Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

Chatten als synchrone communicatie

—Converseren met tekstuele berichten—

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

Eigenaardigheden van chatten
Beperkingen van het tekstuele chatten
Aanpassingen aan het medium
    Gedeelde betekenissen | Achterdeurtjes | Rolwisseling |
    Verwijzing naar voorgaande bericht | Thematische organisatie
Interactionele voordelen
    Taalspel | Hyperpersoonlijke interactie | Duurzaamheid van conversatie
Algemene en gespecialiseerde chatruimtes
Wangedrag in chatruimtes
Toekomst van het webchatten
    Referenties
Index Chatroulette: de charme van willekeurige ontmoetingen
Index Communicatie via e-mail
Index Instant Messaging: Asynchrone communicatie met bekenden
Index Peer-to-peer: netwerken van vrienden
Index Virtuele gemeenschappen: netwerken van de toekomst
Index Open Source: mens durf te delen
Index Weblog: een doe-het-zelf medium
© 2003-2016 • Universiteit van Amsterdam

Eigenaardigheden van chatten

‘Chatten’, we hebben er al bijna geen Nederlands woord meer voor. Chatten is direct communiceren (‘praten’) via internet. De virtuele ruimtes waarin dit gebeurt heten chat boxen of chat rooms. Ook hiervoor wordt meestal geen Nederlands ekwivalent voor gebruikt, hoewel ze er wel zijn: ‘babbelruimte’, ‘kletslokaal’, ‘virtuele hangplek’.

Chatten is gezellig converseren. Chatten is een gezellige sociale activiteit. Via chatboxen ‘praten’ internetters vaak uren met elkaar. Zij horen elkaar niet, maar toetsen hun berichten in op het toetsenbord. De tekstregels rollen in hoog tempo over het scherm. De teksten zijn kort en er wordt ruimschoots gebruik gemaakt van bijna cryptische afkortingen. Een buitenstaander kan er meestal geen touw aan vastknopen. Naast e-mail en websurfers werd chatten een van de meest gebruikte toepassingen onder internetgebruik.

Via internet kunnen we op zeer diverse manieren met elkaar te communiceren. In enkele jaren tijd werd e-mail een belangrijk medium, maar ook websites en weblogs. Er zijn echter ook meer directe vormen van communicatie mogelijk. Zeker nu steeds meer mensen een permanente verbinding met internet hebben. Mensen die tegelijkertijd online zijn kunnen zo chatten of direct berichten uitwisselen via Instant Messaging, meestal afgekort als IM.

Chatten is een vorm van directe of synchrone communicatie met bekende en onbekende andere internetters. Iedere internetgebruiker kan in openbare chat rooms direct converseren met iedere andere internetgebruiker waar ter wereld ook. Zij moeten hiervoor gelijktijdig online aanwezig zijn in een afgebakende conversatieruimte. Alleen dan zijn internetters in staat om net als bij verbale communicatie simultaan feedback te geven. Net als bij verbale communicatie speelt simultane feedback een belangrijke rol bij het signaleren van luisteraars, het overschakelen van luisteren naar spreken, en het handhaven van permanente interactie [McLaughlin 1984].

Internet biedt allerlei nieuwe mogelijkheden voor communicatie. Via e-mails kunnen snel en efficiënt persoonlijke berichten worden uitgewisseld tussen twee of meer individuen. Via Mailings Lists en Newsnet NewsGroups kunnen berichten naar zichzelf organiserende groepen, organisaties of netwerken worden verstuurd. Via websites kunnen individuen en groepen, organisaties, en ondernemingen, netwerken en zelfs regeringen hun boodschap op een meer uitgebreide wijze etaleren. En via chatboxen kunnen mensen direct communiceren met alle willekeurig andere personen die aan een openbare chatsite deelnemen.

Index Beperkingen van tekstueel chatten

Chatten is een vorm van internetcommunicatie die het meest lijkt op verbale interactie. Maar in tegenstelling tot gesproken interactie is chat beperkt in het beheren van interrupties, het afwisselen van spreken en luisteren (‘turn-taking’), het overdragen van begrip, en het oplossen van conflicten over wie het woord heeft (‘floor control conflicts’). Sociale wetenschappers concentreren zich op de uitdagingen én ambiguïteiten die door chatten worden geïntroduceerd in de ‘normale’ of lokale mechanismen van sociale interactie [Smith/Cadiz/Burkhalter 2000].

Conversatieanalyse is de sociologische studie van de structuren van de gewone face-to-face en gesproken interactie. In natuurlijke conversaties maken wij gebruik van een hele serie fijnmazige —goed op elkaar afgestemde— technieken waarmee we ervoor zorgen dat de samenhang en begrijpelijkheid van gesproken conversaties gehandhaafd blijft. Gesproken conversaties kennen patronen van spreken, luisteren en reageren die door een paar eenvoudige regels tot stand komen. Deze regels bepalen hoe speekbeurten (‘turns of talk’) worden afgewisseld tussen mensen [Sacks e.a. 1974; Schegloff 2001].

Met behulp van eenvoudige regels voor het nemen en overgeven van het woord kunnen mensen over een grote verscheidenheid van onderwerpen verbaal converseren, waarbij bijna altijd één partij op dat moment aan het woord is. Interrupties en overlappingen (cross talk) doen zich wel voor maar zijn meestal kort; de afwisseling van sprekers vindt meestal zonder hiaten of overlappingen plaats.

Bij het tekstuele chatten daarentegen is iemand aan het woord in de volgorde waarin zijn bijdrage aankomt op een centrale server en niet in de volgorde waarin de bijdragen en en reacties werden geconstrueerd. Dit ondergraaft de technieken die mensen gebruiken voor coherente conversaties. Het gevolg hiervan dat chatten altijd neigt tot confuse uitwisselingen van korte berichten in ambigue volgorde. Daarom is chatten een slecht instrument voor besluitvorming en kennisopslag. En daarom heeft het ook een beperkte waarde voor vergaderingen en presentaties van gedetailleerde ideeën [Burkhalter e.a 2000].

Onderzoek naar conversatie heeft laten zien wat de sociaal-communicatieve beperkingen zijn van chatprogramma’s:

  1. Gebrek aan verband tussen mensen en wat zij zeggen
    De bijdragen van de deelnemers worden in chat programma’s zo gepresenteerd dat het moeilijk is om sprekers van elkaar te onderscheiden. Door het grote verloop van deelnemers in veel openbare chatrooms wordt dit probleem nog groter. Dit werd gedeeltelijk opgelost door het inbouwen van een overzicht van de aanwezigheid van mensen in de chatruimte en door verbetering van visualisatie van conversaties.

  2. Gebrek aan zichtbaarheid van de lezers
    Nonverbale retour-informatie
    Een belangrijk kenmerk van alle conversatie is de listening turn: wat doet de andere partij in een interactie terwijl de primaire spreker aan het spreken is [Manusov/Trees 2002]. Tijdens interacties vertrouwen luisteraars vaak op nonverbale signalen om de interactie vorm te geven [Burgoon e.a. 1996; Bavelas e.a. 2000]. Nonverbale gevoelsuitingen zoals gelaatsuitdrukkingen zijn een reactie op wat een spreker biedt. Voor de spreker zijn deze signalen retour-informatie (feedback).
    Tijdens het chatten krijgen deelnemers geen actuele informatie over de reactie van degenen die naar hun berichten lezen. Hierdoor zouden mensen een deel van hun gevoel van sociale aanwezigheid van de ander kunnen verliezen. Maar onderzoek naar chatten heeft ook geleerd dat het ‘gevoel van sociale aanwezigheid’ is niet afhankelijk is van het gelijktijdig aanwezig zijn in een en dezelfde ruimte (fysieke nabijheid).

  3. Gebrek aan zichtbaarheid van turns-in-progress
    De meeste chat systemen brengen alleen een bericht over wanneer gebruikers op de enter-toets drukken [Cherny 1999; Herring 1999]. Het proces van productie van een bericht is dus gescheiden van het verzenden van een bericht. In dit opzicht is chatten niet helemaal synchroon: het heeft een sporadisch ritme waarin een volledig gevormde bijdrage op een enkel moment worden verstuurd.

    Bij verbale conversaties horen we van moment tot moment wat anderen zeggen en kunnen we rekening houden met kleine variaties in de keuze van het juiste moment om het woord te nemen, te zwijgen of te reageren (‘timing’). Bij het chatten kunnen vertragingen optreden als gevolg van typeproblemen of omdat de andere gebruiker zijn computerruimte heeft verlaten. Dit kan gemakkelijk worden misverstaan als een ongewenste reactie. Dergerlijke vertragingen kunnen gebruikers bovendien aanmoedigen om hun bijdrage aan te vullen, waardoor hun eerdere bijdrage wordt veranderd of een nieuw gespreksonderwerp wordt aangesneden. De timing van de gebruikers worden in chatsystemen vaak verstoord. Een aanzienlijk deel van de bijdragen probeert helderheid te verschaffen in de verwarring die door eerdere bijdragen werd veroorzaakt [Garcia/Jacobs 1998]. In de technologie van Instant Messaging (IM) wordt dit probleem opgelost door de ‘turns-in-progress’ zichtbaar te maken. Wanneer anderen aan het typen zijn, verschijnt er op het scherm de mededeling: “[name] is typing massage”. Maar gebruikers kunnen niet precies zien wat anderen aan het typen zijn totdat zij de enter-toets indrukken.

  4. Gebrek aan controle over afwisseling van zenden en ontvangen (‘turn positioning’)
    Bij verbale interactie in lokale omgevingen gebruiken we een aantal mechanismen om de diverse posities in het conversatieproces te coördineren: zenden, ontvangen, reflecteren, reageren. Bij de semi-synchrone communicatie met snelle berichtenwisseling ontstaan er problemen met de afstemming van die positiewisselingen. De wisselende posities die men in het tekstuele chatproces inneemt zijn louter gebaseerd op het tijdsstip dat de enter-toets wordt ingedrukt. Hierdoor wordt vaak het verband tussen een bijdrage en reacties daarop verstoord. Wie het woord heeft wordt alleen maar duidelijk wanneer de bijdrage verschijnt. Daarna begint de race om als eerste de eigen gedachten op te schrijven en te versturen. Hierdoor ontstaat ook een voorkeur voor korte bijdragen, omdat men de return-toets snel moet indrukken om er zeker van te zijn dat men het woord heeft. Uitgebreide bijdragen, waarin meer complexe thema's besproken kunnen worden, zijn veel minder frequent.

  5. Gebrek aan nuttige registraties en sociale contekst
    De meeste openbare chatrooms zijn sociale ruimtes waarin basale of specifieke communicatiecodes, waarden (‘netiquettes’), informele normen en geformaliseerde regels ontstaan. De meeste publieke chatrooms zijn niet duurzaam: hun inhoud vervluchtigt zodra deze uit het archief van de gebruiker verdwijnt. Door dit gebrek aan houdbaarheid kunnen de meeste chatruimtes geen sociale traditie opbouwen. Als er al archieven worden bijgehouden dan zijn de transcripties vaak nauwelijks te lezen.

De standaardvormen van chat introduceren ambiguïteit in de interactie. Deze wordt vooral veroorzaakt door de onderbreking van verbindingen tussen schrijven, lezen en reageren. Daarom zijn de meeste vormen van chatten slechts beperkt bruikbaar in formele interacties (zoals groepsbijeenkomsten) en besluitvormende taken. Chatten leent zich slecht voor complexe discussies.

Online conversatie kan ook op een meer positieve manier de beperkingen van de economie van verbale interactie doorbreken. Mensen kunnen niet lang luisteren wanneer twee of meer mensen tegelijkertijd spreken. Dit beperkt het aantal mogelijke sprekers in verbale conversaties. Chatten is minder beperkt dan verbale communicatie omdat meer dan een persoon op hetzelfde moment een bericht kan opstellen. Bovendien is lezen vaak sneller dan luisteren. Dat neemt niet weg dat mensen bij verbale discussies flexibel wisselen in de rol van spreker en luisteraar. Hierdoor zijn ook meer coherente en productieve conversaties mogelijk dan bij standaard chatprogramma’s.

Index Aanpassingen aan het medium

Een aantal interactionele eigenschappen van chatten kunnen het beste worden begrepen als aanpassingen aan het medium [Herring 1999]. Ondanks de afwezigheid van traditionele vormen van feedback proberen gebruikers alternatieve methoden te ontwikkelen voor het signaleren van aandacht en het onderhandelen over spreekbeurten. Zij gebruiken ook alternatieve manieren om het afwisselen van schrijven en lezen te coördineren, als tegenwicht van de fragmentatieproblemen die verzoorzaakt worden door onderbroken communicatie. Dit zijn de belangrijkste aanpassingen.

Gedeelde betekenissen
Bij lokale communicatievormen spelen non-verbale signalen een belangrijke rol. Zij geven sprekers en luisteraars informatie die zij kunnen gebruiken om de communicatie te reguleren, modificeren en controleren. Chatters kunnen hun interactie niet baseren op non-verbale signalen. De tekstuele chat is daarom een dramaturgisch zwak medium.

Chatters waren hierdoor gedwongen om compensaties te vinden voor dit dramaturgisch gebrek. Zij ontwikkelden allerlei manieren om nonverbale signalen toch te verwoorden of te symboliseren. Zo werden er tekstuele substituten ontwikkeld voor non-verbale informatie. Fysieke condities worden geverbaliseerd. Chatters beschrijven wat hun reactie zou zijn op specifieke bijdragen als zij in fysiek contact zouden staan: waar men in lokale communicatie zou lachen, typt men hier ‘hahaha’. Op die manier wordt een fysieke en ook emotionele contekst gecreëerd waarin andere deelnemers hun gedrag kunnen interpreteren. Chatters hebben diverse methoden gevonden om te vermijden dat de strekking van hun bijdragen niet begrepen wordt.

Chatters maken vaak gebruik van semi-grafische substituten voor non-verbale informatie. Zij gebruiken smileys voor de beschrijving van hun fysieke of emotionele toestand. Zij ontwikkelden een systeem waarin tekstuele tekens worden voorgesteld als representaties van fysieke actie. Smileys zijn samengesteld uit alfanumerieke tekens en punctuatiesymbolen. Daarmee werd een sterk emotioneel geladen toetsenbordkunst ontwikkeld.

Achterdeurtjes
Achterdeurtjes (‘backchannels’) worden gebruikt om sprekers feedback te geven en hen signalen te geven dat zij verder kunnen gaan of moeten stoppen [Anderson 1999:201; McLaughlin 1984]. Hierdoor wordt iemand niet alleen aangemoedigd om door te gaan met spreken, maar wordt ook een waardering gegeven van wat gezegd wordt. Deze communicatie via de achterdeur geeft dus informatie over de mate waarin luisteraars instemmen met wat gezegd wordt.

Backchannel signalen omvatten glimlachen, vocale reacties (zoals lachen of kuchen), hoofdschudden, handgebaren, optrekken van wenkbrauwen en andere gelaatsuitdrukkingen. Backchannel gedrag stelt luisteraars in staat om het gedrag van de spreker te beïnvloeden door het tonen van instemming of afkeuring.

Hoewel sommige onderzoekers van virtuele communicatie beweren dat minimale reacties zeldzaam zijn, wordt in synchrone virtuele omgevingen toch regelmatig gebruik gemaakt van backchannels. De deelnemers ontwikkelen een serie afkortingen om de meest gebruikelijke gangbare signalen —zoals ‘knikje’, ‘giechel’, ‘grijns’, ‘glimlach’— snel in te typen. Door deze signalen van luisteraars en aanmoedigingen om door te gaan wordt de interactiviteit van virtuele conversaties verhoogd.

Signalen voor rolwisseling: 'turn-change signals'
Bij verbale conversaties in lokale conteksten neemt men over en weer het woord. Als de conversatie niet volledig eenzijdig is, moeten spreker en luisteraar af en toe van rol verwisselen. In analoge face-to-face conversaties zijn er diverse strategieën om het woord te nemen, te houden en af te staan. De luisteraar mag het woord nemen wanneer de actuele spreker een signaal geeft dat er van rol gewisseld kan worden (‘turn signal’). Dergelijke rolwisselingen worden in verbale interacties met grote precisie en nauwkeurige timing uitgevoerd [Sacks e.a. 1974; Boden/Molotch 1994]. De manier waarop sprekers het woord nemen, houden of doorgeven varieert tussen culturen en talen [Murdoch 2000].

Chatters hebben nieuwe manieren gevonden om het overgeven van het woord (‘turn alternation’) te vergemakkelijken. Soms zetten chatters een bepaald symbool aan het einde van een bericht om aan te geven dat zij nog niet klaar zijn om het woord over te geven en dat de ander dus moet wachten voordat hij het woord neemt. De norm is echter dat men in één bericht zijn zegje moet doen. Hierdoor wordt voorkomen dat de bijdragen elkaar gaan overlappen.

Typen is meestal trager dan lezen. Meerdere deelnemers typen tegelijkertijd en lezen vervolgens elkaars berichten. Dit kost minder tijd en stimuleert de betrokkenheid van de deelnemers. Chatten maakt een meer efficiënte rolwisseling mogelijk omdat er van elke voorafgaande interactie een tekstueel verslag beschikbaar is. In gesproken taal is het niet mogelijk dat iedereen tegelijkertijd spreekt omdat deelnemers niet simultaan kunnen reageren. Maar bij het chatten worden de bijdragen van iedereen als tekst vastgelegd op het scherm, klaar om gelezen en herlezen te worden totdat zij volledig zijn afgehandeld.

Verwijzing naar voorgaande bericht: ‘cross-turn reference’
Bij het chatten moet verwezen kunnen worden naar het voorgaande bericht waarop men reageert. Er zijn speciale instrumenten ontwikkeld om dit mogelijk te maken. In synchrone communicatie met meerdere deelnemers is het gebruikelijk om een bijdrage vooraf te laten gaan met de gebruikersnaam of nickname van de beoogde geaddresseerde. Deze praktijk wordt adresseerbaarheid (‘addressivity’) genoemd [Werry 1996]. Zonder de praktijk van adresseerbaarheid zou het moeilijk zijn om te bepalen wie op wie reageert.

Thematische organisatie
Bij de structurering van asynchrone discussiegroepen wordt veel aandacht besteed aan thematische organisatie. Discussiegroepen worden geformeerd rond een globaal thema. Daarbinnen wordt de discussie gestructureerd door een aantal discussielijnen over min of meer afgebakende subthema's (‘threading’). Discussiegroepen hebben vaak een moderator die erop toeziet dat de discussie 'bij het onderwerp' blijft. Deze structurele mechanismen verzachten de tendens naar thematische fragmentatie in uitgebreide conversaties.

Bij chatten is het lastiger om discussies thematisch te structureren. Zelfdiscipline van deelnemers en interventies van moderatoren kunnen ertoe bijdragen dat de bijdragen niet naar alle richtingen uitwaaieren. Bovendien kunnen deelnemers vaak nieuwe chatgroepen opzetten voor speciale discussies die buiten het kader van de algemene chat vallen.

Index Interactionele voordelen van tekstuele conversaties

Ondanks aanpassingen door gebruikers blijft louter tekstuele virtuele communicatie minder coherent in vergelijking met de interactionele normen voor face-to-face conversatie. Dit wordt met name duidelijk in virtuele conversaties die gebruikt worden voor recreatieve doelen.

Tegenover de ‘incoherentie’ van het chatten staan de aantrekkelijkheden die hiervoor beschreven zijn. Chatten heeft zowel voor- als nadelen, afhankelijk van de doelen waarvoor gebruikers deelnemen aan virtuele interacties.

Index Openbare chatruimtes

De charme van de openbare chatruimtes is en blijft haar radicaal open karakter. In een openbare chatruimte kan iedereen direct op elke andere deelnemer reageren. Mensen die op zoek zijn naar spanning of verrassing, nieuwe vrienden of bondgenoten hebben er massaal gebruik van gemaakt. Zowel de makers als gebruikers van de chatboxen moesten optreden tegen misbruik van die technologie. Gebruikers die de gedeelde of dominante normen van de groep overschrijden, worden tot de orde geroepen en bij recidive uitgesloten van verdere deelname. In veel chatgemeenschappen wordt hoge waarde gehecht aan normen als non-discriminitie (en dus geen racisme of seksisme) en geweldloosheid (en dus ook niet verbaal dreigen met of aanzetten tot geweld).

Veel chatboxen zijn echter a-selectief. De gespreksruimte is volledig openbaar en kan door iedereen anoniem worden betreden. Deze anonimiteit is enerzijds een katalysator voor extreem sociaal gedrag (flirten en fluimen), anderzijds is het een springplank voor ongewenste informatie en communicatie [Deze verschijnselen worden uitvoerig geanalyseerd in Fatsoen moet je ook online doen]. De virtuele hangplekken op internet worden geteisterd door wangedrag van bedrijven die het internet vervuilen met hun ongewenste reclame-uitingen, door fraudeurs die op slinkse wijze proberen geld uit de zakken van chattende internetters te kloppen, en door pedoseksuelen die jagen op kinderen. Niet zelden worden de virtuele conversatieruimtes op georganiseerde wijze misbruikt om onfrisse propaganda te maken voor extremistische politieke propaganda [zie de typering van haatgroepen].

De grote algemene chatruimtes zijn een soort virtuele kroeg waar iedereen die dat wil even zijn zinnen kan verzetten. Je kunt er kletsen met een van de stamgasten of toevallige passanten. Je kunt er luisteren naar wat iedereen allemaal te zeggen heeft. Als de conversatie je niet bevalt klik je jezelf vliegensvlug naar een andere chatruimte. Misschien kom je daar wel die hele speciale persoon tegen waarmee je vrijhartig over van alles en nog wat kunt praten. Soms is er net als bij lokale kroegen een kastelein, ‘moderator’ genoemd, die in de gaten houdt of de bezoekers zich niet aanstootgevend of aggressief gedragen. In sommige algemene chatruimtes is het wangedrag van deelnemers zo sterk dat kasteleins besloten om de virtuele kroeg maar helemaal te sluiten.

Dit wangedrag is aan zienlijk minder sterk in de vele kleinere en meer gespecialiseerde chatruimtes. Deze chatruimets zijn gericht op speciale thema's en worden overwegend gebruikt door mensen met een gelijksoortige interesse of hobby.

Index Wangedrag in chatruimtes: virtuele vandalen

Onbezorgde jeugd van internet is voorbij
“It’s a signal that some of the joyful early days of the Internet have moved on a bit. Chat was one of those things that was a bit hippyish. It was free and open. But a small minority have changed that for everyone. It’s very sad” [Geoff Sutton, Europees algemeen manager van Microsoft MSN - bron].
Om ‘vervuiling’ van het chatten tegen te gaan zijn veel beheerders van publieke conversatieruimtes ertoe overgegaan om enerzijds moderators aan te stellen die spam en ander ongewenst materiaal uit hun chats te weren. Om misbruik van anonimiteit tegen te gaan hebben zij anderzijds gebruikers gedwongen om zich te laten registreren.

Diverse organisaties hebben inmiddels hun openbare chatboxen waar mensen anoniem met elkaar kunnen converseren gesloten. In oktober 2003 sloot Microsoft al haar populaire chatkanalen in Europa, in het Midden-Oosten en in Afrika. Alleen in de Verenigde Staten, Canada en Japan blijft MSN Chat bestaan, maar dan in betaalde vorm. Microsoft nam deze drastische maatregel omdat het onmogelijk bleek om de chatruimtes voldoende te beveiligen tegen pedofielen, reclame voor sites met aanstootgevende inhoud en spam. De gebruikers van de chatkanalen van MSN werden steeds vaker lastig gevallen met spammers die hun ongewenste reclameboodschappen verspreiden. De gespreksruimtes werden overspoeld door pedoseksuelen die in contact proberen te komen met jonge kinderen, om te praten over seks. De Microsoft-dochter MSN wilde niet langer verantwoordelijk zijn voor een gespreksruimte waarin gebruikers niet adekwaat beschermd kunnen worden tegen wangedrag van andere gebruikers.

De chatkanalen van MSN waren zeer populair. In België —waar MSN.be de meest populaire website is— vinden per maand bijna 300 duizend internetgebruikers hun weg naar MSN Chat. Ook in Nederland is de MSN site te meest populaire plek —met 2,8 miljoen unieke bezoekers. Per maand maakten zo'n 200 duizend bezoekers gebruik van MSN Chat. MSN Nederland overweegt nog wel om ook hier een betaalde dienst te introduceren, maar de animo voor het betaald chatten is (te) gering.

De gebruikers van de MSN Chat wordt door Microsoft aangeraden om over te stappen op MSN Messenger. Dat is een chatprogramma waarbij de gebruiker zelf kan bepalen met wie geconverseerd wordt. Hoewel MSN Messenger geen betaalde dienst is, vormt het voor Microsoft toch een speerpunt voor het aanbod van betaalde diensten in de toekomst.

Het besluit van Microsoft leidde tot heftige discussie onder voorstanders van de vrijheid van meningsuiting en groepen die opkomen voor de rechten van het kind. De cruciale vraag daarbij is hoe online forums beheerd moeten worden die vooraf gingen aan het web en die van groot belang waren voor de groei van het internet als massa medium. Daarbij wordt ook de vraag op geworpen waarom MSN eenvoudig de chat rooms heeft gesloten in plaats van een dienst te modereren waaraan zij zelf behoefte heeft geschapen. Critici suggereerden dat het besluit niet zozeer werd ingegeven door een gevoel van sociale verantwoordelijkheid, maar vanwege de kosten van het draaien en modereren van chatrooms die voor de ondernemer geen direct inkomen genereren [bron]. Als er geen veilige gemodereerde omgevingen worden aangeboden is het gevaar niet denkbeeldig dat de chatrooms in de ondergrond worden gedreven [Alex Kovach van Lycos UK].

Lycos exploiteert in Nederland een gratis chatroom die het bedrijf geen windeieren legt [bron]. Zij slaagt erin om spam en ander ongewenst materiaal uit zijn chats te weren omdat deze door een grote groep vrijwilligers in de gaten worden gehouden.

Index Toekomst van het webchatten

Het webchatten heeft een culturele innovatie teweeggebracht in onze communicatie- en gemeenschapscultuur. Cultuur bestaat uit een serie oplossingen die groepen mensen ontwikkelen om tegemoet te komen aan bepaalde problemen die zij gemeenschappelijk hebben. Cultuur is een systeem van betekenissen: het geeft betekenis aan gedrag dat we met elkaar delen. Cultuur bestaat dus uit een reeks controlemechanismen —normen, regels, instructies— die ons gedrag structureren.

Chatters vormen hun eigen subculturen en deelgemeenschappen. Zij worden gezamenlijk geconfronteerd met de problemen van dit medium: de traditionele modellen van sociale interactie die gebaseerd zijn op fysieke nabijheid werken niet meer. Alle chatters doen ervaring op met het gebrek aan regulerende feedback en aan signalen over sociale contekst, met de dramaturgische zwakte van het medium, en met het anonieme karakter van de conversatie. We hebben gezien dat chatters hun eigen regels ontwikkelden om met deze beperkingen van het medium om te gaan. Zij hebben systemen van symbolisme en tekstuele significantie ontwikkeld die ervoor te zorgen dat zij elkaar begrijpen ondanks het gebrek aan meer gebruikelijke communicatiekanalen. Zij ontwikkelden bovendien een grote diversiteit van sociale sancties om gebruikers tot de orde te roepen of te straffen die zich niet houden aan de regels van de etiquette of die de integriteit van de gedeelde interpretatiesystemen aantasten.

Het aantrekkelijke van het webchatten is het volledig open en anonieme karakter van een online conversatie. Wie de wijde wereld op een veilige wil verkennen kan via internet op elk moment, met iedereen, over elk gewenst onderwerp communiceren. Via chatten doorbreken mensen het traditionele paradigma van sociale interactie: als je spreekt weet je tegen wie je het zegt, en als je luistert weet je wie wat tegen je zegt. Chatten voltrekt zich in een architectuur waarin men relatief anoniem kan opereren. Chatten is een medium voor sociale interactie tussen ruimtelijk gescheiden individuen die elkaar vaak niet persoonlijk kennen.

De conventionele lokale vormen van menselijke interactie worden gereguleerd door hun eigensoortige gedragsnormen of etiquettes. Elk gesocialiseerd individu houdt rekening met de vereisten van de sociale omstandigheden. Juist daarom weten we bijna instinctief wanneer het ‘gepast’ is om afstand te houden of te flirten, respect te betonen of kwaad te worden, te spreken of te zwijgen. Wij ons optreden houden we rekening met de specifieke sociale omstandigheden waarin we opereren en met de specifieke individuen waarmee we interacteren. In deze interactie maken we gebruik van non-verbale communicatie om onze eigen bijdragen in een specifieke contekst te plaatsen. We doen dat met allerlei significante symbolen: glimlachen, fronsen, toonhoogte, houding en kleding [Geertz 1973:45].

Bij chatten worden alleen woorden uitgewisseld. Geschreven woorden en zinnen zijn de enige kanalen waarmee betekenissen worden overgedragen. Men is niet of nauwelijks geïnformeerd over de sociale achtergrond van de deelnemers en heeft slechts een paar gedeelde normen waardoor het chatten wordt gereguleerd. Omdat directe sociale feedback ontbreekt, kan men bij chatten niet zonder meer vertrouwen op de conventies van lokale interactiesystemen.

Genderwisseling in chat De meeste chatters opereren niet onder hun eigen naam, maar gebruiken pseudoniemen. In virtuele presentaties kunnen chatters zichzelf voordoen zoals ze zouden willen zijn. Hoe een chatter er voor een andere gebruiker uitziet is volledig afhankelijk van de informatie die door deze persoon wordt verstrekt. Men kan zich niet alleen zo ‘mooi’ voordoen als men wil, maar men kan ook het geslacht aannemen dat men wil.

Dit alles leidt ertoe dat mensen in anonieme chatsystemen geneigd zijn om zich ongeremder en nonconformistischer te gedragen dan zij in de lokale sociale wereld zouden doen [Sociaal-psychologie van internet]. De meeste onderzoekers denken dat deze ontremming het gevolg is van het ontbreken van sociale controle die door non-verbale signalen tot stand komt. Dit schijnbare gebrek aan zelfregulatie —zich uitend in nethufteren en netsletten— onder chatters heeft echter ook een keerzijde. Het veilige gevoel van de anonimiteit kan intimiteit bevorderen tussen mensen die anders waarschijnlijk niet de kans hadden om dichter bij elkaar te komen [Kiesler/Siegel/McGuire 1984]. Juist omdat chatters weinig signalen krijgen over de sociale contekst waarin zij zich ‘gepast’ moeten gedragen zijn zij in staat om te experimenteren met aspecten van hun persoonlijkheid die zij in hun lokale sociale omgeving niet durven laten zien.

Chatters bouwen soms sterke vriendschappelijke relaties op. Omdat zij zich niet gehinderd voelen door de ‘normale’ sociale drempels en gedragscontroles stellen zij zich meer open voor onbekende anderen. Men weet van elkaar dat men de vrijheid heeft om zich anders en beter voor te doen dan men in de lokale werkelijkheid is. De persoonlijke relaties die tijdens het chatten ontstaan zijn vaak zeer intensief en emotioneel. Vanuit de door niemand anders geobserveerde positie van anonieme chatter voelen mensen zich vrij om hun gevoelens van verlegenheid en schaamte af te leggen en andere deelnemers direct aan te spreken op hun intieme verlangens. Dat verklaart waarom er zoveel netromances en intieme telerelaties ontstaan via het chatten. Chatten is niet voor niets omschreven als de allergrootste ‘lonely hearts club’ en ‘cybercupido’. Internet is een laagdrempelig medium dat mensen gemakkelijk in staat stelt tot intiem persoonlijk contact, en als zodanig een plaats om eenzaamheid te verdrijven.

Tegenover deze idyllische kant van het chatten staat dat sommige mensen de vrijheid van sociale communicatie gebruiken om uiting te geven aan hun angst, gekwetsheid en haat. Zij gaan over tot een regressieve vorm van aggressief gedrag (‘flaming’ of ‘fluimen’, ‘hufteren‘) waarmee personen en bevolkingsgroepen systematisch worden beledigd en bedreigd. Voor deze nethufters is het nauwelijks een probleem dat zij daarmee harde kritiek van andere deelnemers op hun hals halen. Wanneer een nethufter door de rest van de groep wordt genegeerd, kan deze onmiddelijk een nieuwe identiteit aannemen en doorgaan met zijn agressieve beledigingen, obsceniteiten en bedreigingen. Als open communicatiesystemen daaraan niet ten onder willen gaan, moeten zij effectieve strategieën en tactieken ontwikkelen om deze provocateurs en intigranten de pas af te snijden. Dit is een cruciaal onderdeel van zichzelf organiserende netwerken.

NetSletten
Net.sleazing is “de praktijk van het agressief streven naar wederzijdse opwinding door verhalen” [Rheingold 1993:150]. In de chatwereld is netsletten een hinderlijk maar hardnekkig fenomeen. Maar er zijn ook chatgroepen die juist populair zijn omdat daarin orgiastische interacties domineren. Wanneer netsletten de norm wordt, verandert het chatten in een gigantische relatiesimulator — of een erotische opwindingssimulator. Wie daaraan behoefte heeft, wordt juist teleurgesteld als er geen (m/v) netsletten in de chatruimte te vinden zijn.
Toch blijven dit —uiterst hinderlijke— excessen. De vrijheid die anonieme chatters ervaren wordt meestal geïnvesteerd in sociale en seksuele experimenten. Daarbij blijft opvallend dat de cultureel gevestigde grenzen tussen seksuele en platonische relaties drastisch worden doorbroken. Zowel de anonimiteit als de afstand stellen chatters in staat om strikte codes voor seksueel gedrag te negeren. Deze netgeilheid (net.sleazing) is voor sommigen een doorn in het oog. Maar net als in het dagelijkse lokale leven geldt ook in de virtuele wereld de stelregel: als het je ergens niet bevalt, ga dan ergens anders naartoe. Daaraan zou uiteraard onmiddellijk aan toegevoegd moeten worden dat er redenen zijn om op te treden wanneer populaire chatruimtes systematisch worden misbruikt voor discriminerende, haatzaaiende en bedreigende doeleinden.

Het overdadige netsletten in publieke chatboxen kan gedeeltelijk worden verklaard uit het feit dat eerste generaties chatters gemiddeld rond de 20 jaar waren. De chatters waren dus voornamelijk jongeren die in de lokale wereld op zoek waren naar hun eigen seksuele identiteit en die in de virtuele wereld ruimte vonden om op een veilige manier met seksuele experimenten te entameren. Chatten is wel gekenmerkt als een medium voor veilige expressie van een “stevige stuwdam van getypte testosteron” [Barlow 1990]. Maar deze extreme vormen van sociaal gedrag —flirten en fluimen, of netsletten en nethufteren— beperken zich niet tot de jongere generaties.

In het chatten zijn door ontremming en het gebrek aan sancties extreme vormen van (a)sociaal gedrag ontstaan. Daarin liggen wisselen blinde haat en misplaatste liefde elkaar evenzeer af als intimiteit en kwaadheid. Juist door te spelen met sociale conventies en tradities kunnen mensen zich bevrijden van beknellende banden en voorschriften. Chatten is een medium waardoor mensen betekenisvolle en intieme relaties met andere chatters kunnen aanknopen. Maar het is tegelijkertijd een medium waarin mensen de communicatievrijheid gebruiken om hun vooroordelen en haat te verspreiden en andere mensen daarin mee te slepen.

Zolang dit het geval is zal chatten haar tegenstrijdig imago niet verliezen. Chatters die het flirten en fluimen zat zijn, maken voor hun synchrone communicatie steeds meer gebruik van Instant Messaging. Deze nieuwe technologie stelt gebruikers in staat om hun eigen discussiepartners te kiezen waarvan de identiteit bekend is. Veel chatters zijn overgegaan tot de meer gecontroleerde systemen van instant messaging. Maar dat neemt niet weg dat het tekstueel converseren met anonieme anderen in openbare chatvoorzieningen voor zeer veel mensen aantrekkelijk is en blijft. Mensen hebben behoefte om anoniem te communiceren in wereldwijd openbare conversatieruimtes waar men ‘iedereen’ kan ontmoeten. Zij verlangen naar een grotere vrijheid om in de virtuele ruimte te experimenteren, hun fantasieën uit te leven, sociale normen en waarden te testen, en om bepaalde aspecten van hun persoonlijkheid te verkennen. Chatten maakt het mogelijk om grenzen te overschreiden.

Chatters spelen met de grenzen van sociale en culturele conventies. Tijdens het chatten ontstaat een virtuele werkelijkheid waarin mensen vrijelijk met elkaar kunnen communiceren, zonder toezicht van ouders, leraren, vrienden en geliefden. Er ontstaat een spel waarin de normen van de lokale culturen ter discussie worden gesteld. Chatters vinden samen nieuwe manieren om met elkaar om te gaan en zij ontwikkelen zelf minimale —libertaire en tolerante— normen en culturele waarden. Maar voorop staat de speelse rebellie en sociologische fantasie waarmee nieuwe culturen van omgang en communicatie worden getest.

Index Informatiebronnen

  1. Netwerken, groepen en sociale interactie (SocioSite)
    Digitale informatiebronnen over netwerken, groepsvorming en sociale interactie.

  2. Cyberspace and Web Sociology (SocioSite)
    Digitale informatiebronnen over sociologie van het internet.

  3. Culture (SocioSite)
    Digitale informatiebronnen over cyberculturen.

  4. Bavelas, J.B. / Coates, L. / Johnson, T. [2000]
    Listeners as co-narrators.
    Journal of Personality and Social Psychology 79: 941-52.

  5. Baym, N. [1995]
    The Performance of Humor in Computer-Mediated Communication.
    In: Jorunal of Computer-Mediated Communication 1(2).

  6. Boden, Deirde/ Molotch, Harvey [1994]
    The Compulsion of Proximity.
    In: Boden, Deirde / Friedland, Roger (ed.) [1994] Now/Here: Space, Time and Modernity. Berkeley: University of California Press, pp. 257-85.

  7. Burgoon, J.K. / Buller, D.B. / Woodall, W.G. [1996]
    Nonverbal communication: The unspoken dialogue (2nd ed.)
    New York: McGraw-Hill.

  8. Burkhalter, Byron / Cadiz, J.J. / Smith, Marc [2000]
    Conversation trees and threaded chat
    Proceedings of the Computer Supported Cooperative Work.

  9. Cherny, L. [1999]
    Conversation and Community: Chat in a Virtual World.
    Stanford: CSLI Publications.

  10. Chrystal, David [2003]
    Language and the Internet.
    Cambridge: Cambridge University Press.

  11. Danet, B. / Ruedenberg-Wright, L. / Rosenbaum-Tamari, Y [1997]
    Smoking Dope at a Virtual Party: Writing, Play and Performance on Internet Relay Chat.
    In: Rafaeli, S. / Sudweeks, F. /McLaughlin, M. (Eds.) [1997] Network and Netplay: Virtual Groups on the Internet, Cambridge, MA: AAAI/MIT Press.

  12. Davis, John P. / Farnham, Shelly / Jensen, Carlos [2002]
    Decreasing Online ‘Bad’ Behavior [pdf]
    ‘Slecht’ gedrag is een serieus probleem in veel virtuele omgevingen, zoals chatrooms. Een mogelijke reden is dat sociale normen voor ‘gepast’ interpersoonlijk gedrag in virtuele omgevingen niet zo dwingend zijn als in face-to-face interacties. Om ‘goed’ en ‘slecht’ gedrag in computer-gemedieerde interacties te analyseren wordt hier een spel beschreven.

  13. Dery, Mark [1994]
    Flame Wars: The Discourse of Cyberculture.
    Duke University Press.

  14. Donath, Judith/ Karahalios, Karry / Viégas, Fernanda [1999]
    Visualizing Conversation

  15. Ebesu, A. & Burgoon, J. [1991]
    Nonverbal Communication.
    In: Salwen & Stacks [1996] An Integrated Approach to Communication Theory and Research. Mahwah, NJ: Lawerence Erlbaum.

  16. Garcia, A. / Jacobs, J. [1998]
    The Interactional Organization of Computer Mediated Communication in the College Classroom.
    In: Qualitative Sociology 21(3): 299-317.

  17. Geertz, Clifford [1973]
    Interpretation of Cultures: Selected Essays.
    New York: Basic Books.

  18. Greenfield, P.M. / Subrahmanyam, K. [2003]
    Online discourse in a teen chatroom: New codes and new modes of coherence in a visual medium.
    In: Applied Psychology, 24(713-738).

  19. Griffin, M.A. / McGahee, D. / Slate, J. [1999]
    Gender Differences in Nonverbal Communication

  20. Hale, C. [1996]
    Wired Style: Principles of English Usage in the Digital Age.
    San Francisco: HardWired.

  21. Herring, Susan [1996]
    Computer-mediated communication: linguistic, social and cross-cultural perspectives.
    Amsterdam: John Benjamin.

  22. Herring, Susan [1999]
    Interactional Coherence in CMC
    In: JCMC 4(4).

  23. Internet Relay Chat

  24. Kiesler, Sara / Siegel, Jane / McGuire, Timothy W. [1984]
    Social Psychological Aspects of Computer-mediated Communication.
    In: Psychologist 39(1): 1123-34.

  25. Kiesler, Sara / Sproul, Lee [1986]
    Reducing Social Context Cues: Electronic Mail in Organizational Communication.
    In: Management Science 32(11: 1492-1512.

  26. Manusov, Valerie / Trees, April R. [2002]
    "Are You Kidding Me?": The Role of Nonverbal Cues in the Verbal Accounting Process [abstract]
    In: Journal of Communication 52: 640-56.

  27. McLaughlin, M.L. [1984]
    Conversation: How Talk is Organized.
    Beverly Hills: Sage Publications.

  28. Murdoch, Yvette [2000]
    A comparison of turn-taking strategies in Korean and English conversation and the implications for teaching English in Korea [pdf]

  29. Neuage, Terrel [2004]
    Conversational analysis of chatroom talk

  30. Paolillo, John [1999]
    The Virtual Speech Community: Social Network and Language Variation on IRC
    In: JCMC 4(4).

  31. Reid, Elizabeth M. [1991]
    Electropolis: Communication and Community on Internet Relay Chat

  32. Reid, Elizabeth M. [1994]
    Cultural Formations in Text-Based Virtual Realities

  33. Reid, E. [1996]
    Communication and Community on Internet Relay Chat: Constructing Communities.
    In: Ludlow, Peter (ed.) [1999] High Noon on the Electronic Frontier: Conceptual Issues in Cyberspace.
    MIT Press.

  34. Sacks, H. / Schegloff, E. / Jefferson, G. [1974]
    A simplest systematics for the organization of turn-taking for conversation.
    In: Language 50(4).

  35. Schegloff, Emanuel [1979]
    Identification and Recognition in Telephone Conversation Openings.
    In: F. Psathas (ed.) Everyday Language: Studies in Ethnomethodology. New York: Irvington: 23-78.

  36. Schegloff, Emanuel [2001]
    Account of Conduct in Interaction: Interruption, Overlap, and Turn-Taking.
    In: Jonathan Turner (ed.) Handbook of Sociological Theory. New York: Kluwer Academic/Plenum Publishers: 287-321.

  37. Smith, Marc /Cadiz, J.J. / Burkhalter, Byron [2000]
    Conversation trees and threaded chat
    Proceedings of the Computer Supported Cooperative Work.

Index


Home Onderwerpen Zoek Over ons Doneer Contact

20 September, 2013
Eerst gepubliceerd: December, 2003