeerde Marijke Vos (GroenLinks) door het stellen van Kamervragen helderheid te krijgen over de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de bewindslieden die betrokken zijn bij de NSO. Een duidelijk antwoord bleef echter uit. Toch staan er vitale belangen op het spel. Voor de Nederlandse militairen is vooral sinds 'Srebrenica', de massamoord op zevenduizend moslimmannen en jongens door Servische soldaten in juli 1995 duidelijk dat zij niet op inlichtingen van hun bondgenoten kunnen vertrouwen. Zij hebben behoefte aan een eigen afluistersysteem dat een groot deel van de wereld bestrijkt, in ieder geval de regio's waar Nederlandse militaire eenheden zijn gedetacheerd. De uitbreiding van de afluistercapaciteit biedt bovendien de mogelijkheid om een sterkere positie in te nemen in de internationale ruilhandel in inlichtingen. Op deze markt wordt van anderen gewenste informatie gekocht met zelf verworven informatie.
De kerntaak van de AIVD is het identificeren van terroristische netwerken en het voorkomen van aanslagen. Vooral de geweldsdreiging door het islamitisch geïnspireerde terrorisme wordt een steeds groter extern én intern gevaar. Ook sommige in Nederland opgegroeide Moslims zijn gevoelig voor fundamentalistische islamitische ideeën en aspiraties. Om effectief te kunnen interveniëren, probeert de AIVD om relevante signalen op een vroeg tijdstip te onderkennen: tekenen van radicalisering binnen Moslimgemeenschap; organisatie van operationele cellen en opbouw van netwerken; processen van recrutering; daadwerkelijke voorbereiding van terroristische aanslag [Akerboom 2003].
Bescherming van onze nationale veiligheid en van de levens van militairen op buitenlandse missies. Het zijn geen geringe belangen die worden opgevoerd om de bouw van nieuwe elektronische luistervinken te rechtvaardigen. Maar dat rechtvaardigt niet dat men onduidelijkheid laat bestaan over de precieze taken van de NSO, over de aard van de uitbreiding van de capaciteit voor satellietinterceptie, of over de regeling van de ministeriële verantwoordelijkheid. In Haagse kringen wordt terecht veel waarde gehecht aan de democratische controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zolang echter kamerleden via de website van de AIVD op de hoogte worden gebracht van het opzetten van een nieuwe afluisterdienst, is het met deze controle door de volksvertegenwoordiging slecht gesteld.
De bewoners van het Noord-Groningse Zoutkamp verzetten dienden een protest in tegen de vergunning voor de bouw van drie grote en drie kleine schotelantennes in de periode 2003-2005. Hun bezwaren lopen nogal uiteen, maar zijn daarom niet minder relevant: aanslaggevoeligheid van de schotels, onduidelijkheid over het doel, gebrek van controle en handhaving, ontsiering van het landschap.
Is wereldwijd afluisteren mogelijk? |
|---|
Het wereldwijd afluisteren van het internet is in meerdere opzichten een probleem. Ten eerste moet men in staat zijn om de gigantische oceaan van digitale communicaties via telefoon- en satellietverbindingen af te luisteren. Ten tweede moet men in staat zijn om al het dataverkeer dat via lichtflitsen in glasvezelnetten verloopt op te vangen. Ten derde moet men in staat zijn om zwaar versleutelde bestanden (cryptografie en steganografie) te ontsleutelen. Tenslotte moet men ook nog in staat zijn om al deze informaties op relevantie te selecteren en intelligibel te verwerken en dat alles liefst binnen een redelijke korte termijn.
|
|
We weten echter ook dat technisch gezien bijna alles afgeluisterd kan worden, mits de bron maar dichtbij genoeg is. "Wie dicht in de buurt van een gebouw staat, of toegang heeft tot de kabels van een gebouw, kan vrijwel alles achterhalen wat er zich tussen de muren afspeelt" [Gerhard Schmidt, Duitse Sociaal Democraat].
Ook het afluisteren van telecommunicatie-satellieten is eenvoudiger geworden. Ten eerste zenden de nieuwste telecom-satellieten met veel grotere vermogens uit, waardoor zij met veel kleinere antennes op aarde ontvangen kunnen worden. Ten tweede zijn de technische ontvanginrichtingen geavanceerder en goedkoper geworden. Het aftappen van satellietcommunicaties is dus aanzienlijk eenvoudiger geworden en is hierdoor tevens binnen het bereik gekomen van kapitaalkrachtige particulieren, het bedrijfsleven, criminele organisaties en terroristische netwerken.
Glasvezelkabels nemen een steeds groter deel van het internationale telecommunicatieverkeer voor hun rekening. Een groot deel van het transatlantische telefoonverkeer wordt afgehandeld door kabels die op de zeebodem liggen. Wie toegang verwerft tot deze kabels kan op grote schaal internationaal telecommunicatieverkeer aftappen. Inlichtingendiensten maken gebruik van onderzeeërs om deze kabels af te tappen.
Het internationale internetverkeer wordt verzonden via telecommunicatiekabels en -satellieten. Deze kabels en satellieten worden al door inlichtingendiensten van diverse landen afgetapt; zij krijgen hiermee automatisch toegang tot het internetverkeer. Inbreken op e-mailverkeer is alleen mogelijk als men toegang verwerft tot de knooppunten in het web. Daar kunnen de datastromen worden bestudeerd op IP-adressen de gebruikerscode die voor iedere computer uniek is die aan elke boodschap hangen. Een zeer groot deel van het buitenlandse internetverkeer in Europa loopt via de VS omdat daar de knooppunten door het tijdsverschil minder bezet zijn dan bijvoorbeeld in Europa en Azië. De NSA is daardoor in staat om dit internetverkeer af te luisteren.
Veel van het internetverkeer is voor inlichtingendiensten niet relevant of kan op andere manieren worden behandeld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de berichten die vroeger naar Usenet discussiegroepen werden verstuurd en die nu op discussiefora worden gepost. Al deze informatie is toegankelijk voor iedereen die dat wil. Net als alle andere internetgebruikers hebben inlichtingen- en veiligheidsdiensten toegang tot deze informatie en wordt deze door hen geanalyseerd.
Dit geldt in nog sterkere mate voor het World Wide Web, waarvan de meeste sites vrij toegankelijk zijn. Net als iedereen kunnen inlichtingendiensten gebruik maken van publieke zoekmachines om het web af te struinen naar verdachte uitlatingen of figuren. Bovendien is er inmiddels een uitgebreid aanbod van programma's waarmee zeer grote massa's gegevens verzameld en verwerkt kunnen worden. Zo is er software waarmee men uit die enorme berg van gegevens netwerkpatronen kan destileren. En er zijn steeds betere programma's voor automatische inhouds- en stijlanalyse. De NSA beschikt al jaren over eigen computer 'bots' die het web afrazen om relevante informatie te verzamelen.
Sommige spionagespecialisten betwijfelen het nut van grootschalige afluisterpraktijken: het kost bergen geld, maar levert weinig op in ieder geval minder dan verkregen kan worden door het kopen van informatie (informanten) of door het penetreren in verdachte organisaties of netwerken (geheime agenten). Personen die met staatsgevaarlijke, terroristische of criminele oogmerken gebruik maken van de communicatiemogelijkheden van het internet, weten dat hun communicaties kunnen worden afgeluisterd. Daarom is het gebruikelijk dat de 'slechteriken' hun communicaties proberen te verbergen door gebruik te maken van een van de vele vormen van encryptie of steganografie. De kracht van encryptieprogramma's is inmiddels zo groot, dat het zelfs voor gespecialiseerde instellingen zeer moeilijk is om de code te kraken (en Nederlandse staatsburgers hebben een onverkort recht om hun communicatie cryptografisch te beschermen). Bovendien ontstaan er steeds meer en betere mogelijkheden om de afzender en ontvanger van internetberichten te anonimiseren.
Men is geneigd te concluderen dat grootschalige afluisterpraktijken op dit moment niet erg geschikt zijn daadwerkelijk staatsgevaarlijke, terroristische of criminele individuen of netwerken in kaart te brengen. Wanneer dat het geval is betekent grootschalig afluisteren vooral een bedreiging van de privacyrechten van onschuldige burgers die niet de moeite nemen om hun persoonlijke communicatie sterk te beveiligen, en van de commerciële rechten van ondernemers die zich onvoldoende tegen bedrijfsspionage hebben beveiligd.
|
Dezelfde aanpak werd gevolgd met de cryptografische veiligheidssystemen die werden ingebouwd in internet- en email-software van Microsoft, Netscape en Lotus. De bedrijven stemden ermee in om hun software zodanig aan te passen dat gebruikers buiten de Verenigde Staten slechts op een gereduceerd veiligheidsniveau kunnen opereren. De 64 bit encryptiesleutel van het cryptografische systeem van Lotus Notes is voor buitenlanders gereduceerd tot een 24 bit sleutel. Hierdoor is het voor de NSA aanzienlijk gemakkelijk geworden om Europese email te kraken. Hetzelfde is gebeurd met de export versies van de web-browsers van Microsoft en Netscape. Beide gebruiken een 128 bit sleutel, maar in de exportversie worden slechts 88 bits van de sleutel met elk bericht verzonden en blijven 40 bits geheim. De NSA is hierdoor in staat om de gebruikerscode te breken en beveiligde berichten te lezen. De tegenwerkende factor is de snelheid waarmee de kracht en effectiviteit van encryptiesystemen toenemen. Volgens de 'Wet van Moore' worden de kosten van computerkracht elke 18 maanden gehalveerd. Met gewone consumentencomputers kunnen ingewikkelde wiskundige berekeningen worden gemaakt die nodig zijn voor effectieve cryptografie. De codebrekers van de inlichtingendiensten krijgen daardoor steeds minder vat op gecodeerde berichten. |
Grootschalig afluisteren en privacy |
|---|
Grootschalig afluisteren
De meeste internationale en een klein deel van lokale telefoongesprekken worden afgewikkeld via straalverbindingen en dus via de ether. Alle signalen die via de ether of glasvezelkabels worden verzonden kunnen worden afgeluisterd. Grootschalig afluisteren is in Nederland niet illegaal. Het ongericht aftappen van de ether is volgens de wet geen schending van het telefoongeheim. Wettelijk geldt slechts de beperking dat informatie die op deze manier is verkregen niet wordt 'gebruikt'. Wanneer door grootschalig afluisteren toevallig een gesprek wordt opgevangen waarin iemand een misdaad opbiecht, dan kan dit niet gebruikt worden in een strafrechtelijke procedure.
|
|
De Raad van Europa aanvaarde op 17 januari 1995 een resolutie over het bevoegd aftappen van telecommunicatieverkeer. Daarin wordt het bevoegd aftappen van telecommunicatie netten en diensten als een onmisbaar middel gezien voor de Europese politie- en veiligheidsdiensten. In veel Europese landen is de wetgeving inmiddels zodanig aangepast dat telecommunicatiebedrijven verplicht zijn om mee te werken aan aftap-opdrachten van het bevoegde gezag.
In 1998 tradt in Nederland de nieuwe Telecommunicatiewet in werking. Daarin werd voor alle aanbieders van “openbare telecommunicatienetwerken en -diensten” de aftapverplichting opgelegd [art. 13]. Al deze aanbieders dienen zich te registreren bij de OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit) welke toezicht houdt op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van post en elektronische communicatiediensten. De aanbieders moeten al hun netwerken en diensten aftapbaar maken voor de overheid. Omdat de overheid zelf nog niet wist hoe het internet afgetapt moest worden, werd aan providers tot 15 augustus 2000 uitstel verleend. De brancheorganisatie van internetproviders (NLIP) en de overheid probeerden samen in de “Werkgroep Aftappen Internet” (WAI) de specificaties op te stellen voor het aftappen. Dit bleek zo ingewikkeld dat opnieuw uitstel werd verleend tot 15 april 2001. Toen uitlekte dat de aftapregeling niet alleen voor Access Providers zou gelden maar ook voor WebHosters, werd er vanuit de telecombranche heftig gereageerd [NAO]. De overheid wilde iedereen kunnen aftappen, op kosten van de providers. Daarbij kwam dat de overheidsvoorschriften die pas in februari 2001 werden gepubliceerd op essentiële punten technisch ondeugdelijk waren Wouters 2001].
Vrijheid van communicatie
Er zijn een aantal maatregelen denkbaar om afluisterpraktijken op het internet aan democratische banden te leggen zodat zij geen bedreiging vormen voor de essentiële burger- en mensenrechten.
Bronnen over afluisteren en privacy |
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |