Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

Internet als medium van culturele transformaties
[CONCEPT]

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Een revolutionerend medium

Contextualiseren van virtuele relaties
Constructie van virtuele werkelijkheid
Identiteitsvorming

Technologie en Cultuur
CyberCultuur

Nieuwe kansen voor onderzoekers

    Referenties

Verwante teksten
button Geschiedenis van het internet
button Hypertekst Revolutie
button Zoeken naar Kwaliteit
button Interactief Publiceren
button KennisManagement in een Semantisch Web

Transformationeel medium: tussen hoop en vrees

Cultuur omvat al hetgeen door creatief menselijk handelen en fantasie tot stand is gebracht. Cultuur is dus een door mensen gecreëerde materiële en ideële omgeving, zowel lokaal als virtueel. De mens is een dier dat is ingebed in een web van betekenissen die hij zelf heeft gesponnen. Cultuur is een gestratificeerde hiërarchie van betekenisvolle structuren (‘structures of significance’) en omvat het geheel van de symbolische dimensies van sociaal handelen.

Virtuele culturen zijn symbolische systemen en kunnen net als lokale culturen het beste begrepen worden vanuit het perspectief van de actoren. Ook virtuele culturen zijn systemen van gedeelde betekenissen. Virtuele culturen moeten eveneens een minimum aan coherentie vertonen willen zij als symbolische systemen beschouwd kunnen worden.


 
Internet is het meest omvattende en revolutionerende medium van de 21ste eeuw. Het is een territorium waarop culturele innovaties een nieuwe kans krijgen en waarbinnen nieuwe culturen ontstaan. Internet is een virtuele wereld waarin het basismotief van elke cultuur, de spellust, zich optimaal kan ontplooien. Een wereld waarin volop ruimte is voor creatieve fantasieën en verrassende associaties. Ontstaan er werkelijk nieuwe culturen op het internet? En zo ja, wat zijn daarvan de nieuwe kwaliteiten?

Een brede visie
In bijna alle wetenschappelijke publicaties wordt gewezen op het het revolutionaire karakter van de internettechnologie. Om de culturele transformaties die aan de opkomst van internet verbonden zijn te benadrukken, wordt vaak een vergelijking getrokken met eerdere revolutionaire technologieën. Een geliefde vergelijking is die met de domesticatie van het vuur. "Met de ontwikkeling van het internet, en met de toenemende penetratie van communicatie tussen genetwerkte computers, staan we in het midden van de meest transformerende technologische gebeurtenis sinds de beheersing van het vuur" [John Perry Barlow, "What Are We Doing Online?", Wired 1995:36]. Zie Goudsblom [1992] voor een samenvattende verhandeling over "Vuur en beschaving".
Wat begon als een kleine groep mensen die via het internet communiceerden in de dagen voor de uitvinding van de webbrowser, is nu getransformeerd in een rijkgeschakeerde internationale virtuele wereld, met vele subculturen die via internet interacteren, met behulp van diverse communicatievormen, zoals e-mails, nieuwsgroepen, discussiefora, chatrooms, instant messaging en weblogs.

Net als bij ‘oudere nieuwe media’, zoals televisie en film, heeft internet de schuld gekregen van allerlei sociale problemen en antisociaal gedrag. Cultuurpessimisten vrezen dat internet leidt tot afname van geletterdheid, politieke en economische vervreemding en sociale fragmentatie. Zo waarschuwde Birkerts [1994] dat internet, hypertekst en andere elektronische technologieën leiden tot een afnemende geletterdheid en een verzwakking van het realiteitsbesef. Internet zou zelfs een bedreiging zijn voor typisch ´menselijke´ praktijken. Zo argumenteert Margaret Morse : "Er is een basale menselijke behoefte aan reciprociteit en de omkeerbaarheid van ‘ik’ en ‘jij’ in de conversatie — zien en gezien worden, anderen herkennen en herkend te worden, spreken, luisteren en beluisterd worden [...] Er is een menselijke behoefte aan en plezier in het erkend worden als een partner in conversatie, zelfs wanneer de relatie gebaseerd is op een simulatie die gemedieerd is door of wordt uitgewisseld met machines" [Morse 1998: 10, 14]. De virtuele eigenaardigheid van het internet zou deze menselijke behoeften ondergraven door haar mechanische mediatie. Zij is bezorgd dat de socialiteit van een goed functionerende samenleving door internet zal eroderen [idem: 35]. Kortom: internet destabiliseert gemeenschappen en ondermijnt de gelukzaligheid van face-to-face relaties.

Cultuuroptimisten benadrukken juist dat cyberspace de grenzen van de beschaving kan verleggen. Zij vatten cyberspace op als een digitaal domein waarin dominante machtsposities worden afgebroken, democratische participatie wordt vergroot en een einde wordt gemaakt aan economische en sociale ongelijkheden. Het is utopische retoriek van technofuturisten. De uitgever van Wired, Louis Rossetto zag cyberspace als "een nieuwe economie, een nieuwe tegencultuur en aan gene zijde van politiek." En er waren politici die hen volgden. De Amerikaanse vice-president Al Gore cultiveerde in in het midden van de jaren 90 een prototypisch optimistische utopie:

Internet is een centraal onderdeel geworden van het (post)moderne sociale leven — en daarom heeft het een belangrijke invloed op de manier waarop we de wereld zien. Maar de ‘effecten’ die het internet op onze samenleving en ervaringswijze heeft zijn complex, tegenstrijdig en vaak indirect. En veel van de slechte invloeden die aan internet worden toegeschreven zijn in werkelijkheid het gevolg van meer serieuze maatschappelijke problemen [Gauntlett 2005].

Jahn Pioniers hebben lust in het verkennen en oprekken van elektronische genzen [Rushkoff 1994]. Cyberspace bestaat uit virtuele sociale ruimtes waarin mensen elkaar gemedieerd-persoonlijk ontmoeten. Daarbij worden nieuwe definities van ‘ontmoeten’ en ‘persoonlijk’ gehanteerd [Stone 1991:85]. Hoewel in cyberspace grotendeels de fysieke geografie ontbreekt die zo kenmerkend is voor een buurt, stad of land, biedt het toch reële kansen voor gemeenschapsvorming en articulatie van individuele identiteiten. Het onderzoek naar cybercultuur richt zich op deze twee peilers: virtuele gemeenschappen en online identiteiten.

Een van de eerste en vaak geciteerde onderzoekers van virtuele gemeenschappen was Howard Rheingold. Hij definieerde een virtuele gemeenschap als:

Rheinhold’s The Virtual Community [1993] was de eerste pijler van de studies over cybercultuur. De tweede pilaar was Sherry Turkle’s Life on the Screen: Identity in the Age of the Internet [1995]. Zij deed een etnografisch onderzoek naar online identiteiten in een aantal virtuele omgevingen, zoals Multi-User Domains, of MUDs. Sommige internetters gebruiken hun online aanwezigheid om problemen in het ‘werkelijke’ of lokale leven te compenseren. Maar de meeste internetter gebruiken het digitale domein om hun ‘ware’ identiteit, of een verscheidenheid van identiteiten te articuleren. Iedereen is virtueel vrij om zijn of haar eigen geslacht, seksuele voorkeur en persoonlijkheid te kiezen. Internet lijkt in dit opzicht wel op een "identity workshop" [Bruckman 1992]. Turkle ziet een beweging van een modernistische cultuur van calculatie tot een postmodernistische cultuur van simulatie [Who am we? 1996]. Het leven op het scherm stelt om in staat onszelf te projecteren in onze drama’s. In deze drama’s zijn we producent, regisseur, en ster tegelijk.

Volgens Turkle zijn vensters een krachtige metafoor geworden voor de manier waarop we over onszelf denken als een meervoudig, gedistribueerd systeem. Het virtuele of online bestaan is slechts een nieuw complex van vensters op het totale leven. En provocerend zou men kunnen zeggen dat het lokale (off line) bestaan niet meer is dan slechts één (verzameling) venster(s) op de werkelijkheid waarin we leven.

Cybercultuur is vaak als "a site of empowerment" afgeschilderd, een online ruimte gereserveerd voor constructie, creativiteit en gemeenschap. Een plek voor emancipatie voor mensen en groepen.

Sociologen benaderden virtuele gemeenschappen als "sociale netwerken" [Wellman 1997; Wellman e.a. 1996] of probeerden nieuw leven te blazen in de sociologische tradities van interactionisme en de theorie van collectief handelen (‘rational choice’). Antropologen ontdekten een nieuw onderzoeksveld, cyborg antropologie, gericht op de intersectie tussen individuen, maatschappij, en genetwerkte computernetwerken [Downey / Dumit 1998; Escobar 1996]. Etnograven begonnen te onderzoeken wat gebruikers precies doen binnen in uiteenlopende virtuele omgevingen, vanaf online lesbische bars en Usenet nieuwsgroepen tot webgebaseerde "tele-tuinen" en online steden [Baym 1995a, 1995b, 1997; Correll 1995; McLaughlin e.a. 1997; Collins-Jarvis 1993; Silver 2000].

Tegelijkertijd begonnen linguisten te studeren op de schrijfstijlen, netiquettes, en (inter)tekstuele codes die gebruikt worden in online omgevingen [Danet e.a. 1997; Herring 1996a, 1996b, 1996c]. Feministen en vrouwenstudies gebruikten tekstuele anayses en feministische theorie om gender in cyberspace te lokaliseren, construeren en deconstrueren [Cherny /Weise 1996; Consalvo 1997; Dietrich 1997; Ebben /Kramarae 1993; Hall 1996]. Een aantal community activisten en geleerden begonnen de relatie tussen lokale en virtuele gemeenschappen te analyseren in de vorm van gemeenschaps netwerken [Cisler 1993; Cohill / Kavanaugh 1997; Schmitz 1997; Schuler 1994, 1996; Silver 1996, 1999, 2000].

De ontdekking van cyberspace
In zijn baanbrekende novelle Neuromancer presenteerde William Gibson [1984] voor het eerst de term cyberspace: "Cyberspace. Een consensuele hallucinatie die dagelijks door miljarden mensen wordt ervaren... Een grafische voorstelling van gegevens die zijn geabstraheerd uit de databanken van elke computer in het menselijke systeem. Ondenkbare complexiteit" [p. 51]. In Neuromancer verschijnt een nieuwe grens waarvan de munteenheid minder berust in geografische ruimte en meer in digitale informatie.
Tegen het einde van de jaren negentig begon het onderzoek naar cybercultuur haar kinderziektes te verliezen. In de tweede helft van de jaren negentig werden er talloze monografieën, bundels en anthologieën gepubliceerd over cybercultuur. Het onderzoeksveld werd niet meer beperkt tot virtuele gemeenschappen en online identiteiten. Het onderzoek van cyberculturen ging zich richten op de sociale, culturele en economische interacties die online plaatsvinden en op de voorwaarden waaronder individuen en groepen al dan niet toegang krijgen tot online interacties.

Index Contextualiseren van virtuele interacties

Constructie van virtuele werkelijkheid
Woman on computer Cyberspace is geen ‘brave nieuwe wereld’. Tijdens de kinderjaren van het internet overheerste een populaire retoriek waarin in alle toonaarden de lof werd bezongen op de mogelijkheden van het internet om tijd en ruimte te overwinnen. Het was een meestal onkritische lof op de zegeningen van virtuele relaties en netwerken, gemeenschappen en organisaties. Cyberica is echter geen continent dat volledig buiten de bestaande internationale, nationale of lokale krachtsverhoudingen staat. Integendeel, cyberica is een virtueel continent dat door en door verankerd is in de ongelijkheids- en machtsverhoudingen van geografisch afgebakende continenten, landen, steden en buurten. Het zijn continenten waarin mensen leven met ongelijke klasse- en beroepsposities, sekse en leeftijdgroepen.

Elke lokaal afgebakende samenleving krijgt de voor iedereen toegankelijke virtuele ruimte die het ‘verdient’. Dat wil zeggen dat de basiskenmerken van die samenleving ook vertaald worden in haar virtuele gedaante (in haar ‘online bestaan’). Cyberspace is dus een door in de maatschappelijke krachts- en levensverhoudingen ingebedde en daardoor in meerdere opzichten gestructureerde virtuele werkelijkheid.

Internet is een van die moderne technologieën waardoor traditionele opvattingen over de burgerlijke samenleving worden ondergraven. Deze traditionele opvattingen veronderstellen geografische eenheid (natie-staat, regio, stad/dorp, buurt, straat), duurzaamheid en eenduidigheid en schuwen spreiding, meervoudigheid, flexibiliteit en diversiteit.

Virtuele sociale controle en sancties zorgen ervoor dat er binnen virtuele gemeenschappen en netwerken een grens wordt getrokken tussen acceptabel en onacceptabel gedrag. Deelnemers aan virtuele gemeenschappen ontwikkelen zelf manieren en uitdrukkingsvormen waarmee zij toch sociale informatie kunnen communiceren en groepsspecifieke betekenissen kunnen creëren en codificeren. Deelnemers onderhandelen over de identiteit van de groep. In virtuele gemeenschappen ontstaan een grote diversiteit van sociale relaties. Er vormen zich vluchtige en speels antagonistische relaties, maar er ontstaan ook duurzame, diep romantische relaties. De nieuwe relaties die ontstaan balanceren tussen het netwerk en face-to-face interacties. In al deze relaties worden normen gehanteerd die dienen om de interactie te organiseren en om het gewenste ‘sociale klimaat’ of de ‘sfeer van de groep’ te handhaven [Baym 1995: 161].

Van een virtuele gemeenschap is pas (empirisch) sprake wanneer via internet een relatief duurzame relatie ontstaat tussen geografisch verspreide individuen die zich vrijwillig houden aan het doel en de normen van de groep waarover zij zelf hebben onderhandeld. Zo zijn er in de loop der tijd zeer veel grotere en kleinere virtuele netwerken, gemeenschappen, organisaties en groepen ontstaan. Het zijn dynamische gemeenschappen van mensen met gedeelde interesses en visies, maar ook met uiteenlopende achtergronden en tradities. Sommige gemeenschappen zijn vluchtig, terwijl andere zich weten te verduurzamen. De ‘gevoelswarmte’ van virtuele gemeenschappen loopt uiteen van afstandelijk-functioneel tot intiem-relationeel.

Er zijn minstens twee belangrijke verschillen tussen traditionele gemeenschappen en virtuele gemeenschappen. Ten eerste is het moeilijker om lid te worden van een traditionele dan van een virtuele gemeenschap. In een traditionele gemeenschap wordt men biologisch en sociaal ‘ingeboren’. In veel traditionele gemeenschappen wordt men letterlijk ingeboren. Mensen worden geboren als Nederlander of Chinees, in plaatsen als Rijswijk of Beijing, als man of vrouw, met specifieke talenten of gebreken. En we zijn allemaal kinderen van rijke of arme ouders die al tot deze of gene geloofsgemeenschap behoren. Van huis uit krijgen we uiteenlopende gedragscodes mee die normatief voorschrijven of begrenzen hoe we moeten omgaan met onszelf, met familie en geliefden, met vrienden en vreemden, en met de wereld. Mensen zijn dus lid van afgebakende familie-, dorps-, generatie- of geloofsgemeenschappen omdat zij daarin zijn ingeboren en gesocialiseerd. Wie tot andere ‘ingeboren’ of ‘aangeboren’ gemeenschappen behoort, kan daaruit niet of slechts zeer moeizaam uittreden of overstappen naar andere gemeenschappen.

Deelnemers gebruiken de technologie om praktijken, normen, relaties en identiteiten te scheppen die uiteindelijk de groep definiëren. Een verzameling van voorheen onverbonden individuen nemen hun gedeelde interesse in een onderwerp en transformeren dit in een rijke en betekenisvolle interpersoonlijke sociale wereld [Baym 2000:21]. De deelnemers eigen zich een breed spectrum aan themaspecifieke bronnen toe en combineren deze op een onvoorspelbare maar toch geordende manier met andere bronnen. Uiteindelijk construeren zij een sociale ruimte die aanvoelt als een gemeenschap [Baym 2000:24], en derhalve als een sociale gemeenschap geanalyseerd zou moeten worden.

Het internet biedt mensen met gelijksoortige interesses de mogelijkheid om verbanden aan te gaan binnen een sociaal netwerk of gemeenschap die geografisch gezien grenzeloos is. Deze virtuele gemeenschappen bieden een vrijplaats van steun en interactie voor mensen met gelijksoortige interesses. Deze gemeenschappen functioneren in veel opzichten op vergelijkbare wijze als sociale gemeenschappen in lokale werelden. Virtuele gemeenschappen hebben een aangeboren vermogen om groepen totale vreemden aan te trekken en stimuleren een omgeving waar vriendschappen kunnen ontstaan en groeien. Mensen scheppen online een vriendschappelijke atmosfeer door elkaar te behandelen als zij hun vrienden zouden behandelen — met respect, oprecht, met genegenheid [Baym 2000:135].

Index


Identiteitsvorming: gemedieerde identiteiten
Identiteit is gerelateerd aan ons besef van gemeenschap en van het groepsgevoel. De ervaring van de groepsidentiteit is een belangrijk object van cultuurstudies en in het bijzonder van onderzoek naar de cybercultuur. De manier waarop we onszelf presenteren en dus ook onszelf ervaren wordt tegenwoordig mede beïnvloed door de manier waarop we in virtuele omgevingen opereren. Bolter & Grusin [2000:285] spreken in dit verband over de ‘remediation of the self’. Persoonlijke en sociale identiteit is niet iets dat is aangeboren of gefixeerd in onze antropologische inborst. Identiteit is een complex en vaak tegenstrijdig proces waarin het ‘ik’ en de omgeving permanent met elkaar interacteren. Identiteit komt tot stand in en wordt gestructureerd door de discursieve praktijken waarin we met anderen interacteren.

Een levendige virtuele gemeenschap draagt bij aan de vorming van individuele en collectieve identiteiten. Mensen definiëren zich in online gemeenschap niet alleen in relatie tot hun lokale identiteiten of tot het medium, maar ook in relatie tot elkaar en tot de groep als geheel [Baym 2000:158]. Actieve deelnemers kunnen deskundigheid ontwikkelen rond bepaalde subthema’s van de groep. Hun identiteiten worden zichtbaar door hun informatieve bijdragen. De gemeenschap is geneigd om de indentiteit van individuele leden te waarderen via een collectief proces van bevestiging en overeenstemming. Mensen bevestigen identiteiten door te reageren op de bijdragen van individuen die met naam genoemd worden, en door lof. Reacties op eigen bijdragen bestendigen en stimuleren verdere participatie.

Online identiteiten worden opgebouwd uit en gesitueerd in reactie op andere bijdragen en een waardesysteem dat sommige typen bijdragen aantrekkelijker maakt dan anderen. Het waardesysteem dat de identiteit in virtuele gemeenschappen vormt benadrukken bijvoorbeeld eerlijkheid, informatie, inzicht, gevatheid. Het zijn waarden die horen bij het doel van de groep. Dergelijke waarden worden permanent bevestigd via de selectieve bevestiging van de vele identiteiten die in de groep naar voren komen. Het lijkt alsof iedereen zelf kan kiezen wie hij of zij online wil zijn. Maar als men bewonderd of aardig gevonden wil worden dan doet hij of zij er verstandig aan om zich te houden aan de zeer reële sociale beperkingen die groepen ontwikkelen [Baym 2000: 173].

Index Technologie en Cultuur

"Technologie breidt onze zintuigen uit. Daarom ontstaat er een nieuwe vertaling van onze cultuur zodra de nieuwe technologie is geïnterroriseerd" [McLuhan 1976].

Marshall McLuhan
Marshall McLuhan
Minstens sinds McLuhan weten we dat de nieuwe elektronische media invloed hebben op de manier waarop mensen denken, handelen en voelen. Hij suggereerde dat de evolutie in de communicatietechnologie direct gevolgen heeft voor de bestaande samenleving. Sterker nog: "de communicatiekanalen zijn de primaire oorzaak van culturele verandering". Er is niets dat niet beïnvloedt wordt door de toegepaste communicatietechnologie. Onze leefstijlen zijn verankerd in de wijze waarop we informatie aan elkaar doorgeven en waarop we met elkaar communiceren. Elke grote uitvinding op het gebied van de —mondelinge, geschreven of elektronische— communicatie verandert de manier waarop mensen nadenken over zichzelf en over de wereld om hen heen.

Het internet is een communicatie- en informatiemedium dat mensen tegenwoordig dagelijks gebruiken om hun werk te doen of te leren, om nieuws te vergaren of boodschappen te doen of zich te vermaken, of om gewoon een praatje te maken. Het internet heeft onze zintuiglijke mogelijkheden op meerdere manieren uitgebreid en verdiept. Internet is niet alleen een medium van interpersoonlijke communicatie, maar ook van massacommunicatie. Met behulp van sociale of groepssoftware kunnen mensen samen beslissingen nemen over het gebruik van een massamedium [Morris/Ogan 1996].

Culturele innovaties ontstaan wanneer de technologie waarmee we werken onze zintuiglijke ervaringen verbreden of verdiepen. Internet is een technologie waarmee we onze zintuiglijke en imaginaire vaardigheden kunnen uitbreiden en verdiepen. Het transformeert de registers van de menselijke ervaring [Poster 2001:4]. Tussen cultuur en technologie heeft altijd een symbiotische relatie bestaan. Een bestaande technologie faciliteert en limiteert de culturele ontwikkelingsmogelijkheden, maar zij legt de specifieke uitkomsten daarvan niet vast. De geschiedenis van het internet illustreert bij uitstek dat technologieën door gebruikers zo creatief worden gehanteerd dat zij functies vervullen die niet door de makers van het programma werden voorzien. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn het gebruik van email, chat, Instant Messaging, flitsmeutes of weblogs.

Technologie maakt menselijke interacties mogelijk en begrenst deze tegelijkertijd. Mensen maken gebruik van de technologie die hen ter beschikking staat, en proberen daarmee de wereld te maken waarin zij willen leven. Elke technologie ontstaat binnen de context van een bestaande culturele configuratie, en deze culturele context wordt tegelijkertijd beïnvloed door de technologische ontwikkeling. De internettechnologie groeit, wordt volwassen en infiltreert in de cultuur die haar voortbracht. Met zo’n benadering houden we voldoende afstand van het technologisch determinisme (waarin culturele verschijnselen worden teruggebracht tot technologische innovatie) én het cultureel relativisme (waarin het culturele klimaat bepalend is voor culturele ontwikkeligen) [Winner 1977; MacKenzie/Wajcman 1985].

Het internet is geen ding waarvan men kan verwachten dat het als zodanig de oorzaak is van positieve of negatieve veranderingen in onze samenleving en cultuur. Het is een informatie- en communicatiemedium dat invloed heeft bepaalde sociale handelingspatronen wanneer zij op grote schaal wordt gebruikt. Het biedt voorheen ongekende mogelijkheden voor zelforganisatie van grote aantallen over de hele wereld verspreide individuen, en zij biedt nieuwe mogelijkheden voor culturele expressie en ideële articulatie.

Spreken, schrijven, en de digitale revolutie
Door de opkomst van het internet zijn de basisvoorwaarden van cultuurvorming radicaal gewijzigd. Verschuivingen in de symbolische systemen van een samenleving zijn uiteraard niet nieuw. De belangrijkste verschuiving was ongetwijfeld het onstaan van de schrift: de omzetting van betekenissen in informatie. Schrijven betekent dat de mentale objecten die geabstraheerd worden uit de ervaringsstroom gestabiliseerd worden, zodat we ze telkens weer opnieuw snel kunnen terughalen [Hobart/Schiffman 1998: 30]. De tijd-ruimtelijke structurering van betekenissen wordt door het schrijven veranderd: betekenissen vliegen niet meer als klanken door de lucht, maar worden gefixeerd op papier.

Index Cybercultuur

Wat zijn de eigenaardigheden van cyberculturen? Het formele antwoord op deze vraag kan in drie punten worden samengevat.

  1. Cybercultuur is breed
    Cybercultuur bestaat binnen het internet en is over het hele internet verspreid. Cybercultuur wordt mogelijk gemaakt door de kabels, servers en PC’s van het netwerk. Cybercultuur zelf ontstaat waar gebruikers van het internet elkaar ontmoeten en interacteren. Virtuele culturen zijn divers en ontstaan in uiteenlopende internetlocaties: websites, nieuwsgroepen, discussiefora, peer-to-peer netwerken, chatgroepen, instant messaging, weblogs, virtuele gemeenschappen etcetera.

  2. Cybercultuur is diep
    Cybercultuur kan heel oppervlakkig zijn, zoals een enkele onbeantwoorde e-mail, of een onopgemerkte multimediale simulatie. Cybercultuur is echter meestal het product van complexe en coöperatieve communicaties in uiteenlopende segmenten van tijd en plaats. Cybercultuur grijpt in op het diepste van onze cultuur: de manier waarop we ons uiten, met elkaar communiceren, gemeenschappen en gedeelde betekenissen vormen.

  3. Cybercultuur is dynamisch
    Cybercultuur is in een permanente staat van verandering. Deze wordt gefaciliteerd en gestimuleerd door het tempo waarin zich de internettechnologie ontwikkeld.
Net als alle andere culturen is de cybercultuur breed, diep en dynamisch. Maar daarmee zijn nog niet de grenzen van de cybercultuur omschreven, laat staat dat haar specifieke eigenaardigheden in kaart zijn gebracht.

David Silver heeft cybercultuur gedefinieerd als

Cybercultuur is het geheel van symbolische systemen (praktijken en producten) die aan het internet gerelateerd zijn —en die dus alleen in en door de interacties op het internet kunnen bestaan en zich daaraan verbonden kunnen reproduceren.

Cybercultuur is daarom ook

  1. Wereldwijd — globale en lokale culturen
    Cybercultuur wordt op andere wijze verspreid dan traditionele cultuur: direct wereldwijd. Cyberculturen kunnen ongelimiteerd en in principe voor (bijna) niets worden gereproduceerd en gedistribueerd (onbeperkte schaalbaarheid). De virtuele ruimte waarin zich cyberculturen ontwikkelen is een metaterritoriaal domein: overal en nergens, hier en daar, altijd ergens en ergens anders. Internet is ambulant — nergens in het bijzonder maar overal tegelijk. Digitale cultuur is potentieel globale cultuur. Door toenemende globalisering van productie en handel zijn de voorwaarden geschapen voor een globale cultuur die niet alleen cosmopolitisch is, maar tegelijkertijd robuust in zijn diversiteit. Een diversiteit die organisch verbonden is met territoriaal verankerde —lokale, regionale en nationale culturen.
  2. Publiek — digitale cultuur is niet schaars
    Cybercultuur is (bijna) per definitie publiek, openbaar. Cyberculturele producten figureren slechts in het publieke domein, tenzij er commerciële grenzen om het cultuurproduct heengebouwd zijn. Alleen dan wordt een cultuurproduct een gebruikswaarde met een ruilwaarde. Digitale cultuur is dus niet per definitie schaars en is dus ook niet per definitie onderworpen aan de wetten van de markt. Zij kan zich dus via internet onttrekken aan ‘de koude ster van de schaarste’ en het neo-liberale ‘marktfundamentalisme’.
  3. Multimediaal — digitaal eenheidsformaat en multimediale verschijningsvormen
    Cybercultuur manifesteert zich in multimediale objecten: tekst, geluid, (bewegend) beeld, simulaties (‘virtual reality’). Gedigitaliseerde hereniging van gezicht met stem. Aanzetten tot op afstand voelen (cyberdildonics) en ruiken.
  4. Interactief — aggregatie en zelforgnisaties
    Op internet bestaande of daardoor gefaciliteerde culturen bestaan bij de gratie van een uitgebreid interactief netwerk. Het is een netwerk van verbindingen tussen producenten/kunstenaars onderling, tussen producenten en gebruikers/consumenten, en tussen gebruikers onderling.

De beste manier om cyberculturen te begrijpen is nauwkeurige onderzoek van de afzonderlijke elementen. Onderwerpen zoals wetenschap, gemeenschapsvorming, elektronische democratie of omgang met intimiteit of de dood. Cybercultuur gaat om de symbolische vormgeving en stijl van leven, om de virtuele representatie van klasse, natie, leeftijd, sekse of etniciteit, levensstijl, en om de duurzaamheid en betekenis van deze bindingen.

Index Nieuwe kansen voor onderzoekers

Internet biedt onderzoekers nieuwe kansen om de sociale interactie van deelnemers aan virtuele gemeenschappen te observeren en hun eigen beleving van deze interacties te registreren. We wisten altijd al dat de traditionele massacommunicatie wordt gemedieerd door sociale interactie. Maar toch bleef het moeilijk om empirisch toegang te krijgen tot de particuliere gemeenschappen waarin deze communicatie zich meestal voltrekt. Internet biedt toegang tot publieke en open kanalen van sociale interactie. Het geeft onderzoekers nieuwe —kwantitatieve én kwalitatieve— mogelijkheden om het samenspel van interpersoonlijke en massacommunicatie te onderzoeken [Jones 1999].

Internet is niet alleen een uniek communicatiemedium voor sociale wetenschappers, maar ook een bijzonder object van sociaal-wetenschappelijk onderzoek.

We zijn bezig te leren hoe we het internet kunnen gebruiken als instrument voor communicatie en informatie.

Hierdoor veranderen ook de meest elementaire menselijke culturen van lezen en schrijven, informatieoverdracht, leren en communiceren. De belangrijkste culturele innovaties zijn in het volgende schema in kaart gebracht.

Wijze van Kenmerken Principes
Informeren Verzamelen, opslaan, verwerken, bewerken & verspreiden van digitale informatie Van just-in-case naar just-in-time
Van push-principe (info naar individuen sturen) naar pull-principe (info op 'derde plaats' zetten)
Communiceren Virtuele sociale interactie
Netwerken en gemeenschapsvorming
Globale virtuele teams
Van lokale naar telecommunicatie
Van fysieke naar gemedieerde sociale aanwezigheid: telepresentie, gevoel van sociale aanwezigheid of nabijheid
Schrijven Digitaal, multimediaal en hypertekstueel luchtschrijven Van lineair naar non-lineair schrijven
Van met zwarte inkt op wit papier (dode bomen) schrijven naar digitaal en multimediaal schrijven
Publiceren Versterking van positie van individuele auteur
Decommercialisering van academische publicaties
Auteur wordt uitgever, redacteur, drukker en distributeur
Productie en distributie vallen samen
Reproductie en verspreidingskosten verwaarloosbaar laag
Lezen Associatief speuren in hypertekstuele netwerk van verbindingen / betekenissen
Netwerk van leeservaringen
Van het volgen van het door de auteur van de tekst gecreëerd leespad naar het volgen van een eigen leestraject
Leren Structurering van leerervaring in virtuele omgevingen
Geïndividualiseerd in context van samenwerkend leren
Studentgecentreerd
Opdrachtgericht
Non-lineair
Samenwerkend leren & diversificatie van leertrajecten

As We May Think, Write and Read

  1. Ontdekking van Vannevar Bush: memex

  2. Hypertekst Revolutie

  3. Hyperteksten zijn gedecentreerde teksten
    1. Hiërarchieën en privileges van lineaire papieren teksten worden doorbroken.

    2. voetnoten en andere secundaire commentaren worden gelezen als elementen die visueel gelijkwaardig zijn aan de basistekst.

    3. referenties en geciteerde tekst worden geïmplementeerd door verbinding met origineel, waar zij gelezen kunnen worden als deel van die andere context.

  4. Structurering van een hypertekst

    1. legt grenzen vast waarbinnen leesgedrag kan variëren

    2. bepaalt binnen deze grenzen de kans dat specifieke leestrajecten worden gevolgd.

    3. Vergelijk het kijken naar schilderij: je volgt de paden die de kunstenaar voor ons oog heeft gecomponeerd en daarbinnen maak je je eigen 'Mona Lisa".

Index


Internet als object van onderzoek en theorievorming

Nieuwe fenomenen

Eigenaardigheden van cyberspace

  1. Een wereld waarin men zich in één oogwenk kan verplaatsen van de ene kant van de aardbol naar de andere: afstand speelt geen rol meer in computer-gemedieerde interacties en communicaties; virtueel leef je vlak naast elke andere netizen in de wereld.

  2. Tijden die in cyberspace gelden zijn alleen versneld, en geïndividualiseerd.

  3. Toekomst van Internet hangt af van wat mensen ermee omgaan, hoe zij in cyberspace hun eigen behoeften, belangen en aspiraties kunnen realiseren.

InternetStudies legt zich toe op de studie van

  1. de overgang van industrieel naar informationeel kapitalisme
  2. de virtuele samenlevingsvormen en -processen die zich via internet ontwikkelen.
  3. de culturele transformaties die zich middels internet voltrekken.

CyberStudies = n e t w e t e n s c h a p.

Index


Internet als onderwijsomgeving

Beloftes van TeleLeren


Index Referenties

  1. CyberCulture [SocioSite] - Online resources on cyberculture and cultural studies

  2. Aarseth, Espen [1997]
    Cybertext: Perspective on Ergodic Literature.
    Baltimore, Md.: Johns Hopkins University Press.

  3. Aronowitz, Stanley / Martinsons, Barbara R. / Menster, Michael (eds.) [1995]
    Technoscience and Cyberculture: A Cultural Study.
    New York: Routledge.

  4. Baym, Nancy K. [1995a]
    Form practice to culture on usenet.
    In: Star 1995: 29-52.

  5. Baym, Nancy K. [1995b]
    The emergence of community in computer-mediated communication.
    In: Jones 1995: 138-63.

  6. Baym, Nancy K. [1997]
    Interpreting soap operas and creating community: Inside a computer-mediated fan club.
    In: Kiesler 1997: 103-20.

  7. Baym, Nancy K. [2000]
    Tune In, Log On: Soaps, Fandom, and Online Community. [reviews]
    Thousand Oaks, CA: Sage.
    Een grootschalig etnografisch onderzoek naar het gedrag van soap opera fans binnen de virtuele gemeenschappen van cyberspace.

  8. Bell, David / Kennedy, Barbara M. (eds.) [2000]
    The Cybercultures Readers.
    New York: Routledge.

  9. Berners-Lee, Tim [1999]
    De wereld van het WWW.
    Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.

  10. Berners-Lee, Tim / Hendler, James / Lassila, Ora [2001]
    The Semantic Web
    In: Scientific American, May 2001.

  11. Birkerst, S. [1994]
    The Gutenberg Elegies: The Fate of Reading in an Electronic Age.
    Winchester, MA: Faber and Faber.

  12. Bolter, J. / Grusin, R. [2000]
    Remediation.
    Cambridge Mass.: MIT.

  13. Center for Digital Discourse and Culture (CDDC)
    Centrum bij de faculteit van Kunsten en Wetenschappen van het Virginia Polytechnic Institute and State University.

  14. Clinton, William J. / Gore, Albert [1997]
    A Framework For Global Electronic Commerce
    Washington D.C.

  15. Dewdney, Andrew / Ride, Peter (eds.) [2006]
    The New Media Handbook.
    Routledge: Abingdon.

  16. DigiCULT

  17. Digital-Culture@jiscmail.ac.uk

  18. Digital Cultures Project (DCP)
    Onderzoeksgroep van de Universiteit van California. Directeur: William Warner, UC Santa Barbara.

  19. Downey, Gary Lee / Dumit, Joseph / Williams, Sarah [1995]
    Cyborg Anthropology.
    In: Cultural Anthropology 10(2): 264-69.

  20. Downey, Gary Lee / Dumit, Joseph (eds.) [1997]
    Cyborgs and Citadels. Anthropological interventions in emerging sicences and technologies.
    Santa Fe, NM: The Sar Press.

  21. Downey, Gary Lee / Davis-Floyd, Robbie [2001]
    Cyburg Anthropology.
    In: Routledge International Encyclopedia of Women.

  22. Gauntlett, David [2005]
    Moving Experiences: Media effects and beyond
    John Libbey. (2nd edition)

  23. Gauntlett, David / Horsley, Ross (eds.) [2004]
    Web.Studies
    Londen: Arnold. (2nd edition).

  24. Gibson, William [1984]
    Neuromancer.
    New York: Ace Books.

  25. Gottlieb, Nanette /McLelland, Mark |(eds.) [2002]
    Japanese Cybercultures.

  26. Goudsblom, J. [1992]
    Vuur en beschaving.
    Amsterdam: Meulenhoff.

  27. Hassan, Robert / Thomas, Julian (eds.) [2006]
    The New Media Theory Reader.
    Open University Press: Maidenhead.

  28. Herman, Andrew / Swiss, Thomas (eds.) [2000]
    The World Wide Web and Contemporary Cultural Theory: Magic, Metaphor, Power.
    New York: Routledge.

  29. Hobart, Michael / Schiffman, Zachary [1998]
    Information Age: Literacy, Numeracy, and the Computer Revolution.
    Baltimore, Md.: Johns Hopkins University Press.

  30. Howard, Philip N. / Jones. Steve [2003]
    Society Online: The Internet in Context.
    Thousand Oaks, CA: Sage.

  31. Jones, S.G. [1995]
    Understanding community in the information age.
    In: Jones 1995: 10-35.

  32. Jones, S.G. (ed.) [1995]
    CyberSociety: Computer-Mediated Communication and Community.
    Thousand Oaks, CA: Sage.

  33. Jones, S.G. [1997]
    The internet and its social landscape.
    In: Jones 1997: 7-35.

  34. Jones, S.G. (ed.) [1997]
    Virtual Culture: Identity & Communication in Cybersociety.
    London: Sage.

  35. Jones, S.G. (ed.) [1999]
    Doing internet research: critical issues and methods for examining the net.
    Trousand Oaks, CA: Sage.

  36. Kanter, Rosabeth Moss [2001]
    Evolve!: Succeeding in the Digital Culture of Tomorrow
    Harvard Business School Press.

  37. Kiesler, Sara [1977]
    Culture of the Internet.
    Mahwah: Lawrence Erlbaum.

  38. MacKenzie, Donald / Wajcman, Judy (ed.) [1985/95]
    The Social Shaping of Technology. Women's Technobiographies.
    Buckingham: Open University Press.

  39. McLuhan, Marshall [1976]
    The Medium is the Message: An intentory of Effects.
    New York: Bantam Press.

  40. Media Theory Site
    Maatschappijtheorie voor de fans van populaire cultuur. Populaire cultuur voor de fans van maatschappijtheorie.

  41. Miller, Danie;l / Slater, Don [2000]
    The Internet: An Ethnographic Approach.
    New York University Press.

  42. Mitchel, William [1995]
    City of Bits - Space Place and the Infobahn.
    Cambridge: MIT Press.

  43. Mitchel, William [1999]
    e-Topia - Urban Life, Jim, but not as We Know It.
    Cambridge: MIT Press.

  44. Mitchel, William [2003]
    Me++ The Cyborg Self and the Digital City.
    Cambridge: MIT Press.

  45. Morris, Merril / Ogan, Christine [1996]
    The Internet as a Mass Medium.
    In: Journal of Communication 46(1): 39-50.

  46. Morse, Margaret [1998]
    Virtualities: Television, Media Art, and Cyberculture.
    Bloomington: Indiana University Press.

  47. Moser, M.A. (ed.) [1996]
    Culture of the Internet.
    Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.

  48. Murphie, Andrew / Potts, John [2002]
    Culture and Technology.
    Hampshire, UK: Palgrave Macmillan.

  49. Netdiver
    Een portaal voor ontwerp met nieuwe media en een tijdschrift voor digitale cultuur. Redactie: Corole Guevin.

  50. O'Donnell, James J. [1997]
    Avatars of the Word: From Papyrus to Cyberspace.
    Harvard University Press.

  51. Poster, Mark [1999]
    The Net as a Public Sphere.
    In: Communication in History: technology, culture, society (3rd ed.)
    Longman.

  52. Poster, Mark [2001]
    What's the Matter with the Internet?
    Minneapolis: University of Minnesota Press.

  53. Rushkoff, D. [1994]
    Media Virus: Hidden Agendas in Popular Culture
    New York: Ballantine.

  54. Rayan, Marie-Laure (ed.) [1999]
    Cyberspace Textuality: Computer Technology and Literary Theory.
    Indiana University Press.

  55. Shields, Rob (ed.) [1996]
    Cultures of Internet: Virtual Spaces, Real Histories, Living Bodies.
    London/Thousand OaksL: Sage.

  56. Silver, David [2000]
    Looking Backwards, Looking Forwards: Cyberculture Studies 1990-2000
    In: Gauntlett, David [2000] Web.Studies. New York: Oxford University Press. pp.19-30.

  57. Star, S.L. (ed.) [1995]
    The Cultures of Computing.
    Oxford: Blackwell.

  58. Tal, Kalí [1996]
    The Unbearable Whiteness of Being: African American Critical Theory and Cyberculture

  59. Turkle, Sherry [1995]
    Life on the Screen.
    New York: Simon & Schuster.

  60. Van Eijk, Nico / Asscher, Lodewijk / Helberger, Natali / Kabel, Jan [2005]
    De regulering van media in internationaal perspectief
    Amsterdam: Pallas Publications.

  61. Winner, Langdon [1977]
    Autonomous Technology.
    MIT Press

Index


Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

dr. Albert Benschop
Sociale en Gedragswetenschappen
Sociologie & Antropologie
Universiteit van Amsterdam
Gepubliceerd: Maart, 2004
Laatst gewijzigd: 15 January, 2007