| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
| CyberCultuur | |
|---|---|
Verwante teksten
Geschiedenis van het internet
Hypertekst Revolutie
Zoeken naar Kwaliteit
Interactief Publiceren
KennisManagement in een Semantisch Web
| |
| Transformationeel medium: tussen hoop en vrees |
|---|
|
Cultuur omvat al hetgeen door creatief menselijk handelen en fantasie tot stand is gebracht. Cultuur is dus een door mensen gecreëerde materiële en ideële omgeving, zowel lokaal als virtueel. De mens is een dier dat is ingebed in een web van betekenissen die hij zelf heeft gesponnen. Cultuur is een gestratificeerde hiërarchie van betekenisvolle structuren (‘structures of significance’) en omvat het geheel van de symbolische dimensies van sociaal handelen.
Virtuele culturen zijn symbolische systemen en kunnen net als lokale culturen het beste begrepen worden vanuit het perspectief van de actoren. Ook virtuele culturen zijn systemen van gedeelde betekenissen. Virtuele culturen moeten eveneens een minimum aan coherentie vertonen willen zij als symbolische systemen beschouwd kunnen worden. |
|
|
Net als bij ‘oudere nieuwe media’, zoals televisie en film, heeft internet de schuld gekregen van allerlei sociale problemen en antisociaal gedrag. Cultuurpessimisten vrezen dat internet leidt tot afname van geletterdheid, politieke en economische vervreemding en sociale fragmentatie. Zo waarschuwde Birkerts [1994] dat internet, hypertekst en andere elektronische technologieën leiden tot een afnemende geletterdheid en een verzwakking van het realiteitsbesef. Internet zou zelfs een bedreiging zijn voor typisch ´menselijke´ praktijken. Zo argumenteert Margaret Morse : "Er is een basale menselijke behoefte aan reciprociteit en de omkeerbaarheid van ‘ik’ en ‘jij’ in de conversatie zien en gezien worden, anderen herkennen en herkend te worden, spreken, luisteren en beluisterd worden [...] Er is een menselijke behoefte aan en plezier in het erkend worden als een partner in conversatie, zelfs wanneer de relatie gebaseerd is op een simulatie die gemedieerd is door of wordt uitgewisseld met machines" [Morse 1998: 10, 14]. De virtuele eigenaardigheid van het internet zou deze menselijke behoeften ondergraven door haar mechanische mediatie. Zij is bezorgd dat de socialiteit van een goed functionerende samenleving door internet zal eroderen [idem: 35]. Kortom: internet destabiliseert gemeenschappen en ondermijnt de gelukzaligheid van face-to-face relaties.
Cultuuroptimisten benadrukken juist dat cyberspace de grenzen van de beschaving kan verleggen. Zij vatten cyberspace op als een digitaal domein waarin dominante machtsposities worden afgebroken, democratische participatie wordt vergroot en een einde wordt gemaakt aan economische en sociale ongelijkheden. Het is utopische retoriek van technofuturisten. De uitgever van Wired, Louis Rossetto zag cyberspace als "een nieuwe economie, een nieuwe tegencultuur en aan gene zijde van politiek." En er waren politici die hen volgden. De Amerikaanse vice-president Al Gore cultiveerde in in het midden van de jaren 90 een prototypisch optimistische utopie:
Gore voorziet dat de wereld omspannen zal worden door ‘informatie snelwegen’ waarop iedereen kan reizen. "Deze snelwegen of preciezer: netwerken van gedistribueerde intelligentie stellen ons in staat om als een globale gemeenschap informatie te delen, contact met elkaar te houden en te communiceren. Vanuit deze verbindingen kunnen we een aantal dingen afleiden: een robuuste en duurzame economische groei, sterke democratieën, betere oplossingen voor globale en lokale uitdagingen van de omgeving, verbetering van gezondheidszorg, en tenslotte een groter besef van gedeeld rentmeesterschap van onze kleine planeet" [toespraak voor ITU World Telecommunication Development Conference, Buenos Aires, 21 Maart 1994]
Internet is een centraal onderdeel geworden van het (post)moderne sociale leven en daarom heeft het een belangrijke invloed op de manier waarop we de wereld zien. Maar de ‘effecten’ die het internet op onze samenleving en ervaringswijze heeft zijn complex, tegenstrijdig en vaak indirect. En veel van de slechte invloeden die aan internet worden toegeschreven zijn in werkelijkheid het gevolg van meer serieuze maatschappelijke problemen [Gauntlett 2005].
Pioniers hebben lust in het verkennen en oprekken van elektronische genzen [Rushkoff 1994]. Cyberspace bestaat uit virtuele sociale ruimtes waarin mensen elkaar gemedieerd-persoonlijk ontmoeten. Daarbij worden nieuwe definities van ‘ontmoeten’ en ‘persoonlijk’ gehanteerd [Stone 1991:85]. Hoewel in cyberspace grotendeels de fysieke geografie ontbreekt die zo kenmerkend is voor een buurt, stad of land, biedt het toch reële kansen voor gemeenschapsvorming en articulatie van individuele identiteiten. Het onderzoek naar cybercultuur richt zich op deze twee peilers: virtuele gemeenschappen en online identiteiten.
Een van de eerste en vaak geciteerde onderzoekers van virtuele gemeenschappen was Howard Rheingold. Hij definieerde een virtuele gemeenschap als:
Rheinhold’s The Virtual Community [1993] was de eerste pijler van de studies over cybercultuur. De tweede pilaar was Sherry Turkle’s Life on the Screen: Identity in the Age of the Internet [1995]. Zij deed een etnografisch onderzoek naar online identiteiten in een aantal virtuele omgevingen, zoals Multi-User Domains, of MUDs. Sommige internetters gebruiken hun online aanwezigheid om problemen in het ‘werkelijke’ of lokale leven te compenseren. Maar de meeste internetter gebruiken het digitale domein om hun ‘ware’ identiteit, of een verscheidenheid van identiteiten te articuleren. Iedereen is virtueel vrij om zijn of haar eigen geslacht, seksuele voorkeur en persoonlijkheid te kiezen. Internet lijkt in dit opzicht wel op een "identity workshop" [Bruckman 1992]. Turkle ziet een beweging van een modernistische cultuur van calculatie tot een postmodernistische cultuur van simulatie [Who am we? 1996]. Het leven op het scherm stelt om in staat onszelf te projecteren in onze drama’s. In deze drama’s zijn we producent, regisseur, en ster tegelijk.
Cybercultuur is vaak als "a site of empowerment" afgeschilderd, een online ruimte gereserveerd voor constructie, creativiteit en gemeenschap. Een plek voor emancipatie voor mensen en groepen.
Sociologen benaderden virtuele gemeenschappen als "sociale netwerken" [Wellman 1997; Wellman e.a. 1996] of probeerden nieuw leven te blazen in de sociologische tradities van interactionisme en de theorie van collectief handelen (‘rational choice’). Antropologen ontdekten een nieuw onderzoeksveld, cyborg antropologie, gericht op de intersectie tussen individuen, maatschappij, en genetwerkte computernetwerken [Downey / Dumit 1998; Escobar 1996]. Etnograven begonnen te onderzoeken wat gebruikers precies doen binnen in uiteenlopende virtuele omgevingen, vanaf online lesbische bars en Usenet nieuwsgroepen tot webgebaseerde "tele-tuinen" en online steden [Baym 1995a, 1995b, 1997; Correll 1995; McLaughlin e.a. 1997; Collins-Jarvis 1993; Silver 2000].
Tegelijkertijd begonnen linguisten te studeren op de schrijfstijlen, netiquettes, en (inter)tekstuele codes die gebruikt worden in online omgevingen [Danet e.a. 1997; Herring 1996a, 1996b, 1996c]. Feministen en vrouwenstudies gebruikten tekstuele anayses en feministische theorie om gender in cyberspace te lokaliseren, construeren en deconstrueren [Cherny /Weise 1996; Consalvo 1997; Dietrich 1997; Ebben /Kramarae 1993; Hall 1996]. Een aantal community activisten en geleerden begonnen de relatie tussen lokale en virtuele gemeenschappen te analyseren in de vorm van gemeenschaps netwerken [Cisler 1993; Cohill / Kavanaugh 1997; Schmitz 1997; Schuler 1994, 1996; Silver 1996, 1999, 2000].
|
|
Contextualiseren van virtuele interacties
|
|---|
Constructie van virtuele werkelijkheid
Cyberspace is geen ‘brave nieuwe wereld’. Tijdens de kinderjaren van het internet overheerste een populaire retoriek waarin in alle toonaarden de lof werd bezongen op de mogelijkheden van het internet om tijd en ruimte te overwinnen. Het was een meestal onkritische lof op de zegeningen van virtuele relaties en netwerken, gemeenschappen en organisaties. Cyberica is echter geen continent dat volledig buiten de bestaande internationale, nationale of lokale krachtsverhoudingen staat. Integendeel, cyberica is een virtueel continent dat door en door verankerd is in de ongelijkheids- en machtsverhoudingen van geografisch afgebakende continenten, landen, steden en buurten. Het zijn continenten waarin mensen leven met ongelijke klasse- en beroepsposities, sekse en leeftijdgroepen.
Elke lokaal afgebakende samenleving krijgt de voor iedereen toegankelijke virtuele ruimte die het ‘verdient’. Dat wil zeggen dat de basiskenmerken van die samenleving ook vertaald worden in haar virtuele gedaante (in haar ‘online bestaan’). Cyberspace is dus een door in de maatschappelijke krachts- en levensverhoudingen ingebedde en daardoor in meerdere opzichten gestructureerde virtuele werkelijkheid.
Internet is een van die moderne technologieën waardoor traditionele opvattingen over de burgerlijke samenleving worden ondergraven. Deze traditionele opvattingen veronderstellen geografische eenheid (natie-staat, regio, stad/dorp, buurt, straat), duurzaamheid en eenduidigheid en schuwen spreiding, meervoudigheid, flexibiliteit en diversiteit.
Virtuele sociale controle en sancties zorgen ervoor dat er binnen virtuele gemeenschappen en netwerken een grens wordt getrokken tussen acceptabel en onacceptabel gedrag. Deelnemers aan virtuele gemeenschappen ontwikkelen zelf manieren en uitdrukkingsvormen waarmee zij toch sociale informatie kunnen communiceren en groepsspecifieke betekenissen kunnen creëren en codificeren. Deelnemers onderhandelen over de identiteit van de groep. In virtuele gemeenschappen ontstaan een grote diversiteit van sociale relaties. Er vormen zich vluchtige en speels antagonistische relaties, maar er ontstaan ook duurzame, diep romantische relaties. De nieuwe relaties die ontstaan balanceren tussen het netwerk en face-to-face interacties. In al deze relaties worden normen gehanteerd die dienen om de interactie te organiseren en om het gewenste ‘sociale klimaat’ of de ‘sfeer van de groep’ te handhaven [Baym 1995: 161].
Van een virtuele gemeenschap is pas (empirisch) sprake wanneer via internet een relatief duurzame relatie ontstaat tussen geografisch verspreide individuen die zich vrijwillig houden aan het doel en de normen van de groep waarover zij zelf hebben onderhandeld. Zo zijn er in de loop der tijd zeer veel grotere en kleinere virtuele netwerken, gemeenschappen, organisaties en groepen ontstaan. Het zijn dynamische gemeenschappen van mensen met gedeelde interesses en visies, maar ook met uiteenlopende achtergronden en tradities. Sommige gemeenschappen zijn vluchtig, terwijl andere zich weten te verduurzamen. De ‘gevoelswarmte’ van virtuele gemeenschappen loopt uiteen van afstandelijk-functioneel tot intiem-relationeel.
Er zijn minstens twee belangrijke verschillen tussen traditionele gemeenschappen en virtuele gemeenschappen. Ten eerste is het moeilijker om lid te worden van een traditionele dan van een virtuele gemeenschap. In een traditionele gemeenschap wordt men biologisch en sociaal ‘ingeboren’. In veel traditionele gemeenschappen wordt men letterlijk ingeboren. Mensen worden geboren als Nederlander of Chinees, in plaatsen als Rijswijk of Beijing, als man of vrouw, met specifieke talenten of gebreken. En we zijn allemaal kinderen van rijke of arme ouders die al tot deze of gene geloofsgemeenschap behoren. Van huis uit krijgen we uiteenlopende gedragscodes mee die normatief voorschrijven of begrenzen hoe we moeten omgaan met onszelf, met familie en geliefden, met vrienden en vreemden, en met de wereld. Mensen zijn dus lid van afgebakende familie-, dorps-, generatie- of geloofsgemeenschappen omdat zij daarin zijn ingeboren en gesocialiseerd. Wie tot andere ‘ingeboren’ of ‘aangeboren’ gemeenschappen behoort, kan daaruit niet of slechts zeer moeizaam uittreden of overstappen naar andere gemeenschappen.
Deelnemers gebruiken de technologie om praktijken, normen, relaties en identiteiten te scheppen die uiteindelijk de groep definiëren. Een verzameling van voorheen onverbonden individuen nemen hun gedeelde interesse in een onderwerp en transformeren dit in een rijke en betekenisvolle interpersoonlijke sociale wereld [Baym 2000:21]. De deelnemers eigen zich een breed spectrum aan themaspecifieke bronnen toe en combineren deze op een onvoorspelbare maar toch geordende manier met andere bronnen. Uiteindelijk construeren zij een sociale ruimte die aanvoelt als een gemeenschap [Baym 2000:24], en derhalve als een sociale gemeenschap geanalyseerd zou moeten worden.
Het internet biedt mensen met gelijksoortige interesses de mogelijkheid om verbanden aan te gaan binnen een sociaal netwerk of gemeenschap die geografisch gezien grenzeloos is. Deze virtuele gemeenschappen bieden een vrijplaats van steun en interactie voor mensen met gelijksoortige interesses. Deze gemeenschappen functioneren in veel opzichten op vergelijkbare wijze als sociale gemeenschappen in lokale werelden. Virtuele gemeenschappen hebben een aangeboren vermogen om groepen totale vreemden aan te trekken en stimuleren een omgeving waar vriendschappen kunnen ontstaan en groeien. Mensen scheppen online een vriendschappelijke atmosfeer door elkaar te behandelen als zij hun vrienden zouden behandelen met respect, oprecht, met genegenheid [Baym 2000:135].
Een levendige virtuele gemeenschap draagt bij aan de vorming van individuele en collectieve identiteiten. Mensen definiëren zich in online gemeenschap niet alleen in relatie tot hun lokale identiteiten of tot het medium, maar ook in relatie tot elkaar en tot de groep als geheel [Baym 2000:158]. Actieve deelnemers kunnen deskundigheid ontwikkelen rond bepaalde subthema’s van de groep. Hun identiteiten worden zichtbaar door hun informatieve bijdragen. De gemeenschap is geneigd om de indentiteit van individuele leden te waarderen via een collectief proces van bevestiging en overeenstemming. Mensen bevestigen identiteiten door te reageren op de bijdragen van individuen die met naam genoemd worden, en door lof. Reacties op eigen bijdragen bestendigen en stimuleren verdere participatie.
Online identiteiten worden opgebouwd uit en gesitueerd in reactie op andere bijdragen en een waardesysteem dat sommige typen bijdragen aantrekkelijker maakt dan anderen. Het waardesysteem dat de identiteit in virtuele gemeenschappen vormt benadrukken bijvoorbeeld eerlijkheid, informatie, inzicht, gevatheid. Het zijn waarden die horen bij het doel van de groep. Dergelijke waarden worden permanent bevestigd via de selectieve bevestiging van de vele identiteiten die in de groep naar voren komen. Het lijkt alsof iedereen zelf kan kiezen wie hij of zij online wil zijn. Maar als men bewonderd of aardig gevonden wil worden dan doet hij of zij er verstandig aan om zich te houden aan de zeer reële sociale beperkingen die groepen ontwikkelen [Baym 2000: 173].
Technologie en Cultuur
|
|---|
| "Technologie breidt onze zintuigen uit. Daarom ontstaat er een nieuwe vertaling van onze cultuur zodra de nieuwe technologie is geïnterroriseerd" [McLuhan 1976]. |
![]() Marshall McLuhan |
|---|
Het internet is een communicatie- en informatiemedium dat mensen tegenwoordig dagelijks gebruiken om hun werk te doen of te leren, om nieuws te vergaren of boodschappen te doen of zich te vermaken, of om gewoon een praatje te maken. Het internet heeft onze zintuiglijke mogelijkheden op meerdere manieren uitgebreid en verdiept. Internet is niet alleen een medium van interpersoonlijke communicatie, maar ook van massacommunicatie. Met behulp van sociale of groepssoftware kunnen mensen samen beslissingen nemen over het gebruik van een massamedium [Morris/Ogan 1996].
Culturele innovaties ontstaan wanneer de technologie waarmee we werken onze zintuiglijke ervaringen verbreden of verdiepen. Internet is een technologie waarmee we onze zintuiglijke en imaginaire vaardigheden kunnen uitbreiden en verdiepen. Het transformeert de registers van de menselijke ervaring [Poster 2001:4]. Tussen cultuur en technologie heeft altijd een symbiotische relatie bestaan. Een bestaande technologie faciliteert en limiteert de culturele ontwikkelingsmogelijkheden, maar zij legt de specifieke uitkomsten daarvan niet vast. De geschiedenis van het internet illustreert bij uitstek dat technologieën door gebruikers zo creatief worden gehanteerd dat zij functies vervullen die niet door de makers van het programma werden voorzien. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn het gebruik van email, chat, Instant Messaging, flitsmeutes of weblogs.
Technologie maakt menselijke interacties mogelijk en begrenst deze tegelijkertijd. Mensen maken gebruik van de technologie die hen ter beschikking staat, en proberen daarmee de wereld te maken waarin zij willen leven. Elke technologie ontstaat binnen de context van een bestaande culturele configuratie, en deze culturele context wordt tegelijkertijd beïnvloed door de technologische ontwikkeling. De internettechnologie groeit, wordt volwassen en infiltreert in de cultuur die haar voortbracht. Met zo’n benadering houden we voldoende afstand van het technologisch determinisme (waarin culturele verschijnselen worden teruggebracht tot technologische innovatie) én het cultureel relativisme (waarin het culturele klimaat bepalend is voor culturele ontwikkeligen) [Winner 1977; MacKenzie/Wajcman 1985].
Het internet is geen ding waarvan men kan verwachten dat het als zodanig de oorzaak is van positieve of negatieve veranderingen in onze samenleving en cultuur. Het is een informatie- en communicatiemedium dat invloed heeft bepaalde sociale handelingspatronen wanneer zij op grote schaal wordt gebruikt. Het biedt voorheen ongekende mogelijkheden voor zelforganisatie van grote aantallen over de hele wereld verspreide individuen, en zij biedt nieuwe mogelijkheden voor culturele expressie en ideële articulatie.
|
|
Cybercultuur
|
|---|
Wat zijn de eigenaardigheden van cyberculturen? Het formele antwoord op deze vraag kan in drie punten worden samengevat.
David Silver heeft cybercultuur gedefinieerd als
Cybercultuur is daarom ook
De beste manier om cyberculturen te begrijpen is nauwkeurige onderzoek van de afzonderlijke elementen. Onderwerpen zoals wetenschap, gemeenschapsvorming, elektronische democratie of omgang met intimiteit of de dood. Cybercultuur gaat om de symbolische vormgeving en stijl van leven, om de virtuele representatie van klasse, natie, leeftijd, sekse of etniciteit, levensstijl, en om de duurzaamheid en betekenis van deze bindingen.
Nieuwe kansen voor onderzoekers
|
|---|
Internet biedt onderzoekers nieuwe kansen om de sociale interactie van deelnemers aan virtuele gemeenschappen te observeren en hun eigen beleving van deze interacties te registreren. We wisten altijd al dat de traditionele massacommunicatie wordt gemedieerd door sociale interactie. Maar toch bleef het moeilijk om empirisch toegang te krijgen tot de particuliere gemeenschappen waarin deze communicatie zich meestal voltrekt. Internet biedt toegang tot publieke en open kanalen van sociale interactie. Het geeft onderzoekers nieuwe kwantitatieve én kwalitatieve mogelijkheden om het samenspel van interpersoonlijke en massacommunicatie te onderzoeken [Jones 1999].
Internet is niet alleen een uniek communicatiemedium voor sociale wetenschappers, maar ook een bijzonder object van sociaal-wetenschappelijk onderzoek.
We zijn bezig te leren hoe we het internet kunnen gebruiken als instrument voor communicatie en informatie.
Hierdoor veranderen ook de meest elementaire menselijke culturen van lezen en schrijven, informatieoverdracht, leren en communiceren. De belangrijkste culturele innovaties zijn in het volgende schema in kaart gebracht.
| Wijze van | Kenmerken | Principes |
| Informeren | Verzamelen, opslaan, verwerken, bewerken & verspreiden van digitale informatie | Van just-in-case naar just-in-time Van push-principe (info naar individuen sturen) naar pull-principe (info op 'derde plaats' zetten) |
| Communiceren | Virtuele sociale interactie Netwerken en gemeenschapsvorming Globale virtuele teams |
Van lokale naar telecommunicatie Van fysieke naar gemedieerde sociale aanwezigheid: telepresentie, gevoel van sociale aanwezigheid of nabijheid |
| Schrijven | Digitaal, multimediaal en hypertekstueel luchtschrijven | Van lineair naar non-lineair schrijven Van met zwarte inkt op wit papier (dode bomen) schrijven naar digitaal en multimediaal schrijven |
| Publiceren | Versterking van positie van individuele auteur Decommercialisering van academische publicaties |
Auteur wordt uitgever, redacteur, drukker en distributeur Productie en distributie vallen samen Reproductie en verspreidingskosten verwaarloosbaar laag |
| Lezen | Associatief speuren in hypertekstuele
netwerk van verbindingen / betekenissen Netwerk van leeservaringen |
Van het volgen van het door de auteur van de tekst gecreëerd leespad naar het volgen van een eigen leestraject |
| Leren |
Structurering van leerervaring in virtuele omgevingen Geïndividualiseerd in context van samenwerkend leren |
Studentgecentreerd Opdrachtgericht Non-lineair Samenwerkend leren & diversificatie van leertrajecten |
As We May Think, Write and Read
Nieuwe fenomenen
Eigenaardigheden van cyberspace
InternetStudies legt zich toe op de studie van
CyberStudies = n e t w e t e n s c h a p.
Beloftes van TeleLeren
Referenties
|
|---|
| Eigenaardigheden | Home | Onderwerpen | Samenleven | Zoek | Over ons | Contact |
|---|
![]()
dr. Albert Benschop |