Wie volkomen nieuw is in de wereld van computers en internet, staat regelmatig te tollen bij al die nieuwe begrippen waarmee ze je om de oren zwaaien. Maar ook ervaren gebruikers vragen zich regelmatig af “Wat betekent dat in vredesnaam?” of “Wel eens van van gehoord, maar weet toch niet precies wat ze daarmee bedoelen?” Vandaar deze verklaring van een aantal begripppen.
Het modem is klaar om te reageren op een binnenkomend gesprek.
Account
De term voor het hebben van toegang tot het internet, met een eigen gebruikersnaam en wachtwoord. Het is te vergelijken met een abonnement op een tijdschrift. Je betaalt een bijdrage aan een Internet Provider, en in ruil daarvoor krijg je een loginnaam en een password.
Technologie die snelle gegevensoverdracht mogelijk maakt via normale telefoonlijnen. De oplossing van de telefoonmaatschappijen voor het probleem van de beperkte bandbreedte. ADSL is een technologie om hoge bandbreedte te verkrijgen over bestaande koperen telefoonlijnen.
AFS
Afkorting van Adrew File System
Agent
Programma dat informatie verzamelt op het internet op basis van een door de gebruiker opgegeven zoekprofiel.
Algoritme
Een volgorde van stappen welke nodig is om een logisch of wiskundig probleem op te lossen. Bepaalde cryptografische algoritmes worden gebruikt om databestanden en berichten te versleutelen ('encrypt') of decoderen ('decrypt') en om documenten digitaal te ondertekenen.
Gebaseerd op continue waarden, waarbij tussen twee waarden oneindig veel andere waarden zitten. Analoog staat tegenover digitaal, waarbij slechts twee waarden mogelijk zijn. In datacommunicatie via normale telefoonlijnen worden gegevens analoog verzonden en vervolgens in de modem omgezet in digitale gegevens.
Een ISDN-functie die het telefoonnummer van de beller bekend maakt aan de gebelde voordat het gesprek is aangenomen.
Anonymous ftp
De mogelijkheid om als anonieme gebruiker (d.w.z. zonder wachtwoord) in te loggen op een computer, aangesloten op een netwerk, waarna bestanden naar de eigen computer kunnen worden gekopieerd. Je hebt hiervoor alleen een ftp-programma nodig.
Een particuliere, niet-winstgerichte organisatie die in het publieke belang opereert om U.S. standaarden te realiseren. Het normalisatie instituut stelt onder andere normen op voor de computerindustrie.
Een Java-programma dat gemaakt is om op een browser te draaien, en dus gestart kan worden vanop een web pagina. Om een applet op een web pagina te gebruiken, moet de naam van de applet worden aangegeven en de omvang (lengte en breedte in pixels) die de applet kan gebruiken. Wanneer de web pagina wordt geopend, wordt de applet door het bladerprogramma opgehaald van een server en wordt het op de machine van de gebruiker afgedraaid.
Application
Een programma dat een nauwkeurig omschreven reeks taken uitvoert onder controle van de gebruiker. Dit in tegenstelling tot een systeemprogramma dat buiten de gebruiker om draait. Bladerprogramma's, email programma's en FTP-cliënten zijn de meest gebruikte applicaties op het Internet.
Een systeem om via FTP beschikbare bestanden en programma's te
zoeken op internet. Met Archie worden bestanden automatisch verzameld, geïindexeerd en gecatalogiseerd. De oorspronkelijke toepassing van Archie voorzag in een geïndexeerde directory van alle anonieme FTP archieven op het Internet. Latere versies bieden ook andere informatiecollecties.
Archive
Een afzonderlijk bestand waaraan veel kleinere bestanden kunnen worden ontleend.
Archief bestanden zijn vaak gecomprimeerd. In het algemeen worden zij gemaakt om de overdracht van grote programma's of bestandsreeksen mogelijk te maken. Gemeenschappelijke archiefformaten zijn ARJ, TAR, ZIP, and ZOO.
Een experimenteel netwerk dat gecreëerd is door het 'Advanced Research Projects Agency' (Amerikaanse Ministerie van Defensie) om te bestuderen hoe je een computernetwerk veilig kunt stellen in het geval van een nucleaire oorlog. ARPANet legde de basis voor internet.
Standaard codering van de meest gebruikte alfabetische en niet-alfabetische tekens. ASCII is een code die een getal toekent aan elke toets op het toetsenbord. Deze standaard 7-bits codering wijst nummers van 0 tot 127 toe aan letters, cijfers, interpunctie- en stuurtekens. Niet gestandaardiseerd zijn de tekens met getallen van 128 tot 255, vaak aangeduid als "extended ASCII".
Norm van Microsoft voor dynamische HTML-pagina's. In de HTML-pagina's zijn programeercodes opgenomen die op de webserver worden uitgevoerd voordat de pagina naar de browser wordt gestuurd. Met behulp van dit principe kan een bladzijde per gebruiker worden aangepast.
Methode van datacommunicatie waarbij data in onderbroken bitstromen via de verbindingslijn worden verzonden. Alle verzonden tekens worden afzonderlijk tussen de verzender en de ontvanger verzonden en van start- en stoptekens voorzien, ter aanduiding van het begin en einde van de tekens. ==>Synchrone transmissie
Protocol voor datacommunicatie via netwerken, met name geschikt voor overdracht van data, beeld en geluid.
AU
Het meest gebruikte formaat voor elektronische geluidsfiles op het internet.
Authentication = Verificatie
Controle op de identiteit van de gebruiker bij beveiligde systemen.
Authorization = Autorisatie
Vaststeling van de rechten van een gebruiker door een computerprogramma. Middels autorisatie wordt vastgesteld of een gebruiker het recht heeft bepaalde gegevens in te zien, toe te voegen, te wijzigen of te verwijderen.
Sluipweg in een computerprogramma waarvan vaak alleen de programmeur het bestaan kent. Via de sluipweg kunnen bepaalde opties in een programma worden geactiveerd met behulp van een speciale toetsencombinatie.
Backlink
Hyperlink naar een pagina waarop een hyperlink naar de huidige pagina staat.
Backup
Een duplicaat kopie van gegevens die gebruikt wordt als archief of voor bescherming tegen beschadiging of verlies. Een backup is pas veilig wanneer het op een andere plaats dan het origineel bewaard wordt.
De (beschikbare) snelheid van een bepaalde communicatieverbinding. De bandbreedte geeft aan hoeveel informatie via een netwerkverbinding in een bepaalde tijdsperiode verstuurd kan worden. De bandbreedte wordt meestal uitgedrukt in het maximaal aantal bits dat per seconde over de communicatieverbinding kunnen worden verzonden.
Banner
Reclameboodschap op een HTML-pagina. Door aanklikken van de banner komt men op de website van de adverteerder.
Batch
Een of meer taken van gegevensverwerking die zelfstandig door de computer verricht worden. Dit in tegenstelling tot interactieve toepassingen waarbij een voortdurende interactie tussen gebruiker en computer plaatsvindt.
Batch files
Tekstbestanden die een MS-DOS commando op elke regel van het bestand bevatten. Elke regel daarvan wordt in volgorde uitgevoerd. Het batch file AUTOEXEC.BAT wordt uitgevoerd wanneer de computer wordt opgestart en waarmee een serie controles en programma's worden geladen. Dit bestandstype heeft de extensie BAT.
Baudrate = Modulatiesnelheid
De snelheid waarmee gegevens worden overgedragen via de transmissielijn (telefoonlijn of kabel). De modulatiesnelheid is gelijk aan het aantal bits per seconde in digitale circuits (zoals tussen computer en modem).
Bij analoge circuits (zoals tussen modem en modem over de telefoonlijn) wordt bits per seconde (bps) gebruikt.
De term is vernoemd naar J.M.E. Baudot, de uitvinder van de Baudot telegraafcode.
BBS = Bulletin Board System
Een centrale computer waarop kan worden ingebeld voor het ophalen en/of plaatsen van bestanden of berichten.
Iedereen met een modem kan inbellen en berichten (elektronische post) achterlaten, alsmede berichten, bestanden en programma's ophalen, evenals het kletsen in de elektronische babbelbox.
BCC = Blind Carbon Copy
Kopie van een bericht dat ter informatie ook naar een of meer andere personen wordt gestuurd. De geadresseerde kan niet zien welke personen ook een kopie hebben ontvangen. Dit in tegenstelling tot CC.
Binary = binair
Een bit is een binaire (tweeledige) eenheid omdat het alleen de waarden 0 of 1 kan aannemen. In het binaire getallenstelsel worden getallen als combinaties van nullen en enen weergegeven. Zo is het getal 7 in het decimale stelsel in het binaire stelsel 111. Alle computerprogramma's zijn opgeslagen als binair bestanden. Tekstbestanden worden meestal in ASCII-formaat opgeslagen.
BinHex
Coderingsschema dat binaire data omzet in ASCII-karakters. Alle bestanden kunnen worden geconverteerd naar een ASCII-bestand. De meeste e-mailprogramma's beschikken over de mogelijkheid om attachments (aangehechte bestanden) te (de)coderen met BinHex. Gecodeerde bestanden krijgen de extensie .hqx. BinHex is een algemeen Macintosh-formaat.
BIOS = Basic Input/Output System
Het deel van het besturingssysteem dat de reeks programma's identificeert welke gebruikt worden om de computer op te starten voordat de systeem driver wordt gelokaliseerd.
De kleinste informatie-eenheid in een computersysteem. Een bit kan de waarde 0 of 1 aannemen. Zie ook: byte
Bitmap
Binaire weergave (in bits) van een afbeelding op het scherm. Het bestand heeft als extensie .BMP in Windows.
Bookmark
Een routine waarmee je een verwijzing naar een site of pagina kan bewaren die je al bezocht hebt. Je kunt later een bookmark gebruiken om naar die pagina terug te gaan. Een bookmark is dus een digitale versie van een boekenlegger. Met bladerprogramma's zoals Netscape of Internet Explorer kun je bookmarks van je favoriete websites verzamelen en organiseren.
Booleaan operator = Logische operator
Bewerkingsteken bij zoekacties in databases op basis van logische relaties tussen twee of meer zoektermen. De meest gebruikte bewerkingstekens zijn "AND", "OR" en "NOT".
Programma dat volledig zelfstandig op internet opereert. Zo'n programma wordt bijvoorbeeld gebruikt om informatie over een bepaald onderwerp te verzamelen. Het woord bot is afgeleid van het woord 'robot'.
E-mail die niet op de bestemming aankomt en retour gaat naar de afzender. Dit kan het gevolg zijn van een onjuist e-mail adres van de geadresseerde of een storing bij de mailserver.
Communicatiekanaal voor snelle transmissie, zoals een coax-kabel (voor kabel-TV) of glasvezelkabel.
Browsen = Bladeren
Associatief zoeken in menu- of hypertekststructuren door van item naar item, of van link naar link te springen. Dit in tegenstelling tot meer gericht zoeken via trefwoorden.
Browser = Bladeraar
Een programma waarmee World Wide Web-pagina's geraadpleegd kunnen worden. Wordt daarom ook wel bladerprogramma genoemd. Voorbeelden van browsers: Netscape, Internet Explorer en Mosaic.
Bug
Een probleem met de hardware of software van een computer waardoor deze niet meer goed functioneert of helemaal op tilt gaat ('crash'). De term stamt uit de tijd dat beetjes tussen de schakelingen van een computer fouten konden veroorzaken.
Byte
Een reeks van acht bits die een afzonderlijk teken (letter of cijfer) representeren. Zie ook: nybble.
C
De naam van een geavanceerde programmeertaal die vaak wordt gebruikt om professionele toepassingen te schrijven. De programmertaal C werd in het begin van de jaren zeventig uitgevonden door Dennis Ritchie.
C++
Een computertaal gebaseerd op C die gebaseerd is op ontwerpprincipes voor object-georiënteerd programmeren.
Geheugen van de browser dat gereserveerd is voor eerder geladen web-pagina's. De inhoud van deze pagina's worden door de browser onthouden om ze sneller te laten verschijnen op het moment dat de gebruiker ze opnieuw opvraagt. Verwijzingen naar al eerder opgevraagde pagina's ('visited links') worden in een andere kleur weergegeven dan nog niet opgevraagde pagina's ('unvisited links').
Kopie van een bericht die ter informatie ook naar een of meer andere personen wordt gestuurd. Voor alle geadresseerden is de complete lijst van ontvangers zichtbaar. Dit in tegenstelling tot BCC.
CCITT = Comite Consultatif International Telegraphique et Telephonique
Een instelling die zich bezighoudt met het vaststellen en ontwikkelen van standaarden op het gebied van communicatie. Heet tegenwoordig ITU.
Een standaard die door programmeurs wordt gebruikt om hun programma's te laten interacteren met het World Wide Web. Met de CGI techniek kan een webserver een extern programma (executable') laten starten. Het programma genereert HTML-code, die als pagina's naar de browser van de gebruiker worden gestuurd. De pagina's worden pas gemaakt als de gebruiker daartoe opdracht heeft gegeven. Daarom is CGI zeer geschikt voor de weergave van niet-statische informatie. CGI scripts kunnen in veel computertalen worden geschreven. Perl en C zijn hierbij de meest gebruikte talen. CGI-programma's worden opgeslagen in de directory cgi-bin en eindigen op de extensie .cgi.
Chat
Een vorm van interactieve online communicatie welke het mogelijk maakt om direct met elkaar te converseren via ingetypte teksten. Wanneer je deelneemt aan een chat discussie worden jouw boodschappen direct doorgegeven naar de andere leden in de 'chat room' terwijl de boodschappen van andere leden direct naar jou worden doorgegeven.
Aankruisvakje in een invoerscherm of in een HTML-formulier. Als de checkbox is gemarkeerd met een check mark (een vinkje of kruisje) betekent dit dat de tekst die achter de checkbox staat van toepassing is.
Aantal malen dat op een advertentie op een HTML-pagina is geklikt. Dit aantal dient vaak als basis voor de kostenberekening van een advertentie.
Client
Elk computersysteem dat een dienst vereist van een ander computersysteem. De client vraagt diensten van een andere computer of computerprogramma, de server. Een werkstation dat de inhoud van een bestand opvraagt bij een file server is een client van de file server.
Compile
Compileren = een computer vertaalt een code geschreven in computertaal in een uitvoerbare vorm.
Compression
Compressie = een technologie waardoor de omvang van een bestand wordt verkleind. Compressieprogramma's zijn waardevol voor netwerkgebruikers omdat zij zowel tijd als bandbreedte besparen.
Compuserve
In Amerika gevestigde wereldwijde informatiedienst die vanuit Nederland tegen lokaal telefoontarief bereikbaar is. Compuserve is een commerciële instelling.
Een terminal (beeldscherm en toetsenbord) die direct verbonden is aan een computersysteem en toegang geeft tot een centrale computer. De console wordt vaak gebruikt voor systeembeheer.
Leverancier van informatie en diensten op internet. Content providers zoals elektronische uitgevers richten zich op de inhoud van de diensten. Access providers em service providers richten zich daarentegen op het aanbieden van toegang tot internet.
Het omzetten van gegevens van het ene format in het andere. Gegevens uit een database kunnen bijvoorbeeld worden omgezet naar een MS-Word bestand of naar een HTML-pagina.
Cookie
Een "cookie" is een stukje informatie dat door een Web Server naar een Web browser wordt verstuurd. De browser software bewaart deze informatie op de harde schijf van de bezoeker en stuurt deze terug naar de Server wanneer de browser opnieuw contact legt met de Server. Of de browser de Cookie zal accepteren of niet, en hoelang de Cookie wordt bewaard, is afhankelijk van het type Cookie dat gebruikt wordt en van de instellingen van de Browser. Cookies kunnen informatie bevatten zoals inlog- of registratie-informatie, online "shopping cart" informatie, voorkeuren van gebruikers enzovoort. In het algemeen worden cookes gebruikt om gebruikers van web sites te identificeren wanneer deze de site nogmaals bezoeken.
CPM = Cost per thousand views
De prijs per duizend raadplegingen van een advertentie op het World Wide Web.
CPU = Central Processing Unit
De belangrijkste siliconen chip waarop het besturingssysteem en de softwaretoepassingen van een computer draaien. In de CPU worden de belangrijkste rekenkundige functies van een computer verricht en worden de belangrijkste verrichtingen gecontroleerd.
Crash
Fatale storing in een computersysteem. De storing kan worden verholpen door de computer opnieuw te starten.
Gebruikers-interface die gebaseerd is op tekens van de ASCII-tekenset. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van pictogrammen en afbeeldingen. MS-DOS en bepaalde UNIX-shells zijn voorbeelden van CUI's. Zie ook GUI en User Interface.
Programma voor het verzenden en ontvangen van beeld en geluid dat gebruikt wordt bij teleconferencing via internet. CUseeME is het eerste freeware programma waarmee live videobeelden over internet gezonden kunnen worden. Met het programma kan een sessie worden opgezet voor twee of meerdere personen. CUseeMe kan gedownload worden van de site van de makers van het programma, de Cornell University in America.
CWIS = Campus Wide Information System
Een informatiesysteem dat gericht is op het verspreiden van informatie binnen een academische instelling.
Cyberpunk
Een persoon die in de virtuele wereld van cyberspace en virtual reality leeft.
Cyberspace
Een uitdrukking die wordt gebruikt om de virtuele wereld van computernetwerken aan te duiden. Cyberspace is dus een aanduiding vor de interactieve wereld die ontstaat door computers uit de hele wereld met elkaar te verbinden.
De term werd geïntroduceerd door William Gibson, de auteur van de science fiction roman Neuromancer (New York: City Lights Books, 1984).
Cybrarian
Persoon die een bibliothecaire rol vervult op het internet.
Database = DataBank
Een verzameling gedigitaliseerde gegevens die gestructureerd is opgeslagen. Deze gegevens kunnen bestaan uit teksten, bibliografische informatie, statistische gegevens enz., dus zowel referentiële als feitelijke informatie. Voor bestanden met feitelijke informatie wordt vaak de term databank gebruikt.
In striktere zin is een database een bestand waarin referentiële (bibliografische) informatie gestructureerd - in de vorm van records, tabellen, of files - is opgeslagen en bevraagd kan worden.
Datacompressie
Een technologie waarmee je gegevens kunt samenpakken, kleiner maken.
Met datacompressie kunnen er dus meer gegevens op je harde schijf en modems met datacompressie versturen gegevens tot twee keer sneller over de telefoonlijn of kabel.
Inhoudsopgave van (een deel van) de harde schijf van een computersysteem. In de directory staat alle bestanden en programma's vermeld die zijn opgeslagen in een bepaald gedeelte van de schijf (map). De term directory wordt ook gebruikt voor deze map zelf.
De software-bibliotheek die bij een bepaald Windows programma behoort. De DLL bevat een aantal logisch bij elkaar behorende functies. De functies in een DLL worden tijdens de uitvoering van het programma aangeroepen en uitgevoerd. DLL-bestanden zijn te herkennen aan de extensie .DLL.
Systeem dat domeinnamen zoals www.uva.nl vertaalt naar de corresponderende IP-adressen, bestaande uit vier groepen cijfers, zoals 194.113.1.5. De server die deze dienst biedt wordt een DNS-server genoemd.
Beschrijving van de weergave van objecten in een HTML-pagina (zoals tekst, beeld, headers, links). In DOM staat beschreven hoe een HTML-pagina reageert op een bezoeker. DHTML maakt gebruik van DOM.
De officiële naam van een computer die met het internet verbonden is. De domeinnamen zijn afgeleid van een hiërarchisch systeem, met een 'host name' gevolgd door een domeincategorie van het hoogste niveau. De hoogste domeincategorieën zijn com (voor commerciële ondernemingen), org (voor non-profit organisaties), net (voor netwerk providers), mil (voor het leger) en gov (voor overheid). Sommige Internet domeinnamen bevatten de naam van de computer server, andere subdomeinen en/of afkortingen van landen (zoals nl voor Nederland en uk voor Engeland). De meeste domeinnamen worden toegekend door InterNIC.
De domeinnaam bestaat uit meerdere gedeelten, bijvoorbeeld:
www.yahoo.com.
Elk gedeelte refereert naar een computer, organisatie of netwerk.
Het is de basis van het Domain Name System (DNS), een systeem
dat IP-adressen vertaalt in domainnamen.
Notatiemethode voor het weergeven van IP-adressen. Het adres bestaat uit vier getallen gescheiden door punten. Deze vier getallen zijn een decimale weergave van vier groepen van acht bits, de octetten. Een IP-adres bestaat uit 32 bits. Het adres in dotted octet notation heet een dot address.
Download
Het binnenhalen en op je eigen harde schijf plaatsen van bestanden vanaf een andere computer.
Een Domain Name Server vertaalt een sitenaam in het bijbehorende
IP-adres.
Voor het TCP/IP-protocol is het nodig dat iedere site een uniek
IP-adres heeft.
Voor mensen is het onthouden van een site-naam gemakkelijker.
Dynamisch HTML: is een term voor een combinatie van nieuwe HTML tags en opties die het mogelijk maken om web-pagina's te maken met animaties en die reageren op acties van gebruikers. Met DHTML gedragen webdocumenten zich eerder als programma's of multimediale producties.
Een serie specificaties die samen een modulair kader bieden voor elektronische handel. ebXML maakt een globale elektronische markt mogelijk waar ondernemingen van uiteenlopende omvang en in elke geografische locatie elkaar kunnen ontmoeten en zaken met elkaar doen middels de uitwisseling van XML-gebaseerde berichten. ebXML is een gemeenschappelijk initiatief van de Verenigde Natoes (UN/CEFACT) en OASIS. De goedgekeurde ebXML specificaties en technische rapporten zijn te vinden op de ebXML.org site.
E-cash
Elektronisch geld dat gebruikt kan worden via een netwerk of opgeslagen wordt op kaarten die op credit cards lijken.
Uitwisseling van gestructureerde gegevens tussen bedrijven volgens een bepaalde, vaak branche-specifieke internationale norm. EDI wordt vooral gebruikt door bedrijven die administratieve gegevens uitwisselen en voor de afhandeling van het elektronisch betalingsverkeer. EDI werkt met gestandaardiseerde orderformulieren die tussen leverancier en afnemer worden uitgewisseld. Zie: ECP.
E-form
Een elektronisch formulier dat door een gebruiker wordt ingevuld en via een netwerk wordt verstuurd. Zij worden gebruikt om bestellingen te doen of feedback te geven. E-forms kunnen op web pagina's worden geplaatst of in Java applets en bevatten meestal tekstbalken, knoppen en andere elementen.
E-mael
Elektronisch eten bestellen via restaurants die via het Internet hun maaltijden aan de man/vrouw proberen te brengen.
E-mail
Elektronische post is het uitwisselen van berichten via telecommunicatie. E-mail berichten worden meestal geschreven in ASCII tekst, maar je kunt ook andere bestanden (grafische beelden en geluidsbestanden) als attachments versturen in binaire stromen. E-mail was een van de eerste toepassingen van het internet en is nog steeds een van de meest populaire toepassingen. E-mail is een van de protocollen die is opgenomen in de TCP/IP suite van protocollen. Een populair protocol voor het versturen van e-mail is Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) en een populair protocol voor ontvangen is POP3.
Adres van de elektronische postbus van een internet-gebruiker. Het e-mail adres bestaat uit een gebruikersnaam en een domeinnaam. De domeinnaam geeft aan op welk computernetwerk de gebruiker zich bevindt. De gebruikersnaam en domeinnaam worden gescheiden door een at-sign, dus gebruiker@organisatie.nl.
Een combinatie van karakters op het toetsenbord waarmee emotie
wordt uitgedrukt in elektronische post.
Het meest bekend zijn :-) om een glimlach uit te drukken en ;-)
voor een knipoog ("Ik maak maar een geintje").
Encryptie
Het beschermen van de inhoud van een bestand door de tekst om te zetten in een formaat dat niet door derden is te decoderen zonder over de sleutel van codering te beschikken.
Ethernet
Een standaardmethode om computers aan een lokaal netwerk te verbindingen middels een coaxiale kabel die in het begin van de jaren zeventig door Robert M. Metcalve (Xerox PARC) werd uitgevonden.
Extensie
Laatste deel van een bestandsnaam, meestal gebruikt om aan te geven in welk formaat de informatie is vastgelegd. De extensie bestaat uit maximaal 3 tekens achter de punt in een bestandsnaam. Bekende extensies zijn: doc, exe, gif, txt, xls, zip.
FAQ = Frequently Asked Questions
Een bestand of nieuwsgroep met antwoorden op vragen die veel gesteld worden over een bepaald onderwerp. FAQ's voorkomen dat je een vraag stelt die iedereen al gesteld heeft.
Fidonet
Een internationaal netwerk van BBS'en, die berichten en bestanden met elkaar delen.
Omdat het netwerk hiërarchisch en democratisch is opgebouwd, houden sysops in Fidonet zich ook bezig met politiek.
Een UNIX programma dat informatie over een internet-site of gebruikers van die site toont. Finger kan bijvoorbeeld laten zien waar en wanneer een persoon het laatst gebruikt maakte van het systeem.
Programmatuur of apparatuur die zorgt voor een scheiding tussen
een lokaal netwerk (==>'intranet') en het internet. Een firewall moet het kraken van computers tegen gaan. Het verhindert dat computers op een netwerk direct communiceren met externe computersystemen. Een firewall bestaat uit een computer die fungeert als een barrière waarlangs alle informatie tussen het netwerk en de externe systemen moet passeren. De firewall software analyseert de informatie die tussen deze twee wordt uitgewisseld en verwerpt deze informaite wanneer deze niet voldoet aan van de voren opgestelde regels.
Flood
Een flood houdt in dat iemand, op wat voor manier dan ook, z'n tekst, zoals: "PSV forever" tienduizend keer laat herhalen en daarmee de hele box naar de gallemieze helpt.
Flame
Een beledigende of persoonlijke aanval tegen de verzender van een bericht.
Wanneer een flame uit de hand loopt is er sprake van een flame war.
Flow control
Manier waarop modems de uitwisseling van gegevens op elkaar afstemmen. Bij software flow control zendt een modem het teken XOFF wanneer op dat moment geen gegevens meer kunnen worden ontvangen, en het teken XON op het moment dat de verzending door het andere modem opnieuw kan worden gestart.
De structuur waarin digitale informatie wordt vastgelegd en kan worden verspreid. Vaak herkenbaar aan de extensie van de bestandsnaam.
Forum
Een plaats waar mensen online samenkomen om berichten te posten of te lezen, bestanden kopiëren vanuit de bestandsbibliotheken (libraries) en om regelrecht te praten met andere leden. Je kunt deel nemen aan de discussies in een Forum (via berichten of in een gesprek) of gewoon alleen maar meekijken. Er zijn forums voor speciale onderwerpen en forums die heel algemeen zijn.
Frame
Een rechthoekig gedeelte van een webpagina met een eigen inhoud en opmaak. Middels het klikken in een frame kan de inhoud van een ander frame veranderen. Dit wordt vaak gebruikt bij menu's. Ontwerpers van webpagina's kunnen het scherm van een web browser in diverse secties (=deelvensters) onderverdelen.
Het meest gebruikte standaardprotocol voor de overdracht van bestanden, waarmee je bestanden (files) tussen jouw computer en een andere kunt uitwisselen via internet. Met FTP kun je nieuwe programma's en bestanden zoeken, en honderden interessante bestandsbibliotheken bezoeken op het internet.
Wijze van datacommunicatie waarbij zender en ontvanger tegelijkertijd van dezelfde lijn gebruik kunnen maken. Een telefoon is een full-duplex apparaat omdat beide partijen tegelijertijd kunnen praten. Daarentegen is een walkie-talkie een half-duplex apparaat omdat slechts een partij kan verzenden en de andere moet wachten tot deze verzending is beëndigd.
Full text-document
Elektronisch document bestaande uit tekst van een niet-referentieel karakter. Ook wel primaire informatie genoemd.
FWIW = "For What It's Worth"
FYI = "For Your Information"
Gateway
Een knooppunt in een netwerk dat toegang biedt tot een andersoortig netwerk en daarbij alle formaat- en adresseringsproblemen oplost. Technisch gezien is een gateway een computer die twee of meer netwerken aan elkaar koppelt en gegevens doorgeeft.
GIF = Graphics Interchange Format
Een bestandsformaat waarmee grafische voorstellingen in een computerbestand worden opgeslagen. GIF past een vorm van compressie toe waardoor een grafisch bestand minder ruimte in beslag neemt. Dit bestandsformaat wordt langzaam vervangen door het JPG beeldformaat.
Een niet-grafische voorganger van het WWW. In Gopher wordt informatie ontsloten via een boomstructuur van keuzemenu's. Gopher is een inmiddels verouderd menu-gebaseerd systeem om het internet te verkennen.
GUI = Graphical User Interface
Grafische gebruikers-interface waarbij de kleinste eenheid voor schermuitvoer de pixel (beeldpunt) is. Dit in tegenstelling tot een Character-based User Interface (CUI) die gebaseerd is op de ASCII-tekenset. Met behulp van grafische elementen zoals iconen wordt het gebruik van een besturingssysteem vergemakkelijkt. UNIX en DOS werken primair als een instructieregel interface. Het Macintosh besturingssysteem en later ook Windows presenteren grafische omgevingen voor input en output.
Guiltware
Freeware waarbij de maker inspeelt op de schuldgevoelens van de gebruiker door erop te wijzen dat het product met veel moeite tot stand is gekomen (onder vermelding van een rekeningnummer).
Guru
Een deskundige die optreedt als een kennisbron voor anderen en die meestal wordt aanbeden door de mensen wier problemen hij of zij oplost.
Een goeroe in de sociale wetenschappen is meestal iemand die aan gene zijde van de nuchtere wetenschappelijke arbeid probeert om zijn/haar eigen gedachten op propagandistische wijze aan het volk te verkopen. Het zijn goererende wetenschappers omdat zij vaak misbruik maken van het gezag van de wetenschap. Een web guro is iemand die gezien wordt als internet-expert en die functioneert als vraagbaak en probleemoplosser.
Hacker
Iemand die zonder dat hij er toestemming voor heeft inbreekt in computers. Het doe is meestal om aan te tonen dat computers niet goed beveiligd zijn. Hackers hebben meestal geen criminele bedoelingen, in tegenstelling tot crackers (=criminele hackers).
De term wordt ook wel gebruikt voor iemand met veel kennis op het gebied van computers, netwerken of programmatuur.
Header
Gecodeerd begin van een digitaal document, waarin secundaire informatie (metadata) is opgenomen. Het bekendste voorbeeld is de aparte regel die bovenaan een e-mail staat. Daarin staat informatie over de afzender, zoals geadresseerde, onderwerp en datum.
Hit
Wanneer één gebruiker één bestand van een webserver opent. Een maateenheid die vaak ten onrechte wordt gebruikt om de populariteit van een website te evalueren.
Hoax
Een valse waarschuwing of een verzonnen verhaal over virussen en trojaanse paarden. Wanneer zo'n waarschuwing op grote schaal verspreid wordt door argeloze internetgebruikers gedraagt een hoax zich min of meer hetzelfde als een virus.
Home page
Openingspagina of hoofdpagina van een website. De homepage biedt toegang tot de informatie van een website. De homepage werd aanvankelijk gezien als een werkomstpagina met een aantal persoonlijke links. Deze functie werd echter steeds meer overgenomen door de bookmarks.
Host
Een computer die diensten, bestanden of programma's aanbiedt aan gebruikers die daarvan gebruik kunnen maken vanaf hun eigen computer. Een computer die fysiek verbonden is met het internet. Elke host heeft een eigen identiteit, namelijk een naam en een adres. De algemene vorm van een hostnaam is system.domain, waarbij system een onderscheidende naam voor de machine zelf is, en domain de aanduiding voor het netwerk waar deze is aangesloten. Bijvoorbeeld teledock.nl of ibm.com.
Host Name = Hostnaam
EHet unieke adres van een computer op het internet in de vorm van letters, bijvoorbeeld: http://www.teledock.nl.
HREF = Hyper Reference
Hypertekst-referentie naar een URL op het World Wide Web. De aanduiding href wordt gebruikt als HTML-tag.
Protocol voor de weergave van documenten op het World Wide Web, gebaseerd op SGML. Het is dus een beschrijvingstaal voor het opmaken van schermen. HTML voet aan platte teksten opmaakcodes toe ("tags"). De tags bepalen hoe de browser de teksten weergeeft op het scherm of via de printer.
Volgens de uitvinder van het WWW, Tim Berners-Lee was HTML nooit bedoeld als iets dat je zou zien, het was bedoeld als iets dat door een editor programma zou worden geproduceerd, net zoals gebruikers van tekstverwerkers niet allerlei ingewikkelde codes in hun tekst heven te zetten om hun document op te maken.
Programma dat HTML-documenten omzet in een ander formaat en vice versa.
HTTP = Hypertext Transport Protocol
Het protocol voor de uitwisseling van hypertekst-documenten op het World Wide Web. Bij het intypen van een internet-adres in de browser wordt met HTTP aangegeven dat de computer dit protocol moet gaan gebruiken bij het versturen of opvragen van HTML-documenten. Hierdoor weten computers die verbonden zijn met internet dat ze eveneens met HTTP moeten werken. Zo worden HTML-documenten op de juiste wijze over het internet verzonden. HTTP is een toepassingsprotocol binnen de TCP/IP-suite.
Hyperlink
Verwijzing in een document naar een ander document of naar een andere plaats in hetzelfde document. Het activeren van de verwijzing meestal door een muisklik geeft direct toegang tot het betreffende document.
Hypermedia
Integratie van multimedia en hypertekst, waarbij ook niet-tekstuele objecten zoals afbeeldingen, video en 3D-objecten fungeren als hyperlink.
Hypertekst
Tekst met sleutelwoorden die verwijzen naar andere tekstgedeelten. In hypertekst kunnen ook verwijzingen (hyperlinks) naar externe informatiebronnen worden opgenomen.
Icon = Pictogram
Een klein plaatje dat een bestands- of programma optie weergeeft. Sommige ICONS (icoontjes) starten een programma of geven je toegang tot meer informatie wanneer je er op dubbelklikt.
Een programma dat je van het internet kan downloaden (http://www.mirabilis.com). Dit programma wordt automatisch opgestart als je verbinding maakt met je server en/of het Internet. Door email-adressen, bijnamen of ICQ-nummers van vrienden/bekenden in te voeren (indien aangegeven is hiervoor autorisatie vereist) komen deze personen in je lijst. Je kunt nu zien welke van hen op het moment ook on-line zijn. Via ICQ kan je de mensen een berichtje sturen, of als ze ook on-line zijn een chat aanvragen. Als deze chat wordt geaccepteerd krijg je twee schermen in beeld: het bovenste met wat de ander typt en het onderste met wat jij typt. Alle berichten die over en weer gestuurd worden, worden automatisch opgeslagen. En ICQ biedt de mogelijkheid om ook een hele chat op te slaan. Tevens kunnen via ICQ ook hele bestanden en programma's verstuurd worden.
IMHO = "In My Humble Opinion"
Interface
Communicatielaag tussen twee (ongelijksoortige) apparaten of programma's. Zie ook: User interface
Internet
Een wereldwijd netwerk van netwerken die allemaal het TCP/IP communicatie-protocol en een gemeenschappelijke adresruimte gebruiken. Het is een systeem, dat bestaat uit miljoenen computers over de gehele wereld, waarvan de meeste onderling verbonden zijn door prive-netwerken. Kenmerkend voor internet is het ontbreken van een centraal computersysteem. Het gemeenschappelijk protocol is TCP/IP. De meest gebruikte toepassingen zijn e-mail, FTP, telnet en World Wide Web.
Miljoenen mensen gebruiken het Internet om met elkaar te communiceren, nieuws en informatie te vergaren. Het internet wordt ook wel met andere termen aangeduid, zoals 'het net', 'de informatie snelweg' en 'cyberspace'.
InterNIC
InterNIC is een dienstverlenende organisatie voor internet dat de registratie van de meeste domeinnamen controleert. Het InterNIC is een coöperatieve activiteit tussen de National Science Foundation, Network Solutions, Inc. en AT&T. De home page vind je op http://internic.net.
Intranet
Een intranet is een bedrijfsnetwerk dat gebruik maakt van de achtitectuur en de technieken van internet, met communicatie als belangrijkste doelstelling. Intranet is dus een afgescheiden stukje internet. Een intranet is een elektronisch netwerk dat geheel is afgescheiden van het wereldwijde netwerk en slechts toegankelijk is voor een beperkte en bekende groep gebruikers.
IP = Internet protocol
Protocol dat de adressering van het berichtenverkeer op internet regelt. Samen met het TCP-protocol is het IP-protocol verantwoordelijk voor de datacommunicatie tussen alle op internet aangesloten computers en netwerken. In het IP liggen vast: (1) ieder knooppunt op het internet heeft een internetadres, (2) alle berichten worden verdeeld in informatiepakketjes, (3) ieder berichtpakket wordt in een IP-envelop gestopt en (4) de buitenkant van de envelop bevat het adres van de verzendende computer en de geadresseerde(n).
IP adres
Het netwerkadres van een op internet aangesloten computer. Het IP-adres wordt gebruikt om gegevens via internet van de zender naar de ontvanger te transporteren. Een IP-adres bestaat uit vier getallen van elkaar gescheiden door punten, bijvoorbeeld
193.78.11.25.
Elke site heeft bovendien een naam, bijvoorbeeld
www.yahoo.com.
Een DNS vertaalt de naam van een site in een bijbehorend IP-adres.
IRC = Internet Relay Chat
Een internetdienst waarbij een aantal gebruikers gelijktijdig met elkaar kan communiceren. Het gesprek vind realtime plaats. Om deel te nemen aan een gesprek kan een kanaal ('channel') worden gestart of opgezocht. IRC bestaat uit een aantal op internet aangesloten chat-servers die met behulp van IRC-clients worden benaderd.
IRL = In Real Life
In de lokale werkelijkheid, in tegenstelling tot in cyberspace of virtueel.
ISDN = Integrated Digital Services Network
Een netwerk dat analoge data (spraak) en digitale data combineert via dezelfde telefoonaansluiting.
ISOC = Internet Society
Overkoepelende onderzoeksorganisatie, opgericht in 1992, die zich bezig houdt met de ontwikkeling en promotie van internet. ISOC is betrokken bij het vastleggen van standaarden. De homepage vind je op http://info.isoc.org.
ISP = Internet Service Provider
Een bedrijf dat toegang biedt tot internet, meestal voor een maandbedrag. Daarnaast leveren veel ISP's nog andere diensten zoals de verhuur van harddiskruimte voor websites en het maken van websites.
Java
Een object georiënteerde programmeertaal die werd ontwikkeld door Sun Microsystems. Java is een platform-onafhankelijke taal waardoor programma's die in Java zijn geschreven op elke computer kunnen draaien. Java programma's kunnen als op zichzelf staande toepassingen functioneren of als een applet op een webpagina.
Java Script
Een scripttaal die het mogelijk maakt dat regels van Java-code in HTMLL scripts kunnen worden ingevoegd.
JPEG = Joint Photographic Experts Group
Een bestandsformaat waarmee je grafische voorstellingen in een computer bestand op kunt slaan.
Meeteenheid voor de snelheid van gegevensoverdracht uitgedrukt in het aantal bits dat per seconde via de lijn wordt verstuurd. Eén kbps is 1024 bps.
Kernel
Het hart van het besturingssysteem dat de belangrijkste basisfuncties van de computer uitvoert, zoals het aansturen van de hardware.
Key = Sleutel
Code waarmee berichten worden versleuteld of gedecodeerd ten behoeve van beveiliging.
Keyword = Trefwoord
Zoekterm waarmee in zoekprogramma's van internet naar informatie wordt gezocht.
Killer app = Killer application
Toepassing of dienst die aanslaat bij een groot publiek.
LAN = Local Area Network
Een groep computers op één locatie (in een bedrijf of thuis) die via telefoonlijnen of coaxkabels met elkaar verbonden zijn. Dit in tegenstelling tot een WAN (Wide Area Network) waarbij de aansluitingen geografisch ver uiteen liggen.
LAN bridge
Koppeling tussen twee lokale netwerken.
Listserv
Een programma dat mailinglijsten onderhoudt door automatisch e-mail te verwerken met verzoeken om aansluiting op of afsluiting van een mailinglijst. Listserv distribueert automatisch berichten naar de abonnees van een mailinglijst.
Logfile
Logboekbestand waarin meldingen over het gebruik van computers en diensten worden bewaard. Middels een logfile op een webserver kan bijvoorbeeld worden uitgerekend goe vaak een pagina is geraadpleegd.
Login
Het aanmelden bij een computersysteem dor middel van gebruikersnaam en wachtwoord.
Login script
Geautomatiseerde procedure om verbinding te maken met internet of een ander computernetwerk en in te loggen met gebruikersnaam en wachtwoord.
Logout
Het afmelden van een computer waarna de verbinding wordt verbroken.
LOL = "Laugh Out Loud"
Lurker
Iemand die alleen de berichten op een nieuwsgroep of discussieforum leest, zonder zelf aan de discussie deel te nemen.
Mailing List
Een discussiegroep die communiceert via email distributie. Mailing lists worden meestal onderhouden door individuen die gebruik maken van list server software. List servers houden een lijst van email adressen bij die gebruikt worden voor de mailing list. Het intekenen voor een lijst gebeurt door het zenden van een email bericht naar de list server. Er zijn twee soorten mailing lists: gemodereerde en niet-gemodereerde. Bij een niet-gemodereerde lijst wordt jouw email automatisch doorgestuurd naar iedere naam op de lijst. Bij een gemodereerde lijst wordt jouw boodschap eerst bekeken door een moderator die deze vervolgens doorstuurd naar alle andere deelnemers.
Majordomo
Een vrije mailing lijst server die onder UNIX draait. Wanneer een e-mail wordt verstuurd naar een Majordomo mailing lijst, wordt het automatisch verspreid naar iedereen op de lijst. Het resultaat is vergelijkbaar met een nieuwsgroep of forum, behalve dat de berichten worden verstuurd als e-mail en daarom alleen beschikbaar zijn voor individuen op de lijst.
MAN = Metropolitan Area Network
Netwerk dat een stad of een stadsregio omspant en diensten aanbiedt die gerelateerd zijn aan deze stad.
Markup-language
Taal voor het beschrijven van een document met behulp van markeringen voor opmaak in de tekst van het document. HTML is een voorbeel van een markup-language. SGML is een algemene taaldefinitie voor markup-languages.
Aanduiding voor secundaire informatie (titel, auteur, format e.d.) van een document. Ook wel meta-informatie genoemd.
Meta Tag
HTML-code die informatie geeft over een HTML-pagina. De secundaire informatie wordt geregistreerd in de headers van HTML-documenten, in de vorm van labels, conform de HTML standaard. Een meta tag heeft geen invloed op de getoonde informatie, maar biedt bijvoorbeeld zoekmachines informatie over de maker en de inhoud van de pagina.
MIME = Multi-purpose Internet Mail Extensions
Een methode om binaire bestanden (non-tekstuele gegevens zoals plaatjes, audio en fax) via e-mail te versturen.
MIPS = Million Instructions Per Second
Aantal verwerkingen in miljoenen dat een processor per seconde kan uitvoeren. MIPS worden gebruikt als indicatie voor de capaciteit van een processor.
Mirror site
Een server die een perfecte copie is van een andere WWW of FTP site. Mirror sites worden gemaakt wanneer het verkeer naar de oorspronkelijke site te zwaar wordt voor é´n server. Mirror sites worden vaak in verschillende geografische gebieden geplaatst zodat gebruikers de dichtst bijzijnde site kunnen kiezen.
Modem = MOdulator-DEModulator
Randapparaat waarmee de computer informatie kan uitwisselen met een andere computer via het telefoon- of kabelnet. De digitale informatie van de computer wordt door een modem omgezet in een analoog signaal, zodat de informatie over een telefoonlijn of kabel verzonden kan worden.
MOO = Multi-user object oriented - chat
On-line-interactie tussen meerdere gebruikers in real-time, met een centraal onderwerp waarover gepraat wordt.
MPEG = Moving Picture Expert Group
Het meest gebruikte formaat op het WWW voor films (bewegende beelden).
MorF? ="Male or Female?"
MSN = MicroSoft Network
De informatiedienst van Microsoft, die je met behulp van Windows 95 en hoger, kan bereiken.
MUD = Multi-User Dungeon
Een omgeving voor een online rollenspel dat zich afspeelt in telnet sessies. De spelers nemen de identiteiten aan van fictieve karakters en volgen een serie regels die het avontuur structureren. Sommige MUD's zijn louter voor het plezier en het flirten, andere worden serieus gebruikt voor software ontwikkeling of educationele doeleinden en alles wat daar tussenin ligt. Een belangrijk kenmerk van de meeste MUD's is dat gebruikers dingen kunnen maken die daar blijven nadat zij vertrokken zijn en waarmee andere gebruikers kunnen interacteren tijdens hun afwezigheid. Op die manier wordt het mogelijk om stap voor stap en collectief een "wereld" te bouwen.
Multicast Backbone
Afgekort: Mbone. Een protocol voor hoge snelheidsnetwerken waarmee audio en video over het Internet worden verzonden.
Multimedia
Elektronische informatie waarin twee of meer verschillende informatievormen (tekst, beeld, video, geluid) zijn gecombineerd.
Navigeren
Zich door de virtuele ruimte van het internet bewegen. Ook wel surfen genoemd.
Netiquette
Netwerk etiquette = de geschreven en ongeschreven gedragsregels op het Net.
Deze gedragsregels worden uitvoerig beschreving in de User guidelines and Netiquette van Arlene Rinaldi. Deze richtlijnen zijn ook in het Nederlands beschikbaar. Je vind ze op de
Nettiquette Page van Maurice Makaay. Daar tref je ook een bibliografie aan en de tien geboden voor computer-ethiek.
Netting
Het online inloggen en beginnen met surfen of chatten.
Network
Een systeem van hardware en software dat je computer verbindt met (een) andere computer(s).
Een openbare discussiegroep op het internet over een bepaald onderwerp. Een nieuwsgroep is een openbare plaats waar berichten worden gepost voor publieke consumptie en reactie.
Er bestaan meer dan 15.000 discussiegroepen. De verzameling nieuwsgroepen wordt ook wel Usenet genoemd.
Een node is een adresseerbare punt binnen een netwerk. Een node kan een computersysteem, een terminal of diverse randapparatuur met het netwerk verbinden. Elke node op een netwerk heeft een specifieke naam. Op het internet is een node een host computer met een unieke domein naam en adres dat is toegekend door InterNIC.
Het omzetten van gedrukte tekst naar machine leesbare tekst (ASCII). Zie ook: Scannen.
Offline
Wanneer je computer niet verbonden is met een internet provider.
Offline Editing
Informatie invoeren of wijzigen, zoals een elektronisch bericht
(E-mail) terwijl je computer niet is verbonden met een internet provider.
On-line
Wanneer je computer verbinding heeft met een internetprovider.
OOP = Object Oriented Programming
Een stijl van computerprogrammeren waarbij op zichzelf staande stukjes code met elkaar interacteren. Java en C++ zijn object georiënteerde programmeertalen.
OPC = Online Publieks Catalogus
Geautomatiseerde , via LAN en/of WAN-toegankelijke bibliotheekcatalogus, voorzien van een gebruikersinterface. In het Engels: Online Public Access Catalog (OPAC).
OS = Operating System
De belangrijkste serie programma's die verantwoordelijk zijn voor de werking van de hardware bronnen van een computer, zoals de disks, geheugen, toetsenbord, scherm en CPU tijd. Voorbeelden van besturingssystemen zijn UNIX, MS-DOS, Windows en MacOS.
Outbox
Een folder waar je brieven opslaat voordat deze worden verstuurd.
Packet = Pakketje
Hoeveelheid data die als geheel over internet wordt verzonden volgens het IP-protocol. Een pakketje bestaat uit een vast aantal bytes. Een bestand wordt gesplitst in pakketjes die afzonderlijk worden verzonden. Na aankomst worden ze weer samengevoegd.
Packet switching
Techniek waarbij een bericht wordt gesplitst in pakketjes alvorens te worden verzonden. De ontvanger stelt het oorspronkelijke bericht weer samen uit de afzonderlijk ontvangen pakketjes. Internet is een packet-switching netwerk.
PAP = Password Authentication Protocol
Elementaire vorm van verificatie. Een gebruiker geeft een gebruikersnaam en een wachtwoord op. De computer vergelijkt deze met een tabel met namen en wachtwoorden. HTTP maakt gebruik van PAP.
Password
Een geheime code die je gebruikt samen met je user ID (gebruikers identiteit) om op een netwerk in te loggen.
Parity
Telling van 0-bits en 1-bits bij datacommunicatie om te controleren of een teken juist is ontvangen. Dit wordt nagegaan aan de hand van een extra meegezonden pariteitsbit. Bij even pariteit ('even parity') dient het aantal 1-bits deelbaar te zijn door twee; bij oneven pariteit ('odd parity') moet er een oneven aantal 1-bits zijn. Is dit niet het geval dan is er tijdens de verzending een fout opgetreden.
Patch
Aanvulling op een (onderdeel van een) programma om een bug te verhelpen.
Path
De hiërarchische beschrijving van de plaats waar een directory, folder of file is gelokaliseerd op je computer of in een netwerk.
PDF = Portable Document Format
Een bestandsformaat van documenten dat gemaakt wordt en bekeken kan worden door de Adobe Acrobat Reader, Acrobat Capture, Adobe Distiller, Adobe Exchange, en de Adobe Acrobat Amber Plug-in voor Netscape Navigator. Dit bestandsformaat werd ontwikkeld in de hoop de formatering van documenten die op het Internet worden gebruikt te standaardiseren. Een van de voordelen van het gebruikt van Acrobat en PDF's is dat je snel documenten naar een collega of naar het hele bedrijf kunt sturen zonder herschrijving of het leren van nieuwe applicaties.
Perl = Practical Extraction and Report Language
Een krachtige, maar ongestructureerde programmeertaal die vooral goed is om snelle en vuile programma's te schrijven die tekstbestanden doorgeven. Daarom is Perl een goede keuze voor programmeurs die CGI scripts schrijven om de input en output van webpagina's te automatiseren. Perl werd in 1986 uitgevonden door Larry Wall.
PGP = Pretty Good Privacy
Een gratis programma dat het mogelijk maakt om een e-mail bericht te versturen in volledige privacy. Bovendien kun je autorisering aan je bericht verbinden zodat de ontvanger kan verifiëren dat het bericht daadwerkelijk van jou kwam. Je kunt gevoelige bestanden op je computer versleutelen zodat de bestanden privë blijven zelfs als je computer en disks worden gestolen. Het programma werd ontwikkeld door Philip Zimmerman.
Ping = Packet Internet Groper
Een programma dat de verbinding test: het stuurt een aan zichzelf gericht pakket naar een host en klokt hoe lang het duurt voor het terugkomt.
Plug-in
Aanvullende software waarmee nieuwe eigenschappen worden toegevoegd aan een commercële applicatie. Veel bedrijven hebben plug-ins geschreven voor Netscape Navigator.
POP = Post Office Protocol
Het protocol dat gebruikt wordt door mail cliënten om berichten van een mail-server te openen. Er zijn drie smaken: POP1, POP2 en POP3 waarbij het getal verwijst naar de verschillede versienummers van het protocol.
PPP = Point to Point Protocol
Een veelgebruikt protocol om een verbinding te leggen met bijvoorbeeld Internet.
Het is ingebouwd in Trumpet Winsock, Windows NT en Windows 95.
Een verouderd alternatief is Slip.
Primaire informatie
Informatie die niet verwijst naar andere informatiebronnen (d.w.z. geen referentieel karakter heeft), maar direct op de werkelijkheid betrekking heeft. Zie ook: secundaire informatie.
Processor
Centrale rekeneenheid van een computer in de vorm van een chip.
Protocol
Een serie regels en conventies die het mogelijk maken dat verschillende soorten computers en toepassingen via een netwerk met elkaar communiceren. Een protocol definieert hoe computers met elkaar "praten". Computers in het internet gebruiken TCP/IP als netwerkprotocol.
Provider
Een aanbieder van een verbinding naar het Internet.
Proxy Server
Server die fungeert als buffer tussen een aantal gebruikers en internet. De proxy server verzamelt verzoeken van gebruikers, stuurt ze door naar internet en bedient tenslotte de gebruikers. De proxy server beschikt over een buffer, de cache, waarin vaak geraadpleegde pagina's worden opgeslagen. Het voordeel is dat gelijke verzoeken worden gebundeld, waardoor de prestatie verbetert. Een proxy server kan ook fungeren als firewall tussen een lokaal netwerk en internet. Voor gebruikers is de proxy server niet zichtbaar.
Public Domain
Verzamelnaam voor alle software die vrij mag worden gebruikt en verspreid, zonder een vergoeding aan de maker.
Pull-down menu
Menu dat zich ontrolt onder een woord in een menubalk.
Push-technologie
Verzamelnaam voor technieken waarbij informatie en software van de server via het World Wide Web naar de browser wordt gestuurd. Voorbeelden hiervan zijn Webcasting en Server push.
Query = Zoekopdracht
Een query op een database levert een selectie van gevonden records op die voldoen aan de zoekcriteria. Het resultaat van de query wordt eveneens aangeduid met query.
Qwerty
Toetsenbordindeling waarbij de bovenste lettertoetsen van links naar rechts gelezen het woord qwerty vormen.
RAM = Random Access Memory
Het werkgeheugen van de computer waarin applicatieprogramma's kunnen worden geladen en uitgevoerd. Wanneer je meer werkgeheugen in je computer hebt is het makkelijker om geavanceerde operation systems en applicaties te draaien.
Redirection
De output van een programma wordt herleid naar een andere bestemming dan de gebruikelijke. De output kan bijvoobreeld direct naar een printer worden gestuurd in plaats van naar het beeldscherm.
Remote access
Toegang tot een computer op afstand, bijvoorbeeld via een modem of kabelverbinding.
Remote login
Het op afstand bedienen van een computer via een netwerk, alsof het een lokale computer is. Dit kan bereikt worden via een van de protocollen, zoals telnet of het UNIX program rlogin.
Resource
Informatiebron, d.w.z een inhoudelijke informatie-eenheid.
RTF = Rich Text Format
Een formaat voor tekst documenten die kenmerken van formatering bevatten, zoals verschillende fonts en lettergrootte. RTF bestanden zijn feitelijk ASCII bestanden met speciale commando's voor formatering, zoals fonts and marges.
Root directory
Het hoogste niveau in een hiërarchisch bestandssysteem. Op een PC is bijv. de root directory de C: drive die alle secondaire subdirectories bevat.
ROTEL = "Rolling On the Floor Laughing"
Router
Een computer die bepaalt via welke route netwerkverkeer op zijn bestemming moet aankomen. Een router dirigeert het verkeer en verstuurt pakketjes tussen verschillende netwerken en knooppunten van een packet-switching netwerk zoals het internet. De router beschikt over actuele informatie over andere routers en routes in het netwerk. Op grond daarvan bepaalt de router welke pakketjes naar welke knooppunten worden verzonden.
RTFM = "Read The Fucking Manual"
Scannen
Omzetten van een gedrukt origineel (tekst/afbeelding) naar een digitale afbeelding. Om scans te bekijken is grafische software nodig; de gedigitaliseerde tekst is niet machine-leesbaar. Zie ook: OCR.
Secundaire informatie
(Ook wel: Referenties) - Informatie, opgesteld door informatiespecialisten, om primaire informatie beter vindbaar te maken in de vorm van titelbeschrijvingen, indexen, samenvattingen e.d.
Server
Een computer die informatie levert aan client machines. De afnemer wordt cliënt genoemd. Een computer met WWW-pagina's wordt Web-server genoemd, het cliënt-programma is bijvoorbeeld Mosaic van Netscape.
SGML = Standardised General Markup Language
Algemene beschrijving van markup-talen, zoals HTML. SGML is een soort metataal die aangeeft aan welke specificaties van een markup-language moet voldoen.
Shareware
Programmatuur de je uit kunt proberen alvorens over te gaan tot
aankoop.
Commerci'le programmatuur als Windows of WordPerfect valt daar
uiteraard niet onder.
Signature
Een korte tekst, met naam en elektronisch adres, ter afsluiting
van een bericht.
Site
Lokatie die een coherent geheel aan informatie van een bepaalde instantie bevat. Sites die met één protocol werken worden als zodanig aangeduid als gophersite, website, www-site enz.
SLIP = Serial Line Internet Protocol
Een manier om een verbinding met het Internet te leggen. Een modernere en betere manier is PPP.
Smiley
Een lachebekje, gemaakt uit een dubbele punt, een streepje
en een haakje, :-). Met dit uit leestekens opgebouwd gezichtje wordt de emotionele lading van een mededeling (bijv. in een email boodschap of een bericht op een disucussielijst) uitgedrukt. Zie ook Emoticon
SMTP = Simple Mail Transfer Protocol
Een standaardprotocol om e-mail via het internet te versturen.
Spam
De digitale versie van ongevraagd drukwerk. Het versturen van een bericht meestal reklame naar veel discussiegroepen (bulletin boards, mailing lists of nieuwsgroepen) zonder rekening te houden met de inhoudelijke relevantie van het bericht. Discussielijsten of nieuwsgroepen worden vaak misbruikt voor het ongevraagd verspreiden van reclameboodschappen.
Stand alone
Computerconfiguratie die niet op een netwerk is aangesloten en geen fysieke verbinding met andere computers heeft.
Subject Guides = Onderwerpgidsen
Indexen op het Internet die de informatie op onderwerp of vakgebied ordent volgens een (vrije of gecontroleerde) classificatie.
Surfen
Het verkennen van het Internet.
De uitdrukking wordt gebruikt door newbies om het ongerichte zoeken aan te duiden. Meestal gebeurd dit door een browser, een matafoor van het echter surfen.
De beheerder van een bulletin board of een discussieforum.
T1
Een hoge snelheidsverbinding met het Internet met een hoge bandbreedte. T1 verbindingen leveren informatie met 1.5444 megabits per seconde.
T3
Een hoge snelheidsverbinding met het Internet met een hoge bandbreedte. T1 verbindingen leveren informatie met 44.746 megabits per seconde.
Tag = Markering
Markering in een document dat in een markup-language, zoals HTML, is opgemaakt. De tags in een HTML-document bepalen op welke manier de inhoud van het document door de browser geïnterpreteerd en weergegeven moet worden. Meestal wordt het begin en het einde van een markering aangeduid. Voorbeeld: <B>...</B>. Op de plaats van de puntjes staat tekst die cursief moet worden afgebeeld.
TAR = Tape ARchive
Een methode om een groot aantal files d.m.v. compressie op te slaan in één archiefbestand. Dit is
handig voor het maken van back-up kopieën op een tape of
voor het kopiëren van een reeks bestanden naar een ander
systeem. Tar-files hebben de extensie .TAR (of .TAR.Z /
TAR.GZ indien de .TAR-file nogmaals gecomprimeerd is,
bijvoorbeeld met Compress of GZIP).
TCP/IP = Transmission Control Protocol/Internet Protocol
De verzamelnaam voor alle protocollen waarvan internet gebruik maakt om te communiceren. Er zijn meer dan honderd datacommunicatie-protocollen die alle lid zijn van de TCP/IP familie. Bijvoorbeeld ftp, dat gebruikt wordt voor het transporteren van bestanden. Zo'n protocol bepaalt onder andere hoe de gegevens worden opgesplitst in pakketjes (packetss) en dat iedere computer in het netwerk een uniek en eigen IP-adres moet krijgen. Het TCP verdeelt grote berichten onder in meerdere pakketten, voegt deze op de eindbestemming weer samen en heeft mogelijkheden om beschadigde pakketten te repareren.
Telecommuting
Teleforenzen = thuis werken en een computer en modem gebruiken om met het kantoor te communiceren.
Telnet
Een internet-protocol (en programma) waarmee je kunt inloggen op een hostcomputer binnen internet. Met telnet kan op afstand op een host worden ingelogd en gewerkt worden als op een lokaal aangesloten computer.
Terminal
Computer die deel uitmaakt van een netwerk en de data en toepassingen van een centrale server betrekt. De terminal beschikt in tegenstelling tot een PC meestal niet over een eigen opslagcapaciteit.
Terminal Emulatie
Techniek waarmee een computer op afstand fungeert als terminal van een computersysteem. De terminal emulatie zorgt ervoor dat de gebruiker dezelfde schermuitvoer ziet als wanneer hij op de terminal van het betreffende computersysteem zou werken. Terminals (domme beeldschermen) spreken verschillende "talen" of protocollen (bijvoorbeeld ANSI of Televideo). Communicatieprogramma's kunnen zo'n terminal nadoen (emuleren).
Thread
Serie artikelen die een reactie vormen op een artikel in een nieuwsgroep of discussieforum. De artikelen in een thread gaan meestal over hetzelfde onderwerp.
TIFF = Tag (of: Tagged) Image File Format
Formaat van digitale afbeeldingen dat tot 16 miljoen kleurgradaties kan bevatten en verschillende soorten
compressie toelaat. Als DOS-extensie: .tiff
TTP = Trusted Third Party
Organisatie die zich bij elektronische transacties en berichtenverkeer opwerpt als onafhankelijke derde tussen de betrokken partijnen, en sleutels en certificaten afgeeft als bewijs van de authenticiteit van een transactie of bericht.
UNIX
Het besturingssysteem waarmee het internet werd ontwikkeld. UNIX werd aan het einde van de jaren zestig ontwikkeld als een gemeenschappelijk project van General Electric, AT&T Bell Laboratories en Massachusetts Institute for Technology. Zuivere UNIX is gebaseerd op een instructieregel interface. Maar net als bij DOS (waar Windows een GUI omgeving schept) heeft UNIX ook GUI overlays. De bekendste zijn NextStep en X Windows. Er zijn diverse UNIX-varianten in omloop, zoals System V, SCO UNIX, AIX, HP/UX en Sun Solaris. Een bekende freeware-versie in de internetwereld is Linux.
Upload
Het versturen van bestanden naar een netwerk.
URL = Uniforn Resource Locator
Adres op het internet. De URL bestaat uit een aanduiding van een protocol, een domeinnaam en de naam van een pagina of bestand. Een URL is dus een standaard manier om informatiebronnen (Web, FTP, Gopher etc.) binnen internet aan te duiden. De syntaxis van de URL was slechts voor een machine bedoeld en nooit voor menselijke consumptie.
Een adres als "http://www.pscw.uva.nl/sociosite/" wordt URL genoemd.
Een URL is dus een gestandaardiseerd formaat om te verwijzen naar informatie fie beschikbaar is als een gopher, WWW, finger en andere bronnen.
USENET
Een wereldwijd netwerk van discussiegroepen over verschillende onderwerpen.
User ID
De naam waaraan je herkend wordt door een bepaald netwerk. Om bij een systeem in te loggen heb je zowel een user ID als een password nodig.
User Interface = Gebruikersinterface
Deel van een programma dat de interactie tussen de gebruiker en de computer mogelijk maakt, zodat de gebruiker opdrachten aan de computer kan geven. De user interface is bepalend voor de manier waarop de gebruiker met een computersysteem communiceert. Onderdelen van de user interface zijn de scherm-layout, de manier waarop de cursor wordt verplaatst over het scherm, het gebruik van de muis en de helpfunctie. Meestal wordt een onderscheid gemaakt tussen GUI (een grafische gebruikers-interface) en een CUI (een gebruikers-interface gebaseerd op cijfers, letters en symbolen). Bij de grafische gebruikers-interface communiceert de gebruiker met behulp van de muis en pictogrammen waarop kan worden geklikt.
UUCP = Unix-to-Unix-Copy
Unix software waarmee email en news messages kunnen worden uitgewisseld op een 'store-and-forward' basis tussen verwijderde computers. Voor de opkomst van het Internet was dit de belangrijkste manier waarop Unix machines op afstand met elkaar konden communiceren. Tegenwoordig wordt het weinig meer gebruikt.
Virtual = Virtueel
Een veel gebruikt adjectief dat betekent dat iets alle eigenschappen heeft van X terwijl het niet noodzalijk X is. Een 'virtuele werkelijkheid' is een kunstmatige omgeving die een eigensoortige werkelijkheid lijkt te zijn. Het begrip virtueel is in de nieuwe media een eigen leven gaan leiden en wordt gebruikt als synoniem voor digitaal en elektronisch.
Virus
Een computerprogramma-bestand dat in staat is om zich aan disks of andere bestanden te hechten en zichzelf eindeloos te vermenigvuldigen, meestal zonder dat de gebruiker dit weet of hiervoor toestemming heeft gegeven. Sommige virussen hechten zich aan bestanden: zodra dit bestand wordt geopend wordt ook het virus in werking gesteld. Andere virussen nestelen zich in het geheugen van de computer: zodra de computer bestanden opent, verandert of aanmaakt worden deze bestanden geïnfecteerd. Bij McAfee zijn inmiddels meer dan 50.000 virussen geïdentificeerd. Sommige virussen vertonen symptomen en sommige virussen beschadigen bestanden en computersystemen. Maar noch de symptomen, noch de schade is essentieel voor de definitie van een virus. Een onschadelijk virus is en blijft een virus.
Virus Hoax
Er circuleren vele virussen op het internet, maar sommige daarvan zijn niet wat ze lijken te zijn. 'Virus Hoaxes' zijn geen virussen, maar meestal opzettelijk of onopzettelijke email berichten waarin mensen worden gewaarschuwd voor een virus of een ander kwaadaardig software programma. Sommige hoaxes veroorzaken evenveel problemen als echte virussen omdat zij leiden tot enorme hoeveelheden onnodige e-mail. Dat is meer dan vervelend, want het kan ertoe leiden dat sommige gebruikers routinematig alle berichten met viruswaarschuwingen gaan negeren, waardoor zij kwetsbaar worden voor echte destructieve virussen. Als je een viruswaarschuwing ontvangt kun je het beste eerst de lijst met bekende Virus Hoaxes van McAfee raadplegen. Soms beginnen hoaxes als een virus en sommige virussen beginnen als hoaxes. Daarom is het verstandig zowel virussen als virus hoaxes als een bedreiging te beschouwen.
VR = Virtual Reality
Simulatie van de werkelijkheid met behulp van computers. Kenmerkend voor Virtual Reality is het driedimensionale karakter. Externe instrumenten zoals een datahandschoen of helm maken het gebruikers mogelijk om met de simulatie te interacteren. Gebruikers bewegen zich door virtuele omgevingen alsof zij in lokale werelden nagiveren zij lopen door structuren en interacteren met objecten in de omgeving. Het begrip Virtual Reality wordt ook wel gebruikt als tegenovergestelde van Real Life.
VRML = Virtual Reality Modeling Language
Een script-taal die gebruikt wordt om drie-dimensionale 'werelden' te definiëren. Met VRML worden ruimtelijke objecten gemaakt waarin de gebruiker kan bewegen en van perspectief kan wisselen.
W3C = World Wide Web Consortium
Een in 1994 door Tim Berners-Lee opgerichte organisatie welke overeenstemming tussen de leden - de grote spelers van de Internetindustrie - probeert te bereiken over de toekomstige standaards van het web. Haar doelstelling is om het volledige potentieel van het web te realiseren.
WAIS = Wide Area Information Servers
Een (commercieel) softwareprogramma dat grote hoeveelheden informatie
kopieert naar een database en indexeert en vervolgens die indexen doorzoekbaar maakt via netwerken zoals het Internet. Een protocol gebaseerd op Z39.50 geeft toegang tot de databases.
Een protocol waardoor internet geschikt wordt voor de mobiele telefoon. Het is een communicatieprotocol dat ontwikkeld werd voor draadloze toepassingen. De wap-technie is gebaseerd op bestaande internettechnieken als HTML en TCP/IP. Aanbieders van mobiele-telefoonabonnementen richten zich met behulp van WAP op het aanbieden van interactieve diensten voor de GSM-telefoon.
De beheerder van een Web-server. De webmaster onderhoudt de webpagina's die op de webserver zijn geplaatst.
Whois
Een programma dat staat op http://internic.net/cgi-bin/whois waarmee het databestand van domeinnamen van InterNIC geraadpleegd kan worden. Zo kan de eigenaar van een domain name worden achterhaald. Als je een eigen homepage wilt maken is het verstandig om whois te raadplegen om er zeker van te zijn dat de naam nog niet in gebruik is.
Wired
Wanneer je met een netwerk verbonden bent.
WLAN = Wireless Local Area Network
WLAN is een netwerk waar mobiele gebruikers verbindingen mee kunnen maken door een draadloze (radio) verbinding.
Worms
Worms zijn parasitaire computerprogramma's die zich vermenigvuldigen, maar die - anders dan bij virussen - geen andere computerprogramma's infecteren. Worms kunnen kopieën op dezelfde computer creëeren, of kopieën naar andere computers versturen via een netwerk. Worms worden vaak verspreid via IRC.
WRT = "With Respect To"
WWW = World Wide Web
Een hypertext systeem op Internet waarmee sites informatie presenteren op grafische Web-pagina's.
Pagina's kunnen middels hyperlinks naar elkaar verwijzen.
WYSIWYG = What You See is What You Get
Term die gebruikt wordt om aan te duiden dat de opmaak in het scherm net zo is als die van de afdruk op papier. Met een GUI (Graphical User Interface) wordt een document zo op het scherm geprojecteerd dat het een goede weergave is van wat je krijgt wanneer je het afdrukt met een printer.
XML = eXtensible Markup Language
Een programmeertaal ontwikkeld door het W3C. XML is een "extreem eenvoudig" dialect van SGML welke geschikt is voor gebruik op het World-Wide Web. Anders dan bij HTML kan de maker van een pagina zelf tags toevoegen. Deze kunnen worden gebruikt voor functies die niet in HTML beschikbaar zijn.
XOFF
Bericht van ontvangende partij bij datacommunicatie ten teken dat de verzending na een onderbreking kan worden hervat. Zie: flow control.
XON
Bericht van de ontvangende partij bij datacommunicatie ten teken dat de verzending tijdelijk moet worden onderbroken. Zie: flow control.
YDKM = "You Don't Know Me"
Een acroniem dat gebruikt wordt in e-mail berichten, online chat en nieuwsgroepen.
ZIP
De extensie van archiefbestanden die door het datacompressieprogramma PKZIP zijn aangemaakt. ZIP-archiefbestanden zijn tot de helft kleiner dan het originele bestand. Om *.ZIP bestanden uit te pakken, is PKUNZIP nodig. ZIP-archiefbestanden kunnen meerdere bestanden bevatten, soms zelfs met de structuur van de bestandsindeling. Zip-bestanden zijn populair op het internet omdat gebruikers meerdere bestanden in een container kunnen versturen. De gecomprimeerde bestanden besparen schijfruimte en download tijd.
Zwart gat
Plaats in internet waar e-mail berichten die niet op de plaats van bestemming aankomen en evenmin worden teruggestuurd blijken te verdwijnen. Ookzaak hiervan is meestal dat de mailserver niet goed functioneert.
dr. Albert Benschop
Sociale en Gedragswetenschappen
Sociologie & Antropologie
Universiteit van Amsterdam
Gepubliceerd: Oktober, 1996
Laatst gewijzigd:
14 November, 2007