Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

Antropologie van het internet English Version

dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

AntroFuturisme

Samenleving zonder staat?

Cyborg antropologie

Eenvoudige vragen

Referenties

AntroFuturisme

Antropologen hebben zich altijd meer op het verleden gericht dan op de toekomst. Zij concentreerden zich op de 'primitieve' of 'premoderne' volken en culturen die gezien werden als levende overblijfselen uit eerdere fasen van de menselijke evolutie. Met uitzondering van de stadsantropologen werd 'cultuur' meestal gesitueerd in kleine, afgebakende, geïsoleerde en 'authentieke' samenlevingsverbanden. De klassieke antropologen verwierven hun prestige in de kolonieën. Veel antropologisch onderzoek was schatplichting aan een moderniseringstheorie volgens welke de technologische en sociale veranderingen in elke maatschappij verlopen volgens een vast tijdschema: van primitief, via premodern naar modern.

Tegenwoordig richten antropologen zich veeleer op onderzoek van mensen die in het heden leven, in 'geavanceerde' hoog-technologische samenlevingen. De naïeve vooronderstellingen over lineaire evolutionarie ontwikkelingen hebben zij laten varen. Sommige antropologen gaan nog een stap verder en concentreren zich hoofdzakelijk op de toekomst die mensen te wachten staat in de virtuele wereld van de cyberruimte. Het interessante van dit 'antrofuturisme' is dat het afstand houdt van techno-fetisjisme en techno-utopisme. Zij benadrukken dat technologische ontwikkeling geen 'gegeven' is dat zichzelf voortbrengt en slechts één koers volgt. Technologie is zowel in haar ontwerp, toepassing als effecten door en door ingebed in sociaal-culturele verhoudingen. De vraag is wat de toekomstscenario's zijn die vanuit een antropologische optiek geconstrueerd kunnen worden. Kunnen we binnenkort een ethnografie van cyborgs, androïden en andere 'postmensen' verwachten? Wat gebeurt er wanneer iederen zijn eigen (visie op de) wereld kan ontwerpen via virtuele werkelijkheid?

Misschien is - zoals Steve Mizrach zegt - de cyberantropologie nog wel op z'n best in het onderzoek naar de samenhang tussen verleden en heden, de beweging van de 'moderne primitieven' en het nieuwe 'technoshamanisme'.

Index Samenleving zonder staat?

Er wordt vaak gemopperd over het internet. Het zou een 'anarchistisch zootje' zijn waarin iedereen maar doet waar hij of zij zin in heeft, een 'ongeordende bende' waarin slechts chaos heerst. Om het type samenlevingsverband te omschrijven van deze nieuwe virtuele gemeenschap zijn al vele kwalificaties (en diskwalificaties) bedacht. Vanuit een cultureel-antropologisch perspectief lijkt internet nog het meest op een stamverband zonder staat.

De zichzelf organiserende virtuele gemeenschappen hebben veel gemeen met traditionele stammen. De virtuele stamgemeenschappen vormen een nieuw type sociale werkelijkheid. Het is een sociale werkelijkheid die niet is afgebakend door fysieke grenzen. Zij kent geen territirium dat wordt gecontroleerd en verdedigd door het legitieme geweld en de wetten van een enkele staat. En zij kent ook geen specifieke overheid of alliantie van overheden die deze nieuwe sociale relaties, netwerken en gemeenschappen kan reguleren.

Tim North beschrijft deze moderne tribale samenleving als volgt:

Daarin schuilt de wel heel optimistische verwachting dat het internet zal leiden tot een meer egalitaire en democratische samenleving. Het is niet voor het eerst dat van nieuwe technologieën verwacht wordt dat zij een democratiserend effect hebben en dus leiden tot de reductie van structurele sociale ongelijkheden. De geschiedenis heeft echter ook laten zien dat dergelijke claims meestal niet gerechtvaardigd zijn, en dat nieuwe mediatechnologieën heel snel gedomineerd worden door commerciële of staatsbelangen [Allen/Miller 2000:46 e.v.].

Ongelijkheid in relatie tot communicatiemedia moet niet alleen gethematiseerd worden in termen van het vermogen om toegang te krijgen tot deze media (als consument boodschappen van anderen te ontvangen), maar ook om ze te daadwerkelijk te gebruiken als zender (als producent van berichten). Van gelijkheid inzake communicatiemedia kan slechts sprake zijn wanneer iedereen vrije toegang tot de produktiemiddelen van mediaberichten heeft. De eigenaardigheid van de technologie van het internet is dat het voor alle consumenten mogelijk is om ook producenten te zijn. De enige voorwaarde is dat zij toegang hebben tot een computer met internetaansluiting en over enige kennis beschikken om webpagina's te maken. De cruciale vraag is echter niet zozeer of burgers in staat zijn om hun opinies te publiceren, maar of en in welke mate deze opinies ook door anderen worden opgemerkt.

De toegangskosten voor internet zijn in vergelijking met voorgaande communicatietechnologieën ongelofelijk laag. Er zijn geen distributiekosten omdat de bezoeker van een website zelf zorgt voor de overdacht van informatie. Het internet vertoont dus een aantal eigenaardigheden — lage toegangskosten, samenvallen van productie en distributie, wereldomvattende karakter — die benut kunnen worden om de participatie van burgers te vergroten (democratische openbaarheid) en sociale ongelijkheden terug te dringen. Het internet zou de hiërarchische controle van economische en politiek-culturele elites de publieke ruimte kunnen ondergraven. Maar dat gebeurt zeker niet automatisch en de strijd om de publieke ruimte voltrekt zich ook niet in een politiek machtsvacuüm. Kapitaalkrachtige economische machten en gevestigde staatspoltieke krachten en culturele elites storten zich eveneens op het internet en mobiliseren daarvoor zeer omvangrijke financiële, materiële en intellectuele bronnen. Het is alleen niet erg waarschijnlijk dat het internet onder eenzelfde soort oligopolistische ondernemingscontrole gebracht kan worden als dit gebeurde met de omroepen en de traditionele media.

Index Cyborg antropologie

De cyberantropologie draagt bij aan de bestudering van het sociaal handelen van mensen in virtuele gemeenschappen en netwerken. Een van de antropologen die hiertoe heeft bijgedragen is Donna Haraway met haar boek Simians, Cyborgs, and Women. Haar cyborg-antropologie is een metafoor waarmee zij kritiek levert op het essentialisme en natuurfetisjisme dat door ‘ecofeministen’ wordt aangehangen. Vrouwen zijn cyborgs: hybride montages van zowel natuur (ons lichaam) als cultuur (onze technologie).

Wat is een cyborg?
Een cyborg is de mensgeworden machine of de tot machine gemuteerde mens. Cyborg is een samengesteld woord afgeleid van cybernetica (de leer van de regulatiemechanismen in mens en machine) en organisme. De term werd in 1960 geïntroduceerd door Manfred Clynes. Hij beschreef daarmee de behoefte van de mensheid aan kunstmatig verbeterde biologische functies om te kunnen overleven in de vijandige omgeving van de ruimte. Oorspronkelijk refereerde de term cyborg aan een menselijk wezen waarvan de lichamelijke functies ondersteund of gecontroleerd worden door technologische apparaten, zoals een zuurstoftank, een kunsthart of een insulinepomp. In de loop der jaren kreeg de term een bredere betekenis waarmee de afhankelijkheid van menselijke wezen van technologie wordt beschreven. Cyborg kan gebruikt worden als aanduiding van iemand die bij de uitvoering van zijn dagelijks werk volledig afhankelijk is van een computer. Een cyborg is een "zelfregulerend organisme dat het natuurlijke en het kunstmatige combineert in een systeem" [Gray 2001:2].

Haraway analyseert de relaties tussen mensen, dieren en machines. Het onderzoek naar dierentaal en ethologie heeft een fundamentele verwantschap ontdekt tussen mensen en hun primitieve soortgenoten. Tegelijkertijd zijn mensen bezig om zichzelf technologisch te reconstrueren: zij emanciperen zich van de 'louter' biologische levensvormen op de planeet aarde. Dit emancipatieproces is een onvoltooid project dat teruggaat tot de vroegste vormen van manipulatie van de eigenschappen van het lichaam, en strekt zich uit tot nu met het gebruik van proteses, implantaten en genetische manipulatie. De behoefte om verbetering aan te brengen in dat 'wat de natuur ons heeft gegeven' gaat terug tot de oorsprong van de cultuur zelf.

De technologie begint in steeds sterkere mate ons lichaam te penetreren, via protheses, implantaties, kunstmatige organen en door steroïden, plastische chirurgie en dergelijke. Op die manier zullen we in de toekomst allemaal cyborgs worden: wat wij van nature als biologisch-fysieke, psychisch-sociale, intellectueel-morele wezens ontvangen hebben, wordt aangevuld en verbeterd met technologieën die wij van culture gemaakt hebben. Het onderscheid tussen organismes en machines begint hierdoor te vervagen.

‘Science’ is geen ‘fictie’, maar de door science fiction in de sociale fantasie gebrachte cyborgs zijn niet alleen fictief. De cyborgs uit de wereld van de science fiction —Blade Runner, Alien, Terminator, RoboCop— zijn slechts een speculatieve uitvergroting van een van de vele mogelijke toekomsten die ons te wachten staan. Mensen zoals jij/U en ik die al tot in zeer vergaande mate letterlijk versmolten zijn met technologie. Niet alleen ons lichaam is versmolten met technologie, maar ook onze geest, d.w.z. al onze oriëntaties op het leven en het werk, de liefde en het leed. De reden daarvan is eenvoudig: technologie faciliteert ons leven. Het maakt het mogelijk een aangenamer, beter en spannender leven te leiden.

Mensen worden cyborgs. Maar machines beginnen ook steeds meer op mensen te lijken. De specialisten in kunstmatige intelligentie proberen dit te bereiken door middel van de introductie van natuurlijke taal en symbolische manipulatiesystemen, neurale netwerken, 'parallel processing', 'fuzzy logic', stemherkenning, visualisering van processen en zelfs kunstmatige levensalgoritmes die de biologische evolutie simuleren. Dat zijn stuk voor stuk pogingen om het functioneren van de menselijke hersenen te imiteren, dat wil zeggen onze hersenen ('biocomputer') digitaal te dupliceren. Hoe lang zal het duren voordat een machine de Turingtest kan doorstaan, dus kan 'doorgaan' voor een mens? Duurt dat nog ongeveer 25 jaar zoals de specialist in kunstmatige intelligentie, Marvin Minsky verwacht? Krijgen we werkelijk 'androïden' uit de science fiction wanneer we erin slagen om 'intelligente' machines ook nog eens uit te rusten met een passende menselijke buitenkant? Zouden we er ooit in slagen om een directe neurale interface te construeren tussen dat wat zich in ons lichaam afspeelt (onze 'wetware') en wat wij in digitale vorm kunnen programmeren als regelmatigheden van intelligent gedrag (onze 'software' en onze materiële 'siliconware')? Kunnen zenuwimpulsen worden geconverteerd naar —strikt logisch geordende— digitale signalen? Zou kennis van de ene generatie op de andere kunnen worden overgedrage met behulp van neurale netwerken?

De Turingtest
In 1950 schreef de Engelsman Alan Turing een zeer profetisch en geruchtmakend artikel over kunstmatige intelligentie: Computing Machinery and Intelligence [Mind]. Hij stelde daarin voor om de vraag eens te overwegen: 'Kunnen machines denken? Omdat dit beladen termen zijn stelt hij voor de vraag operationeel te benaderen zoals in het 'imitatiespel' gedaan wordt. Hij beschrijft het spel als volgt:
    “Het wordt met drie mensen gespeeld: een man A, een vrouw B en een vragensteller C die man of vrouw mag zijn. De vragensteller zit niet in hetzelfde vertrek als de twee anderen. De vragensteller moet in dit spel uitvinden wie van de anderen de man is en wie de vrouw. Hij kent ze onder de aanduiding X en Y en aan het eind van het spel zegt hij 'X is A en Y is B', of 'X is B en Y is A'. De vragensteller mag A en B als volgt ondervragen:
    C: Mag ik de lengte van het haar van X weten?
    Stel nu dat X A is, dan moet A antwoorden. A moet proberen C om de tuin te leiden, en geeft daartoe bijvoorbeeld het volgende antwoord:
    'Ik heb opgeknipt haar en de langste lokken zijn circa 20 cm'.
    Om te voorkomen dat de klank van de stem de vragensteller helpt, moeten de vragen worden opgeschreven, of nog liever, worden getypt. De meest ideale situatie is een telexverbinding tussen de twee kamers. De vragen en antwoorden kunnen ook door een tussenpersoon worden overgebracht. De derde speler B moet de vragensteller zoveel mogelijk helpen. De beste strategie voor haar is naar waarheid te antwoorden. Ze mag haar antwoorden voorzien van toevoegingen als: 'Ik ben de vrouw, luister niet naar hem!', maar dat levert niets op, want ook de man kan zulke opmerkingen maken.
    We vragen ons nu af: 'Stel dat een machine de rol van A in dit spel overneemt?' Komt de vragensteller dan even vaak tot een verkeerde conclusie als wanneer het spel wordt gespeeld met een man en een vrouw? Deze vragen komen in de plaats van onze oorspronkelijke vraag: ‘Kunnen machines denken?’”
Na de introductie en bespreking van de test, merkt Turing op dat de oorspronkelijke vraag ‘Kunnen machines denken?’ te weinig betekenis heeft om haar te bespreken. Toch meende hij dat aan het eind van de eeuw het woordgebruik en de algemene opvatting van ontwikkelde mensen zodanig veranderd zullen zijn “dat men zonder meer kan spreken van denkende machines.”

Index Eenvoudige vragen

Cyberantropologie houdt zich bezig met een breed spectrum aan onderwerpen. Vragen waarop zij onder andere een antwoord proberen te vinden zijn:

Index Informatiebronnen

Index
Eigenaardigheden Home Onderwerpen Samenleven Zoek Over ons Contact

26 September, 2013
Eerst gepubliceerd: September, 1997